Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Korinthe 3

1 En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG2532 ikG1473, broedersG80, konG1410 tot uG4771 nietG3756 sprekenG2980 alsG5613 tot geestelijkenG4152, maarG235 alsG5613 tot vleselijkenG4559, alsG5613 tot jonge kinderenG3516 inG1722 ChristusG5547. En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.

KJV And1 I,2 brethren,3 could5 not4 speak6 unto you as8 unto spiritual,9 but10 as11 unto carnal,12 even as13 unto babes14 in15 Christ.16

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγω G1473 mij, ik I, me 3 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 ηδυνηθην G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 6 λαλησαι G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 7 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 8 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 9 πνευματικοις G4152 geestelijke, geestelijk, geestelijken spiritual 10 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 11 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 12 σαρκικοις G4559 vleselijk, vleselijke, vleselijken carnal, fleshly 13 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 14 νηπιοις G3516 kind, jonge kinderen, kinderen babe, child (+ -ish) 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 χριστω G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ik heb u met melk gevoed, en niet met vaste spijs; want gij vermocht toen nog niet; ja, gij vermoogt ook nu nog niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Ik heb uG4771 met melkG1051 gevoedG4222, enG2532 nietG3756 met vaste spijsG1033; wantG1063 gij vermochtG1410 toen nog niet; ja, gij vermoogtG1410 ook nu nog niet. Ik heb u met melk gevoed, en niet met vaste spijs; want gij vermocht toen nog niet; ja, gij vermoogt ook nu nog niet.

KJV I have fed3 you with milk,1 and4 not5 with meat:6 for8 hitherto7 ➔ ye were9 ➔ not able14 to bear it, neither10 yet12 now13 are ye able.

1 γαλα G1051 melk milk 2 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 3 εποτισα G4222 drinken, gedrenkt, nat maakt give (make) to drink, feed, water 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 βρωμα G1033 spijze, spijzen, spijs meat, victuals 7 ουπω G3768 nog hitherto not, (no…) as yet, not yet 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 ηδυνασθε G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 10 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 11 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 12 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 13 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 14 δυνασθε G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Want gij zijt nog vleselijkG4559; wantG1063 dewijl onderG1722 uG4771 nijdG2205 is, enG2532 twistG2054, enG2532 tweedrachtG1370, zijt gij niet vleselijkG4559, enG2532 wandeltG4043 gij niet naarG2596 den mensG444? Want gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens?

KJV For2 ye are yet1 carnal:3 for6 whereas5 there is among7 you envying,9 and10 strife,11 and12 divisions,13 are ye not14 carnal,15 and17 walk20 as18 men?19

1 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 σαρκικοι G4559 vleselijk, vleselijke, vleselijken carnal, fleshly 4 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 6 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ζηλος G2205 ijver, nijd, nijdigheid emulation, envy(-ing), fervent mind, indignation, jealousy, zeal 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ερις G2054 twist, twisten, twistingen contention, debate, strife, variance 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 διχοστασιαι G1370 tweedracht division, sedition 14 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 15 σαρκικοι G4559 vleselijk, vleselijke, vleselijken carnal, fleshly 16 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 19 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 20 περιπατειτε G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WantG1063 als de een zegtG3004: IkG1473 benG1510 van PaulusG3972; enG1161 een anderG2087: IkG1473 ben van ApollosG625; zijt gij niet vleselijkG4559? Want als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk?

KJV For2 while1 one4 saith,3 I5 am7 of Paul;8 and10 another,9 I11 am of Apollos;12 are ye not13 carnal?14

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 λεγη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 5 εγω G1473 mij, ik I, me 6 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 7 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 παυλου G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 9 ετερος G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 εγω G1473 mij, ik I, me 12 απολλω G625 Apollos Apollos 13 ουχι G3780 neen, geenszins nay, not 14 σαρκικοι G4559 vleselijk, vleselijke, vleselijken carnal, fleshly 15 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welken gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Wie is dan PaulusG3972, en wie is ApollosG625, andersG235 dan dienaarsG1249, doorG1223 welkenG3739 gij geloofdG4100 hebt, en dat, gelijkG5613 de HeereG2962 aan een iegelijkG1538 gegevenG1325 heeft? Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welken gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft?

KJV Who1 then2 is Paul,4 and6 who5 is Apollos,7 but8 ministers10 by11 whom12 ye believed,13 even14 as16 the Lord18 gave19 to every man?15

1 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 5 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 απολλως G625 Apollos Apollos 8 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 9 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 10 διακονοι G1249 dienaar, dienaars, diakenen deacon, minister, servant 11 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 12 ων G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 επιστευσατε G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εκαστω G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 16 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 19 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 IkG1473 heb geplantG5452, ApollosG625 heeft natG4222 gemaakt; maarG235 GodG2316 heeft den wasdom gegevenG837. Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.

KJV I1 have planted,2 Apollos3 watered;4 but5 God7 gave the increase.8

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 εφυτευσα G5452 geplant, plant, plantte plant 3 απολλως G625 Apollos Apollos 4 εποτισεν G4222 drinken, gedrenkt, nat maakt give (make) to drink, feed, water 5 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 8 ηυξανεν G837 wies, wassen, opwassen grow (up), (give the) increase
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zo isG1510 dan noch hij, die plantG5452, ietsG5100, noch hij, die nat maaktG4222, maarG235 GodG2316, Die den wasdom geeftG837. Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft.

KJV So1 then neither2 is he that planteth4 any thing,6 neither7 he that watereth;9 but10 God13 that giveth the increase.12

1 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 2 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φυτευων G5452 geplant, plant, plantte plant 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 7 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ποτιζων G4222 drinken, gedrenkt, nat maakt give (make) to drink, feed, water 10 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αυξανων G837 wies, wassen, opwassen grow (up), (give the) increase 13 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En die plant, en die nat maakt, zijn een; maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En die plantG5452, en die nat maaktG4222, zijnG1510 een; maarG1161 een iegelijkG1538 zal zijn loonG3408 ontvangenG2983 naarG2596 zijn arbeidG2873. En die plant, en die nat maakt, zijn een; maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid.

KJV Now3 he that planteth2 and4 he that watereth6 are one:7 and10 every man9 shall receive14 his own12 reward13 according15 to his own17 labour.18

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 φυτευων G5452 geplant, plant, plantte plant 3 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ποτιζων G4222 drinken, gedrenkt, nat maakt give (make) to drink, feed, water 7 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιδιον G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 13 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 14 ληψεται G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 15 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ιδιον G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 18 κοπον G2873 arbeid, moeite labour, + trouble, weariness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WantG1063 wij zijnG1510 GodsG2316 medearbeidersG4904; GodsG2316 akkerwerkG1091, GodsG2316 gebouwG3619 zijtG1510 gij. Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij.

KJV For2 we are labourers together4 with God:1 ye are God's5 husbandry,6 ye are God's7 building.8

1 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εσμεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 συνεργοι G4904 medearbeider, medearbeiders, medewerkers companion in labour, (fellow-)helper(-labourer, -worker), labourer together with, workfellow 5 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 γεωργιον G1091 akkerwerk husbandry 7 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 8 οικοδομη G3619 stichting, gebouw, gebouwen building, edify(-ication, -ing) 9 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 NaarG2596 de genadeG5485 GodsG2316, die mij gegevenG1325 is, heb ik alsG5613 een wijsG4680 bouwmeesterG753 het fondamentG2310 gelegdG5087; en een anderG243 bouwtG2026 daarop. MaarG1161 een iegelijkG1538 zieG991 toe, hoeG4459 hij daarop bouweG2026. Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.

KJV According1 to the grace3 of God5 which2 is given7 unto me, as9 a wise10 masterbuilder,11 I have laid13 the foundation,12 and15 another14 buildeth16 thereon. But18 let19 ➔ every man17 take heed how20 he buildeth21 thereupon.

1 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 2 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 χαριν G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δοθεισαν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 8 μοι G1473 mij, ik I, me 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 σοφος G4680 wijzen, wijs, wijze wise 11 αρχιτεκτων G753 bouwmeester masterbuilder 12 θεμελιον G2310 fondament, fondamenten, fundamenten foundation 13 τεθεικα G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 14 αλλος G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 εποικοδομει G2026 bouwt, Gebouwd, bouwe build thereon (thereupon, on, upon) 17 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 18 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 19 βλεπετω G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 20 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 21 εποικοδομει G2026 bouwt, Gebouwd, bouwe build thereon (thereupon, on, upon)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantG1063 niemandG3762 kanG1410 een anderG243 fondamentG2310 leggenG5087, dan hetgeen gelegdG2749 is, hetwelkG3739 isG1510 JezusG2424 ChristusG5547. Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.

KJV For2 other3 foundation1 can5 no man4 lay6 than7 that is laid,9 which10 is Jesus12 Christ.14

1 θεμελιον G2310 fondament, fondamenten, fundamenten foundation 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αλλον G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 4 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 5 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 6 θειναι G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 7 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 κειμενον G2749 gezet, liggen, liggende be (appointed, laid up, made, set), lay, lie 10 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En indien iemand op dit fondament bouwt: goud, zilver, kostelijke stenen, hout, hooi, stoppelen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG1161 indienG1487 iemandG1536 opG1909 ditG3778 fondamentG2310 bouwtG2026: goudG5557, zilverG696, kostelijkeG5093 stenenG3037, houtG3586, hooi, stoppelenG2562; En indien iemand op dit fondament bouwt: goud, zilver, kostelijke stenen, hout, hooi, stoppelen;

KJV Now2 if any man build4 upon5 this foundation7 gold,9 silver,10 precious12 stones,11 wood,13 hay,14 stubble;15

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 εποικοδομει G2026 bouwt, Gebouwd, bouwe build thereon (thereupon, on, upon) 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θεμελιον G2310 fondament, fondamenten, fundamenten foundation 8 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 χρυσον G5557 goud gold 10 αργυρον G696 zilver silver 11 λιθους G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 12 τιμιους G5093 kostelijk, dierbaar, kostelijke dear, honourable, (more, most) precious, had in reputation 13 ξυλα G3586 hout, stokken, boom staff, stocks, tree, wood 14 χορτον G5528 gras, kruid, hooi blade, grass, hay 15 καλαμην G2562 stoppelen stubble

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Eens iegelijksG1538 werkG2041 zal openbaarG5318 wordenG1096; want de dagG2250 zal het verklarenG1213, dewijlG3754 het doorG1722 vuurG4442 ontdektG601 wordt; enG2532 hoedanigG3697 eens iegelijksG1538 werkG2041 isG1510, zal het vuurG4442 beproevenG1381. Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.

KJV Every man's1 work3 shall be made5 manifest:4 for7 the day8 shall declare9 it, because10 it shall be revealed13 by11 fire;12 and14 the fire21 shall try22 every man's15 work17 of what sort18 it is.

1 εκαστου G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 εργον G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 4 φανερον G5318 openbaar abroad, + appear, known, manifest, open (+ -ly), outward (+ -ly) 5 γενησεται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 9 δηλωσει G1213 beduidde, bekend, geopenbaard declare, shew, signify 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 πυρι G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 13 αποκαλυπτεται G601 geopenbaard, openbaren, ontdekt reveal 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εκαστου G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 εργον G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 18 οποιον G3697 hoedanig, hoedanigen what manner (sort) of, such as whatsoever 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 22 δοκιμασει G1381 beproeft, beproefd, beproeven allow, discern, examine, X like, (ap-)prove, try
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 ZoG1487 iemandsG1536 werkG2041 blijftG3306, datG3739 hij daarop gebouwdG2026 heeft, die zal loonG3408 ontvangenG2983. Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.

KJV If any man's work4 abide5 which6 he hath built7 thereupon, he shall receive9 a reward.8

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 τινος G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εργον G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 5 μενει G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 6 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 επωκοδομησεν G2026 bouwt, Gebouwd, bouwe build thereon (thereupon, on, upon) 8 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 9 ληψεται G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Zo iemandsG1536 werkG2041 zal verbrandG2618 worden, die zal schade lijdenG2210; maar zelfG846 zal hij behoudenG4982 worden, dochG1161 alzoG3779 alsG5613 doorG1223 vuurG4442. Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.

KJV If any man's work4 shall be burned,5 he shall suffer loss:6 but8 he himself7 shall be saved;9 yet11 so10 as12 by13 fire.14

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 τινος G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εργον G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 5 κατακαησεται G2618 verbrand, verbranden, verbrandden burn (up, utterly) 6 ζημιωθησεται G2210 schade lijden, geleden, lijdt schade be cast away, receive damage, lose, suffer loss 7 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 σωθησεται G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 10 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 13 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 14 πυρος G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 WeetG1492 gij nietG3756, datG3754 gij GodsG2316 tempelG3485 zijtG1510, enG2532 de GeestG4151 GodsG2316 inG1722 ulieden woontG3611? Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?

KJV Know ye2 not1 that3 ye are the temple4 of God,5 and7 that the Spirit9 of God11 dwelleth12 in13 you?

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ναος G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 5 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 οικει G3611 woont, wonen, bewoont dwell 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 ZoG1487 iemandG1536 den tempelG3485 GodsG2316 schendtG5351, dien zal GodG2316 schendenG5351; wantG1063 de tempelG3485 GodsG2316 isG1510 heiligG40, welke gijG4771 zijtG1510. Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt.

KJV If any man defile7 the temple4 of God,6 him shall8 ➔ God11 destroy; for13 the temple14 of God16 is holy,17 which19 temple ye are.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ναον G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 φθειρει G5351 verdorven, verderven, bedorven corrupt (self), defile, destroy 8 φθερει G5351 verdorven, verderven, bedorven corrupt (self), defile, destroy 9 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 14 ναος G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 17 αγιος G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 20 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 NiemandG3367 bedriegeG1818 zichzelvenG1438. ZoG1487 iemandG1536 onderG1722 uG4771 dunktG1380, dat hij wijsG4680 isG1510 inG1722 deze wereldG165, dieG3778 worde dwaasG3474, opdatG2443 hij wijsG4680 mogeG1096 worden. Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden.

KJV Let3 ➔ no man1 deceive himself.2 If any man among9 you seemeth6 to be wise7 in11 this world,13 let him become16 a fool,15 that17 he may be18 wise.19

1 μηδεις G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 2 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 3 εξαπατατω G1818 bedriege, bedrogen, verleid beguile, deceive 4 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 5 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 δοκει G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 7 σοφος G4680 wijzen, wijs, wijze wise 8 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αιωνι G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 14 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 μωρος G3474 dwazen, dwaas, dwaze fool(-ish, X -ishness) 16 γενεσθω G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 17 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 18 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 19 σοφος G4680 wijzen, wijs, wijze wise

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 WantG1063 de wijsheidG4678 dezer wereldG2889 is dwaasheidG3472 bij GodG2316; wantG1063 er isG1510 geschrevenG1125: Hij vatG1405 de wijzenG4680 inG1722 hunG846 arglistigheidG3834; Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid;

KJV For2 the wisdom3 of this world5 is foolishness7 with8 God.10 For13 it is written,12 He taketh15 the wise17 in18 their own21 craftiness.20

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 σοφια G4678 wijsheid, Wijsheid wisdom 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world 6 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 μωρια G3472 dwaasheid foolishness 8 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 13 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δρασσομενος G1405 vat take 16 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 σοφους G4680 wijzen, wijs, wijze wise 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πανουργια G3834 arglistigheid (cunning) craftiness, subtilty 21 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En wederom: De Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG2532 wederomG3825: De HeereG2962 kentG1097 de overleggingenG1261 der wijzenG4680, datG3754 zijG1510 ijdelG3152 zijn. En wederom: De Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn.

KJV And1 again,2 The Lord3 knoweth4 the thoughts6 of the wise,8 that9 they are vain.11

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 4 γινωσκει G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 διαλογισμους G1261 overleggingen, gedachten, overlegging dispute, doubtful(-ing), imagination, reasoning, thought 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 σοφων G4680 wijzen, wijs, wijze wise 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ματαιοι G3152 ijdel, ijdele, tevergeefs vain, vanity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Niemand dan roeme op mensen; want alles is uwe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 NiemandG3367 dan roemeG2744 opG1722 mensenG444; wantG1063 allesG3956 isG1510 uwe. Niemand dan roeme op mensen; want alles is uwe.

KJV Therefore1 let3 ➔ no man2 glory in4 men.5 For7 all things6 are yours;

1 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 2 μηδεις G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 3 καυχασθω G2744 roemen, roemt, roeme (make) boast, glory, joy, rejoice 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Hetzij PaulusG3972, hetzij ApollosG625, hetzij CefasG2786, hetzij de wereldG2889, hetzij levenG2222, hetzij doodG2288, hetzij tegenwoordigeG1764, hetzij toekomendeG3195 dingen, zij zijn alleG3956 uwe. Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe.

KJV Whether1 Paul,2 or3 Apollos,4 or5 Cephas,6 or7 the world,8 or9 life,10 or11 death,12 or13 things present,14 or15 things to come;16 all17 are yours;

1 ειτε G1535 hetzij, of ... of if, or, whether 2 παυλος G3972 Paulus, Paulus' Paul, Paulus 3 ειτε G1535 hetzij, of ... of if, or, whether 4 απολλως G625 Apollos Apollos 5 ειτε G1535 hetzij, of ... of if, or, whether 6 κηφας G2786 Cefas Cephas 7 ειτε G1535 hetzij, of ... of if, or, whether 8 κοσμος G2889 wereld, versiersel adorning, world 9 ειτε G1535 hetzij, of ... of if, or, whether 10 ζωη G2222 leven, levens, Leven life(-time) 11 ειτε G1535 hetzij, of ... of if, or, whether 12 θανατος G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 13 ειτε G1535 hetzij, of ... of if, or, whether 14 ενεστωτα G1764 tegenwoordige, aanstaande, aanstaanden come, be at hand, present 15 ειτε G1535 hetzij, of ... of if, or, whether 16 μελλοντα G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 17 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 18 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Doch gijG4771 zijt van ChristusG5547, enG1161 ChristusG5547 is GodsG2316. Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods.

KJV And2 ye are Christ's;3 and5 Christ4 is God's.6

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 4 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 5 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 6 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Korinthe 3:1 1 Korinthe 2:14 1 Korinthe 2:6 Romeinen 7:14 Efeze 4:13 1 Korinthe 14:20 Hebreeën 5:13 Galaten 6:1 1 Johannes 2:12
1 Korinthe 3:2 Johannes 16:12 1 Petrus 2:2 Hebreeën 5:11
1 Korinthe 3:3 1 Korinthe 11:18 1 Korinthe 1:11 Jakobus 3:16 Galaten 5:15 Jakobus 4:1 2 Korinthe 12:20 Markus 7:21 1 Petrus 4:2
1 Korinthe 3:4 1 Korinthe 1:12 1 Korinthe 3:3 1 Korinthe 4:6
1 Korinthe 3:5 2 Korinthe 6:4 1 Korinthe 3:10 2 Korinthe 3:6 Lukas 1:2 Efeze 3:7 Romeinen 10:14 1 Korinthe 12:28 1 Korinthe 4:1
1 Korinthe 3:6 Handelingen 18:26 Handelingen 18:4 1 Korinthe 3:9 1 Korinthe 9:1 2 Korinthe 10:14 1 Korinthe 1:30 Spreuken 11:25 Handelingen 14:27
1 Korinthe 3:7 Johannes 15:5 Galaten 6:3 2 Korinthe 12:9 Psalmen 115:1 1 Korinthe 13:2 Daniël 4:35 Jesaja 41:29 Jesaja 40:17
1 Korinthe 3:8 Romeinen 2:6 Johannes 4:36 2 Johannes 1:8 Openbaring 22:12 Psalmen 62:12 Mattheüs 16:27 Mattheüs 10:41 Openbaring 2:23
1 Korinthe 3:9 Efeze 2:20 2 Korinthe 6:1 1 Petrus 2:5 1 Korinthe 3:16 Jesaja 61:3 Markus 16:20 Mattheüs 16:18 Kolossenzen 2:7
1 Korinthe 3:10 Romeinen 15:20 1 Korinthe 3:11 Romeinen 12:3 1 Petrus 4:11 Openbaring 21:14 Mattheüs 24:45 1 Korinthe 15:10 Lukas 11:35
1 Korinthe 3:11 Efeze 2:20 Jesaja 28:16 2 Timotheüs 2:19 1 Petrus 2:6 Mattheüs 16:18 Galaten 1:7 Handelingen 4:11 2 Korinthe 11:2
1 Korinthe 3:12 Jesaja 54:11 Openbaring 3:18 1 Timotheüs 4:6 Psalmen 19:10 2 Timotheüs 4:3 Psalmen 119:72 Hebreeën 13:9 2 Timotheüs 2:16
1 Korinthe 3:13 Openbaring 20:12 1 Petrus 1:7 1 Korinthe 4:5 1 Korinthe 3:14 1 Korinthe 1:8 2 Timotheüs 1:18 2 Thessalonicenzen 1:7 Romeinen 2:5
1 Korinthe 3:14 1 Korinthe 3:8 1 Korinthe 4:5 Mattheüs 25:21 Openbaring 2:8 1 Petrus 5:4 1 Petrus 5:1 Mattheüs 24:45 Daniël 12:3
1 Korinthe 3:15 Judas 1:23 1 Korinthe 3:12 Openbaring 3:18 2 Johannes 1:8 1 Petrus 4:18 Psalmen 66:12
1 Korinthe 3:16 1 Korinthe 6:19 Ezechiël 36:27 Romeinen 8:9 2 Korinthe 6:16 Efeze 2:21 Romeinen 8:11 1 Petrus 2:5 1 Johannes 4:15
1 Korinthe 3:17 1 Korinthe 6:18 Ezechiël 23:38 Ezechiël 7:22 Sefanja 3:4 Jesaja 64:11 Ezechiël 43:12 Ezechiël 5:11 Leviticus 20:3
1 Korinthe 3:18 Jesaja 5:21 Galaten 6:3 1 Korinthe 1:18 1 Korinthe 8:1 Jakobus 1:22 Spreuken 3:5 1 Korinthe 6:9 Jeremia 8:8
1 Korinthe 3:19 Job 5:13 1 Korinthe 2:6 Psalmen 141:10 Romeinen 1:21 Jesaja 44:25 1 Korinthe 1:19 Psalmen 9:15 Jesaja 29:14
1 Korinthe 3:20 Psalmen 94:11 Kolossenzen 2:8 Romeinen 1:21 Job 11:11 Psalmen 2:1
1 Korinthe 3:21 Romeinen 8:32 1 Korinthe 4:6 Romeinen 8:28 Openbaring 21:7 1 Korinthe 3:4 2 Korinthe 4:15 2 Korinthe 4:5 Jeremia 9:23
1 Korinthe 3:22 Filippenzen 1:21 2 Korinthe 4:5 Efeze 4:11 Romeinen 8:37 1 Korinthe 3:5 1 Korinthe 9:19 1 Korinthe 1:12
1 Korinthe 3:23 Galaten 3:29 1 Korinthe 11:3 2 Korinthe 10:7 1 Korinthe 15:23 Johannes 17:9 Johannes 17:18 Romeinen 14:8 Filippenzen 2:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Korinthe 3 vers 1

als tot geestelijken, Dat is, als tot zodanigen die door Gods Geest uitnemend verlicht zijn en in de kennis zeer toegenomen. Zie Gal. 6:1 .

Hertaald: als tot geestelijken, Dat is: als tot mensen die door Gods Geest uitnemend verlicht zijn en die in de kennis ver gevorderd zijn. Zie Gal. 6:1.

als tot vleselijken, Dat is, als tot zodanigen, in welken het vlees, of menselijke genegenheden zich nog te veel openbaren, gelijk in de kinderen pleegt te geschieden, die de genegenheden meer volgen dan de rede.

Hertaald: als tot vleselijken, Dat is: als tot mensen bij wie het vlees, of de menselijke neigingen, zich nog te veel laten zien — zoals dat bij kinderen pleegt te gebeuren, die meer hun neigingen volgen dan de rede.

jonge kinderen Dat is, die nog zeer teder en onwetend zijn in de leer van Christus; en hiermede verklaart Hij het woord vleselijke, opdat het niet zou genomen worden voor mensen, die geheel vreemd zijn van den Geest van Christus, gelijk het dikmaals in de Heilige Schrift gebruikt wordt. Zie Rom. 8:8 .

Hertaald: jonge kinderen Dat is: mensen die nog zeer teer en onwetend zijn in de leer van Christus. Hiermee verklaart hij het woord vleselijk, opdat het niet opgevat zou worden als mensen die volstrekt vreemd zijn aan de Geest van Christus, zoals het in de Heilige Schrift vaak gebruikt wordt. Zie Rom. 8:8.

1 Korinthe 3 vers 2

melk gevoed, Dat is, met de eerste verklaringen der fondamenten der Christelijke leer, die met eenvoudige en naakte woorden voorgesteld worden. Gr. met melk gedrenkt.

Hertaald: melk gevoed, Dat is: met de eerste verklaringen van de grondslagen van de christelijke leer, die met eenvoudige en kale woorden voorgesteld worden. Grieks: met melk gedrenkt.

vaste spijs; Dat is, de hogere verklaringen der Christelijke leer, die met hogere woorden en diepzinniger redenen worden voorgesteld. Zie breder Hebr. 5:12 , enz.

Hertaald: vaste spijs; Dat is: de hogere verklaringen van de christelijke leer, die met hogere woorden en diepzinniger redeneringen voorgesteld worden. Zie uitvoeriger Hebr. 5:12, enzovoort.

1 Korinthe 3 vers 3

naar den mens? Dat is, gelijk de natuurlijk mensen plegen, hetwelk voor u onbetamelijk is.

Hertaald: naar den mens? Dat is: zoals de natuurlijke mensen plegen te doen, wat voor u ongepast is.

1 Korinthe 3 vers 4

vleselijk? Dat is, nog door vleselijke of kinderlijke genegenheden gedreven in het onderscheiden van uwe leraars.

Hertaald: vleselijk? Dat is: nog gedreven door vleselijke of kinderlijke neigingen in het onderscheid dat u tussen uw leraars maakt.

1 Korinthe 3 vers 5

door welken gij Dat is, door wier dienst en prediking; Rom. 10:17 .

Hertaald: door welken gij Dat is: door wier dienst en prediking; Rom. 10:17.

een iegelijk Namelijk Zijner dienaren, wien Hij Zijne gaven verscheidenlijk uitdeelt. Zie 1 Kor. 12:4 , enz.

Hertaald: een iegelijk Namelijk ieder van Zijn dienaars, aan wie Hij Zijn gaven op verschillende wijze uitdeelt. Zie 1 Kor. 12:4, enzovoort.

1 Korinthe 3 vers 6

Ik heb geplant, Dat is, den eersten grond der gemeente door mijne predikatie gelegd, gelijk hierna verklaard wordt, vs.10.

Hertaald: Ik heb geplant, Dat is: ik heb door mijn prediking de eerste grondslag van de gemeente gelegd, zoals hierna verklaard wordt in vers 10.

nat gemaakt; Dat is, hetgeen ik begonnen had, heeft Hij door Zijne leer bevorderd en versterkt.

Hertaald: nat gemaakt; Dat is: wat ik begonnen was, heeft hij door zijn onderwijs bevorderd en versterkt.

den wasdom Dat is, het Woord, dat uitwendig van ons was gepredikt, in de harten der toehoorders krachtig gemaakt tot hunne bekering. Zie Joh. 6:44 , Joh. 6:4465 ; Hand. 11:21 , en Hand. 16:14 , enz.

Hertaald: den wasdom Dat is: God heeft het Woord dat uiterlijk door ons gepredikt was krachtig gemaakt in de harten van de toehoorders, tot hun bekering. Zie Joh. 6:44, Joh. 6:65; Hand. 11:21 en Hand. 16:14, enzovoort.

1 Korinthe 3 vers 7

iets, noch Te achten of te roemen; hetwelk alzo niet is te verstaan, alsof Paulus de dienaars wilde geacht hebben [want 1 Kor. 4:1 zal hij het tegendeel zeggen]; maar omdat niemand zich op de gaven der dienaren, wie zij ook zijn, alzo moet vergapen, dat hij hun de eer zou geven, die den oppersten auteur van dit werk toekomt; alzo het God is die hen stelt, die hun bekwame gaven geeft, en door hun arbeid krachtig is in de harten der mensen; vs.5, en 1 Kor. 12:6 ; Gal. 3:5 .

Hertaald: iets, noch Namelijk niets om te achten of te roemen. Dat moet niet zo opgevat worden alsof Paulus zou willen dat de dienaars niet geacht werden — want in 1 Kor. 4:1 zal hij het tegendeel zeggen — maar zo, dat niemand zich zo op de gaven van de dienaars mag verkijken, wie zij ook zijn, dat hij hun de eer zou geven die de hoogste Bewerker van dit werk toekomt. Want God is het Die hen aanstelt, Die hun geschikte gaven geeft en Die door hun arbeid krachtig werkt in de harten van de mensen; vers 5, en 1 Kor. 12:6; Gal. 3:5.

1 Korinthe 3 vers 8

zijn een; Dat is, arbeiden in een zelfde zaak, en tot een zelfde einde, namelijk om een zelfde leer des Evangelies te verbreiden en de gemeente van Christus te stichten, hoewel met verscheidene gaven. Want hij spreekt hier nog van het ambt der trouwe leraars, gelijk hij en Apollos waren.

Hertaald: zijn een; Dat is: zij werken aan dezelfde zaak en met hetzelfde doel, namelijk om dezelfde leer van het Evangelie te verbreiden en de gemeente van Christus op te bouwen, hoewel met verschillende gaven. Want hij spreekt hier nog over het ambt van de trouwe leraars, zoals hij en Apollos waren.

naar zijnen arbeid Dat is, nadat hij zich in dit zijn ambt wel zal hebben gekweten en benaarstigd; Matt. 25:20 , enz.

Hertaald: naar zijnen arbeid Dat is: naarmate hij zich in dit ambt goed gekweten en ingespannen zal hebben; Matth. 25:20, enzovoort.

1 Korinthe 3 vers 9

wij zijn Namelijk die dienaars van Gods Woord zijn.

Hertaald: wij zijn Namelijk wij die dienaars van Gods Woord zijn.

Gods medearbeiders Namelijk die onder God aan den bouw der gemeente medearbeiden als werktuigen, die God heeft geliefd daartoe te gebruiken, hoewel het voornaamste werk van Hem komt en de bekwaamheid dezer werktuigen ook zelfs van Hem komt; 2 Kor. 3:5-6 .

Hertaald: Gods medearbeiders Namelijk wij die onder God aan de bouw van de gemeente meewerken als werktuigen die God daartoe heeft willen gebruiken — hoewel het voornaamste werk van Hem komt en ook de bekwaamheid van deze werktuigen van Hem komt; 2 Kor. 3:5-6.

Gods akkerwerk, Dat is, gij als leden der gemeente Gods zijt degenen aan wie deze arbeid besteed wordt als aan een groot akkerwerk.

Hertaald: Gods akkerwerk, Dat is: u bent, als leden van de gemeente van God, degenen aan wie deze arbeid besteed wordt, als aan een groot akkerwerk.

Gods gebouw Een andere gelijkenis, genomen van een groot gesticht, waar een groot meester het beleid van heeft, en waar hij zijne dienaars bezig aan houdt, welke gelijkenis hij daarna breder uitlegt en toeëigent.

Hertaald: Gods gebouw Een tweede vergelijking, ontleend aan een groot bouwwerk waarover een groot meester de leiding heeft en waaraan hij zijn dienaars bezighoudt. Die vergelijking legt hij daarna uitvoeriger uit en past hij toe.

