Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En de Filistijnen streden tegen Israel, en de mannen van Israel vloden voor het aangezicht der Filistijnen, en zij vielen verslagen op het gebergte Gilboa.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de FilistijnenH6430stredenH3898 tegen IsraelH3478, en de mannenH376 van IsraelH3478vlodenH5127 voor het aangezichtH6440 der FilistijnenH6430, en zij vielenH5307verslagenH2491 op het gebergteH2022GilboaH1533.En de Filistijnen streden tegen Israel, en de mannen van Israel vloden voor het aangezicht der Filistijnen, en zij vielen verslagen op het gebergte Gilboa.
KJVNow the Philistines1fought2against Israel;3and the men5of Israel6fled4from before7the Philistines,8and fell down9slain10in mount11Gilboa.12
1וּפְלִשְׁתִּ֖יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine2נִלְחֲמ֣וּH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)3בְיִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4וַיָּ֑נָסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard5אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8פְלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine9וַיִּפְּל֥וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down10חֲלָלִ֖יםH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded11בְּהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion12גִּלְבֹּֽעַH1533GilboaGilboa
2En de Filistijnen hielden dicht achter Saul aan en achter zijn zonen; en de Filistijnen sloegen Jonathan, en Abinadab, en Malchi-sua, de zonen van Saul.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En de FilistijnenH6430 hielden dichtH1692achterH310SaulH7586 aan en achterH310 zijn zonenH1121; en de FilistijnenH6430sloegenH5221JonathanH3129, en AbinadabH41, en Malchi-suaH4444, de zonenH1121 van SaulH7586.En de Filistijnen hielden dicht achter Saul aan en achter zijn zonen; en de Filistijnen sloegen Jonathan, en Abinadab, en Malchi-sua, de zonen van Saul.
KJVAnd the Philistines2followed hard1after3Saul,4and after5his sons;6and the Philistines8slew7Jonathan,10and Abinadab,12and Malchishua,14the sons16of Saul.17
1וַיַּדְבְּק֣וּH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take2פְלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine3אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with4שָׁא֖וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul5וְאַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6בָנָ֑יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וַיַּכּ֣וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound8פְלִשְׁתִּ֗יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יוֹנָתָ֧ןH3129Jonathan, JonathansJonathan11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֲבִינָדָ֛בH41AbinadabAbinadab13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מַלְכִּיH4444Malchi-sua, MalchisuaMalchishua15שׁ֖וּעַH4444Malchi-sua, MalchisuaMalchishua16בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17שָׁאֽוּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul
3En de strijd werd zwaar tegen Saul, en de schutters met de bogen troffen hem aan; en hij vreesde zeer voor de schutters.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En de strijdH4421 werd zwaarH3513tegenH5921SaulH7586, en de schuttersH3384 met de bogenH7198troffenH4672 hem aan; en hij vreesdeH2342 zeer voor de schuttersH3384.En de strijd werd zwaar tegen Saul, en de schutters met de bogen troffen hem aan; en hij vreesde zeer voor de schutters.
KJVAnd the battle2went sore1against Saul,4and the archers6hit5him, and he was wounded8of the archers.10
1וַתִּכְבַּ֤דH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop2הַמִּלְחָמָה֙H4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4שָׁא֔וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul5וַיִּמְצָאֻ֖הוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on6הַמּוֹרִ֣יםH3384leren, schieten, schutters([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through7בַּקָּ֑שֶׁתH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)8וַיָּ֖חֶלH2342geboren, barensnood, bevenbear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַיּוֹרִֽיםH3384leren, schieten, schutters([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through
4Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en met mij den spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen zeideH559SaulH7586totH413 zijn wapendragerH5375: TrekH8025 uw zwaardH2719 uit en doorsteekH1856 mij daarmede, dat misschien dezeH428onbesnedenenH6189 niet komenH935, en met mij den spot drijvenH5953. Maar zijn wapendragerH5375wildeH14 niet, wantH3588 hij vreesdeH3372zeerH3966. Toen namH3947SaulH7586 het zwaardH2719, en vielH5307 daarin.Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en met mij den spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin.
KJVThen said1Saul2to his armourbearer,4Draw6thy sword,7and thrust8me through therewith; lest these uncircumcised12come11and abuse14me. But his armourbearer18would17not; for he was sore22afraid.21So Saul24took23a sword,26and fell27upon it.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שָׁאוּל֩H7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4נֹשֵׂ֨אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5כֵלָ֜יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6שְׁלֹ֥ףH8025uittrokken, trok, Trekdraw (off), grow up, pluck off7חַרְבְּךָ֣H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool8וְדָקְרֵ֣נִיH1856doorstoken, doorstak, doorsteekpierce, strike (thrust) through, wound9בָ֗הּ10פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not11יָבֹ֜אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12הָעֲרֵלִ֤יםH6189onbesnedenen, onbesneden, voorhuiduncircumcised (person)13הָאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)14וְהִתְעַלְּלוּH5953nalezen, spot drijven, aangedaanabuse, affect, [idiom] child, defile, do, glean, mock, practise, thoroughly, work (wonderfully)15בִ֔י16וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17אָבָה֙H14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing18נֹשֵׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield19כֵלָ֔יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever20כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21יָרֵ֖אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)22מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well23וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win24שָׁאוּל֙H7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul25אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)26הַחֶ֔רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool27וַיִּפֹּ֖לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down28עָלֶֽיהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
5Toen zijn wapendrager zag, dat Saul dood was, zo viel hij ook in het zwaard en stierf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen zijn wapendragerH5375zagH7200, dat SaulH7586doodH4191 was, zo vielH5307 hij ookH1571 in het zwaardH2719 en stierfH4191.Toen zijn wapendrager zag, dat Saul dood was, zo viel hij ook in het zwaard en stierf.
KJVAnd when his armourbearer2saw1that Saul6was dead,5he fell7likewise on the sword,11and died.12
1וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2נֹשֵֽׂאH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3כֵלָ֖יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever4כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5מֵ֣תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6שָׁא֑וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul7וַיִּפֹּ֥לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down8גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9ה֛וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַחֶ֖רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool12וַיָּמֹֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
6Alzo stierf Saul en zijn drie zonen; ook zijn ganse huis is tegelijk gestorven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Alzo stierfH4191SaulH7586 en zijn drieH7969zonenH1121; ook zijn ganseH3605huisH1004 is tegelijkH3162gestorvenH4191.Alzo stierf Saul en zijn drie zonen; ook zijn ganse huis is tegelijk gestorven.
KJVSo Saul2died,1and his three3sons,4and all his house6died8together.7
1וַיָּ֤מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2שָׁאוּל֙H7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3וּשְׁלֹ֣שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4בָּנָ֔יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בֵּית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7יַחְדָּ֥וH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal8מֵֽתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
7Als al de mannen van Israel, die in het dal waren, zagen, dat zij gevloden waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, zo verlieten zij hun steden, en zij vloden. Toen kwamen de Filistijnen en woonden daarin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7AlsH3588alH3605 de mannenH376 van IsraelH3478, dieH834 in het dalH6010 waren, zagenH7200, dat zij gevlodenH5127 waren, en dat SaulH7586 en zijn zonenH1121doodH4191 waren, zo verlietenH5800 zij hun stedenH5892, en zij vlodenH5127. Toen kwamenH935 de FilistijnenH6430 en woondenH3427 daarin.Als al de mannen van Israel, die in het dal waren, zagen, dat zij gevloden waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, zo verlieten zij hun steden, en zij vloden. Toen kwamen de Filistijnen en woonden daarin.
KJVAnd when all the men3of Israel4that were in the valley6saw1that they fled,8and that Saul11and his sons12were dead,10then they forsook13their cities,14and fled:15and the Philistines17came16and dwelt18in them.
1וַ֠יִּרְאוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4יִשְׂרָאֵ֤לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בָּעֵ֨מֶק֙H6010dal, dals, dalendale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק)7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8נָ֔סוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard9וְכִיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10מֵ֖תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11שָׁא֣וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul12וּבָנָ֑יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13וַיַּעַזְב֤וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely14עָרֵיהֶם֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town15וַיָּנֻ֔סוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard16וַיָּבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17פְלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine18וַיֵּשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry19בָּהֶֽם
8Het geschiedde nu des anderen daags, als de Filistijnen kwamen om de verslagenen te plunderen, zo vonden zij Saul en zijn zonen, liggende op het gebergte Gilboa.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Het geschieddeH1961 nu des anderen daagsH4283, als de FilistijnenH6430kwamenH935 om de verslagenenH2491 te plunderenH6584, zo vondenH4672 zij SaulH7586 en zijn zonenH1121, liggendeH5307 op het gebergteH2022GilboaH1533.Het geschiedde nu des anderen daags, als de Filistijnen kwamen om de verslagenen te plunderen, zo vonden zij Saul en zijn zonen, liggende op het gebergte Gilboa.
KJVAnd it came to pass on the morrow,2when the Philistines4came3to strip5the slain,7that they found8Saul10and his sons12fallen13in mount14Gilboa.15
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִֽמָּחֳרָ֔תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day3וַיָּבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4פְלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine5לְפַשֵּׁ֖טH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַֽחֲלָלִ֑יםH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded8וַֽיִּמְצְא֤וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שָׁאוּל֙H7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בָּנָ֔יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13נֹפְלִ֖יםH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down14בְּהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion15גִּלְבֹּֽעַH1533GilboaGilboa
9En zij plunderden hem, en zij namen zijn hoofd en zijn wapenen, en zij zonden ze in der Filistijnen land rondom, om dit te boodschappen aan hun afgoden, en aan het volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En zij plunderdenH6584 hem, en zij namenH5375 zijn hoofdH7218 en zijn wapenenH3627, en zij zondenH7971 ze in der FilistijnenH6430landH776rondomH5439, om dit te boodschappenH1319 aan hun afgodenH6091, en aan het volkH5971.En zij plunderden hem, en zij namen zijn hoofd en zijn wapenen, en zij zonden ze in der Filistijnen land rondom, om dit te boodschappen aan hun afgoden, en aan het volk.
KJVAnd when they had stripped1him, they took2his head,4and his armour,6and sent7into the land8of the Philistines9round about,10to carry tidings11unto their idols,13and to the people.15
1וַיַּ֨פְשִׁיטֻ֔הוּH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)2וַיִּשְׂא֥וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4רֹאשׁ֖וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כֵּלָ֑יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever7וַיְשַׁלְּח֨וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)8בְאֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9פְלִשְׁתִּ֜יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine10סָבִ֗יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side11לְבַשֵּׂ֛רH1319boodschap, boodschappen, boodschaptmessenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עֲצַבֵּיהֶ֖םH6091afgodenidol, image14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
10En zij legden zijn wapenen in het huis huns gods; en zijn hoofd hechtten zij in het huis van Dagon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zij legden zijn wapenenH3627 in het huisH1004 huns godsH430; en zijn hoofdH1538hechttenH8628 zij in het huisH1004 van DagonH1712.En zij legden zijn wapenen in het huis huns gods; en zijn hoofd hechtten zij in het huis van Dagon.
Ook in dit vers
leidenH7760
KJVAnd they put1his armour3in the house4of their gods,5and fastened8his head7in the temple9of Dagon.10
1וַיָּשִׂ֨ימוּ֙H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כֵּלָ֔יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever4בֵּ֖יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5אֱלֹהֵיהֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7גֻּלְגָּלְתּ֥וֹH1538hoofd, hoofd hoofd, hoofdenhead, every man, poll, skull8תָקְע֖וּH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust9בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10דָּגֽוֹןH1712DagonDagon
11Als geheel Jabes in Gilead hoorde alles, wat de Filistijnen Saul gedaan hadden,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Als geheelH3605JabesH3003 in GileadH1568hoordeH8085allesH3605, watH834 de FilistijnenH6430SaulH7586gedaanH6213 hadden,Als geheel Jabes in Gilead hoorde alles, wat de Filistijnen Saul gedaan hadden,
KJVAnd when all Jabeshgilead3heard1all that the Philistines9had done8to Saul,10
1וַֽיִּשְׁמְע֔וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3יָבֵ֣ישׁH3003JabesJobesh (-Gilead)4גִּלְעָ֑דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite5אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9פְלִשְׁתִּ֖יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine10לְשָׁאֽוּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul
12Zo maakten zich alle strijdbare mannen op, en zij namen het lichaam van Saul, en de lichamen zijner zonen, en zij brachten ze te Jabes; en zij begroeven hun beenderen onder een eikenboom te Jabes, en zij vastten zeven dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zo maaktenH6965 zich alleH3605strijdbareH2428mannenH376 op, en zij namenH5375 het lichaamH1480 van SaulH7586, en de lichamenH1480 zijner zonenH1121, en zij brachtenH935 ze te JabesH3003; en zij begroevenH6912 hun beenderenH6106onderH8478 een eikenboomH424 te JabesH3003, en zij vasttenH6684zevenH7651dagenH3117.Zo maakten zich alle strijdbare mannen op, en zij namen het lichaam van Saul, en de lichamen zijner zonen, en zij brachten ze te Jabes; en zij begroeven hun beenderen onder een eikenboom te Jabes, en zij vastten zeven dagen.
KJVThey arose,1all the valiant4men,3and took away5the body7of Saul,8and the bodies10of his sons,11and brought12them to Jabesh,13and buried14their bones16under the oak18in Jabesh,19and fasted20seven21days.22
1וַיָּקוּמוּ֮H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4חַיִל֒H2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)5וַיִּשְׂא֞וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7גּוּפַ֣תH1480lichaam, lichamenbody8שָׁא֗וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul9וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10גּוּפֹ֣תH1480lichaam, lichamenbody11בָּנָ֔יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12וַיְבִיא֖וּםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13יָבֵ֑ישָׁהH3003JabesJobesh (-Gilead)14וַיִּקְבְּר֨וּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16עַצְמוֹתֵיהֶ֜םH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very17תַּ֤חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with18הָאֵלָה֙H424eik, eikeboom, eikenelm, oak, teil-tree19בְּיָבֵ֔שׁH3003JabesJobesh (-Gilead)20וַיָּצ֖וּמוּH6684vastten, vasten, gevast[idiom] at all, fast21שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)22יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
13Alzo stierf Saul, in zijn overtreding, waarmede hij overtreden had tegen den HEERE, tegen het woord des HEEREN hetwelk hij niet gehouden had; en ook omdat hij de waarzegster gevraagd had, haar zoekende,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Alzo stierfH4191SaulH7586, in zijn overtredingH4604, waarmede hij overtredenH4603 had tegen den HEEREH3068, tegenH5921 het woordH1697 des HEERENH3068hetwelkH834 hij nietH3808 gehouden had; en ookH1571 omdat hij de waarzegsterH178gevraagdH7592 had, haar zoekendeH1875,Alzo stierf Saul, in zijn overtreding, waarmede hij overtreden had tegen den HEERE, tegen het woord des HEEREN hetwelk hij niet gehouden had; en ook omdat hij de waarzegster gevraagd had, haar zoekende,
KJVSo Saul2died1for his transgression3which he committed5against the LORD,6even against the word8of the LORD,9which he kept12not, and also for asking14counsel of one that had a familiar spirit,15to enquire16of it;
1וַיָּ֣מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2שָׁא֗וּלH7586Saul, Sauls, saulsSaul, Shaul3בְּמַֽעֲלוֹ֙H4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5מָעַ֣לH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)6בַּֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8דְּבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12שָׁמָ֑רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)13וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea14לִשְׁא֥וֹלH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish15בָּא֖וֹבH178waarzeggers, waarzeggenden geest, lederen zakkenbottle, familiar spirit16לִדְרֽוֹשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely
14En den HEERE niet gezocht had; daarom doodde Hij hem, en keerde het koninkrijk tot David, den zoon van Isai.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En den HEEREH3068nietH3808gezochtH1875 had; daarom dooddeH4191 Hij hem, en keerdeH5437 het koninkrijkH4410 tot DavidH1732, den zoonH1121 van IsaiH3448.En den HEERE niet gezocht had; daarom doodde Hij hem, en keerde het koninkrijk tot David, den zoon van Isai.
KJVAnd enquired2not of the LORD:3therefore he slew4him, and turned5the kingdom7unto David8the son9of Jesse.10
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2דָרַ֥שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely3בַּֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וַיְמִיתֵ֑הוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5וַיַּסֵּב֙H5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַמְּלוּכָ֔הH4410koninkrijk, koninklijk, koninkrijkskingsom, king's, [idiom] royal8לְדָוִ֖ידH1732David, DavidsDavid9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשָֽׁיH3448IsaiJesse
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Kronieken 10:1— En de Filistijnen streden tegen Israel, en de mannen van Israel vloden voor het aangezicht der Filistijnen, en zij vielen verslagen op het gebergte Gilboa.1 Samuël 31:1→1 Kronieken 10:8→2 Samuël 21:12→2 Samuël 1:21→1 Samuël 29:1→1 Samuël 28:1→2 Samuël 1:6→1 Samuël 28:4→
1 Kronieken 10:2— En de Filistijnen hielden dicht achter Saul aan en achter zijn zonen; en de Filistijnen sloegen Jonathan, en Abinadab, en Malchi-sua, de zonen van Saul.1 Samuël 14:39→1 Samuël 14:6→Exodus 20:5→1 Samuël 14:49→2 Koningen 25:7→1 Kronieken 9:39→Jesaja 57:1→1 Kronieken 8:33→
1 Kronieken 10:3— En de strijd werd zwaar tegen Saul, en de schutters met de bogen troffen hem aan; en hij vreesde zeer voor de schutters.2 Samuël 1:4→1 Samuël 31:3→Genesis 49:23→Amos 2:14→
1 Kronieken 10:4— Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en met mij den spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin.1 Samuël 31:4→2 Samuël 1:9→Handelingen 16:27→1 Koningen 16:18→2 Samuël 1:14→Mattheüs 27:4→1 Samuël 17:26→2 Samuël 17:23→
1 Kronieken 10:6— Alzo stierf Saul en zijn drie zonen; ook zijn ganse huis is tegelijk gestorven.1 Samuël 12:25→Hosea 13:10→Prediker 9:1→1 Samuël 4:10→1 Samuël 4:18→
1 Kronieken 10:7— Als al de mannen van Israel, die in het dal waren, zagen, dat zij gevloden waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, zo verlieten zij hun steden, en zij vloden. Toen kwamen de Filistijnen en woonden daarin.Leviticus 26:36→1 Samuël 31:7→Leviticus 26:31→1 Samuël 13:6→Deuteronomium 28:43→Richteren 6:2→Deuteronomium 28:33→
1 Kronieken 10:8— Het geschiedde nu des anderen daags, als de Filistijnen kwamen om de verslagenen te plunderen, zo vonden zij Saul en zijn zonen, liggende op het gebergte Gilboa.1 Samuël 31:8→2 Kronieken 20:25→2 Koningen 3:23→
1 Kronieken 10:9— En zij plunderden hem, en zij namen zijn hoofd en zijn wapenen, en zij zonden ze in der Filistijnen land rondom, om dit te boodschappen aan hun afgoden, en aan het volk.1 Kronieken 10:4→Mattheüs 14:11→Richteren 16:23→2 Samuël 1:20→Daniël 5:2→1 Samuël 31:9→Daniël 5:23→
1 Kronieken 10:10— En zij legden zijn wapenen in het huis huns gods; en zijn hoofd hechtten zij in het huis van Dagon.1 Samuël 5:2→1 Samuël 31:10→
1 Kronieken 10:11— Als geheel Jabes in Gilead hoorde alles, wat de Filistijnen Saul gedaan hadden,1 Samuël 11:1→1 Samuël 31:11→2 Samuël 2:4→
1 Kronieken 10:12— Zo maakten zich alle strijdbare mannen op, en zij namen het lichaam van Saul, en de lichamen zijner zonen, en zij brachten ze te Jabes; en zij begroeven hun beenderen onder een eikenboom te Jabes, en zij vastten zeven dagen.2 Samuël 21:12→Genesis 35:8→2 Samuël 3:35→Genesis 50:10→
1 Kronieken 10:13— Alzo stierf Saul, in zijn overtreding, waarmede hij overtreden had tegen den HEERE, tegen het woord des HEEREN hetwelk hij niet gehouden had; en ook omdat hij de waarzegster gevraagd had, haar zoekende,Leviticus 20:6→1 Samuël 15:23→Leviticus 19:31→Jesaja 8:19→Deuteronomium 18:10→Handelingen 16:16→Exodus 22:18→1 Samuël 13:13→
1 Kronieken 10:14— En den HEERE niet gezocht had; daarom doodde Hij hem, en keerde het koninkrijk tot David, den zoon van Isai.1 Samuël 15:28→1 Samuël 13:14→2 Samuël 3:9→1 Kronieken 12:23→1 Samuël 28:17→Richteren 10:11→1 Samuël 16:1→1 Samuël 16:11→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Kronieken 10 vers 1— En de Filistijnen streden tegen Israel, en de mannen van Israel vloden voor het aangezicht der Filistijnen, en zij vielen verslagen op het gebergte Gilboa.
de Filistijnen
Zie de verklaring van dit hfdst. 1Sa 31 , hetwelk bijna van woord tot woord met dit hfdst. overeenkomt.
Hertaald:de Filistijnen
Zie de uitleg van dit hoofdstuk in 1 Sam. 31, dat bijna woord voor woord met dit hoofdstuk overeenkomt.
Gilbóa
Zie de aantekening, 1 Sam. 28:4 .
Hertaald:Gilbóa
Zie de aantekening bij 1 Sam. 28:4.
1 Kronieken 10 vers 3— En de strijd werd zwaar tegen Saul, en de schutters met de bogen troffen hem aan; en hij vreesde zeer voor de schutters.
hij vreesde zeer
Zie de aantekening 1 Sam. 31:3 .
Hertaald:hij vreesde zeer
Zie de aantekening bij 1 Sam. 31:3.
1 Kronieken 10 vers 4— Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en met mij den spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin.
met mij
Te weten, indien ik levend in hun handen kwam te vervallen.
Hertaald:met mij
Namelijk: als ik levend in hun handen zou vallen.
1 Kronieken 10 vers 6— Alzo stierf Saul en zijn drie zonen; ook zijn ganse huis is tegelijk gestorven.
zijn ganse huis
Versta, allen die bij hem waren; want Isboseth is niet verslagen, gelijk uit 2Sa 2 af te nemen is. Zie ook 1 Sam. 31:6 . Ook zo is Mefiboseth de zoon van Jonathan, overgebleven, van wiens nakomelingen zie boven, 1 Kron. 8:34 , en 1 Kron. 9:40 .
Hertaald:zijn ganse huis
Versta hieronder allen die bij hem waren; want Isboseth is niet gedood, zoals uit 2 Sam. 2 op te maken is. Zie ook 1 Sam. 31:6. Ook Mefiboseth, de zoon van Jonathan, is in leven gebleven; zie over zijn nakomelingen hierboven 1 Kron. 8:34, en 1 Kron. 9:40.
1 Kronieken 10 vers 10— En zij legden zijn wapenen in het huis huns gods; en zijn hoofd hechtten zij in het huis van Dagon.
zijn hoofd
Maar het dode lichaam hechtten zij aan den muur te Beth-Sean, 1 Sam. 31:10 .
Hertaald:zijn hoofd
Maar het dode lichaam hechtten zij aan de muur in Beth-Sean, 1 Sam. 31:10.
1 Kronieken 10 vers 11— Als geheel Jabes in Gilead hoorde alles, wat de Filistijnen Saul gedaan hadden,
Jabes
Zie de aantekening Richt. 21:8 .
Hertaald:Jabes
Zie de aantekening bij Richt. 21:8.
1 Kronieken 10 vers 12— Zo maakten zich alle strijdbare mannen op, en zij namen het lichaam van Saul, en de lichamen zijner zonen, en zij brachten ze te Jabes; en zij begroeven hun beenderen onder een eikenboom te Jabes, en zij vastten zeven dagen.
zij begroeven
Te weten, nadat zij eerst de lichamen verbrand hadden, 1 Sam. 31:12 .
Hertaald:zij begroeven
Namelijk: nadat zij eerst de lichamen verbrand hadden, 1 Sam. 31:12.
zij vastten
Aldus betonende hun droefenis.
Hertaald:zij vastten
Zo lieten zij hun rouw blijken.
zeven dagen
Versta dit alzo niet, alsof zij zeven dagen en nachten aaneen gevast hadden, maar zeven na elkander komende dagen, telkens tot den avond toe.
Hertaald:zeven dagen
Versta dit niet zo, alsof zij zeven dagen en nachten aaneengesloten gevast hadden, maar zeven achtereenvolgende dagen, telkens tot de avond toe.
1 Kronieken 10 vers 13— Alzo stierf Saul, in zijn overtreding, waarmede hij overtreden had tegen den HEERE, tegen het woord des HEEREN hetwelk hij niet gehouden had; en ook omdat hij de waarzegster gevraagd had, haar zoekende,
in zijn overtreding,
Anders, om zijner misdaad wil. Vergelijk Num. 27:3 .
Hertaald:in zijn overtreding,
Anders: vanwege zijn misdaad. Vergelijk Num. 27:3.
tegen den HEERE,
Als namelijk God Saul duidelijk geboden had de Amalekieten gans uit te roeien en te verbannen, 1 Sam. 15:18 . Hier wordt de vervulling van het dreigement, aldaar gedaan, beschreven.
Hertaald:tegen den HEERE,
Namelijk: toen God Saul duidelijk geboden had de Amalekieten volledig uit te roeien en met de ban te slaan, 1 Sam. 15:18. Hier wordt de vervulling van de dreiging die daar uitgesproken werd, beschreven.
de waarzegster
Zie de aantekening Lev. 19:31 .
Hertaald:de waarzegster
Zie de aantekening bij Lev. 19:31.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Alzo stierf Saul in zijn overtreding — waar Samuël het einde van Saul verhaalt, geeft de kroniekschrijver er het oordeel bij: hij stierf om zijn overtreding, "ook omdat hij de waarzegster gevraagd had, haar zoekende" (1 Kron. 10:13). Het vers erna maakt het af: "En den HEERE niet gezocht had; daarom doodde Hij hem, en keerde het koninkrijk tot David" (1 Kron. 10:13-14)
Het hoofdstuk vertelt de slag op Gilboa en de dood van Saul en zijn zonen vrijwel gelijk aan het slot van Samuël (1 Kron. 10:1-12; reeds behandeld bij 1 Sam. 31). Aan het einde staat echter iets dat daar ontbreekt. De kroniekschrijver vat het hele koningschap samen in twee verzen: Saul stierf in zijn overtreding, waarmee hij tegen de HEERE overtreden had en tegen het woord des HEEREN dat hij niet gehouden had (1 Kron. 10:13). Daarbij noemt hij uitdrukkelijk dat Saul de waarzegster gevraagd en de HEERE niet gezocht had. Daarom, zegt hij, doodde God hem en keerde Hij het koninkrijk tot David, de zoon van Isaï (1 Kron. 10:14).
Bijbelse betekenis: Dit is de eigenlijke reden waarom de kroniekschrijver Saul überhaupt vermeldt. Hij vertelt de veldslag niet om de veldslag, maar om vast te stellen waarom de troon aan David kwam. Twee dingen worden daarbij als één zonde behandeld: het raadplegen van de waarzegster te Endor, en het niet zoeken van de HEERE (reeds behandeld bij de vrouw te Endor, 1 Sam. 28). Het tweede verklaart het eerste. Wie God niet zoekt, blijft niet zonder houvast, maar zoekt het elders; de leegte wordt altijd gevuld. En het slot laat zien wie hier werkelijk handelt. Niet de Filistijnen namen Saul de troon af, maar God keerde het koninkrijk tot David.
Typologie: Samuël had het jaren tevoren in dezelfde bewoordingen gezegd: "wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen" (1 Sam. 15:23). Wat daar als vergelijking klonk, werd bij Endor letterlijk waar; de weg van ongehoorzaamheid loopt in dit leven zichtbaar uit op wat de profeet er van meet af aan mee gelijkstelde.
I. Vs. 1-14.Kruisverwijzingen1 Samuël 31:1→1 Kronieken 10:8→1 Samuël 31:4→2 Samuël 21:12→2 Samuël 1:21→1 Samuël 29:1→1 Samuël 28:1→2 Samuël 1:6→ — En de Filistijnen streden tegen Israel, en de mannen van Israel vloden voor het aangezicht der Filistijnen, en zij vielen verslagen op het gebergte Gilboa. En de Filistijnen hielden dicht achter Saul aan en achter zijn zonen; en de Filistijnen sloegen Jonathan, en Abinadab, en Malchi-sua, de zonen van Saul. En de strijd werd zwaar tegen Saul, en de schutters met de bogen troffen hem aan; en hij vreesde zeer voor de schutters. Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en met mij den spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin. Toen zijn wapendrager zag, dat Saul dood was, zo viel hij ook in het zwaard en stierf. Alzo stierf Saul en zijn drie zonen; ook zijn ganse huis is tegelijk gestorven. Als al de mannen van Israel, die in het dal waren, zagen, dat zij gevloden waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, zo verlieten zij hun steden, en zij vloden. Toen kwamen de Filistijnen en woonden daarin. Het geschiedde nu des anderen daags, als de Filistijnen kwamen om de verslagenen te plunderen, zo vonden zij Saul en zijn zonen, liggende op het gebergte Gilboa. En zij plunderden hem, en zij namen zijn hoofd en zijn wapenen, en zij zonden ze in der Filistijnen land rondom, om dit te boodschappen aan hun afgoden, en aan het volk. En zij legden zijn wapenen in het huis huns gods; en zijn hoofd hechtten zij in het huis van Dagon. De geschiedenis van David’s koningschap, voor zover daarvan naar het doel van dit boek verhaald moet worden, begint met een terugblik op de ondergang van Saul en van zijn zonen in de oorlog tegen de Filistijnen, waarbij het uitvoeriger bericht in 1 Samuel Hoofdstuk 28-31 als bekend wordt verondersteld. Zoals deze ondergang de rechtvaardige straf was voor zijn misdaad, die hij tegen God bedreven had, zo was zij in Gods hand tevens het middel om het koninkrijk aan David te brengen, die Hij reeds lang tot vorst over Zijn volk zich had uitverkoren.
Kruisverwijzingen1 Samuël 31:1→1 Kronieken 10:8→2 Samuël 21:12→2 Samuël 1:21→1 Samuël 29:1→1 Samuël 28:1→2 Samuël 1:6→1 Samuël 28:4→— En de Filistijnen streden tegen Israel, en de mannen van Israel vloden voor het aangezicht der Filistijnen, en zij vielen verslagen op het gebergte Gilboa.
En 1) de Filistijnen, die in de vlakte van Jizreël bij Afek en Sunem zich gelegerd hadden, streden tegen Israël, dat van het gebergte Gilboa tot hen afkwam, om hen van daar te verdrijven, en de mannen van Israël vluchtten, omdat God niet met hen en hun koning was, voor het aangezicht van de Filistijnen naar hun legerplaats terug, en zij vielen nu, omdat zij ook tot daartoe door de zegevierende vijanden vervolgd werden, verslagen op het gebergte Gilboa.
Vergel. bij dit hoofdstuk 1 Samuel 31 Het verhaal van Sauls dood strekt tot inleiding van de beschrijving van David’s regering.
Kruisverwijzingen1 Samuël 14:39→1 Samuël 14:6→Exodus 20:5→1 Samuël 14:49→2 Koningen 25:7→1 Kronieken 9:39→Jesaja 57:1→1 Kronieken 8:33→— En de Filistijnen hielden dicht achter Saul aan en achter zijn zonen; en de Filistijnen sloegen Jonathan, en Abinadab, en Malchi-sua, de zonen van Saul.
En de Filistijnen, die het bijzonder op de koning en zijn familie voorzien hadden, om dezen in hun macht te krijgen, hielden dicht achteraan Saul en zijn zonen, en joegen hen onafgebroken na; en de Filistijnen sloegen, doodden Jonathan, en Abinadab en Malchi-Sua, de zonen van Saul, die met hem, de vader, ten strijde getogen waren, terwijl de jongste, Esbaäl of Isboseth (Hoofdstuk 8: 33), thuis was gebleven.
Kruisverwijzingen2 Samuël 1:4→1 Samuël 31:3→Genesis 49:23→Amos 2:14→— En de strijd werd zwaar tegen Saul, en de schutters met de bogen troffen hem aan; en hij vreesde zeer voor de schutters.
En de strijd werd zwaar tegen Saul, omdat de Filistijnen, na zijn zonen omgebracht te hebben, nu uitsluitend tegen hem zich wendden, en de schutters met de bogen, die als lichte troepen in de voorhoede streden, troffen hem aan; en hij vreesde zeer voor de schutters (1 Samuel 31: 3), hij wist geen raad meer, hoe hij aan zijn vervolgers zou ontkomen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 31:4→2 Samuël 1:9→Handelingen 16:27→1 Koningen 16:18→2 Samuël 1:14→Mattheüs 27:4→1 Samuël 17:26→2 Samuël 17:23→— Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en met mij den spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin.
Toen zei Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij daarmee, dat misschien deze onbesnedenen, de Filistijnen, niet komen en met mij de spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer, om zijn hand aan zijn koninklijke heer te slaan. Toen nam Saul het zwaard en viel, stortte zichzelf daarin.
— Toen zijn wapendrager zag, dat Saul dood was, zo viel hij ook in het zwaard en stierf.
Alzo stierf Saul 1), naar onze berekening in het jaar 1055 vóór Christus, en zijn drie zonen; ook zijn ganse huis 2), tot op enige kleine overblijfselen na, die bijna allen echter later ellendig omkwamen (2 Samuel .2: 8 vv.; 4: 1 vv.; 9: 1 vv.; 21: 1 vv. gestorven,
De drie in vs. 3 opgenoemde zonen van Saul, onder hen dus bijzonder Jonathan, stierven ten minste nog een eerlijke dood op het slagveld. Dat daarentegen tussen de twee zelfmoordenaars, Saul en zijn wapendrager, een groot onderscheid is, ligt voor de hand. In Saul zien wij die moedwillige boosheid, die tegen alle werkingen van het goede uit- en inwendig zich verhardt, dus wel volstrekt niet de angst van het geweten uitsluit, maar die wel trotseert, en die ten slotte vernietigende, tegen de persoonlijkheid zelf zich richt en juist daarin al de leugen van de zonde openbaart; in de wapendrager vertoont zich echter slechts gebrek aan kennis, een betrekkelijk goed doel (trouw tot in de dood) bij een op zichzelf boze daad.
Ouders zondigen en hun kinderen lijden daarom. Toen de maat van Sauls ongerechtigheid vol was en zijn dag was gekomen, dat God hem voor Zijn ontzaglijke vierschaar zou doen verschijnen, toog hij niet alleen te velde, maar ook al zijn zonen (Isboseth uitgezonderd), en Jonathan zelfs, die goedaardige, beminnelijke persoon sneuvelde met hem. Want naar het uitwendige en voor zoverre het natuurlijk oog kan reiken, overkomt de rechtvaardige en de goddeloze énerlei (Prediker 9: 2), in dier voege, dat de gebeurtenissen van deze wereld schijnen veeleer toevallig, dan door de Raad van God bepaald te wezen, of bestuurd te worden door Zijn Voorzienigheid.
Zijn ganse huis. In Samuel staat al zijn mannen. Beide uitdrukkingen betekenen hetzelfde. Onder zijn ganse huis hebben wij te verstaan, zijn naaste omgeving, alle degenen, die van zijn huis hem gevolgd waren in de oorlog. Als een moordenaar van David had hij geleefd, als een zelfmoordenaar stierf hij, en met hem ging zijn gehele huis onder. Want wat nog overblijft, de zwakke Isboseth en de kreupele Mefibóseth konden als het ware zijn huis niet meer genoemd worden. Het waren slechts de zwakke en onmogelijke overblijfselen, die het niet tegen het huis van zijn opvolger, de koning naar Gods Raad, konden uithouden. Juist daarom is ook door de gewijde Schrijver hier gesproken van zijn huis, om daarmee te kennen te geven, dat, wanneer straks het huis van David bevestigd wordt, dat van Saul te gronde is gegaan.
KruisverwijzingenLeviticus 26:36→1 Samuël 31:7→Leviticus 26:31→1 Samuël 13:6→Deuteronomium 28:43→Richteren 6:2→Deuteronomium 28:33→— Als al de mannen van Israel, die in het dal waren, zagen, dat zij gevloden waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, zo verlieten zij hun steden, en zij vloden. Toen kwamen de Filistijnen en woonden daarin.
Als 1) al de mannen van Israël, die in het dal waren, in de vlakte van Jizreël zelf zowel als in het Westen en Oosten ervan woonden, zagen, dat zij, de krijgslieden van het Israëlitische leger, gevlucht waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, verlieten zij, uit vrees voor de vijand, hun steden en zij vluchtten. Toen kwamen de Filistijnen, nog op dezelfde dag, en woonden daarin, in het ganse noordelijke deel van het land, totdat David hen later daaruit verdreef (2 Samuel .5: 15 vv.).
Men ontmoet in deze verzen een drieërlei zegepraal, te weten: die van de Filistijnen, die van de mannen van Jabes en die van de Goddelijke Rechtvaardigheid, alle drie ons ter lering geboekt.
Kruisverwijzingen1 Samuël 5:2→1 Samuël 31:10→— En zij legden zijn wapenen in het huis huns gods; en zijn hoofd hechtten zij in het huis van Dagon.
En zij leiden zijn wapens en die van zijn zonen als toewijdingsgeschenk in het huis van hun god, van hun goden, de Astaroths (1 Samuel .31: 10); en zijn en van de anderen hoofd hechtten zij in het huis van Dagon, hun mannelijke godheid (Jud 16: 24).
Kruisverwijzingen1 Samuël 11:1→1 Samuël 31:11→2 Samuël 2:4→— Als geheel Jabes in Gilead hoorde alles, wat de Filistijnen Saul gedaan hadden,
Zo maakten zich alle strijdbare mannen van Jabes, die de gedachtenis van Saul en de zijnen dierbaar was, vanwege de eenmaal van Saul genoten hulp (1 Samuel .11) op, de 3-4 mijlen lange weg naar Beth-Sean, en zij namen het lichaam van Saul en de lichamen van zijn zonen, in het geheim van de stadspoort weg, en zij brachten ze te Jabes; en zij begroeven 1) hun beenderen, nadat zij huid en vlees tot as verbrand hadden (1 Samuel .31: 12) onder een, of de grote en sterke eikenboom of Terebint, te Jabes, en zij vastten zeven dagen, tot betoning van de openlijke landsrouw.
Wij hoeven geen onderzoek te doen, aangaande de eeuwige staat van de gestorvenen, zulks moeten wij aan God overlaten, maar wij moeten zorg dragen, dat de lichamen, die woonplaatsen van redelijke en onsterfelijke zielen zijn geweest en wederom met dezelve zullen verenigd worden, voor verachting en geweld beveiligd mogen wezen.
KruisverwijzingenLeviticus 20:6→1 Samuël 15:23→Leviticus 19:31→Jesaja 8:19→Deuteronomium 18:10→Handelingen 16:16→Exodus 22:18→1 Samuël 13:13→— Alzo stierf Saul, in zijn overtreding, waarmede hij overtreden had tegen den HEERE, tegen het woord des HEEREN hetwelk hij niet gehouden had; en ook omdat hij de waarzegster gevraagd had, haar zoekende,
Alzo stierf Saul, in zijn overtreding, waarmee hij overtreden had tegen de Heere, tegen het woord van de Heere, met betrekking tot de verbanning van de Amalekieten (1 Samuel .15), dat hij niet gehouden had; en ook omdat hij, zonder nog zijn overige zonden te rekenen, aan het einde van zijn loopbaan toen het uur van het Goddelijke gericht over hem was aangebroken, de waarzegster gevraagd had, haar zoekende (1 Samuel .28).
Kruisverwijzingen1 Samuël 15:28→1 Samuël 13:14→2 Samuël 3:9→1 Kronieken 12:23→1 Samuël 28:17→Richteren 10:11→1 Samuël 16:1→1 Samuël 16:11→— En den HEERE niet gezocht had; daarom doodde Hij hem, en keerde het koninkrijk tot David, den zoon van Isai.
En de Heere niet gezocht had 1), want ofschoon hij dit wel aanvankelijk gedaan had, zo had hij toch door het zwijgen van God zich niet tot de tovenares moeten laten heenvoeren, maar veeleer tot boete en tot inroeping van de Goddelijke genade laten bewegen; hij had ook de Heere nog wel eenmaal mogen vragen, maar nu verhardde hij zich in zijn zonde en wilde de Heere en diens gericht trotseren; daarom doodde Hij hem en keerde door zijn ondergang, het koninkrijk tot David, de zoon van Isaï.
Het is opmerkelijk, dat aan Saul de langdurige haat tegen David niet uitdrukkelijk wordt toegerekend, maar veelmeer het ongeloof, dat hij bij het Woord van God niet gebleven en zich tot naar Endor om raad had begeven. Nog op het laatste uur had Saul vergeving kunnen krijgen, wanneer hij zich ernstig tot God bekeerd en Hem gezocht had. Zo echter heeft hij daar te Endor eindelijk alles verdorven. Hier geeft de Schrijver een helder inzicht in het zoeken van Saul en in de reden, waarom God, de Heere, hem niet antwoordde. Zijn hart was verstokt, het was geen waar en oprecht zoeken en vragen naar de Heere geweest, geen gelovig vragen. Want alleen het gelovig zoeken van de Heere is Hem aangenaam en zal door een vinden worden gevolgd.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Kronieken 10
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-14.Kruisverwijzingen1 Samuël 31:1→1 Kronieken 10:8→1 Samuël 31:4→2 Samuël 21:12→2 Samuël 1:21→1 Samuël 29:1→1 Samuël 28:1→2 Samuël 1:6→
— En de Filistijnen streden tegen Israel, en de mannen van Israel vloden voor het aangezicht der Filistijnen, en zij vielen verslagen op het gebergte Gilboa. En de Filistijnen hielden dicht achter Saul aan en achter zijn zonen; en de Filistijnen sloegen Jonathan, en Abinadab, en Malchi-sua, de zonen van Saul. En de strijd werd zwaar tegen Saul, en de schutters met de bogen troffen hem aan; en hij vreesde zeer voor de schutters. Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en met mij den spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin. Toen zijn wapendrager zag, dat Saul dood was, zo viel hij ook in het zwaard en stierf. Alzo stierf Saul en zijn drie zonen; ook zijn ganse huis is tegelijk gestorven. Als al de mannen van Israel, die in het dal waren, zagen, dat zij gevloden waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, zo verlieten zij hun steden, en zij vloden. Toen kwamen de Filistijnen en woonden daarin. Het geschiedde nu des anderen daags, als de Filistijnen kwamen om de verslagenen te plunderen, zo vonden zij Saul en zijn zonen, liggende op het gebergte Gilboa. En zij plunderden hem, en zij namen zijn hoofd en zijn wapenen, en zij zonden ze in der Filistijnen land rondom, om dit te boodschappen aan hun afgoden, en aan het volk. En zij legden zijn wapenen in het huis huns gods; en zijn hoofd hechtten zij in het huis van Dagon.
De geschiedenis van David’s koningschap, voor zover daarvan naar het doel van dit boek verhaald moet worden, begint met een terugblik op de ondergang van Saul en van zijn zonen in de oorlog tegen de Filistijnen, waarbij het uitvoeriger bericht in 1 Samuel Hoofdstuk 28-31 als bekend wordt verondersteld. Zoals deze ondergang de rechtvaardige straf was voor zijn misdaad, die hij tegen God bedreven had, zo was zij in Gods hand tevens het middel om het koninkrijk aan David te brengen, die Hij reeds lang tot vorst over Zijn volk zich had uitverkoren.
En 1) de Filistijnen, die in de vlakte van Jizreël bij Afek en Sunem zich gelegerd hadden, streden tegen Israël, dat van het gebergte Gilboa tot hen afkwam, om hen van daar te verdrijven, en de mannen van Israël vluchtten, omdat God niet met hen en hun koning was, voor het aangezicht van de Filistijnen naar hun legerplaats terug, en zij vielen nu, omdat zij ook tot daartoe door de zegevierende vijanden vervolgd werden, verslagen op het gebergte Gilboa.
Vergel. bij dit hoofdstuk 1 Samuel 31 Het verhaal van Sauls dood strekt tot inleiding van de beschrijving van David’s regering.
En de Filistijnen, die het bijzonder op de koning en zijn familie voorzien hadden, om dezen in hun macht te krijgen, hielden dicht achteraan Saul en zijn zonen, en joegen hen onafgebroken na; en de Filistijnen sloegen, doodden Jonathan, en Abinadab en Malchi-Sua, de zonen van Saul, die met hem, de vader, ten strijde getogen waren, terwijl de jongste, Esbaäl of Isboseth (Hoofdstuk 8: 33), thuis was gebleven.
En de strijd werd zwaar tegen Saul, omdat de Filistijnen, na zijn zonen omgebracht te hebben, nu uitsluitend tegen hem zich wendden, en de schutters met de bogen, die als lichte troepen in de voorhoede streden, troffen hem aan; en hij vreesde zeer voor de schutters (1 Samuel 31: 3), hij wist geen raad meer, hoe hij aan zijn vervolgers zou ontkomen.
Toen zei Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit en doorsteek mij daarmee, dat misschien deze onbesnedenen, de Filistijnen, niet komen en met mij de spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer, om zijn hand aan zijn koninklijke heer te slaan. Toen nam Saul het zwaard en viel, stortte zichzelf daarin.
Alzo stierf Saul 1), naar onze berekening in het jaar 1055 vóór Christus, en zijn drie zonen; ook zijn ganse huis 2), tot op enige kleine overblijfselen na, die bijna allen echter later ellendig omkwamen (2 Samuel .2: 8 vv.; 4: 1 vv.; 9: 1 vv.; 21: 1 vv. gestorven,
De drie in vs. 3 opgenoemde zonen van Saul, onder hen dus bijzonder Jonathan, stierven ten minste nog een eerlijke dood op het slagveld. Dat daarentegen tussen de twee zelfmoordenaars, Saul en zijn wapendrager, een groot onderscheid is, ligt voor de hand. In Saul zien wij die moedwillige boosheid, die tegen alle werkingen van het goede uit- en inwendig zich verhardt, dus wel volstrekt niet de angst van het geweten uitsluit, maar die wel trotseert, en die ten slotte vernietigende, tegen de persoonlijkheid zelf zich richt en juist daarin al de leugen van de zonde openbaart; in de wapendrager vertoont zich echter slechts gebrek aan kennis, een betrekkelijk goed doel (trouw tot in de dood) bij een op zichzelf boze daad.
Ouders zondigen en hun kinderen lijden daarom. Toen de maat van Sauls ongerechtigheid vol was en zijn dag was gekomen, dat God hem voor Zijn ontzaglijke vierschaar zou doen verschijnen, toog hij niet alleen te velde, maar ook al zijn zonen (Isboseth uitgezonderd), en Jonathan zelfs, die goedaardige, beminnelijke persoon sneuvelde met hem. Want naar het uitwendige en voor zoverre het natuurlijk oog kan reiken, overkomt de rechtvaardige en de goddeloze énerlei (Prediker 9: 2), in dier voege, dat de gebeurtenissen van deze wereld schijnen veeleer toevallig, dan door de Raad van God bepaald te wezen, of bestuurd te worden door Zijn Voorzienigheid.
Zijn ganse huis. In Samuel staat al zijn mannen. Beide uitdrukkingen betekenen hetzelfde. Onder zijn ganse huis hebben wij te verstaan, zijn naaste omgeving, alle degenen, die van zijn huis hem gevolgd waren in de oorlog. Als een moordenaar van David had hij geleefd, als een zelfmoordenaar stierf hij, en met hem ging zijn gehele huis onder. Want wat nog overblijft, de zwakke Isboseth en de kreupele Mefibóseth konden als het ware zijn huis niet meer genoemd worden. Het waren slechts de zwakke en onmogelijke overblijfselen, die het niet tegen het huis van zijn opvolger, de koning naar Gods Raad, konden uithouden. Juist daarom is ook door de gewijde Schrijver hier gesproken van zijn huis, om daarmee te kennen te geven, dat, wanneer straks het huis van David bevestigd wordt, dat van Saul te gronde is gegaan.
Als 1) al de mannen van Israël, die in het dal waren, in de vlakte van Jizreël zelf zowel als in het Westen en Oosten ervan woonden, zagen, dat zij, de krijgslieden van het Israëlitische leger, gevlucht waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, verlieten zij, uit vrees voor de vijand, hun steden en zij vluchtten. Toen kwamen de Filistijnen, nog op dezelfde dag, en woonden daarin, in het ganse noordelijke deel van het land, totdat David hen later daaruit verdreef (2 Samuel .5: 15 vv.).
Men ontmoet in deze verzen een drieërlei zegepraal, te weten: die van de Filistijnen, die van de mannen van Jabes en die van de Goddelijke Rechtvaardigheid, alle drie ons ter lering geboekt.
En zij leiden zijn wapens en die van zijn zonen als toewijdingsgeschenk in het huis van hun god, van hun goden, de Astaroths (1 Samuel .31: 10); en zijn en van de anderen hoofd hechtten zij in het huis van Dagon, hun mannelijke godheid (Jud 16: 24).
Zo maakten zich alle strijdbare mannen van Jabes, die de gedachtenis van Saul en de zijnen dierbaar was, vanwege de eenmaal van Saul genoten hulp (1 Samuel .11) op, de 3-4 mijlen lange weg naar Beth-Sean, en zij namen het lichaam van Saul en de lichamen van zijn zonen, in het geheim van de stadspoort weg, en zij brachten ze te Jabes; en zij begroeven 1) hun beenderen, nadat zij huid en vlees tot as verbrand hadden (1 Samuel .31: 12) onder een, of de grote en sterke eikenboom of Terebint, te Jabes, en zij vastten zeven dagen, tot betoning van de openlijke landsrouw.
Wij hoeven geen onderzoek te doen, aangaande de eeuwige staat van de gestorvenen, zulks moeten wij aan God overlaten, maar wij moeten zorg dragen, dat de lichamen, die woonplaatsen van redelijke en onsterfelijke zielen zijn geweest en wederom met dezelve zullen verenigd worden, voor verachting en geweld beveiligd mogen wezen.
Alzo stierf Saul, in zijn overtreding, waarmee hij overtreden had tegen de Heere, tegen het woord van de Heere, met betrekking tot de verbanning van de Amalekieten (1 Samuel .15), dat hij niet gehouden had; en ook omdat hij, zonder nog zijn overige zonden te rekenen, aan het einde van zijn loopbaan toen het uur van het Goddelijke gericht over hem was aangebroken, de waarzegster gevraagd had, haar zoekende (1 Samuel .28).
En de Heere niet gezocht had 1), want ofschoon hij dit wel aanvankelijk gedaan had, zo had hij toch door het zwijgen van God zich niet tot de tovenares moeten laten heenvoeren, maar veeleer tot boete en tot inroeping van de Goddelijke genade laten bewegen; hij had ook de Heere nog wel eenmaal mogen vragen, maar nu verhardde hij zich in zijn zonde en wilde de Heere en diens gericht trotseren; daarom doodde Hij hem en keerde door zijn ondergang, het koninkrijk tot David, de zoon van Isaï.
Het is opmerkelijk, dat aan Saul de langdurige haat tegen David niet uitdrukkelijk wordt toegerekend, maar veelmeer het ongeloof, dat hij bij het Woord van God niet gebleven en zich tot naar Endor om raad had begeven. Nog op het laatste uur had Saul vergeving kunnen krijgen, wanneer hij zich ernstig tot God bekeerd en Hem gezocht had. Zo echter heeft hij daar te Endor eindelijk alles verdorven. Hier geeft de Schrijver een helder inzicht in het zoeken van Saul en in de reden, waarom God, de Heere, hem niet antwoordde. Zijn hart was verstokt, het was geen waar en oprecht zoeken en vragen naar de Heere geweest, geen gelovig vragen. Want alleen het gelovig zoeken van de Heere is Hem aangenaam en zal door een vinden worden gevolgd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel