Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En HiramH2438, de koningH4428vanH4480TyrusH6865, zondH7971 zijn knechtenH5650 tot SalomoH8010 (want hij had gehoord, dat zijH1961 Salomo tot koningH4428gezalfdH4886 hadden in zijns vadersH1plaatsH8478), dewijl HiramH2438DavidH1732altijdH3605bemindH157 had.En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.
KJVAnd Hiramkingof Tyresenthis servantsunto Solomon;1for he had heardthat they had anointedhim kingin the room of his father:for Hiramwas ever19a loverof David.
1וַ֠יִּשְׁלַחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2חִירָ֨םH2438HiramHiram, Huram3מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4צ֤וֹרH6865Tyrus, TyrierTyre, Tyrus5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עֲבָדָיו֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon9כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10שָׁמַ֔עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מָשְׁח֥וּH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint14לְמֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with16אָבִ֑יהוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18אֹהֵ֗בH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend19הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20חִירָ֛םH2438HiramHiram, Huram21לְדָוִ֖דH1732David, DavidsDavid22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23הַיָּמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Daarna zondH7971SalomoH8010 tot HiramH2438, zeggendeH559:Daarna zond Salomo tot Hiram, zeggende:
KJVAnd Solomon3sentto Hiram,saying,
1וַיִּשְׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4חִירָ֖םH2438HiramHiram, Huram5לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
3Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Gij weet, dat mijn vaderH1DavidH1732 den NaamH8034 des HEEREN, zijns GodsH430, geen huisH1004konH3201bouwenH1129, vanwege de oorlogenH4421, waarmede zij hem omsingeldenH5437, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolenH3709 gaf.Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf.
KJVThou knowesthow that Davidmy fathercouldnot buildan houseunto the nameof the LORDhis Godforthe warswhich were about him on every side,until the LORDputthem under the solesof his feet.
1אַתָּ֨הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2יָדַ֜עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4דָּוִ֣דH1732David, DavidsDavid5אָבִ֗יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יָכֹל֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer9לִבְנ֣וֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely10בַּ֗יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11לְשֵׁם֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהָ֔יוH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14מִפְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15הַמִּלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17סְבָבֻ֑הוּH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)18עַ֤דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet19תֵּתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22תַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with23כַּפּ֥וֹתH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon24רַגְלָֽיH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
4Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4MaarH3588 nu heeft de HEERE, mijn GodH430, mij van rondomH5439rust gegevenH5117; er isH1961 geen tegenpartijderH7854, en geen bejegeningH6294 van kwaadH7451.Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad.
KJVBut now the LORDmy Godhath given me reston every side,19so that there is neither adversarynor eviloccurrent.
1וְעַתָּ֕הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2הֵנִ֨יחַH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)3יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהַ֛יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5לִ֖י6מִסָּבִ֑יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side7אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8שָׂטָ֔ןH7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand9וְאֵ֖יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10פֶּ֥גַעH6294bejegening, toevalchance, occurent11רָֽעH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En zieH2009, ik denkH559 voor den NaamH8034 van den HEERE, mijn GodH430, een huisH1004 te bouwenH1129; gelijk als de HEERE gesprokenH1696 heeft totH5704 mijn vaderH1DavidH1732, zeggendeH559: Uw zoonH1121, dien Ik in uw plaatsH8478 op uw troonH3678zettenH5414 zal, die zal Mijn NaamH8034 dat huisH1004bouwenH1129.En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.
KJVAnd, behold, I purposeto buildan houseunto the nameof the LORDmy God,as the LORDspakeunto Davidmy father,saying,Thy son,whom I will setupon thy thronein thy room, he shall buildan houseunto my name.
1וְהִנְנִ֣יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2אֹמֵ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3לִבְנ֣וֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely4בַּ֔יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5לְשֵׁ֖םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהָ֑יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9דִּבֶּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12דָּוִ֤דH1732David, DavidsDavid13אָבִי֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'14לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15בִּנְךָ֗H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17אֶתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18תַּחְתֶּ֨יךָ֙H8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20כִּסְאֶ֔ךָH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne21הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who22יִבְנֶ֥הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely23הַבַּ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)24לִשְׁמִֽיH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zo gebiedH6680 nu, dat men mij cederenH730 uit den LibanonH3844houweH3772, en mijn knechtenH5650 zullen met uw knechtenH5650 zijn, en het loonH7939 uwer knechtenH5650 zal ik u geven, naar al wat gij zeggenH559 zult; want gij weet, dat onder ons niemandH376 is, die weet houtH6086 te houwenH3772, gelijk de SidoniersH6722.Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.
KJVNow therefore commandthou that they hewme cedar treesout of Lebanon;and my servantsshall be with thy servants:and unto thee will I givehirefor thy servantsaccording to all that thou shalt appoint:for thou knowestthat there is not among us anythat can skillto hewtimberlike unto the Sidonians.
1וְעַתָּ֡הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2צַוֵּה֩H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order3וְיִכְרְתוּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want4לִ֨י5אֲרָזִ֜יםH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)6מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הַלְּבָנ֗וֹןH3844LibanonLebanon8וַֽעֲבָדַי֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9יִהְי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11עֲבָדֶ֔יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant12וּשְׂכַ֤רH7939loon, beloning, Loonhire, price, reward(-ed), wages, worth13עֲבָדֶ֨יךָ֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant14אֶתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לְךָ֔16כְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18תֹּאמֵ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you21יָדַ֗עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot22כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet23אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)24בָּ֛נוּ25אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)26יֹדֵ֥עַH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot27לִכְרָתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want28עֵצִ֖יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood29כַּצִּדֹנִֽיםH6722Sidoniers, SidonischeSidonian, of Sidon, Zidonian
7En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En het geschiedde, als HiramH2438 de woordenH1697 van SalomoH8010gehoordH8085 had, dat hij zich zeer verblijddeH8055, en zeideH559: GezegendH1288 zij de HEERE hedenH3117, Die DavidH1732 een wijzenH2450zoonH1121gegevenH5414 heeft over dit grote volkH5971!En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!
KJVAnd it came to pass, when Hiramheardthe words18of Solomon,6that he rejoicedgreatly,and said,Blessedbe the LORDthis day,which hath givenunto Davida wisesonover this greatpeople.
1וַיְהִ֞יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּשְׁמֹ֧עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3חִירָ֛םH2438HiramHiram, Huram4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon7וַיִּשְׂמַ֣חH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very8מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well9וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10בָּר֤וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14נָתַ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לְדָוִד֙H1732David, DavidsDavid16בֵּ֣ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17חָכָ֔םH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people20הָרָ֖בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)21הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
8En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En HiramH2438zondH7971 tot SalomoH8010, zeggendeH559: Ik heb gehoordH8085, waarom gij tot mij gezondenH7971 hebt; ik zal al uw wilH2656 doen met het cederenhoutH6086, en met het dennenhoutH6086.En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.
KJVAnd Hiramsentto Solomon,saying,I have consideredthe things which thou sentestto me for: and I will doall thy desireconcerning timberof cedar,and concerning timberof fir.
1וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2חִירָם֙H2438HiramHiram, Huram3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שְׁלֹמֹ֣הH8010SalomoSolomon5לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6שָׁמַ֕עְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9שָׁלַ֖חְתָּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12אֶֽעֱשֶׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15חֶפְצְךָ֔H2656lust, voornemen, welbehagenacceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly16בַּעֲצֵ֥יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood17אֲרָזִ֖יםH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)18וּבַעֲצֵ֥יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood19בְרוֹשִֽׁיםH1265dennebomen, denneboom, dennenfir (tree)
9Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Mijn knechtenH5650 zullen het afbrengenH3381 van den LibanonH3844 aan de zeeH3220; en ik zal het op vlottenH1702overH5921 de zeeH3220 doen voerenH7760, tot die plaatsH4725, die gij aan mij ontbiedenH7971 zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemenH5375; gij zult ook mijn wilH2656 doen, dat gij mijn huisH1004spijzeH3899geeftH5414.Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft.
KJVMy servantsshall bring them downfrom Lebanonunto the sea:14and I will conveythem by seain floatsunto the placethat thou shalt appointme, and will cause them to be dischargedthere, and thou shalt receivethem: and thou shalt accomplishmy desire,in giving1foodfor my household.
1עֲ֠בָדַיH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant2יֹרִ֨דוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַלְּבָנ֜וֹןH3844LibanonLebanon5יָ֗מָּהH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)6וַ֠אֲנִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7אֲשִׂימֵ֨םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work8דֹּבְר֤וֹתH1702vlottenfloat9בַּיָּם֙H3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)10עַֽדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הַמָּק֞וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13תִּשְׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14אֵלַ֛יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15וְנִפַּצְתִּ֥יםH5310slaan, stukken slaan, verstrooidbe beaten in sunder, break (in pieces), broken, dash (in pieces), cause to be discharged, dispersed, be overspread, scatter16שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you18תִשָּׂ֑אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield19וְאַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you20תַּעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22חֶפְצִ֔יH2656lust, voornemen, welbehagenacceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly23לָתֵ֖תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield24לֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals25בֵּיתִֽיH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Alzo gaf HiramH2438 aan SalomoH8010cederenhoutH730 en dennenhoutH1265, naar alH3605 zijn wilH2656.Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil.
KJVSo HiramgaveSolomon3cedartreesand firtreesaccording to all his desire.
11En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En SalomoH8010 gaf HiramH2438twintigH6242duizendH505korH3734tarweH2406, tot spijzeH4361 van zijnH1961huisH1004, en twintigH6242korH3734gestotenH3795olieH8081; zulks gaf SalomoH8010 aan HiramH2438jaarH8141 op jaarH8141.En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12De HEERE dan gaf SalomoH8010wijsheidH2451, gelijk als Hij tot hem gesprokenH1696 had; en er wasH1961vredeH7965 tussen HiramH2438 en tussen SalomoH8010, en zij beidenH8147maaktenH3772 een verbondH1285.De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond.
