Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Koningen 5

1 En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En HiramH2438, de koningH4428 vanH4480 TyrusH6865, zondH7971 zijn knechtenH5650 tot SalomoH8010 (want hij had gehoord, dat zijH1961 Salomo tot koningH4428 gezalfdH4886 hadden in zijns vadersH1 plaatsH8478), dewijl HiramH2438 DavidH1732 altijdH3605 bemindH157 had. En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.

KJV And Hiram king of Tyre sent his servants unto Solomon;1 for he had heard that they had anointed him king in the room of his father: for Hiram was ever19 a lover of David.

1 וַ֠יִּשְׁלַח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 חִירָ֨ם H2438 Hiram Hiram, Huram 3 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 צ֤וֹר H6865 Tyrus, Tyrier Tyre, Tyrus 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 עֲבָדָיו֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 9 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 שָׁמַ֔ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 אֹת֛וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 מָשְׁח֥וּ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 14 לְמֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 16 אָבִ֑יהוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 17 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 אֹהֵ֗ב H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 19 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 20 חִירָ֛ם H2438 Hiram Hiram, Huram 21 לְדָוִ֖ד H1732 David, Davids David 22 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 הַיָּמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Daarna zond Salomo tot Hiram, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Daarna zondH7971 SalomoH8010 tot HiramH2438, zeggendeH559: Daarna zond Salomo tot Hiram, zeggende:

KJV And Solomon3 sent to Hiram, saying,

1 וַיִּשְׁלַ֣ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 חִירָ֖ם H2438 Hiram Hiram, Huram 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Gij weet, dat mijn vaderH1 DavidH1732 den NaamH8034 des HEEREN, zijns GodsH430, geen huisH1004 konH3201 bouwenH1129, vanwege de oorlogenH4421, waarmede zij hem omsingeldenH5437, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolenH3709 gaf. Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf.

KJV Thou knowest how that David my father could not build an house unto the name of the LORD his God for the wars which were about him on every side, until the LORD put them under the soles of his feet.

1 אַתָּ֨ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 יָדַ֜עְתָּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 דָּוִ֣ד H1732 David, Davids David 5 אָבִ֗י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יָכֹל֙ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 9 לִבְנ֣וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 10 בַּ֗יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 לְשֵׁם֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֱלֹהָ֔יו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 מִפְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 הַמִּלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 16 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 סְבָבֻ֑הוּ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 18 עַ֤ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 19 תֵּת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 20 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 תַּ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 23 כַּפּ֥וֹת H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 24 רַגְלָֽי H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 MaarH3588 nu heeft de HEERE, mijn GodH430, mij van rondomH5439 rust gegevenH5117; er isH1961 geen tegenpartijderH7854, en geen bejegeningH6294 van kwaadH7451. Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad.

KJV But now the LORD my God hath given me rest on every side,19 so that there is neither adversary nor evil occurrent.

1 וְעַתָּ֕ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 הֵנִ֨יחַ H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 3 יְהוָ֧ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֱלֹהַ֛י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 לִ֖י 6 מִסָּבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 7 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 שָׂטָ֔ן H7854 satan, tegenpartijder, tegenpartij adversary, Satan, withstand 9 וְאֵ֖ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 פֶּ֥גַע H6294 bejegening, toeval chance, occurent 11 רָֽע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En zieH2009, ik denkH559 voor den NaamH8034 van den HEERE, mijn GodH430, een huisH1004 te bouwenH1129; gelijk als de HEERE gesprokenH1696 heeft totH5704 mijn vaderH1 DavidH1732, zeggendeH559: Uw zoonH1121, dien Ik in uw plaatsH8478 op uw troonH3678 zettenH5414 zal, die zal Mijn NaamH8034 dat huisH1004 bouwenH1129. En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.

KJV And, behold, I purpose to build an house unto the name of the LORD my God, as the LORD spake unto David my father, saying, Thy son, whom I will set upon thy throne in thy room, he shall build an house unto my name.

1 וְהִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 אֹמֵ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 לִבְנ֣וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 4 בַּ֔יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 לְשֵׁ֖ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֱלֹהָ֑י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 דִּבֶּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 10 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 דָּוִ֤ד H1732 David, Davids David 13 אָבִי֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 14 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 בִּנְךָ֗ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 אֶתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 18 תַּחְתֶּ֨יךָ֙ H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 19 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 כִּסְאֶ֔ךָ H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 21 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 22 יִבְנֶ֥ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 23 הַבַּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 24 לִשְׁמִֽי H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Zo gebiedH6680 nu, dat men mij cederenH730 uit den LibanonH3844 houweH3772, en mijn knechtenH5650 zullen met uw knechtenH5650 zijn, en het loonH7939 uwer knechtenH5650 zal ik u geven, naar al wat gij zeggenH559 zult; want gij weet, dat onder ons niemandH376 is, die weet houtH6086 te houwenH3772, gelijk de SidoniersH6722. Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.

KJV Now therefore command thou that they hew me cedar trees out of Lebanon; and my servants shall be with thy servants: and unto thee will I give hire for thy servants according to all that thou shalt appoint: for thou knowest that there is not among us any that can skill to hew timber like unto the Sidonians.

1 וְעַתָּ֡ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 צַוֵּה֩ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 3 וְיִכְרְתוּ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 4 לִ֨י 5 אֲרָזִ֜ים H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הַלְּבָנ֗וֹן H3844 Libanon Lebanon 8 וַֽעֲבָדַי֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 9 יִהְי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 11 עֲבָדֶ֔יךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 12 וּשְׂכַ֤ר H7939 loon, beloning, Loon hire, price, reward(-ed), wages, worth 13 עֲבָדֶ֨יךָ֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 14 אֶתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 לְךָ֔ 16 כְּכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 תֹּאמֵ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 20 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 21 יָדַ֗עְתָּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 22 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 23 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 24 בָּ֛נוּ 25 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 26 יֹדֵ֥עַ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 27 לִכְרָת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 28 עֵצִ֖ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 29 כַּצִּדֹנִֽים H6722 Sidoniers, Sidonische Sidonian, of Sidon, Zidonian
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En het geschiedde, als HiramH2438 de woordenH1697 van SalomoH8010 gehoordH8085 had, dat hij zich zeer verblijddeH8055, en zeideH559: GezegendH1288 zij de HEERE hedenH3117, Die DavidH1732 een wijzenH2450 zoonH1121 gegevenH5414 heeft over dit grote volkH5971! En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!

KJV And it came to pass, when Hiram heard the words18 of Solomon,6 that he rejoiced greatly, and said, Blessed be the LORD this day, which hath given unto David a wise son over this great people.

1 וַיְהִ֞י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִּשְׁמֹ֧עַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 חִירָ֛ם H2438 Hiram Hiram, Huram 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 6 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 7 וַיִּשְׂמַ֣ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 8 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 9 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 בָּר֤וּךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 11 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 נָתַ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 לְדָוִד֙ H1732 David, Davids David 16 בֵּ֣ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 חָכָ֔ם H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 הָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 20 הָרָ֖ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 21 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En HiramH2438 zondH7971 tot SalomoH8010, zeggendeH559: Ik heb gehoordH8085, waarom gij tot mij gezondenH7971 hebt; ik zal al uw wilH2656 doen met het cederenhoutH6086, en met het dennenhoutH6086. En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.

KJV And Hiram sent to Solomon, saying, I have considered the things which thou sentest to me for: and I will do all thy desire concerning timber of cedar, and concerning timber of fir.

1 וַיִּשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 חִירָם֙ H2438 Hiram Hiram, Huram 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 שְׁלֹמֹ֣ה H8010 Salomo Solomon 5 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 שָׁמַ֕עְתִּי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 שָׁלַ֖חְתָּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 אֵלָ֑י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 12 אֶֽעֱשֶׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 חֶפְצְךָ֔ H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly 16 בַּעֲצֵ֥י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 17 אֲרָזִ֖ים H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 18 וּבַעֲצֵ֥י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 19 בְרוֹשִֽׁים H1265 dennebomen, denneboom, dennen fir (tree)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Mijn knechtenH5650 zullen het afbrengenH3381 van den LibanonH3844 aan de zeeH3220; en ik zal het op vlottenH1702 overH5921 de zeeH3220 doen voerenH7760, tot die plaatsH4725, die gij aan mij ontbiedenH7971 zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemenH5375; gij zult ook mijn wilH2656 doen, dat gij mijn huisH1004 spijzeH3899 geeftH5414. Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft.

KJV My servants shall bring them down from Lebanon unto the sea:14 and I will convey them by sea in floats unto the place that thou shalt appoint me, and will cause them to be discharged there, and thou shalt receive them: and thou shalt accomplish my desire, in giving1 food for my household.

1 עֲ֠בָדַי H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 2 יֹרִ֨דוּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הַלְּבָנ֜וֹן H3844 Libanon Lebanon 5 יָ֗מָּה H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 6 וַ֠אֲנִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 אֲשִׂימֵ֨ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 8 דֹּבְר֤וֹת H1702 vlotten float 9 בַּיָּם֙ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 10 עַֽד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 הַמָּק֞וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 12 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 תִּשְׁלַ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 14 אֵלַ֛י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 וְנִפַּצְתִּ֥ים H5310 slaan, stukken slaan, verstrooid be beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter 16 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 17 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 18 תִשָּׂ֑א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 19 וְאַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 20 תַּעֲשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 חֶפְצִ֔י H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly 23 לָתֵ֖ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 24 לֶ֥חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 25 בֵּיתִֽי H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Alzo gaf HiramH2438 aan SalomoH8010 cederenhoutH730 en dennenhoutH1265, naar alH3605 zijn wilH2656. Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil.

KJV So Hiram gave Solomon3 cedar trees and fir trees according to all his desire.

1 וַיְהִ֨י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 חִיר֜וֹם H2438 Hiram Hiram, Huram 3 נֹתֵ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 לִשְׁלֹמֹ֗ה H8010 Salomo Solomon 5 עֲצֵ֧י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 6 אֲרָזִ֛ים H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 7 וַעֲצֵ֥י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 8 בְרוֹשִׁ֖ים H1265 dennebomen, denneboom, dennen fir (tree) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 חֶפְצֽוֹ H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En SalomoH8010 gaf HiramH2438 twintigH6242 duizendH505 korH3734 tarweH2406, tot spijzeH4361 van zijnH1961 huisH1004, en twintigH6242 korH3734 gestotenH3795 olieH8081; zulks gaf SalomoH8010 aan HiramH2438 jaarH8141 op jaarH8141. En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar.

KJV And Solomon gave Hiram twenty thousand measures of wheat for food to his household, and twenty measures of pure oil: thus gave Solomon to Hiram year by year.

1 וּשְׁלֹמֹה֩ H8010 Salomo Solomon 2 נָתַ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 לְחִירָ֜ם H2438 Hiram Hiram, Huram 4 עֶשְׂרִים֩ H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 5 אֶ֨לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 6 כֹּ֤ר H3734 kor cor, measure. Aramaic the same 7 חִטִּים֙ H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 8 מַכֹּ֣לֶת H4361 spijze food 9 לְבֵית֔וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 וְעֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 11 כֹּ֖ר H3734 kor cor, measure. Aramaic the same 12 שֶׁ֣מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 13 כָּתִ֑ית H3795 gestoten beaten 14 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 15 יִתֵּ֧ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 שְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 17 לְחִירָ֖ם H2438 Hiram Hiram, Huram 18 שָׁנָ֥ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 19 בְשָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 De HEERE dan gaf SalomoH8010 wijsheidH2451, gelijk als Hij tot hem gesprokenH1696 had; en er wasH1961 vredeH7965 tussen HiramH2438 en tussen SalomoH8010, en zij beidenH8147 maaktenH3772 een verbondH1285. De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond.

KJV And the LORD gave Solomon wisdom, as he promised1 him: and there was peace between Hiram and Solomon; and they two ➔ made a league together.

1 וַיהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 נָתַ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 חָכְמָה֙ H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 4 לִשְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 5 כַּאֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 דִּבֶּר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 7 ל֑וֹ 8 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 שָׁלֹ֗ם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 10 בֵּ֤ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 11 חִירָם֙ H2438 Hiram Hiram, Huram 12 וּבֵ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 13 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 14 וַיִּכְרְת֥וּ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 15 בְרִ֖ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 16 שְׁנֵיהֶֽם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En de koningH4428 SalomoH8010 deed een uitschotH4522 opkomenH5927 uitH4480 gansH3605 IsraelH3478; en het uitschotH4522 was dertigH7970 duizendH505 manH376. En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man.

KJV And king Solomon raised a levy out of all Israel; and the levy was thirty thousand men.

1 וַיַּ֨עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 הַמֶּ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 שְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 4 מַ֖ס H4522 cijnsbaar, schatting, uitschot discomfited, levy, task(-master), tribute(-tary) 5 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 הַמַּ֔ס H4522 cijnsbaar, schatting, uitschot discomfited, levy, task(-master), tribute(-tary) 9 שְׁלֹשִׁ֥ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 10 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 11 אִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En hij zondH7971 hen naar den LibanonH3844, tienH6235 duizendH505 des maandsH2320 bijH854 beurtenH2487; een maandH2320 waren zij op den LibanonH3844; tweeH8147 maandenH2320 elk in zijn huisH1004; en AdoniramH141 was over dit uitschotH4522. En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot.

KJV And he sent them to Lebanon, ten thousand a month by courses: a month they were in Lebanon, and two months at home: and Adoniram was over the levy.

1 וַיִּשְׁלָחֵ֣ם H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 לְבָנ֗וֹנָה H3844 Libanon Lebanon 3 עֲשֶׂ֨רֶת H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 4 אֲלָפִ֤ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 5 בַּחֹ֨דֶשׁ֙ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 6 חֲלִיפ֔וֹת H2487 wisselklederen, verandering, beurten change, course 7 חֹ֚דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 8 יִהְי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 בַלְּבָנ֔וֹן H3844 Libanon Lebanon 10 שְׁנַ֥יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 11 חֳדָשִׁ֖ים H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 12 בְּבֵית֑וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 וַאֲדֹנִירָ֖ם H141 Adoniram Adoniram 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 הַמַּֽס H4522 cijnsbaar, schatting, uitschot discomfited, levy, task(-master), tribute(-tary)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Daartoe had SalomoH8010 zeventigH7657 duizendH505, die lastH5449 droegenH5375, en tachtigH8084 duizendH505 houwersH2672 op het gebergteH2022. Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte.

KJV And Solomon8 had threescore and ten thousand that bare burdens, and fourscore thousand hewers in the mountains;

1 וַיְהִ֧י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לִשְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 3 שִׁבְעִ֥ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 4 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 5 נֹשֵׂ֣א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 6 סַבָּ֑ל H5449 lastdragers, dragers, last (to bear, bearer of) burden(-s) 7 וּשְׁמֹנִ֥ים H8084 tachtig, tachtigste, tweehonderd eighty(-ieth), fourscore 8 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 9 חֹצֵ֥ב H2672 uitgehouwen, houwers, gehouwen cut, dig, divide, grave, hew (out, -er), made, mason 10 בָּהָֽר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Behalve de overstenH8269 van SalomoH8010's besteldenH5324, die over dat werkH4399 waren, drieH7969 duizendH505 en driehonderdH7969, die heerschappijH7287 hadden over het volkH5971, hetwelk dat werkH4399 deed. Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.

KJV Beside the chief of Solomon's2 officers which were over the work, three thousand and three hundred, which ruled over the people that wrought in the work.

1 לְ֠בַד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 2 מִשָּׂרֵ֨י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 הַנִּצָּבִ֤ים H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 4 לִשְׁלֹמֹה֙ H8010 Salomo Solomon 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַמְּלָאכָ֔ה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 8 שְׁלֹ֥שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 9 אֲלָפִ֖ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 10 וּשְׁלֹ֣שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 11 מֵא֑וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 12 הָרֹדִ֣ים H7287 heerschappij, heersen, heerste (come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take 13 בָּעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 הָעֹשִׂ֖ים H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 בַּמְּלָאכָֽה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 AlsH3588 de koningH4428 het nu geboodH6680, zo voerdenH5265 zij grote stenenH68 toeH5704, kostelijkeH3368 stenenH68, gehouwenH1496 stenenH68, om den grondH3245 van dat huisH1004 te leggenH3245. Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.

KJV And the king commanded, and they brought great stones, costly stones, and hewed stones, to lay the foundation of the house.10

1 וַיְצַ֣ו H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 הַמֶּ֡לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 וַיַּסִּעוּ֩ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 4 אֲבָנִ֨ים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 5 גְּדֹל֜וֹת H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 6 אֲבָנִ֧ים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 7 יְקָר֛וֹת H3368 kostelijk, kostelijke, edelgesteente brightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation 8 לְיַסֵּ֥ד H3245 gegrond, gegrondvest, grond appoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure 9 הַבָּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 אַבְנֵ֥י H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 11 גָזִֽית H1496 gehouwen, gehouwen stenen, uitgehouwen stenen hewed, hewn stone, wrought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En de bouwliedenH1129 van SalomoH8010, en de bouwliedenH1129 van HiramH2438, en de GiblietenH1382 behieuwenH6458 ze, en bereiddenH3559 het houtH6086 toe, en de stenenH68, om dat huisH1004 te bouwenH1129. En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.

KJV And Solomon's builders and Hiram's builders did hew them, and the stonesquarers: so they prepared timber and stones to build the house.

1 וַֽיִּפְסְל֞וּ H6458 Houw, hieuw, behieuwen grave, hew 2 בֹּנֵ֧י H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 3 שְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 4 וּבֹנֵ֥י H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 5 חִיר֖וֹם H2438 Hiram Hiram, Huram 6 וְהַגִּבְלִ֑ים H1382 Giblieten Giblites, stone-squarer 7 וַיָּכִ֛ינוּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 8 הָעֵצִ֥ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 9 וְהָאֲבָנִ֖ים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 10 לִבְנ֥וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 11 הַבָּֽיִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 5:1 2 Samuël 5:11 1 Kronieken 14:1 2 Kronieken 2:3 1 Koningen 5:10 2 Samuël 10:1 1 Koningen 5:13 Psalmen 45:12 1 Koningen 9:12
1 Koningen 5:2 2 Kronieken 2:3
1 Koningen 5:3 1 Kronieken 28:3 1 Kronieken 22:8 Maleachi 4:3 1 Korinthe 15:25 1 Kronieken 22:4 Jozua 10:24 Psalmen 8:6 Psalmen 110:1
1 Koningen 5:4 1 Kronieken 22:9 1 Koningen 4:24 Handelingen 9:31 Jesaja 9:7 Psalmen 72:7
1 Koningen 5:5 1 Kronieken 17:12 1 Kronieken 22:10 1 Kronieken 28:6 2 Samuël 7:12 1 Kronieken 28:10 Zacharia 6:12 2 Kronieken 2:1
1 Koningen 5:6 2 Kronieken 2:8 Romeinen 12:17 1 Koningen 6:20 1 Koningen 6:16 Ezra 3:7 1 Korinthe 12:14 Genesis 10:15 Efeze 4:7
1 Koningen 5:7 Spreuken 23:24 Spreuken 13:1 1 Koningen 3:9 Jesaja 8:18 1 Koningen 10:9 2 Kronieken 2:11 1 Koningen 1:48 Jesaja 9:6
1 Koningen 5:8 1 Koningen 6:34 1 Koningen 6:15 2 Kronieken 3:5 2 Samuël 6:5
1 Koningen 5:9 Ezra 3:7 Ezechiël 27:17 Handelingen 12:20 2 Kronieken 2:16 Deuteronomium 3:25 2 Kronieken 1:15
1 Koningen 5:11 2 Kronieken 2:10 1 Koningen 4:22
1 Koningen 5:12 1 Koningen 3:12 Amos 1:9 1 Koningen 4:29 Genesis 21:32 2 Kronieken 1:12 1 Koningen 15:19 Jakobus 1:5
1 Koningen 5:13 1 Koningen 9:15 1 Koningen 4:6
1 Koningen 5:14 1 Kronieken 27:1 1 Koningen 4:6
1 Koningen 5:15 1 Koningen 9:20 2 Kronieken 2:17 Nehemia 7:57 2 Kronieken 8:7 Ezra 2:58 Nehemia 7:60
1 Koningen 5:16 1 Koningen 9:23 2 Kronieken 2:2
1 Koningen 5:17 1 Kronieken 22:2 1 Koningen 6:7 1 Koningen 7:9 Openbaring 21:14 1 Korinthe 3:11 1 Petrus 2:6 Jesaja 28:16
1 Koningen 5:18 Jozua 13:5 Ezechiël 27:9 Psalmen 83:7
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 5 vers 1

Hiram, Hij wordt ook Hirom genoemd, onder vs.10, 18; idem Huram, 2 Kron. 2:3, en is te onderscheiden van een anderen Hiram, die een zeer kundig werkmeester was, ener weduwe zoon; van wien zie onder 1 Kon. 7:13-14, en 2 Kron. 2:13.

Hertaald: Hiram, Hij wordt ook Hirom genoemd, hieronder vers 10, 18; ook Huram, 2 Kron. 2:3, en moet onderscheiden worden van een andere Hiram, die een zeer bekwame ambachtsman was, de zoon van een weduwe; zie hierover hieronder 1 Kon. 7:13-14, en 2 Kron. 2:13.

Tyrus, De hoofdstad van Fenicië, gelegen in de Middellandse zee, zevenhonderd treden van het vasteland, vóór den tijd van Alexander den Grote zeer rijk, machtig en vermaard door haar zeevaart en koophandel. Zie Isa 23; idem Eze 26, Eze 27, en Eze 28.

Hertaald: Tyrus, De hoofdstad van Fenicië, gelegen aan de Middellandse Zee, zevenhonderd stappen van het vasteland, vóór de tijd van Alexander de Grote zeer rijk, machtig en bekend om haar zeevaart en handel. Zie Jes. 23; ook Ezech. 26, Ezech. 27, en Ezech. 28.

zond zijn knechten Om zijn blijdschap te verklaren dat Salomo in zijns vaders plaats koning geworden was, om zijn vriendschap te bekomen en in een verbond met hem te treden; gelijk dit ook geschied is. Zie vs.12.

Hertaald: zond zijn knechten Om zijn blijdschap te tonen dat Salomo in de plaats van zijn vader koning geworden was, om zijn vriendschap te winnen en met hem een verbond te sluiten; wat ook gebeurd is. Zie vers 12.

altijd Hebreeuws, al de dagen.

Hertaald: altijd Hebreeuws: al de dagen.

bemind had Of, Davids vriend geweest was.

Hertaald: bemind had Of: de vriend van David geweest was.

1 Koningen 5 vers 3

Naam des HEEREN, Dat is, den HEERE zelf, die zich in zijn woord en werken geopenbaard heeft. Alzo onder en Ps. 20:2, en Ps. 52:11, enz. Zie Deut. 28:58.

Hertaald: Naam des HEEREN, Dat is: de HEERE Zelf, Die Zich in Zijn woord en werken geopenbaard heeft. Zo ook hieronder en Ps. 20:2, en Ps. 52:11, enzovoort. Zie Deut. 28:58.

geen huis kon bouwen, Vergelijk Gen. 28:17, Gen. 28:22.

Hertaald: geen huis kon bouwen, Vergelijk Gen. 28:17, Gen. 28:22.

zij hem omsingelden, Te weten, de vijanden, die hem oorlog aandeden.

Hertaald: zij hem omsingelden, Namelijk: de vijanden, die oorlog tegen hem voerden.

onder zijn voetzolen gaf Dat is, onderwierp en onder zijne heerschappij bracht. Zie een gelijke manier van spreken, Ps. 8:7; 1 Kor. 15:27; Ef. 1:22.

Hertaald: onder zijn voetzolen gaf Dat is: onderwierp en onder zijn heerschappij bracht. Zie een soortgelijke manier van spreken, Ps. 8:7; 1 Kor. 15:27; Ef. 1:22.

1 Koningen 5 vers 4

bejegening van kwaad Of kwaad toeval, te weten, die mij verhinderen zou den Heere een huis te bouwen.

Hertaald: bejegening van kwaad Of: kwaad toeval, namelijk: wat mij zou verhinderen de HEERE een huis te bouwen.

1 Koningen 5 vers 5

ik denk Hebreeuws, ik zeg; te weten, in mijn hart, gelijk zulk zeggen verklaard wordt, Gen. 17:17; Ps. 14:1, en Ps. 36:2; Rom. 10:6. Zeggen in mijn hart is zoveel als denken, overleggen, gevoelen, voornemen, besluiten. Zie Gen. 20:11. De zin is hier dat Salomo niet alleen dacht, maar ook voornam en vastelijk besloot den Heere een huis te bouwen.

Hertaald: ik denk Hebreeuws: ik zeg; namelijk: in mijn hart, zoals zulk zeggen uitgelegd wordt in Gen. 17:17; Ps. 14:1, en Ps. 36:2; Rom. 10:6. Zeggen in mijn hart betekent zoveel als denken, overwegen, voelen, van plan zijn, besluiten. Zie Gen. 20:11. De betekenis is hier dat Salomo niet alleen dacht, maar ook van plan was en vast besloten had de HEERE een huis te bouwen.

1 Koningen 5 vers 6

cederen Zie boven, 1 Kon. 4:33.

Hertaald: cederen Zie hierboven, 1 Kon. 4:33.

Sidoniërs Inboorlingen en burgers der stad Sidon; van dewelke zie Gen. 10:15.

Hertaald: Sidoniërs Inwoners en burgers van de stad Sidon; zie hierover Gen. 10:15.

1 Koningen 5 vers 7

Gezegend Zie Gen. 14:20.

Hertaald: Gezegend Zie Gen. 14:20.

1 Koningen 5 vers 8

dennenhout Of, een soort van cederen, waarvan men pijlen, spiesen, kisten, muzikale instrumenten, enz. maakte. Anders, abelenhout. Zie van hetzelve 2 Sam. 6:5; onder, 1 Kon. 6:15, 1 Kon. 6:34; 2 Kon. 19:23; 2 Kron. 3:5.

Hertaald: dennenhout Of: een soort ceder, waarvan men pijlen, speren, kisten, muziekinstrumenten, enzovoort maakte. Anders: sparrenhout. Zie hierover 2 Sam. 6:5; hieronder, 1 Kon. 6:15, 1 Kon. 6:34; 2 Kon. 19:23; 2 Kron. 3:5.

1 Koningen 5 vers 9

Libanon Zie boven, 1 Kon. 4:33.

Hertaald: Libanon Zie hierboven, 1 Kon. 4:33.

aan de zee; Namelijk van Jaffo, of Joppe; 2 Kron. 2:16.

Hertaald: aan de zee; Namelijk: van Jaffo, of Joppe; 2 Kron. 2:16.

doen voeren, Hebreeuws, doen leggen; dat is, ik zal het op vlotten leggen en over de zee doen voeren. Het is een Hebreeuwse manier van spreken, die dikwijls voorvalt. Zie Gen. 12:15.

Hertaald: doen voeren, Hebreeuws: doen leggen; dat is: ik zal het op vlotten leggen en over zee laten vervoeren. Het is een Hebreeuwse manier van spreken, die vaak voorkomt. Zie Gen. 12:15.

die gij Hebreeuws, die gij mij zenden zult; dat is, door zending laten weten.

Hertaald: die gij Hebreeuws: die u mij zult sturen; dat is: laten weten door een bericht.

los maken, Of, ontdoen, ontbinden. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk iets verstrooien, verdelen, of losmaken van elkander; gelijk dit ook met de vlotten geschiedt.

Hertaald: los maken, Of: ontdoen, ontbinden. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk iets verspreiden, verdelen, of van elkaar losmaken; zoals dit ook met de vlotten gebeurt.

spijze geeft Hebreeuws, brood; waaronder ook andere spijs begrepen is, gelijk vs.11 uitwijst. Zie Gen. 3:19. Daarom, ofschoon Tyrus en Sidon door de zeevaart rijke steden waren, zo hadden zij nochtans een dor land, dat niet veel vruchten voortbracht; om welke oorzaak zij uit andere landen met voorraad der spijs moesten geholpen zijn, en voornamelijk uit het land Israëls; Hand. 12:20.

Hertaald: spijze geeft Hebreeuws: brood; waaronder ook ander voedsel begrepen is, zoals vers 11 uitwijst. Zie Gen. 3:19. Daarom, hoewel Tyrus en Sidon door de zeevaart rijke steden waren, hadden zij toch een dor land, dat niet veel vruchten voortbracht; om die reden moesten zij uit andere landen met voorraad voedsel geholpen worden, en vooral uit het land Israël; Hand. 12:20.

1 Koningen 5 vers 11

kor tarwe, Zie van deze maat boven, 1 Kon. 4:22.

Hertaald: kor tarwe, Zie over deze maat hierboven, 1 Kon. 4:22.

kor gestoten olie; Uit deze plaats, alsook uit Ezech. 45:14, blijkt dat deze maat ook in natte waren gebruikt is geweest, hoewel zij eigenlijk is geweest van droge waren. Er staat 2 Kron. 2:10 van 20.000 bathen olie; idem worden nog hierbij gevoegd 20.000 kor gerst en 20.000 bathen wijns. Maar men houdt dat vs.11 en 2 Kron. 2:10 van verscheidene leveringen gesproken wordt; hier van hetgeen tot jaarlijkse onderhoud van Hirams huisgezin behoorde, en daar van hetgeen de werklieden behoefden.

Hertaald: kor gestoten olie; Uit deze plaats, evenals uit Ezech. 45:14, blijkt dat deze maat ook voor natte waren gebruikt werd, hoewel het eigenlijk een maat voor droge waren was. In 2 Kron. 2:10 staat 20.000 bath olie; ook worden hierbij nog 20.000 kor gerst en 20.000 bath wijn genoemd. Maar men neemt aan dat vers 11 en 2 Kron. 2:10 over verschillende leveringen spreken; hier over wat nodig was voor het jaarlijkse onderhoud van het huishouden van Hiram, en daar over wat de werklieden nodig hadden.

1 Koningen 5 vers 13

uitschot Hierdoor wordt verstaan een schatting niet van goed of geld, maar van personen en mannen, die verkoren en opgenomen werden om op het gebergte Libanon, tot de bouwing van den tempel, hout te houwen, enz. Vergelijk onder, 1 Kon. 9:21, en de aantekeningen.

Hertaald: uitschot Hiermee wordt een verplichting bedoeld, niet van goed of geld, maar van personen en mannen, die uitgekozen en ingezet werden om op het gebergte Libanon hout te hakken voor de bouw van de tempel, enzovoort. Vergelijk hieronder, 1 Kon. 9:21, en de aantekeningen.

1 Koningen 5 vers 14

bij beurten; Hebreeuws, met veranderingen.

Hertaald: bij beurten; Hebreeuws: met wisselingen.

was over dit uitschot Dat is, hij had last om dit uitschot op te nemen, of opzicht daarover te hebben nadat het opgenomen was; of beide was het hem toevertrouwd. Zie van dezen Adoniram ook boven, 1 Kon. 4:6.

Hertaald: was over dit uitschot Dat is: hij had de opdracht om deze dienstplichtigen te tellen, of toezicht te houden nadat zij ingedeeld waren; of het een én het ander was hem toevertrouwd. Zie over deze Adoniram ook hierboven, 1 Kon. 4:6.

1 Koningen 5 vers 15

zeventig duizend, Dezen waren vreemdelingen, gelijk te zien is 2 Kron. 2:17-18.

Hertaald: zeventig duizend, Dezen waren vreemdelingen, zoals te zien is in 2 Kron. 2:17-18.

houwers Het Hebreeuwse woord betekent zowel steenhouwers, 1 Kron. 22:2, als houthouwers, Ezra 3:7.

Hertaald: houwers Het Hebreeuwse woord betekent zowel steenhouwers, 1 Kron. 22:2, als houthakkers, Ezra 3:7.

1 Koningen 5 vers 16

bestelden, Dat is, ambtlieden, officieren, commiezen. Vergelijk boven, 1 Kon. 4:5, en de aantekeningen.

Hertaald: bestelden, Dat is: ambtenaren, officieren, opzichters. Vergelijk hierboven, 1 Kon. 4:5, en de aantekeningen.

driehonderd, 2 Kron. 2:2 staat zeshonderd, hetwelk aldus verstaan wordt, dat de driehonderd, hier nagelaten, de opzieners dezer oversten geweest zijn. Anderen menen dat er drieduizend en driehonderd waren over de lastdragende mannen en steenhouwers, en driehonderd over degenen, die in het gebergte Libanon bezig waren.

Hertaald: driehonderd, In 2 Kron. 2:2 staat zeshonderd, wat zo begrepen wordt dat de driehonderd die hier ontbreken de opzichters van deze oversten waren. Anderen menen dat er drieduizenddriehonderd waren over de lastdragers en steenhouwers, en driehonderd over degenen die in het gebergte Libanon aan het werk waren.

1 Koningen 5 vers 17

kostelijke stenen, Versta niet edelgesteenten, die ook aldus genoemd worden, onder, 1 Kon. 10:2, 1 Kon. 10:10, maar die van fatsoen en grootte zeer uitnemend waren.

Hertaald: kostelijke stenen, Versta niet edelstenen, die ook zo genoemd worden hieronder, 1 Kon. 10:2, 1 Kon. 10:10, maar stenen die uitzonderlijk waren van vorm en grootte.

1 Koningen 5 vers 18

de Giblieten Eeniger gevoelen is, dat dezen zijn geweest de inwoners der stad Gebal.

Hertaald: de Giblieten Sommigen menen dat dit de inwoners van de stad Gebal waren.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hiram  — mijn broeder is verheven

Koning van Tyrus, die reeds met David bevriend was geweest. Op Salomo's verzoek leverde hij cederhout en dennenhout uit de Libanon en bekwame bouwlieden voor de tempelbouw, in ruil voor tarwe en olie; tussen beide koningen werd een verbond gesloten (1 Kon. 5:1-12).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

1 Koningen 5

1 Koningen 5:1-5.Kruisverwijzingen2 Samuël 5:111 Kronieken 14:11 Kronieken 28:31 Kronieken 22:91 Koningen 4:241 Kronieken 17:121 Kronieken 22:102 Kronieken 2:3
— En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had. Daarna zond Salomo tot Hiram, zeggende: Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf. Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad. En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.
Wanneer God bedoelt dat iemand een bijzonder werk voor Hem zal doen, dan zal Hij hem alle helpers doen vinden die hij nodig heeft. Soms mogen die helpers heel onwaarschijnlijke mensen schijnen; maar bedenk dat de almacht overal dienstknechten heeft. Ziet, geliefden: toen de Heere Salomo rust gegeven had, ging hij voort met het bouwen van de tempel die David ontworpen had. Telkens wanneer God u zegent, betoon Hem uw dankbaarheid door een bijzondere dienst voor Hem te ondernemen. Uw tijd van rust duurt misschien niet zo lang als u wel zou wensen; gebruik hem daarom terwijl u hem hebt, tot Gods eer.

1 Koningen 5:6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:8Romeinen 12:171 Koningen 6:201 Koningen 6:16Ezra 3:71 Korinthe 12:14Genesis 10:15Efeze 4:7
— Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.
Niet ieder mens heeft elke gave. Hiram en zijn Sidoniërs konden bekwamer hout houwen dan Salomo en zijn Israëlieten. God kan altijd de rechte soort mensen vinden om Zijn werk te doen. Wees niet neerslachtig omdat u niet alles kunt doen; waarom zou u? Behoort niet iemand anders ook een deel te hebben en ook toegelaten te worden de eer te hebben zijn God te dienen? Het is goed dat u niet alles kunt doen wat gedaan moet worden, en dat iemand anders iets beter kan dan u.

1 Koningen 5:7-8.KruisverwijzingenSpreuken 23:24Spreuken 13:11 Koningen 3:9Jesaja 8:181 Koningen 10:92 Kronieken 2:111 Koningen 1:48Jesaja 9:6
— En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk! En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.
Het is altijd goed om, voordat u erin toestemt iets te doen, het te overwegen en het van alle zijden te bezien. Ik zou wensen dat er bij het geven van geld aan de dienst van God meer overweging was over het doel waarvoor het gegeven wordt. Sommigen geven eenvoudig omdat anderen het doen, sommigen omdat het hun gevraagd wordt; maar hij geeft het best die de zaak overweegt en rondom kijkt en dan zegt: “Ja, dit is een rechtvaardige aanspraak op mij als dienstknecht van God, en daarom zal ik eraan gehoor geven.”

1 Koningen 5:8-11.KruisverwijzingenEzra 3:7Ezechiël 27:17Handelingen 12:202 Kronieken 2:162 Kronieken 2:101 Koningen 6:341 Koningen 6:152 Kronieken 3:5
— En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout. Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft. Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil. En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar.
Is het niet een heel aangename gedachte dat zowel Joden als heidenen de tempel van Salomo gebouwd hebben? Het waren Hirams cederbomen en Hirams cypressen, en hij vlotte ze over zee naar de plaats waar zij aan land gebracht werden en van waar zij naar Jeruzalem gesleept werden. En God zal Zijn volk uit elk geslacht en elke natie een deel laten hebben in het bouwen van Zijn grote geestelijke huis.

1 Koningen 5:12-14.Kruisverwijzingen1 Koningen 3:121 Koningen 9:151 Koningen 4:6Amos 1:91 Koningen 4:29Genesis 21:322 Kronieken 1:121 Koningen 15:19
— De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond. En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man. En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot.
Salomo eiste niet dat een Israëliet jaren in de bergen en de steengroeven zou zwoegen en zijn eigen akkers woest zou laten liggen, maar hij bepaalde dat de arbeiders één maand in de Libanon aan de tempel zouden werken en twee maanden thuis voor hun eigen zaken. Dat was een uitmuntende regel: “een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis”.

Ik trek hieruit twee lessen. Ten eerste dat wij de HEERE onze God dienst behoren te bewijzen en behoren mee te helpen Zijn geestelijke tempel op te bouwen. Maar ten tweede dat wij, terwijl wij buitenshuis arbeiden, dubbel zorgvuldig moeten zijn om over ons eigen huisgezin en onze eigen ziel te waken. Martha’s moeten ook Maria’s zijn. Wij zijn gehouden te dienen, maar wij mogen niet met veel dienen bezwaard worden. Wij moeten werken met Martha en toch zitten met Maria aan de voeten van de Meester. Er moet één maand in de Libanon zijn en twee maanden thuis.

Er zijn sommige mensen die altijd in de Libanon blijven, altijd aan het werk; maar er is ook geestelijk werk thuis te doen: uw hart voor de dienst gereed maken, uw gereedschap scherpen, naar uw eigen kudden omzien. Eén gebed in de school en twee gebeden thuis; één uur de les onderwijzen, tweemaal zoveel tijd besteed aan het voorbereiden ervan.

1 Koningen 5:15.Kruisverwijzingen1 Koningen 9:202 Kronieken 2:17Nehemia 7:572 Kronieken 8:7Ezra 2:58Nehemia 7:60
— Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte.
Wat waren hun namen? Ik kan het u niet zeggen; maar waarschijnlijk was er een boek waarin zij alle opgetekend stonden. En Christus heeft vele nederige arbeiders, houthouwers en lastdragers, wier namen onder de mensen niet bekend zijn. Wel, wat is er aan een naam? Laten wij tevreden zijn te dienen onder onze meerdere Salomo, en laat heel de eer van het bouwen van Zijn geestelijke tempel tot Hem gaan.

1 Koningen 5:16.Kruisverwijzingen1 Koningen 9:232 Kronieken 2:2
— Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.
Er moeten verschillende trappen onder de arbeiders in de dienst van God zijn. Hij is een Soeverein, en Hij deelt aan ieder uit naar Hij wil. Hoe behoort dit alle nijd en opstandigheid tot zwijgen te brengen tegen hen die in het werk van God door Hem geroepen zijn om over anderen opziener te zijn!

1 Koningen 5:17.Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:21 Koningen 6:71 Koningen 7:9Openbaring 21:141 Korinthe 3:111 Petrus 2:6Jesaja 28:16
— Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.
Veel van het grondwerk is uit het gezicht, en de verleiding is er maar weinig aandacht aan de afwerking te geven. Bij Salomo was het zo niet. Al was het uit het gezicht, de koning zorgde ervoor dat het ondergrondse deel van de tempel het overige van het gebouw waardig zou zijn. Bouwers in deze dagen zouden het ongerijmd vinden tijd en arbeid te besteden aan het houwen van stenen die nooit gezien zouden worden. Fundamenten vragen misschien om iets vasts en stevigs, maar zeker om niets kostbaars en met zorg gehouwen. Uit het oog, uit het hart — en daarom zal niemand er tijd en moeite aan besteden.

Zo niet met de wijze koning die in de dienst van God bezig was. Hij besteedde grote aandacht aan het ondergrondse werk. “Grote stenen, kostelijke stenen” werden op zijn bevel gebracht om het fundament van de tempel te vormen. Hij bedoelde het alles uit één stuk te maken; het zou in zijn fundament even heerlijk zijn als in zijn dak. Er zou geen armoede van stoffen zijn, geen bekrimping van enig deel van het werk. Het was voor God, en het zou door de koning van Israël gebouwd worden. En het zou noch God noch de koning eren een slecht fundament te hebben.

Al ons werk voor God behoort grondig gedaan te worden, en in het bijzonder dat deel ervan dat het laagst ligt en het minst door mensen opgemerkt wordt. Ik zeg ten eerste: dit is Gods wijze — Hij bouwt al Zijn werken met goede fundamenten. Ten tweede: dit behoort onze wijze te zijn in al ons werk voor God. En ten derde: dit is een wijze wijze. En dit staat aan de bodem van alle dienst voor onze Koning: laten wij maar een bevel van de Koning krijgen, en wij gehoorzamen meteen.

1 Koningen 5:17-18.Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:21 Koningen 6:7Jozua 13:5Ezechiël 27:91 Koningen 7:9Openbaring 21:141 Korinthe 3:111 Petrus 2:6
— Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen. En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.
Ik ben blij dat ook de steenhouwers hier genoemd worden, want er zijn nog altijd broeders en zusters die geen houwers zijn maar steenbewerkers. Misschien zien zij door hun pogingen niet veel bekeringen, maar zij doen veel van het werk van het onderwijzen van de bekeerden. Zij polijsten wat anderen uitgegraven hebben. En zoals de tempel te Jeruzalem het werk van de steenbewerkers nodig had, zo heeft ook Gods grote geestelijke tempel hen nodig die de stenen bijwerken, zowel als hen die ze houwen.

1 Koningen 5:18.KruisverwijzingenJozua 13:5Ezechiël 27:9Psalmen 83:7
— En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.
Niets is te goed of te kostbaar om aan God gegeven te worden; en laten wij geen arbeid te zwaar of te lastig rekenen die Zijn heilige Naam eer zal brengen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Al ons werk voor God behoort grondig gedaan te worden, en in het bijzonder dat deel ervan dat het laagst ligt en het minst door mensen opgemerkt wordt.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content