1 Korinthe 3 vers 10

Naar de genade Namelijk door welke ik tot een apostel van Christus ben geroepen, en met welke Hij mij tot nu toe in mijne bediening heeft bijgestaan en vergezelschapt. Waarmede hij alles, wat hij is en doet, niet in zichzelven, maar God toeschrijft.

Hertaald: Naar de genade Namelijk de genade waardoor ik tot een apostel van Christus geroepen ben, en waarmee Hij mij tot nu toe in mijn bediening bijgestaan en vergezeld heeft. Daarmee schrijft hij alles wat hij is en doet niet aan zichzelf toe, maar aan God.

als een wijs Dat is, gelijk een recht, voorzichtig, en getrouw bouwmeester betaamt.

Hertaald: als een wijs Dat is: zoals het een goed, voorzichtig en trouw bouwmeester betaamt.

het fondament Namelijk benevens de andere apostelen in het eerste oprichten van de gemeente van Christus door de gehele wereld, en ik als de eerste die uwe gemeente heb opgericht; Rom. 15:20 ; Ef. 2:20 ; Openb. 21:14 .

Hertaald: het fondament Namelijk samen met de andere apostelen bij het eerste oprichten van de gemeente van Christus over de hele wereld, en ikzelf als de eerste die uw gemeente opgericht heeft; Rom. 15:20; Ef. 2:20; Openb. 21:14.

een ander bouwt daarop Dit zegt hij van de gewone dienaren, die na de apostelen in de opgerichte gemeenten zijn geroepen en gesteld, en op der apostelen werk voortgingen; Rom. 15:20 .

Hertaald: een ander bouwt daarop Dit zegt hij over de gewone dienaars, die na de apostelen in de opgerichte gemeenten geroepen en aangesteld zijn en die op het werk van de apostelen voortbouwden; Rom. 15:20.

hoe hij daarop bouwe Sommigen verstaan dit van de personen, die door de leraars op het fondament gebouwd worden, gelijk het woord werk alzo genoemd wordt; 1 Kor. 9:1 . Doch alzo de apostel hier zegt een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwt, en niet, wien hij daarop bouwt, zo wordt dit gemeenlijk en bekwamelijker verstaan, dat de apostel hier de leraars wil vermanen, dat zij toezien welke leer zij op het fondament, dat de apostelen gelegd hebben, voorstellen tot versterking en vermeerdering der opgerichte gemeenten.

Hertaald: hoe hij daarop bouwe Sommigen vatten dit op als de personen die door de leraars op het fundament gebouwd worden, aangezien die zo ook een werk genoemd worden; 1 Kor. 9:1. Maar aangezien de apostel hier zegt: laat ieder toezien HOE hij daarop bouwt, en niet: WIE hij daarop bouwt, wordt dit gewoonlijk en beter zo opgevat dat de apostel hier de leraars wil vermanen dat zij erop toezien welke leer zij voorstellen op het fundament dat de apostelen gelegd hebben, tot versterking en uitbreiding van de opgerichte gemeenten.

1 Korinthe 3 vers 11

dan hetgeen Of, behalve hetgeen; namelijk van mij en de andere apostelen.

Hertaald: dan hetgeen Of: behalve wat er gelegd is; namelijk door mij en de andere apostelen.

hetwelk is Christus wordt het fondament der gemeente genoemd, òf ten aanzien van hem zelven, waar de zaligheid der gemeente op steunt, omdat Hij als waarachtig God en mens ons de zaligheid heeft verworven, en dezelve door Zijnen Geest toeëigent; Matt. 16:18 ; 1 Petr. 2:6 , òf ten aanzien van de leer, waardoor wij tot Hem als den enigen Zaligmaker worden gewezen en gebracht, en door het geloof in Hem ontvangen gerechtigheid, heiligheid en het eeuwige leven. Op deze leer ziet de apostel hier, en verklaart dat wij in de leer des Evangelies tot niemand anders mogen worden gewezen om zaligheid te vinden, dan tot zijn persoon en verdiensten. Zie Joh. 14:6 ; Hand. 4:12 ; Ef. 2:20 .

Hertaald: hetwelk is Christus wordt het fundament van de gemeente genoemd óf met het oog op Hemzelf, op Wie de zaligheid van de gemeente steunt, omdat Hij als waarachtig God en mens ons de zaligheid verworven heeft en die door Zijn Geest toe-eigent, Matth. 16:18; 1 Petr. 2:6, óf met het oog op de leer, waardoor wij tot Hem als de enige Zaligmaker gewezen en gebracht worden en door het geloof in Hem gerechtigheid, heiligheid en het eeuwige leven ontvangen. Op die leer doelt de apostel hier, en hij verklaart dat wij in de leer van het Evangelie naar niemand anders gewezen mogen worden om zaligheid te vinden dan naar Zijn persoon en Zijn verdiensten. Zie Joh. 14:6; Hand. 4:12; Ef. 2:20.

1 Korinthe 3 vers 12

op dit fondament Dat is, op deze leer van de zaligheid in Christus Jezus alleen te zoeken.

Hertaald: op dit fondament Dat is: op deze leer dat de zaligheid alleen in Christus Jezus gezocht moet worden.

goud, zilver, Dat is, stichtelijke leringen, niet getrokken uit menselijke wijsheid, maar uit de rechte gronden van Gods Woord; 2 Tim. 1:13 .

Hertaald: goud, zilver, Dat is: stichtelijke leringen, niet ontleend aan menselijke wijsheid, maar aan de juiste gronden van Gods Woord; 2 Tim. 1:13.

hout, hooi, Hierdoor worden verstaan, niet enige ketterijen of valse leringen, die het fondament omstoten, waardoor de gemeente van Christus verleid of gescheurd wordt, want zulke veroordeelt Gods woord als werken des vleesches, die de mensen van de zaligheid beroven, Hand. 20:30 ; Gal. 5:20 ; 1 Tim. 4:1-3 ; maar enige leringen, dwalingen, of inzettingen van minder gewicht, uit menselijk vernuft voortgebracht, die het fondament niet omstoten, of enige zonderlinge en onnodige geschillen, die niet stichten, en opgepronkte wijzen van spreken buiten Gods Woord, welke de apostel in deze eerste vier hoofdstukken doorgaans bestraft.

Hertaald: hout, hooi, Daaronder worden niet verstaan ketterijen of valse leringen die het fundament omverwerpen en waardoor de gemeente van Christus verleid of gescheurd wordt — want zulke leringen veroordeelt Gods Woord als werken van het vlees, die de mensen van de zaligheid beroven, Hand. 20:30; Gal. 5:20; 1 Tim. 4:1-3. Bedoeld worden leringen, dwalingen of inzettingen van minder gewicht, voortgekomen uit het menselijke vernuft, die het fundament niet omverwerpen; of bijzondere en onnodige geschillen die niet stichten; en opgesmukte manieren van spreken buiten Gods Woord om — wat de apostel in deze eerste vier hoofdstukken telkens bestraft.

1 Korinthe 3 vers 13

iegelijks Namelijk leraars. Want van die en hun werk spreekt hier de apostel alleen.

Hertaald: iegelijks Namelijk van iedere leraar. Want de apostel spreekt hier alleen over hen en over hun werk.

werk zal Dat is, leer, die Hij voorstelt.

Hertaald: werk zal Dat is: de leer die hij voorstelt.

de dag zal het Dat is, de tijd; of het licht der waarheid; Rom. 13:12-13 ; Ef. 5:13 ; 2 Petr. 1:19 .

Hertaald: de dag zal het Dat is: de tijd; of: het licht van de waarheid; Rom. 13:12-13; Ef. 5:13; 2 Petr. 1:19.

verklaren, dewijl Namelijk of het hout, hooi, stro en stoppelen, dan of het goud, zilver en kostelijke stenen zijn.

Hertaald: verklaren, dewijl Namelijk of het hout, hooi, stro en stoppels zijn, dan wel goud, zilver en kostbare stenen.

vuur ontdekt Door dit vuur kan hier niet verstaan worden een vagevuur, waardoor de mensen na dit leven van hunne zonden zouden gevaagd of gereinigd worden, overmits door dit vuur, waar Paulus hier van spreekt, niet alleen het werk, dat vergaat of verbrand wordt, maar ook dat blijft en beloond wordt, zal beproefd worden; maar wordt verstaan òf van het vuur des Heiligen Geestes, die door het licht van Gods Woord den vasten arbeid en trouwe leringen der leraren mettertijd ontdekt in de gemeente Gods, en die de onnodige of zonderlinge leer onderscheidt en doet verdwijnen; niet anders dan het goud door het vuur van zijne onreinheden wordt gezuiverd; Ps. 12:7 ; Jer. 23:29 . Of, het vuur van vervolging, zwarigheid en verzoeking, waardoor de oprechte leer gelijk als beproefd wordt, omdat zij alsdan ons een vasten troost geeft, hetwelk de andere niet doen kan; Jak. 1:2 ; 1 Petr. 1:6-7 .

Hertaald: vuur ontdekt Onder dit vuur kan hier geen vagevuur verstaan worden waardoor de mensen na dit leven van hun zonden gezuiverd zouden worden, aangezien door dit vuur waarover Paulus hier spreekt niet alleen het werk beproefd wordt dat vergaat of verbrandt, maar ook het werk dat blijft en beloond wordt. Bedoeld wordt óf het vuur van de Heilige Geest. Die brengt door het licht van Gods Woord de degelijke arbeid en de trouwe leringen van de leraars mettertijd in de gemeente van God aan het licht. Daarvan onderscheidt Hij de onnodige of bijzondere leer, en die laat Hij verdwijnen, net zoals het goud door het vuur van zijn onzuiverheden gereinigd wordt; Ps. 12:7; Jer. 23:29. Of het vuur van vervolging, moeite en verzoeking, waardoor de oprechte leer als het ware beproefd wordt, omdat zij ons dan een vaste troost geeft, wat de andere leer niet kan doen; Jak. 1:2; 1 Petr. 1:6-7.

1 Korinthe 3 vers 14

blijft, dat hij Dat is, leer door Gods Woord vast en bondig geoordeeld wordt; 1 Thess. 5:21 .

Hertaald: blijft, dat hij Dat is: wanneer zijn leer naar Gods Woord vast en deugdelijk beoordeeld wordt; 1 Thess. 5:21.

loon ontvangen Namelijk ten uitersten dage, uit genade, ook in het bijzonder over dit zijn werk; Dan. 12:3 ; 1 Kor. 15:41-42 .

Hertaald: loon ontvangen Namelijk op de laatste dag, uit genade, ook in het bijzonder voor dit werk van hem; Dan. 12:3; 1 Kor. 15:41-42.

1 Korinthe 3 vers 15

verbrand worden, Dat is, zo iemands lering na gedane beproeving uit Gods Woord zal verdwijnen en ijdel geacht worden.

Hertaald: verbrand worden, Dat is: wanneer iemands leer na de beproeving aan Gods Woord zal verdwijnen en voor ijdel gehouden zal worden.

schade lijden; Namelijk van dezen zijnen arbeid.

Hertaald: schade lijden; Namelijk van deze arbeid van hem.

behouden worden, Namelijk omdat hij in zijne leer het fondament nog vast heeft behouden.

Hertaald: behouden worden, Namelijk omdat hij in zijn leer het fundament toch vastgehouden heeft.

als door vuur Dat is, bezwaarlijk, gelijk iemand zichzelven uit den brand behoudt, daarin alles latende wat hij heeft; Jud. 1:23 .

Hertaald: als door vuur Dat is: met moeite, zoals iemand die zichzelf uit de brand redt en daarin alles achterlaat wat hij heeft; Judas 1:23.

1 Korinthe 3 vers 16

gij Gods Namelijk die in Christus gelooft; 1 Petr. 2:5 . Zie Ef. 2:21 .

Hertaald: gij Gods Namelijk u die in Christus gelooft; 1 Petr. 2:5. Zie Ef. 2:21.

1 Korinthe 3 vers 17

Zo iemand den Dat is, zo iemand de gemeente Gods door leringen der menselijke wijsheid, of door bijzonder aanhangen aan dezen of genen leraar, verdeelt of scheurt.

Hertaald: Zo iemand den Dat is: wanneer iemand de gemeente van God verdeelt of scheurt door leringen van menselijke wijsheid, of door zich in het bijzonder aan deze of gene leraar te hechten.

schenden; want Gr. verderven; dat is te schande maken.

Hertaald: schenden; want Grieks: verderven; dat is: te schande maken.

1 Korinthe 3 vers 18

bedriege Of, verleide.

Hertaald: bedriege Of: misleide.

wijs is in Dat is, begaafd met menselijke wijsheid.

Hertaald: wijs is in Dat is: begiftigd met menselijke wijsheid.

die worde dwaas, Namelijk naar het oordeel van de wereldwijzen, wanneer hij de kennis van Christus' kruis en de nederigheid voor zijn hoogste wijsheid houdt, die de wereld houdt voor dwaasheid. Zie 1 Kor. 1:21-24 .

Hertaald: die worde dwaas, Namelijk naar het oordeel van de wereldwijzen, wanneer hij de kennis van Christus' kruis en de nederigheid voor zijn hoogste wijsheid houdt — wat de wereld voor dwaasheid houdt. Zie 1 Kor. 1:21-24.

wijs moge worden Namelijk in God en in de zaken zijner zaligheid.

Hertaald: wijs moge worden Namelijk in God en in de zaken van zijn zaligheid.

1 Korinthe 3 vers 19

vat de wijzen Dat is, Hij verwart hun wereldse en listige raadslagen tegen God en de vromen, alzo, dat zij zelf daardoor vergaan.

Hertaald: vat de wijzen Dat is: Hij verwart hun wereldse en listige plannen tegen God en de vromen zo, dat zij daardoor zelf omkomen.

1 Korinthe 3 vers 20

der wijzen, Dat is, wereldwijzen, gelijk voren. De tekst Ps. 94:11 , heeft mensen, namelijk die op hunne wijsheid steunen.

Hertaald: der wijzen, Dat is: van de wereldwijzen, zoals hiervoor. De tekst in Ps. 94:11 heeft mensen, namelijk zij die op hun wijsheid steunen.

dat zij ijdel Dat is, hunne wijsheid tevergeefs in het werk stellen tegen Gods wijsheid.

Hertaald: dat zij ijdel Dat is: dat zij hun wijsheid tevergeefs inzetten tegen Gods wijsheid.

1 Korinthe 3 vers 21

roeme op mensen, Dat is, vergape zich niet en vertrouwe op geen menselijke wijsheid.

Hertaald: roeme op mensen, Dat is: laat niemand zich verkijken op menselijke wijsheid of daarop vertrouwen.

uwe Dat is, van God tot den dienst van uwe zaligheid geschikt en verordineerd; zelfs de voornaamsten onder de leraars zijn niet voor zichzelven, maar voor de gemeente. En daarom moeten zij alles richten niet tot hun eigen eer, maar tot de eer van Christus en uwe zaligheid.

Hertaald: uwe Dat is: door God geschikt en verordend tot de dienst van uw zaligheid. Zelfs de voornaamsten onder de leraars zijn er niet voor zichzelf, maar voor de gemeente. Daarom moeten zij alles richten, niet op hun eigen eer, maar op de eer van Christus en op uw zaligheid.

1 Korinthe 3 vers 23

zijt van Christus, Namelijk lichaam of bruid, als van uw hoofd.

Hertaald: zijt van Christus, Namelijk Zijn lichaam of bruid, als van uw Hoofd.

is Gods Namelijk des Vaders welgeliefde Zoon en Gezant, om ons tot de eeuwige erve met Hem te brengen. Zie 1 Kor. 11:3 , en 1 Kor. 15:27-28 .

Hertaald: is Gods Namelijk de geliefde Zoon en Gezant van de Vader, om ons met Hem tot de eeuwige erfenis te brengen. Zie 1 Kor. 11:3 en 1 Kor. 15:27-28.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Tempel des Heiligen Geestes  — Zowel de gemeente gezamenlijk (1 Kor. 3:16-17) als het lichaam van de individuele gelovige (1 Kor. 6:19-20) worden "tempel" genoemd — de plaats waar de Heilige Geest woont

Te midden van een vermaning tegen partijschap in de gemeente vraagt Paulus: "Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?" (1 Kor. 3:16). Daarop volgt de ernstige waarschuwing dat wie deze tempel schendt, door God geschonden zal worden, "want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt" (1 Kor. 3:17). Hier is de gemeente als geheel bedoeld. Later, in een vermaning tegen hoererij, past Paulus hetzelfde beeld toe op het lichaam van de enkeling: "ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt" (1 Kor. 6:19), met de grond: "gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn" (1 Kor. 6:20).

Bijbelse betekenis: Waar de tabernakel en de tempel (Ex. 25 en 1 Kon. 6, reeds behandeld) de plaats waren waar God onder Israël woonde, ligt die plaats nu ergens anders. Na de uitstorting van de Heilige Geest is zij verlegd naar de gemeente gezamenlijk én naar het lichaam van elke gelovige afzonderlijk. Beide toepassingen dringen aan op heiligheid — de een tegen verdeeldheid, de ander tegen onreinheid — juist omdat het geen eigen bezit meer is, maar Gods eigendom, gekocht met een prijs.

Typologie: Efeze trekt dezelfde lijn door voor de gemeente als geheel: "het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere" (Ef. 2:21).

1 Kor. 3:16-17; 1 Kor. 6:19-20; Ex. 25; 1 Kon. 6

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt — 3:9-17

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

In Korinthe waren partijen ontstaan: de een noemde zich van Paulus, de ander van Apollos. Paulus vergelijkt zichzelf en de anderen daarom met arbeiders, en de gemeente met een bouwwerk in aanbouw.

Er ligt maar één fundament, en het gebouw dat erop staat blijkt een tempel te zijn.

Het beeld begint bij het bouwterrein. Paulus heeft als een wijs bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop. Maar over dat fundament valt niets te kiezen: “Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.”

De kanttekening onderscheidt twee manieren waarop Hij het fundament heet. Ten aanzien van Hemzelf, omdat de zaligheid van de gemeente op Hem steunt; en ten aanzien van de leer, waardoor men tot Hem als de enige Zaligmaker gewezen wordt. Hier gaat het volgens haar over dat tweede: in de prediking mag men naar niemand anders wijzen.

Wat erop gebouwd wordt is van heel verschillende kwaliteit — goud, zilver, kostelijke stenen, of hout, hooi en stoppelen — en het vuur zal het uitmaken. Ook dat gaat volgens de kanttekening over leraars en hun leer, en niet over ieders levenswerk in het algemeen.

En dan, alsof het niets is, de zin waar dit hoofdstuk om in dit register staat: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?”

Het gebouw waarover hij het had, blijkt geen gewoon huis. Er staat tempel.

Om te voelen hoe groot dat is, moet men de lijn ernaast leggen. God wandelde in de hof, en de mens werd uitgedreven. Daarna kwam er een tent, met een voorhangsel ervoor en een streep eromheen. Daarna een tempel van steen, waar één man één keer per jaar achter het gordijn mocht. Toen het Woord vlees werd, woonde God onder ons in één Persoon. En hier staat dat een groep ruziënde mensen in een havenstad samen de tempel van God is, omdat Zijn Geest in hen woont.

Daarom is de waarschuwing die erop volgt ook zo scherp: “Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt.” Wie in Jeruzalem het heiligdom ontwijdde, raakte aan iets waar de doodstraf op stond. Paulus zegt dat het scheuren van een gemeente van dezelfde orde is.

En zo hangt alles hier aan elkaar. Het fundament is een Persoon, en het gebouw is een woonplaats. Wat de tabernakel afbeeldde en de tempel in steen zette, staat hier in mensen overeind.

  1. Exodus 25:8 — Een heiligdom, opdat Ik in het midden van hen wone.
  2. Jesaja 28:16 — God legt in Sion een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen.
  3. Johannes 2:21 — Hij sprak van de tempel van Zijn lichaam.
  4. 1 Korinthiers 3:11 — Een ander fundament kan niemand leggen.
  5. 1 Korinthiers 3:16 — En het gebouw dat erop staat heet Gods tempel.
  6. Openbaring 21:3 — Tot er ten slotte geen tempel meer nodig is.

In het Nieuwe Testament: Jesaja 28:16; Exodus 25:8; Johannes 2:21; Efeziers 2:20-22; 1 Petrus 2:5; Ezechiël 36:27

Hoever dit reikt: Dat het hier over de gemeente als geheel gaat en niet over het lichaam van de enkele gelovige, blijkt uit het meervoud. De samenhang met de partijschappen in deze brief wijst dezelfde kant op. Elders schrijft Paulus dat laatste er wel bij. Wat het beproeven door vuur inhoudt, verklaart de kanttekening van de leer van de leraars, en zij onderscheidt dat uitdrukkelijk van dwalingen die het fundament omstoten.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

1 Korinthe 3

1 Korinthe 3:1

Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:141 Korinthe 2:6Romeinen 7:14Efeze 4:131 Korinthe 14:20Hebreeën 5:13Galaten 6:11 Johannes 2:12
— En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.

De gemeente van Korinthe bestond uit mensen met veel opleiding en grote gaven. Het was een van die gemeenten die het één-mansysteem hadden losgelaten, waar iedereen sprak zoals hij zelf wilde — een zeer ontwikkelde gemeente, en ook een gemeente van christenen, maar toch: christenkinderen. En hoewel zij zichzelf zo groot vonden, zegt de apostel dat hij nooit tot hen sprak als tot geestelijke mensen. Hij hield het bij de eenvoudige beginselen, omdat het vleselijke deel nog te veel in hen aanwezig was om geestelijke dingen te kunnen verdragen.

1 Korinthe 3:2-3

KruisverwijzingenJohannes 16:121 Petrus 2:2Hebreeën 5:111 Korinthe 11:181 Korinthe 1:11Jakobus 3:16Galaten 5:15Jakobus 4:1
— Ik heb u met melk gevoed, en niet met vaste spijs; want gij vermocht toen nog niet; ja, gij vermoogt ook nu nog niet. Want gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens?

Hoe dankbaar behoren wij te zijn dat er melk is, en dat deze melk de ziel voedt. De eenvoudigste waarheden van het christendom bevatten alles wat de ziel nodig heeft, zoals melk een voeding is waarop het lichaam in leven kan blijven, zonder iets anders. Toch behoren wij te verlangen te groeien, zodat wij niet altijd op een melkdieet blijven, maar de vaste spijs kunnen verteren: de hoge leer van de diepe dingen van God. Die zijn voor volwassenen, niet voor kleine kinderen. Laat de kleinen dankbaar zijn voor de melk, maar laten wij ernaar streven sterke mannen te worden, die zich met vaste spijs kunnen voeden. Een eensgezinde gemeente is een groeiende gemeente, misschien een volwassen gemeente; maar een verdeelde gemeente, uiteengevallen in partijen waarin ieder een positie zoekt en op wil vallen, is een gemeente van kleine kinderen. Zij zijn vleselijk en wandelen als gewone, onwedergeboren mensen.

1 Korinthe 3:4

Kruisverwijzingen1 Korinthe 1:121 Korinthe 3:31 Korinthe 4:6
— Want als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk?

Is dit niet precies zoals gewone, alledaagse mensen zouden doen? Waar blijft uw geestelijke gezindheid als u zo handelt? In plaats daarvan hadden zij allen samen moeten strijden voor de verdediging van het gemeenschappelijke geloof in Jezus Christus. Er is geen groter teken van louter kinderlijke onvolwassenheid in de ware godsdienst dan het opwerpen van de namen van leiders, of de voorkeur voor deze of gene bijzondere leervorm. Beter is het te trachten de hele waarheid te vatten, waar men die ook vindt.

1 Korinthe 3:5-6

Kruisverwijzingen2 Korinthe 6:4Handelingen 18:26Handelingen 18:41 Korinthe 3:102 Korinthe 3:61 Korinthe 3:91 Korinthe 9:12 Korinthe 10:14
— Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welken gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft? Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.

Wie is Paulus dan, en wie is Apollos, anders dan dienaars? Merk op dat het Paulus zelf is die deze vraag stelt. Hij noemt hier zijn eigen naam om te tonen dat hij Apollos niet meer minacht dan hij zichzelf minacht. Laat God dan alle eer ontvangen. Wees dankbaar voor de planter, en dankbaar voor de besproeier — ja, wees ook dankbaar aan hen. Maar laat toch het zwaartepunt van uw dankbaarheid liggen bij Hem, zonder Wie besproeien en planten tevergeefs zouden zijn. Zij streefden hetzelfde doel na; Apollos en Paulus waren één van hart. Zij waren ware dienstknechten van één Meester.

1 Korinthe 3:7-9

KruisverwijzingenEfeze 2:20Johannes 15:5Romeinen 2:62 Korinthe 6:11 Petrus 2:5Galaten 6:3Johannes 4:361 Korinthe 3:16
— Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft. En die plant, en die nat maakt, zijn een; maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid. Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij.

U bent Gods akkerland. Dan werkt de apostel dezelfde gedachte uit onder een ander beeld, van de landbouw naar de bouwkunst.

1 Korinthe 3:10

KruisverwijzingenRomeinen 15:201 Korinthe 3:11Romeinen 12:31 Petrus 4:11Openbaring 21:14Mattheüs 24:451 Korinthe 15:10Lukas 11:35
— Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.

Paulus begon de gemeenten; hij was de eerste prediker van het Evangelie te Korinthe, en ook op andere plaatsen, en andere predikers volgden in zijn voetsporen. Legt iemand een goed fundament, dan is hij altijd bezorgd dat wie na hem komen even degelijk zullen bouwen als hij begonnen is. Het is een groot verdriet voor iemand die een fundament van waarheid gelegd heeft, wanneer een ander daarna komt en er een dwaling bovenop bouwt. Helaas, dat gebeurt nog steeds.

1 Korinthe 3:11-15

KruisverwijzingenEfeze 2:20Jesaja 28:16Openbaring 20:121 Petrus 1:71 Korinthe 4:5Judas 1:232 Timotheüs 2:191 Petrus 2:6
— Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. En indien iemand op dit fondament bouwt: goud, zilver, kostelijke stenen, hout, hooi, stoppelen; Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven. Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen. Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.

Het is heel gemakkelijk om snel een gemeente op te bouwen. Heel gemakkelijk om veel opschudding in de godsdienst te veroorzaken en beroemd te worden als zielenwinner. Heel gemakkelijk. Maar de tijd beproeft alles. Al was er geen ander vuur dan het loutere vuur van de tijd, het zou al genoeg zijn om iemands werk te beproeven. Een gemeente kan afbrokkelen bijna zodra zij is samengebracht. Een gemeente kan afwijken van de leer die zij beleed te houden. Blijkt het onderwijs van de vooraanstaande leraar uiteindelijk vals en verkeerd in de praktische uitkomsten, dan komt wat hij gebouwd heeft tot niets! Ach, geliefde vrienden, hoe weinig wij ook doen, wij behoren te streven het te doen voor de eeuwigheid. Zult u nooit meer dan éénmaal de kwast op het doek zetten, maak dan een onuitwisbare streek. Komt er maar één werk uit de werkplaats van de beeldhouwer, laat het dan iets zijn dat door alle eeuwen heen zal blijven leven. Maar wij hebben altijd zo’n haast: wij maken veel dingen die met ons vergaan, kortstondige resultaten. Wij zijn niet zorgvuldig genoeg over waarmee wij bouwen. Moge God geven dat deze waarheid tot ons doordringt. Bedenk: is het al moeilijk te bouwen met goud en zilver, en nog moeilijker met kostbare stenen, toch zal wat gebouwd is het vuur doorstaan. Het is gemakkelijk te bouwen met hout, en nog gemakkelijker met hooi en stoppels, maar dan blijft er van een heel levenswerk maar een handvol as over, als wij daarmee bouwen. Meende hij het goed — deed hij zijn best God te dienen als werker, ook al heeft hij veel dwalingen geuit en zich vergist, en wie van ons heeft dat niet? — dan zal hij behouden worden, ook al wordt zijn werk verbrand.

1 Korinthe 3:16-17

Kruisverwijzingen1 Korinthe 6:19Ezechiël 36:27Romeinen 8:92 Korinthe 6:16Efeze 2:21Romeinen 8:111 Petrus 2:51 Johannes 4:15
— Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont? Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt.

Weet u het? Hij zegt “weet gij niet,” maar ik zou dat woordje ‘niet’ weg kunnen laten en zeggen: weet u dat u de tempel Gods bent? Wat een wonderlijk feit is dat! Binnenin het lichaam van de gelovige woont God, als in een tempel. Hoe verwaarlozen sommige mensen hun lichaam, of verachten het zelfs volkomen. Zij zouden dat niet doen als zij begrepen dat zij de tempel Gods zijn en dat de Geest van God in hen woont. Vernielt iemand de tempel Gods, dan zal God hem vernielen. Breekt iemand af wat Paulus voor God gebouwd heeft, breekt iemand af wat een getrouwe dienstknecht van Christus vóór hem gebouwd heeft, dan zal God hem verderven.

1 Korinthe 3:18

KruisverwijzingenJesaja 5:21Galaten 6:31 Korinthe 1:181 Korinthe 8:1Jakobus 1:22Spreuken 3:51 Korinthe 6:9Jeremia 8:8
— Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden.

Want die soort dwaasheid is de drempel van de ware wijsheid. Laat niemand zich zelf bedriegen. Dunkt iemand onder u dat hij wijs is in deze wereld, laat hij dwaas worden, opdat hij wijs moge worden. Laat hij zich niet als wijs willen laten gelden door de wijsgeren van deze tijd, die altijd tegen de waarheid van God zijn. Laat hij zich veeleer een dwaas laten noemen; ja, laat hij in zijn eigen hart weten dat hij niet wijs is, en laat hij zich dan overgeven aan de wijsheid van God. Het besef van onwetendheid is het voorportaal van de kennis, en wie heel goed weet dat hij een dwaas is, is op weg een wijs man te worden. Wie de tempel van de wijsheid wil binnengaan, moet eerst zijn eigen onwijsheid belijden.

1 Korinthe 3:19-20

KruisverwijzingenJob 5:131 Korinthe 2:6Psalmen 141:10Romeinen 1:21Psalmen 94:11Jesaja 44:251 Korinthe 1:19Psalmen 9:15
— Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid; En wederom: De Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn.

Wat is er, ten slotte, wonderlijk weinig verschil tussen de zeer ontwikkelde mens, die zichzelf daarvoor houdt, en de mens die daar helemaal geen aanspraak op maakt! De kennis van de wijste mens is voor het aangezicht van God ongeveer gelijk aan de kennis die een kind van drie jaar heeft boven een kind van twee. Voor God moeten wij allen bergen onwetendheid lijken. Bracht men alle geleerde genootschappen en alle doctoren in de godgeleerdheid bijeen, dan zouden de dingen die zij niet weten vele boekdelen vullen. De dingen die zij wél weten zouden niet ver reiken. “De Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn.”

1 Korinthe 3:21-23

KruisverwijzingenRomeinen 8:321 Korinthe 4:6Galaten 3:29Romeinen 8:281 Korinthe 11:32 Korinthe 10:7Openbaring 21:71 Korinthe 15:23
— Niemand dan roeme op mensen; want alles is uwe. Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe. Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods.

Er is werkelijk niets in de mens om op te roemen. De besten onder de mensen zijn op hun best nog altijd mensen. Wij hoeven onszelf nooit te verhogen, noch anderen te verheerlijken: “Niemand dan roeme op mensen; want alles is uwe.” Kinderen Gods, alle mensen zijn de uwe, om uw hoogste welzijn te dienen. Alle dienaren en voorgangers in Christus zijn de uwe, om het welzijn van uw ziel te zoeken. Behandel hen zoals bijen bloemen behandelen, en verzamel van allen honing. Ere zij Zijn heilige Naam, dat wij van Christus zijn, en Christus Gods is!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content