KJVAnd the LORDgaveSolomonwisdom,as he promised1him: and there was peacebetween Hiramand Solomon;and they two➔ madea leaguetogether.
1וַיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2נָתַ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3חָכְמָה֙H2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit4לִשְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon5כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6דִּבֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7ל֑וֹ8וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9שָׁלֹ֗םH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly10בֵּ֤יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within11חִירָם֙H2438HiramHiram, Huram12וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within13שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon14וַיִּכְרְת֥וּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want15בְרִ֖יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league16שְׁנֵיהֶֽםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two
13En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En de koningH4428SalomoH8010 deed een uitschotH4522opkomenH5927uitH4480gansH3605IsraelH3478; en het uitschotH4522 was dertigH7970duizendH505manH376.En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man.
KJVAnd kingSolomonraiseda levyout of all Israel;and the levywas thirtythousandmen.
1וַיַּ֨עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3שְׁלֹמֹ֛הH8010SalomoSolomon4מַ֖סH4522cijnsbaar, schatting, uitschotdiscomfited, levy, task(-master), tribute(-tary)5מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8הַמַּ֔סH4522cijnsbaar, schatting, uitschotdiscomfited, levy, task(-master), tribute(-tary)9שְׁלֹשִׁ֥יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)10אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand11אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En hij zondH7971 hen naar den LibanonH3844, tienH6235duizendH505 des maandsH2320bijH854beurtenH2487; een maandH2320 waren zij op den LibanonH3844; tweeH8147maandenH2320 elk in zijn huisH1004; en AdoniramH141 was over dit uitschotH4522.En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot.
KJVAnd he sentthem to Lebanon,tenthousanda monthby courses:a monththey were in Lebanon,and twomonthsat home:and Adoniramwas over the levy.
1וַיִּשְׁלָחֵ֣םH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2לְבָנ֗וֹנָהH3844LibanonLebanon3עֲשֶׂ֨רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen4אֲלָפִ֤יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand5בַּחֹ֨דֶשׁ֙H2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6חֲלִיפ֔וֹתH2487wisselklederen, verandering, beurtenchange, course7חֹ֚דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon8יִהְי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9בַלְּבָנ֔וֹןH3844LibanonLebanon10שְׁנַ֥יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11חֳדָשִׁ֖יםH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon12בְּבֵית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13וַאֲדֹנִירָ֖םH141AdoniramAdoniram14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הַמַּֽסH4522cijnsbaar, schatting, uitschotdiscomfited, levy, task(-master), tribute(-tary)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daartoe had SalomoH8010zeventigH7657duizendH505, die lastH5449droegenH5375, en tachtigH8084duizendH505houwersH2672 op het gebergteH2022.Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte.
KJVAnd Solomon8had threescore and tenthousandthat bareburdens,and fourscorethousandhewersin the mountains;
16Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Behalve de overstenH8269 van SalomoH8010's besteldenH5324, die over dat werkH4399 waren, drieH7969duizendH505 en driehonderdH7969, die heerschappijH7287 hadden over het volkH5971, hetwelk dat werkH4399 deed.Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.
KJVBeside the chiefof Solomon's2officerswhich were over the work,threethousandand threehundred,which ruledover the peoplethat wroughtin the work.
1לְ֠בַדH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength2מִשָּׂרֵ֨יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3הַנִּצָּבִ֤יםH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state4לִשְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַמְּלָאכָ֔הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)8שְׁלֹ֥שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)9אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand10וּשְׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11מֵא֑וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore12הָרֹדִ֣יםH7287heerschappij, heersen, heerste(come to, make to) have dominion, prevail against, reign, (bear, make to) rule,(-r, over), take13בָּעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14הָעֹשִׂ֖יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15בַּמְּלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
17Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17AlsH3588 de koningH4428 het nu geboodH6680, zo voerdenH5265 zij grote stenenH68toeH5704, kostelijkeH3368stenenH68, gehouwenH1496stenenH68, om den grondH3245 van dat huisH1004 te leggenH3245.Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.
KJVAnd the kingcommanded,and they broughtgreatstones,costlystones,and hewedstones,to lay the foundationof the house.10
1וַיְצַ֣וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2הַמֶּ֡לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3וַיַּסִּעוּ֩H5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way4אֲבָנִ֨יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)5גְּדֹל֜וֹתH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very6אֲבָנִ֧יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)7יְקָר֛וֹתH3368kostelijk, kostelijke, edelgesteentebrightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation8לְיַסֵּ֥דH3245gegrond, gegrondvest, grondappoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure9הַבָּ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10אַבְנֵ֥יH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)11גָזִֽיתH1496gehouwen, gehouwen stenen, uitgehouwen stenenhewed, hewn stone, wrought
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de bouwliedenH1129 van SalomoH8010, en de bouwliedenH1129 van HiramH2438, en de GiblietenH1382behieuwenH6458 ze, en bereiddenH3559 het houtH6086 toe, en de stenenH68, om dat huisH1004 te bouwenH1129.En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.
KJVAnd Solomon'sbuildersand Hiram'sbuildersdid hewthem, and the stonesquarers:so they preparedtimberand stonesto buildthe house.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 5:1— En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.2 Samuël 5:11→1 Kronieken 14:1→2 Kronieken 2:3→1 Koningen 5:10→2 Samuël 10:1→1 Koningen 5:13→Psalmen 45:12→1 Koningen 9:12→
1 Koningen 5:3— Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf.1 Kronieken 28:3→1 Kronieken 22:8→Maleachi 4:3→1 Korinthe 15:25→1 Kronieken 22:4→Jozua 10:24→Psalmen 8:6→Psalmen 110:1→
1 Koningen 5:4— Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad.1 Kronieken 22:9→1 Koningen 4:24→Handelingen 9:31→Jesaja 9:7→Psalmen 72:7→
1 Koningen 5:5— En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.1 Kronieken 17:12→1 Kronieken 22:10→1 Kronieken 28:6→2 Samuël 7:12→1 Kronieken 28:10→Zacharia 6:12→2 Kronieken 2:1→
1 Koningen 5:6— Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.2 Kronieken 2:8→Romeinen 12:17→1 Koningen 6:20→1 Koningen 6:16→Ezra 3:7→1 Korinthe 12:14→Genesis 10:15→Efeze 4:7→
1 Koningen 5:7— En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!Spreuken 23:24→Spreuken 13:1→1 Koningen 3:9→Jesaja 8:18→1 Koningen 10:9→2 Kronieken 2:11→1 Koningen 1:48→Jesaja 9:6→
1 Koningen 5:8— En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.1 Koningen 6:34→1 Koningen 6:15→2 Kronieken 3:5→2 Samuël 6:5→
1 Koningen 5:9— Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft.Ezra 3:7→Ezechiël 27:17→Handelingen 12:20→2 Kronieken 2:16→Deuteronomium 3:25→2 Kronieken 1:15→
1 Koningen 5:11— En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar.2 Kronieken 2:10→1 Koningen 4:22→
1 Koningen 5:12— De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond.1 Koningen 3:12→Amos 1:9→1 Koningen 4:29→Genesis 21:32→2 Kronieken 1:12→1 Koningen 15:19→Jakobus 1:5→
1 Koningen 5:13— En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man.1 Koningen 9:15→1 Koningen 4:6→
1 Koningen 5:14— En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot.1 Kronieken 27:1→1 Koningen 4:6→
1 Koningen 5:15— Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte.1 Koningen 9:20→2 Kronieken 2:17→Nehemia 7:57→2 Kronieken 8:7→Ezra 2:58→Nehemia 7:60→
1 Koningen 5:16— Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.1 Koningen 9:23→2 Kronieken 2:2→
1 Koningen 5:17— Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.1 Kronieken 22:2→1 Koningen 6:7→1 Koningen 7:9→Openbaring 21:14→1 Korinthe 3:11→1 Petrus 2:6→Jesaja 28:16→
1 Koningen 5:18— En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.Jozua 13:5→Ezechiël 27:9→Psalmen 83:7→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 5 vers 1— En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.
Hiram,
Hij wordt ook Hirom genoemd, onder vs.10, 18; idem Huram, 2 Kron. 2:3, en is te onderscheiden van een anderen Hiram, die een zeer kundig werkmeester was, ener weduwe zoon; van wien zie onder 1 Kon. 7:13-14, en 2 Kron. 2:13.
Hertaald:Hiram,
Hij wordt ook Hirom genoemd, hieronder vers 10, 18; ook Huram, 2 Kron. 2:3, en moet onderscheiden worden van een andere Hiram, die een zeer bekwame ambachtsman was, de zoon van een weduwe; zie hierover hieronder 1 Kon. 7:13-14, en 2 Kron. 2:13.
Tyrus,
De hoofdstad van Fenicië, gelegen in de Middellandse zee, zevenhonderd treden van het vasteland, vóór den tijd van Alexander den Grote zeer rijk, machtig en vermaard door haar zeevaart en koophandel. Zie Isa 23; idem Eze 26, Eze 27, en Eze 28.
Hertaald:Tyrus,
De hoofdstad van Fenicië, gelegen aan de Middellandse Zee, zevenhonderd stappen van het vasteland, vóór de tijd van Alexander de Grote zeer rijk, machtig en bekend om haar zeevaart en handel. Zie Jes. 23; ook Ezech. 26, Ezech. 27, en Ezech. 28.
zond zijn knechten
Om zijn blijdschap te verklaren dat Salomo in zijns vaders plaats koning geworden was, om zijn vriendschap te bekomen en in een verbond met hem te treden; gelijk dit ook geschied is. Zie vs.12.
Hertaald:zond zijn knechten
Om zijn blijdschap te tonen dat Salomo in de plaats van zijn vader koning geworden was, om zijn vriendschap te winnen en met hem een verbond te sluiten; wat ook gebeurd is. Zie vers 12.
altijd
Hebreeuws, al de dagen.
Hertaald:altijd
Hebreeuws: al de dagen.
bemind had
Of, Davids vriend geweest was.
Hertaald:bemind had
Of: de vriend van David geweest was.
1 Koningen 5 vers 3— Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf.
Naam des HEEREN,
Dat is, den HEERE zelf, die zich in zijn woord en werken geopenbaard heeft. Alzo onder en Ps. 20:2, en Ps. 52:11, enz. Zie Deut. 28:58.
Hertaald:Naam des HEEREN,
Dat is: de HEERE Zelf, Die Zich in Zijn woord en werken geopenbaard heeft. Zo ook hieronder en Ps. 20:2, en Ps. 52:11, enzovoort. Zie Deut. 28:58.
geen huis kon bouwen,
Vergelijk Gen. 28:17, Gen. 28:22.
Hertaald:geen huis kon bouwen,
Vergelijk Gen. 28:17, Gen. 28:22.
zij hem omsingelden,
Te weten, de vijanden, die hem oorlog aandeden.
Hertaald:zij hem omsingelden,
Namelijk: de vijanden, die oorlog tegen hem voerden.
onder zijn voetzolen gaf
Dat is, onderwierp en onder zijne heerschappij bracht. Zie een gelijke manier van spreken, Ps. 8:7; 1 Kor. 15:27; Ef. 1:22.
Hertaald:onder zijn voetzolen gaf
Dat is: onderwierp en onder zijn heerschappij bracht. Zie een soortgelijke manier van spreken, Ps. 8:7; 1 Kor. 15:27; Ef. 1:22.
1 Koningen 5 vers 4— Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad.
bejegening van kwaad
Of kwaad toeval, te weten, die mij verhinderen zou den Heere een huis te bouwen.
Hertaald:bejegening van kwaad
Of: kwaad toeval, namelijk: wat mij zou verhinderen de HEERE een huis te bouwen.
1 Koningen 5 vers 5— En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.
ik denk
Hebreeuws, ik zeg; te weten, in mijn hart, gelijk zulk zeggen verklaard wordt, Gen. 17:17; Ps. 14:1, en Ps. 36:2; Rom. 10:6. Zeggen in mijn hart is zoveel als denken, overleggen, gevoelen, voornemen, besluiten. Zie Gen. 20:11. De zin is hier dat Salomo niet alleen dacht, maar ook voornam en vastelijk besloot den Heere een huis te bouwen.
Hertaald:ik denk
Hebreeuws: ik zeg; namelijk: in mijn hart, zoals zulk zeggen uitgelegd wordt in Gen. 17:17; Ps. 14:1, en Ps. 36:2; Rom. 10:6. Zeggen in mijn hart betekent zoveel als denken, overwegen, voelen, van plan zijn, besluiten. Zie Gen. 20:11. De betekenis is hier dat Salomo niet alleen dacht, maar ook van plan was en vast besloten had de HEERE een huis te bouwen.
1 Koningen 5 vers 6— Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.
cederen
Zie boven, 1 Kon. 4:33.
Hertaald:cederen
Zie hierboven, 1 Kon. 4:33.
Sidoniërs
Inboorlingen en burgers der stad Sidon; van dewelke zie Gen. 10:15.
Hertaald:Sidoniërs
Inwoners en burgers van de stad Sidon; zie hierover Gen. 10:15.
1 Koningen 5 vers 7— En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!
Gezegend
Zie Gen. 14:20.
Hertaald:Gezegend
Zie Gen. 14:20.
1 Koningen 5 vers 8— En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.
dennenhout
Of, een soort van cederen, waarvan men pijlen, spiesen, kisten, muzikale instrumenten, enz. maakte. Anders, abelenhout. Zie van hetzelve 2 Sam. 6:5; onder, 1 Kon. 6:15, 1 Kon. 6:34; 2 Kon. 19:23; 2 Kron. 3:5.
Hertaald:dennenhout
Of: een soort ceder, waarvan men pijlen, speren, kisten, muziekinstrumenten, enzovoort maakte. Anders: sparrenhout. Zie hierover 2 Sam. 6:5; hieronder, 1 Kon. 6:15, 1 Kon. 6:34; 2 Kon. 19:23; 2 Kron. 3:5.
1 Koningen 5 vers 9— Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft.
Libanon
Zie boven, 1 Kon. 4:33.
Hertaald:Libanon
Zie hierboven, 1 Kon. 4:33.
aan de zee;
Namelijk van Jaffo, of Joppe; 2 Kron. 2:16.
Hertaald:aan de zee;
Namelijk: van Jaffo, of Joppe; 2 Kron. 2:16.
doen voeren,
Hebreeuws, doen leggen; dat is, ik zal het op vlotten leggen en over de zee doen voeren. Het is een Hebreeuwse manier van spreken, die dikwijls voorvalt. Zie Gen. 12:15.
Hertaald:doen voeren,
Hebreeuws: doen leggen; dat is: ik zal het op vlotten leggen en over zee laten vervoeren. Het is een Hebreeuwse manier van spreken, die vaak voorkomt. Zie Gen. 12:15.
die gij
Hebreeuws, die gij mij zenden zult; dat is, door zending laten weten.
Hertaald:die gij
Hebreeuws: die u mij zult sturen; dat is: laten weten door een bericht.
los maken,
Of, ontdoen, ontbinden. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk iets verstrooien, verdelen, of losmaken van elkander; gelijk dit ook met de vlotten geschiedt.
Hertaald:los maken,
Of: ontdoen, ontbinden. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk iets verspreiden, verdelen, of van elkaar losmaken; zoals dit ook met de vlotten gebeurt.
spijze geeft
Hebreeuws, brood; waaronder ook andere spijs begrepen is, gelijk vs.11 uitwijst. Zie Gen. 3:19. Daarom, ofschoon Tyrus en Sidon door de zeevaart rijke steden waren, zo hadden zij nochtans een dor land, dat niet veel vruchten voortbracht; om welke oorzaak zij uit andere landen met voorraad der spijs moesten geholpen zijn, en voornamelijk uit het land Israëls; Hand. 12:20.
Hertaald:spijze geeft
Hebreeuws: brood; waaronder ook ander voedsel begrepen is, zoals vers 11 uitwijst. Zie Gen. 3:19. Daarom, hoewel Tyrus en Sidon door de zeevaart rijke steden waren, hadden zij toch een dor land, dat niet veel vruchten voortbracht; om die reden moesten zij uit andere landen met voorraad voedsel geholpen worden, en vooral uit het land Israël; Hand. 12:20.
1 Koningen 5 vers 11— En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar.
kor tarwe,
Zie van deze maat boven, 1 Kon. 4:22.
Hertaald:kor tarwe,
Zie over deze maat hierboven, 1 Kon. 4:22.
kor gestoten olie;
Uit deze plaats, alsook uit Ezech. 45:14, blijkt dat deze maat ook in natte waren gebruikt is geweest, hoewel zij eigenlijk is geweest van droge waren. Er staat 2 Kron. 2:10 van 20.000 bathen olie; idem worden nog hierbij gevoegd 20.000 kor gerst en 20.000 bathen wijns. Maar men houdt dat vs.11 en 2 Kron. 2:10 van verscheidene leveringen gesproken wordt; hier van hetgeen tot jaarlijkse onderhoud van Hirams huisgezin behoorde, en daar van hetgeen de werklieden behoefden.
Hertaald:kor gestoten olie;
Uit deze plaats, evenals uit Ezech. 45:14, blijkt dat deze maat ook voor natte waren gebruikt werd, hoewel het eigenlijk een maat voor droge waren was. In 2 Kron. 2:10 staat 20.000 bath olie; ook worden hierbij nog 20.000 kor gerst en 20.000 bath wijn genoemd. Maar men neemt aan dat vers 11 en 2 Kron. 2:10 over verschillende leveringen spreken; hier over wat nodig was voor het jaarlijkse onderhoud van het huishouden van Hiram, en daar over wat de werklieden nodig hadden.
1 Koningen 5 vers 13— En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man.
uitschot
Hierdoor wordt verstaan een schatting niet van goed of geld, maar van personen en mannen, die verkoren en opgenomen werden om op het gebergte Libanon, tot de bouwing van den tempel, hout te houwen, enz. Vergelijk onder, 1 Kon. 9:21, en de aantekeningen.
Hertaald:uitschot
Hiermee wordt een verplichting bedoeld, niet van goed of geld, maar van personen en mannen, die uitgekozen en ingezet werden om op het gebergte Libanon hout te hakken voor de bouw van de tempel, enzovoort. Vergelijk hieronder, 1 Kon. 9:21, en de aantekeningen.
1 Koningen 5 vers 14— En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot.
bij beurten;
Hebreeuws, met veranderingen.
Hertaald:bij beurten;
Hebreeuws: met wisselingen.
was over dit uitschot
Dat is, hij had last om dit uitschot op te nemen, of opzicht daarover te hebben nadat het opgenomen was; of beide was het hem toevertrouwd. Zie van dezen Adoniram ook boven, 1 Kon. 4:6.
Hertaald:was over dit uitschot
Dat is: hij had de opdracht om deze dienstplichtigen te tellen, of toezicht te houden nadat zij ingedeeld waren; of het een én het ander was hem toevertrouwd. Zie over deze Adoniram ook hierboven, 1 Kon. 4:6.
1 Koningen 5 vers 15— Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte.
zeventig duizend,
Dezen waren vreemdelingen, gelijk te zien is 2 Kron. 2:17-18.
Hertaald:zeventig duizend,
Dezen waren vreemdelingen, zoals te zien is in 2 Kron. 2:17-18.
houwers
Het Hebreeuwse woord betekent zowel steenhouwers, 1 Kron. 22:2, als houthouwers, Ezra 3:7.
Hertaald:houwers
Het Hebreeuwse woord betekent zowel steenhouwers, 1 Kron. 22:2, als houthakkers, Ezra 3:7.
1 Koningen 5 vers 16— Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.
bestelden,
Dat is, ambtlieden, officieren, commiezen. Vergelijk boven, 1 Kon. 4:5, en de aantekeningen.
Hertaald:bestelden,
Dat is: ambtenaren, officieren, opzichters. Vergelijk hierboven, 1 Kon. 4:5, en de aantekeningen.
driehonderd,
2 Kron. 2:2 staat zeshonderd, hetwelk aldus verstaan wordt, dat de driehonderd, hier nagelaten, de opzieners dezer oversten geweest zijn. Anderen menen dat er drieduizend en driehonderd waren over de lastdragende mannen en steenhouwers, en driehonderd over degenen, die in het gebergte Libanon bezig waren.
Hertaald:driehonderd,
In 2 Kron. 2:2 staat zeshonderd, wat zo begrepen wordt dat de driehonderd die hier ontbreken de opzichters van deze oversten waren. Anderen menen dat er drieduizenddriehonderd waren over de lastdragers en steenhouwers, en driehonderd over degenen die in het gebergte Libanon aan het werk waren.
1 Koningen 5 vers 17— Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.
kostelijke stenen,
Versta niet edelgesteenten, die ook aldus genoemd worden, onder, 1 Kon. 10:2, 1 Kon. 10:10, maar die van fatsoen en grootte zeer uitnemend waren.
Hertaald:kostelijke stenen,
Versta niet edelstenen, die ook zo genoemd worden hieronder, 1 Kon. 10:2, 1 Kon. 10:10, maar stenen die uitzonderlijk waren van vorm en grootte.
1 Koningen 5 vers 18— En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.
de Giblieten
Eeniger gevoelen is, dat dezen zijn geweest de inwoners der stad Gebal.
Hertaald:de Giblieten
Sommigen menen dat dit de inwoners van de stad Gebal waren.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hiram — mijn broeder is verheven
Koning van Tyrus, die reeds met David bevriend was geweest. Op Salomo's verzoek leverde hij cederhout en dennenhout uit de Libanon en bekwame bouwlieden voor de tempelbouw, in ruil voor tarwe en olie; tussen beide koningen werd een verbond gesloten (1 Kon. 5:1-12).
1 Koningen 5:1-5.Kruisverwijzingen2 Samuël 5:11→1 Kronieken 14:1→1 Kronieken 28:3→1 Kronieken 22:9→1 Koningen 4:24→1 Kronieken 17:12→1 Kronieken 22:10→2 Kronieken 2:3→ — En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had. Daarna zond Salomo tot Hiram, zeggende: Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf. Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad. En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen. Wanneer God bedoelt dat iemand een bijzonder werk voor Hem zal doen, dan zal Hij hem alle helpers doen vinden die hij nodig heeft. Soms mogen die helpers heel onwaarschijnlijke mensen schijnen; maar bedenk dat de almacht overal dienstknechten heeft. Ziet, geliefden: toen de Heere Salomo rust gegeven had, ging hij voort met het bouwen van de tempel die David ontworpen had. Telkens wanneer God u zegent, betoon Hem uw dankbaarheid door een bijzondere dienst voor Hem te ondernemen. Uw tijd van rust duurt misschien niet zo lang als u wel zou wensen; gebruik hem daarom terwijl u hem hebt, tot Gods eer.
1 Koningen 5:6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:8→Romeinen 12:17→1 Koningen 6:20→1 Koningen 6:16→Ezra 3:7→1 Korinthe 12:14→Genesis 10:15→Efeze 4:7→ — Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers. Niet ieder mens heeft elke gave. Hiram en zijn Sidoniërs konden bekwamer hout houwen dan Salomo en zijn Israëlieten. God kan altijd de rechte soort mensen vinden om Zijn werk te doen. Wees niet neerslachtig omdat u niet alles kunt doen; waarom zou u? Behoort niet iemand anders ook een deel te hebben en ook toegelaten te worden de eer te hebben zijn God te dienen? Het is goed dat u niet alles kunt doen wat gedaan moet worden, en dat iemand anders iets beter kan dan u.
1 Koningen 5:7-8.KruisverwijzingenSpreuken 23:24→Spreuken 13:1→1 Koningen 3:9→Jesaja 8:18→1 Koningen 10:9→2 Kronieken 2:11→1 Koningen 1:48→Jesaja 9:6→ — En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk! En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout. Het is altijd goed om, voordat u erin toestemt iets te doen, het te overwegen en het van alle zijden te bezien. Ik zou wensen dat er bij het geven van geld aan de dienst van God meer overweging was over het doel waarvoor het gegeven wordt. Sommigen geven eenvoudig omdat anderen het doen, sommigen omdat het hun gevraagd wordt; maar hij geeft het best die de zaak overweegt en rondom kijkt en dan zegt: “Ja, dit is een rechtvaardige aanspraak op mij als dienstknecht van God, en daarom zal ik eraan gehoor geven.”
1 Koningen 5:8-11.KruisverwijzingenEzra 3:7→Ezechiël 27:17→Handelingen 12:20→2 Kronieken 2:16→2 Kronieken 2:10→1 Koningen 6:34→1 Koningen 6:15→2 Kronieken 3:5→ — En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout. Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft. Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil. En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar. Is het niet een heel aangename gedachte dat zowel Joden als heidenen de tempel van Salomo gebouwd hebben? Het waren Hirams cederbomen en Hirams cypressen, en hij vlotte ze over zee naar de plaats waar zij aan land gebracht werden en van waar zij naar Jeruzalem gesleept werden. En God zal Zijn volk uit elk geslacht en elke natie een deel laten hebben in het bouwen van Zijn grote geestelijke huis.
1 Koningen 5:12-14.Kruisverwijzingen1 Koningen 3:12→1 Koningen 9:15→1 Koningen 4:6→Amos 1:9→1 Koningen 4:29→Genesis 21:32→2 Kronieken 1:12→1 Koningen 15:19→ — De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond. En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man. En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot. Salomo eiste niet dat een Israëliet jaren in de bergen en de steengroeven zou zwoegen en zijn eigen akkers woest zou laten liggen, maar hij bepaalde dat de arbeiders één maand in de Libanon aan de tempel zouden werken en twee maanden thuis voor hun eigen zaken. Dat was een uitmuntende regel: “een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis”.
Ik trek hieruit twee lessen. Ten eerste dat wij de HEERE onze God dienst behoren te bewijzen en behoren mee te helpen Zijn geestelijke tempel op te bouwen. Maar ten tweede dat wij, terwijl wij buitenshuis arbeiden, dubbel zorgvuldig moeten zijn om over ons eigen huisgezin en onze eigen ziel te waken. Martha’s moeten ook Maria’s zijn. Wij zijn gehouden te dienen, maar wij mogen niet met veel dienen bezwaard worden. Wij moeten werken met Martha en toch zitten met Maria aan de voeten van de Meester. Er moet één maand in de Libanon zijn en twee maanden thuis.
Er zijn sommige mensen die altijd in de Libanon blijven, altijd aan het werk; maar er is ook geestelijk werk thuis te doen: uw hart voor de dienst gereed maken, uw gereedschap scherpen, naar uw eigen kudden omzien. Eén gebed in de school en twee gebeden thuis; één uur de les onderwijzen, tweemaal zoveel tijd besteed aan het voorbereiden ervan.
1 Koningen 5:15.Kruisverwijzingen1 Koningen 9:20→2 Kronieken 2:17→Nehemia 7:57→2 Kronieken 8:7→Ezra 2:58→Nehemia 7:60→ — Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte. Wat waren hun namen? Ik kan het u niet zeggen; maar waarschijnlijk was er een boek waarin zij alle opgetekend stonden. En Christus heeft vele nederige arbeiders, houthouwers en lastdragers, wier namen onder de mensen niet bekend zijn. Wel, wat is er aan een naam? Laten wij tevreden zijn te dienen onder onze meerdere Salomo, en laat heel de eer van het bouwen van Zijn geestelijke tempel tot Hem gaan.
1 Koningen 5:16.Kruisverwijzingen1 Koningen 9:23→2 Kronieken 2:2→ — Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed. Er moeten verschillende trappen onder de arbeiders in de dienst van God zijn. Hij is een Soeverein, en Hij deelt aan ieder uit naar Hij wil. Hoe behoort dit alle nijd en opstandigheid tot zwijgen te brengen tegen hen die in het werk van God door Hem geroepen zijn om over anderen opziener te zijn!
1 Koningen 5:17.Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:2→1 Koningen 6:7→1 Koningen 7:9→Openbaring 21:14→1 Korinthe 3:11→1 Petrus 2:6→Jesaja 28:16→ — Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen. Veel van het grondwerk is uit het gezicht, en de verleiding is er maar weinig aandacht aan de afwerking te geven. Bij Salomo was het zo niet. Al was het uit het gezicht, de koning zorgde ervoor dat het ondergrondse deel van de tempel het overige van het gebouw waardig zou zijn. Bouwers in deze dagen zouden het ongerijmd vinden tijd en arbeid te besteden aan het houwen van stenen die nooit gezien zouden worden. Fundamenten vragen misschien om iets vasts en stevigs, maar zeker om niets kostbaars en met zorg gehouwen. Uit het oog, uit het hart — en daarom zal niemand er tijd en moeite aan besteden.
Zo niet met de wijze koning die in de dienst van God bezig was. Hij besteedde grote aandacht aan het ondergrondse werk. “Grote stenen, kostelijke stenen” werden op zijn bevel gebracht om het fundament van de tempel te vormen. Hij bedoelde het alles uit één stuk te maken; het zou in zijn fundament even heerlijk zijn als in zijn dak. Er zou geen armoede van stoffen zijn, geen bekrimping van enig deel van het werk. Het was voor God, en het zou door de koning van Israël gebouwd worden. En het zou noch God noch de koning eren een slecht fundament te hebben.
Al ons werk voor God behoort grondig gedaan te worden, en in het bijzonder dat deel ervan dat het laagst ligt en het minst door mensen opgemerkt wordt. Ik zeg ten eerste: dit is Gods wijze — Hij bouwt al Zijn werken met goede fundamenten. Ten tweede: dit behoort onze wijze te zijn in al ons werk voor God. En ten derde: dit is een wijze wijze. En dit staat aan de bodem van alle dienst voor onze Koning: laten wij maar een bevel van de Koning krijgen, en wij gehoorzamen meteen.
1 Koningen 5:17-18.Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:2→1 Koningen 6:7→Jozua 13:5→Ezechiël 27:9→1 Koningen 7:9→Openbaring 21:14→1 Korinthe 3:11→1 Petrus 2:6→ — Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen. En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen. Ik ben blij dat ook de steenhouwers hier genoemd worden, want er zijn nog altijd broeders en zusters die geen houwers zijn maar steenbewerkers. Misschien zien zij door hun pogingen niet veel bekeringen, maar zij doen veel van het werk van het onderwijzen van de bekeerden. Zij polijsten wat anderen uitgegraven hebben. En zoals de tempel te Jeruzalem het werk van de steenbewerkers nodig had, zo heeft ook Gods grote geestelijke tempel hen nodig die de stenen bijwerken, zowel als hen die ze houwen.
1 Koningen 5:18.KruisverwijzingenJozua 13:5→Ezechiël 27:9→Psalmen 83:7→ — En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen. Niets is te goed of te kostbaar om aan God gegeven te worden; en laten wij geen arbeid te zwaar of te lastig rekenen die Zijn heilige Naam eer zal brengen.
I. Vs. 1-18.Kruisverwijzingen2 Samuël 5:11→1 Kronieken 14:1→1 Kronieken 28:3→1 Kronieken 22:9→1 Koningen 4:24→1 Kronieken 17:12→1 Kronieken 22:10→Ezechiël 27:17→ — En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had. Daarna zond Salomo tot Hiram, zeggende: Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf. Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad. En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen. Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers. En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk! En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout. Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft. Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil. Na de mededelingen in het vorige hoofdstuk, die reeds op de geheel nog volgende regeringstijd van Salomo betrekking hadden, voert de heilige schrijver ons thans weer naar het begin terug. De gelegenheid, dat koning Hiram van Tyrus Salomo met zijn troonsbeklimming geluk wenst, wordt door deze te baat genomen om van zijn kant ook een gezantschap aan deze oude vriend van zijn vader te zenden en met hem te onderhandelen over de hulp, die hij betreffende de reeds in plan bestaande tempelbouw nodig had. Hiram schenkt hem bereidwillig niet slechts de benodigde bouwstoffen aan hout en stenen van het Libanongebergte, maar stelt ook een aantal Phoenicische bouwlieden tot zijn beschikking, die als werkmeesters de Israëlitische arbeiders en slaven onder hun leiding namen (Vergelijk 2 Kronieken 2: 1-18).
Kruisverwijzingen2 Samuël 5:11→1 Kronieken 14:1→2 Kronieken 2:3→1 Koningen 5:10→2 Samuël 10:1→1 Koningen 5:13→Psalmen 45:12→1 Koningen 9:12→— En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.
Hiram 1) de koning van Tyrus zond (wellicht omstreeks 1015 v. Chr.) zijn knechten, een aantal van zijn voornaamste hofdienaren tot Salomo, om hem met zijn troonsbeklimming geluk te wensen, zoals dat onder bevriende koningen in de nabuurschap gewoonte was (2 Samuel .10: 1vv.), (want hij had gehoord dat zij (de kinderen van Israël, 1 Kronieken 29: 22) Salomo tot koning gezalfd hadden in zijn (thans overleden) vaders plaats) (1 Kronieken 29:
, omdat Hiram David altijd 2) bemind had; hij stond in goede verstandhouding met hem, zolang hij tegelijkertijd met hem regeerde, en nu wilde hij ook deze vriendschap op diens zoon doen overgaan.
Ook: “2 Samuel 5: 11”
In het Hebreeuws Kol-hajamim, al de dagen, n.l. die beiden, David en Hiram, hadden geregeerd. Zie verder noot 1) hierboven.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 28:3→1 Kronieken 22:8→Maleachi 4:3→1 Korinthe 15:25→1 Kronieken 22:4→Jozua 10:24→Psalmen 8:6→Psalmen 110:1→— Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf.
Gij weet, uit de raad, die hij tijdens zijn leven nog bij u ingewonnen heeft, dat mijn vader David zich voorgenomen had de naam 1) van de HEERE, zijn God een huis te bouwen, maar dat hij geen huis 2) kon bouwen, niet slagen kon in zijn voornemen, maar zich tot de voorbereidingen daartoe moest beperken (1 (Kronieken 23: 4) vanwege de oorlogen, waarmee zij hem omsingelden, namelijk zijn buitenlandse vijanden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf, en ze de een na de ander aan hem onderwierp.
De naam van de Heere. Salomo bedient zich van deze uitdrukking met opzet, op grond van hetgeen vermeld is in Deuteronomium 12: 5 en 11. In de Naam wordt de Heere openbaar. De Naam van de Heere is de openbaring in een zichtbaar teken. Als Salomo daarom hier ervan spreekt, om de Naam van de Heere een huis te bouwen, dan wordt dit huis een plaats, waarin de Heere God duidelijk de heerlijkheid van Zijn Wezen zal openbaren.
De Tempel is het zichtbaar teken, dat de Heere met Zijn volk het verbond had opgericht en het onderpand, dat Israël Kanaän zal bezitten. Welnu, Salomo weet het, dat Israël nu tot zijn bestemming, volgens Gods belofte is gekomen, dat nu de tijd is aangebroken, wanneer de Tempel kon en mocht gebouwd worden.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:8→Romeinen 12:17→1 Koningen 6:20→1 Koningen 6:16→Ezra 3:7→1 Korinthe 12:14→Genesis 10:15→Efeze 4:7→— Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.
Zo gebied nu, dat men mij ceders en cypressen (vs.10) uit de Libanon houwe, van dat deel van het gebergte, dat onder uw beheer staat en rijk is aan dergelijke houtsoorten (Nu 24: 6), en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, opdat de uwe aanwijzen, hoe de mijne zich bij het vellen als anderszins te gedragen hebben, en het loon van uw knechten, die zij voor hun arbeid hebben te vorderen, zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult, zoveel als gij zult goed vinden te bepalen, behalve nog de prijs van het hout (vs.11); want gij weet dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, wat regelmatigheid enz. betreft, zoals de in deze dingen bedreven Zidoniërs (2 Samuel 5: 11). Zelfs in deze tijd van zijn hoogste bloei liep het volk van God, wat aardse kunst, nijverheid en bekwaamheid betreft achter bij de naburige Kanaänieten en Phoeniciërs; maar ook de kinderen van deze wereld helpen in deze tijd mee om het te verheerlijken; de voordelen van hun ver uitgestrekte handel en hun kunstvlijt vallen Salomo toe, wiens macht te land veel groter was dan die van Tyrus en Sidon, als een type van de tijd, waarin al het aardse in de dienst van het Godsrijk zal zijn.
Beter is een Israëliet, bedreven in de wet van God dan een Zidoniër bedreven in het houwen van timmerhout.
Het volk van God staat bij andere natiën in kunstvaardigheid achter. Tyrus levert bouwmeesters en bouwlieden. Maar de tempel is geen menselijk kunstwerk, het bouwplan zelf is niet uit het brein van een heiden voortgekomen, maar door God zelf op Sinaï gegeven, en evenals de gehele Wet, waartoe het behoort, door de Geest van de profeten vervuld.
KruisverwijzingenSpreuken 23:24→Spreuken 13:1→1 Koningen 3:9→Jesaja 8:18→1 Koningen 10:9→2 Kronieken 2:11→1 Koningen 1:48→Jesaja 9:6→— En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!
En het geschiedde, toen Hiram de woorden van Salomo gehoord had, die Salomo hem behalve nog andere zaken had laten zeggen (2 (Kronieken 2: 3-10), dat hij zich zeer verblijdde, want het was hem van groot belang in goede verstandhouding met een koning te leven, wiens land een korenschuur voor het zijne was en wiens vriendschap grote voordelen voor zijn handel kon aanbrengen, en hij zei: Gezegend zij de HEERE 1) heden, die David een wijze zoon gegeven heeft over dit grote volk.
Een nog grotere erkenning van de HEERE spreekt Hiram uit in 2 Kronieken 2: 12 waar hij Hem de Schepper van de hemel en de aarde noemt; dit wordt verklaard daaruit dat Hiram zich schikte naar de godsdienstige voorstellingen van Israël en doet niet direct een persoonlijk geloof vermoeden, dat de HEERE de enige ware God is; hij bleef trouwens een heiden.
Kruisverwijzingen1 Koningen 6:34→1 Koningen 6:15→2 Kronieken 3:5→2 Samuël 6:5→— En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.
En Hiram zond, door het gezantschap dat Salomo gezonden had (vs.2), een schrijven tot Salomo (1 (Kronieken 2: 11) zeggende (met deze inhoud): Ik heb gehoord waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederhout en met het dennen 1) (cypressen) hout (Genesis6: 14).
Het Hebreeuwse woord Berosch is een hoge op de Libanon groeiende boom, en behoort tot zijn grootste sieraden; hij komt daarom dikwijls samen met de ceder voor (Jes.14: 8; 37: 24; 55: 13; 60: 13 hout werd dikwijls evenals dat van de ceder voor prachtgebouwen, lansstokken, muziekinstrumenten en zeeschepen gebruikt (6: 15,34 Nah.2: 4; 2 Samuel .6: 5 Dientengevolge is het niet waarschijnlijk, dat men hier de dennenboom bedoeld heeft. Onder de oudste uitleggers heeft dit ook weinig voorstanders; veel aannemelijker is de vertaling van de Septuaginta, die daaronder cypressen verstaat. Deze behoort tot de naaldbomen, heeft een slanke pyramidevorm, als onze populier; donkergroene naalden, welk statig en ernstig aanzien hem sinds oude tijden tot grafversiersel deed kiezen; het hout is welriekend, vast, duurzaam en licht. Hij behoort in het Oosten thuis, maar komt ook in de Zuid-Europese landen als sieraad van tuinen en parken voor.
KruisverwijzingenEzra 3:7→Ezechiël 27:17→Handelingen 12:20→2 Kronieken 2:16→Deuteronomium 3:25→2 Kronieken 1:15→— Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft.
Mijn knechten zullen het met behulp van de uwe afbrengen van de Libanon aan de Middellandse Zee, en ik zal het daar op vlotten laten leggen, en zo over de zee doen voeren, tot die plaats, 1) die gij aan mij ontbieden zult, en zal het daar losmaken, en gij zult het daar kunnen laten wegnemen en verder vervoeren naar Jeruzalem; gij zult daarentegen tot vergelding ook mijn wil doen dat gij, buiten het door u reeds aangeboden loon voor mijn knechten, ook voor het hout mijn huis spijze geeft, mij van graan voor mijn huis voorziet, omdat hieraan in mijn land gebrek is (Hand.12: 20 (Ezechiël.27: 17).
In 1 Kronieken 2: 16 wordt Japho (het Joppe uit het Nieuwe Testament; Hand.9: 36, thans Jaffa genoemd) als de plaats vermeld, waarheen de vlotten gebracht werden aan de omstreeks 130 voet hoge landtong van een heuvelland gelegen; aan het zuidelijk eind van de bloemrijke Saronse vlakte bezat deze zeer oude stad een veelbezochte maar als gevaarlijk bekend staande haven; van Jeruzalem lag zij ongeveer 12 uur verwijderd en vormde in alle tijden de verbinding van deze hoofdstad met de zee. In het begin was zij door Danieten bewoond (Richteren 5: 17), makende tevens de grens van deze stam uit (Joz.19: 46), maar naderhand hebben de Phoeniciërs zich van haar meester gemaakt (vgl. Jona 1: 3 Ezra 3: 7). Pas de Makkabese vorsten Jonathan en Simon ontrukten haar aan de Syriërs en maakten er een vesting van (zie Gesch. der Makkab.). Later bracht Pompeus haar tot de provincie Syrië. Caesar gaf haar aan Hyrkanus terug, totdat zij eindelijk weer aan Syrië kwam. In de Joodse strijd werd zij door Cestius verwoest, maar spoedig nestelden er zich Joodse zeerovers in, zodat Vespasianus haar nog eens en wel geheel en al verwoesten liet, maar tevens hier een kasteel liet bouwen, waarom zich weldra weer een nieuwe stad verhief. Ondanks storm en moord, zegt Tobler, schijnt zij een onvernietigbaar leven te bezitten. Tegenwoordig telt zij 5.000 inwoners, maar hoe onaanzienlijk zij ook zijn moge, haar ligging is liefelijk, haar omgeving bekoorlijk, vandaar dat hier jaarlijks een groot aantal reizigers en pelgrims aan land stappen, wier reisdoel de heilige stad (Jeruzalem) is.
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:23→2 Kronieken 2:2→— Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.
Behalve de oversten van Salomo’s bestelden, die over dat werk waren, opzicht hadden over het boomvellen en het steenhouwen, drieduizend en driehonderd, 1) die heerschappij hadden over het volk, dat dat werk deed.
In 9: 23 wordt nog van 550 opzichters melding gemaakt, zodat wij een gezamenlijk getal verkrijgen van 3.850. Dit komt precies overeen met de opgave in de Boeken der Kronieken (2 Kronieken 2: 17 en 8: 10). Alleen wordt, volgens Michaëlis, in de Boeken der Kronieken duidelijk het onderscheid aangegeven tussen Kanaän en Israël (3.600 en 250) en hier in de Boeken der Koningen alleen onderscheid gemaakt alleen tussen opzichters van hogere en die van lagere rang.
KruisverwijzingenJozua 13:5→Ezechiël 27:9→Psalmen 83:7→— En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.
En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en wel de Giblieten 1) uit de stad Gebal of Byblos (Joz.13: 5; 2 Samuel .5: 11), die het dichtst bij het cederwoud woonden (Num.24: 6)en het best geschikt waren om de overige werklieden te onderrichten, bewerkten ze en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis van de Heere te Jeruzalem te bouwen, en zij brachten daarmee omtrent drie jaar door.
Joden en heidenen moeten naar het Goddelijk Raadsbesluit de tempel van God bouwen: een werkelijke profetie (Efeziers .2: 14,19-22 Efeziers .3: 4-6.
Wel ons, wanneer wij de rechte Salomo ook gewillig dienen bij het werk van Zijn eeuwige tempelbouw. Nog beter is het, wanneer wij zelf als levende stenen toebereid worden om dan in de levende tempel te prijken (1 Petrus .2: 5).
En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en wel de Giblieten 1) uit de stad Gebal of Byblos (Joz.13: 5; 2 Samuel .5: 11), die het dichtst bij het cederwoud woonden (Num.24: 6)en het best geschikt waren om de overige werklieden te onderrichten, bewerkten ze en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis van de Heere te Jeruzalem te bouwen, en zij brachten daarmee omtrent drie jaar door.
Joden en heidenen moeten naar het Goddelijk Raadsbesluit de tempel van God bouwen: een werkelijke profetie (Efeziers .2: 14,19-22 Efeziers .3: 4-6.
Wel ons, wanneer wij de rechte Salomo ook gewillig dienen bij het werk van Zijn eeuwige tempelbouw. Nog beter is het, wanneer wij zelf als levende stenen toebereid worden om dan in de levende tempel te prijken (1 Petrus .2: 5).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Al ons werk voor God behoort grondig gedaan te worden, en in het bijzonder dat deel ervan dat het laagst ligt en het minst door mensen opgemerkt wordt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Koningen 5
1 Koningen 5:1-5.Kruisverwijzingen2 Samuël 5:11→1 Kronieken 14:1→1 Kronieken 28:3→1 Kronieken 22:9→1 Koningen 4:24→1 Kronieken 17:12→1 Kronieken 22:10→2 Kronieken 2:3→
— En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had. Daarna zond Salomo tot Hiram, zeggende: Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf. Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad. En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.
Wanneer God bedoelt dat iemand een bijzonder werk voor Hem zal doen, dan zal Hij hem alle helpers doen vinden die hij nodig heeft. Soms mogen die helpers heel onwaarschijnlijke mensen schijnen; maar bedenk dat de almacht overal dienstknechten heeft. Ziet, geliefden: toen de Heere Salomo rust gegeven had, ging hij voort met het bouwen van de tempel die David ontworpen had. Telkens wanneer God u zegent, betoon Hem uw dankbaarheid door een bijzondere dienst voor Hem te ondernemen. Uw tijd van rust duurt misschien niet zo lang als u wel zou wensen; gebruik hem daarom terwijl u hem hebt, tot Gods eer.
1 Koningen 5:6.Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:8→Romeinen 12:17→1 Koningen 6:20→1 Koningen 6:16→Ezra 3:7→1 Korinthe 12:14→Genesis 10:15→Efeze 4:7→
— Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers.
Niet ieder mens heeft elke gave. Hiram en zijn Sidoniërs konden bekwamer hout houwen dan Salomo en zijn Israëlieten. God kan altijd de rechte soort mensen vinden om Zijn werk te doen. Wees niet neerslachtig omdat u niet alles kunt doen; waarom zou u? Behoort niet iemand anders ook een deel te hebben en ook toegelaten te worden de eer te hebben zijn God te dienen? Het is goed dat u niet alles kunt doen wat gedaan moet worden, en dat iemand anders iets beter kan dan u.
1 Koningen 5:7-8.KruisverwijzingenSpreuken 23:24→Spreuken 13:1→1 Koningen 3:9→Jesaja 8:18→1 Koningen 10:9→2 Kronieken 2:11→1 Koningen 1:48→Jesaja 9:6→
— En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk! En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout.
Het is altijd goed om, voordat u erin toestemt iets te doen, het te overwegen en het van alle zijden te bezien. Ik zou wensen dat er bij het geven van geld aan de dienst van God meer overweging was over het doel waarvoor het gegeven wordt. Sommigen geven eenvoudig omdat anderen het doen, sommigen omdat het hun gevraagd wordt; maar hij geeft het best die de zaak overweegt en rondom kijkt en dan zegt: “Ja, dit is een rechtvaardige aanspraak op mij als dienstknecht van God, en daarom zal ik eraan gehoor geven.”
1 Koningen 5:8-11.KruisverwijzingenEzra 3:7→Ezechiël 27:17→Handelingen 12:20→2 Kronieken 2:16→2 Kronieken 2:10→1 Koningen 6:34→1 Koningen 6:15→2 Kronieken 3:5→
— En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout. Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft. Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil. En Salomo gaf Hiram twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie; zulks gaf Salomo aan Hiram jaar op jaar.
Is het niet een heel aangename gedachte dat zowel Joden als heidenen de tempel van Salomo gebouwd hebben? Het waren Hirams cederbomen en Hirams cypressen, en hij vlotte ze over zee naar de plaats waar zij aan land gebracht werden en van waar zij naar Jeruzalem gesleept werden. En God zal Zijn volk uit elk geslacht en elke natie een deel laten hebben in het bouwen van Zijn grote geestelijke huis.
1 Koningen 5:12-14.Kruisverwijzingen1 Koningen 3:12→1 Koningen 9:15→1 Koningen 4:6→Amos 1:9→1 Koningen 4:29→Genesis 21:32→2 Kronieken 1:12→1 Koningen 15:19→
— De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond. En de koning Salomo deed een uitschot opkomen uit gans Israel; en het uitschot was dertig duizend man. En hij zond hen naar den Libanon, tien duizend des maands bij beurten; een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis; en Adoniram was over dit uitschot.
Salomo eiste niet dat een Israëliet jaren in de bergen en de steengroeven zou zwoegen en zijn eigen akkers woest zou laten liggen, maar hij bepaalde dat de arbeiders één maand in de Libanon aan de tempel zouden werken en twee maanden thuis voor hun eigen zaken. Dat was een uitmuntende regel: “een maand waren zij op den Libanon; twee maanden elk in zijn huis”.
Ik trek hieruit twee lessen. Ten eerste dat wij de HEERE onze God dienst behoren te bewijzen en behoren mee te helpen Zijn geestelijke tempel op te bouwen. Maar ten tweede dat wij, terwijl wij buitenshuis arbeiden, dubbel zorgvuldig moeten zijn om over ons eigen huisgezin en onze eigen ziel te waken. Martha’s moeten ook Maria’s zijn. Wij zijn gehouden te dienen, maar wij mogen niet met veel dienen bezwaard worden. Wij moeten werken met Martha en toch zitten met Maria aan de voeten van de Meester. Er moet één maand in de Libanon zijn en twee maanden thuis.
Er zijn sommige mensen die altijd in de Libanon blijven, altijd aan het werk; maar er is ook geestelijk werk thuis te doen: uw hart voor de dienst gereed maken, uw gereedschap scherpen, naar uw eigen kudden omzien. Eén gebed in de school en twee gebeden thuis; één uur de les onderwijzen, tweemaal zoveel tijd besteed aan het voorbereiden ervan.
1 Koningen 5:15.Kruisverwijzingen1 Koningen 9:20→2 Kronieken 2:17→Nehemia 7:57→2 Kronieken 8:7→Ezra 2:58→Nehemia 7:60→
— Daartoe had Salomo zeventig duizend, die last droegen, en tachtig duizend houwers op het gebergte.
Wat waren hun namen? Ik kan het u niet zeggen; maar waarschijnlijk was er een boek waarin zij alle opgetekend stonden. En Christus heeft vele nederige arbeiders, houthouwers en lastdragers, wier namen onder de mensen niet bekend zijn. Wel, wat is er aan een naam? Laten wij tevreden zijn te dienen onder onze meerdere Salomo, en laat heel de eer van het bouwen van Zijn geestelijke tempel tot Hem gaan.
1 Koningen 5:16.Kruisverwijzingen1 Koningen 9:23→2 Kronieken 2:2→
— Behalve de oversten van Salomo's bestelden, die over dat werk waren, drie duizend en driehonderd, die heerschappij hadden over het volk, hetwelk dat werk deed.
Er moeten verschillende trappen onder de arbeiders in de dienst van God zijn. Hij is een Soeverein, en Hij deelt aan ieder uit naar Hij wil. Hoe behoort dit alle nijd en opstandigheid tot zwijgen te brengen tegen hen die in het werk van God door Hem geroepen zijn om over anderen opziener te zijn!
1 Koningen 5:17.Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:2→1 Koningen 6:7→1 Koningen 7:9→Openbaring 21:14→1 Korinthe 3:11→1 Petrus 2:6→Jesaja 28:16→
— Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen.
Veel van het grondwerk is uit het gezicht, en de verleiding is er maar weinig aandacht aan de afwerking te geven. Bij Salomo was het zo niet. Al was het uit het gezicht, de koning zorgde ervoor dat het ondergrondse deel van de tempel het overige van het gebouw waardig zou zijn. Bouwers in deze dagen zouden het ongerijmd vinden tijd en arbeid te besteden aan het houwen van stenen die nooit gezien zouden worden. Fundamenten vragen misschien om iets vasts en stevigs, maar zeker om niets kostbaars en met zorg gehouwen. Uit het oog, uit het hart — en daarom zal niemand er tijd en moeite aan besteden.
Zo niet met de wijze koning die in de dienst van God bezig was. Hij besteedde grote aandacht aan het ondergrondse werk. “Grote stenen, kostelijke stenen” werden op zijn bevel gebracht om het fundament van de tempel te vormen. Hij bedoelde het alles uit één stuk te maken; het zou in zijn fundament even heerlijk zijn als in zijn dak. Er zou geen armoede van stoffen zijn, geen bekrimping van enig deel van het werk. Het was voor God, en het zou door de koning van Israël gebouwd worden. En het zou noch God noch de koning eren een slecht fundament te hebben.
Al ons werk voor God behoort grondig gedaan te worden, en in het bijzonder dat deel ervan dat het laagst ligt en het minst door mensen opgemerkt wordt. Ik zeg ten eerste: dit is Gods wijze — Hij bouwt al Zijn werken met goede fundamenten. Ten tweede: dit behoort onze wijze te zijn in al ons werk voor God. En ten derde: dit is een wijze wijze. En dit staat aan de bodem van alle dienst voor onze Koning: laten wij maar een bevel van de Koning krijgen, en wij gehoorzamen meteen.
1 Koningen 5:17-18.Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:2→1 Koningen 6:7→Jozua 13:5→Ezechiël 27:9→1 Koningen 7:9→Openbaring 21:14→1 Korinthe 3:11→1 Petrus 2:6→
— Als de koning het nu gebood, zo voerden zij grote stenen toe, kostelijke stenen, gehouwen stenen, om den grond van dat huis te leggen. En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.
Ik ben blij dat ook de steenhouwers hier genoemd worden, want er zijn nog altijd broeders en zusters die geen houwers zijn maar steenbewerkers. Misschien zien zij door hun pogingen niet veel bekeringen, maar zij doen veel van het werk van het onderwijzen van de bekeerden. Zij polijsten wat anderen uitgegraven hebben. En zoals de tempel te Jeruzalem het werk van de steenbewerkers nodig had, zo heeft ook Gods grote geestelijke tempel hen nodig die de stenen bijwerken, zowel als hen die ze houwen.
1 Koningen 5:18.KruisverwijzingenJozua 13:5→Ezechiël 27:9→Psalmen 83:7→
— En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen.
Niets is te goed of te kostbaar om aan God gegeven te worden; en laten wij geen arbeid te zwaar of te lastig rekenen die Zijn heilige Naam eer zal brengen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-18.Kruisverwijzingen2 Samuël 5:11→1 Kronieken 14:1→1 Kronieken 28:3→1 Kronieken 22:9→1 Koningen 4:24→1 Kronieken 17:12→1 Kronieken 22:10→Ezechiël 27:17→
— En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had. Daarna zond Salomo tot Hiram, zeggende: Gij weet, dat mijn vader David den Naam des HEEREN, zijns Gods, geen huis kon bouwen, vanwege de oorlogen, waarmede zij hem omsingelden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf. Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad. En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen. Zo gebied nu, dat men mij cederen uit den Libanon houwe, en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, en het loon uwer knechten zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult; want gij weet, dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers. En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk! En Hiram zond tot Salomo, zeggende: Ik heb gehoord, waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederenhout, en met het dennenhout. Mijn knechten zullen het afbrengen van den Libanon aan de zee; en ik zal het op vlotten over de zee doen voeren, tot die plaats, die gij aan mij ontbieden zult, en zal het aldaar los maken, en gij zult het wegnemen; gij zult ook mijn wil doen, dat gij mijn huis spijze geeft. Alzo gaf Hiram aan Salomo cederenhout en dennenhout, naar al zijn wil.
Na de mededelingen in het vorige hoofdstuk, die reeds op de geheel nog volgende regeringstijd van Salomo betrekking hadden, voert de heilige schrijver ons thans weer naar het begin terug. De gelegenheid, dat koning Hiram van Tyrus Salomo met zijn troonsbeklimming geluk wenst, wordt door deze te baat genomen om van zijn kant ook een gezantschap aan deze oude vriend van zijn vader te zenden en met hem te onderhandelen over de hulp, die hij betreffende de reeds in plan bestaande tempelbouw nodig had. Hiram schenkt hem bereidwillig niet slechts de benodigde bouwstoffen aan hout en stenen van het Libanongebergte, maar stelt ook een aantal Phoenicische bouwlieden tot zijn beschikking, die als werkmeesters de Israëlitische arbeiders en slaven onder hun leiding namen (Vergelijk 2 Kronieken 2: 1-18).
Hiram 1) de koning van Tyrus zond (wellicht omstreeks 1015 v. Chr.) zijn knechten, een aantal van zijn voornaamste hofdienaren tot Salomo, om hem met zijn troonsbeklimming geluk te wensen, zoals dat onder bevriende koningen in de nabuurschap gewoonte was (2 Samuel .10: 1vv.), (want hij had gehoord dat zij (de kinderen van Israël, 1 Kronieken 29: 22) Salomo tot koning gezalfd hadden in zijn (thans overleden) vaders plaats) (1 Kronieken 29:
, omdat Hiram David altijd 2) bemind had; hij stond in goede verstandhouding met hem, zolang hij tegelijkertijd met hem regeerde, en nu wilde hij ook deze vriendschap op diens zoon doen overgaan.
Ook: “2 Samuel 5: 11”
In het Hebreeuws Kol-hajamim, al de dagen, n.l. die beiden, David en Hiram, hadden geregeerd. Zie verder noot 1) hierboven.
Gij weet, uit de raad, die hij tijdens zijn leven nog bij u ingewonnen heeft, dat mijn vader David zich voorgenomen had de naam 1) van de HEERE, zijn God een huis te bouwen, maar dat hij geen huis 2) kon bouwen, niet slagen kon in zijn voornemen, maar zich tot de voorbereidingen daartoe moest beperken (1 (Kronieken 23: 4) vanwege de oorlogen, waarmee zij hem omsingelden, namelijk zijn buitenlandse vijanden, totdat de HEERE hen onder zijn voetzolen gaf, en ze de een na de ander aan hem onderwierp.
De naam van de Heere. Salomo bedient zich van deze uitdrukking met opzet, op grond van hetgeen vermeld is in Deuteronomium 12: 5 en 11. In de Naam wordt de Heere openbaar. De Naam van de Heere is de openbaring in een zichtbaar teken. Als Salomo daarom hier ervan spreekt, om de Naam van de Heere een huis te bouwen, dan wordt dit huis een plaats, waarin de Heere God duidelijk de heerlijkheid van Zijn Wezen zal openbaren.
De Tempel is het zichtbaar teken, dat de Heere met Zijn volk het verbond had opgericht en het onderpand, dat Israël Kanaän zal bezitten. Welnu, Salomo weet het, dat Israël nu tot zijn bestemming, volgens Gods belofte is gekomen, dat nu de tijd is aangebroken, wanneer de Tempel kon en mocht gebouwd worden.
Zo gebied nu, dat men mij ceders en cypressen (vs.10) uit de Libanon houwe, van dat deel van het gebergte, dat onder uw beheer staat en rijk is aan dergelijke houtsoorten (Nu 24: 6), en mijn knechten zullen met uw knechten zijn, opdat de uwe aanwijzen, hoe de mijne zich bij het vellen als anderszins te gedragen hebben, en het loon van uw knechten, die zij voor hun arbeid hebben te vorderen, zal ik u geven, naar al wat gij zeggen zult, zoveel als gij zult goed vinden te bepalen, behalve nog de prijs van het hout (vs.11); want gij weet dat onder ons niemand is, die weet hout te houwen, wat regelmatigheid enz. betreft, zoals de in deze dingen bedreven Zidoniërs (2 Samuel 5: 11). Zelfs in deze tijd van zijn hoogste bloei liep het volk van God, wat aardse kunst, nijverheid en bekwaamheid betreft achter bij de naburige Kanaänieten en Phoeniciërs; maar ook de kinderen van deze wereld helpen in deze tijd mee om het te verheerlijken; de voordelen van hun ver uitgestrekte handel en hun kunstvlijt vallen Salomo toe, wiens macht te land veel groter was dan die van Tyrus en Sidon, als een type van de tijd, waarin al het aardse in de dienst van het Godsrijk zal zijn.
Beter is een Israëliet, bedreven in de wet van God dan een Zidoniër bedreven in het houwen van timmerhout.
Het volk van God staat bij andere natiën in kunstvaardigheid achter. Tyrus levert bouwmeesters en bouwlieden. Maar de tempel is geen menselijk kunstwerk, het bouwplan zelf is niet uit het brein van een heiden voortgekomen, maar door God zelf op Sinaï gegeven, en evenals de gehele Wet, waartoe het behoort, door de Geest van de profeten vervuld.
En het geschiedde, toen Hiram de woorden van Salomo gehoord had, die Salomo hem behalve nog andere zaken had laten zeggen (2 (Kronieken 2: 3-10), dat hij zich zeer verblijdde, want het was hem van groot belang in goede verstandhouding met een koning te leven, wiens land een korenschuur voor het zijne was en wiens vriendschap grote voordelen voor zijn handel kon aanbrengen, en hij zei: Gezegend zij de HEERE 1) heden, die David een wijze zoon gegeven heeft over dit grote volk.
Een nog grotere erkenning van de HEERE spreekt Hiram uit in 2 Kronieken 2: 12 waar hij Hem de Schepper van de hemel en de aarde noemt; dit wordt verklaard daaruit dat Hiram zich schikte naar de godsdienstige voorstellingen van Israël en doet niet direct een persoonlijk geloof vermoeden, dat de HEERE de enige ware God is; hij bleef trouwens een heiden.
En Hiram zond, door het gezantschap dat Salomo gezonden had (vs.2), een schrijven tot Salomo (1 (Kronieken 2: 11) zeggende (met deze inhoud): Ik heb gehoord waarom gij tot mij gezonden hebt; ik zal al uw wil doen met het cederhout en met het dennen 1) (cypressen) hout (Genesis6: 14).
Het Hebreeuwse woord Berosch is een hoge op de Libanon groeiende boom, en behoort tot zijn grootste sieraden; hij komt daarom dikwijls samen met de ceder voor (Jes.14: 8; 37: 24; 55: 13; 60: 13 hout werd dikwijls evenals dat van de ceder voor prachtgebouwen, lansstokken, muziekinstrumenten en zeeschepen gebruikt (6: 15,34 Nah.2: 4; 2 Samuel .6: 5 Dientengevolge is het niet waarschijnlijk, dat men hier de dennenboom bedoeld heeft. Onder de oudste uitleggers heeft dit ook weinig voorstanders; veel aannemelijker is de vertaling van de Septuaginta, die daaronder cypressen verstaat. Deze behoort tot de naaldbomen, heeft een slanke pyramidevorm, als onze populier; donkergroene naalden, welk statig en ernstig aanzien hem sinds oude tijden tot grafversiersel deed kiezen; het hout is welriekend, vast, duurzaam en licht. Hij behoort in het Oosten thuis, maar komt ook in de Zuid-Europese landen als sieraad van tuinen en parken voor.
Mijn knechten zullen het met behulp van de uwe afbrengen van de Libanon aan de Middellandse Zee, en ik zal het daar op vlotten laten leggen, en zo over de zee doen voeren, tot die plaats, 1) die gij aan mij ontbieden zult, en zal het daar losmaken, en gij zult het daar kunnen laten wegnemen en verder vervoeren naar Jeruzalem; gij zult daarentegen tot vergelding ook mijn wil doen dat gij, buiten het door u reeds aangeboden loon voor mijn knechten, ook voor het hout mijn huis spijze geeft, mij van graan voor mijn huis voorziet, omdat hieraan in mijn land gebrek is (Hand.12: 20 (Ezechiël.27: 17).
In 1 Kronieken 2: 16 wordt Japho (het Joppe uit het Nieuwe Testament; Hand.9: 36, thans Jaffa genoemd) als de plaats vermeld, waarheen de vlotten gebracht werden aan de omstreeks 130 voet hoge landtong van een heuvelland gelegen; aan het zuidelijk eind van de bloemrijke Saronse vlakte bezat deze zeer oude stad een veelbezochte maar als gevaarlijk bekend staande haven; van Jeruzalem lag zij ongeveer 12 uur verwijderd en vormde in alle tijden de verbinding van deze hoofdstad met de zee. In het begin was zij door Danieten bewoond (Richteren 5: 17), makende tevens de grens van deze stam uit (Joz.19: 46), maar naderhand hebben de Phoeniciërs zich van haar meester gemaakt (vgl. Jona 1: 3 Ezra 3: 7). Pas de Makkabese vorsten Jonathan en Simon ontrukten haar aan de Syriërs en maakten er een vesting van (zie Gesch. der Makkab.). Later bracht Pompeus haar tot de provincie Syrië. Caesar gaf haar aan Hyrkanus terug, totdat zij eindelijk weer aan Syrië kwam. In de Joodse strijd werd zij door Cestius verwoest, maar spoedig nestelden er zich Joodse zeerovers in, zodat Vespasianus haar nog eens en wel geheel en al verwoesten liet, maar tevens hier een kasteel liet bouwen, waarom zich weldra weer een nieuwe stad verhief. Ondanks storm en moord, zegt Tobler, schijnt zij een onvernietigbaar leven te bezitten. Tegenwoordig telt zij 5.000 inwoners, maar hoe onaanzienlijk zij ook zijn moge, haar ligging is liefelijk, haar omgeving bekoorlijk, vandaar dat hier jaarlijks een groot aantal reizigers en pelgrims aan land stappen, wier reisdoel de heilige stad (Jeruzalem) is.
Behalve de oversten van Salomo’s bestelden, die over dat werk waren, opzicht hadden over het boomvellen en het steenhouwen, drieduizend en driehonderd, 1) die heerschappij hadden over het volk, dat dat werk deed.
In 9: 23 wordt nog van 550 opzichters melding gemaakt, zodat wij een gezamenlijk getal verkrijgen van 3.850. Dit komt precies overeen met de opgave in de Boeken der Kronieken (2 Kronieken 2: 17 en 8: 10). Alleen wordt, volgens Michaëlis, in de Boeken der Kronieken duidelijk het onderscheid aangegeven tussen Kanaän en Israël (3.600 en 250) en hier in de Boeken der Koningen alleen onderscheid gemaakt alleen tussen opzichters van hogere en die van lagere rang.
En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en wel de Giblieten 1) uit de stad Gebal of Byblos (Joz.13: 5; 2 Samuel .5: 11), die het dichtst bij het cederwoud woonden (Num.24: 6)en het best geschikt waren om de overige werklieden te onderrichten, bewerkten ze en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis van de Heere te Jeruzalem te bouwen, en zij brachten daarmee omtrent drie jaar door.
Joden en heidenen moeten naar het Goddelijk Raadsbesluit de tempel van God bouwen: een werkelijke profetie (Efeziers .2: 14,19-22 Efeziers .3: 4-6.
Wel ons, wanneer wij de rechte Salomo ook gewillig dienen bij het werk van Zijn eeuwige tempelbouw. Nog beter is het, wanneer wij zelf als levende stenen toebereid worden om dan in de levende tempel te prijken (1 Petrus .2: 5).
En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en wel de Giblieten 1) uit de stad Gebal of Byblos (Joz.13: 5; 2 Samuel .5: 11), die het dichtst bij het cederwoud woonden (Num.24: 6)en het best geschikt waren om de overige werklieden te onderrichten, bewerkten ze en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis van de Heere te Jeruzalem te bouwen, en zij brachten daarmee omtrent drie jaar door.
Joden en heidenen moeten naar het Goddelijk Raadsbesluit de tempel van God bouwen: een werkelijke profetie (Efeziers .2: 14,19-22 Efeziers .3: 4-6.
Wel ons, wanneer wij de rechte Salomo ook gewillig dienen bij het werk van Zijn eeuwige tempelbouw. Nog beter is het, wanneer wij zelf als levende stenen toebereid worden om dan in de levende tempel te prijken (1 Petrus .2: 5).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel