Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1DezenH428 nu zijn het, die tot DavidH1732kwamenH935 naar ZiklagH6860, toen hij nogH5750beslotenH6113 was voor het aangezichtH6440 van SaulH7586, den zoonH1121 van KisH7027; zijH1992 waren ook onder de heldenH1368, die tot dien krijgH4421hielpenH5826.Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.
KJVNow these are they that came2to David4to Ziklag,5while he yet kept himself close7because8of Saul9the son10of Kish:11and they were among the mighty men,13helpers14of the war.15
1וְאֵ֗לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2הַבָּאִ֤יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4דָּוִיד֙H1732David, DavidsDavid5לְצִ֣יקְלַ֔גH6860ZiklagZiklag6ע֣וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)7עָצ֔וּרH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)8מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9שָׁא֣וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11קִ֑ישׁH7027Kis, broedersKish12וְהֵ֨מָּה֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye13בַּגִּבּוֹרִ֔יםH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man14עֹזְרֵ֖יH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour15הַמִּלְחָמָֽהH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)
2Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2GewapendH5401 met bogenH7198, rechtsH3231 en linksH8041 met stenenH68 werpende, en met pijlenH2671 schietende uit den boogH7198; zij waren van de broederenH251 van SaulH7586, uit BenjaminH1144.Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin.
KJVThey were armed1with bows,2and could use both the right hand3and the left4in hurling stones5and shooting arrows6out of a bow,7even of Saul's9brethren8of Benjamin.10
1נֹ֣שְׁקֵיH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched2קֶ֗שֶׁתH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)3מַיְמִינִ֤יםH3231rechter-, rechterhand, rechtsgo (turn) to (on, use) the right hand4וּמַשְׂמִאלִים֙H8041linkerhand, links, linksom(go, turn) (on the, to the) left5בָּֽאֲבָנִ֔יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)6וּבַחִצִּ֖יםH2671pijlen, pijl, moordpijl[phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound7בַּקָּ֑שֶׁתH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)8מֵאֲחֵ֥יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9שָׁא֖וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul10מִבִּנְיָמִֽןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin
3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Het hoofdH7218 was AhiezerH295, en JoasH3101, zonenH1121 van SemaaH8094, den GibeathietH1395; daarna JezielH3149 en PeletH6404, zonenH1121 van AzmavethH5820, en BerachaH1294, en JehuH3058, de AnathothietH6069.Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.
4En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En JismajaH3460, de GibeonietH1393, was een heldH1368 onder de dertigH7970, en overH5921dertigH7970 gesteld; en JirmejaH3414, en JahazielH3166, en JohananH3110, en JozabadH3107, de GederathietH1452;En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;
KJVAnd Ismaiah1the Gibeonite,2a mighty man3among the thirty,4and over the thirty;6and Jeremiah,and Jahaziel,and Johanan,and Josabadthe Gederathite,
1וְיִֽשְׁמַֽעְיָ֧הH3460JismajaIshmaiah2הַגִּבְעוֹנִ֛יH1393Gibeonieten, GibeonietGibeonite3גִּבּ֥וֹרH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man4בַּשְּׁלֹשִׁ֖יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)5וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַשְּׁלֹשִֽׁיםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5EluzaiH498, en JerimothH3406, en BealjaH1183, en SemarjaH8114, en SefatjaH8203, de HarufietH2741;Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;
1אֶלְעוּזַ֤יH498EluzaiEluzai2וִירִימוֹת֙H3406Jeremoth, JerimothJermoth, Jerimoth, and Ramoth (from the margin)3וּבְעַלְיָ֣הH1183BealjaBealiah4וּשְׁמַרְיָ֔הוּH8114Semarja, SemariaShamariah, Shemariah5וּשְׁפַטְיָ֖הוּH8203SefatjaShephatiah6הַחֲרוּפִֽיH2741HarufietHaruphite
6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6ElkanaH511, en JissiaH3449, en AzareelH5832, en JoezerH3134, en JasobamH3434, de KorahietenH7145;Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;
7En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En JoelaH3132 en ZebadjaH2069, de zonenH1121 van JerohamH3395, van GedorH1446.En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.
8Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Ook scheiddenH914 zich van de GadietenH1425 af tot DavidH1732, in die vestingH4679 naar de woestijnH4057, kloekeH2428heldenH1368, krijgsliedenH582 ten oorlogH4421, toegerustH6186 met rondasH6793 en schildH7420; en hun aangezichtenH6440 waren aangezichtenH6440 der leeuwenH738; en zij waren als de reeenH6643 op de bergenH2022 in snelheidH4116.Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid.
KJVAnd of the Gaditesthere separatedthemselves unto Davidinto the holdto the wildernessmenof might,and menof warfit for the battle,that could handleshieldand buckler,whose faceswere like the facesof lions,and were as swiftas the roesupon the mountains;
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַגָּדִ֡יH1425Gadieten, GadietGadites, children of Gad3נִבְדְּל֣וּH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5דָּוִיד֩H1732David, DavidsDavid6לַמְצַ֨דH4679vestingen, vesting, burgcastle, fort, (strong) hold, munition7מִדְבָּ֜רָהH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness8גִּבֹּרֵ֣יH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man9הַחַ֗יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)10אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11צָבָא֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)12לַמִּלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)13עֹרְכֵ֥יH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value14צִנָּ֖הH6793rondas, rondassen, hakenbuckler, cold, hook, shield, target15וָרֹ֑מַחH7420spiesen, spies, priemenbuckler, javelin, lancet, spear16וּפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17אַרְיֵה֙H738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)18פְּנֵיהֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you19וְכִצְבָאיִ֥םH6643ree, sieraad, reeenbeautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck)20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21הֶהָרִ֖יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion22לְמַהֵֽרH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
9Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9EzerH5829 was het hoofdH7218; ObadjaH5662 de tweedeH8145; EliabH446 de derdeH7992;Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10MismannaH4925 de vierdeH7243; JirmejaH3414 de vijfdeH2549;Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11AttaiH6262 de zesdeH8345; ElielH447 de zevendeH7637;Attai de zesde; Eliel de zevende;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12JohananH3110 de achtsteH8066; ElzabadH443 de negendeH8671;Johanan de achtste; Elzabad de negende;
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Jirmeja de tiendeH6224; MachbannaiH4344 de elfdeH6249.Jirmeja de tiende; Machbannai de elfde.
14Dezen waren van de kinderen van Gad, hoofden des heirs; een van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Dezen waren van de kinderenH1121 van GadH1410, hoofdenH7218 des heirsH6635; een van de kleinstenH6996 was over honderdH3967, en de grootsteH1419 over duizendH505.Dezen waren van de kinderen van Gad, hoofden des heirs; een van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.
KJVThese were of the sonsof Gad,captainsof the host:oneof the leastwas over an hundred,and the greatestover a thousand.
15Deze zelfden zijn het, die over de Jordaan gingen in de eerste maand, toen dezelve vol was aan al haar oevers; en zij verdreven al de inwoners der laagten, tegen het oosten en tegen het westen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Deze zelfdenH1992 zijn het, die over de JordaanH3383gingenH5674 in de eersteH7223maandH2320, toen dezelve volH4390 was aan al haar oeversH1415; en zij verdrevenH1272 al de inwonersH259 der laagtenH6010, tegen het oostenH4217 en tegen het westenH4628.Deze zelfden zijn het, die over de Jordaan gingen in de eerste maand, toen dezelve vol was aan al haar oevers; en zij verdreven al de inwoners der laagten, tegen het oosten en tegen het westen.
KJVThese are they that went overJordanin the firstmonth,when it had overflownall his banks;and they put to flightall them of the valleys,both toward the east,and toward the west.
1אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2הֵ֗םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָבְר֤וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַיַּרְדֵּן֙H3383JordaanJordan7בַּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon8הָרִאשׁ֔וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past9וְה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10מְמַלֵּ֖אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13גְּדוֹתָ֑יוH1415oeversbank14וַיַּבְרִ֨יחוּ֙H1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הָ֣עֲמָקִ֔יםH6010dal, dals, dalendale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק)18לַמִּזְרָ֖חH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)19וְלַֽמַּעֲרָֽבH4628westen, ondergang, nedergangwest
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
16Er kwamen ook van de kinderen van Benjamin en Juda op de vesting tot David.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Er kwamen ook van de kinderenH1121 van BenjaminH1144 en JudaH3063opH5921 de vestingH4679 tot DavidH1732.Er kwamen ook van de kinderen van Benjamin en Juda op de vesting tot David.
KJVAnd there cameof the childrenof Benjaminand Judahto the holdunto David.
1וַיָּבֹ֗אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4בִנְיָמִן֙H1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin5וִֽיהוּדָ֔הH3063JudaJudah6עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7לַמְצָ֖דH4679vestingen, vesting, burgcastle, fort, (strong) hold, munition8לְדָוִֽידH1732David, DavidsDavid
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17En David ging uit hun tegemoet, en antwoordde, en zeide tot hen: Indien gijlieden ten vrede tot mij gekomen zijt, om mij te helpen, zo zal mijn hart tegelijk over ulieden zijn; maar indien het is, om mij aan mijn vijanden bedriegelijk over te leveren, daar toch geen wrevel in mijn handen is, de God onzer vaderen zie het, en straffe het!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En DavidH1732 ging uitH4480 hun tegemoetH6440, en antwoorddeH6030, en zeideH559 tot hen: Indien gijlieden ten vredeH7965 tot mij gekomenH935 zijt, om mij te helpenH5826, zo zal mijn hartH3824tegelijkH3162 over ulieden zijn; maar indien het is, om mij aan mijn vijandenH6862bedriegelijkH7411 over te leveren, daar toch geen wrevelH2555 in mijn handenH3709 is, de GodH430 onzer vaderenH1zieH7200 het, en straffeH3198 het!En David ging uit hun tegemoet, en antwoordde, en zeide tot hen: Indien gijlieden ten vrede tot mij gekomen zijt, om mij te helpen, zo zal mijn hart tegelijk over ulieden zijn; maar indien het is, om mij aan mijn vijanden bedriegelijk over te leveren, daar toch geen wrevel in mijn handen is, de God onzer vaderen zie het, en straffe het!
KJVAnd David8went outto meetthem, and answeredand saidunto them, If ye be come1peaceablyunto me to helpme, mine heartshall be knitunto you: but if ye be come to betrayme to mine enemies,seeing there is nowrongin mine hands,the Godof our fatherslookthereon, and rebukeit.
1וַיֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2דָוִיד֮H1732David, DavidsDavid3לִפְנֵיהֶם֒H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4וַיַּ֨עַן֙H6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)5וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לָהֶ֔ם7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8לְשָׁל֞וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly9בָּאתֶ֤םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֵלַי֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11לְעָזְרֵ֔נִיH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour12יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לִּ֧י14עֲלֵיכֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15לֵבָ֖בH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding16לְיָ֑חַדH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal17וְאִֽםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet18לְרַמּוֹתַ֣נִיH7411bedrogen, bedriegelijk, bedriegtbeguile, betray, (bow-) man, carry, deceive, throw19לְצָרַ֗יH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble20בְּלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21חָמָס֙H2555geweld, gewelds, wrevelcruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong22בְּכַפַּ֔יH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon23יֵ֛רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions24אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty25אֲבוֹתֵ֖ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'26וְיוֹכַֽחH3198bestraft, bestraffen, straffenappoint, argue, chasten, convince, correct(-ion), daysman, dispute, judge, maintain, plead, reason (together), rebuke, reprove(-r), surely, in any wise
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18En de Geest toog Amasai aan, den overste der hoofdlieden, en hij zeide: Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isai. Vrede, vrede zij u, en vrede uw helperen; want uw God helpt u. Toen nam David hen aan, en stelde hen tot hoofden der benden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de GeestH7307toogH3847AmasaiH6022 aan, den oversteH7218 der hoofdliedenH7970, en hij zeideH559: Wij zijn uw, o DavidH1732, en met u zijn wij, gij, zoonH1121 van IsaiH3448. VredeH7965, vredeH7965 zij u, en vredeH7965 uw helperenH5826; want uw GodH430helptH5826 u. Toen nam DavidH1732 hen aan, en steldeH5414 hen totH413hoofdenH7218 der bendenH1416.En de Geest toog Amasai aan, den overste der hoofdlieden, en hij zeide: Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isai. Vrede, vrede zij u, en vrede uw helperen; want uw God helpt u. Toen nam David hen aan, en stelde hen tot hoofden der benden.
KJVThen the spiritcameupon Amasai,who was chiefof the captains,and he said, Thine are we, David,2and on thy side, thou sonof Jesse:peace,8peacebe unto thee, and peacebe to thine helpers;11for thy God24helpeththee. Then Davidreceivedthem, and madethem captainsof the band.
1וְר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)2לָבְשָׁ֗הH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֲמָשַׂי֮H6022Amasai, AmasiaAmasai5רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top6הַשָּׁלִישִׁים֒H7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7לְךָ֤8דָוִיד֙H1732David, DavidsDavid9וְעִמְּךָ֣H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשַׁ֔יH3448IsaiJesse12שָׁל֨וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly13שָׁל֜וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly14לְךָ֗15וְשָׁלוֹם֙H7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly16לְעֹ֣זְרֶ֔ךָH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour17כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18עֲזָרְךָ֖H5826helpen, geholpen, helperhelp, succour19אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20וַיְקַבְּלֵ֣םH6901namen, nam, ontvangenchoose, (take) hold, receive, (under-) take21דָּוִ֔ידH1732David, DavidsDavid22וַֽיִּתְּנֵ֖םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield23בְּרָאשֵׁ֥יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top24הַגְּדֽוּדH1416benden, bende, bende straatschendersarmy, band (of men), company, troop (of robbers)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19Er vielen ook van Manasse tot David, toen hij met de Filistijnen kwam, om tegen Saul te strijden, alhoewel zij hen niet hielpen; want de vorsten der Filistijnen verlieten hem met raad, zeggende: Met gevaar van onze hoofden zou hij tot Saul, zijn heer, vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Er vielenH5307 ook van ManasseH4519 tot DavidH1732, toen hij metH5973 de FilistijnenH6430 kwam, om tegen SaulH7586 te strijdenH4421, alhoewelH3808 zij hen niet hielpenH5826; wantH3588 de vorstenH5633 der FilistijnenH6430verlietenH7971 hem met raadH6098, zeggendeH559: Met gevaar van onze hoofdenH7218 zou hij tot SaulH7586, zijn heerH113, vallenH5307.Er vielen ook van Manasse tot David, toen hij met de Filistijnen kwam, om tegen Saul te strijden, alhoewel zij hen niet hielpen; want de vorsten der Filistijnen verlieten hem met raad, zeggende: Met gevaar van onze hoofden zou hij tot Saul, zijn heer, vallen.
KJVAnd there fellsome of Manassehto David,8when he camewith the Philistinesagainst Saulto battle:but they helped16them not: for the lordsof the Philistinesupon advisementsenthim away, saying,He will fallto his masterSaulto the jeopardy of our heads.5
1וּמִֽמְּנַשֶּׁ֞הH4519ManasseManasseh2נָפְל֣וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4דָּוִ֗ידH1732David, DavidsDavid5בְּבֹא֨וֹH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7פְּלִשְׁתִּ֧יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9שָׁא֛וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul10לַמִּלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)11וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12עֲזָרֻ֑םH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour13כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14בְעֵצָ֗הH6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose15שִׁלְּחֻ֜הוּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)16סַרְנֵ֤יH5633vorsten, oversten, platenlord, plate17פְלִשְׁתִּים֙H6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine18לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19בְּרָאשֵׁ֕ינוּH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top20יִפּ֖וֹלH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down21אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22אֲדֹנָ֥יוH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'23שָׁאֽוּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul
20Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en Michael, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen hij naar ZiklagH6860toogH3212, vielenH5307 tot hem uit ManasseH4519: AdnahH5734, en JozabadH3107, en JediaelH3043, en MichaelH4317, en JozabadH3107, en ElihuH453, en ZillethaiH6769; hoofdenH7218 der duizendenH505, die in ManasseH4519 waren.Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en Michael, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.
KJVAs he wentto Ziklag,there fell2to him of Manasseh,1Adnah,and Jozabad,and Jediael,and Michael,and Jozabad,and Elihu,and Zilthai,captains19of the thousandsthat were of Manasseh.
1בְּלֶכְתּ֣וֹH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3צִֽיקְלַ֗גH6860ZiklagZiklag4נָפְל֣וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down5עָלָ֣יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מִֽמְּנַשֶּׁ֡הH4519ManasseManasseh7עַ֠דְנַחH5734Adna, AdnahAdnah8וְיוֹזָבָ֤דH3107JozabadJosabad, Jozabad9וִידִֽיעֲאֵל֙H3043JediaelJediael10וּמִיכָאֵ֣לH4317MichaelMichael11וְיוֹזָבָ֔דH3107JozabadJosabad, Jozabad12וֶאֱלִיה֖וּאH453ElihuElihu13וְצִלְּתָ֑יH6769ZillethaiZilthai14רָאשֵׁ֥יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top15הָאֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand16אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17לִמְנַשֶּֽׁהH4519ManasseManasseh
21En dezen hielpen David mede tegen die benden; want alle dezen waren kloeke helden; en zij waren oversten in het heir.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En dezen hielpenH5826DavidH1732medeH5973 tegen dieH834bendenH1416; want alle dezen waren kloekeH2428heldenH1368; en zij waren overstenH8269 in het heirH6635.En dezen hielpen David mede tegen die benden; want alle dezen waren kloeke helden; en zij waren oversten in het heir.
KJVAnd they helpedDavidagainst the bandof the rovers: for they were all mighty menof valour,and were captainsin the host.
1וְהֵ֗מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye2עָזְר֤וּH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4דָּוִיד֙H1732David, DavidsDavid5עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַגְּד֔וּדH1416benden, bende, bende straatschendersarmy, band (of men), company, troop (of robbers)7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8גִבּ֥וֹרֵיH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man9חַ֖יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)10כֻּלָּ֑םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11וַיִּהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12שָׂרִ֖יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward13בַּצָּבָֽאH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
22Want er kwamen er te dier tijd dag bij dag tot David, om hem te helpen, tot een groot leger toe, als een leger Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Want er kwamen er te dier tijdH6256dagH3117 bij dagH3117 tot DavidH1732, om hem te helpenH5826, tot een groot legerH4264 toe, als een legerH4264GodsH430.Want er kwamen er te dier tijd dag bij dag tot David, om hem te helpen, tot een groot leger toe, als een leger Gods.
KJVFor at that timedayby daythere cameto David4to help2him, until it was a greathost,like the hostof God.
1כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לְעֶתH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when3י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4בְּי֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5יָבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7דָּוִ֖ידH1732David, DavidsDavid8לְעָזְר֑וֹH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10לְמַחֲנֶ֥הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents11גָד֖וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very12כְּמַחֲנֵ֥הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents13אֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
23En dit zijn de getallen der hoofden dergenen, die toegerust waren ten heire, die tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar den mond des HEEREN:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En dit zijn de getallenH4557 der hoofdenH7218 dergenen, die toegerust waren ten heireH6635, die totH5704DavidH1732 te HebronH2275kwamenH935, om het koninkrijkH4438 van SaulH7586 tot hem te wendenH5437, naar den mondH6310 des HEEREN:En dit zijn de getallen der hoofden dergenen, die toegerust waren ten heire, die tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar den mond des HEEREN:
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVAnd these are the numbersof the bandsthat were ready armedto the war,and came5to David7to Hebron,to turnthe kingdomof Saulto him, according to the wordof the LORD.
1וְ֠אֵלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2מִסְפְּרֵ֞יH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time3רָאשֵׁ֤יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4הֶֽחָלוּץ֙H2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self5לַצָּבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6בָּ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8דָּוִ֖ידH1732David, DavidsDavid9חֶבְר֑וֹנָהH2275HebronHebron10לְהָסֵ֞בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)11מַלְכ֥וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal12שָׁא֛וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul13אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14כְּפִ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word15יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24Van de kinderen van Juda, die rondassen en spiesen droegen, waren zes duizend en achthonderd toegerust ten heire;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Van de kinderenH1121 van JudaH3063, dieH428rondassenH6793 en spiesenH7420droegenH5375, waren zesH8337duizendH505 en achthonderdH8083toegerustH2502 ten heireH6635;Van de kinderen van Juda, die rondassen en spiesen droegen, waren zes duizend en achthonderd toegerust ten heire;
KJVThe childrenof Judahthat bareshieldand spearwere sixthousandand eighthundred,ready armed4to the war.5
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25Van de kinderen van Simeon, kloeke helden ten heire, zeven duizend en honderd;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Van de kinderenH1121 van SimeonH8095, kloekeH2428heldenH1368 ten heireH6635, zevenH7651duizendH505 en honderdH3967;Van de kinderen van Simeon, kloeke helden ten heire, zeven duizend en honderd;
KJVOf the children1of Simeon,mighty menof valourfor the war,11seventhousand7and one hundred.9
1מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3שִׁמְע֗וֹןH8095Simeon, JudaSimeon4גִּבּ֤וֹרֵיH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man5חַ֨יִל֙H2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)6לַצָּבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand9וּמֵאָֽהH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
26Van de kinderen van Levi, vier duizend en zeshonderd;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Van de kinderenH1121 van LeviH3878, vierH702duizendH505 en zeshonderdH8337;Van de kinderen van Levi, vier duizend en zeshonderd;
KJVOf the children2of Levifourthousand8and sixhundred.9
1מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵי֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3הַלֵּוִ֔יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)4אַרְבַּ֥עַתH702vier, vierhonderd, veertienfour5אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand6וְשֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth7מֵאֽוֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
27En Jehojada was overste der Aaronieten; en met hem waren er drie duizend en zevenhonderd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En JehojadaH3077 was oversteH5057 der AaronietenH175; en met hem waren er drieH7969duizendH505 en zevenhonderdH7651.En Jehojada was overste der Aaronieten; en met hem waren er drie duizend en zevenhonderd.
KJVAnd Jehoiadawas the leaderof the Aaronites,and with him were threethousand5and sevenhundred;7
1וִיהוֹיָדָ֖עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)2הַנָּגִ֣ידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler3לְאַהֲרֹ֑ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4וְעִמּ֕וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5שְׁלֹ֥שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)6אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand7וּשְׁבַ֥עH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8מֵאֽוֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
28En Zadok was een jongeling, een kloek held; en uit zijns vaders huis waren twee en twintig oversten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En ZadokH6659 was een jongelingH5288, een kloekH2428heldH1368; en uit zijns vadersH1huisH1004 waren tweeH8147 en twintigH6242overstenH8269;En Zadok was een jongeling, een kloek held; en uit zijns vaders huis waren twee en twintig oversten;
KJVAnd Zadok,a young manmightyof valour,and of his father'shousetwentyand twocaptains.
29En van de kinderen van Benjamin, de broederen van Saul, drie duizend; want tot nog toe waren er velen van hen, die het met het huis van Saul hielden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En van de kinderenH1121 van BenjaminH1144, de broederenH251 van SaulH7586, drieH7969duizendH505; want tot nog toe waren er velenH4768 van hen, die het met het huisH1004 van SaulH7586hieldenH8104;En van de kinderen van Benjamin, de broederen van Saul, drie duizend; want tot nog toe waren er velen van hen, die het met het huis van Saul hielden;
KJVAnd of the childrenof Benjamin,the kindredof Saul,threethousand:for hitherto the greatestpart of them had keptthe wardof the house5of Saul.
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵ֧יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3בִנְיָמִ֛ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin4אֲחֵ֥יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5שָׁא֖וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul6שְׁלֹ֣שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7אֲלָפִ֑יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand8וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9הֵ֨נָּה֙H2008herwaarts, hierheenhere, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet10מַרְבִּיתָ֔םH4768menigte, grootheid, overwinstgreatest part, greatness, increase, multitude11שֹׁמְרִ֕יםH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)12מִשְׁמֶ֖רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch13בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14שָׁאֽוּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul
30En van de kinderen van Efraim, twintig duizend en achthonderd, kloeke helden, mannen van naam in het huis hunner vaderen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En van de kinderenH1121 van EfraimH669, twintigH6242duizendH505 en achthonderdH8083, kloekeH2428heldenH1368, mannenH582 van naamH8034 in het huisH1004 hunner vaderenH1;En van de kinderen van Efraim, twintig duizend en achthonderd, kloeke helden, mannen van naam in het huis hunner vaderen;
KJVAnd of the children2of Ephraimtwentythousand7and eighthundred,mightymenof valour,famousthroughout the house13of their fathers.
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אֶפְרַ֔יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites4עֶשְׂרִ֥יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)5אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand6וּשְׁמוֹנֶ֣הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth7מֵא֑וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8גִּבּ֣וֹרֵיH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man9חַ֔יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)10אַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11שֵׁמ֖וֹתH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13אֲבוֹתָֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
31En van den halven stam van Manasse achttien duizend, die met namen uitgedrukt zijn, dat zij kwamen, om David koning te maken;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En van den halvenH2677stamH4294 van ManasseH4519achttienH8083duizendH505, die met namenH8034uitgedruktH5344 zijn, dat zij kwamen, om DavidH1732koningH4427 te maken;En van den halven stam van Manasse achttien duizend, die met namen uitgedrukt zijn, dat zij kwamen, om David koning te maken;
KJVAnd of the halftribeof Manasseheighteen6thousand,5which were expressedby name,11to comeand make Davidking.
1וּמֵחֲצִי֙H2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts2מַטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe3מְנַשֶּׁ֔הH4519ManasseManasseh4שְׁמוֹנָ֥הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth5עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)6אָ֑לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand7אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8נִקְּבוּ֙H5344uitgedrukt, doorboren, gelasterdappoint, blaspheme, bore, curse, express, with holes, name, pierce, strike through9בְּשֵׁמ֔וֹתH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report10לָב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11לְהַמְלִ֥יךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13דָּוִֽידH1732David, DavidsDavid
32En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israel doen moest; hun hoofden waren tweehonderd, en alle hun broeders pasten op hun woord;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En van de kinderenH1121 van IssascharH3485, die ervarenH3045 waren in het verstandH998 van de tijdenH6256, om te wetenH3045 wat IsraelH3478 doen moestH6213; hun hoofdenH7218 waren tweehonderdH3967, en alle hun broedersH251 pasten op hun woordH6310;En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israel doen moest; hun hoofden waren tweehonderd, en alle hun broeders pasten op hun woord;
KJVAnd of the childrenof Issachar,which were men that had understandingof the times,to knowwhat Israelought to do;the headsof them were two hundred;and all their brethrenwere at their commandment.
1וּמִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2יִשָּׂשכָ֗רH3485IssascharIssachar3יוֹדְעֵ֤יH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4בִינָה֙H998verstand, verstands, Verstandknowledge, meaning, [idiom] perfectly, understanding, wisdom5לַֽעִתִּ֔יםH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6לָדַ֖עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8יַּעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10רָאשֵׁיהֶ֣םH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top11מָאתַ֔יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אֲחֵיהֶ֖םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15פִּיהֶֽםH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
33Uit Zebulon, uitgaande in het heir, toegerust ten strijde met alle krijgswapenen, vijftig duizend; en om een slagorde te houden met een onwankelbaar hart;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Uit ZebulonH2074, uitgaandeH3318 in het heirH6635, toegerustH6186 ten strijdeH4421 met alleH3605krijgswapenenH3627, vijftigH2572duizendH505; en om een slagorde te houdenH6213 met een onwankelbaarH3820hartH3820;Uit Zebulon, uitgaande in het heir, toegerust ten strijde met alle krijgswapenen, vijftig duizend; en om een slagorde te houden met een onwankelbaar hart;
Ook in dit vers
slagorde houdenH5737
KJVOf Zebulun,such as went forthto battle,expertin war,with all instrumentsof war,fiftythousand,which could keep rank:they were not of doubleheart.
1מִזְּבֻל֞וּןH2074ZebulonZebulun2יוֹצְאֵ֣יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3צָבָ֗אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)4עֹרְכֵ֧יH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value5מִלְחָמָ֛הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)6בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7כְּלֵ֥יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever8מִלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)9חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty10אָ֑לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand11וְלַעֲדֹ֖רH5737gemist, ontbreekt, feilendig, fail, keep (rank), lack12בְּלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13לֵ֥בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom14וָלֵֽבH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
34En uit Nafthali, duizend oversten, en bij hen met rondas en spies, zeven en dertig duizend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En uit NafthaliH5321, duizendH505overstenH8269, en bij hen met rondasH6793 en spiesH2595, zevenH7651 en dertigH7970duizendH505.En uit Nafthali, duizend oversten, en bij hen met rondas en spies, zeven en dertig duizend.
KJVAnd of Naphtalia thousand10captains,and with them with shieldand spearthirtyand seventhousand.
1וּמִנַּפְתָּלִ֖יH5321NafthaliNaphtali2שָׂרִ֣יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3אָ֑לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand4וְעִמָּהֶם֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5בְּצִנָּ֣הH6793rondas, rondassen, hakenbuckler, cold, hook, shield, target6וַחֲנִ֔יתH2595spies, spiesen, spieshoutjavelin, spear7שְׁלֹשִׁ֥יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)8וְשִׁבְעָ֖הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)9אָֽלֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand
35En uit de Danieten, ten strijde toegerust, acht en twintig duizend en zeshonderd;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En uit de DanietenH1839, ten strijdeH4421toegerustH6186, achtH8083 en twintigH6242duizendH505 en zeshonderdH8337;En uit de Danieten, ten strijde toegerust, acht en twintig duizend en zeshonderd;
KJVAnd of the Danitesexpertin wartwentyand eightthousand3and sixhundred.
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַדָּנִי֙H1839Danieten, DanietDanites, of Daniel3עֹרְכֵ֣יH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value4מִלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)5עֶשְׂרִֽיםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)6וּשְׁמוֹנָ֥הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth7אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand8וְשֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth9מֵאֽוֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
36En uit Aser, uitgaande in het heir, om krijgsorde te houden, waren veertig duizend;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En uitH4480AserH836, uitgaandeH3318 in het heirH6635, om krijgsordeH4421 te houdenH6186, waren veertigH705duizendH505;En uit Aser, uitgaande in het heir, om krijgsorde te houden, waren veertig duizend;
KJVAnd of Asher,such as went forthto battle,expert3in war,4fortythousand.7
1וּמֵאָשֵׁ֗רH836AserAsher2יוֹצְאֵ֥יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3צָבָ֛אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)4לַעֲרֹ֥ךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value5מִלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)6אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty7אָֽלֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
37En van gene zijde van de Jordaan, van de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam van Manasse, met allerlei krijgsgereedschap ten oorlog, honderd en twintigduizend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En van geneH5676 zijde van de JordaanH3383, van de RubenietenH7206, en GadietenH1425, en den halvenH2677stamH7626 van ManasseH4519, met allerleiH3605krijgsgereedschapH3627 ten oorlogH4421, honderdH3967 en twintigduizendH6242.En van gene zijde van de Jordaan, van de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam van Manasse, met allerlei krijgsgereedschap ten oorlog, honderd en twintigduizend.
KJVAnd on the other sideof Jordan,of the Reubenites,and the Gadites,and of the halftribeof Manasseh,with all manner of instrumentsof war3for the battle,5an hundredand twentythousand.7
1וּמֵעֵ֣בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight2לַ֠יַּרְדֵּןH3383JordaanJordan3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הָראוּבֵנִ֨יH7206Rubenieten, Rubenietchildren of Reuben, Reubenites5וְהַגָּדִ֜יH1425Gadieten, GadietGadites, children of Gad6וַחֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts7שֵׁ֣בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe8מְנַשֶּׁ֗הH4519ManasseManasseh9בְּכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10כְּלֵי֙H3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever11צְבָ֣אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)12מִלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)13מֵאָ֥הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore14וְעֶשְׂרִ֖יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)15אָֽלֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand
38Al deze krijgslieden, die zich in slagorde konden houden, kwamen met een volkomen hart te Hebron, om David koning te maken over gans Israel. En ook was al het overige van Israel een hart, om David tot koning te maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Al deze krijgsliedenH582, die zich in slagordeH4634 konden houdenH5737, kwamen met een volkomenH8003 hart te HebronH2275, om DavidH1732koningH4427 te maken over gansH3605IsraelH3478. En ook was al het overigeH7611vanH4480IsraelH3478 een hart, om DavidH1732 tot koningH4427 te maken.Al deze krijgslieden, die zich in slagorde konden houden, kwamen met een volkomen hart te Hebron, om David koning te maken over gans Israel. En ook was al het overige van Israel een hart, om David tot koning te maken.
Ook in dit vers
hartH3820
hartH3824
KJVAll these menof war,12that could keeprank,camewith a perfectheartto Hebron,to make Davidkingover all Israel:and all the restalso of Israelwere of oneheartto make Davidking.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֵ֜לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)3אַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4מִלְחָמָה֮H4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)5עֹדְרֵ֣יH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value6מַעֲרָכָה֒H4634slagorden, slagorde, heirarmy, fight, be set in order, ordered place, rank, row7בְּלֵבָ֤בH8003volkomen, volkomene, volmaaktfull, just, made ready, peaceable, perfect(-ed), quiet, Shalem (by mistake for a name), whole8שָׁלֵם֙H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding9בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10חֶבְר֔וֹנָהH2275HebronHebron11לְהַמְלִ֥יךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13דָּוִ֖ידH1732David, DavidsDavid14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17וְ֠גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19שֵׁרִ֧יתH7611overblijfsel, overige, overigenthat had escaped, be left, posterity, remain(-der), remnant, residue, rest20יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael21לֵ֥בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom22אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,23לְהַמְלִ֥יךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely24אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)25דָּוִֽידH1732David, DavidsDavid
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
39En zij waren daar bij David drie dagen lang, etende en drinkende; want hun broeders hadden voor hen wat toebereid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En zij waren daar bijH5921DavidH1732drieH7969dagenH3117 lang, etendeH398 en drinkendeH8354; want hun broedersH251 hadden voor hen wat toebereidH3559.En zij waren daar bij David drie dagen lang, etende en drinkende; want hun broeders hadden voor hen wat toebereid.
KJVAnd there they were with David13threedays,eatingand drinking:for their brethrenhad preparedfor them.
1וַיִּהְיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2שָׁ֤םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4דָּוִיד֙H1732David, DavidsDavid5יָמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6שְׁלוֹשָׁ֔הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7אֹכְלִ֖יםH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8וְשׁוֹתִ֑יםH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10הֵכִ֥ינוּH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed11לָהֶ֖ם12אֲחֵיהֶֽםH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
40En ook de naasten aan hen, tot aan Issaschar, en Zebulon, en Nafthali, brachten brood op ezelen, en op kemelen, en op muildieren, en op runderen, meelspijs, stukken vijgen, en stukken rozijnen, en wijn, en olie, en runderen, en klein vee in menigte; want er was blijdschap in Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40En ook de naastenH7138 aan hen, tot aan IssascharH3485, en ZebulonH2074, en NafthaliH5321, brachtenH935broodH3899 op ezelenH2543, en op kemelenH1581, en op muildierenH6505, en op runderenH1241, meelspijsH3978, stukkenH1690 vijgen, en stukken rozijnenH6778, en wijnH3196, en olieH8081, en runderenH1241, en klein veeH6629 in menigteH7230; wantH3588 er wasH1961blijdschapH8057 in IsraelH3478.En ook de naasten aan hen, tot aan Issaschar, en Zebulon, en Nafthali, brachten brood op ezelen, en op kemelen, en op muildieren, en op runderen, meelspijs, stukken vijgen, en stukken rozijnen, en wijn, en olie, en runderen, en klein vee in menigte; want er was blijdschap in Israel.
KJVMoreover they that were nighthem, even unto Issacharand Zebulunand Naphtali,broughtbreadon asses,and on camels,and on mules,and on oxen,and meat,meal,cakesof figs, and bunches of raisins,and wine,and oil,and oxen,and sheepabundantly:for there was joyin Israel.
1וְגַ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2הַקְּרֽוֹבִיםH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)3אֲ֠לֵיהֶםH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5יִשָׂשכָ֨רH3485IssascharIssachar6וּזְבֻל֜וּןH2074ZebulonZebulun7וְנַפְתָּלִ֗יH5321NafthaliNaphtali8מְבִיאִ֣יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9לֶ֡חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals10בַּחֲמוֹרִ֣יםH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass11וּבַגְּמַלִּ֣יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel12וּבַפְּרָדִ֣יםH6505muildieren, muildier, muilezelenmule13וּֽבַבָּקָ֡רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox14מַאֲכָ֡לH3978spijze, spijs, Spijzefood, fruit, (bake-)meat(-s), victual15קֶ֠מַחH7058meel, meelsflour, meal16דְּבֵלִ֨יםH1690klomp, klompen, stukkencake (lump) of figs17וְצִמּוּקִ֧יםH6778stukken rozijnenbunch (cluster) of raisins18וְיַֽיִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)19וְשֶׁ֛מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine20וּבָקָ֥רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox21וְצֹ֖אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)22לָרֹ֑בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)23כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24שִׂמְחָ֖הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)25בְּיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Kronieken 12:1— Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.1 Samuël 27:2→2 Samuël 1:1→1 Kronieken 11:24→1 Kronieken 9:39→1 Kronieken 11:10→2 Samuël 4:10→1 Kronieken 8:33→1 Kronieken 11:19→
1 Kronieken 12:2— Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin.Richteren 3:15→Richteren 20:16→1 Kronieken 12:29→1 Samuël 17:49→
1 Kronieken 12:3— Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.1 Kronieken 11:28→1 Samuël 11:4→1 Kronieken 11:33→2 Samuël 21:6→
1 Kronieken 12:4— En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;Jozua 9:3→Jozua 15:36→1 Kronieken 11:15→Jozua 9:17→
1 Kronieken 12:7— En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.Jozua 15:58→1 Kronieken 4:18→1 Kronieken 4:39→
1 Kronieken 12:8— Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid.2 Samuël 2:18→2 Samuël 17:10→1 Kronieken 11:16→1 Samuël 24:22→2 Samuël 23:20→1 Samuël 23:14→Spreuken 28:1→1 Kronieken 11:22→
1 Kronieken 12:14— Dezen waren van de kinderen van Gad, hoofden des heirs; een van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.Deuteronomium 32:30→Leviticus 26:8→
1 Kronieken 12:15— Deze zelfden zijn het, die over de Jordaan gingen in de eerste maand, toen dezelve vol was aan al haar oevers; en zij verdreven al de inwoners der laagten, tegen het oosten en tegen het westen.Jozua 3:15→Jozua 4:18→Jeremia 49:19→Jeremia 12:5→
1 Kronieken 12:17— En David ging uit hun tegemoet, en antwoordde, en zeide tot hen: Indien gijlieden ten vrede tot mij gekomen zijt, om mij te helpen, zo zal mijn hart tegelijk over ulieden zijn; maar indien het is, om mij aan mijn vijanden bedriegelijk over te leveren, daar toch geen wrevel in mijn handen is, de God onzer vaderen zie het, en straffe het!1 Samuël 18:3→2 Korinthe 13:11→1 Koningen 2:13→Filippenzen 1:27→Genesis 31:42→Zacharia 3:2→Handelingen 4:32→Psalmen 12:1→
1 Kronieken 12:18— En de Geest toog Amasai aan, den overste der hoofdlieden, en hij zeide: Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isai. Vrede, vrede zij u, en vrede uw helperen; want uw God helpt u. Toen nam David hen aan, en stelde hen tot hoofden der benden.Richteren 6:34→2 Samuël 17:25→Richteren 3:10→Galaten 6:16→1 Kronieken 2:17→Efeze 6:23→Mattheüs 12:30→Johannes 6:67→
1 Kronieken 12:19— Er vielen ook van Manasse tot David, toen hij met de Filistijnen kwam, om tegen Saul te strijden, alhoewel zij hen niet hielpen; want de vorsten der Filistijnen verlieten hem met raad, zeggende: Met gevaar van onze hoofden zou hij tot Saul, zijn heer, vallen.1 Samuël 29:2→
1 Kronieken 12:20— Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en Michael, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.Exodus 18:21→Deuteronomium 1:15→Deuteronomium 33:17→1 Samuël 29:11→
1 Kronieken 12:21— En dezen hielpen David mede tegen die benden; want alle dezen waren kloeke helden; en zij waren oversten in het heir.1 Samuël 30:1→1 Kronieken 11:10→1 Kronieken 5:24→1 Kronieken 12:20→1 Kronieken 11:21→
1 Kronieken 12:22— Want er kwamen er te dier tijd dag bij dag tot David, om hem te helpen, tot een groot leger toe, als een leger Gods.Jozua 5:14→Genesis 32:2→2 Samuël 2:2→2 Samuël 3:1→Psalmen 148:2→Job 17:9→
1 Kronieken 12:23— En dit zijn de getallen der hoofden dergenen, die toegerust waren ten heire, die tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar den mond des HEEREN:2 Samuël 2:3→1 Kronieken 11:10→1 Samuël 16:1→1 Samuël 16:3→2 Samuël 3:18→1 Samuël 16:12→Psalmen 2:6→1 Kronieken 10:14→
1 Kronieken 12:27— En Jehojada was overste der Aaronieten; en met hem waren er drie duizend en zevenhonderd.2 Koningen 25:18→2 Koningen 11:4→1 Kronieken 9:20→1 Kronieken 27:17→2 Koningen 11:9→1 Kronieken 6:49→
1 Kronieken 12:28— En Zadok was een jongeling, een kloek held; en uit zijns vaders huis waren twee en twintig oversten;2 Samuël 8:17→1 Kronieken 6:8→1 Kronieken 6:53→1 Koningen 1:8→1 Koningen 2:35→Ezechiël 44:15→
1 Kronieken 12:29— En van de kinderen van Benjamin, de broederen van Saul, drie duizend; want tot nog toe waren er velen van hen, die het met het huis van Saul hielden;2 Samuël 2:8→1 Kronieken 12:2→Genesis 31:23→
1 Kronieken 12:30— En van de kinderen van Efraim, twintig duizend en achthonderd, kloeke helden, mannen van naam in het huis hunner vaderen;Genesis 6:4→
1 Kronieken 12:31— En van den halven stam van Manasse achttien duizend, die met namen uitgedrukt zijn, dat zij kwamen, om David koning te maken;Jozua 17:1→
1 Kronieken 12:32— En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israel doen moest; hun hoofden waren tweehonderd, en alle hun broeders pasten op hun woord;Esther 1:13→Lukas 12:56→Jesaja 33:6→Micha 6:9→Prediker 7:19→Spreuken 24:5→Spreuken 14:8→Efeze 5:17→
1 Kronieken 12:33— Uit Zebulon, uitgaande in het heir, toegerust ten strijde met alle krijgswapenen, vijftig duizend; en om een slagorde te houden met een onwankelbaar hart;Psalmen 12:2→Johannes 1:47→
1 Kronieken 12:36— En uit Aser, uitgaande in het heir, om krijgsorde te houden, waren veertig duizend;1 Kronieken 12:33→Joël 2:7→
1 Kronieken 12:37— En van gene zijde van de Jordaan, van de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam van Manasse, met allerlei krijgsgereedschap ten oorlog, honderd en twintigduizend.Jozua 14:3→Jozua 22:1→1 Kronieken 5:1→Deuteronomium 3:12→Jozua 13:7→Numeri 32:33→
1 Kronieken 12:38— Al deze krijgslieden, die zich in slagorde konden houden, kwamen met een volkomen hart te Hebron, om David koning te maken over gans Israel. En ook was al het overige van Israel een hart, om David tot koning te maken.1 Koningen 8:61→2 Koningen 20:3→2 Samuël 5:1→Ezechiël 11:19→1 Koningen 11:4→Psalmen 101:2→1 Kronieken 12:17→1 Kronieken 12:33→
1 Kronieken 12:39— En zij waren daar bij David drie dagen lang, etende en drinkende; want hun broeders hadden voor hen wat toebereid.Genesis 26:30→2 Samuël 19:42→2 Samuël 6:19→Genesis 31:54→
1 Kronieken 12:40— En ook de naasten aan hen, tot aan Issaschar, en Zebulon, en Nafthali, brachten brood op ezelen, en op kemelen, en op muildieren, en op runderen, meelspijs, stukken vijgen, en stukken rozijnen, en wijn, en olie, en runderen, en klein vee in menigte; want er was blijdschap in Israel.1 Samuël 25:18→2 Samuël 16:1→Openbaring 19:5→1 Koningen 1:40→2 Samuël 17:27→2 Koningen 11:20→Jeremia 23:5→Spreuken 11:10→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Kronieken 12 vers 1— Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.
Ziklag,
Zie van deze stad de aantekening 1 Sam. 27:6 .
Hertaald:Ziklag,
Zie over deze stad de aantekening bij 1 Sam. 27:6.
toen hij nog besloten was
Te weten, toen hij uit vrees voor Saul zich moest verbergen in holen, spelonken en rotsstenen en op de bergen. Anders, [uitgesloten;] te weten, uit de publieke bijeenkomsten van het volk Gods, ja uit het gehele land der Israëlieten, vanwege Sauls tirannie.
Hertaald:toen hij nog besloten was
Namelijk: toen hij uit angst voor Saul zich moest verbergen in holen, grotten en rotskloven en in de bergen. Anders: [uitgesloten;] namelijk uit de openbare samenkomsten van het volk van God, ja uit het hele land van de Israëlieten, vanwege de tirannie van Saul.
de helden,
Te weten, die in 1Ch 11 genoemd staan.
Hertaald:de helden,
Namelijk: die genoemd worden in 1 Kron. 11.
1 Kronieken 12 vers 2— Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin.
rechts en links
Dat is, zij waren zo vaardig in het werpen met hun linker als met hun rechterhand. Zie dergelijke Richt. 20:16 .
Hertaald:rechts en links
Dat is: zij waren even vaardig in het werpen met hun linker- als met hun rechterhand. Zie iets dergelijks in Richt. 20:16.
van de broederen
Dat is, van zijn maagschap, of bloedverwanten. Dit hebben die mannen gedaan, bezijden stellende de maagschap, en ziende op de rechtvaardige zaak Davids in het ongelijk, dat Saul hem aandeed. Aldus heeft zelfs Jonathan, de zoon van Saul, de zaak van David voorgestaan, hoewel hij bij zijn vader gebleven is.
Hertaald:van de broederen
Dat is: van zijn familie, of bloedverwanten. Dit hebben deze mannen gedaan door de familieband opzij te zetten en te kijken naar de rechtvaardige zaak van David, tegenover het onrecht dat Saul hem aandeed. Zo heeft zelfs Jonathan, de zoon van Saul, de zaak van David voorgestaan, ook al bleef hij bij zijn vader.
1 Kronieken 12 vers 8— Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid.
Ook scheidden
Hij wil zeggen, zij zonderden zich af van de andere Israëlieten, die Saul nog aanhingen, en zij vervoegden zich bij David.
Hertaald:Ook scheidden
Hij wil zeggen: zij zonderden zich af van de andere Israëlieten die Saul nog trouw waren, en zij voegden zich bij David.
die vesting
Sommigen verstaan dit van den burg te Ziklag; anderen van de spelonk Adullam: anderen van Engedi.
Hertaald:die vesting
Sommigen betrekken dit op de burcht in Ziklag; anderen op de grot van Adullam; weer anderen op Engedi.
toegerust
Hebreeuws, ordinerende.
Hertaald:toegerust
Hebreeuws: ordenend.
waren aangezichten
Te weten, verschrikkelijk aan te zien, alsof zij leeuwen waren.
Hertaald:waren aangezichten
Namelijk: verschrikkelijk om te zien, alsof zij leeuwen waren.
als de reeën
Deze lof wordt ook Asahel, den broeder van Joab, gegeven; 2 Sam. 2:18 .
Hertaald:als de reeën
Deze lof wordt ook aan Asahel, de broer van Joab, gegeven; 2 Sam. 2:18.
1 Kronieken 12 vers 15— Deze zelfden zijn het, die over de Jordaan gingen in de eerste maand, toen dezelve vol was aan al haar oevers; en zij verdreven al de inwoners der laagten, tegen het oosten en tegen het westen.
dezelve vol was
Zie Joz. 3:15 .
Hertaald:dezelve vol was
Zie Joz. 3:15.
der laagten,
Welverstaande, die bij de Jordaan waren.
Hertaald:der laagten,
Wel te verstaan degene die bij de Jordaan lagen.
1 Kronieken 12 vers 17— En David ging uit hun tegemoet, en antwoordde, en zeide tot hen: Indien gijlieden ten vrede tot mij gekomen zijt, om mij te helpen, zo zal mijn hart tegelijk over ulieden zijn; maar indien het is, om mij aan mijn vijanden bedriegelijk over te leveren, daar toch geen wrevel in mijn handen is, de God onzer vaderen zie het, en straffe het!
hun tegemoet,
Hebreeuws, voor hun aangezicht.
Hertaald:hun tegemoet,
Hebreeuws: voor hun aangezicht.
ten vrede
Dat is, vredeshalve.
Hertaald:ten vrede
Dat is: in vrede.
daar toch
Dat is, daar ik toch niet schuldig ben van iemand geweld, of moedwillig kwaad of onrecht gedaan te hebben.
Hertaald:daar toch
Dat is: terwijl ik toch niemand geweld heb aangedaan of moedwillig kwaad of onrecht heb gedaan.
1 Kronieken 12 vers 18— En de Geest toog Amasai aan, den overste der hoofdlieden, en hij zeide: Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isai. Vrede, vrede zij u, en vrede uw helperen; want uw God helpt u. Toen nam David hen aan, en stelde hen tot hoofden der benden.
toog Amásai aan,
Dat is, de Geest des Heeren, namelijk, de geest der kloekmoedigheid en vrijmoedigheid kwam over Amasai, dat hij daarmede als met een kleed versierd werd, alzo dat hij een extraordinaire vrijmoedigheid had om David aldus aan te spreken. Zie deze manier van spreken Richt. 6:34 , en elders.
Hertaald:toog Amásai aan,
Dat is: de Geest van de HEERE, namelijk de geest van moed en vrijmoedigheid, kwam over Amasai, zodat hij daarmee als met een kleed bekleed werd, en zo een buitengewone vrijmoedigheid had om David zo aan te spreken. Zie deze manier van spreken Richt. 6:34, en elders.
overste
Hebreeuws, het hoofd.
Hertaald:overste
Hebreeuws: het hoofd.
der hoofdlieden,
Anders, van dertig.
Hertaald:der hoofdlieden,
Anders: van dertig.
1 Kronieken 12 vers 19— Er vielen ook van Manasse tot David, toen hij met de Filistijnen kwam, om tegen Saul te strijden, alhoewel zij hen niet hielpen; want de vorsten der Filistijnen verlieten hem met raad, zeggende: Met gevaar van onze hoofden zou hij tot Saul, zijn heer, vallen.
alhoewel
Versta, dat David met zijn mannen de Filistijnen niet heeft geholpen in dezen strijd tegen Saul en de Israëlieten.
Hertaald:alhoewel
Versta hierbij: dat David met zijn mannen de Filistijnen in deze strijd tegen Saul en de Israëlieten niet geholpen heeft.
met raad,
Dat is, nadat zij, met elkander hierover raad gehouden hebbende, niet raadzaam gevonden hadden dat David bij hen in het leger blijven zou.
Hertaald:met raad,
Dat is: nadat zij hierover met elkaar overlegd hadden, oordeelden zij het niet verstandig dat David bij hen in het leger zou blijven.
Met gevaar van
Hebreeuws, met onze hoofden zou het tot Saul zijn heer vallen. Zie dergelijke manier van spreken boven, 1 Kron. 11:19 .
Hertaald:Met gevaar van
Hebreeuws: met onze hoofden zou het bij Saul, zijn heer, terechtkomen. Zie een soortgelijke manier van spreken hierboven 1 Kron. 11:19.
zou hij tot Saul,
Anders, zal hij tot Saul zijn heer vallen; te weten, indien hem toegelaten werd met ons ten strijde te trekken.
Hertaald:zou hij tot Saul,
Anders: zal hij bij Saul, zijn heer, terechtkomen; namelijk als hem toegestaan werd met ons ten strijde te trekken.
1 Kronieken 12 vers 20— Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en Michael, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.
naar
Te weten, nadat hij van den koning der Filistijnen was afgedankt; 1 Sam. 29:10-11 .
Hertaald:naar
Namelijk: nadat hij door de koning van de Filistijnen weggestuurd was; 1 Sam. 29:10-11.
Ziklag
Deze stad had de koning der Filistijnen David gegeven; 1 Sam. 27:6 .
Hertaald:Ziklag
Deze stad had de koning van de Filistijnen aan David gegeven; 1 Sam. 27:6.
1 Kronieken 12 vers 21— En dezen hielpen David mede tegen die benden; want alle dezen waren kloeke helden; en zij waren oversten in het heir.
die benden;
Versta hier, de hopen, of rotten dier Amalekieten, die Ziklag hadden ingenomen en verbrand, dewijl David vandaar getrokken was; 1 Sam. 30:1 .
Hertaald:die benden;
Versta hieronder de groepen of benden Amalekieten die Ziklag hadden ingenomen en verbrand, omdat David daarvandaan vertrokken was; 1 Sam. 30:1.
in het heir
Te weten, in het heir Davids.
Hertaald:in het heir
Namelijk: in het leger van David.
1 Kronieken 12 vers 22— Want er kwamen er te dier tijd dag bij dag tot David, om hem te helpen, tot een groot leger toe, als een leger Gods.
een leger Gods
Dat is, een zeer groot en treffelijk leger. Alzo staat er Ps. 36:7
Hertaald:een leger Gods
Dat is: een zeer groot en indrukwekkend leger. Zo staat er ook in Ps. 36:7.
1 Kronieken 12 vers 23— En dit zijn de getallen der hoofden dergenen, die toegerust waren ten heire, die tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar den mond des HEEREN:
het koninkrijk
Zie boven op het einde van 1Ch 10 , en in het begin van 1Ch 11 .
Hertaald:het koninkrijk
Zie hierboven aan het einde van 1 Kron. 10 en aan het begin van 1 Kron. 11.
naar den mond
Dat is, gelijk de Heere bevolen had, toen Hij David tot koning deed zalven door Samuël, 1Sa 16 .
Hertaald:naar den mond
Dat is: zoals de HEERE bevolen had toen Hij David door Samuël tot koning liet zalven, 1 Sam. 16.
1 Kronieken 12 vers 27— En Jehojada was overste der Aaronieten; en met hem waren er drie duizend en zevenhonderd.
was overste
Versta dit alzo, dat hij de overste der priesters was, onder den hogepriester Abjathar. Zie 1 Sam. 23:9 , of overste der priesters, die hier gezegd worden tot David gekomen te zijn.
Hertaald:was overste
Versta dit zo, dat hij de leider van de priesters was, onder de hogepriester Abjathar. Zie 1 Sam. 23:9. Of: de leider van de priesters die hier gezegd worden bij David gekomen te zijn.
1 Kronieken 12 vers 28— En Zadok was een jongeling, een kloek held; en uit zijns vaders huis waren twee en twintig oversten;
huis waren
Dat is, geslacht.
Hertaald:huis waren
Dat is: geslacht.
1 Kronieken 12 vers 29— En van de kinderen van Benjamin, de broederen van Saul, drie duizend; want tot nog toe waren er velen van hen, die het met het huis van Saul hielden;
de broederen van Saul,
Dat is, bloedverwanten.
Hertaald:de broederen van Saul,
Dat is: bloedverwanten.
want tot nog toe
Dat is de reden, waarom dat er maar drie duizend Benjaminieten tot David gekomen waren.
Hertaald:want tot nog toe
Dat is de reden waarom er tot dan toe maar drieduizend Benjaminieten naar David gekomen waren.
die het met het huis
Hebreeuws, die de wacht des huizes Sauls wachtten. De Benjaminieten hielden lang de zijde van Saul, omdat hij uit hun stam gesproten was. Zie 2Sa 2 .
Hertaald:die het met het huis
Hebreeuws: die de wacht van het huis van Saul bewaakten. De Benjaminieten bleven lang aan de kant van Saul, omdat hij uit hun stam voortkwam. Zie 2 Sam. 2.
1 Kronieken 12 vers 30— En van de kinderen van Efraim, twintig duizend en achthonderd, kloeke helden, mannen van naam in het huis hunner vaderen;
mannen van naam
Zie de aantekening Gen. 6:4 .
Hertaald:mannen van naam
Zie de aantekening bij Gen. 6:4.
1 Kronieken 12 vers 31— En van den halven stam van Manasse achttien duizend, die met namen uitgedrukt zijn, dat zij kwamen, om David koning te maken;
van den halven stam
Te weten, die op deze zijde der Jordaan in het land Kanaän woonden, want de andere helft, die op gene zijde der Jordaan woonde, is met de Rubenieten en Gadieten tot David gekomen, vs.37.
Hertaald:van den halven stam
Namelijk: zij die aan deze kant van de Jordaan in het land Kanaän woonden, want de andere helft, die aan de overkant van de Jordaan woonde, is samen met de Rubenieten en de Gadieten naar David gekomen, vers 37.
1 Kronieken 12 vers 32— En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israel doen moest; hun hoofden waren tweehonderd, en alle hun broeders pasten op hun woord;
ervaren waren
Dat is, verstandige en ervaren mannen, die goeden raad konden geven, op welken tijd men allerbest wat zou mogen of kunnen doen of laten, hetzij in den krijg en politie, gelijk Est. 1:13 , of ook in de landbouwerij.
Hertaald:ervaren waren
Dat is: verstandige en ervaren mannen, die goede raad konden geven over het beste moment om iets te doen of te laten, hetzij in oorlog en bestuur, zoals Est. 1:13, hetzij ook in de landbouw.
woord;
Hebreeuws, mond.
Hertaald:woord;
Hebreeuws: mond.
1 Kronieken 12 vers 33— Uit Zebulon, uitgaande in het heir, toegerust ten strijde met alle krijgswapenen, vijftig duizend; en om een slagorde te houden met een onwankelbaar hart;
een slagorde
Versta hierbij, zij waren vaardig, of ervaren; of kwamen, gelijk vs.38.
Hertaald:een slagorde
Versta hierbij: zij waren vaardig, of ervaren; of: kwamen, zoals in vers 38.
onwankelbaar hart;
Hebreeuws, met niet hart en hart; dat is, niet meer met een gedeeld of dubbel hart, maar oprecht en bestendig.
Hertaald:onwankelbaar hart;
Hebreeuws: met niet hart en hart; dat is: niet langer met een verdeeld of dubbel hart, maar oprecht en standvastig.
1 Kronieken 12 vers 38— Al deze krijgslieden, die zich in slagorde konden houden, kwamen met een volkomen hart te Hebron, om David koning te maken over gans Israel. En ook was al het overige van Israel een hart, om David tot koning te maken.
kwamen met een volkomen hart
Dat is, nadat zij tevoren zich wel bedacht hadden, kwamen zij met een oprecht eenvoudig hart.
Hertaald:kwamen met een volkomen hart
Dat is: nadat zij eerst goed hadden nagedacht, kwamen zij met een oprecht, eenvoudig hart.
1 Kronieken 12 vers 39— En zij waren daar bij David drie dagen lang, etende en drinkende; want hun broeders hadden voor hen wat toebereid.
daar bij David
Te weten, te Hebron.
Hertaald:daar bij David
Namelijk: in Hebron.
etende en drinkende;
Dat is, goede sier makende.
Hertaald:etende en drinkende;
Dat is: er goed van nemend.
want
Hij wil zeggen dat de Hebronieten zich voorzien hadden met spijs en drank, om hun broeders te trakteren.
Hertaald:want
Hij wil zeggen dat de inwoners van Hebron zich van eten en drinken voorzien hadden om hun broeders te onthalen.
hun broeders
Te weten, de Israëlieten, die te Hebron woonden.
Hertaald:hun broeders
Namelijk: de Israëlieten die in Hebron woonden.
1 Kronieken 12 vers 40— En ook de naasten aan hen, tot aan Issaschar, en Zebulon, en Nafthali, brachten brood op ezelen, en op kemelen, en op muildieren, en op runderen, meelspijs, stukken vijgen, en stukken rozijnen, en wijn, en olie, en runderen, en klein vee in menigte; want er was blijdschap in Israel.
naasten aan hen,
Dat is, die daarbij of daaromtrent, rondom heen woonden.
Hertaald:naasten aan hen,
Dat is: die daarbij of daaromheen, in de omgeving woonden.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Amasai — de HEERE draagt
Overste der hoofdlieden, die zich bij David te Ziklag voegde; de Geest kwam over hem en hij sprak de bekende woorden: "Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isaï; vrede zij u..." Daarop nam David hem en zijn mannen aan en stelde hen tot hoofden der benden (1 Kron. 12:16-18); mogelijk dezelfde Amasai die later als priester de trompet blies bij het overbrengen van de ark (1 Kron. 15:24).
Ezer (zoon van Efraïm) — hulp
Zoon van Efraïm; hij en zijn broer Elad werden door de mannen van Gath gedood toen zij afdaalden om hun vee weg te nemen, wat hun vader Efraïm vele dagen deed rouwen (1 Kron. 7:20-22).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wij zijn uw, o David (de mannen die tot David kwamen) — de Geest bekleedt Amasai, en hij spreekt namens de mannen die zich bij de nog niet gekroonde David voegen: "Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isai. Vrede, vrede zij u, en vrede uw helperen; want uw God helpt u" (1 Kron. 12:18)
De kroniekschrijver wijdt een heel hoofdstuk aan hen die tot David overkwamen toen hij nog vervolgd werd. Wanneer een groep uit Benjamin en Juda bij hem komt, gaat David hun eerst wantrouwend tegemoet: komen zij om te helpen of om hem te verraden (1 Kron. 12:17)? Dan wordt Amasai door de Geest aangedreven en spreekt hij de belijdenis uit die het hele hoofdstuk draagt (1 Kron. 12:18). David neemt hen aan en stelt hen tot hoofden van de benden. Dag bij dag kwamen er meer, tot een groot leger toe, "als een leger Gods" (1 Kron. 12:22). Aan het slot komen alle stammen te Hebron om David koning te maken, "met een volkomen hart", en ook het overige van Israël was één hart daarin (1 Kron. 12:38). Zij bleven drie dagen bij hem, en de omliggende stammen brachten brood, meelspijs, vijgen, rozijnen, wijn en olie in menigte, "want er was blijdschap in Israel" (1 Kron. 12:39-40).
Bijbelse betekenis: Deze mannen kozen partij voor een koning die nog geen troon had. Dat is de kern van het hoofdstuk: zij kwamen toen het David nog niets kon opleveren, en juist daarom worden hun namen bewaard. Amasai's woorden zeggen bovendien meer dan trouw aan een persoon; hij noemt de grond ervan, want uw God helpt u. Zij sluiten zich niet aan bij een kanshebber maar bij Gods keus. En dat de Geest hem daartoe aandrijft, tekent waar zulke belijdenis vandaan komt: niet uit berekening, maar van boven. Het slot voegt er de vrucht aan toe. Waar het hart onverdeeld is, ontstaat overvloed en blijdschap, en brengt zelfs de verste stam nog voedsel mee.
Typologie: Paulus zegt van de belijdenis van de grotere Zoon van David hetzelfde: "niemand kan zeggen, Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest" (1 Kor. 12:3). Wie zich bij de verworpen Koning voegt vóór Hij openlijk regeert, doet dat nooit op eigen kracht. En de eendracht te Hebron is wat de psalm bezingt: "Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen" (Ps. 133:1).
1 Kronieken 12:8.Kruisverwijzingen2 Samuël 2:18→2 Samuël 17:10→1 Kronieken 11:16→1 Samuël 24:22→2 Samuël 23:20→1 Samuël 23:14→Spreuken 28:1→1 Kronieken 11:22→ — Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid. David, die gedwongen was uit zijn eigen land te vluchten en zich te verbergen voor de boosheid van Saul, was een type van onze Heere Jezus Christus, Die in de dagen toen Hij hier op aarde woonde veracht en verworpen was. En ook op dit ogenblik is het genoegzaam bekend dat Jezus, de Zoon van David, in deze tegenwoordige boze wereld niet aangenomen, niet erkend en niet geduld wordt. Hij is uitgegaan buiten de legerplaats. Allen die Hem willen volgen moeten eveneens uitgaan en Zijn smaadheid dragen. Deze elf Gadieten omhelsden de zaak van David toen die er het slechtst voor stond. Zij verlieten het gemak en de gerieflijkheid, de eer en de veiligheid van hun eigen huis, om zich bij hem te voegen toen hij als een vogelvrij verklaarde in de ban van de samenleving lag. Tot op deze dag moet iedere ware christen zich van de wereld afscheiden om een volgeling te zijn van de verachte Jezus. Op die weg, en met dat geloof dat de mensen nog altijd voor dwaalleer houden, moet hij zich voegen bij datgene waar overal tegen gesproken wordt, en de spitsroeden van zijn eeuw doorlopen wil hij de zaak van de Gezalfde des Heeren steunen.
1 Kronieken 12:18.KruisverwijzingenRichteren 6:34→2 Samuël 17:25→Richteren 3:10→Galaten 6:16→1 Kronieken 2:17→Efeze 6:23→Mattheüs 12:30→Johannes 6:67→ — En de Geest toog Amasai aan, den overste der hoofdlieden, en hij zeide: Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isai. Vrede, vrede zij u, en vrede uw helperen; want uw God helpt u. Toen nam David hen aan, en stelde hen tot hoofden der benden. David was een verbannen man, en niet ieder heeft er lust in zijn lot te verbinden aan dat van een verjaagde edelman. Hij was vogelvrij verklaard, en zijn vorst zou hem met eigen hand gedood hebben als hij de gelegenheid gevonden had. Weinigen wagen er hun alles aan om zich bij iemand in zulke omstandigheden te voegen. De velen aan de zijde van Saul spraken bitter over David; en om zich bij de koning in de gunst te dringen belasterden zij hem op de zwartste wijze. Weinig aanzienlijke mensen hebben er lust in zich te verbinden aan iemand die in een kwaad gerucht staat. Velen aan wie David geen kwaad gedaan had, waren er begerig op hem te verraden en in de hand van zijn vijand te verkopen, want de mensen zochten hun eigen gewin en het deerde hun niet wie zij verkochten, zolang zij de beloning maar in de hand kregen. Het was geen kleine zaak voor een groep mannen zich te verenigen met iemand op wiens hoofd een prijs stond. David moest op zijn hoede zijn, want verraders waren overal om hem heen. De mannen van Kehila zouden hem uitgeleverd hebben toen hij binnen hun poorten kwam. Het ging Davids zaak zeer slecht; toen dus deze mannen tot David kwamen, deden zij een dappere daad — een daad die hij in de latere dagen van zijn triomf zeker niet vergeten zou. En zij betuigden dat zij David toebehoorden en aan zijn zijde stonden.
Zo ook staan wij in godsdienst, in zeden en in staatszaken aan de zijde van de verachte en verworpen Christus, Wie wij toebehoren. Hier is de zijde van de geleerden, daar de zijde van de onwetenden — wij staan aan geen van beide; wij staan aan de zijde van Christus. In elke staatkundige vraag begeren wij aan de zijde van Christus te staan en behoren wij daar te staan. Wij zijn niet van deze partij en niet van die, maar aan de zijde van recht, vrede en gerechtigheid. In elke zedelijke vraag zijn wij gebonden aan de zijde van Christus te staan. In elke godsdienstige vraag staan wij niet aan de zijde van de heersende gedachte, niet aan de zijde van de gangbare inzichten, niet aan de zijde van het oneerlijke gewin, maar aan de zijde van Christus. Laat dit onze raadsman zijn: “Wat zou Jezus doen?” Ga heen en doe dat. “Hoe zou Jezus denken?” Ga heen en denk zo. “Wat zou Jezus willen dat ik was?” Bid God dat Hij ons juist dat maakt.
IV. Vs. 1-22.KruisverwijzingenRichteren 3:15→Richteren 20:16→2 Samuël 2:18→1 Samuël 27:2→1 Kronieken 11:28→Jozua 9:3→Jozua 15:36→Jozua 15:58→ — Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen. Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin. Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet. En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet; Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet; Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten; En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor. Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid. Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde; Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde; Na de opgave van Davids helden, die gedurende zijn koninklijke heerschappij; hem de oorlogen van de Heere deden voeren, volgt een opgave van die mannen; die nog bij Sauls leven deze verlieten en onder Davids vaandel zich begaven, de schare van zijn krijgers telkens meer vergrootten en haar tot een leger van God maakten. De eerste klasse van hen (vs. 2-7) bevat Benjaminieten en mannen uit Juda, die te Ziklag bij hem kwamen, zeker nog in de eerste tijd van zijn verblijf daar; de tweede klasse (vs. 8-18) waren mannen uit Gad benevens enige mannen uit Juda, en Benjaminieten, die gedurende zijn oponthoud in de woestijn Juda hem opzochten; de derde klasse (vs. 19-22) eindelijk bestaat uit zeven Manassieten, die nog vóór Sauls laatste slag, waarin hij viel, diens zaak verlieten en tot David overkwamen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 27:2→2 Samuël 1:1→1 Kronieken 11:24→1 Kronieken 9:39→1 Kronieken 11:10→2 Samuël 4:10→1 Kronieken 8:33→1 Kronieken 11:19→— Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.
Deze nu, die in het volgende nader aangeven worden, zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag (1 Samuel .27: 6),toen hij nog besloten was 1) voor het aangezicht van Saul, de zoon van Kis; voor Sauls ogen of in het bereik van zijn heerschappij zich niet durfde laten zien (1 Samuel .27: 1); zij waren ook, zoals degenen, waarvan in het vorige Hoofdstuk gesproken is, onder de helden, die tot die strijd hielpen, bereid waren om hem te ondersteunen in de oorlogen, die hij destijds voerde.
Nog besloten was. D.w.z. toen hij nog door Saul verhinderd werd, om volgens zijn Goddelijke verkiezing als koning op te treden, omdat èn Saul nog leefde èn deze op allerlei manier David het leven bitter maakte. Hieruit mag worden opgemaakt dat de mannen, die tot hem kwamen, het doel hadden, om hem als koning te erkennen. Het was echter nog de tijd niet, wil de Schrijver zeggen, Saul moest eerst sterven.
KruisverwijzingenRichteren 3:15→Richteren 20:16→1 Kronieken 12:29→1 Samuël 17:49→— Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin.
Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpend, en met pijlen schietende uit de boog; met de linker- en rechterhand geoefend met stenen om die te slingeren, en met pijlen op de boog om die af te schieten (Hoofdstuk 8: 40. (Richteren 20: 16); zij waren van de broeders, stamverwanten van Saul, uit Benjamin 1).
Het uit Benjamin verklaart nader van Saul. Hiermee wordt niet gezegd, dat zij bloedverwanten van Saul waren, maar dat zij uit dezelfde stam waren, waaruit hij gesproten was. Juist om het in het oog vallend, dat enige stamverwanten van Saul tot David kwamen, wordt hier gesproken van broeders van Saul.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 11:28→1 Samuël 11:4→1 Kronieken 11:33→2 Samuël 21:6→— Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.
Het hoofd, of aanvoerder, was Ahiëzer, en zijn broeder, Joas, zonen van Semaä, de Gibeathiet, uit Gibea van Benjamin (1 Samuel 10: 5); daarna Jeziël en Pelet, zonen van Azmaveth en Beracha, en Jehu, de Anathothiet, uit Anathoth (Hoofdstuk 11: 28).
KruisverwijzingenJozua 9:3→Jozua 15:36→1 Kronieken 11:15→Jozua 9:17→— En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;
En Jismaja, de Gibeoniet, uit Gibeon (Joz.9: 3) was een held onder de dertig en over dertig
gesteld (Hoofdstuk 11: 25), en Jirmeja, en Jahaziël, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet
, uit Gadara in de Judese vlakte (Joz.15: 36).
Deze woorden kunnen wel geen anderen zin hebben als deze, dat Jismaja ook tot het corps van de 30 helden van David behoorde en tijdelijk aanvoerder van hen was; ofschoon zijn naam in Hoofdstuk 11 niet voorkomt, vermoedelijk, wijl hij ten tijde, toen de lijst in Hoofdstuk 11 werd gemaakt, niet meer in leven was.
Omdat Gadara in Juda lag, valt hieruit op te maken, dat enkele Benjaminitische geslachten naar Juda zijn verhuisd en daar hun woonplaats hebben verkregen, in afwijking van de oorspronkelijke verdeling van het land door Jozua.
— Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;
Eluzaï, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet (vgl. Nehemia 7: 24 7.24).
— Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;
Elkana en Jissia, en Azareël, en Joëzer, en Jasobam, de Korahieten 1), nakomelingen van Korach, achterkleinzoon van Levi (Nu 16: 3).
Dat de Korahieten, nakomelingen van Levi, als in één adem genoemd worden met de Benjaminieten, komt daarom, omdat de Levieten geen eigen stuk land hadden, maar de nakomelingen van Levi, die om en bij de Benjaminieten woonden, als tot de Benjaminieten werden gerekend. Het is wel waar, dat de Kahathieten, waaruit ook de Korahieten behoorden, in Benjamin geen woonplaats verkregen (Joz.21: 9-26), maar het is vrij zeker, dat toen de tabernakel naar Gibeon verplaatst werd, ook Levieten in de steden van Benjamin hebben gewoond.
Kruisverwijzingen2 Samuël 2:18→2 Samuël 17:10→1 Kronieken 11:16→1 Samuël 24:22→2 Samuël 23:20→1 Samuël 23:14→Spreuken 28:1→1 Kronieken 11:22→— Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid.
1) Ook scheidden zich van de Gadieten, onderhorigen van de stam Gad af van de anderen, die het met Saul hielden en begaven zich tot David in of naar die vesting naar de woestijn van Juda (1 Samuel .23: 14), kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten, waren krachtig en fier van voorkomen als aangezichten van de leeuwen (2 Samuel .1: 23), en zij waren op hun voeten als de reeën, gazellen op de bergen in snelheid (2 Samuel .2: 18).
Hieronder vinden we vermeld, wie onder meer tot David in de vesting kwamen van de Gadieten en van de kinderen van Benjamin en Juda.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:30→Leviticus 26:8→— Dezen waren van de kinderen van Gad, hoofden des heirs; een van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.
Deze waren van de kinderen van Gad, (vs. 8), hoofden van het leger, een 1) van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.
Beter: Eén tegen honderd de kleinste en de grootste één tegen duizend, d.i. van de helden kon de zwakste het tegen honderd, de sterkste tegen duizend man het uithouden (Lev.26: 8 vgl. Deuteronomium 32: 30). In het Hebr. (Echad lemaäh hakatòn wehagadool leèlef). De Staten-Vertaling volgt de Vulgata. Als vertaald moest worden over en niet tegen, moest er niet l maar le staan. Onze vertaling sluit zich geheel aan de beschrijving van deze mannen in het vorige vers. Zij waren helden niet alleen, wat houding en gedaante, maar ook wat lichaamskracht betreft.
KruisverwijzingenJozua 3:15→Jozua 4:18→Jeremia 49:19→Jeremia 12:5→— Deze zelfden zijn het, die over de Jordaan gingen in de eerste maand, toen dezelve vol was aan al haar oevers; en zij verdreven al de inwoners der laagten, tegen het oosten en tegen het westen.
Deze zelf zijn het, die, toen zij zich van hun stamgenoten afscheidden en zich door Sauls aanhangers moesten heenslaan om David te bereiken, over de Jordaan gingen in de eerste maand, Abib of Eisan (Ex 12: 2) dus in het voorjaar, toen die vol was aan al haAr oevers 1), en zij verdreven al de inwoners van de laagten, tegen het oosten en tegen het westen 2).
In de drogen zomertijd kan de Jordaan op verscheidene plaatsen doorwaad worden, maar in het voorjaar, als hij door het smelten van de sneeuw op de Libanon zo groeit, dat de oevers overstroomd worden, behoort de overgang over deze rivier tot de grootste waagstukken (Zie Joz.3: 15).
De laagten staat hier voor, de bewoners van de laagten, van de dalen.
Welke vijanden zij geweest zijn, die de Gadieten te bestrijden hadden, en waar de laagten gelegen hebben, waar zij hen aangrepen, wordt niet gezegd, maar het blijkt, dat zij met hun leeuwen aangezichten hen deden vluchten langs verschillende wegen, sommigen oost- en anderen westwaarts, en dat zij hen met een weergaloze vlugheid vervolgden, zodat waarheen zij ook vluchten mochten, zij hen achterhaalden en hun werk niet ten halve deden.
— Er kwamen ook van de kinderen van Benjamin en Juda op de vesting tot David.
Er kwamen ook van de kinderen van Benjamin en Juda, op de bergvesting tot David, die er zich destijds ophield.
Kruisverwijzingen1 Samuël 18:3→2 Korinthe 13:11→1 Koningen 2:13→Filippenzen 1:27→Genesis 31:42→Zacharia 3:2→Handelingen 4:32→Psalmen 12:1→— En David ging uit hun tegemoet, en antwoordde, en zeide tot hen: Indien gijlieden ten vrede tot mij gekomen zijt, om mij te helpen, zo zal mijn hart tegelijk over ulieden zijn; maar indien het is, om mij aan mijn vijanden bedriegelijk over te leveren, daar toch geen wrevel in mijn handen is, de God onzer vaderen zie het, en straffe het!
En David, die juist in die streek evenveel haat en verraad als liefde en vriendschap ondervonden had (1 Samuel .23: 15 vv.; 26: 1 vv.), en nu niet wist, waarop hij bij deze bezoekers te letten had, ging uit hun tegemoet, en antwoordde met betrekking tot hetgeen zij bij hem wilden doen, nog eer zij zelf zich daarover uitgelaten hadden, en zei tot hen: Indien jullie ten vrede tot mij gekomen zijt, om mij te helpen, zoals reeds zo menigeen in zo’n gezindheid zich bij mij heeft aangesloten (vs. 2 vv., 8 vv.), zo zal mijn hart tegelijk of tot gemeenschap over jullie zijn 1), en ook ik zal getrouw blijven; maar indien het is, om mij aan mijn vijanden bedrieglijk over te leveren, en u eraan denkt om mij aan koning Saul te verraden, omdat toch geen wrevel in mijn handen is, de God onzer vaderen 2), die de zielen van Zijn heiligen bewaart en hen van van de goddeloze hand redt (Psalm 97: 10), ziet het, en straft het aan u, het boze, dat u tegen mij voorhebt.
De Zoon en Heere van David heeft lief, die Hem liefhebben (Spreuken 8: 17). Hij veracht hun liefde niet, ofschoon dezelve voor hem gering en van weinig belang is, maar Hij neemt ze gunstig aan, en zal hen, die zich in oprechtheid en met een gewillige ziel aan Hem onderwerpen, optekenen, om onder Zijn geleide en bestuur te strijden tegen de zonde en alle verzoekingen, en om als reizigers te trekken door de woestijn van deze wereld ter beërving van het hemelse koninkrijk, zonder dat zij, ofschoon de vijanden talrijk en de reizen langwijlig en verdrietig mogen wezen, hoeven ongerust te wezen of moedeloos, alzo Hij hun Overste en Leidsman, de Heere van de hemel en van de aarde is.
Hier spreekt David niet alleen zijn innig en kinderlijk geloofsvertrouwen uit, maar zegt hier ook, dat die God, die Zich aan de vaderen heeft geopenbaard, als Degene die de schuldige geenszins onschuldig houdt, Zijn beschermende hand over hem heeft uitgestrekt, zodat niet hij, maar zij de droevige gevolgen van zo’n snood verraad zullen ondervinden.
KruisverwijzingenRichteren 6:34→2 Samuël 17:25→Richteren 3:10→Galaten 6:16→1 Kronieken 2:17→Efeze 6:23→Mattheüs 12:30→Johannes 6:67→— En de Geest toog Amasai aan, den overste der hoofdlieden, en hij zeide: Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isai. Vrede, vrede zij u, en vrede uw helperen; want uw God helpt u. Toen nam David hen aan, en stelde hen tot hoofden der benden.
En de Geest van de Heere toog Amasaï aan 1), daalde als een geest van dappere, blijde moed en oprechte onvoorwaardelijke overgave neer op hem (Richteren 6: 34), de overste van de hoofdlieden, zeker noch de een noch de ander van de twee zonen van David’s zuster, Amasa en Abisaï (Hoofdstuk 2: 16,17), zoals menig uitlegger vermoedt, maar een overigens niet nader bekende Benjaminiet, die later als hoofdman over dertig in het leger diende; en hij zei: Wij zijn van u, o David! en met u zijn wij, zoon van Isaï (Hoofdstuk 10: 14), vrede, vrede, d.i. geluk en heil zij u, en vrede zij ook uw helpers, die u terzijde staan en de partij van uw vervolgers verlaten! want uw God helpt u, heeft u tot dusver reeds in deze zorgelijke tijd zichtbaar geholpen en zal u, die Hij zich tot vorst over Zijn erfdeel verkoren heeft, zeker eenmaal een bestendig huis bouwen (1 Samuel .25: 28 vv.). Toen, terwijl ook hem de Geest Gods aangreep en alle twijfel uit zijn ziel dreef, nam hem David aan en stelde hen tot hoofden van de benden 2).
Amasaï was hun spreker, welke door de Geest van God, aan Wie niet alleen de zaligmakende genade, maar ook andere heldhaftige en edelmoedige aandoeningen worden toegeschreven, werd aangedreven met een heldhaftige stoutheid en een kloekmoedig besluit, om in de naam van allen en ter hunner aanmoediging hun gehoorzaamheid aan David te betuigen met zulke nadrukkelijke woorden, die de koning ten volle overtuigen, dat zij zijn vrienden waren.
Deze Amasaï komt onder deze naam niet voor op andere plaatsen op de lijst van David’s helden. Het is daarom, dat vele oude uitleggers, maar o.i. ten onrechte, hem verward hebben met Amasa, eerst bevelhebber onder Absalom en later onder David, die door Joab is vermoord.
Niet alleen nam hij hen aan, maar hij stelde hen ook in ere-ambten, opdat zij voor immer de zijne zouden zijn. Dit was geen onvoorzichtig gedrag van de toekomstige koning, maar een daad van grootmoedigheid, overtuigd, dat hij handelde naar de wil van God en dus tot zijn eigen welzijn.
Kruisverwijzingen1 Samuël 29:2→— Er vielen ook van Manasse tot David, toen hij met de Filistijnen kwam, om tegen Saul te strijden, alhoewel zij hen niet hielpen; want de vorsten der Filistijnen verlieten hem met raad, zeggende: Met gevaar van onze hoofden zou hij tot Saul, zijn heer, vallen.
Er vielen ook van de stam Manasse het later (vs. 20) aangeduide zevental tot David 1), toen hij, zoals in 1 Samuel .29: 1 vv. uitvoeriger bericht wordt, met de Filistijnen kwam om tegen Saul te strijden, alhoewel zij hen, de Filistijnen niet hielpen; want de vorsten van de Filistijnen verlieten hem weer, nadat hij met zijn mannen reeds onder hun leger uitgetogen was, met raad ten gevolge van onderhandelingen, die zij onder elkaar gehouden hadden, zeggende: Met gevaar van onze hoofden zou hij tot Saul, zijn heer, vallen (1 Samuel .29: 4).
Dit waren overlopers uit het leger van Saul tot David, toen de laatste strijd tegen de Filistijnen door Saul zou geleverd worden.
KruisverwijzingenExodus 18:21→Deuteronomium 1:15→Deuteronomium 33:17→1 Samuël 29:11→— Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en Michael, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.
Toen hij nu, na deze vrijlating, naar Ziklag toog, waar hij destijds woonde, vielen bij zijn terugkeer derwaarts tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediaël, en MICHAËL, en Jozabad, en Elihu, en Zillethaï; hoofden van de duizenden 1), die in Manasse waren.
Hoofden van de duizenden, d.i. hoofden van de geslachten, waarin de stam Manasse verdeeld was, en dus hoofden van de legerafdelingen, die Manasse leverde.
Kruisverwijzingen1 Samuël 30:1→1 Kronieken 11:10→1 Kronieken 5:24→1 Kronieken 12:20→1 Kronieken 11:21→— En dezen hielpen David mede tegen die benden; want alle dezen waren kloeke helden; en zij waren oversten in het heir.
En deze hielpen David mee tegen die benden, de Amalekitische stroopbenden, die gedurende zijn afwezigheid de stad verbrand en haar bewoners weggevoerd hadden (1 Samuel .30: 1 vv.); want alle dezen waren kloeke helden, evenals de in vs. 1 genoemden, en zij waren of werden oversten in het leger.
KruisverwijzingenJozua 5:14→Genesis 32:2→2 Samuël 2:2→2 Samuël 3:1→Psalmen 148:2→Job 17:9→— Want er kwamen er te dier tijd dag bij dag tot David, om hem te helpen, tot een groot leger toe, als een leger Gods.
Want er kwamen in die tijd, in de laatste tijd van Sauls regering, vóórdat hij kort daarop zijn dood vond (Hoofdstuk 10), dag bij dag enigen tot David, om hem te helpen, tot een groot leger toe, totdat uit dezen, die zich bij hem aansloten een leger werd, als een leger van God 1) (1 (Samuel 27: 7).
Leger van God, d.i. een leger door God gevormd, waarin het duidelijk getoond wordt, dat de Heere God er Zijn kracht in had uitgestort, zodat het schier onverwinnelijk was.
V. Vs. 23-40.KruisverwijzingenEsther 1:13→2 Samuël 2:3→1 Kronieken 11:10→2 Samuël 8:17→1 Kronieken 6:8→2 Samuël 2:8→1 Samuël 16:1→1 Kronieken 12:2→ — En dit zijn de getallen der hoofden dergenen, die toegerust waren ten heire, die tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar den mond des HEEREN: Van de kinderen van Juda, die rondassen en spiesen droegen, waren zes duizend en achthonderd toegerust ten heire; Van de kinderen van Simeon, kloeke helden ten heire, zeven duizend en honderd; Van de kinderen van Levi, vier duizend en zeshonderd; En Jehojada was overste der Aaronieten; en met hem waren er drie duizend en zevenhonderd. En Zadok was een jongeling, een kloek held; en uit zijns vaders huis waren twee en twintig oversten; En van de kinderen van Benjamin, de broederen van Saul, drie duizend; want tot nog toe waren er velen van hen, die het met het huis van Saul hielden; En van de kinderen van Efraim, twintig duizend en achthonderd, kloeke helden, mannen van naam in het huis hunner vaderen; En van den halven stam van Manasse achttien duizend, die met namen uitgedrukt zijn, dat zij kwamen, om David koning te maken; En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israel doen moest; hun hoofden waren tweehonderd, en alle hun broeders pasten op hun woord; Een verdere opgave vermeldt de krijgslieden van de verschillende stammen, die bij de verheffing van David tot koning over geheel Israël tegenwoordig en werkzaam waren; zij geeft dus een juistere beschrijving van de vergadering, waarvan in Hoofdstuk 12: 1-3 in algemene woorden sprake was. De opgave begint met de twee, in het zuidelijk deel van het land wonende stammen Juda en Simeon, waaraan Levi zich aansluit, welks hoofdbestanddeel reeds van het begin af het insgelijks met David gehouden had; van het Zuiden loopt zij dan in noordelijke richting voort tot de overige stammen in het West-Jordaanland, en sluit met de twee en een halve stam in het Oost-Jordaanland.
Kruisverwijzingen2 Samuël 2:3→1 Kronieken 11:10→1 Samuël 16:1→1 Samuël 16:3→2 Samuël 3:18→1 Samuël 16:12→Psalmen 2:6→1 Kronieken 10:14→— En dit zijn de getallen der hoofden dergenen, die toegerust waren ten heire, die tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar den mond des HEEREN:
En dit zijn de getallen van de hoofden van degenen, die toegerust waren voor het leger, die, na Isboseth’s vermoording in het jaar 1047 vóór Christus, tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar de mond van de Heere, die David tot vorst over geheel Israël verordend had (Hoofdstuk 11: 2).
— Van de kinderen van Juda, die rondassen en spiesen droegen, waren zes duizend en achthonderd toegerust ten heire;
Van de kinderen van Juda, die rondassen en spiesen droegen, waren zesduizend en achthonderd, toegerust voor het leger 1).
Hoe komt het toch, dat Zebulon en Nafthali, twee stammen, die in Israël’s geschiedenis geen betekenisvolle rol speelden, zo talrijk zijn opgekomen, terwijl Juda een naar verhouding zo’n klein getal van krijgers stelde. Op deze vraag antwoorden wij: Het optreden van de stam van Juda, door een naar verhouding zo’n klein getal van soldaten, verklaart zich eenvoudig daaruit, dat David toen reeds 7 jaren koning over Juda was, welke stam alzo bij de huldiging van de overige stammen niet in het veelvoudige van zijn krijgers hoefde te komen, om David eerst tot koning te maken, maar slechts een klein getal van zijn manschappen tot de feestelijke handeling zond, die de huldiging van de overige stammen als getuigen in naam van de hele stam bijwoonden. Dit geldt ook voor de stam Simeon, wiens gebied als het ware in de stam Juda was ingesloten, zodat hij tegelijk met Juda David als zijn koning had erkend.
Kruisverwijzingen2 Koningen 25:18→2 Koningen 11:4→1 Kronieken 9:20→1 Kronieken 27:17→2 Koningen 11:9→1 Kronieken 6:49→— En Jehojada was overste der Aaronieten; en met hem waren er drie duizend en zevenhonderd.
En Jehojada, misschien de in Hoofdstuk 11: 22 vermelde nader van Benaja, was overste, aanvoerder van de Aäronieten; en met hem waren er drieduizend en zevenhonderd.
Kruisverwijzingen2 Samuël 8:17→1 Kronieken 6:8→1 Kronieken 6:53→1 Koningen 1:8→1 Koningen 2:35→Ezechiël 44:15→— En Zadok was een jongeling, een kloek held; en uit zijns vaders huis waren twee en twintig oversten;
En van de kinderen van Benjamin, de broeders, stamgenoten van Saul, drieduizend, een betrekkelijk gering getal, want tot nog toe waren er velen van hen, die het nog met het huis van Saul hielden.
Kruisverwijzingen2 Samuël 2:8→1 Kronieken 12:2→Genesis 31:23→— En van de kinderen van Benjamin, de broederen van Saul, drie duizend; want tot nog toe waren er velen van hen, die het met het huis van Saul hielden;
En van de halve stam van Manasse, tot het West-Jordaanland behorend, achttien duizend, die met namen uitgedrukt zijn, in de lijsten als zodanig werden opgeschreven, dat zij, in naam van de stam kwamen om David koning te maken.
KruisverwijzingenGenesis 6:4→— En van de kinderen van Efraim, twintig duizend en achthonderd, kloeke helden, mannen van naam in het huis hunner vaderen;
En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, die, in staatkundige zaken wijs en bedreven, met een vlug en vast oordeel begaafd waren, om te weten wat Israël 1) te allen tijde, welke ook de toestanden waren, doen moest: hun hoofden waren twee honderd, en al hun broeders vertrouwden de wijsheid van deze aanvoerders en pasten op hun woord.
Wat hier van Issaschar gezegd wordt, is het in toepassing brengen van wat de Prediker zegt: (Hoofdstuk 3: 1). Dit kwam hier in voor al uit dat zij het nu het juiste tijdsgewricht oordeelden, om David koning te maken en niet langer te wachten met deze handeling.
KruisverwijzingenPsalmen 12:2→Johannes 1:47→— Uit Zebulon, uitgaande in het heir, toegerust ten strijde met alle krijgswapenen, vijftig duizend; en om een slagorde te houden met een onwankelbaar hart;
Uit Zebulon, uitgaande in het leger, toegerust ten strijde met alle krijgswapens, vijftig duizend, en om een slagordening te houden met een onwankelbaar hart 1).
In het bijzonder wordt van de mannen van Zebulon (hebbende die stam misschien enig kwaad vermoeden gegeven, aangaande zijn standvastigheid), getuigd, dat zij heel niet dubbelhartig waren. Zij bezaten geen gemaakte kloekmoedigheid, maar hadden voorgenomen, standvastig bij hun besluit te blijven.
Beter vertaald is dan ook: En om zich tezamen te scharen met een niet dubbel hart, d.i. op een niet dubbelhartige wijze, zoals ook de Engelse vertaling heeft. Vrijwillig en eensgezind schaarden zij zich onder de vanen van David, hun wettige koning.
KruisverwijzingenGenesis 26:30→2 Samuël 19:42→2 Samuël 6:19→Genesis 31:54→— En zij waren daar bij David drie dagen lang, etende en drinkende; want hun broeders hadden voor hen wat toebereid.
En zij waren daar bij David drie dagen lang, etende en drinkende; want hun broeders 1) hadden voor hen wat toebereid, brachten hun levensmiddelen aan (Jud 20: 10).
Hun broeders zijn, zoals blijkt uit het volgende vers, de inwoners van Hebron, of de stam van Juda. In het volgende vers worden toch opgesomd degenen, die het dichtst bij die stam woonden.
Kruisverwijzingen1 Samuël 25:18→2 Samuël 16:1→Openbaring 19:5→1 Koningen 1:40→2 Samuël 17:27→2 Koningen 11:20→Jeremia 23:5→Spreuken 11:10→— En ook de naasten aan hen, tot aan Issaschar, en Zebulon, en Nafthali, brachten brood op ezelen, en op kemelen, en op muildieren, en op runderen, meelspijs, stukken vijgen, en stukken rozijnen, en wijn, en olie, en runderen, en klein vee in menigte; want er was blijdschap in Israel.
En ook de naasten aan hen, tot aan Issaschar en Zebulon, en Nafthali, dus tot aan de Noordelijke grens van Kanaän, brachten brood op ezels, en op kamelen, en op muilen (1 Samuel 25: 18), en wijn, en olie, en runderen, en klein vee in menigte: want er was blijdschap in Israël, en ieder probeerde dus van zijn zijde de vergadering in Hebron tot een echt feestelijke en vrolijke te maken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
In godsdienst, in zeden en in staatszaken staan wij aan de zijde van de verachte en verworpen Christus, Wie wij toebehoren.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Kronieken 12
1 Kronieken 12:8.Kruisverwijzingen2 Samuël 2:18→2 Samuël 17:10→1 Kronieken 11:16→1 Samuël 24:22→2 Samuël 23:20→1 Samuël 23:14→Spreuken 28:1→1 Kronieken 11:22→
— Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid.
David, die gedwongen was uit zijn eigen land te vluchten en zich te verbergen voor de boosheid van Saul, was een type van onze Heere Jezus Christus, Die in de dagen toen Hij hier op aarde woonde veracht en verworpen was. En ook op dit ogenblik is het genoegzaam bekend dat Jezus, de Zoon van David, in deze tegenwoordige boze wereld niet aangenomen, niet erkend en niet geduld wordt. Hij is uitgegaan buiten de legerplaats. Allen die Hem willen volgen moeten eveneens uitgaan en Zijn smaadheid dragen. Deze elf Gadieten omhelsden de zaak van David toen die er het slechtst voor stond. Zij verlieten het gemak en de gerieflijkheid, de eer en de veiligheid van hun eigen huis, om zich bij hem te voegen toen hij als een vogelvrij verklaarde in de ban van de samenleving lag. Tot op deze dag moet iedere ware christen zich van de wereld afscheiden om een volgeling te zijn van de verachte Jezus. Op die weg, en met dat geloof dat de mensen nog altijd voor dwaalleer houden, moet hij zich voegen bij datgene waar overal tegen gesproken wordt, en de spitsroeden van zijn eeuw doorlopen wil hij de zaak van de Gezalfde des Heeren steunen.
1 Kronieken 12:18.KruisverwijzingenRichteren 6:34→2 Samuël 17:25→Richteren 3:10→Galaten 6:16→1 Kronieken 2:17→Efeze 6:23→Mattheüs 12:30→Johannes 6:67→
— En de Geest toog Amasai aan, den overste der hoofdlieden, en hij zeide: Wij zijn uw, o David, en met u zijn wij, gij, zoon van Isai. Vrede, vrede zij u, en vrede uw helperen; want uw God helpt u. Toen nam David hen aan, en stelde hen tot hoofden der benden.
David was een verbannen man, en niet ieder heeft er lust in zijn lot te verbinden aan dat van een verjaagde edelman. Hij was vogelvrij verklaard, en zijn vorst zou hem met eigen hand gedood hebben als hij de gelegenheid gevonden had. Weinigen wagen er hun alles aan om zich bij iemand in zulke omstandigheden te voegen. De velen aan de zijde van Saul spraken bitter over David; en om zich bij de koning in de gunst te dringen belasterden zij hem op de zwartste wijze. Weinig aanzienlijke mensen hebben er lust in zich te verbinden aan iemand die in een kwaad gerucht staat. Velen aan wie David geen kwaad gedaan had, waren er begerig op hem te verraden en in de hand van zijn vijand te verkopen, want de mensen zochten hun eigen gewin en het deerde hun niet wie zij verkochten, zolang zij de beloning maar in de hand kregen. Het was geen kleine zaak voor een groep mannen zich te verenigen met iemand op wiens hoofd een prijs stond. David moest op zijn hoede zijn, want verraders waren overal om hem heen. De mannen van Kehila zouden hem uitgeleverd hebben toen hij binnen hun poorten kwam. Het ging Davids zaak zeer slecht; toen dus deze mannen tot David kwamen, deden zij een dappere daad — een daad die hij in de latere dagen van zijn triomf zeker niet vergeten zou. En zij betuigden dat zij David toebehoorden en aan zijn zijde stonden.
Zo ook staan wij in godsdienst, in zeden en in staatszaken aan de zijde van de verachte en verworpen Christus, Wie wij toebehoren. Hier is de zijde van de geleerden, daar de zijde van de onwetenden — wij staan aan geen van beide; wij staan aan de zijde van Christus. In elke staatkundige vraag begeren wij aan de zijde van Christus te staan en behoren wij daar te staan. Wij zijn niet van deze partij en niet van die, maar aan de zijde van recht, vrede en gerechtigheid. In elke zedelijke vraag zijn wij gebonden aan de zijde van Christus te staan. In elke godsdienstige vraag staan wij niet aan de zijde van de heersende gedachte, niet aan de zijde van de gangbare inzichten, niet aan de zijde van het oneerlijke gewin, maar aan de zijde van Christus. Laat dit onze raadsman zijn: “Wat zou Jezus doen?” Ga heen en doe dat. “Hoe zou Jezus denken?” Ga heen en denk zo. “Wat zou Jezus willen dat ik was?” Bid God dat Hij ons juist dat maakt.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-22.KruisverwijzingenRichteren 3:15→Richteren 20:16→2 Samuël 2:18→1 Samuël 27:2→1 Kronieken 11:28→Jozua 9:3→Jozua 15:36→Jozua 15:58→
— Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen. Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin. Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet. En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet; Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet; Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten; En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor. Ook scheidden zich van de Gadieten af tot David, in die vesting naar de woestijn, kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten waren aangezichten der leeuwen; en zij waren als de reeen op de bergen in snelheid. Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde; Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;
Na de opgave van Davids helden, die gedurende zijn koninklijke heerschappij; hem de oorlogen van de Heere deden voeren, volgt een opgave van die mannen; die nog bij Sauls leven deze verlieten en onder Davids vaandel zich begaven, de schare van zijn krijgers telkens meer vergrootten en haar tot een leger van God maakten. De eerste klasse van hen (vs. 2-7) bevat Benjaminieten en mannen uit Juda, die te Ziklag bij hem kwamen, zeker nog in de eerste tijd van zijn verblijf daar; de tweede klasse (vs. 8-18) waren mannen uit Gad benevens enige mannen uit Juda, en Benjaminieten, die gedurende zijn oponthoud in de woestijn Juda hem opzochten; de derde klasse (vs. 19-22) eindelijk bestaat uit zeven Manassieten, die nog vóór Sauls laatste slag, waarin hij viel, diens zaak verlieten en tot David overkwamen.
Deze nu, die in het volgende nader aangeven worden, zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag (1 Samuel .27: 6),toen hij nog besloten was 1) voor het aangezicht van Saul, de zoon van Kis; voor Sauls ogen of in het bereik van zijn heerschappij zich niet durfde laten zien (1 Samuel .27: 1); zij waren ook, zoals degenen, waarvan in het vorige Hoofdstuk gesproken is, onder de helden, die tot die strijd hielpen, bereid waren om hem te ondersteunen in de oorlogen, die hij destijds voerde.
Nog besloten was. D.w.z. toen hij nog door Saul verhinderd werd, om volgens zijn Goddelijke verkiezing als koning op te treden, omdat èn Saul nog leefde èn deze op allerlei manier David het leven bitter maakte. Hieruit mag worden opgemaakt dat de mannen, die tot hem kwamen, het doel hadden, om hem als koning te erkennen. Het was echter nog de tijd niet, wil de Schrijver zeggen, Saul moest eerst sterven.
Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpend, en met pijlen schietende uit de boog; met de linker- en rechterhand geoefend met stenen om die te slingeren, en met pijlen op de boog om die af te schieten (Hoofdstuk 8: 40. (Richteren 20: 16); zij waren van de broeders, stamverwanten van Saul, uit Benjamin 1).
Het uit Benjamin verklaart nader van Saul. Hiermee wordt niet gezegd, dat zij bloedverwanten van Saul waren, maar dat zij uit dezelfde stam waren, waaruit hij gesproten was. Juist om het in het oog vallend, dat enige stamverwanten van Saul tot David kwamen, wordt hier gesproken van broeders van Saul.
Het hoofd, of aanvoerder, was Ahiëzer, en zijn broeder, Joas, zonen van Semaä, de Gibeathiet, uit Gibea van Benjamin (1 Samuel 10: 5); daarna Jeziël en Pelet, zonen van Azmaveth en Beracha, en Jehu, de Anathothiet, uit Anathoth (Hoofdstuk 11: 28).
En Jismaja, de Gibeoniet, uit Gibeon (Joz.9: 3) was een held onder de dertig en over dertig
gesteld (Hoofdstuk 11: 25), en Jirmeja, en Jahaziël, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet
, uit Gadara in de Judese vlakte (Joz.15: 36).
Deze woorden kunnen wel geen anderen zin hebben als deze, dat Jismaja ook tot het corps van de 30 helden van David behoorde en tijdelijk aanvoerder van hen was; ofschoon zijn naam in Hoofdstuk 11 niet voorkomt, vermoedelijk, wijl hij ten tijde, toen de lijst in Hoofdstuk 11 werd gemaakt, niet meer in leven was.
Omdat Gadara in Juda lag, valt hieruit op te maken, dat enkele Benjaminitische geslachten naar Juda zijn verhuisd en daar hun woonplaats hebben verkregen, in afwijking van de oorspronkelijke verdeling van het land door Jozua.
Eluzaï, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet (vgl. Nehemia 7: 24 7.24).
Elkana en Jissia, en Azareël, en Joëzer, en Jasobam, de Korahieten 1), nakomelingen van Korach, achterkleinzoon van Levi (Nu 16: 3).
Dat de Korahieten, nakomelingen van Levi, als in één adem genoemd worden met de Benjaminieten, komt daarom, omdat de Levieten geen eigen stuk land hadden, maar de nakomelingen van Levi, die om en bij de Benjaminieten woonden, als tot de Benjaminieten werden gerekend. Het is wel waar, dat de Kahathieten, waaruit ook de Korahieten behoorden, in Benjamin geen woonplaats verkregen (Joz.21: 9-26), maar het is vrij zeker, dat toen de tabernakel naar Gibeon verplaatst werd, ook Levieten in de steden van Benjamin hebben gewoond.
1) Ook scheidden zich van de Gadieten, onderhorigen van de stam Gad af van de anderen, die het met Saul hielden en begaven zich tot David in of naar die vesting naar de woestijn van Juda (1 Samuel .23: 14), kloeke helden, krijgslieden ten oorlog, toegerust met rondas en schild; en hun aangezichten, waren krachtig en fier van voorkomen als aangezichten van de leeuwen (2 Samuel .1: 23), en zij waren op hun voeten als de reeën, gazellen op de bergen in snelheid (2 Samuel .2: 18).
Hieronder vinden we vermeld, wie onder meer tot David in de vesting kwamen van de Gadieten en van de kinderen van Benjamin en Juda.
Deze waren van de kinderen van Gad, (vs. 8), hoofden van het leger, een 1) van de kleinsten was over honderd, en de grootste over duizend.
Beter: Eén tegen honderd de kleinste en de grootste één tegen duizend, d.i. van de helden kon de zwakste het tegen honderd, de sterkste tegen duizend man het uithouden (Lev.26: 8 vgl. Deuteronomium 32: 30). In het Hebr. (Echad lemaäh hakatòn wehagadool leèlef). De Staten-Vertaling volgt de Vulgata. Als vertaald moest worden over en niet tegen, moest er niet l maar le staan. Onze vertaling sluit zich geheel aan de beschrijving van deze mannen in het vorige vers. Zij waren helden niet alleen, wat houding en gedaante, maar ook wat lichaamskracht betreft.
Deze zelf zijn het, die, toen zij zich van hun stamgenoten afscheidden en zich door Sauls aanhangers moesten heenslaan om David te bereiken, over de Jordaan gingen in de eerste maand, Abib of Eisan (Ex 12: 2) dus in het voorjaar, toen die vol was aan al haAr oevers 1), en zij verdreven al de inwoners van de laagten, tegen het oosten en tegen het westen 2).
In de drogen zomertijd kan de Jordaan op verscheidene plaatsen doorwaad worden, maar in het voorjaar, als hij door het smelten van de sneeuw op de Libanon zo groeit, dat de oevers overstroomd worden, behoort de overgang over deze rivier tot de grootste waagstukken (Zie Joz.3: 15).
De laagten staat hier voor, de bewoners van de laagten, van de dalen.
Welke vijanden zij geweest zijn, die de Gadieten te bestrijden hadden, en waar de laagten gelegen hebben, waar zij hen aangrepen, wordt niet gezegd, maar het blijkt, dat zij met hun leeuwen aangezichten hen deden vluchten langs verschillende wegen, sommigen oost- en anderen westwaarts, en dat zij hen met een weergaloze vlugheid vervolgden, zodat waarheen zij ook vluchten mochten, zij hen achterhaalden en hun werk niet ten halve deden.
Er kwamen ook van de kinderen van Benjamin en Juda, op de bergvesting tot David, die er zich destijds ophield.
En David, die juist in die streek evenveel haat en verraad als liefde en vriendschap ondervonden had (1 Samuel .23: 15 vv.; 26: 1 vv.), en nu niet wist, waarop hij bij deze bezoekers te letten had, ging uit hun tegemoet, en antwoordde met betrekking tot hetgeen zij bij hem wilden doen, nog eer zij zelf zich daarover uitgelaten hadden, en zei tot hen: Indien jullie ten vrede tot mij gekomen zijt, om mij te helpen, zoals reeds zo menigeen in zo’n gezindheid zich bij mij heeft aangesloten (vs. 2 vv., 8 vv.), zo zal mijn hart tegelijk of tot gemeenschap over jullie zijn 1), en ook ik zal getrouw blijven; maar indien het is, om mij aan mijn vijanden bedrieglijk over te leveren, en u eraan denkt om mij aan koning Saul te verraden, omdat toch geen wrevel in mijn handen is, de God onzer vaderen 2), die de zielen van Zijn heiligen bewaart en hen van van de goddeloze hand redt (Psalm 97: 10), ziet het, en straft het aan u, het boze, dat u tegen mij voorhebt.
De Zoon en Heere van David heeft lief, die Hem liefhebben (Spreuken 8: 17). Hij veracht hun liefde niet, ofschoon dezelve voor hem gering en van weinig belang is, maar Hij neemt ze gunstig aan, en zal hen, die zich in oprechtheid en met een gewillige ziel aan Hem onderwerpen, optekenen, om onder Zijn geleide en bestuur te strijden tegen de zonde en alle verzoekingen, en om als reizigers te trekken door de woestijn van deze wereld ter beërving van het hemelse koninkrijk, zonder dat zij, ofschoon de vijanden talrijk en de reizen langwijlig en verdrietig mogen wezen, hoeven ongerust te wezen of moedeloos, alzo Hij hun Overste en Leidsman, de Heere van de hemel en van de aarde is.
Hier spreekt David niet alleen zijn innig en kinderlijk geloofsvertrouwen uit, maar zegt hier ook, dat die God, die Zich aan de vaderen heeft geopenbaard, als Degene die de schuldige geenszins onschuldig houdt, Zijn beschermende hand over hem heeft uitgestrekt, zodat niet hij, maar zij de droevige gevolgen van zo’n snood verraad zullen ondervinden.
En de Geest van de Heere toog Amasaï aan 1), daalde als een geest van dappere, blijde moed en oprechte onvoorwaardelijke overgave neer op hem (Richteren 6: 34), de overste van de hoofdlieden, zeker noch de een noch de ander van de twee zonen van David’s zuster, Amasa en Abisaï (Hoofdstuk 2: 16,17), zoals menig uitlegger vermoedt, maar een overigens niet nader bekende Benjaminiet, die later als hoofdman over dertig in het leger diende; en hij zei: Wij zijn van u, o David! en met u zijn wij, zoon van Isaï (Hoofdstuk 10: 14), vrede, vrede, d.i. geluk en heil zij u, en vrede zij ook uw helpers, die u terzijde staan en de partij van uw vervolgers verlaten! want uw God helpt u, heeft u tot dusver reeds in deze zorgelijke tijd zichtbaar geholpen en zal u, die Hij zich tot vorst over Zijn erfdeel verkoren heeft, zeker eenmaal een bestendig huis bouwen (1 Samuel .25: 28 vv.). Toen, terwijl ook hem de Geest Gods aangreep en alle twijfel uit zijn ziel dreef, nam hem David aan en stelde hen tot hoofden van de benden 2).
Amasaï was hun spreker, welke door de Geest van God, aan Wie niet alleen de zaligmakende genade, maar ook andere heldhaftige en edelmoedige aandoeningen worden toegeschreven, werd aangedreven met een heldhaftige stoutheid en een kloekmoedig besluit, om in de naam van allen en ter hunner aanmoediging hun gehoorzaamheid aan David te betuigen met zulke nadrukkelijke woorden, die de koning ten volle overtuigen, dat zij zijn vrienden waren.
Deze Amasaï komt onder deze naam niet voor op andere plaatsen op de lijst van David’s helden. Het is daarom, dat vele oude uitleggers, maar o.i. ten onrechte, hem verward hebben met Amasa, eerst bevelhebber onder Absalom en later onder David, die door Joab is vermoord.
Niet alleen nam hij hen aan, maar hij stelde hen ook in ere-ambten, opdat zij voor immer de zijne zouden zijn. Dit was geen onvoorzichtig gedrag van de toekomstige koning, maar een daad van grootmoedigheid, overtuigd, dat hij handelde naar de wil van God en dus tot zijn eigen welzijn.
Er vielen ook van de stam Manasse het later (vs. 20) aangeduide zevental tot David 1), toen hij, zoals in 1 Samuel .29: 1 vv. uitvoeriger bericht wordt, met de Filistijnen kwam om tegen Saul te strijden, alhoewel zij hen, de Filistijnen niet hielpen; want de vorsten van de Filistijnen verlieten hem weer, nadat hij met zijn mannen reeds onder hun leger uitgetogen was, met raad ten gevolge van onderhandelingen, die zij onder elkaar gehouden hadden, zeggende: Met gevaar van onze hoofden zou hij tot Saul, zijn heer, vallen (1 Samuel .29: 4).
Dit waren overlopers uit het leger van Saul tot David, toen de laatste strijd tegen de Filistijnen door Saul zou geleverd worden.
Toen hij nu, na deze vrijlating, naar Ziklag toog, waar hij destijds woonde, vielen bij zijn terugkeer derwaarts tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediaël, en MICHAËL, en Jozabad, en Elihu, en Zillethaï; hoofden van de duizenden 1), die in Manasse waren.
Hoofden van de duizenden, d.i. hoofden van de geslachten, waarin de stam Manasse verdeeld was, en dus hoofden van de legerafdelingen, die Manasse leverde.
En deze hielpen David mee tegen die benden, de Amalekitische stroopbenden, die gedurende zijn afwezigheid de stad verbrand en haar bewoners weggevoerd hadden (1 Samuel .30: 1 vv.); want alle dezen waren kloeke helden, evenals de in vs. 1 genoemden, en zij waren of werden oversten in het leger.
Want er kwamen in die tijd, in de laatste tijd van Sauls regering, vóórdat hij kort daarop zijn dood vond (Hoofdstuk 10), dag bij dag enigen tot David, om hem te helpen, tot een groot leger toe, totdat uit dezen, die zich bij hem aansloten een leger werd, als een leger van God 1) (1 (Samuel 27: 7).
Leger van God, d.i. een leger door God gevormd, waarin het duidelijk getoond wordt, dat de Heere God er Zijn kracht in had uitgestort, zodat het schier onverwinnelijk was.
V. Vs. 23-40.KruisverwijzingenEsther 1:13→2 Samuël 2:3→1 Kronieken 11:10→2 Samuël 8:17→1 Kronieken 6:8→2 Samuël 2:8→1 Samuël 16:1→1 Kronieken 12:2→
— En dit zijn de getallen der hoofden dergenen, die toegerust waren ten heire, die tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar den mond des HEEREN: Van de kinderen van Juda, die rondassen en spiesen droegen, waren zes duizend en achthonderd toegerust ten heire; Van de kinderen van Simeon, kloeke helden ten heire, zeven duizend en honderd; Van de kinderen van Levi, vier duizend en zeshonderd; En Jehojada was overste der Aaronieten; en met hem waren er drie duizend en zevenhonderd. En Zadok was een jongeling, een kloek held; en uit zijns vaders huis waren twee en twintig oversten; En van de kinderen van Benjamin, de broederen van Saul, drie duizend; want tot nog toe waren er velen van hen, die het met het huis van Saul hielden; En van de kinderen van Efraim, twintig duizend en achthonderd, kloeke helden, mannen van naam in het huis hunner vaderen; En van den halven stam van Manasse achttien duizend, die met namen uitgedrukt zijn, dat zij kwamen, om David koning te maken; En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, om te weten wat Israel doen moest; hun hoofden waren tweehonderd, en alle hun broeders pasten op hun woord;
Een verdere opgave vermeldt de krijgslieden van de verschillende stammen, die bij de verheffing van David tot koning over geheel Israël tegenwoordig en werkzaam waren; zij geeft dus een juistere beschrijving van de vergadering, waarvan in Hoofdstuk 12: 1-3 in algemene woorden sprake was. De opgave begint met de twee, in het zuidelijk deel van het land wonende stammen Juda en Simeon, waaraan Levi zich aansluit, welks hoofdbestanddeel reeds van het begin af het insgelijks met David gehouden had; van het Zuiden loopt zij dan in noordelijke richting voort tot de overige stammen in het West-Jordaanland, en sluit met de twee en een halve stam in het Oost-Jordaanland.
En dit zijn de getallen van de hoofden van degenen, die toegerust waren voor het leger, die, na Isboseth’s vermoording in het jaar 1047 vóór Christus, tot David te Hebron kwamen, om het koninkrijk van Saul tot hem te wenden, naar de mond van de Heere, die David tot vorst over geheel Israël verordend had (Hoofdstuk 11: 2).
Van de kinderen van Juda, die rondassen en spiesen droegen, waren zesduizend en achthonderd, toegerust voor het leger 1).
Hoe komt het toch, dat Zebulon en Nafthali, twee stammen, die in Israël’s geschiedenis geen betekenisvolle rol speelden, zo talrijk zijn opgekomen, terwijl Juda een naar verhouding zo’n klein getal van krijgers stelde. Op deze vraag antwoorden wij: Het optreden van de stam van Juda, door een naar verhouding zo’n klein getal van soldaten, verklaart zich eenvoudig daaruit, dat David toen reeds 7 jaren koning over Juda was, welke stam alzo bij de huldiging van de overige stammen niet in het veelvoudige van zijn krijgers hoefde te komen, om David eerst tot koning te maken, maar slechts een klein getal van zijn manschappen tot de feestelijke handeling zond, die de huldiging van de overige stammen als getuigen in naam van de hele stam bijwoonden. Dit geldt ook voor de stam Simeon, wiens gebied als het ware in de stam Juda was ingesloten, zodat hij tegelijk met Juda David als zijn koning had erkend.
En Jehojada, misschien de in Hoofdstuk 11: 22 vermelde nader van Benaja, was overste, aanvoerder van de Aäronieten; en met hem waren er drieduizend en zevenhonderd.
En van de kinderen van Benjamin, de broeders, stamgenoten van Saul, drieduizend, een betrekkelijk gering getal, want tot nog toe waren er velen van hen, die het nog met het huis van Saul hielden.
En van de halve stam van Manasse, tot het West-Jordaanland behorend, achttien duizend, die met namen uitgedrukt zijn, in de lijsten als zodanig werden opgeschreven, dat zij, in naam van de stam kwamen om David koning te maken.
En van de kinderen van Issaschar, die ervaren waren in het verstand van de tijden, die, in staatkundige zaken wijs en bedreven, met een vlug en vast oordeel begaafd waren, om te weten wat Israël 1) te allen tijde, welke ook de toestanden waren, doen moest: hun hoofden waren twee honderd, en al hun broeders vertrouwden de wijsheid van deze aanvoerders en pasten op hun woord.
Wat hier van Issaschar gezegd wordt, is het in toepassing brengen van wat de Prediker zegt: (Hoofdstuk 3: 1). Dit kwam hier in voor al uit dat zij het nu het juiste tijdsgewricht oordeelden, om David koning te maken en niet langer te wachten met deze handeling.
Uit Zebulon, uitgaande in het leger, toegerust ten strijde met alle krijgswapens, vijftig duizend, en om een slagordening te houden met een onwankelbaar hart 1).
In het bijzonder wordt van de mannen van Zebulon (hebbende die stam misschien enig kwaad vermoeden gegeven, aangaande zijn standvastigheid), getuigd, dat zij heel niet dubbelhartig waren. Zij bezaten geen gemaakte kloekmoedigheid, maar hadden voorgenomen, standvastig bij hun besluit te blijven.
Beter vertaald is dan ook: En om zich tezamen te scharen met een niet dubbel hart, d.i. op een niet dubbelhartige wijze, zoals ook de Engelse vertaling heeft. Vrijwillig en eensgezind schaarden zij zich onder de vanen van David, hun wettige koning.
En zij waren daar bij David drie dagen lang, etende en drinkende; want hun broeders 1) hadden voor hen wat toebereid, brachten hun levensmiddelen aan (Jud 20: 10).
Hun broeders zijn, zoals blijkt uit het volgende vers, de inwoners van Hebron, of de stam van Juda. In het volgende vers worden toch opgesomd degenen, die het dichtst bij die stam woonden.
En ook de naasten aan hen, tot aan Issaschar en Zebulon, en Nafthali, dus tot aan de Noordelijke grens van Kanaän, brachten brood op ezels, en op kamelen, en op muilen (1 Samuel 25: 18), en wijn, en olie, en runderen, en klein vee in menigte: want er was blijdschap in Israël, en ieder probeerde dus van zijn zijde de vergadering in Hebron tot een echt feestelijke en vrolijke te maken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel