Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen zond Hiram, de koning van Tyrus, boden tot David, en cederenhout, en metselaars, en timmerlieden, dat zij hem een huis bouwden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen zondH7971HiramH2438, de koningH4428 van TyrusH6865, bodenH4397totH413DavidH1732, en cederenhoutH6086, en metselaarsH7023, en timmerliedenH2796, dat zij hem een huisH1004bouwdenH1129.Toen zond Hiram, de koning van Tyrus, boden tot David, en cederenhout, en metselaars, en timmerlieden, dat zij hem een huis bouwden.
2En David merkte, dat hem de HEERE tot koning bevestigd had over Israel; want zijn koninkrijk werd ten hoogste verheven, om Zijns volks Israels wil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En DavidH1732merkteH3045, datH3588 hem de HEEREH3068 tot koningH4428bevestigdH3559 had overH5921IsraelH3478; wantH3588 zijn koninkrijkH4438 werd ten hoogsteH4605verhevenH5375, om Zijns volksH5971IsraelsH3478wilH5668.En David merkte, dat hem de HEERE tot koning bevestigd had over Israel; want zijn koninkrijk werd ten hoogste verheven, om Zijns volks Israels wil.
KJVAnd David2perceived1that the LORD5had confirmed4him king6over Israel,8for his kingdom12was lifted up10on high,11because of his people14Israel.15
1וַיֵּ֣דַעH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2דָּוִ֔ידH1732David, DavidsDavid3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4הֱכִינ֧וֹH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed5יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לְמֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10נִשֵּׂ֤אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11לְמַ֨עְלָה֙H4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very12מַלְכוּת֔וֹH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal13בַּעֲב֖וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to14עַמּ֥וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people15יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
3En David nam meer vrouwen te Jeruzalem, en David gewon meer zonen en dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En DavidH1732namH3947meerH5750vrouwenH802 te JeruzalemH3389, en DavidH1732gewonH3205meerH5750zonenH1121 en dochterenH1323.En David nam meer vrouwen te Jeruzalem, en David gewon meer zonen en dochteren.
4Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4DitH428 nu zijnH1961 de namenH8034 der kinderenH3205, die hij te JeruzalemH3389 had: SammuaH8051, en SobabH7727, NathanH5416 en SalomoH8010,Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo,
KJVNow these are the names2of his children3which he had in Jerusalem;7Shammua,8and Shobab,9Nathan,10and Solomon,11
1וְאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2שְׁמ֣וֹתH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3הַיְלוּדִ֔יםH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הָיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6ל֖וֹ7בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem8שַׁמּ֣וּעַH8051Sammua, SchammuaShammua, Shammuah9וְשׁוֹבָ֔בH7727Sobab, SchobabShobab10נָתָ֖ןH5416NathanNathan11וּשְׁלֹמֹֽהH8010SalomoSolomon
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En JibcharH2984, en ElisuaH474, en ElpeletH467,En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En NogahH5052, en NefegH5298, en JafiaH3309,En Nogah, en Nefeg, en Jafia,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En ElisamaH476, en BeeljadaH1182, en ElifeletH467.En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.
8Toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israel, zo togen al de Filistijnen op om David te zoeken. Toen David dat hoorde zo toog hij uit tegen hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen de FilistijnenH6430hoordenH8085, datH3588DavidH1732 tot koningH4428gezalfdH4886 was overH5921 het ganseH3605IsraelH3478, zo togenH5927alH3605 de FilistijnenH6430 op om DavidH1732 te zoekenH1245. Toen DavidH1732 dat hoordeH8085 zo toogH3318 hij uit tegen hen.Toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israel, zo togen al de Filistijnen op om David te zoeken. Toen David dat hoorde zo toog hij uit tegen hen.
KJVAnd when the Philistines2heard1that David5was anointed4king6over all Israel,9all the Philistines12went up10to seek13David.15And David17heard16of it, and went out18against19them.
1וַיִּשְׁמְע֣וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2פְלִשְׁתִּ֗יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine3כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4נִמְשַׁ֨חH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint5דָּוִ֤ידH1732David, DavidsDavid6לְמֶ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10וַיַּעֲל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work11כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12פְּלִשְׁתִּ֖יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine13לְבַקֵּ֣שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15דָּוִ֑ידH1732David, DavidsDavid16וַיִּשְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness17דָּוִ֔ידH1732David, DavidsDavid18וַיֵּצֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter19לִפְנֵיהֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
9Toen de Filistijnen kwamen, zo spreidden zij zich uit in de laagte van Refaim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen de FilistijnenH6430kwamenH935, zo spreiddenH6584 zij zich uit in de laagteH6010 van RefaimH7497.Toen de Filistijnen kwamen, zo spreidden zij zich uit in de laagte van Refaim.
KJVAnd the Philistines1came2and spread3themselves in the valley4of Rephaim.5
1וּפְלִשְׁתִּ֖יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine2בָּ֑אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3וַֽיִּפְשְׁט֖וּH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)4בְּעֵ֥מֶקH6010dal, dals, dalendale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק)5רְפָאִֽיםH7497Rafa, reuzen, Refaietengiant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא)
10Toen vraagde David God, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de HEERE zeide tot hem: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen vraagdeH7592DavidH1732GodH430, zeggendeH559: Zal ik optrekkenH5927tegenH5921 de FilistijnenH6430, en zult Gij hen in mijn handH3027gevenH5414? En de HEEREH3068zeideH559 tot hem: TrekH5927 op, want Ik zal hen in uw handH3027gevenH5414.Toen vraagde David God, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de HEERE zeide tot hem: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven.
KJVAnd David2enquired1of God,3saying,4Shall I go up5against the Philistines?7and wilt thou deliver8them into mine hand?9And the LORD12said10unto him, Go up;13for I will deliver14them into thine hand.15
11Toen zij nu optogen naar Baal-Perazim, zo sloeg hen David daar; en David zeide: God heeft mijn vijanden door mijn hand gescheurd, als een scheur der wateren; daarom noemden zij den naam derzelver plaats Baal-Perazim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen zij nu optogenH5927 naar Baal-PerazimH1188, zo sloegH5221 hen DavidH1732daarH8033; en DavidH1732zeideH559: GodH430 heeft mijn vijandenH341 door mijn handH3027gescheurdH6555, als een scheurH6556 der waterenH4325; daaromH3651noemdenH7121zijH1931 den naamH8034 derzelver plaatsH4725Baal-PerazimH1188.Toen zij nu optogen naar Baal-Perazim, zo sloeg hen David daar; en David zeide: God heeft mijn vijanden door mijn hand gescheurd, als een scheur der wateren; daarom noemden zij den naam derzelver plaats Baal-Perazim.
KJVSo they came up1to Baalperazim;2and David6smote4them there. Then David8said,7God10hath broken in9upon mine enemies12by mine hand13like the breaking forth14of waters:15therefore they called18the name19of that place20Baalperazim.3
1וַיַּעֲל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2בְּבַֽעַלH1188Baal-perazimBaal-perazim3פְּרָצִים֮H1188Baal-perazimBaal-perazim4וַיַּכֵּ֣םH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5שָׁ֣םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither6דָּוִיד֒H1732David, DavidsDavid7וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8דָּוִ֔ידH1732David, DavidsDavid9פָּרַ֨ץH6555gescheurd, brak, doorgebroken[idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge10הָֽאֱלֹהִ֧יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אוֹיְבַ֛יH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe13בְּיָדִ֖יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14כְּפֶ֣רֶץH6556scheur, breuk, bressenbreach, breaking forth (in), [idiom] forth, gap15מָ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17כֵּ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you18קָֽרְא֛וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say19שֵֽׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report20הַמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)21הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who22בַּ֥עַלH1188Baal-perazimBaal-perazim23פְּרָצִֽיםH1188Baal-perazimBaal-perazim
12En daar lieten zij hun goden; en David gebood, en zij werden met vuur verbrand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En daarH8033lietenH5800 zij hun godenH430; en DavidH1732geboodH559, en zij werden met vuurH784verbrandH8313.En daar lieten zij hun goden; en David gebood, en zij werden met vuur verbrand.
KJVAnd when they had left1their gods4there, David6gave a commandment,5and they were burned7with fire.8
1וַיַּעַזְבוּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely2שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֱלֹֽהֵיהֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6דָּוִ֔ידH1732David, DavidsDavid7וַיִּשָּׂרְפ֖וּH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly8בָּאֵֽשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot
13Doch de Filistijnen voeren nog voort, en zij verspreidden zich in dat dal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Doch de FilistijnenH6430voerenH3254nogH5750voortH3254, en zij verspreiddenH6584 zich in dat dalH6010.Doch de Filistijnen voeren nog voort, en zij verspreidden zich in dat dal.
KJVAnd the Philistines3yet again1spread themselves abroad4in the valley.5
1וַיֹּסִ֤יפוּH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3פְּלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine4וַֽיִּפְשְׁט֖וּH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)5בָּעֵֽמֶקH6010dal, dals, dalendale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק)
14En David vraagde God nog eens; en God zeide tot hem: Gij zult niet optrekken achter hen heen; maar omsingel hen van boven, en kom tot hen tegenover de moerbezienbomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En DavidH1732vraagdeH7592GodH430nogH5750 eens; en GodH430zeideH559 tot hem: Gij zult nietH3808optrekkenH5927achterH310 hen heen; maar omsingelH5437 hen van bovenH5921, en komH935 tot hen tegenoverH4480 de moerbezienbomenH1057.En David vraagde God nog eens; en God zeide tot hem: Gij zult niet optrekken achter hen heen; maar omsingel hen van boven, en kom tot hen tegenover de moerbezienbomen.
KJVTherefore David3enquired1again of God;4and God7said5unto him, Go not up9after10them; turn away11from them, and come13upon them over against15the mulberry trees.16
1וַיִּשְׁאַ֨לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish2ע֤וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3דָּוִיד֙H1732David, DavidsDavid4בֵּֽאלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לוֹ֙7הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תַֽעֲלֶ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work10אַֽחֲרֵיהֶ֑םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with11הָסֵב֙H5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)12מֵֽעֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13וּבָ֥אתָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14לָהֶ֖ם15מִמּ֥וּלH4136tegenover, voorste, nagel(over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with16הַבְּכָאִֽיםH1057moerbezienbomenmulberry tree
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15En het zal geschieden, als gij hoort het geruis van een gang in de toppen der moerbezienbomen, kom dan uit ten strijde; want God zal voor uw aangezicht uitgegaan zijn, om het leger der Filistijnen te slaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En het zal geschiedenH1961, als gij hoortH8085 het geruisH6963 van een gangH6807 in de toppenH7218 der moerbezienbomenH1057, komH3318 dan uit ten strijdeH4421; wantH3588GodH430 zal voor uw aangezichtH6440uitgegaanH3318 zijn, om het legerH4264 der FilistijnenH6430 te slaanH5221.En het zal geschieden, als gij hoort het geruis van een gang in de toppen der moerbezienbomen, kom dan uit ten strijde; want God zal voor uw aangezicht uitgegaan zijn, om het leger der Filistijnen te slaan.
KJVAnd it shall be, when thou shalt hear2a sound4of going5in the tops6of the mulberry trees,7that then thou shalt go out9to battle:10for God13is gone forth12before14thee to smite15the host17of the Philistines.18
1וִ֠יהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּֽשָׁמְעֲךָ֞H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4ק֤וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5הַצְּעָדָה֙H6807gang, armversierselengoing, ornament of the legs6בְּרָאשֵׁ֣יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top7הַבְּכָאִ֔יםH1057moerbezienbomenmulberry tree8אָ֖זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet9תֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10בַמִּלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)11כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12יָצָ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13הָֽאֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14לְפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15לְהַכּ֖וֹתH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מַחֲנֵ֥הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents18פְלִשְׁתִּֽיםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine
16David nu deed, gelijk als hem God geboden had; en zij sloegen het heir der Filistijnen van Gibeon af tot aan Gezer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16DavidH1732 nu deedH6213, gelijk als hem GodH430gebodenH6680 had; en zij sloegenH5221 het heirH4264 der FilistijnenH6430 van GibeonH1391 af totH5704 aan GezerH1507.David nu deed, gelijk als hem God geboden had; en zij sloegen het heir der Filistijnen van Gibeon af tot aan Gezer.
KJVDavid2therefore did1as God5commanded4him: and they smote6the host8of the Philistines9from Gibeon10even to Gazer.12
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2דָּוִ֔ידH1732David, DavidsDavid3כַּֽאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4צִוָּ֖הוּH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5הָֽאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6וַיַּכּוּ֙H5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מַחֲנֵ֣הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents9פְלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine10מִגִּבְע֖וֹןH1391GibeonGibeon11וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12גָּֽזְרָהH1507Gezer, FilistijnenGazer, Gezer
17Alzo ging Davids naam uit in al die landen; en de HEERE gaf Zijn verschrikking over al die heidenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Alzo ging DavidsH1732naamH8034 uit in alH3605 die landenH776; en de HEEREH3068gafH5414 Zijn verschrikkingH6343overH5921alH3605 die heidenenH1471.Alzo ging Davids naam uit in al die landen; en de HEERE gaf Zijn verschrikking over al die heidenen.
KJVAnd the fame2of David3went out1into all lands;5and the LORD6brought7the fear9of him upon all nations.12
1וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2שֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3דָּוִ֖ידH1732David, DavidsDavid4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָֽאֲרָצ֑וֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6וַֽיהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7נָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9פַּחְדּ֖וֹH6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַגּוֹיִֽםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Kronieken 14:1— Toen zond Hiram, de koning van Tyrus, boden tot David, en cederenhout, en metselaars, en timmerlieden, dat zij hem een huis bouwden.Ezra 3:7→2 Kronieken 2:3→2 Samuël 5:11→1 Kronieken 22:2→2 Samuël 7:2→1 Koningen 5:8→1 Koningen 5:1→Jeremia 22:13→
1 Kronieken 14:2— En David merkte, dat hem de HEERE tot koning bevestigd had over Israel; want zijn koninkrijk werd ten hoogste verheven, om Zijns volks Israels wil.Numeri 24:7→2 Samuël 7:16→Esther 4:14→2 Kronieken 2:11→1 Kronieken 17:17→Psalmen 89:20→1 Koningen 10:9→Jesaja 1:25→
1 Kronieken 14:3— En David nam meer vrouwen te Jeruzalem, en David gewon meer zonen en dochteren.Mattheüs 19:8→Mattheüs 19:4→1 Koningen 11:3→Maleachi 2:14→2 Samuël 5:13→Spreuken 5:18→Prediker 9:9→1 Kronieken 3:1→
1 Kronieken 14:4— Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo,1 Kronieken 3:5→1 Koningen 1:17→2 Samuël 12:24→Lukas 3:31→1 Koningen 3:5→1 Koningen 1:13→Mattheüs 1:6→1 Koningen 2:15→
1 Kronieken 14:5— En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,1 Kronieken 3:6→2 Samuël 5:15→
1 Kronieken 14:7— En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.1 Kronieken 3:8→2 Samuël 5:16→
1 Kronieken 14:8— Toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israel, zo togen al de Filistijnen op om David te zoeken. Toen David dat hoorde zo toog hij uit tegen hen.1 Samuël 21:11→1 Kronieken 11:3→Psalmen 2:1→2 Samuël 5:17→Openbaring 11:15→2 Samuël 5:3→
1 Kronieken 14:9— Toen de Filistijnen kwamen, zo spreidden zij zich uit in de laagte van Refaim.1 Kronieken 11:15→1 Kronieken 14:13→Jesaja 17:5→2 Samuël 23:13→2 Samuël 5:18→
1 Kronieken 14:10— Toen vraagde David God, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de HEERE zeide tot hem: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven.Spreuken 3:6→1 Samuël 23:2→2 Samuël 5:23→2 Samuël 2:1→1 Samuël 30:8→1 Samuël 23:9→2 Samuël 5:19→1 Kronieken 14:14→
1 Kronieken 14:11— Toen zij nu optogen naar Baal-Perazim, zo sloeg hen David daar; en David zeide: God heeft mijn vijanden door mijn hand gescheurd, als een scheur der wateren; daarom noemden zij den naam derzelver plaats Baal-Perazim.Jesaja 28:21→Mattheüs 7:27→Psalmen 144:10→Job 30:14→Psalmen 18:13→Exodus 14:28→Psalmen 144:1→2 Samuël 5:20→
1 Kronieken 14:12— En daar lieten zij hun goden; en David gebood, en zij werden met vuur verbrand.Exodus 32:20→2 Koningen 19:18→1 Samuël 5:2→Deuteronomium 7:25→Deuteronomium 7:5→Exodus 12:12→
1 Kronieken 14:13— Doch de Filistijnen voeren nog voort, en zij verspreidden zich in dat dal.1 Kronieken 14:9→2 Samuël 5:22→1 Koningen 20:22→
1 Kronieken 14:14— En David vraagde God nog eens; en God zeide tot hem: Gij zult niet optrekken achter hen heen; maar omsingel hen van boven, en kom tot hen tegenover de moerbezienbomen.Jozua 8:2→1 Kronieken 14:10→Johannes 9:6→Psalmen 27:4→
1 Kronieken 14:15— En het zal geschieden, als gij hoort het geruis van een gang in de toppen der moerbezienbomen, kom dan uit ten strijde; want God zal voor uw aangezicht uitgegaan zijn, om het leger der Filistijnen te slaan.Richteren 7:15→Handelingen 2:2→2 Koningen 7:6→1 Samuël 14:9→Jesaja 13:4→Richteren 4:14→Filippenzen 2:12→Micha 2:12→
1 Kronieken 14:16— David nu deed, gelijk als hem God geboden had; en zij sloegen het heir der Filistijnen van Gibeon af tot aan Gezer.Jozua 16:10→Genesis 6:22→1 Kronieken 6:67→Johannes 15:14→2 Samuël 5:25→Johannes 13:17→Exodus 39:42→Johannes 2:5→
1 Kronieken 14:17— Alzo ging Davids naam uit in al die landen; en de HEERE gaf Zijn verschrikking over al die heidenen.Deuteronomium 2:25→Exodus 15:14→Jozua 6:27→2 Kronieken 26:8→Jozua 2:9→Psalmen 18:44→Jozua 9:24→Deuteronomium 11:25→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Kronieken 14 vers 4— Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo,
der kinderen,
Anders, dergenen, die hem geboren zijn te Jeruzalem.
Hertaald:der kinderen,
Anders: van hen die hem in Jeruzalem geboren zijn.
Sammúa,
Boven, 1Ch 3 , is enige verandering in deze namen.
Hertaald:Sammúa,
Hierboven, in 1 Kron. 3, zit enig verschil in deze namen.
1 Kronieken 14 vers 7— En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.
Beëljada,
El jada; 2 Sam. 5:16 .
Hertaald:Beëljada,
Eljada; 2 Sam. 5:16.
1 Kronieken 14 vers 8— Toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israel, zo togen al de Filistijnen op om David te zoeken. Toen David dat hoorde zo toog hij uit tegen hen.
zo togen
Te weten, met heirkracht, om hem den krijg aan te doen.
Hertaald:zo togen
Namelijk: met een leger, om hem de oorlog aan te doen.
zo toog hij uit tegen hen
Dat is, hij wachtte niet dat zij hem den oorlog in zijn eigen land zouden komen aandoen, maar last van God gekregen hebbende, trok hun zelf tegemoet. Vergelijk 2 Sam. 5:17 , 19.
Hertaald:zo toog hij uit tegen hen
Dat is: hij wachtte niet totdat zij hem de oorlog in zijn eigen land zouden komen aandoen, maar trok hun, nadat hij van God opdracht gekregen had, zelf tegemoet. Vergelijk 2 Sam. 5:17, 19.
1 Kronieken 14 vers 9— Toen de Filistijnen kwamen, zo spreidden zij zich uit in de laagte van Refaim.
in de laagte
Zie Joz. 15:8 ; 2 Sam. 5:18 ; zij lag in den stam van Juda.
Hertaald:in de laagte
Zie Joz. 15:8; 2 Sam. 5:18; zij lag in de stam Juda.
1 Kronieken 14 vers 10— Toen vraagde David God, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de HEERE zeide tot hem: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven.
vraagde David God,
Te weten, door den hogepriester Abjathar, die den lijfrok aandeed, enz. Zie 1 Sam. 23:9 , en 1 Sam. 30:7 .
Hertaald:vraagde David God,
Namelijk: via de hogepriester Abjathar, die de efod aandeed, enzovoort. Zie 1 Sam. 23:9, en 1 Sam. 30:7.
1 Kronieken 14 vers 11— Toen zij nu optogen naar Baal-Perazim, zo sloeg hen David daar; en David zeide: God heeft mijn vijanden door mijn hand gescheurd, als een scheur der wateren; daarom noemden zij den naam derzelver plaats Baal-Perazim.
zij nu optogen
Te weten, de Israëlieten.
Hertaald:zij nu optogen
Namelijk: de Israëlieten.
Baäl-perázim,
Dat is, scheurplaatsen, of retenpleinen, of, de Heere der scheuringen, of, der reten.
Hertaald:Baäl-perázim,
Dat is: scheurplaatsen, of: plaatsen van scheuringen, of: de HEERE van de scheuringen, of: van de breuken.
God
Zie 2 Sam. 5:20 .
Hertaald:God
Zie 2 Sam. 5:20.
1 Kronieken 14 vers 12— En daar lieten zij hun goden; en David gebood, en zij werden met vuur verbrand.
goden;
2 Sam. 5:21 worden zij afgoden genoemd.
Hertaald:goden;
In 2 Sam. 5:21 worden zij afgoden genoemd.
gebood,
Hebreeuws, zeide.
Hertaald:gebood,
Hebreeuws: zei.
1 Kronieken 14 vers 13— Doch de Filistijnen voeren nog voort, en zij verspreidden zich in dat dal.
in dat dal
Versta, het dal Refraïm, waar zij vijandelijk in gevallen waren, vs.9.
Hertaald:in dat dal
Versta hieronder het dal Refaïm, waar zij vijandig binnengevallen waren, vers 9.
1 Kronieken 14 vers 14— En David vraagde God nog eens; en God zeide tot hem: Gij zult niet optrekken achter hen heen; maar omsingel hen van boven, en kom tot hen tegenover de moerbezienbomen.
omsingel hen
Of, trek om van hen af. Vergelijk 2 Sam. 5:23 .
Hertaald:omsingel hen
Of: trek weg van hen af. Vergelijk 2 Sam. 5:23.
1 Kronieken 14 vers 15— En het zal geschieden, als gij hoort het geruis van een gang in de toppen der moerbezienbomen, kom dan uit ten strijde; want God zal voor uw aangezicht uitgegaan zijn, om het leger der Filistijnen te slaan.
het geruis
Dat is, een geruisch alsof iemand op de toppen der bomen wandelde. Zie 2 Sam. 5:24 . Sommigen verstaan dit van het gezang der engelen, die voor de Israëlieten strijden zouden.
Hertaald:het geruis
Dat is: een geruis alsof iemand op de toppen van de bomen liep. Zie 2 Sam. 5:24. Sommigen betrekken dit op het gezang van de engelen, die voor de Israëlieten zouden strijden.
de toppen
Hebreeuws, in de hoofden.
Hertaald:de toppen
Hebreeuws: in de hoofden.
1 Kronieken 14 vers 17— Alzo ging Davids naam uit in al die landen; en de HEERE gaf Zijn verschrikking over al die heidenen.
de HEERE
Dat is, God maakte dat veel heidense natiën een schrik en vrees van David hadden.
Hertaald:de HEERE
Dat is: God zorgde ervoor dat veel heidense volken schrik en angst voor David hadden.
II. Vs. 1-17.Kruisverwijzingen1 Kronieken 11:15→Ezra 3:7→2 Kronieken 2:3→2 Samuël 5:11→Numeri 24:7→1 Kronieken 3:5→1 Kronieken 3:8→2 Samuël 5:16→ — Toen zond Hiram, de koning van Tyrus, boden tot David, en cederenhout, en metselaars, en timmerlieden, dat zij hem een huis bouwden. En David merkte, dat hem de HEERE tot koning bevestigd had over Israel; want zijn koninkrijk werd ten hoogste verheven, om Zijns volks Israels wil. En David nam meer vrouwen te Jeruzalem, en David gewon meer zonen en dochteren. Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo, En Jibchar, en Elisua, en Elpelet, En Nogah, en Nefeg, en Jafia, En Elisama, en Beeljada, en Elifelet. Toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israel, zo togen al de Filistijnen op om David te zoeken. Toen David dat hoorde zo toog hij uit tegen hen. Toen de Filistijnen kwamen, zo spreidden zij zich uit in de laagte van Refaim. Toen vraagde David God, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de HEERE zeide tot hem: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven. Vóórdat ons bericht voortgaat met de verdere geschiedenis van de verplaatsing van de bondskist naar Jeruzalem, deelt het ons mee de geschiedenis van David’s paleisbouw (vs 1 en 2), van de uitbreiding van zijn huis (vs. 3-7) en van zijn beide zegepralen op de Filistijnen (vs. 8-17), welke geschiedenis hij vroeger had overgeslagen, om zo spoedig mogelijk bovenstaande, met het gehele plan van het werk meer overeenkomende geschiedenis te melden; maar die hij nu beschrijft, omdat het ongeval met de bondskist zelf een afbreking in het verhaal rechtvaardigde. Hij geeft door deze tussen geschreven mededelingen te kennen, dat David niet minder een gezegende van de Heere was dan Obed-Edom, in wiens huis de ark van God drie maanden lang bleef, al was zijn voornemen met die ark de eerste maal niet vervuld; want ofschoon de Heere hem uit het buitenland vrienden schonk, die met hun gaven en krachten hem dienden, en zijn huis liet toenemen en zien uitbreiden, zo deed hij hem ook op zijn vroegere vrienden en tegenwoordige tegenstanders, de Filistijnen, een tweevoudige glansrijke zegepraal behalen. (Vergelijk 2 Samuel .5: 11-25).
KruisverwijzingenEzra 3:7→2 Kronieken 2:3→2 Samuël 5:11→1 Kronieken 22:2→2 Samuël 7:2→1 Koningen 5:8→1 Koningen 5:1→Jeremia 22:13→— Toen zond Hiram, de koning van Tyrus, boden tot David, en cederenhout, en metselaars, en timmerlieden, dat zij hem een huis bouwden.
Toen zond Hiram, de koning van Tyrus, in het land van de Feniciërs, toen hij omstreeks het jaar 1040 vóór Christus aan de regering kwam, boden tot David, zijn machtige en aanzienlijke nabuur, om hem, wiens vriendschap hij, de jeugdige vorst, zozeer nodig voelde te hebben, van zijn troonsbeklimming kennis te geven; maar deze maakte van die gunstige gelegenheid gebruik, om met de koning van een land, dat rijk aan voortreffelijk werkhout was en bijzonder geschikte bouwlieden bezat, onderhandelingen aan te knopen over de bouw van een hem waardig paleis in de door hem uitgekozen residentie (Hoofdstuk 11: 7 vv.), en, overeenkomstig het tussen beide vrienden gesloten verdrag, zond dus Hiram aan David later cederenhout, en metselaars, en timmerlieden, dat zij voor hem een huis bouwden. Over de nijverheid en kunstvaardigheid van de Feniciërs zie bij 2 Samuel .5: 11 ; over de ceders en hun hout, zie Num.24: 6. De oostelijke tot het Israëlitisch gebied behorende Libanon (Anti-Libanon) heeft geen ceders, maar slechts dennen, pijnbomen en cypressen, maar wel de westelijke in de nabijheid van Tyrus gelegen.
KruisverwijzingenNumeri 24:7→2 Samuël 7:16→Esther 4:14→2 Kronieken 2:11→1 Kronieken 17:17→Psalmen 89:20→1 Koningen 10:9→Jesaja 1:25→— En David merkte, dat hem de HEERE tot koning bevestigd had over Israel; want zijn koninkrijk werd ten hoogste verheven, om Zijns volks Israels wil.
En David merkte, leidde uit de gelukkige afloop van deze onderneming, evenals uit die van zijn vroegere, toen hij Jeruzalem op de Jebusieten veroverde (Hoofdstuk 11: 6) af, dat hem de Heere tot koning bevestigd had over Israël; want zijn koninkrijk werd ten hoogste door de Heere steeds meer verheven, omwille van Zijn volk Israël’s, dat Hij door de regering van een man naar Zijn hart op buitengewone wijze wilde zegenen.
KruisverwijzingenMattheüs 19:8→Mattheüs 19:4→1 Koningen 11:3→Maleachi 2:14→2 Samuël 5:13→Spreuken 5:18→Prediker 9:9→1 Kronieken 3:1→— En David nam meer vrouwen te Jeruzalem, en David gewon meer zonen en dochteren.
En David nam, in afkeurenswaardige navolging van de zeden van de Oosterse koningen, waaruit hem echter later menig hartenleed ontsproot, nog meer 1) vrouwen en bijwijven (2 Samuel .5: 13), dan hij reeds had (Hoofdstuk 3: 1-4) te Jeruzalem, om in de nieuwe residentie ook des te grotere pracht en heerlijkheid ten toon te spreiden, en David gewon meer zonen en dochters.
Niet weinige kleine trekken zijn er in David’s geschiedenis, die bewijzen dat het aardse stof ook aan de voeten van de grote Koning kleefde.
Bij deze plaats vgl. het verbod Deuteronomium 17: 17.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 3:5→1 Koningen 1:17→2 Samuël 12:24→Lukas 3:31→1 Koningen 3:5→1 Koningen 1:13→Mattheüs 1:6→1 Koningen 2:15→— Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo,
Dit nu zijn de namen van de kinderen, zonen, die hij te Jeruzalem had, en reeds eenmaal (Hoofdstuk 3: 5-9) zijn opgegeven: Sammua of Simea, en Sobab, Nathan en Salomo, deze vier, waarvan Salomo de eerstgeborene was, kinderen van Bathseba.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 3:6→2 Samuël 5:15→— En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,
En Nogah, maar deze is, zoals de vroeger genoemde Elifelet in zijne prille jeugd reeds gestorven, en Nefeg, en Jafia.
— En Nogah, en Nefeg, en Jafia,
En Elisama, en Beëljeda, of naar een andere naamvorm Eljada, en Elifelet de tweede, na de dood van Elifelet geboren en met dezelfde naam aangeduid. De namen van David’s zonen hebben zeer schone betekenissen. Gods genadekeus, Gods heil, Gods redding, licht, glans, Goddelijke verhoring en dergelijke. Ik besluit daaruit, dat David zich over zijn vele zonen verheugd, God gedankt en hen voor louter genadegiften van God aangezien heeft; zoals hij dan ook nog kort vóór zijn dood God roemt, dat Hij hem zo vele zonen gegeven heeft (Hoofdstuk 28: 5).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 3:8→2 Samuël 5:16→— En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.
En, om hier nog weer een mededeling en wel uit de tijd vóór de zo even vermelde twee gebeurtenissen in te voegen: toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israël (Hoofdstuk 11: 1-3), zo togen al de Filistijnen uit hun aan de zee gelegen vlakte op naar het gebergte Juda, om David te zoeken, zich van zijn persoon meester te maken, en daardoor Israël’s vereniging onder de scepter van zo’n krachtige en bekwame regent te verhinderen; want de tot dusver plaats gehad hebbende splitsing van het volk had het hun alleen mogelijk gemaakt, om zich te handhaven in de opperheerschappij over het land, dat door Sauls nederlaag hun was ten deel gevallen (Hoofdstuk 10: 1-7).Toen David, die toen nog niet naar Jeruzalem verhuisd was, maar nog te Hebron woonde en over de gezamenlijke strijdkrachten van Israël niet beschikken kon, vóórdat hij door een glansrijke zegepraal zich bij het ganse volk in aanzien gebracht had, dat hoorde en met zijn betrekkelijk slechts kleine leger zich te zwak voelde, om zich onverwijld in oorlog met de Filistijnen te begeven, toog hij uit tegen hen, woordelijk: voor hun aangezicht, van hen weg, doordien hij om niet in hun handen te vallen, zijn toevlucht nam tot de bergvesting bij Adullam (2 Samuel .5: 17).
Kruisverwijzingen1 Samuël 21:11→1 Kronieken 11:3→Psalmen 2:1→2 Samuël 5:17→Openbaring 11:15→2 Samuël 5:3→— Toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israel, zo togen al de Filistijnen op om David te zoeken. Toen David dat hoorde zo toog hij uit tegen hen.
Toen de Filistijnen, die van Jeruzalem uit naar Hebron dachten door te dringen, waar zij nog altijd dachten dat David was, kwamen, spreidden zij zich uit in de laagte van Efraïm, in de bergvlakte, die van de zuidwestzijde van Jeruzalem zich een uur ver zuidelijk uitstrekt; want deze stelling was zeer geschikt om de noordelijke stammen van David af te houden, dat zij hem niet te hulp snelden.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 11:15→1 Kronieken 14:13→Jesaja 17:5→2 Samuël 23:13→2 Samuël 5:18→— Toen de Filistijnen kwamen, zo spreidden zij zich uit in de laagte van Refaim.
Toen vroeg David, die in moeilijke omstandigheden niets zonder de raad en de hulp van de Heere ondernam, God door de Uriem en de Tummim (Deuteronomium 33: 8 Exod.28: 30), zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, om hen aan te grijpen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de Heere zei tot hem, door de mond van de hogepriester: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven.
KruisverwijzingenSpreuken 3:6→1 Samuël 23:2→2 Samuël 5:23→2 Samuël 2:1→1 Samuël 30:8→1 Samuël 23:9→2 Samuël 5:19→1 Kronieken 14:14→— Toen vraagde David God, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de HEERE zeide tot hem: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven.
Toen zij, de Filistijnen, nu vanuit hun legerplaats optogen naar Baäl-Perazim, een destijds zo genoemde plaats bij de vlakte van Refaïm, om de hen aanvallende David in de strijd te ontmoeten, sloeg David hen daar; en David voor de door hem bevochten zege de Heere de eer gevend, zei: God heeft mijn vijanden door mijn hand gescheurd, uit elkaar gedreven, als een scheur, doorbraak, van de wateren, d.i. zoals het water met geweld door de dammen breekt en alles voor zich neerrukt; daarom noemden zij, de kinderen van Israël, later de naam van die plaats Baäl-Perazim, Heere van de doorbraak = Breukhuizen of Breukdorp.
KruisverwijzingenJesaja 28:21→Mattheüs 7:27→Psalmen 144:10→Job 30:14→Psalmen 18:13→Exodus 14:28→Psalmen 144:1→2 Samuël 5:20→— Toen zij nu optogen naar Baal-Perazim, zo sloeg hen David daar; en David zeide: God heeft mijn vijanden door mijn hand gescheurd, als een scheur der wateren; daarom noemden zij den naam derzelver plaats Baal-Perazim.
En daar lieten zij, de Filistijnen, bij de snelle vlucht, waarmee zij zich wegmaakten, hun goden, die zij als hun beschermers ook in het leger gebracht hadden, en David, die bij de plundering van het leger zich vooraan bevond, gebood, en zij werden met vuur verbrand (Deuteronomium 7: 5,25).
KruisverwijzingenExodus 32:20→2 Koningen 19:18→1 Samuël 5:2→Deuteronomium 7:25→Deuteronomium 7:5→Exodus 12:12→— En daar lieten zij hun goden; en David gebood, en zij werden met vuur verbrand.
Maar de Filistijnen, door deze nederlaag nog niet moedeloos gemaakt, voeren nog voort om tegen Juda op te trekken, en hun aanslagen tegen David uit te voeren, en zij verspreidden zich andermaal in dat dal Refaïm.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 14:9→2 Samuël 5:22→1 Koningen 20:22→— Doch de Filistijnen voeren nog voort, en zij verspreidden zich in dat dal.
En David, die door zijn vroegere zege geenszins overmoedig was geworden, zodat hij nu in eigen kracht iets zou hebben willen wagen, vroeg God nog eens, en God zei tot hem: U zult ditmaal niet, zoals de vorige keer optrekken, om hen in de strijd te ontmoeten, achter hen heen, maar omsingel hen van boven en kom tot hen tegenover de moerbeziënbomen 1), bakastruiken.
Verboden werd hem de aanval door het voorttrekken op de rechte weg. In plaats daarvan moest hij langs een omweg hen trachten in de rug aan te vallen. Hiermee levert de Schrijver van de Kronieken een verduidelijking van het voor tweeërlei uitlegging vatbaar woord van de Schrijver van de Boeken van Samuel. Het antwoord kan zo verstaan worden: Trek ze niet tegen, grijp ze niet aan, maar trek van achteren om hen heen. Daarom verduidelijkt de Kroniekschrijver het eerste deel van het antwoord zo: Trek niet achter hen om, d.i. rukt niet zo tegen hen aan, dat u op de juiste weg hen aangrijpt, maar wend u van hen af, d.i. sla een richting in, dat u hun flank omgaat, en kom hen van de voorzijde van de Bakastruiken bij.
KruisverwijzingenRichteren 7:15→Handelingen 2:2→2 Koningen 7:6→1 Samuël 14:9→Jesaja 13:4→Richteren 4:14→Filippenzen 2:12→Micha 2:12→— En het zal geschieden, als gij hoort het geruis van een gang in de toppen der moerbezienbomen, kom dan uit ten strijde; want God zal voor uw aangezicht uitgegaan zijn, om het leger der Filistijnen te slaan.
En het zal geschieden, als u hoort het geruis 1) van een gang in de toppen van de moerbeziënbomen, alsof op de toppen van de bomen een legerbende voorbijtrekt, kom dan uit ten strijde, want God zal voor uw aangezicht uitgegaan zijn, dit is u het teken, dat nu Gods legerscharen zich tot uw heil hebben opgemaakt, om het leger van de Filistijnen te slaan, zodat u niets overblijft te doen, dan de geslagenen te vervolgen en uit het land te drijven.
Let steeds op het waaien van Gods Geest en maak u dan ook haastig op tot de goede strijd.
KruisverwijzingenJozua 16:10→Genesis 6:22→1 Kronieken 6:67→Johannes 15:14→2 Samuël 5:25→Johannes 13:17→Exodus 39:42→Johannes 2:5→— David nu deed, gelijk als hem God geboden had; en zij sloegen het heir der Filistijnen van Gibeon af tot aan Gezer.
David nu deed, zoals God hem geboden had 1), en zij, hij en zijn mannen, sloegen het leger van de Filistijnen van Gibeon af, in het oostelijk deel van de stam Benjamin (Joz.18:
tot aan Gezer, op de zuidergrens van de stam Efraïm (Joz.16: 3,5).
De overwinning werd hem ten deel in gehoorzaamheid aan Gods Woord, al scheen deze wijze van strijdvoeren geheel in strijd met de krijgskunst. God wilde David als theocratisch vorst leren, geheel naar Zijn woord zijn leven in te richten en zijn daden te volbrengen. Waar David nu God op Zijn woord gelooft en in kinderlijke gehoorzaamheid het bevel opvolgt, daar toonde hij de man naar Gods hart te zijn, die in waarheid over zijn volk een theocratisch koning zou zijn.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:25→Exodus 15:14→Jozua 6:27→2 Kronieken 26:8→Jozua 2:9→Psalmen 18:44→Jozua 9:24→Deuteronomium 11:25→— Alzo ging Davids naam uit in al die landen; en de HEERE gaf Zijn verschrikking over al die heidenen.
Zo ging, ten gevolge van deze dubbele zegepraal, David’s naam uit in al die landen, zodat men overal van hem sprak als van een machtige en onoverwinnelijke koning, met wie de Heere zijn God was; en de Heere gaf zijn verschrikking, zijn ontzag voor hem over al die heidenen, zodat hij voortaan met blijde moed de Jebusieten in Jeruzalem durfde aangrijpen, en ook krijgslieden uit de pas tot hem overgekomen stammen zich in deze onderneming bij zijn leger voegden. Vs. 8-22 van het volgende feestlied komt overeen met Psalm 105: 1-15, vs 23-33 met Psalm 96 en vs. 34-36 met Psalm 106: 1 en 47. Wij hebben echter niet aan te nemen, dat door de heilige dichter uit die drie genoemde Psalmen dit feestlied is samengesteld. Veeleer dat het met opzet voor deze gelegenheid is vervaardigd en dat de gewijde dichters de genoemde Psalmen zelfstandig hebben vervaardigd, de onderwerpen hier genoemd, in die Psalmen nader en meer uitvoerig hebben uitgewerkt. En dit lied èn de genoemde Psalmen zijn zelfstandige liederen van de door Gods Geest geleide dichters, al kunnen wij aannemen, dat zij dit lied tot grondslag hebben genomen en het in verband met hun tijd hebben uitgewerkt. Het gaat dus niet aan met een beroep op dit gewijde lied een bloemlezing uit de Psalmen voor kerkelijk gebruik te verdedigen. Bij de behandeling van de Psalmen zelf hopen we zin en betekenis van deze woorden nader uiteen te zetten.
Loof de Heere, roept Zijn naam aan, maak Zijn daden bekend onder de volken!
Geef de Heere de eer van Zijn naam, brengt offer en komt voor Zijn aangezicht; aanbidt de Heere in de heerlijkheid van de heiligdom.
Hier staat: Breng offer en komt voor Zijn aangezicht. In Psalm 96: 8: Breng offer en kom in zijn voorhoven. Dit laatste kan hier nog niet gezegd worden, omdat de tabernakel met zijn voorhoven te Gibeon stond en hier alleen een tent was gespannen voor de Ark des Verbonds. In elk geval, omdat hier van geen voorhoven sprake was. Dit bewijst wel, dat het lied voor deze gelegenheid opzettelijk vervaardigd is. Ook in vs. 30 is niet van voorhoven sprake, maar weer van voor Zijn aangezicht, omdat boven de Ark de Heere troonde.
En zeg: Verlos ons, o God van ons heil! en verzamel ons, en red ons van de Heidenen 1), dat wij uw heilige naam loven, en dat wij ons Uw lof roemen.
In Psalm 106: 47 staat: Verlos ons, Heere, onze God, en verzamel ons uit de Heidenen. Hier: Verlos ons, o God van ons heil, en verzamel ons en red ons van de Heidenen. Neemt men nu aan dat Psalm 106 door een dichter is gezongen na de ballingschap, dan valt het ons terstond in het oog, dat wij hier een oorspronkelijk lied voor ons hebben, door David gemaakt, die niet alleen bidt, dat zij verzameld worden, maar ook in het bijzonder verzameld worden van de Heidenen. Ook het slot van vs. 36 in vergelijking met Psalm 106: 48 bewijst dit. Het begin was: Loof de Heere en het slot is: Geloofd zij de Heere. Hij begint en eindigt in zijn God. In dit ganse lied erkent David de Heere als de Alfa en de Omega. Uit de volheid van het hart juicht hij de Heere toe en legt zijn volk een blijde lofzang op de lippen.
Geloofd zij de Heere, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zei (zegge) Amen! en het loofde (love) de Heere 1).
Ook deze laatste woorden behoren nog bij dit heilig feestlied.
Alzo, om thans weer op het verhaal vs. 4 terug te komen liet hij daar, voor de ark des verbonds van de Heere 1), Asaf en zijne broeders, de tot zijn afdeling behorende Levieten, om gedurig te dienen voor de ark, naar dat op elke dag besteld was, en het voorgeschreven dagwerk vorderde.
Omdat er nu twee plaatsen van heilige aanbidding waren, één te Gibeon en één bij de tent op Zion, verdeelt David de personen, voor de dienst aangewezen, in tweeën.
Obed-Edom nu met hun broeders, waren tezamen achtenzestig; en hij stelde Obed-Edom, de zoon van Jeduthun 1), wel te onderscheiden van Jeduthun of Ethan, de zangmeester, en Hosea, tot portiers.
Deze Jeduthun stamt af van de Kahathieten, en Jeduthun, de zangmeester, uit het geslacht van Merari. Ook is de eerste Obed-Edom van de tweede te onderscheiden. De eerste was een zanger (15: 20), de tweede een portier.
En de hogepriester Zadok, uit de lijn Eleazar (Hoofdstuk 6: 4 vv.), en zijn broeders, de tot hen behorende priesters, liet hij voor de tabernakel van de Heere op de hoogte, die te Gibeon is. (2 Samuel .8: 17).
Om de Heere de brandoffers gedurig te offeren op het zich daar bevindende en nog uit Mozes’ tijd afkomstige brandofferaltaar, ‘s morgens en ‘s avonds (Exod.29: 38 vv. 29.38 Num.28: 3 vv.), en zulks naar alles, wat er geschreven staat in de wet van de Heere, maar ook de overige brandoffers te brengen, voorgeschreven in de wet van de Heere, die Hij Israël geboden had (vgl. Num.26.).
En met hen Heman en Jeduthun en de overige, voor de godsdienst te Gibeon uitgelezenen, die met namen uitgedrukt zijn, maar wier afzonderlijke opgave hier niet nodig is, om de Heere te loven: want Zijn goedertierenheid is tot in van de eeuwigheid, en dus om op dezelfde wijze Hem met Psalmen te prijzen als dit voor de bondkist op Zion geschiedde (vs. 5 en 37).
Met hen dan waren de ander uitgelezenen (vs. 41), zoals reeds gezegd is, Heman en Jeduthun met trompetten en cimbalen voor degenen, die zich lieten horen, om daarmee en met instrumenten van de muziek Gods het gezang te begeleiden; maar de zonen van Jeduthun waren aan de poort bij de tabernakel, evenals Obed-Edom de deurwachter bij de Bondskist, een zoon van Jeduthun was (vs 38). (zie Hoofdstuk 26: 8).
Alzo hier nemen wij na de tussenrede (vs. 4-24) de draad van het verhaal in vs. 3 16.3 weer op toog het ganse volk heen, een ieder in zijn huis; en David keerde zich naar het koninklijk paleis om zijn huis te gaan zegenen, zoals hij vroeger over het volk de zegen uitgesproken had.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Kronieken 14
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-17.Kruisverwijzingen1 Kronieken 11:15→Ezra 3:7→2 Kronieken 2:3→2 Samuël 5:11→Numeri 24:7→1 Kronieken 3:5→1 Kronieken 3:8→2 Samuël 5:16→
— Toen zond Hiram, de koning van Tyrus, boden tot David, en cederenhout, en metselaars, en timmerlieden, dat zij hem een huis bouwden. En David merkte, dat hem de HEERE tot koning bevestigd had over Israel; want zijn koninkrijk werd ten hoogste verheven, om Zijns volks Israels wil. En David nam meer vrouwen te Jeruzalem, en David gewon meer zonen en dochteren. Dit nu zijn de namen der kinderen, die hij te Jeruzalem had: Sammua, en Sobab, Nathan en Salomo, En Jibchar, en Elisua, en Elpelet, En Nogah, en Nefeg, en Jafia, En Elisama, en Beeljada, en Elifelet. Toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israel, zo togen al de Filistijnen op om David te zoeken. Toen David dat hoorde zo toog hij uit tegen hen. Toen de Filistijnen kwamen, zo spreidden zij zich uit in de laagte van Refaim. Toen vraagde David God, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de HEERE zeide tot hem: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven.
Vóórdat ons bericht voortgaat met de verdere geschiedenis van de verplaatsing van de bondskist naar Jeruzalem, deelt het ons mee de geschiedenis van David’s paleisbouw (vs 1 en 2), van de uitbreiding van zijn huis (vs. 3-7) en van zijn beide zegepralen op de Filistijnen (vs. 8-17), welke geschiedenis hij vroeger had overgeslagen, om zo spoedig mogelijk bovenstaande, met het gehele plan van het werk meer overeenkomende geschiedenis te melden; maar die hij nu beschrijft, omdat het ongeval met de bondskist zelf een afbreking in het verhaal rechtvaardigde. Hij geeft door deze tussen geschreven mededelingen te kennen, dat David niet minder een gezegende van de Heere was dan Obed-Edom, in wiens huis de ark van God drie maanden lang bleef, al was zijn voornemen met die ark de eerste maal niet vervuld; want ofschoon de Heere hem uit het buitenland vrienden schonk, die met hun gaven en krachten hem dienden, en zijn huis liet toenemen en zien uitbreiden, zo deed hij hem ook op zijn vroegere vrienden en tegenwoordige tegenstanders, de Filistijnen, een tweevoudige glansrijke zegepraal behalen. (Vergelijk 2 Samuel .5: 11-25).
Toen zond Hiram, de koning van Tyrus, in het land van de Feniciërs, toen hij omstreeks het jaar 1040 vóór Christus aan de regering kwam, boden tot David, zijn machtige en aanzienlijke nabuur, om hem, wiens vriendschap hij, de jeugdige vorst, zozeer nodig voelde te hebben, van zijn troonsbeklimming kennis te geven; maar deze maakte van die gunstige gelegenheid gebruik, om met de koning van een land, dat rijk aan voortreffelijk werkhout was en bijzonder geschikte bouwlieden bezat, onderhandelingen aan te knopen over de bouw van een hem waardig paleis in de door hem uitgekozen residentie (Hoofdstuk 11: 7 vv.), en, overeenkomstig het tussen beide vrienden gesloten verdrag, zond dus Hiram aan David later cederenhout, en metselaars, en timmerlieden, dat zij voor hem een huis bouwden. Over de nijverheid en kunstvaardigheid van de Feniciërs zie bij 2 Samuel .5: 11 ; over de ceders en hun hout, zie Num.24: 6. De oostelijke tot het Israëlitisch gebied behorende Libanon (Anti-Libanon) heeft geen ceders, maar slechts dennen, pijnbomen en cypressen, maar wel de westelijke in de nabijheid van Tyrus gelegen.
En David merkte, leidde uit de gelukkige afloop van deze onderneming, evenals uit die van zijn vroegere, toen hij Jeruzalem op de Jebusieten veroverde (Hoofdstuk 11: 6) af, dat hem de Heere tot koning bevestigd had over Israël; want zijn koninkrijk werd ten hoogste door de Heere steeds meer verheven, omwille van Zijn volk Israël’s, dat Hij door de regering van een man naar Zijn hart op buitengewone wijze wilde zegenen.
En David nam, in afkeurenswaardige navolging van de zeden van de Oosterse koningen, waaruit hem echter later menig hartenleed ontsproot, nog meer 1) vrouwen en bijwijven (2 Samuel .5: 13), dan hij reeds had (Hoofdstuk 3: 1-4) te Jeruzalem, om in de nieuwe residentie ook des te grotere pracht en heerlijkheid ten toon te spreiden, en David gewon meer zonen en dochters.
Niet weinige kleine trekken zijn er in David’s geschiedenis, die bewijzen dat het aardse stof ook aan de voeten van de grote Koning kleefde.
Bij deze plaats vgl. het verbod Deuteronomium 17: 17.
Dit nu zijn de namen van de kinderen, zonen, die hij te Jeruzalem had, en reeds eenmaal (Hoofdstuk 3: 5-9) zijn opgegeven: Sammua of Simea, en Sobab, Nathan en Salomo, deze vier, waarvan Salomo de eerstgeborene was, kinderen van Bathseba.
En Nogah, maar deze is, zoals de vroeger genoemde Elifelet in zijne prille jeugd reeds gestorven, en Nefeg, en Jafia.
En Elisama, en Beëljeda, of naar een andere naamvorm Eljada, en Elifelet de tweede, na de dood van Elifelet geboren en met dezelfde naam aangeduid. De namen van David’s zonen hebben zeer schone betekenissen. Gods genadekeus, Gods heil, Gods redding, licht, glans, Goddelijke verhoring en dergelijke. Ik besluit daaruit, dat David zich over zijn vele zonen verheugd, God gedankt en hen voor louter genadegiften van God aangezien heeft; zoals hij dan ook nog kort vóór zijn dood God roemt, dat Hij hem zo vele zonen gegeven heeft (Hoofdstuk 28: 5).
En, om hier nog weer een mededeling en wel uit de tijd vóór de zo even vermelde twee gebeurtenissen in te voegen: toen de Filistijnen hoorden, dat David tot koning gezalfd was over het ganse Israël (Hoofdstuk 11: 1-3), zo togen al de Filistijnen uit hun aan de zee gelegen vlakte op naar het gebergte Juda, om David te zoeken, zich van zijn persoon meester te maken, en daardoor Israël’s vereniging onder de scepter van zo’n krachtige en bekwame regent te verhinderen; want de tot dusver plaats gehad hebbende splitsing van het volk had het hun alleen mogelijk gemaakt, om zich te handhaven in de opperheerschappij over het land, dat door Sauls nederlaag hun was ten deel gevallen (Hoofdstuk 10: 1-7).Toen David, die toen nog niet naar Jeruzalem verhuisd was, maar nog te Hebron woonde en over de gezamenlijke strijdkrachten van Israël niet beschikken kon, vóórdat hij door een glansrijke zegepraal zich bij het ganse volk in aanzien gebracht had, dat hoorde en met zijn betrekkelijk slechts kleine leger zich te zwak voelde, om zich onverwijld in oorlog met de Filistijnen te begeven, toog hij uit tegen hen, woordelijk: voor hun aangezicht, van hen weg, doordien hij om niet in hun handen te vallen, zijn toevlucht nam tot de bergvesting bij Adullam (2 Samuel .5: 17).
Toen de Filistijnen, die van Jeruzalem uit naar Hebron dachten door te dringen, waar zij nog altijd dachten dat David was, kwamen, spreidden zij zich uit in de laagte van Efraïm, in de bergvlakte, die van de zuidwestzijde van Jeruzalem zich een uur ver zuidelijk uitstrekt; want deze stelling was zeer geschikt om de noordelijke stammen van David af te houden, dat zij hem niet te hulp snelden.
Toen vroeg David, die in moeilijke omstandigheden niets zonder de raad en de hulp van de Heere ondernam, God door de Uriem en de Tummim (Deuteronomium 33: 8 Exod.28: 30), zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, om hen aan te grijpen, en zult Gij hen in mijn hand geven? En de Heere zei tot hem, door de mond van de hogepriester: Trek op, want Ik zal hen in uw hand geven.
Toen zij, de Filistijnen, nu vanuit hun legerplaats optogen naar Baäl-Perazim, een destijds zo genoemde plaats bij de vlakte van Refaïm, om de hen aanvallende David in de strijd te ontmoeten, sloeg David hen daar; en David voor de door hem bevochten zege de Heere de eer gevend, zei: God heeft mijn vijanden door mijn hand gescheurd, uit elkaar gedreven, als een scheur, doorbraak, van de wateren, d.i. zoals het water met geweld door de dammen breekt en alles voor zich neerrukt; daarom noemden zij, de kinderen van Israël, later de naam van die plaats Baäl-Perazim, Heere van de doorbraak = Breukhuizen of Breukdorp.
En daar lieten zij, de Filistijnen, bij de snelle vlucht, waarmee zij zich wegmaakten, hun goden, die zij als hun beschermers ook in het leger gebracht hadden, en David, die bij de plundering van het leger zich vooraan bevond, gebood, en zij werden met vuur verbrand (Deuteronomium 7: 5,25).
Maar de Filistijnen, door deze nederlaag nog niet moedeloos gemaakt, voeren nog voort om tegen Juda op te trekken, en hun aanslagen tegen David uit te voeren, en zij verspreidden zich andermaal in dat dal Refaïm.
En David, die door zijn vroegere zege geenszins overmoedig was geworden, zodat hij nu in eigen kracht iets zou hebben willen wagen, vroeg God nog eens, en God zei tot hem: U zult ditmaal niet, zoals de vorige keer optrekken, om hen in de strijd te ontmoeten, achter hen heen, maar omsingel hen van boven en kom tot hen tegenover de moerbeziënbomen 1), bakastruiken.
Verboden werd hem de aanval door het voorttrekken op de rechte weg. In plaats daarvan moest hij langs een omweg hen trachten in de rug aan te vallen. Hiermee levert de Schrijver van de Kronieken een verduidelijking van het voor tweeërlei uitlegging vatbaar woord van de Schrijver van de Boeken van Samuel. Het antwoord kan zo verstaan worden: Trek ze niet tegen, grijp ze niet aan, maar trek van achteren om hen heen. Daarom verduidelijkt de Kroniekschrijver het eerste deel van het antwoord zo: Trek niet achter hen om, d.i. rukt niet zo tegen hen aan, dat u op de juiste weg hen aangrijpt, maar wend u van hen af, d.i. sla een richting in, dat u hun flank omgaat, en kom hen van de voorzijde van de Bakastruiken bij.
En het zal geschieden, als u hoort het geruis 1) van een gang in de toppen van de moerbeziënbomen, alsof op de toppen van de bomen een legerbende voorbijtrekt, kom dan uit ten strijde, want God zal voor uw aangezicht uitgegaan zijn, dit is u het teken, dat nu Gods legerscharen zich tot uw heil hebben opgemaakt, om het leger van de Filistijnen te slaan, zodat u niets overblijft te doen, dan de geslagenen te vervolgen en uit het land te drijven.
Let steeds op het waaien van Gods Geest en maak u dan ook haastig op tot de goede strijd.
David nu deed, zoals God hem geboden had 1), en zij, hij en zijn mannen, sloegen het leger van de Filistijnen van Gibeon af, in het oostelijk deel van de stam Benjamin (Joz.18:
tot aan Gezer, op de zuidergrens van de stam Efraïm (Joz.16: 3,5).
De overwinning werd hem ten deel in gehoorzaamheid aan Gods Woord, al scheen deze wijze van strijdvoeren geheel in strijd met de krijgskunst. God wilde David als theocratisch vorst leren, geheel naar Zijn woord zijn leven in te richten en zijn daden te volbrengen. Waar David nu God op Zijn woord gelooft en in kinderlijke gehoorzaamheid het bevel opvolgt, daar toonde hij de man naar Gods hart te zijn, die in waarheid over zijn volk een theocratisch koning zou zijn.
Zo ging, ten gevolge van deze dubbele zegepraal, David’s naam uit in al die landen, zodat men overal van hem sprak als van een machtige en onoverwinnelijke koning, met wie de Heere zijn God was; en de Heere gaf zijn verschrikking, zijn ontzag voor hem over al die heidenen, zodat hij voortaan met blijde moed de Jebusieten in Jeruzalem durfde aangrijpen, en ook krijgslieden uit de pas tot hem overgekomen stammen zich in deze onderneming bij zijn leger voegden. Vs. 8-22 van het volgende feestlied komt overeen met Psalm 105: 1-15, vs 23-33 met Psalm 96 en vs. 34-36 met Psalm 106: 1 en 47. Wij hebben echter niet aan te nemen, dat door de heilige dichter uit die drie genoemde Psalmen dit feestlied is samengesteld. Veeleer dat het met opzet voor deze gelegenheid is vervaardigd en dat de gewijde dichters de genoemde Psalmen zelfstandig hebben vervaardigd, de onderwerpen hier genoemd, in die Psalmen nader en meer uitvoerig hebben uitgewerkt. En dit lied èn de genoemde Psalmen zijn zelfstandige liederen van de door Gods Geest geleide dichters, al kunnen wij aannemen, dat zij dit lied tot grondslag hebben genomen en het in verband met hun tijd hebben uitgewerkt. Het gaat dus niet aan met een beroep op dit gewijde lied een bloemlezing uit de Psalmen voor kerkelijk gebruik te verdedigen. Bij de behandeling van de Psalmen zelf hopen we zin en betekenis van deze woorden nader uiteen te zetten.
Loof de Heere, roept Zijn naam aan, maak Zijn daden bekend onder de volken!
Geef de Heere de eer van Zijn naam, brengt offer en komt voor Zijn aangezicht; aanbidt de Heere in de heerlijkheid van de heiligdom.
Hier staat: Breng offer en komt voor Zijn aangezicht. In Psalm 96: 8: Breng offer en kom in zijn voorhoven. Dit laatste kan hier nog niet gezegd worden, omdat de tabernakel met zijn voorhoven te Gibeon stond en hier alleen een tent was gespannen voor de Ark des Verbonds. In elk geval, omdat hier van geen voorhoven sprake was. Dit bewijst wel, dat het lied voor deze gelegenheid opzettelijk vervaardigd is. Ook in vs. 30 is niet van voorhoven sprake, maar weer van voor Zijn aangezicht, omdat boven de Ark de Heere troonde.
En zeg: Verlos ons, o God van ons heil! en verzamel ons, en red ons van de Heidenen 1), dat wij uw heilige naam loven, en dat wij ons Uw lof roemen.
In Psalm 106: 47 staat: Verlos ons, Heere, onze God, en verzamel ons uit de Heidenen. Hier: Verlos ons, o God van ons heil, en verzamel ons en red ons van de Heidenen. Neemt men nu aan dat Psalm 106 door een dichter is gezongen na de ballingschap, dan valt het ons terstond in het oog, dat wij hier een oorspronkelijk lied voor ons hebben, door David gemaakt, die niet alleen bidt, dat zij verzameld worden, maar ook in het bijzonder verzameld worden van de Heidenen. Ook het slot van vs. 36 in vergelijking met Psalm 106: 48 bewijst dit. Het begin was: Loof de Heere en het slot is: Geloofd zij de Heere. Hij begint en eindigt in zijn God. In dit ganse lied erkent David de Heere als de Alfa en de Omega. Uit de volheid van het hart juicht hij de Heere toe en legt zijn volk een blijde lofzang op de lippen.
Geloofd zij de Heere, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zei (zegge) Amen! en het loofde (love) de Heere 1).
Ook deze laatste woorden behoren nog bij dit heilig feestlied.
Alzo, om thans weer op het verhaal vs. 4 terug te komen liet hij daar, voor de ark des verbonds van de Heere 1), Asaf en zijne broeders, de tot zijn afdeling behorende Levieten, om gedurig te dienen voor de ark, naar dat op elke dag besteld was, en het voorgeschreven dagwerk vorderde.
Omdat er nu twee plaatsen van heilige aanbidding waren, één te Gibeon en één bij de tent op Zion, verdeelt David de personen, voor de dienst aangewezen, in tweeën.
Obed-Edom nu met hun broeders, waren tezamen achtenzestig; en hij stelde Obed-Edom, de zoon van Jeduthun 1), wel te onderscheiden van Jeduthun of Ethan, de zangmeester, en Hosea, tot portiers.
Deze Jeduthun stamt af van de Kahathieten, en Jeduthun, de zangmeester, uit het geslacht van Merari. Ook is de eerste Obed-Edom van de tweede te onderscheiden. De eerste was een zanger (15: 20), de tweede een portier.
En de hogepriester Zadok, uit de lijn Eleazar (Hoofdstuk 6: 4 vv.), en zijn broeders, de tot hen behorende priesters, liet hij voor de tabernakel van de Heere op de hoogte, die te Gibeon is. (2 Samuel .8: 17).
Om de Heere de brandoffers gedurig te offeren op het zich daar bevindende en nog uit Mozes’ tijd afkomstige brandofferaltaar, ‘s morgens en ‘s avonds (Exod.29: 38 vv. 29.38 Num.28: 3 vv.), en zulks naar alles, wat er geschreven staat in de wet van de Heere, maar ook de overige brandoffers te brengen, voorgeschreven in de wet van de Heere, die Hij Israël geboden had (vgl. Num.26.).
En met hen Heman en Jeduthun en de overige, voor de godsdienst te Gibeon uitgelezenen, die met namen uitgedrukt zijn, maar wier afzonderlijke opgave hier niet nodig is, om de Heere te loven: want Zijn goedertierenheid is tot in van de eeuwigheid, en dus om op dezelfde wijze Hem met Psalmen te prijzen als dit voor de bondkist op Zion geschiedde (vs. 5 en 37).
Met hen dan waren de ander uitgelezenen (vs. 41), zoals reeds gezegd is, Heman en Jeduthun met trompetten en cimbalen voor degenen, die zich lieten horen, om daarmee en met instrumenten van de muziek Gods het gezang te begeleiden; maar de zonen van Jeduthun waren aan de poort bij de tabernakel, evenals Obed-Edom de deurwachter bij de Bondskist, een zoon van Jeduthun was (vs 38). (zie Hoofdstuk 26: 8).
Alzo hier nemen wij na de tussenrede (vs. 4-24) de draad van het verhaal in vs. 3 16.3 weer op toog het ganse volk heen, een ieder in zijn huis; en David keerde zich naar het koninklijk paleis om zijn huis te gaan zegenen, zoals hij vroeger over het volk de zegen uitgesproken had.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel