Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En zij zaten drie jaren stil, dat er geen krijg was tussen Syrie en tussen Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En zij zatenH3427drieH7969jarenH8141stilH3427, dat er geenH369krijgH4421 was tussenH996SyrieH758 en tussenH996IsraelH3478.En zij zaten drie jaren stil, dat er geen krijg was tussen Syrie en tussen Israel.
KJVAnd they continued1three2years3without war5between Syria7and Israel.9
1וַיֵּשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2שָׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3שָׁנִ֑יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4אֵ֚יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)5מִלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)6בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7אֲרָ֖םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians8וּבֵ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within9יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
2Maar het geschiedde in het derde jaar, als Josafat, de koning van Juda, tot den koning van Israel afgekomen was,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Maar het geschieddeH1961 in het derdeH7992jaarH8141, als JosafatH3092, de koningH4428 van JudaH3063, totH413 den koningH4428 van IsraelH3478afgekomenH3381 was,Maar het geschiedde in het derde jaar, als Josafat, de koning van Juda, tot den koning van Israel afgekomen was,
KJVAnd it came to pass in the third3year,2that Jehoshaphat5the king6of Judah7came down4to the king9of Israel.10
1וַיְהִ֖יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּשָּׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)3הַשְּׁלִישִׁ֑יתH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)4וַיֵּ֛רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down5יְהוֹשָׁפָ֥טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)6מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
3Dat de koning van Israel tot zijn knechten zeide: Weet gij, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van den koning van Syrie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Dat de koningH4428 van IsraelH3478totH413 zijn knechtenH5650zeideH559: WeetH3045 gij, datH3588RamothH7433 in GileadH1568 onze is? En wij zijn stilH2814, zonder dat te nemenH3947 uit de handH3027 van den koningH4428 van SyrieH758.Dat de koning van Israel tot zijn knechten zeide: Weet gij, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van den koning van Syrie.
KJVAnd the king2of Israel3said1unto his servants,5Know6ye that Ramoth9in Gilead10is ours, and we be still,12and take13it not out of the hand15of the king16of Syria?17
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5עֲבָדָ֔יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6הַיְדַעְתֶּ֕םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8לָ֖נוּ9רָמֹ֣תH7433Ramoth, JeramothRamoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת)10גִּלְעָ֑דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite11וַאֲנַ֣חְנוּH587wijourselves, us, we12מַחְשִׁ֔יםH2814zwijgen, stil, stilzwijgenhold peace, keep silence, be silent, (be) still13מִקַּ֣חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win14אֹתָ֔הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מִיַּ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17אֲרָֽםH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians
4Daarna zeide hij tot Josafat: Zult gij met mij trekken in den strijd naar Ramoth in Gilead? En Josafat zeide tot den koning van Israel: Zo zal ik zijn gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Daarna zeideH559 hij tot JosafatH3092: Zult gij metH854 mij trekkenH3212 in den strijdH4421naarH413RamothH7433 in GileadH1568? En JosafatH3092zeideH559 tot den koningH4428 van IsraelH3478: Zo zal ik zijn gelijk gij zijt, zo mijn volkH5971 als uw volkH5971, zo mijn paardenH5483 als uw paardenH5483.Daarna zeide hij tot Josafat: Zult gij met mij trekken in den strijd naar Ramoth in Gilead? En Josafat zeide tot den koning van Israel: Zo zal ik zijn gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.
KJVAnd he said1unto Jehoshaphat,3Wilt thou go4with me to battle6to Ramothgilead?7And Jehoshaphat10said9to the king12of Israel,13I am as thou14art, my people16as thy people,17my horses18as thy horses.19
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְה֣וֹשָׁפָ֔טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)4הֲתֵלֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5אִתִּ֛יH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6לַמִּלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)7רָמֹ֣תH7433Ramoth, JeramothRamoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת)8גִּלְעָ֑דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite9וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10יְהֽוֹשָׁפָט֙H3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14כָּמ֧וֹנִיH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth15כָמ֛וֹךָH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth16כְּעַמִּ֥יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17כְעַמֶּ֖ךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18כְּסוּסַ֥יH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)19כְּסוּסֶֽיךָH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)
5Verder zeide Josafat tot den koning van Israel: Vraag toch als heden naar het woord des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Verder zeideH559JosafatH3092totH413 den koningH4428 van IsraelH3478: VraagH1875tochH4994 als hedenH3117 naar het woordH1697 des HEERENH3068.Verder zeide Josafat tot den koning van Israel: Vraag toch als heden naar het woord des HEEREN.
KJVAnd Jehoshaphat2said1unto the king4of Israel,5Enquire,6I pray thee, at the word10of the LORD11to day.8
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוֹשָׁפָ֖טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6דְּרָשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely7נָ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh8כַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10דְּבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
6Toen vergaderde de koning van Israel de profeten, omtrent vierhonderd man, en hij zeide tot hen: Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden: Trek op, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen vergaderdeH6908 de koningH4428 van IsraelH3478 de profetenH5030, omtrent vierhonderdH702manH376, en hij zeideH559totH413 hen: Zal ik tegen RamothH7433 in GileadH1568 ten strijdeH4421trekkenH3212, ofH518 zal ik het nalatenH2308? En zij zeidenH559: TrekH5927opH5921, want de HEEREH136 zal ze in de handH3027 des koningsH4428gevenH5414.Toen vergaderde de koning van Israel de profeten, omtrent vierhonderd man, en hij zeide tot hen: Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden: Trek op, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.
KJVThen the king2of Israel3gathered1➔ the prophets5together,about four6hundred7men,8and said9unto them, Shall I go11against Ramothgilead13to battle,15or shall I forbear?17And they said,18Go up;19for the Lord21shall deliver20it into the hand22of the king.23
1וַיִּקְבֹּ֨ץH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up2מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3יִשְׂרָאֵ֥לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַנְּבִיאִים֮H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet6כְּאַרְבַּ֣עH702vier, vierhonderd, veertienfour7מֵא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8אִישׁ֒H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֲלֵהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הַאֵלֵ֞ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13רָמֹ֥תH7433Ramoth, JeramothRamoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת)14גִּלְעָ֛דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite15לַמִּלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)16אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet17אֶחְדָּ֑לH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want18וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19עֲלֵ֔הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work20וְיִתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield21אֲדֹנָ֖יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord22בְּיַ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves23הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
7Maar Josafat zeide: Is hier niet nog een profeet des HEEREN, dat wij het van hem vragen mochten?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Maar JosafatH3092zeideH559: Is hier nietH369nogH5750 een profeetH5030 des HEERENH3068, dat wij het van hem vragenH1875 mochten?Maar Josafat zeide: Is hier niet nog een profeet des HEEREN, dat wij het van hem vragen mochten?
KJVAnd Jehoshaphat2said,1Is there not here a prophet5of the LORD6besides,7that we might enquire8of him?
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְה֣וֹשָׁפָ֔טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)3הַאֵ֨יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)4פֹּ֥הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side5נָבִ֛יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet6לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)8וְנִדְרְשָׁ֖הH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely9מֵאוֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
8Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen zeideH559 de koningH4428 van IsraelH3478totH413JosafatH3092: Er is nogH5750eenH259manH376, om door hem den HEEREH3068 te vragenH1875; maar ikH589haatH8130 hem, omdatH3588 hij overH5921 mij nietsH3808goedsH2896profeteertH5012, maarH3588kwaadH7451: MichaH4321, de zoonH1121 van JimlaH3229. En JosafatH3092zeideH559: De koningH4428zeggeH559nietH408alzoH3651!Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!
KJVAnd the king2of Israel3said1unto Jehoshaphat,5There is yet one8man,7Micaiah23the son24of Imlah,25by whom we may enquire9of the LORD:11but I hate14him; for he doth not prophesy17good19concerning me, but evil.22And Jehoshaphat27said,26Let not the king30say29so.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3יִשְׂרָאֵ֣לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יְהוֹשָׁפָ֡טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)6ע֣וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)7אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אֶחָ֡דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9לִדְרֹשׁ֩H1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12מֵאֹת֜וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13וַאֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14שְׂנֵאתִ֗יוH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly15כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִתְנַבֵּ֨אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet18עָלַ֥יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19טוֹב֙H2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)20כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet22רָ֔עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)23מִיכָ֖יְהוּH4321Micha, MichajaMicah, Micaiah, Michaiah24בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth25יִמְלָ֑הH3229JimlaImla, Imlah26וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet27יְה֣וֹשָׁפָ֔טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)28אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than29יֹאמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet30הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal31כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
9Toen riep de koning van Israel een kamerling, en hij zeide: Haal haastelijk Micha, den zoon van Jimla.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen riepH7121 de koningH4428 van IsraelH3478eenH259kamerlingH5631, en hij zeideH559: Haal haastelijkH4116MichaH4321, den zoonH1121 van JimlaH3229.Toen riep de koning van Israel een kamerling, en hij zeide: Haal haastelijk Micha, den zoon van Jimla.
KJVThen the king2of Israel3called1an6officer,5and said,7Hasten8hither Micaiah9the son10of Imlah.11
10De koning van Israel nu, en Josafat, de koning van Juda, zaten elk op zijn troon, bekleed met hun klederen, op het plein, aan de deur der poort van Samaria; en al de profeten profeteerden in hun tegenwoordigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10De koningH4428 van IsraelH3478 nu, en JosafatH3092, de koningH4428 van JudaH3063, zatenH3427 elk opH5921 zijn troonH3678, bekleedH3847 met hun klederenH899, op het pleinH1637, aan de deurH6607 der poortH8179 van SamariaH8111; en alH3605 de profetenH5030profeteerdenH5012 in hun tegenwoordigheidH6440.De koning van Israel nu, en Josafat, de koning van Juda, zaten elk op zijn troon, bekleed met hun klederen, op het plein, aan de deur der poort van Samaria; en al de profeten profeteerden in hun tegenwoordigheid.
KJVAnd the king1of Israel2and Jehoshaphat3the king4of Judah5sat6each7on his throne,9having put on10their robes,11in a void place12in the entrance13of the gate14of Samaria;15and all the prophets17prophesied18before19them.
1וּמֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal2יִשְׂרָאֵ֡לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3וִֽיהוֹשָׁפָ֣טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)4מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5יְהוּדָ֡הH3063JudaJudah6יֹשְׁבִים֩H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כִּסְא֜וֹH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne10מְלֻבָּשִׁ֤יםH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear11בְּגָדִים֙H899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe12בְּגֹ֔רֶןH1637dorsvloer, dorsvloers, plein(barn, corn, threshing-) floor, (threshing-, void) place13פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place14שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)15שֹׁמְר֑וֹןH8111SamariaSamaria16וְכָ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הַנְּבִיאִ֔יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet18מִֽתְנַבְּאִ֖יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet19לִפְנֵיהֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
11En Zedekia, de zoon van Kenaana, had zich ijzeren horens gemaakt; en hij zeide: Zo zegt de HEERE: Met deze zult gij de Syriers stoten, totdat gij hen gans verdaan zult hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En ZedekiaH6667, de zoonH1121 van KenaanaH3668, had zich ijzerenH1270horensH7161gemaaktH6213; en hij zeideH559: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068: Met dezeH428 zult gij de SyriersH758stotenH5055, totdatH5704 gij hen gans verdaanH3615 zult hebben.En Zedekia, de zoon van Kenaana, had zich ijzeren horens gemaakt; en hij zeide: Zo zegt de HEERE: Met deze zult gij de Syriers stoten, totdat gij hen gans verdaan zult hebben.
KJVAnd Zedekiah3the son4of Chenaanah5made1him horns6of iron:7and he said,8Thus saith10the LORD,11With these shalt thou push13the Syrians,15until thou have consumed17them.
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2ל֛וֹ3צִדְקִיָּ֥הH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah4בֶֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5כְּנַעֲנָ֖הH3668Kenaana, ChenaanaChenaanah6קַרְנֵ֣יH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn7בַרְזֶ֑לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron8וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder10אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12בְּאֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)13תְּנַגַּ֥חH5055stoot, stoten, gestotengore, push (down, -ing)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֲרָ֖םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians16עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17כַּלֹּתָֽםH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste
12En al de profeten profeteerden alzo, zeggende: Trek op naar Ramoth in Gilead, en gij zult voorspoedig zijn; want de HEERE zal hen in de hand des konings geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En alH3605 de profetenH5030profeteerdenH5012alzoH3651, zeggendeH559: TrekH5927 op naar RamothH7433 in GileadH1568, en gij zult voorspoedigH6743 zijn; want de HEEREH3068 zal hen in de handH3027 des koningsH4428gevenH5414.En al de profeten profeteerden alzo, zeggende: Trek op naar Ramoth in Gilead, en gij zult voorspoedig zijn; want de HEERE zal hen in de hand des konings geven.
KJVAnd all the prophets2prophesied3so, saying,5Go up6to Ramothgilead,7and prosper:9for the LORD11shall deliver10it into the king's13hand.12
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַנְּבִאִ֔יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet3נִבְּאִ֥יםH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet4כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6עֲלֵ֞הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7רָמֹ֤תH7433Ramoth, JeramothRamoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת)8גִּלְעָד֙H1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite9וְהַצְלַ֔חH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)10וְנָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12בְּיַ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
13De bode nu, die heengegaan was, om Micha te roepen, sprak tot hem, zeggende: Zie toch, de woorden der profeten zijn uit een mond goed tot den koning; dat toch uw woord zij, gelijk als het woord van een uit hen, en spreek het goede.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13De bodeH4397 nu, dieH834heengegaanH1980 was, om MichaH4321 te roepenH7121, sprakH1696totH413 hem, zeggendeH559: ZieH2009tochH4994, de woordenH1697 der profetenH5030 zijn uit eenH259mondH6310goedH2896totH413 den koningH4428; dat tochH4994 uw woordH1697 zij, gelijk als het woordH1697 van eenH259 uit hen, en spreekH1696 het goedeH2896.De bode nu, die heengegaan was, om Micha te roepen, sprak tot hem, zeggende: Zie toch, de woorden der profeten zijn uit een mond goed tot den koning; dat toch uw woord zij, gelijk als het woord van een uit hen, en spreek het goede.
KJVAnd the messenger1that was gone3to call4Micaiah5spake6unto him, saying,8Behold now, the words11of the prophets12declare good15unto the king17with one14mouth:13let thy word,20I pray thee, be like the word21of one22of them, and speak24that which is good.25
1וְהַמַּלְאָ֞ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הָלַ֣ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4לִקְרֹ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say5מִיכָ֗יְהוּH4321Micha, MichajaMicah, Micaiah, Michaiah6דִּבֶּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see10נָ֞אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh11דִּבְרֵ֧יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12הַנְּבִיאִ֛יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet13פֶּֽהH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word14אֶחָ֥דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,15ט֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18יְהִֽיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use19נָ֣אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh20דְבָרְךָ֗H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work21כִּדְבַ֛רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work22אַחַ֥דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,23מֵהֶ֖ם24וְדִבַּ֥רְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work25טּֽוֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)
14Doch Micha zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, hetgeen de HEERE tot mij zeggen zal, dat zal ik spreken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Doch MichaH4321zeideH559: Zo waarachtig als de HEEREH3068leeftH2416, hetgeenH834 de HEEREH3068totH413 mij zeggenH559 zal, dat zal ik sprekenH1696.Doch Micha zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, hetgeen de HEERE tot mij zeggen zal, dat zal ik spreken.
KJVAnd Micaiah2said,1As the LORD4liveth,3what the LORD9saith8unto me, that will I speak.12
1וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מִיכָ֑יְהוּH4321Micha, MichajaMicah, Micaiah, Michaiah3חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop4יְהוָ֕הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יֹאמַ֧רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אֹת֥וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֲדַבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
15Als hij tot den koning gekomen was, zo zeide de koning tot hem: Micha, zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij het nalaten? En hij zeide tot hem: Trek op, en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Als hij totH413 den koningH4428gekomenH935 was, zo zeideH559 de koningH4428totH413 hem: MichaH4321, zullen wij naar RamothH7433 in GileadH1568 ten strijdeH4421trekkenH3212, ofH518 zullen wij het nalatenH2308? En hij zeideH559totH413 hem: TrekH5927 op, en gij zult voorspoedigH6743 zijn, want de HEEREH3068 zal ze in de handH3027 des koningsH4428gevenH5414.Als hij tot den koning gekomen was, zo zeide de koning tot hem: Micha, zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij het nalaten? En hij zeide tot hem: Trek op, en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.
KJVSo he came1to the king.3And the king5said4unto him, Micaiah,7shall we go8against Ramothgilead10to battle,12or shall we forbear?14And he answered15him, Go,17and prosper:18for the LORD20shall deliver19it into the hand21of the king.22
1וַיָּבוֹא֮H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַמֶּלֶךְ֒H4428koning, konings, koningenking, royal4וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7מִיכָ֨יְהוּ֙H4321Micha, MichajaMicah, Micaiah, Michaiah8הֲנֵלֵ֞ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10רָמֹ֥תH7433Ramoth, JeramothRamoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת)11גִּלְעָ֛דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite12לַמִּלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)13אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet14נֶחְדָּ֑לH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want15וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17עֲלֵ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work18וְהַצְלַ֔חH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)19וְנָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21בְּיַ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves22הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
16En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En de koningH4428zeideH559 tot hem: Tot hoe veleH4100reizenH6471 zal ikH589 u bezwerenH7650, opdat gij tot mij nietH3808spreektH1696, dan alleen de waarheidH571, in den NaamH8034 des HEERENH3068?En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?
KJVAnd the king3said1unto him, How many times6shall I adjure8thee that thou tell11me nothing but that which is true14in the name15of the LORD?16
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5כַּמֶּ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6פְעָמִ֖יםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel7אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8מַשְׁבִּעֶ֑ךָH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear9אֲ֠שֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12אֵלַ֛יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13רַקH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise14אֱמֶ֖תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity15בְּשֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
17En hij zeide: Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en de HEERE zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En hij zeideH559: Ik zagH7200 het ganseH3605IsraelH3478verstrooidH6327 op de bergenH2022, gelijk schapenH6629, die geen herderH7462 hebben; en de HEEREH3068zeideH559: DezenH428 hebben geen heerH113; een iegelijk kereH7725 weder naarH413 zijn huisH1004 in vredeH7965.En hij zeide: Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en de HEERE zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede.
KJVAnd he said,1I saw2all Israel5scattered6upon the hills,8as sheep9that have not a shepherd:13and the LORD15said,14These have no master:17let them return19every man20to his house21in peace.22
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2רָאִ֤יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6נְפֹצִ֣יםH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הֶהָרִ֔יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion9כַּצֹּ֕אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12לָהֶ֖ם13רֹעֶ֑הH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste14וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17אֲדֹנִ֣יםH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'18לָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)19יָשׁ֥וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw20אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)21לְבֵית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)22בְּשָׁלֽוֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
18Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goed, maar kwaads profeteren?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen zeideH559 de koningH4428 van IsraelH3478totH413JosafatH3092: Heb ik totH413 u niet gezegdH559: Hij zal overH5921 mij nietsH3808goedH2896, maarH3588kwaadsH7451profeterenH5012?Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goed, maar kwaads profeteren?
KJVAnd the king2of Israel3said1unto Jehoshaphat,5Did I not tell7thee that he would prophesy10no good12concerning me, but evil?15
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יְהוֹשָׁפָ֑טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)6הֲלוֹא֙H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7אָמַ֣רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9לֽוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יִתְנַבֵּ֥אH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet11עָלַ֛יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12ט֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)13כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet15רָֽעH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
19Verder zeide hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag den HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir staande nevens Hem, aan Zijn rechter hand en aan Zijn linkerhand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Verder zeideH559 hij: DaaromH3651hoortH8085 het woordH1697 des HEERENH3068: Ik zagH7200 den HEEREH3068, zittendeH3427opH5921 Zijn troonH3678, en alH3605 het hemelseH8064heirH6635staandeH5975 nevens Hem, aan Zijn rechterH3225 hand en aan Zijn linkerhandH8040.Verder zeide hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag den HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir staande nevens Hem, aan Zijn rechter hand en aan Zijn linkerhand.
KJVAnd he said,1Hear3thou therefore the word4of the LORD:5I saw6the LORD8sitting9on his throne,11and all the host13of heaven14standing15by him on his right hand17and on his left.18
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָכֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3שְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6רָאִ֤יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9יֹשֵׁ֣בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11כִּסְא֔וֹH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13צְבָ֤אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)14הַשָּׁמַ֨יִם֙H8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)15עֹמֵ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry16עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17מִימִינ֖וֹH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south18וּמִשְּׂמֹאלֽוֹH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)
20En de HEERE zeide: Wie zal Achab overreden, dat hij optrekke en valle te Ramoth in Gilead? De een nu zeide aldus, en de andere zeide alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En de HEEREH3068zeideH559: WieH4310 zal AchabH256overredenH6601, datH2088 hij optrekkeH5927 en valleH5307 te RamothH7433 in GileadH1568? De een nu zeideH559aldusH3541, en de andere zeideH559 alzo.En de HEERE zeide: Wie zal Achab overreden, dat hij optrekke en valle te Ramoth in Gilead? De een nu zeide aldus, en de andere zeide alzo.
KJVAnd the LORD2said,1Who shall persuade4Ahab,6that he may go up7and fall8at Ramothgilead?9And one said11on this manner,13and another said15on that manner.16
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3מִ֤יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God4יְפַתֶּה֙H6601overreden, overreed, verloktallure, deceive, enlarge, entice, flatter, persuade, silly (one)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אַחְאָ֔בH256Achab, AchabsAhab7וְיַ֕עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8וְיִפֹּ֖לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down9בְּרָמֹ֣תH7433Ramoth, JeramothRamoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת)10גִּלְעָ֑דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite11וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12זֶה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13בְּכֹ֔הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder14וְזֶ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15אֹמֵ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16בְּכֹֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder
21Toen ging een geest uit, en stond voor het aangezicht des HEEREN, en zeide: Ik zal hem overreden. En de HEERE zeide tot hem: Waarmede?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen ging een geestH7307 uit, en stondH5975 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, en zeideH559: IkH589 zal hem overredenH6601. En de HEEREH3068 zeide totH413 hem: Waarmede?Toen ging een geest uit, en stond voor het aangezicht des HEEREN, en zeide: Ik zal hem overreden. En de HEERE zeide tot hem: Waarmede?
Ook in dit vers
zeideH559
KJVAnd there came forth1a spirit,2and stood3before4the LORD,5and said,6I will persuade8him.
1וַיֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הָר֗וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)3וַֽיַּעֲמֹד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry4לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8אֲפַתֶּ֑נּוּH6601overreden, overreed, verloktallure, deceive, enlarge, entice, flatter, persuade, silly (one)9וַיֹּ֧אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12בַּמָּֽהH3964[phrase] what
22En hij zeide: Ik zal uitgaan, en een leugengeest zijn in den mond van al zijn profeten. En Hij zeide: Gij zult overreden, en zult het ook vermogen; ga uit en doe alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En hij zeideH559: Ik zal uitgaanH3318, en een leugengeestH8267 zijn in den mondH6310 van alH3605 zijn profetenH5030. En Hij zeideH559: Gij zult overredenH6601, en zult het ookH1571vermogenH3201; ga uit en doeH6213alzoH3651.En hij zeide: Ik zal uitgaan, en een leugengeest zijn in den mond van al zijn profeten. En Hij zeide: Gij zult overreden, en zult het ook vermogen; ga uit en doe alzo.
KJVAnd the LORDsaid1unto him, Wherewith? And he said,9I will go forth,2and I will be a lying5spirit4in the mouth6of all his prophets.8And he said,Thou shalt persuade10him, and prevail12also: go forth,13and do14so.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3וְהָיִ֨יתִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)5שֶׁ֔קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully6בְּפִ֖יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8נְבִיאָ֑יוH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet9וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10תְּפַתֶּה֙H6601overreden, overreed, verloktallure, deceive, enlarge, entice, flatter, persuade, silly (one)11וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea12תּוּכָ֔לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer13צֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14וַעֲשֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
23Nu dan, zie, de HEERE heeft een leugengeest in den mond van al deze uw profeten gegeven; en de HEERE heeft kwaad over u gesproken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Nu dan, zieH2009, de HEEREH3068 heeft een leugengeestH8267 in den mondH6310 van alH3605dezeH428 uw profetenH5030gegevenH5414; en de HEEREH3068 heeft kwaadH7451overH5921 u gesprokenH1696.Nu dan, zie, de HEERE heeft een leugengeest in den mond van al deze uw profeten gegeven; en de HEERE heeft kwaad over u gesproken.
KJVNow therefore, behold, the LORD4hath put3a lying6spirit5in the mouth7of all these thy prophets,9and the LORD11hath spoken12evil14concerning thee.
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see3נָתַ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)6שֶׁ֔קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully7בְּפִ֖יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9נְבִיאֶ֣יךָH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet10אֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)11וַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13עָלֶ֖יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14רָעָֽהH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
24Toen trad Zedekia, de zoon van Kenaana, toe, en sloeg Micha op het kinnebakken; en hij zeide: Door wat weg is de geest des HEEREN van mij doorgegaan, om u aan te spreken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Toen tradH5066ZedekiaH6667, de zoonH1121 van KenaanaH3668, toe, en sloegH5221MichaH4321opH5921 het kinnebakkenH3895; en hij zeideH559: Door wat weg is de geestH7307 des HEERENH3068vanH854 mij doorgegaanH5674, om u aan te sprekenH1696?Toen trad Zedekia, de zoon van Kenaana, toe, en sloeg Micha op het kinnebakken; en hij zeide: Door wat weg is de geest des HEEREN van mij doorgegaan, om u aan te spreken?
KJVBut Zedekiah2the son3of Chenaanah4went near,1and smote5Micaiah7on the cheek,9and said,10Which way11went13the Spirit14of the LORD15from me to speak17unto thee?
1וַיִּגַּשׁ֙H5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2צִדְקִיָּ֣הוּH6667Zedekia, ZidkiaZedekiah, Zidkijah3בֶֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4כְּנַעֲנָ֔הH3668Kenaana, ChenaanaChenaanah5וַיַּכֶּ֥הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִיכָ֖יְהוּH4321Micha, MichajaMicah, Micaiah, Michaiah8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַלֶּ֑חִיH3895kinnebakken, ezelskinnebakken, wangencheek (bone), jaw (bone)10וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11אֵיH335waar?; hoe?how, what, whence, where, whether, which (way)12זֶ֨הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13עָבַ֧רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath14רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)15יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16מֵאִתִּ֖יH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix17לְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work18אוֹתָֽךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
25En Micha zeide: Zie, gij zult het zien, op dienzelfden dag, als gij zult gaan van kamer in kamer, om u te versteken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En MichaH4321zeideH559: ZieH2009, gij zult hetH1931zienH7200, op dienzelfden dagH3117, als gij zult gaan van kamerH2315 in kamerH2315, om u te verstekenH2247.En Micha zeide: Zie, gij zult het zien, op dienzelfden dag, als gij zult gaan van kamer in kamer, om u te versteken.
KJVAnd Micaiah2said,1Behold, thou shalt see4in that day,5when thou shalt go8into an inner9chamber10to hide11thyself.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מִיכָ֔יְהוּH4321Micha, MichajaMicah, Micaiah, Michaiah3הִנְּךָ֥H2005ziet, ziebehold, if, lo, though4רֹאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8תָּבֹ֛אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9חֶ֥דֶרH2315kamer, binnenkameren, slaapkamer((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within10בְּחֶ֖דֶרH2315kamer, binnenkameren, slaapkamer((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within11לְהֵחָבֵֽהH2247versteken, verberg, verbergthide (self)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
26De koning van Israel nu zeide: Neem Micha, en breng hem weder tot Amon, den overste der stad, en tot Joas, den zoon des konings;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26De koningH4428 van IsraelH3478 nu zeideH559: NeemH3947MichaH4321, en brengH7725 hem weder totH413AmonH526, den oversteH8269 der stadH5892, en totH413JoasH3101, den zoonH1121 des koningsH4428;De koning van Israel nu zeide: Neem Micha, en breng hem weder tot Amon, den overste der stad, en tot Joas, den zoon des konings;
KJVAnd the king2of Israel3said,1Take4Micaiah,6and carry him back7unto Amon9the governor10of the city,11and to Joash13the king's15son;14
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4קַ֚חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִיכָ֔יְהוּH4321Micha, MichajaMicah, Micaiah, Michaiah7וַהֲשִׁיבֵ֖הוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9אָמֹ֣ןH526AmonAmon10שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward11הָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town12וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13יוֹאָ֖שׁH3101JoasJoash14בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
27En gij zult zeggen: Zo zegt de koning: Zet dezen in het gevangenhuis, en spijst hem met brood der bedruktheid, en met water der bedruktheid, totdat ik met vrede weder kom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En gij zult zeggenH559: ZoH3541zegtH559 de koningH4428: ZetH7760dezenH2088 in het gevangenhuisH1004, en spijstH398 hem met broodH3899 der bedruktheidH3906, en met waterH4325 der bedruktheidH3906, totdatH5704 ik met vredeH7965 weder komH935.En gij zult zeggen: Zo zegt de koning: Zet dezen in het gevangenhuis, en spijst hem met brood der bedruktheid, en met water der bedruktheid, totdat ik met vrede weder kom.
KJVAnd say,1Thus saith3the king,4Put5this fellow in the prison,8and feed10him with bread11of affliction12and with water13of affliction,14until I come16in peace.17
1וְאָמַרְתָּ֗H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2כֹּ֚הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5שִׂ֥ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הַכֶּ֑לֶאH3608gevangenhuis, gevangenis, gevangenhuizenprison. Compare H3610 (כִּלְאַיִם), H3628 (כְּלִיא)10וְהַאֲכִילֻ֨הוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11לֶ֤חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals12לַ֨חַץ֙H3906onderdrukking, bedruktheid, verdrukkingaffliction, oppression13וּמַ֣יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))14לַ֔חַץH3906onderdrukking, bedruktheid, verdrukkingaffliction, oppression15עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16בֹּאִ֥יH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17בְשָׁלֽוֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
28En Micha zeide: Indien gij enigszins met vrede wederkomt, zo heeft de HEERE door mij niet gesproken! Verder zeide hij: Hoort, gij volken altegaar!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En MichaH4321zeideH559: IndienH518 gij enigszinsH7725 met vredeH7965wederkomtH7725, zo heeft de HEEREH3068 door mij nietH3808gesprokenH1696! Verder zeideH559 hij: HoortH8085, gij volkenH5971altegaarH3605!En Micha zeide: Indien gij enigszins met vrede wederkomt, zo heeft de HEERE door mij niet gesproken! Verder zeide hij: Hoort, gij volken altegaar!
KJVAnd Micaiah2said,1If thou return4at all5in peace,6the LORD9hath not spoken8by me. And he said,11Hearken,12O people,13every one of you.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מִיכָ֔יְהוּH4321Micha, MichajaMicah, Micaiah, Michaiah3אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet4שׁ֤וֹבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5תָּשׁוּב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6בְּשָׁל֔וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8דִבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10בִּ֑י11וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12שִׁמְע֖וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13עַמִּ֥יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14כֻּלָּֽםH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
29Alzo toog de koning van Israel en Josafat, de koning van Juda, op naar Ramoth in Gilead.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Alzo toogH5927 de koningH4428 van IsraelH3478 en JosafatH3092, de koningH4428 van JudaH3063, op naar RamothH7433 in GileadH1568.Alzo toog de koning van Israel en Josafat, de koning van Juda, op naar Ramoth in Gilead.
KJVSo the king2of Israel3and Jehoshaphat4the king5of Judah6went up1to Ramothgilead.7
1וַיַּ֧עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4וְיהוֹשָׁפָ֥טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)5מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah7רָמֹ֥תH7433Ramoth, JeramothRamoth-gilead, Ramoth in Gilead. See also H7216 (רָאמוֹת)8גִּלְעָֽדH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite
30En de koning van Israel zeide tot Josafat: Als ik mij versteld heb, zal ik in den strijd komen; maar gij, trek uw klederen aan. Alzo verstelde zich de koning van Israel, en kwam in den strijd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En de koningH4428 van IsraelH3478zeideH559totH413JosafatH3092: Als ik mij versteldH2664 heb, zal ik in den strijdH4421komenH935; maar gijH859, trekH3847 uw klederenH899 aan. Alzo versteldeH2664 zich de koningH4428 van IsraelH3478, en kwam in den strijdH4421.En de koning van Israel zeide tot Josafat: Als ik mij versteld heb, zal ik in den strijd komen; maar gij, trek uw klederen aan. Alzo verstelde zich de koning van Israel, en kwam in den strijd.
KJVAnd the king2of Israel3said1unto Jehoshaphat,5I will disguise6myself, and enter7into the battle;8but put thou on10thy robes.11And the king13of Israel14disguised12himself, and went15into the battle.16
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֶ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יְהוֹשָׁפָ֗טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)6הִתְחַפֵּשׂ֙H2664verstelde, doorzoeken, doorzochtchange, (make) diligent (search), disquise self, hide, search (for, out)7וָבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8בַמִּלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)9וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10לְבַ֣שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear11בְּגָדֶ֑יךָH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe12וַיִּתְחַפֵּשׂ֙H2664verstelde, doorzoeken, doorzochtchange, (make) diligent (search), disquise self, hide, search (for, out)13מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15וַיָּב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16בַּמִּלְחָמָֽהH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)
31De koning nu van Syrie had geboden aan de oversten der wagenen, van welke hij twee en dertig had, zeggende: Gij zult noch kleinen noch groten bestrijden, maar den koning van Israel alleen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31De koningH4428 nu van SyrieH758 had gebodenH6680 aan de overstenH8269 der wagenenH7393, van welkeH834 hij tweeH8147 en dertigH7970 had, zeggendeH559: Gij zult noch kleinenH6996 noch grotenH1419bestrijdenH3898, maarH3588 den koningH4428vanH854IsraelH3478 alleen.De koning nu van Syrie had geboden aan de oversten der wagenen, van welke hij twee en dertig had, zeggende: Gij zult noch kleinen noch groten bestrijden, maar den koning van Israel alleen.
KJVBut the king1of Syria2commanded3his thirty9and two10captains5that had rule over his chariots,6saying,11Fight13neither with small15nor great,17save only with the king21of Israel.22
1וּמֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal2אֲרָ֡םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians3צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שָׂרֵי֩H8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward6הָרֶ֨כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8ל֜וֹ9שְׁלֹשִׁ֤יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)10וּשְׁנַ֨יִם֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לֹ֚אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תִּלָּ֣חֲמ֔וּH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)14אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix15קָטֹ֖ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)16וְאֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix17גָּד֑וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very18כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19אִֽםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet20אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix21מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal22יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael23לְבַדּֽוֹH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
32Het geschiedde dan, als de oversten der wagenen Josafat zagen, dat zij zeiden: Gewisselijk, die is de koning van Israel, en zij keerden zich naar hem, om te strijden; maar Josafat riep uit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Het geschiedde dan, als de overstenH8269 der wagenenH7393JosafatH3092zagenH7200, dat zij zeidenH559: GewisselijkH389, die is de koningH4428 van IsraelH3478, en zij keerdenH5493 zich naar hem, om te strijdenH3898; maar JosafatH3092riepH2199 uit.Het geschiedde dan, als de oversten der wagenen Josafat zagen, dat zij zeiden: Gewisselijk, die is de koning van Israel, en zij keerden zich naar hem, om te strijden; maar Josafat riep uit.
KJVAnd it came to pass, when the captains3of the chariots4saw2Jehoshaphat,6that they said,8Surely it is the king10of Israel.11And they turned aside13to fight15against him: and Jehoshaphat17cried out.16
1וַיְהִ֡יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּרְאוֹת֩H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3שָׂרֵ֨יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4הָרֶ֜כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְהוֹשָׁפָ֗טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)7וְהֵ֤מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8אָֽמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)10מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11יִשְׂרָאֵ֣לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13וַיָּסֻ֥רוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without14עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15לְהִלָּחֵ֑םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)16וַיִּזְעַ֖קH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed17יְהוֹשָׁפָֽטH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)
33En het geschiedde, als de oversten der wagenen zagen, dat hij de koning van Israel niet was, dat zij zich van achter hem afkeerden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En het geschiedde, alsH3588 de overstenH8269 der wagenenH7393zagenH7200, dat hij de koningH4428 van IsraelH3478nietH3808 was, dat zij zich van achterH310 hem afkeerdenH7725.En het geschiedde, als de oversten der wagenen zagen, dat hij de koning van Israel niet was, dat zij zich van achter hem afkeerden.
KJVAnd it came to pass, when the captains3of the chariots4perceived2that it was not the king7of Israel,8that they turned back10from pursuing11him.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּרְאוֹת֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward4הָרֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10וַיָּשׁ֖וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11מֵאַחֲרָֽיוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
34Toen spande een man den boog in zijn eenvoudigheid, en schoot den koning van Israel tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zeide hij tot zijn voerman: Keer uw hand, en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Toen spandeH4900 een manH376 den boogH7198 in zijn eenvoudigheidH8537, en schootH5221 den koningH4428 van IsraelH3478tussenH996 de gespenH1694 en tussenH996 het pantsierH8302. Toen zeideH559 hij tot zijn voermanH7395: Keer uw handH3027, en voerH3318 mij uitH4480 het legerH4264, wantH3588 ik ben zeer verwondH2470.Toen spande een man den boog in zijn eenvoudigheid, en schoot den koning van Israel tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zeide hij tot zijn voerman: Keer uw hand, en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond.
KJVAnd a certain man1drew2a bow3at a venture,4and smote5the king7of Israel8between the joints10of the harness:12wherefore he said13unto the driver of his chariot,14Turn15thine hand,16and carry me out17of the host;19for I am wounded.21
1וְאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2מָשַׁ֤ךְH4900getrokken, trekken, trektdraw (along, out), continue, defer, extend, forbear, [idiom] give, handle, make (pro-, sound) long, [idiom] sow, scatter, stretch out3בַּקֶּ֨שֶׁת֙H7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)4לְתֻמּ֔וֹH8537oprechtheid, oprechtigheid, eenvoudigheidfull, integrity, perfect(-ion), simplicity, upright(-ly, -ness), at a venture. See H8550 (תֻּמִּים)5וַיַּכֶּה֙H5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10הַדְּבָקִ֖יםH1694gespen, soldeerseljoint, solder11וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within12הַשִּׁרְיָ֑ןH8302pantsier, pantser, pantsierenbreastplate, coat of mail, habergeon, harness. See H5630 (סִרְיֹן)13וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14לְרַכָּב֗וֹH7395voerman, ruiterchariot man, driver of a chariot, horseman15הֲפֹ֥ךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)16יָדְךָ֛H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves17וְהוֹצִיאֵ֥נִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter18מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with19הַֽמַּחֲנֶ֖הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents20כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21הָחֳלֵֽיתִיH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded
35En de strijd nam op denzelven dag toe, en de koning werd met den wagen staande gehouden tegenover de Syriers; maar hij stierf des avonds, en het bloed der wonde vloeide in den bak des wagens.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En de strijdH4421 nam op denzelven dagH3117 toe, en de koningH4428werdH1961 met den wagenH4818staandeH5975 gehouden tegenoverH5227 de SyriersH758; maar hij stierfH4191 des avondsH6153, en het bloedH1818 der wondeH4347vloeideH3332 in den bakH2436 des wagensH7393.En de strijd nam op denzelven dag toe, en de koning werd met den wagen staande gehouden tegenover de Syriers; maar hij stierf des avonds, en het bloed der wonde vloeide in den bak des wagens.
KJVAnd the battle2increased1that day:3and the king5was stayed up7in his chariot8against9the Syrians,10and died11at even:12and the blood14ran out13of the wound15into the midst17of the chariot.18
1וַתַּעֲלֶ֤הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2הַמִּלְחָמָה֙H4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)3בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5וְהַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6הָיָ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7מָעֳמָ֛דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8בַּמֶּרְכָּבָ֖הH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)9נֹ֣כַחH5227tegenover, recht, recht tegenover(over) against, before, direct(-ly), for, right (on)10אֲרָ֑םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians11וַיָּ֣מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12בָּעֶ֔רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night13וַיִּ֥צֶקH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast14דַּֽםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent15הַמַּכָּ֖הH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17חֵ֥יקH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within18הָרָֽכֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon
36En er ging een uitroeping door het heirleger, als de zon onderging, zeggende: Een ieder kere naar zijn stad, en een ieder naar zijn land!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En er gingH5674 een uitroepingH7440 door het heirlegerH4264, als de zonH8121ondergingH935, zeggendeH559: Een iederH376 kere naarH413 zijn stadH5892, en een iederH376naarH413 zijn landH776!En er ging een uitroeping door het heirleger, als de zon onderging, zeggende: Een ieder kere naar zijn stad, en een ieder naar zijn land!
KJVAnd there went1a proclamation2throughout the host3about the going down4of the sun,5saying,6Every man7to his city,9and every man10to his own country.12
1וַיַּעֲבֹ֤רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2הָרִנָּה֙H7440gejuich, geschrei, vreugdegezangcry, gladness, joy, proclamation, rejoicing, shouting, sing(-ing), triumph3בַּֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents4כְּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5הַשֶּׁ֖מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9עִיר֖וֹH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10וְאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12אַרְצֽוֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
37Alzo stierf de koning, en werd naar Samaria gebracht; en zij begroeven den koning te Samaria.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Alzo stierfH4191 de koningH4428, en werd naar SamariaH8111gebrachtH935; en zij begroevenH6912 den koningH4428 te SamariaH8111.Alzo stierf de koning, en werd naar Samaria gebracht; en zij begroeven den koning te Samaria.
KJVSo the king2died,1and was brought3to Samaria;4and they buried5the king7in Samaria.8
1וַיָּ֣מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3וַיָּב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4שֹׁמְר֑וֹןH8111SamariaSamaria5וַיִּקְבְּר֥וּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8בְּשֹׁמְרֽוֹןH8111SamariaSamaria
38Als men nu den wagen in den vijver van Samaria spoelde, lekten de honden zijn bloed, waar de hoeren wiesen, naar het woord des HEEREN,, dat Hij gesproken had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Als men nu den wagenH7393 in den vijverH1295 van SamariaH8111spoeldeH7857, lektenH3952 de hondenH3611 zijn bloedH1818, waar de hoerenH2185wiesenH7364, naar het woordH1697 des HEERENH3068,, datH834 Hij gesprokenH1696 had.Als men nu den wagen in den vijver van Samaria spoelde, lekten de honden zijn bloed, waar de hoeren wiesen, naar het woord des HEEREN,, dat Hij gesproken had.
KJVAnd one washed1the chariot3in the pool5of Samaria;6and the dogs8licked up7his blood;10and they washed12his armour;11according unto the word13of the LORD14which he spake.16
1וַיִּשְׁטֹ֨ףH7857overstromen, gespoeld, overlopendrown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָרֶ֜כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon4עַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5בְּרֵכַ֣תH1295vijvers, vijver, watervijver(fish-) pool6שֹׁמְר֗וֹןH8111SamariaSamaria7וַיָּלֹ֤קּוּH3952gelekt, lekken, lektenlap, lick8הַכְּלָבִים֙H3611honden, hond, hondsdog9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10דָּמ֔וֹH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent11וְהַזֹּנ֖וֹתH2185hoerenarmour12רָחָ֑צוּH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)13כִּדְבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16דִּבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
39Het overige nu der geschiedenissen van Achab, en al wat hij gedaan heeft, en het elpenbenen huis, dat hij gebouwd heeft, en al de steden, die hij gebouwd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van AchabH256, en alH3605watH834 hij gedaanH6213 heeft, en het elpenbenenH8127huisH1004, datH834 hij gebouwdH1129 heeft, en alH3605 de stedenH5892, die hij gebouwdH1129 heeft, zijn die nietH3808geschrevenH3789 in het boekH5612 der kroniekenH1697 der koningenH4428 van IsraelH3478?Het overige nu der geschiedenissen van Achab, en al wat hij gedaan heeft, en het elpenbenen huis, dat hij gebouwd heeft, en al de steden, die hij gebouwd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
KJVNow the rest1of the acts2of Ahab,3and all that he did,6and the ivory8house7which he made,10and all the cities12that he built,14are they not written17in the book19of the chronicles20of the kings22of Israel?23
1וְיֶתֶר֩H3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with2דִּבְרֵ֨יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3אַחְאָ֜בH256Achab, AchabsAhab4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עָשָׂ֗הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7וּבֵ֤יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8הַשֵּׁן֙H8127tanden, tand, elpenbenencrag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10בָּנָ֔הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely11וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הֶעָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14בָּנָ֑הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely15הֲלֽוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16הֵ֣םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17כְּתוּבִ֗יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19סֵ֛פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll20דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work21הַיָּמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger22לְמַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal23יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
40Alzo ontsliep Achab met zijn vaderen; en zijn zoon Ahazia werd koning in zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Alzo ontsliepH7901AchabH256metH5973 zijn vaderenH1; en zijn zoonH1121AhaziaH274 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478.Alzo ontsliep Achab met zijn vaderen; en zijn zoon Ahazia werd koning in zijn plaats.
KJVSo Ahab2slept1with his fathers;4and Ahaziah6his son7reigned5in his stead.
1וַיִּשְׁכַּ֥בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2אַחְאָ֖בH256Achab, AchabsAhab3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲבֹתָ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַיִּמְלֹ֛ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely6אֲחַזְיָ֥הוּH274AhaziaAhaziah7בְנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
41Josafat nu, de zoon van Asa, werd koning over Juda, in het vierde jaar van Achab, den koning van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41JosafatH3092 nu, de zoonH1121 van AsaH609, werd koning overH5921JudaH3063, in het vierdeH702jaarH8141 van AchabH256, den koning van IsraelH3478.Josafat nu, de zoon van Asa, werd koning over Juda, in het vierde jaar van Achab, den koning van Israel.
Ook in dit vers
koningH4427
koningH4428
KJVAnd Jehoshaphat1the son2of Asa3began to reign4over Judah6in the fourth8year7of Ahab9king10of Israel.11
1וִיהֽוֹשָׁפָט֙H3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אָסָ֔אH609AsaAsa4מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah7בִּשְׁנַ֣תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8אַרְבַּ֔עH702vier, vierhonderd, veertienfour9לְאַחְאָ֖בH256Achab, AchabsAhab10מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
42Josafat was vijf en dertig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Azuba, de dochter van Silchi.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42JosafatH3092 was vijfH2568 en dertigH7970jarenH8141oudH1121, als hij koningH4427 werd, en regeerdeH4427vijfH2568 en twintigH6242jarenH8141 te JeruzalemH3389; en de naamH8034 zijner moederH517 was AzubaH5806, de dochterH1323 van SilchiH7977.Josafat was vijf en dertig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Azuba, de dochter van Silchi.
KJVJehoshaphat1was thirty3and five4years5old2when he began to reign;6and he reigned10twenty7and five8years9in Jerusalem.11And his mother's13name12was Azubah14the daughter15of Shilhi.16
1יְהוֹשָׁפָ֗טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3שְׁלֹשִׁ֨יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4וְחָמֵ֤שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)5שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6בְּמָלְכ֔וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely7וְעֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)8וְחָמֵשׁ֙H2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)9שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10מָלַ֖ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely11בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem12וְשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13אִמּ֔וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting14עֲזוּבָ֖הH5806AzubaAzubah15בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village16שִׁלְחִֽיH7977Silchi, SilhiShilhi
43En hij wandelde in al den weg van zijn vader Asa; hij week niet daarvan, doende dat recht was in de ogen des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43En hij wandeldeH3212 in alH3605 den wegH1870vanH4480 zijn vaderH1AsaH609; hij weekH5493nietH3808 daarvan, doende dat rechtH3477 was in de ogenH5869 des HEERENH3068.En hij wandelde in al den weg van zijn vader Asa; hij week niet daarvan, doende dat recht was in de ogen des HEEREN.
KJVAnd he walked1in all the ways3of Asa4his father;5he turned not aside7from it, doing9that which was right10in the eyes11of the LORD:12nevertheless the high placeswere not taken away;for the peopleofferedand burnt incenseyet in the high places.
1וַיֵּ֗לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3דֶּ֛רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4אָסָ֥אH609AsaAsa5אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7סָ֣רH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without8מִמֶּ֑נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10הַיָּשָׁ֖רH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)11בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
44Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44Evenwel werden de hoogten nietH3808weggenomenH5493; het volkH5971offerdeH2076 en rookteH6999nogH5750 op de hoogten.Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten.
Ook in dit vers
hoogtenH1116
hoogtenH1116
KJVAnd Jehoshaphatmade peacewith the kingof Israel.
1אַ֥ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2הַבָּמ֖וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave3לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4סָ֑רוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without5ע֥וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)6הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7מְזַבְּחִ֥יםH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay8וּֽמְקַטְּרִ֖יםH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)9בַּבָּמֽוֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave
45En Josafat maakte vrede met den koning van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45En JosafatH3092 maakte vredeH7999metH5973 den koningH4428 van IsraelH3478.En Josafat maakte vrede met den koning van Israel.
KJVNow the restof the actsof Jehoshaphat,2and his mightthat he shewed,and how he warred,are they not writtenin the bookof the chroniclesof the kings4of Judah?
1וַיַּשְׁלֵ֥םH7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely2יְהוֹשָׁפָ֖טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
46Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, en zijn macht, die hij bewezen heeft, en hoe hij geoorloogd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van JosafatH3092, en zijn machtH1369, die hij bewezen heeft, en hoe hij geoorloogdH3898 heeft, zijn die nietH3808geschrevenH3789 in het boekH5612 der kronieken der koningenH4428 van JudaH3063?Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, en zijn macht, die hij bewezen heeft, en hoe hij geoorloogd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
Ook in dit vers
hoeH834
geschiedenissenH1697
bewezenH6213
dagenH3117
KJVAnd the remnant1of the sodomites,which remainedin the days15of his fatherAsa,he tookout of the land.
1וְיֶ֨תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with2דִּבְרֵ֧יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3יְהוֹשָׁפָ֛טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)4וּגְבוּרָת֥וֹH1369macht, mogendheden, sterkteforce, mastery, might, mighty (act, power), power, strength5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7וַאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8נִלְחָ֑םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)9הֲלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הֵ֣םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye11כְּתוּבִ֗יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13סֵ֛פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll14דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work15הַיָּמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16לְמַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal17יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
47Ook deed hij uit het land weg de overige schandjongens, die in de dagen van zijn vader Asa overgebleven waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47Ook deed hij uit het landH776wegH1197 de overige schandjongensH6945, dieH834 in de dagenH3117 van zijn vaderH1AsaH609overgeblevenH7604 waren.Ook deed hij uit het land weg de overige schandjongens, die in de dagen van zijn vader Asa overgebleven waren.
Ook in dit vers
overigeH3499
KJVThere was then no kingin Edom:a deputywas king.
1וְיֶ֨תֶר֙H3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with2הַקָּדֵ֔שׁH6945schandjongens, schandjongensodomite, unclean3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4נִשְׁאַ֔רH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest5בִּימֵ֖יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6אָסָ֣אH609AsaAsa7אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8בִּעֵ֖רH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
48Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48Toen was er geenH369 koning in EdomH123, maar een stadhouderH5324 des konings.Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings.
Ook in dit vers
koningH4428
koningsH4428
KJVJehoshaphatmadeshipsof Tharshishto goto Ophirfor gold:but they wentnot; for the shipswere brokenat Eziongeber.
1וּמֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal2אֵ֛יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)3בֶּאֱד֖וֹםH123Edom, Edomieten, EdomsEdom, Edomites, Idumea4נִצָּ֥בH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state5מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
49En Josafat maakte schepen van Tharsis, om naar Ofir te gaan om goud; maar zij gingen niet, want de schepen werden gebroken te Ezeon-Geber.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49En JosafatH3092maakteH6213schepenH591 van TharsisH8659, om naar OfirH211 te gaan om goudH2091; maar zij gingen nietH3808, want de schepen werden gebrokenH7665 te Ezeon-Geber.En Josafat maakte schepen van Tharsis, om naar Ofir te gaan om goud; maar zij gingen niet, want de schepen werden gebroken te Ezeon-Geber.
Ook in dit vers
schepenH591
gingenH1980
Ezeon-geberH6100
varenH3212
KJVThen saidAhaziahthe sonof Ahabunto Jehoshaphat,1Let my servantsgo5with thy servantsin the ships.3But Jehoshaphatwouldnot.
1יְהוֹשָׁפָ֡טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)2עָשָׂה֩H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3אֳנִיּ֨וֹתH591schepen, schipship(-men)4תַּרְשִׁ֜ישׁH8659Tarsis, Tharsis, TharsisaTarshish, Tharshish5לָלֶ֧כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6אוֹפִ֛ירָהH211OfirOphir7לַזָּהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather8וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הָלָ֑ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11נִשְׁבְּר֥וּH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))12אֳנִיּ֖וֹתH591schepen, schipship(-men)13בְּעֶצְי֥וֹןH6100Ezeon-geberEzion-geber14גָּֽבֶרH6100Ezeon-geberEzion-geber
50Toen zeide Ahazia, de zoon van Achab, tot Josafat: Laat mijn knechten met uw knechten op de schepen varen; maar Josafat wilde niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50Toen zeideH559AhaziaH274, de zoonH1121 van AchabH256, totH413JosafatH3092: Laat mijn knechten metH5973 uw knechten op de schepenH591 varen; maar Josafat wildeH14nietH3808.Toen zeide Ahazia, de zoon van Achab, tot Josafat: Laat mijn knechten met uw knechten op de schepen varen; maar Josafat wilde niet.
Ook in dit vers
JosafatH3092
knechtenH5650
knechtenH5650
wandeldeH3212
KJVAnd Jehoshaphat7sleptwith his fathers,and was buriedwith his fathersin the cityof Davidhis father:and Jehoramhis son4reignedin his stead.
1אָ֠זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet2אָמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲחַזְיָ֤הוּH274AhaziaAhaziah4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אַחְאָב֙H256Achab, AchabsAhab6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7יְה֣וֹשָׁפָ֔טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)8יֵלְכ֧וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9עֲבָדַ֛יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant10עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11עֲבָדֶ֖יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant12בָּאֳנִיּ֑וֹתH591schepen, schipship(-men)13וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14אָבָ֖הH14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing15יְהוֹשָׁפָֽטH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)
51En Josafat ontsliep met zijn vaderen, en werd bij zijn vaderen begraven in de stad van zijn vader David; en zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51En JosafatH3092ontsliepH7901metH5973 zijn vaderenH1, en werd bijH5973 zijn vaderenH1begravenH6912 in de stadH5892 van zijn vaderH1DavidH1732; en zijn zoonH1121JoramH3088 werd koning in zijn plaatsH8478.En Josafat ontsliep met zijn vaderen, en werd bij zijn vaderen begraven in de stad van zijn vader David; en zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats.
Ook in dit vers
koningH4427
KJVAhaziahthe son13of Ahabbegan to reign11over Israelin Samariathe seventeenthyearof Jehoshaphat2kingof Judah,and reignedtwo yearsover Israel.
1וַיִּשְׁכַּ֤בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2יְהֽוֹשָׁפָט֙H3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲבֹתָ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַיִּקָּבֵר֙H6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7אֲבֹתָ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8בְּעִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9דָּוִ֣דH1732David, DavidsDavid10אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11וַיִּמְלֹ֛ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely12יְהוֹרָ֥םH3088Joram, Jehoram, JerohamJehoram, Joram. Compare H3141 (יוֹרָם)13בְּנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
52Ahazia, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het zeventiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en regeerde twee jaren over Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52AhaziaH274, de zoonH1121 van AchabH256, werd koning overH5921IsraelH3478 te SamariaH8111, in het zeventiendeH7651 jaar van JosafatH3092, den koning van JudaH3063, en regeerdeH4427 twee jaren overH5921 Israel.Ahazia, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het zeventiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en regeerde twee jaren over Israel.
Ook in dit vers
IsraelH3478
koningH4427
koningH4428
jaarH8141
jarenH8141
KJVAnd he didevilin the sightof the LORD,and walkedin the wayof his father,and in the wayof his mother,and in the wayof Jeroboamthe son2of Nebat,who made Israel6to sin:
1אֲחַזְיָ֣הוּH274AhaziaAhaziah2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אַחְאָ֗בH256Achab, AchabsAhab4מָלַ֤ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7בְּשֹׁ֣מְר֔וֹןH8111SamariaSamaria8בִּשְׁנַת֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9שְׁבַ֣עH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)10עֶשְׂרֵ֔הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)11לִיהוֹשָׁפָ֖טH3092Josafat, Josafath, JosafatsJehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט)12מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah14וַיִּמְלֹ֥ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17שְׁנָתָֽיִםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
53En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; want hij wandelde in den weg van zijn vader, en in den weg van zijn moeder, en in den weg van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53En hij deedH6213 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068; want hij wandeldeH3212 in den weg van zijn vaderH1, en in den weg van zijn moederH517, en in den weg van JerobeamH3379, den zoonH1121 van NebatH5028, die Israel zondigenH2398 deed.En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; want hij wandelde in den weg van zijn vader, en in den weg van zijn moeder, en in den weg van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.
Ook in dit vers
IsraelH3478
wegH1870
wegH1870
wegH1870
KJVFor he servedBaal,and worshippedhim, and provoked to angerthe LORD4Godof Israel,17according to all that his father7had done.1
1וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הָרַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)3בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיֵּ֗לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6בְּדֶ֤רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)7אָבִיו֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8וּבְדֶ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9אִמּ֔וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting10וּבְדֶ֨רֶךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11יָרָבְעָ֣םH3379Jerobeam, Jerobeams, jerobeamJeroboam12בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13נְבָ֔טH5028NebatNebat14אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15הֶחֱטִ֖יאH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
54En hij diende Baal, en boog zich voor hem, en vertoornde den HEERE, den God Israels, naar alles, wat zijn vader gedaan had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54En hij diendeH5647BaalH1168, en boogH7812 zich voor hem, en vertoorndeH3707 den HEERE, den GodH430IsraelsH3478, naar allesH3605, watH834 zijn vaderH1gedaanH6213 had.En hij diende Baal, en boog zich voor hem, en vertoornde den HEERE, den God Israels, naar alles, wat zijn vader gedaan had.
1וַֽיַּעֲבֹד֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבַּ֔עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim4וַיִּֽשְׁתַּחֲוֶ֖הH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship5ל֑וֹ6וַיַּכְעֵ֗סH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11כְּכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14אָבִֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 22:1— En zij zaten drie jaren stil, dat er geen krijg was tussen Syrie en tussen Israel.1 Koningen 20:34→
1 Koningen 22:2— Maar het geschiedde in het derde jaar, als Josafat, de koning van Juda, tot den koning van Israel afgekomen was,1 Koningen 15:24→1 Koningen 22:1→1 Koningen 22:41→2 Koningen 8:18→Mattheüs 16:21→Mattheüs 12:40→2 Kronieken 18:1→1 Koningen 22:44→
1 Koningen 22:3— Dat de koning van Israel tot zijn knechten zeide: Weet gij, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van den koning van Syrie.Deuteronomium 4:43→1 Koningen 4:13→Jozua 21:38→2 Samuël 19:10→Jozua 20:8→Richteren 16:2→
1 Koningen 22:4— Daarna zeide hij tot Josafat: Zult gij met mij trekken in den strijd naar Ramoth in Gilead? En Josafat zeide tot den koning van Israel: Zo zal ik zijn gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.2 Koningen 3:7→Spreuken 13:20→Efeze 5:11→2 Johannes 1:11→Openbaring 2:26→Psalmen 139:21→1 Korinthe 15:33→2 Kronieken 19:2→
1 Koningen 22:5— Verder zeide Josafat tot den koning van Israel: Vraag toch als heden naar het woord des HEEREN.2 Koningen 3:11→2 Kronieken 18:4→Jeremia 42:2→Richteren 20:18→Richteren 1:1→1 Samuël 14:18→2 Koningen 1:3→1 Samuël 23:9→
1 Koningen 22:6— Toen vergaderde de koning van Israel de profeten, omtrent vierhonderd man, en hij zeide tot hen: Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden: Trek op, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.1 Koningen 18:19→Jeremia 23:14→Ezechiël 13:22→2 Timotheüs 4:3→Jeremia 8:10→Jeremia 28:1→Openbaring 19:20→Ezechiël 13:7→
1 Koningen 22:7— Maar Josafat zeide: Is hier niet nog een profeet des HEEREN, dat wij het van hem vragen mochten?2 Kronieken 18:6→2 Koningen 3:11→
1 Koningen 22:8— Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!Micha 2:7→Johannes 17:14→Amos 5:10→Jeremia 38:4→Johannes 7:7→Johannes 3:19→1 Koningen 22:27→Jeremia 43:3→
1 Koningen 22:9— Toen riep de koning van Israel een kamerling, en hij zeide: Haal haastelijk Micha, den zoon van Jimla.1 Koningen 22:26→2 Kronieken 18:8→2 Koningen 9:32→Jesaja 39:7→Daniël 1:18→
1 Koningen 22:10— De koning van Israel nu, en Josafat, de koning van Juda, zaten elk op zijn troon, bekleed met hun klederen, op het plein, aan de deur der poort van Samaria; en al de profeten profeteerden in hun tegenwoordigheid.Handelingen 25:23→1 Koningen 22:30→Mattheüs 6:20→Esther 6:8→1 Koningen 18:29→2 Kronieken 18:9→Esther 5:1→1 Koningen 22:6→
1 Koningen 22:11— En Zedekia, de zoon van Kenaana, had zich ijzeren horens gemaakt; en hij zeide: Zo zegt de HEERE: Met deze zult gij de Syriers stoten, totdat gij hen gans verdaan zult hebben.Zacharia 1:18→Deuteronomium 33:17→Jeremia 29:21→Ezechiël 13:6→Jeremia 28:2→Jeremia 27:2→2 Korinthe 11:13→Jeremia 23:31→
1 Koningen 22:12— En al de profeten profeteerden alzo, zeggende: Trek op naar Ramoth in Gilead, en gij zult voorspoedig zijn; want de HEERE zal hen in de hand des konings geven.2 Kronieken 35:22→1 Koningen 22:6→1 Koningen 22:32→
1 Koningen 22:13— De bode nu, die heengegaan was, om Micha te roepen, sprak tot hem, zeggende: Zie toch, de woorden der profeten zijn uit een mond goed tot den koning; dat toch uw woord zij, gelijk als het woord van een uit hen, en spreek het goede.1 Korinthe 2:14→Psalmen 50:21→Micha 2:11→Amos 7:13→Psalmen 11:1→Micha 2:6→Psalmen 14:1→Hosea 7:3→
1 Koningen 22:14— Doch Micha zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, hetgeen de HEERE tot mij zeggen zal, dat zal ik spreken.Numeri 24:13→Numeri 22:18→Handelingen 20:26→Jeremia 26:2→Ezechiël 2:4→Numeri 22:38→2 Korinthe 2:17→1 Koningen 18:15→
1 Koningen 22:15— Als hij tot den koning gekomen was, zo zeide de koning tot hem: Micha, zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij het nalaten? En hij zeide tot hem: Trek op, en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.Prediker 11:9→2 Kronieken 18:14→Richteren 10:14→2 Koningen 3:13→Mattheüs 26:45→1 Koningen 18:27→
1 Koningen 22:16— En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?Markus 5:7→Jozua 6:26→2 Kronieken 18:15→Jeremia 42:3→Mattheüs 22:16→Mattheüs 26:63→Handelingen 19:13→1 Samuël 14:24→
1 Koningen 22:17— En hij zeide: Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en de HEERE zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede.Mattheüs 9:36→Numeri 27:17→1 Koningen 22:34→Jeremia 50:17→Zacharia 13:7→1 Samuël 9:9→Zacharia 10:2→Jeremia 1:11→
1 Koningen 22:18— Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goed, maar kwaads profeteren?1 Koningen 22:8→Spreuken 10:24→Lukas 11:45→Spreuken 27:22→Spreuken 29:1→
1 Koningen 22:19— Verder zeide hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag den HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir staande nevens Hem, aan Zijn rechter hand en aan Zijn linkerhand.Job 2:1→Daniël 7:9→Job 1:6→Hebreeën 1:14→Psalmen 103:20→Jesaja 6:1→Hebreeën 1:7→Mattheüs 18:10→
1 Koningen 22:20— En de HEERE zeide: Wie zal Achab overreden, dat hij optrekke en valle te Ramoth in Gilead? De een nu zeide aldus, en de andere zeide alzo.Ezechiël 14:9→Job 12:16→Jeremia 4:10→
1 Koningen 22:21— Toen ging een geest uit, en stond voor het aangezicht des HEEREN, en zeide: Ik zal hem overreden. En de HEERE zeide tot hem: Waarmede?1 Koningen 22:23→Job 1:6→Job 2:1→
1 Koningen 22:22— En hij zeide: Ik zal uitgaan, en een leugengeest zijn in den mond van al zijn profeten. En Hij zeide: Gij zult overreden, en zult het ook vermogen; ga uit en doe alzo.Richteren 9:23→Ezechiël 14:9→1 Koningen 22:20→Job 2:4→1 Johannes 4:6→Openbaring 20:7→1 Samuël 19:9→Psalmen 109:17→
1 Koningen 22:23— Nu dan, zie, de HEERE heeft een leugengeest in den mond van al deze uw profeten gegeven; en de HEERE heeft kwaad over u gesproken.Ezechiël 14:9→1 Koningen 20:42→Mattheüs 24:24→Jesaja 6:9→Deuteronomium 2:30→Exodus 10:20→1 Koningen 21:19→Jesaja 44:20→
1 Koningen 22:24— Toen trad Zedekia, de zoon van Kenaana, toe, en sloeg Micha op het kinnebakken; en hij zeide: Door wat weg is de geest des HEEREN van mij doorgegaan, om u aan te spreken?Handelingen 23:2→Micha 5:1→Klaagliederen 3:30→Mattheüs 26:68→Markus 15:19→1 Koningen 22:11→Markus 14:65→Johannes 15:20→
1 Koningen 22:25— En Micha zeide: Zie, gij zult het zien, op dienzelfden dag, als gij zult gaan van kamer in kamer, om u te versteken.1 Koningen 20:30→Jeremia 29:32→Jeremia 29:21→Openbaring 19:20→Jesaja 9:14→Numeri 31:8→Amos 7:17→Jeremia 28:16→
1 Koningen 22:27— En gij zult zeggen: Zo zegt de koning: Zet dezen in het gevangenhuis, en spijst hem met brood der bedruktheid, en met water der bedruktheid, totdat ik met vrede weder kom.2 Kronieken 16:10→2 Kronieken 18:25→Markus 6:17→Psalmen 127:2→Handelingen 5:18→Lukas 12:45→Efeze 3:1→Jeremia 37:15→
1 Koningen 22:28— En Micha zeide: Indien gij enigszins met vrede wederkomt, zo heeft de HEERE door mij niet gesproken! Verder zeide hij: Hoort, gij volken altegaar!Micha 1:2→Numeri 16:29→Amos 3:1→Deuteronomium 18:20→Markus 7:14→Markus 12:37→2 Koningen 1:12→2 Kronieken 18:27→
1 Koningen 22:29— Alzo toog de koning van Israel en Josafat, de koning van Juda, op naar Ramoth in Gilead.2 Kronieken 18:28→1 Koningen 22:2→
1 Koningen 22:30— En de koning van Israel zeide tot Josafat: Als ik mij versteld heb, zal ik in den strijd komen; maar gij, trek uw klederen aan. Alzo verstelde zich de koning van Israel, en kwam in den strijd.2 Kronieken 35:22→Jeremia 23:24→1 Koningen 14:2→2 Kronieken 18:29→1 Koningen 22:10→Psalmen 12:2→Spreuken 21:30→2 Samuël 14:2→
1 Koningen 22:31— De koning nu van Syrie had geboden aan de oversten der wagenen, van welke hij twee en dertig had, zeggende: Gij zult noch kleinen noch groten bestrijden, maar den koning van Israel alleen.1 Koningen 20:24→2 Kronieken 18:30→1 Koningen 20:16→1 Samuël 30:2→Jeremia 16:6→1 Koningen 20:33→Genesis 19:11→1 Koningen 20:1→
1 Koningen 22:32— Het geschiedde dan, als de oversten der wagenen Josafat zagen, dat zij zeiden: Gewisselijk, die is de koning van Israel, en zij keerden zich naar hem, om te strijden; maar Josafat riep uit.Spreuken 13:20→Jona 2:1→Exodus 14:10→Psalmen 116:1→2 Kronieken 18:31→Psalmen 50:15→Psalmen 130:1→Psalmen 91:15→
1 Koningen 22:33— En het geschiedde, als de oversten der wagenen zagen, dat hij de koning van Israel niet was, dat zij zich van achter hem afkeerden.1 Koningen 22:31→Psalmen 76:10→
1 Koningen 22:34— Toen spande een man den boog in zijn eenvoudigheid, en schoot den koning van Israel tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zeide hij tot zijn voerman: Keer uw hand, en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond.2 Kronieken 35:23→1 Samuël 17:49→2 Kronieken 18:30→2 Samuël 15:11→2 Koningen 9:24→Micha 6:13→Openbaring 9:9→
1 Koningen 22:35— En de strijd nam op denzelven dag toe, en de koning werd met den wagen staande gehouden tegenover de Syriers; maar hij stierf des avonds, en het bloed der wonde vloeide in den bak des wagens.1 Koningen 20:42→1 Koningen 22:28→
1 Koningen 22:36— En er ging een uitroeping door het heirleger, als de zon onderging, zeggende: Een ieder kere naar zijn stad, en een ieder naar zijn land!2 Koningen 14:12→1 Koningen 22:17→1 Samuël 4:10→1 Koningen 22:31→2 Samuël 19:8→1 Koningen 12:16→Richteren 21:24→1 Koningen 12:24→
1 Koningen 22:38— Als men nu den wagen in den vijver van Samaria spoelde, lekten de honden zijn bloed, waar de hoeren wiesen, naar het woord des HEEREN,, dat Hij gesproken had.1 Koningen 21:19→Jesaja 48:3→Jesaja 44:25→Zacharia 1:4→Jozua 23:14→Jeremia 44:21→Mattheüs 24:35→
1 Koningen 22:39— Het overige nu der geschiedenissen van Achab, en al wat hij gedaan heeft, en het elpenbenen huis, dat hij gebouwd heeft, en al de steden, die hij gebouwd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?Amos 3:15→1 Koningen 16:5→1 Koningen 15:31→1 Koningen 10:22→Ezechiël 27:15→Amos 6:4→Ezechiël 27:6→1 Koningen 14:19→
1 Koningen 22:40— Alzo ontsliep Achab met zijn vaderen; en zijn zoon Ahazia werd koning in zijn plaats.Deuteronomium 31:16→2 Koningen 1:17→1 Koningen 11:21→2 Kronieken 20:35→2 Koningen 1:2→1 Koningen 22:51→1 Koningen 14:31→2 Samuël 7:12→
1 Koningen 22:41— Josafat nu, de zoon van Asa, werd koning over Juda, in het vierde jaar van Achab, den koning van Israel.2 Kronieken 20:31→1 Koningen 22:2→2 Kronieken 17:1→1 Kronieken 3:10→
1 Koningen 22:42— Josafat was vijf en dertig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Azuba, de dochter van Silchi.1 Koningen 15:2→2 Koningen 1:17→1 Koningen 14:21→1 Koningen 15:10→2 Koningen 8:16→
1 Koningen 22:43— En hij wandelde in al den weg van zijn vader Asa; hij week niet daarvan, doende dat recht was in de ogen des HEEREN.1 Koningen 15:14→2 Koningen 12:3→2 Koningen 18:22→2 Kronieken 15:8→2 Kronieken 20:3→2 Kronieken 15:17→Psalmen 40:4→2 Koningen 15:3→
1 Koningen 22:44— Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten.2 Kronieken 19:2→1 Koningen 22:2→2 Koningen 8:18→2 Korinthe 6:14→2 Kronieken 21:6→
1 Koningen 22:45— En Josafat maakte vrede met den koning van Israel.2 Kronieken 20:34→1 Koningen 14:29→1 Koningen 11:41→
1 Koningen 22:46— Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, en zijn macht, die hij bewezen heeft, en hoe hij geoorloogd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?1 Koningen 14:24→1 Koningen 15:12→Deuteronomium 23:17→Judas 1:7→Genesis 19:5→Richteren 19:22→1 Timotheüs 1:10→Romeinen 1:26→
1 Koningen 22:47— Ook deed hij uit het land weg de overige schandjongens, die in de dagen van zijn vader Asa overgebleven waren.2 Koningen 3:9→2 Samuël 8:14→2 Koningen 8:20→Genesis 25:23→Genesis 36:31→Genesis 27:40→Psalmen 108:9→
1 Koningen 22:48— Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings.1 Koningen 10:22→1 Koningen 9:26→1 Koningen 9:28→Jesaja 2:16→2 Kronieken 25:7→2 Kronieken 20:35→Jona 1:3→2 Kronieken 9:21→
1 Koningen 22:50— Toen zeide Ahazia, de zoon van Achab, tot Josafat: Laat mijn knechten met uw knechten op de schepen varen; maar Josafat wilde niet.2 Kronieken 21:1→1 Koningen 15:24→1 Koningen 14:31→2 Kronieken 21:5→1 Koningen 2:10→2 Koningen 8:16→1 Koningen 22:40→1 Koningen 11:43→
1 Koningen 22:51— En Josafat ontsliep met zijn vaderen, en werd bij zijn vaderen begraven in de stad van zijn vader David; en zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats.1 Koningen 22:40→1 Koningen 15:25→2 Koningen 1:17→
1 Koningen 22:52— Ahazia, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het zeventiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en regeerde twee jaren over Israel.1 Koningen 15:26→1 Koningen 21:25→Openbaring 3:20→1 Koningen 12:28→1 Koningen 16:30→2 Koningen 1:2→2 Koningen 9:22→2 Koningen 3:3→
1 Koningen 22:53— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; want hij wandelde in den weg van zijn vader, en in den weg van zijn moeder, en in den weg van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.1 Koningen 16:30→Ezechiël 8:3→Psalmen 106:29→2 Koningen 1:2→Richteren 2:1→2 Koningen 3:2→1 Koningen 21:29→Ezechiël 18:14→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 22 vers 1— En zij zaten drie jaren stil, dat er geen krijg was tussen Syrie en tussen Israel.
zij zaten
Namelijk, de Syriërs en de Israëlieten, tussen welken tevoren oorlog was geweest. Zie boven, 1Ki 20.
Hertaald:zij zaten
Namelijk: de Syriërs en de Israëlieten, tussen wie eerder oorlog geweest was. Zie hierboven 1 Kon. 20.
drie jaren
Deze jaren zijn te rekenen van de tweede nederlaag, die de Syriërs in den oorlog tegen de Israëlieten gekregen hadden, waarvan te zien is boven, 1 Kon. 20:29, enz.
Hertaald:drie jaren
Deze jaren zijn te rekenen vanaf de tweede nederlaag die de Syriërs in de oorlog tegen de Israëlieten geleden hadden, waarover hierboven 1 Kon. 20:29 te raadplegen is, enzovoort.
1 Koningen 22 vers 2— Maar het geschiedde in het derde jaar, als Josafat, de koning van Juda, tot den koning van Israel afgekomen was,
den koning van Israël
Namelijk, Achab, met welken hij niet alleen in vrede stond, onder, vs.45, maar ook in zwagerschap getreden was, door het huwelijk van zijn zoon Joram met Athalia, de dochter van Achab, 2 Kon. 8:18, en 2 Kron. 18:1.
Hertaald:den koning van Israël
Namelijk: Achab, met wie hij niet alleen in vrede leefde, hieronder vers 45, maar met wie hij ook door aantrouwing verbonden was geraakt, door het huwelijk van zijn zoon Joram met Athalia, de dochter van Achab, 2 Kon. 8:18, en 2 Kron. 18:1.
1 Koningen 22 vers 3— Dat de koning van Israel tot zijn knechten zeide: Weet gij, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van den koning van Syrie.
knechten zeide
Zie Gen. 20:8.
Hertaald:knechten zeide
Zie Gen. 20:8.
Ramoth
Zie van deze stad Deut. 4:43, en boven, 1 Kon. 4:13.
Hertaald:Ramoth
Zie over deze stad Deut. 4:43 en hierboven 1 Kon. 4:13.
onze is?
Want deze stad behoorde tot het land der Israëlieten, zijnde gelegen in den stam van Gad, en Benhadad, wiens vader haar den Israëlieten afgenomen had, had ze beloofd hun weder te geven; boven, 1 Kon. 20:34.
Hertaald:onze is?
Want deze stad behoorde tot het land van de Israëlieten en lag in de stam Gad; en Benhadad, wiens vader haar op de Israëlieten veroverd had, had beloofd haar aan hen terug te geven; hierboven 1 Kon. 20:34.
zijn stil,
Hebreeuws, zwijgen; doch het Hebreeuwse woord betekent nalating, niet allen van spreken, maar ook van iets te doen, gelijk Ex. 14:14; Richt. 18:9; Jes. 64:12.
Hertaald:zijn stil,
Hebreeuws: zwijgen; maar het Hebreeuwse woord duidt op nalaten, niet alleen van spreken maar ook van iets doen, zoals in Ex. 14:14; Richt. 18:9; Jes. 64:12.
1 Koningen 22 vers 4— Daarna zeide hij tot Josafat: Zult gij met mij trekken in den strijd naar Ramoth in Gilead? En Josafat zeide tot den koning van Israel: Zo zal ik zijn gelijk gij zijt, zo mijn volk als uw volk, zo mijn paarden als uw paarden.
Zo zal ik zijn
Hebreeuws, gelijk mij, gelijk u, gelijk mijn volk, gelijk uw volk, gelijk mijn paarden, gelijk uw paarden; alzo 2 Kon. 3:7, en 2 Kron. 18:3. Dat is, ik zal met u in dezen strijd trekken, en zo getrouw zijn dat gij moogt steunen op mijn persoon als op den uwe, op mijn volk als op het uwe, enz.
Hertaald:Zo zal ik zijn
Hebreeuws: zoals ik, zo u; zoals mijn volk, zo uw volk; zoals mijn paarden, zo uw paarden; zo ook 2 Kon. 3:7, en 2 Kron. 18:3. Dat is: ik zal met u ten strijde trekken en zo trouw zijn dat u op mijn persoon kunt steunen als op uzelf, op mijn volk als op uw eigen volk, enzovoort.
1 Koningen 22 vers 5— Verder zeide Josafat tot den koning van Israel: Vraag toch als heden naar het woord des HEEREN.
Vraag toch
Dat is, verneem door enigen profeet des Heeren of het ook zijn wil is dat wij dezen oorlog aannemen, en of Hij ons daarin voorspoed en victorie geven zal.
Hertaald:Vraag toch
Dat is: verneem door een profeet van de HEERE of het ook Zijn wil is dat wij deze oorlog aangaan, en of Hij ons daarin voorspoed en overwinning zal geven.
1 Koningen 22 vers 6— Toen vergaderde de koning van Israel de profeten, omtrent vierhonderd man, en hij zeide tot hen: Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden: Trek op, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.
de profeten,
Het schijnt dat dezen zouden mogen geweest zijn de vierhonderd profeten van het afgodische woud, van hetwelk gesproken is boven, 1 Kon. 18:19, en niet verschenen voor Elia, op den berg Karmel, met de vier honderd en vijftig profeten Baäls. Zie in 1 Kon. 18:22 de aantekeningen.
Hertaald:de profeten,
Het lijkt erop dat dit de vierhonderd profeten van het afgodische bos geweest kunnen zijn, waarover hierboven 1 Kon. 18:19 gesproken is, en die niet met de vierhonderdvijftig profeten van Baäl voor Elia op de berg Karmel verschenen waren. Zie de aantekeningen bij 1 Kon. 18:22.
1 Koningen 22 vers 7— Maar Josafat zeide: Is hier niet nog een profeet des HEEREN, dat wij het van hem vragen mochten?
nog een profeet
Versta, boven deze vierhonderd profeten, van welken de koning Josafat begon een kwaad nadenken te krijgen. Of, boven veel anderen profeten, die tevoren in Israël geweest waren.
Hertaald:nog een profeet
Versta hieronder: behalve deze vierhonderd profeten, over wie koning Josafat achterdocht begon te krijgen. Of: behalve vele andere profeten die er eerder in Israël geweest waren.
1 Koningen 22 vers 8— Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!
den HEERE
Merk dat deze afgodendienaars nog willen schijnen den waren God recht te kennen en te zoeken, om hem te gehoorzamen.
Hertaald:den HEERE
Merk op dat deze afgodendienaars nog steeds de schijn willen wekken dat zij de ware God naar behoren kennen en zoeken om Hem te gehoorzamen.
goeds
Dat is, dat mij aangenaam is. Zie boven, 1 Kon. 1:42.
Hertaald:goeds
Dat is: wat mij aangenaam is. Zie hierboven 1 Kon. 1:42.
Micha,
Die te onderscheiden is van den profeet Micha, toegenaamd de Morasthiet, omdat hij in de stad Morasa geboren was, Mi. 1:1, die geleefd heeft ten tijde der koningen van Juda, Jotham, Achaz en Hizkia.
Hertaald:Micha,
Hij moet onderscheiden worden van de profeet Micha, bijgenaamd de Morastiet omdat hij in de stad Moresa geboren was, Micha 1:1, die geleefd heeft in de tijd van de koningen van Juda Jotham, Achaz en Hizkia.
zegge niet alzo
Dat is, haat den persoon niet om des woords wil, en versmaad het woord niet om des persoons wil.
Hertaald:zegge niet alzo
Dat is: haat de persoon niet om zijn woord, en veracht het woord niet om de persoon.
1 Koningen 22 vers 9— Toen riep de koning van Israel een kamerling, en hij zeide: Haal haastelijk Micha, den zoon van Jimla.
kamerling,
Het Hebreeuwse woord betekent in het algemeen een hoveling, hofjonker, hofofficier. Zie Gen. 37:36.
Hertaald:kamerling,
Het Hebreeuwse woord betekent in het algemeen een hoveling, hofjonker of hofbeambte. Zie Gen. 37:36.
1 Koningen 22 vers 10— De koning van Israel nu, en Josafat, de koning van Juda, zaten elk op zijn troon, bekleed met hun klederen, op het plein, aan de deur der poort van Samaria; en al de profeten profeteerden in hun tegenwoordigheid.
hun klederen,
Te weten, met bijzondere koninklijke klederen, in welke zij hun majesteit, staat en heerlijkheid vertoonden. Anders, [hun] wapenen aanhebbende.
Hertaald:hun klederen,
Namelijk: met bijzondere koninklijke kleren, waarin zij hun majesteit, staat en luister lieten zien. Anders: met hun wapenrusting aan.
plein,
Versta, een effen, onbetimmerde en ledige plaats. Zie Gen. 50:10. Zulke meent men voor aan de poorten der steden in vorige tijden geweest te zijn voor marktplaatsen, of ruimten, om daar een menigte van krijgslieden in slagorde te stellen, zo wanneer men den inval van enige vijanden vreesde.
Hertaald:plein,
Versta hieronder een vlakke, onbebouwde en open plaats. Zie Gen. 50:10. Men neemt aan dat zulke plaatsen er vroeger voor aan de stadspoorten waren als marktplaats, of als ruimte om daar een menigte krijgslieden in slagorde op te stellen wanneer men een inval van vijanden vreesde.
de profeten
Namelijk, van welken gesproken is boven, vs.6; alzo ook onder, vs.12.
Hertaald:de profeten
Namelijk: over wie hierboven in vers 6 gesproken is; zo ook hieronder in vers 12.
1 Koningen 22 vers 11— En Zedekia, de zoon van Kenaana, had zich ijzeren horens gemaakt; en hij zeide: Zo zegt de HEERE: Met deze zult gij de Syriers stoten, totdat gij hen gans verdaan zult hebben.
Zedekia,
Een der voorgemelde profeten, die te onderscheiden is van een anderen valsen profeet van dezen naam, den zoon van Maäseja, Jer. 29:21.
Hertaald:Zedekia,
Een van de zojuist genoemde profeten, die onderscheiden moet worden van een andere valse profeet met deze naam, de zoon van Maäseja, Jer. 29:21.
ijzeren horens
Om daarmede, als met een teken, zijn profetie voor te stellen, en daarna met het woord te verklaren, gelijk vele profeten gewoon waren te doen.
Hertaald:ijzeren horens
Om daarmee, als met een teken, zijn profetie voor te stellen en die daarna met woorden uit te leggen, zoals veel profeten gewoon waren te doen.
HEERE
Hij wendt den naam JHWH des enigen en waarachtigen Gods, en niet de namen zijner afgoden voor; gelijk ook onder, vs.12, 24. Niet alleen om aldus zijn voorzegging voor den koning Josafat te aangenamer te maken, maar ook om voor een ieder te betuigen dat hun ganse religie en profetering kwanswijs daarheen gericht was, om den God van dien naam eer en dienst te bewijzen. Vergelijk Ex. 32:4-5; Richt. 17:3; 1 Kon. 12:28.
Hertaald:HEERE
Hij gebruikt de naam HEERE van de enige en waarachtige God, en niet de namen van zijn afgoden; zo ook hieronder vers 12 en 24. Niet alleen om zijn voorzegging voor koning Josafat aantrekkelijker te maken, maar ook om aan iedereen te betuigen dat hun hele godsdienst en profeteren zogenaamd erop gericht was de God van die naam eer en dienst te bewijzen. Vergelijk Ex. 32:4-5; Richt. 17:3; 1 Kon. 12:28.
Met deze
De zin is dat hij hen lichtelijk zou overwinnen en vernielen. Want gelijk de gehoornde beesten de andere, die zonder hoornen zijn, licht beschadigen en verdrukken, alzo zou het hem niet zwaar zijn de Syriërs als zwakker dan hij was, tenonder te brengen.
Hertaald:Met deze
De betekenis is dat hij hen gemakkelijk zou overwinnen en vernietigen. Want zoals gehoornde dieren de dieren zonder horens gemakkelijk verwonden en onderdrukken, zo zou het hem niet zwaar vallen de Syriërs, die zwakker waren dan hij, eronder te krijgen.
1 Koningen 22 vers 12— En al de profeten profeteerden alzo, zeggende: Trek op naar Ramoth in Gilead, en gij zult voorspoedig zijn; want de HEERE zal hen in de hand des konings geven.
gij zult voorspoedig zijn;
Hebreeuws, zijt voorspoedig; dat is, gij zult voorspoedig zijn, alzo onder, vs.15. Vergelijk Ps. 37:3, en Spr. 3:25.
Hertaald:gij zult voorspoedig zijn;
Hebreeuws: wees voorspoedig; dat is: u zult voorspoedig zijn; zo ook hieronder vers 15. Vergelijk Ps. 37:3 en Spr. 3:25.
1 Koningen 22 vers 13— De bode nu, die heengegaan was, om Micha te roepen, sprak tot hem, zeggende: Zie toch, de woorden der profeten zijn uit een mond goed tot den koning; dat toch uw woord zij, gelijk als het woord van een uit hen, en spreek het goede.
uit een mond
Hebreeuws, één mond, of met één mond.
Hertaald:uit een mond
Hebreeuws: één mond, of: met één mond.
het goede
Dat is, de overwinning over de Syriërs en de verovering van Ramoth in Gilead. Vergelijk boven, vs.8, en de aantekeningen en onder, vs.18.
Hertaald:het goede
Dat is: de overwinning op de Syriërs en de verovering van Ramoth in Gilead. Vergelijk hierboven vers 8 en de aantekeningen daar, en hieronder vers 18.
1 Koningen 22 vers 15— Als hij tot den koning gekomen was, zo zeide de koning tot hem: Micha, zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij het nalaten? En hij zeide tot hem: Trek op, en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.
Trek op,
De profeet zegt dit niet met ernst, maar bespottende het antwoord en de voorzegging der valse profeten, welker woorden hij daarom ook gebruikt, gelijk die verhaald staan boven, vs.12 [want de Heere had die hem geopenbaard]. Waarom Achab uit zijn manier van spreken, wezen en gebaren merkende dat hij het niet meende hetgeen hij zeide, beveelt hem een ernsthaftig antwoord te geven, in vs.16. Het is dan een bevel of raad, spottenderwijze gegeven. Vergelijk Richt. 10:14; Pred. 11:9; Ezech. 20:39; Am. 4:4-5; Matt. 23:32.
Hertaald:Trek op,
De profeet zegt dit niet in ernst, maar als bespotting van het antwoord en de voorzegging van de valse profeten; daarom gebruikt hij ook hun woorden, zoals die hierboven in vers 12 vermeld staan [want de HEERE had die aan hem geopenbaard]. Daarom beveelt Achab hem in vers 16 een ernstig antwoord te geven, omdat hij aan zijn manier van spreken, zijn gezicht en zijn gebaren merkte dat hij niet meende wat hij zei. Het is dus een bevel of raad die spottend gegeven wordt. Vergelijk Richt. 10:14; Pred. 11:9; Ezech. 20:39; Amos 4:4-5; Matth. 23:32.
1 Koningen 22 vers 16— En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?
in den Naam des HEEREN?
Dat is, door des Heeren bevel en ingeving. Zie 2 Kon. 2:24.
Hertaald:in den Naam des HEEREN?
Dat is: op bevel en ingeving van de HEERE. Zie 2 Kon. 2:24.
1 Koningen 22 vers 17— En hij zeide: Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en de HEERE zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede.
Ik zag het ganse Israël
Te weten, in een profetisch gezicht, hetwelk aan mijn geest geschied is. Zie van deze gezichten Gen. 15:1. In dit gezicht zijn hem drie dingen geopenbaard:<i>I.</i> Dat de Israëlieten geen victorie zouden bevechten, maar voor de Syriërs vluchten;<i>II.</i> Dat Achab zou omkomen en sterven;<i>III.</i> Dat het volk ditmaal niet in den strijd zou omkomen, maar naar huis wederkeren.
Hertaald:Ik zag het ganse Israël
Namelijk: in een profetisch gezicht, dat aan mijn geest gegeven is. Zie over deze gezichten Gen. 15:1. In dit gezicht zijn hem drie dingen geopenbaard: I. dat de Israëlieten geen overwinning zouden behalen, maar voor de Syriërs zouden vluchten; II. dat Achab zou omkomen en sterven; III. dat het volk deze keer niet in de strijd zou omkomen, maar naar huis zou terugkeren.
Dezen hebben geen heer;
Anders, deze zullen geen heer hebben.
Hertaald:Dezen hebben geen heer;
Anders: dezen zullen geen heer hebben.
1 Koningen 22 vers 18— Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goed, maar kwaads profeteren?
Heb ik tot u niet gezegd
Zie boven, vs.9.
Hertaald:Heb ik tot u niet gezegd
Zie hierboven vers 9.
1 Koningen 22 vers 19— Verder zeide hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag den HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir staande nevens Hem, aan Zijn rechter hand en aan Zijn linkerhand.
hij
Namelijk de profeet Micha.
Hertaald:hij
Namelijk: de profeet Micha.
zag den HEERE,
Te weten, niet in zijn wezen, maar in de tekenen zijner openbaring, welke den profeten zijn vertoond geweest, somtijds lichamelijk aan de ogen des lichaams, somtijds alleen geestelijk aan het verstand. Zie Gen. 32:30, en Num. 12:8.
Hertaald:zag den HEERE,
Namelijk: niet in Zijn wezen, maar in de tekenen van Zijn openbaring, die aan de profeten getoond zijn — soms lichamelijk aan de ogen van het lichaam, soms alleen geestelijk aan het verstand. Zie Gen. 32:30 en Num. 12:8.
zittende
God wordt ons aldus voorgesteld bij gelijkenis van een aards monarch, die met vele dienaren omsingeld zijnde, gezeten is om te richten. Het doel is om ons te onderwijzen van de heerlijkheid zijner majesteit, van de wijsheid zijner oordelen, en van de almogendheid zijner werken.
Hertaald:zittende
God wordt ons zo voorgesteld naar het beeld van een aardse vorst die, omringd door veel dienaren, zetelt om recht te spreken. Het doel is ons te onderwijzen over de heerlijkheid van Zijn majesteit, de wijsheid van Zijn oordelen en de almacht van Zijn werken.
hemelse heir
Versta, de engelen, of hemelse geesten. Zie Gen. 2:1, en boven, 1 Kon. 18:15, en vergelijk Ps. 103:21, en Ps. 148:2; Jes. 45:12.
Hertaald:hemelse heir
Versta hieronder de engelen, of hemelse geesten. Zie Gen. 2:1 en hierboven 1 Kon. 18:15, en vergelijk Ps. 103:21, en Ps. 148:2; Jes. 45:12.
1 Koningen 22 vers 20— En de HEERE zeide: Wie zal Achab overreden, dat hij optrekke en valle te Ramoth in Gilead? De een nu zeide aldus, en de andere zeide alzo.
De een nu zeide
Hebreeuws, deze zeide in, of, met alzo, en deze zeide in, of, met alzo; dat is, de een zeide op deze manier, en de andere zeide op die manier.
Hertaald:De een nu zeide
Hebreeuws: deze zei op deze wijze, en die zei op die wijze; dat is: de een zei het zo en de ander zei het anders.
1 Koningen 22 vers 21— Toen ging een geest uit, en stond voor het aangezicht des HEEREN, en zeide: Ik zal hem overreden. En de HEERE zeide tot hem: Waarmede?
een geest uit,
Deze is een der boze geesten geweest, die God naar zijn oneindelijke wijsheid, zonder met hun doen besmet te worden, weet te gebruiken, niet alleen om zijn kinderen te beproeven, Job 1:12, en Job 2:6, en te verootmoedigen, 2 Kor. 12:7, maar ook om de goddelozen te straffen en te verderven, gelijk te zien is vs.21 en 1 Sam. 16:14; 2 Thess. 2:9-11.
Hertaald:een geest uit,
Dit is een van de boze geesten geweest, die God naar Zijn oneindige wijsheid weet te gebruiken zonder door hun doen besmet te raken: niet alleen om Zijn kinderen te beproeven, Job 1:12, en Job 2:6, en te verootmoedigen, 2 Kor. 12:7, maar ook om de goddelozen te straffen en te verderven, zoals te zien is in vers 21 en in 1 Sam. 16:14; 2 Thess. 2:9-11.
1 Koningen 22 vers 22— En hij zeide: Ik zal uitgaan, en een leugengeest zijn in den mond van al zijn profeten. En Hij zeide: Gij zult overreden, en zult het ook vermogen; ga uit en doe alzo.
leugengeest zijn
Hebreeuws, een geest der valsheid, of der leugen; alzo in vs.23, dat is, die onwaarheid en leugentaal uit zich voortbrengt en anderen wijsmaakt. Vergelijk Joh. 8:44; Openb. 12:9.
Hertaald:leugengeest zijn
Hebreeuws: een geest van de valsheid, of van de leugen; zo ook in vers 23. Dat is: een geest die onwaarheid en leugentaal voortbrengt en anderen wijsmaakt. Vergelijk Joh. 8:44; Openb. 12:9.
zijn profeten
Namelijk, van Achab, welverstaande dergenen, die hem in zijn afgoderij toegedaan zijn.
Hertaald:zijn profeten
Namelijk: van Achab; wel te verstaan de profeten die hem in zijn afgoderij toegedaan waren.
Gij zult overreden,
Dat is, uw leugen zal macht hebben om de valse profeten, en door dezen Achab te bedriegen. Vergelijk 2 Thess. 2:11.
Hertaald:Gij zult overreden,
Dat is: uw leugen zal de macht hebben om de valse profeten, en door hen Achab, te bedriegen. Vergelijk 2 Thess. 2:11.
doe alzo
God wordt gezegd het kwade den redelijken schepselen te bevelen, als Hij hen gebruikt om zijn heilig voornemen daardoor uit te voeren. Hetwelk Hij doet, niet door denzelven enige zonde in te geven, of met het woord te belasten, maar door hun eigen boosheid niet alleen niet te beletten, maar ook buiten hun weten en wil naar zijn oneindelijke wijsheid te besturen tot een heilig einde, overeenkomende met zijn goedheid aan degenen, die behouden worden, en rechtvaardigheid tegen degenen, die verloren gaan. Vergelijk 2 Sam. 16:10.
Hertaald:doe alzo
Van God wordt gezegd dat Hij de redelijke schepselen het kwade beveelt, wanneer Hij hen gebruikt om daardoor Zijn heilig voornemen uit te voeren. Dat doet Hij niet door hun enige zonde in te geven of met Zijn woord op te dragen, maar door hun eigen boosheid niet alleen niet te verhinderen, maar ook buiten hun weten en wil om naar Zijn oneindige wijsheid te sturen naar een heilig doel, in overeenstemming met Zijn goedheid jegens hen die behouden worden en met Zijn rechtvaardigheid tegenover hen die verloren gaan. Vergelijk 2 Sam. 16:10.
1 Koningen 22 vers 23— Nu dan, zie, de HEERE heeft een leugengeest in den mond van al deze uw profeten gegeven; en de HEERE heeft kwaad over u gesproken.
kwaad over u
Versta, het kwaad der straf. Zie Gen. 19:19.
Hertaald:kwaad over u
Versta hieronder het kwaad van de straf. Zie Gen. 19:19.
1 Koningen 22 vers 24— Toen trad Zedekia, de zoon van Kenaana, toe, en sloeg Micha op het kinnebakken; en hij zeide: Door wat weg is de geest des HEEREN van mij doorgegaan, om u aan te spreken?
Zedekia,
Zie boven, vs.11.
Hertaald:Zedekia,
Zie hierboven vers 11.
sloeg Micha
Tot een bewijs van grote vijandschap en verachting. Zie Job 16:10; Ps. 3:8; Jer. 20:2; Marc. 14:65; Hand. 23:2; 2 Kor. 12:7.
Hertaald:sloeg Micha
Als blijk van grote vijandschap en verachting. Zie Job 16:10; Ps. 3:8; Jer. 20:2; Mark. 14:65; Hand. 23:2; 2 Kor. 12:7.
weg
Dit woord is hier ingevoegd uit 2 Kron. 18:23.
Hertaald:weg
Dit woord is hier ingevoegd op grond van 2 Kron. 18:23.
1 Koningen 22 vers 25— En Micha zeide: Zie, gij zult het zien, op dienzelfden dag, als gij zult gaan van kamer in kamer, om u te versteken.
zien,
Dat is, bevinden en gewaar worden dat de Geest Gods niet door u, maar door mij gesproken heeft. Zien, voor bevinden, Gen. 26:28; Matt. 2:16; Rom. 7:23.
Hertaald:zien,
Dat is: ondervinden en merken dat de Geest van God niet door u, maar door mij gesproken heeft. Zien in de betekenis van ondervinden, Gen. 26:28; Matth. 2:16; Rom. 7:23.
van
Zie boven, 1 Kon. 20:30.
Hertaald:van
Zie hierboven 1 Kon. 20:30.
versteken
Te weten, vrezende gevangen en gestraft te worden, omdat gij door uw valse profetie des konings dood zult veroorzaakt hebben.
Hertaald:versteken
Namelijk: uit vrees gevangengenomen en gestraft te worden, omdat u door uw valse profetie de dood van de koning veroorzaakt zult hebben.
1 Koningen 22 vers 26— De koning van Israel nu zeide: Neem Micha, en breng hem weder tot Amon, den overste der stad, en tot Joas, den zoon des konings;
zeide
Namelijk, tot een zijner dienaren.
Hertaald:zeide
Namelijk: tot een van zijn dienaren.
1 Koningen 22 vers 27— En gij zult zeggen: Zo zegt de koning: Zet dezen in het gevangenhuis, en spijst hem met brood der bedruktheid, en met water der bedruktheid, totdat ik met vrede weder kom.
in het gevangenhuis,
Hebreeuws, het huis der bedwinging, of besluiting. Alzo 2 Kon. 17:4, en 2 Kon. 25:27; Jes. 42:7; Jer. 37:15.
Hertaald:in het gevangenhuis,
Hebreeuws: het huis van de bedwinging, of van de opsluiting. Zo ook 2 Kon. 17:4, en 2 Kon. 25:27; Jes. 42:7; Jer. 37:15.
der bedruktheid,
Dit is, dat men den bedrukten en gevangenen placht te geven; of dat met grote spaarzaamheid, niet tot vermaking, maar alleen tot nodige onderhouding des lichaams gegeven, en in kommer, droefheid en benauwdheid des geestes genuttigd wordt. Hierom wordt ook brood en drank der tranen, der smarte en der benauwdheid voor den staat zelven der ellende en verdrukking genomen; Ps. 80:6, en Ps. 127:2; Jes. 30:20.
Hertaald:der bedruktheid,
Dat is: wat men gewoonlijk aan bedrukten en gevangenen gaf; of wat met grote zuinigheid gegeven werd, niet tot genoegen maar alleen om het lichaam in stand te houden, en wat onder kommer, droefheid en benauwdheid van de geest genuttigd wordt. Daarom worden brood en drank van tranen, van smart en van benauwdheid ook gebruikt voor de toestand van ellende en verdrukking zelf; Ps. 80:6, en Ps. 127:2; Jes. 30:20.
met water
Voeg daarbij, drenk hem.
Hertaald:met water
Vul aan: en drenk hem.
met vrede
Dat is, met overwinning der vijanden, met verovering der stad en met welstand mijns persoons.
Hertaald:met vrede
Dat is: met de overwinning op de vijanden, met de verovering van de stad en in goede gezondheid.
weder kom
Dit woord is hier ingevoegd uit vs.28, en uit 2 Kron. 18:26.
Hertaald:weder kom
Dit woord is hier ingevoegd op grond van vers 28 en van 2 Kron. 18:26.
1 Koningen 22 vers 28— En Micha zeide: Indien gij enigszins met vrede wederkomt, zo heeft de HEERE door mij niet gesproken! Verder zeide hij: Hoort, gij volken altegaar!
Hoort,
Hebreeuws, hoort gij volken, zij allen. Alzo Mi. 1:2, enz. Of, hoort volken al deze dingen. Hij neemt hen allen tot getuigen, zowel van zijn profetie, als van hetgeen hij nu laatst den koning Achab geantwoord had.
Hertaald:Hoort,
Hebreeuws: hoort, u volken, u allen. Zo ook Micha 1:2, enzovoort. Of: hoort, volken, al deze dingen. Hij roept hen allen tot getuige, zowel van zijn profetie als van wat hij zojuist aan koning Achab geantwoord had.
1 Koningen 22 vers 30— En de koning van Israel zeide tot Josafat: Als ik mij versteld heb, zal ik in den strijd komen; maar gij, trek uw klederen aan. Alzo verstelde zich de koning van Israel, en kwam in den strijd.
mij versteld heb,
Dat is, mijn klederen veranderd, om niet te tonen wie ik ben, opdat ik niet bekend worde. Zie boven, 1 Kon. 20:38, want hij vreesde den dood, die hem van Micha voorzegd was, hoewel hij wilde schijnen zijn woorden te verachten.
Hertaald:mij versteld heb,
Dat is: mijn kleren veranderd om niet te laten zien wie ik ben, zodat ik niet herkend word. Zie hierboven 1 Kon. 20:38; want hij vreesde de dood die Micha hem voorzegd had, hoewel hij de schijn wilde wekken diens woorden te verachten.
uw klederen
Zie boven, vs.10.
Hertaald:uw klederen
Zie hierboven vers 10.
1 Koningen 22 vers 31— De koning nu van Syrie had geboden aan de oversten der wagenen, van welke hij twee en dertig had, zeggende: Gij zult noch kleinen noch groten bestrijden, maar den koning van Israel alleen.
hij twee en dertig had,
Namelijk, de oversten.
Hertaald:hij twee en dertig had,
Namelijk: de bevelhebbers.
kleinen
Dat is, noch de slechtste, noch de voornaamste onder de krijgslieden. Alzo worden door de woorden van grote en kleine in de Heilige Schriftuur verstaan allerlei soorten van mensen, oude en jonge, hoge en lage, rijke en arme, enz., Gen. 19:11; Est. 1:5; Jer. 16:6.
Hertaald:kleinen
Dat is: noch de geringsten, noch de voornaamsten onder de krijgslieden. Zo worden met de woorden groot en klein in de Heilige Schrift allerlei soorten mensen bedoeld: ouden en jongen, hogen en lagen, rijken en armen, enzovoort; Gen. 19:11; Est. 1:5; Jer. 16:6.
1 Koningen 22 vers 32— Het geschiedde dan, als de oversten der wagenen Josafat zagen, dat zij zeiden: Gewisselijk, die is de koning van Israel, en zij keerden zich naar hem, om te strijden; maar Josafat riep uit.
zij keerden
Te weten, zich alzo van elkander delende en uitspreidende dat zij den koning Josafat omsingelden. Zie 2 Kron. 18:31.
Hertaald:zij keerden
Namelijk: doordat zij zich zo van elkaar verspreidden dat zij koning Josafat omsingelden. Zie 2 Kron. 18:31.
riep uit
Te weten, tot den Heere, biddende om zijn tegenwoordige hulp, welke hij ook verkreeg. Zie 2 Kron. 18:31.
Hertaald:riep uit
Namelijk: tot de HEERE, biddend om Zijn hulp op dat ogenblik, die hij ook ontving. Zie 2 Kron. 18:31.
1 Koningen 22 vers 33— En het geschiedde, als de oversten der wagenen zagen, dat hij de koning van Israel niet was, dat zij zich van achter hem afkeerden.
van achter hem
Dat is, van hem te vervolgen.
Hertaald:van achter hem
Dat is: van hem te achtervolgen.
1 Koningen 22 vers 34— Toen spande een man den boog in zijn eenvoudigheid, en schoot den koning van Israel tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zeide hij tot zijn voerman: Keer uw hand, en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond.
spande
Hebreeuws, trok met den boog.
Hertaald:spande
Hebreeuws: trok met de boog.
eenvoudigheid,
Dat is, zonder enig voornemen of gedachten te hebben van den koning Achab met zijn schot te treffen. Zo wordt het Hebreeuwse woord ook genomen 2 Sam. 15:11; 2 Kron. 18:33.
Hertaald:eenvoudigheid,
Dat is: zonder enig plan of enige gedachte om koning Achab met zijn schot te treffen. Zo wordt het Hebreeuwse woord ook gebruikt in 2 Sam. 15:11; 2 Kron. 18:33.
schoot den koning
Hebreeuws, sloeg. Zie Gen. 8:21.
Hertaald:schoot den koning
Hebreeuws: sloeg. Zie Gen. 8:21.
hij tot zijn voerman
Namelijk, de koning AcHab.
Hertaald:hij tot zijn voerman
Namelijk: koning Achab.
1 Koningen 22 vers 35— En de strijd nam op denzelven dag toe, en de koning werd met den wagen staande gehouden tegenover de Syriers; maar hij stierf des avonds, en het bloed der wonde vloeide in den bak des wagens.
koning
Namelijk, Israëls; 2 Kron. 18:34.
Hertaald:koning
Namelijk: van Israël; 2 Kron. 18:34.
met den wagen
Of, in den wagen; te weten om zijn leger, hetwelk tot de vlucht scheen genegen te zijn, door zijn tegenwoordigheid bijeen te houden en deszelfs nederlaag alzo te verhinderen. Vergelijk 2 Kron. 18:34.
Hertaald:met den wagen
Of: in de wagen; namelijk om zijn leger, dat op de vlucht dreigde te slaan, door zijn aanwezigheid bijeen te houden en zo een nederlaag te voorkomen. Vergelijk 2 Kron. 18:34.
bak des wagens
Hebreeuws, in den schoot des wagens.
Hertaald:bak des wagens
Hebreeuws: in de schoot van de wagen.
1 Koningen 22 vers 36— En er ging een uitroeping door het heirleger, als de zon onderging, zeggende: Een ieder kere naar zijn stad, en een ieder naar zijn land!
een uitroeping
Of, [de stem] ener uitroeping, of, [de man] eens uitroepens; dat is, een man die uitriep, welke de heraut pleegt genaamd te worden.
Hertaald:een uitroeping
Of: [de stem] van een omroeping, of: [de man] van een omroeping; dat is: een man die het uitriep, die men gewoonlijk de heraut noemt.
1 Koningen 22 vers 37— Alzo stierf de koning, en werd naar Samaria gebracht; en zij begroeven den koning te Samaria.
werd naar Samaria
Hebreeuws, kwam; te weten, dood op zijn wagen gebracht zijnde.
Hertaald:werd naar Samaria
Hebreeuws: kwam; namelijk doordat hij dood op zijn wagen werd gebracht.
1 Koningen 22 vers 38— Als men nu den wagen in den vijver van Samaria spoelde, lekten de honden zijn bloed, waar de hoeren wiesen, naar het woord des HEEREN,, dat Hij gesproken had.
waar de hoeren wiesen,
Anders, als men de wapenen wies, of, en zij wiesen de wapenen.
Hertaald:waar de hoeren wiesen,
Anders: waar men de wapens waste, of: en zij wasten de wapens.
naar het woord
Zie boven, 1 Kon. 21:19.
Hertaald:naar het woord
Zie hierboven 1 Kon. 21:19.
1 Koningen 22 vers 39— Het overige nu der geschiedenissen van Achab, en al wat hij gedaan heeft, en het elpenbenen huis, dat hij gebouwd heeft, en al de steden, die hij gebouwd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel?
elpenbenen huis,
Hebreeuws, het huis des tands; dat is, der olifantentanden. Zie boven, 1 Kon. 10:18.
Hertaald:elpenbenen huis,
Hebreeuws: het huis van de tand; dat is: van de olifantstanden. Zie hierboven 1 Kon. 10:18.
in het boek
Zie boven, 1 Kon. 14:19; idem vergelijk de aantekeningen 1 Kon. 16:20.
Hertaald:in het boek
Zie hierboven 1 Kon. 14:19; vergelijk eveneens de aantekeningen bij 1 Kon. 16:20.
1 Koningen 22 vers 42— Josafat was vijf en dertig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Azuba, de dochter van Silchi.
vijf en dertig
Hebreeuws, een zoon van vijf en dertig jaar.
Hertaald:vijf en dertig
Hebreeuws: een zoon van vijfendertig jaar.
vijf en twintig
Zijnde hierin begrepen de jaren, in welke zijn zoon Joram enige regering des koninkrijks gehad heeft, beginnende in het zeventiende jaar van zijns vaders regering, als de vader in den oorlog tegen de Syriërs zich met Achab vervoegde. Want de koningen in gevaar trekkende, plachten den staat des lands, met de verklaring van hun opvolger of navolger te verzekeren. Vergelijk 2 Kon. 1:17, en 2 Kon. 8:16, en de aantekeningen.
Hertaald:vijf en twintig
Daarbij zijn de jaren inbegrepen waarin zijn zoon Joram enig aandeel in het bestuur van het koninkrijk gehad heeft, te beginnen in het zeventiende jaar van de regering van zijn vader, toen de vader zich in de oorlog tegen de Syriërs bij Achab voegde. Want wanneer koningen ten strijde trokken, plachten zij de bestendigheid van het land te verzekeren door hun opvolger aan te wijzen. Vergelijk 2 Kon. 1:17, en 2 Kon. 8:16, en de aantekeningen daar.
1 Koningen 22 vers 43— En hij wandelde in al den weg van zijn vader Asa; hij week niet daarvan, doende dat recht was in de ogen des HEEREN.
wandelde
Zie boven, 1 Kon. 15:26.
Hertaald:wandelde
Zie hierboven 1 Kon. 15:26.
de hoogten
Zie Lev. 26:30.
Hertaald:de hoogten
Zie Lev. 26:30.
1 Koningen 22 vers 44— Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten.
met den koning Israëls
Namelijk, met Achab en zijn zoon, boven, vs.4, en 2 Kon. 3:7, waarover hij van den profeet Jehu gestraft wordt, 2 Kron. 19:2.
Hertaald:met den koning Israëls
Namelijk: met Achab en zijn zoon, hierboven vers 4, en 2 Kon. 3:7; daarover wordt hij door de profeet Jehu bestraft, 2 Kron. 19:2.
1 Koningen 22 vers 45— En Josafat maakte vrede met den koning van Israel.
in het boek
Zie boven, 1 Kon. 14:29.
Hertaald:in het boek
Zie hierboven 1 Kon. 14:29.
1 Koningen 22 vers 46— Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, en zijn macht, die hij bewezen heeft, en hoe hij geoorloogd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
schandjongens,
Vergelijk boven, 1 Kon. 15:12, en de aantekeningen daarop.
Hertaald:schandjongens,
Vergelijk hierboven 1 Kon. 15:12 en de aantekeningen daar.
1 Koningen 22 vers 47— Ook deed hij uit het land weg de overige schandjongens, die in de dagen van zijn vader Asa overgebleven waren.
Toen was
Hetwelk zo geweest was van de tijden Davids af. Vergelijk 2 Sam. 8:14.
Hertaald:Toen was
Dat was zo geweest sinds de tijd van David. Vergelijk 2 Sam. 8:14.
stadhouder
Of, bestelde. Versta, een die van den koning van Juda ingesteld was om in zijn naam te regeren.
Hertaald:stadhouder
Of: aangestelde. Versta hieronder iemand die door de koning van Juda was aangesteld om in zijn naam te regeren.
1 Koningen 22 vers 48— Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings.
maakte schepen
Of, had tien schepen.
Hertaald:maakte schepen
Of: had tien schepen.
Tharsis,
Zie boven, 1 Kon. 10:22. Anders, schepen [om te gaan naar] Tarsis. Zie 2 Kron. 20:36-37.
1 Koningen 22 vers 49— En Josafat maakte schepen van Tharsis, om naar Ofir te gaan om goud; maar zij gingen niet, want de schepen werden gebroken te Ezeon-Geber.
wilde niet
Te weten, nadat hij van den profeet was bestraft en schade geleden had. Zie 2 Kron. 20:35-37.
Hertaald:wilde niet
Namelijk: nadat hij door de profeet bestraft was en schade geleden had. Zie 2 Kron. 20:35-37.
1 Koningen 22 vers 51— En Josafat ontsliep met zijn vaderen, en werd bij zijn vaderen begraven in de stad van zijn vader David; en zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats.
twee jaren
Doch niet ten volle. Want het eerste jaar had hij gemeen met zijn vader Achab, en het tweede met zijn broeder Joram.
Hertaald:twee jaren
Maar geen volle twee jaar. Want het eerste jaar deelde hij met zijn vader Achab en het tweede met zijn broer Joram.
1 Koningen 22 vers 52— Ahazia, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het zeventiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en regeerde twee jaren over Israel.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Geber (zoon van Uri) — man, held
Zoon van Uri, de enige bestelmeester over het gehele land Gilead (1 Kon. 4:19).
Jerobeam — het volk vermeerdert zich (of: hij twist met het volk)
Zoon van Nebat, een Efraïmiet van Zereda, dienaar van Salomo, die door de profeet Ahia werd aangewezen als de toekomstige koning over tien stammen. Uit vrees voor Salomo vluchtte hij naar Egypte, tot koning Sisak, en keerde na Salomo's dood terug om de eerste koning van het afgescheiden rijk Israël te worden. Hij maakte twee gouden kalveren te Beth-El en Dan om te voorkomen dat het volk naar Jeruzalem zou trekken, en werd daardoor het toonbeeld van de koning "die Israël deed zondigen" (1 Kon. 11:26-40; 12:1-33; 14:1-20).
Asa — genezer, heelmeester
Zoon van Abiam en kleinzoon van Maächa; koning van Juda, die eenenveertig jaren regeerde. Hij verwijderde de schandjongens en drekgoden uit het land en zette zelfs zijn grootmoeder Maächa af als koningin-moeder wegens haar afgodendienst; zijn hart was, in tegenstelling tot de hoogten die bleven bestaan, volkomen met de HEERE. Tegen Baësa van Israël sloot hij een verbond met Benhadad van Syrië (1 Kon. 15:9-24).
Achab — vaders broeder
Zoon van Omri en diens opvolger als koning van Israël, tweeëntwintig jaren regerend te Samaria. Hij deed meer kwaad dan alle koningen voor hem, huwde Izebel, de dochter van de koning der Sidoniërs, en diende Baäl. Zijn regering wordt overheerst door zijn confrontaties met de profeet Elia (1 Kon. 16:28-33; 17-22).
Josafat — de HEERE heeft gericht
Zoon van Asa en Azuba; koning van Juda, die vijfentwintig jaren te Jeruzalem regeerde en, evenals zijn vader, deed wat recht was in de ogen des HEEREN. Hij sloot vrede met Israël en trok samen met Achab op tegen Ramoth in Gilead, ondanks de waarschuwing van de profeet Micha (1 Kon. 22:2-35, 41-50).
Micha (zoon van Jimla) — wie is gelijk de HEERE?
Een profeet des HEEREN, door koning Achab gehaat omdat hij nooit iets goeds over hem profeteerde. Tegenover de vierhonderd hofprofeten die voorspoed voorspelden, kondigde hij Achabs nederlaag en dood aan, en werd daarom gevangengezet (1 Kon. 22:8-28). Niet te verwarren met de latere profeet Micha uit Moreseth.
Zedekia (zoon van Kenaäna) — de HEERE is mijn gerechtigheid
Een van de vierhonderd hofprofeten van Achab, die zich ijzeren horens maakte als teken van de voorspelde overwinning op Syrië, en Micha in het gezicht sloeg toen deze het tegendeel profeteerde (1 Kon. 22:11, 24).
Amon — getrouw, betrouwbaar
De overste van de stad Samaria, aan wie Achab beval de profeet Micha gevangen te zetten (1 Kon. 22:26).
Joas (zoon des konings) — de HEERE heeft gegeven
Een zoon van koning Achab, aan wie, samen met de stadsoverste Amon, de gevangenzetting van de profeet Micha werd opgedragen (1 Kon. 22:26); niet te verwarren met de latere koningen Joas van Juda of Joas van Israël.
Azuba — verlaten
Dochter van Silchi en moeder van koning Josafat van Juda (1 Kon. 22:42).
Ahazia — de HEERE grijpt aan
Zoon van Achab en diens opvolger als koning van Israël; hij regeerde twee jaren en diende, evenals zijn ouders, de Baäl (1 Kon. 22:40, 51-53).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Micha, de zoon van Jimla (één profeet tegen vierhonderd) — vierhonderd profeten voorspellen Achab eenstemmig de overwinning, maar Micha, die de koning haat omdat hij niets goeds over hem profeteert, zweert: "hetgeen de HEERE tot mij zeggen zal, dat zal ik spreken" (1 Kon. 22:14)
Achab wil Ramoth in Gilead heroveren en vraagt Josafat mee (1 Kon. 22:1-4). Josafat wil eerst het woord des HEEREN vragen, waarop vierhonderd profeten eenstemmig de overwinning aanzeggen (1 Kon. 22:5-6). Hij vraagt door: is er niet nog een profeet des HEEREN (1 Kon. 22:7)? Achab noemt Micha, met de reden waarom hij hem haat: hij profeteert over hem niets goeds maar kwaad (1 Kon. 22:8). De bode raadt Micha onderweg aan zich bij de anderen aan te sluiten en het goede te spreken; Micha antwoordt met zijn eed (1 Kon. 22:13-14). Voor de beide tronen spreekt hij eerst de woorden van de vierhonderd na, zo doorzichtig dat de koning hem bezweert de waarheid te zeggen (1 Kon. 22:15-16). Dan geeft hij zijn eigen gezicht: heel Israël verstrooid op de bergen, "gelijk schapen, die geen herder hebben", waarbij de HEERE zegt dat een ieder in vrede naar huis kere (1 Kon. 22:17). Hij vervolgt met een tweede gezicht, waarin hij de HEERE op Zijn troon ziet met het hemelse heir eromheen, en waarin een geest zich aanbiedt om Achab te overreden (1 Kon. 22:19-22). Zijn slotsom is dat de HEERE een leugengeest in de mond van al deze profeten gegeven heeft en kwaad over de koning gesproken heeft (1 Kon. 22:23). Zedekia slaat hem op het kinnebakken, en Achab laat hem gevangenzetten bij brood en water der bedruktheid tot hij met vrede terugkomt (1 Kon. 22:24-27). Micha's laatste woord is een toets: komt de koning met vrede terug, dan heeft de HEERE niet door hem gesproken (1 Kon. 22:28).
Bijbelse betekenis: De meerderheid bewijst hier niets. Vierhonderd stemmen zeggen wat de koning wenst, en één stem zegt wat God spreekt; het getal beslist hier niets. Achabs klacht is daarbij ontwapenend eerlijk: hij haat Micha niet omdat die liegt, maar omdat die nooit iets goeds zegt. Zo is niet het gezag van het woord in het geding maar de smaak van de hoorder. Over de leugengeest past dezelfde terughoudendheid die de tekst zelf betracht. Het gezicht wordt uitdrukkelijk aan Achab meegedeeld vóór hij optrekt, zodat hij gewaarschuwd is en zijn keus volledig de zijne blijft. God laat hier over aan het bedrog dat men zelf verkoos, en dat is een oordeel, geen verleiding: wie de waarheid uit de mond van Micha bewust wegzet, houdt de vierhonderd over.
Typologie: Paulus beschrijft dezelfde rechtvaardige overgave in het nieuwe verbond: "daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven", en wel over hen die een welbehagen in de ongerechtigheid gehad hebben (2 Thess. 2:11-12). Micha's beeld van de herderloze schapen keert bovendien terug wanneer Christus de scharen ziet en innerlijk met ontferming bewogen wordt (Matt. 9:36). Wat hier een oordeel over een koning is, wordt daar de aanleiding tot Zijn erbarmen.
1 Kon. 22:1-28; 2 Thess. 2:11-12; Matt. 9:36
De boog in eenvoudigheid gespannen (Achabs einde) — Achab trekt vermomd ten strijde en laat Josafat in koninklijke kleding rijden, maar een man spant zijn boog "in zijn eenvoudigheid" en treft hem tussen de gespen en het pantsier (1 Kon. 22:34)
De koning van Syrië beveelt zijn wagenoversten niemand te bestrijden dan de koning van Israël alleen (1 Kon. 22:31). Achab bereidt zich daarop voor door zich onherkenbaar te maken, terwijl Josafat zijn eigen klederen aanhoudt (1 Kon. 22:30). De list werkt eerst: de oversten jagen op Josafat, en keren zich af zodra zij merken dat hij de koning van Israël niet is (1 Kon. 22:32-33). Dan schiet een naamloze boogschutter zonder doel te kiezen, en de pijl vindt de enige onbedekte plaats in Achabs harnas (1 Kon. 22:34). De koning laat zich uit het leger voeren, wordt de dag door staande gehouden tegenover de Syriërs en sterft tegen de avond; zijn bloed vloeit in de bak van de wagen (1 Kon. 22:35). Bij het spoelen van de wagen in de vijver van Samaria lekken de honden zijn bloed, zoals de HEERE gesproken had (1 Kon. 22:37-38).
Bijbelse betekenis: Twee dingen komen hier samen. Achab gelooft het woord genoeg om zich te vermommen, en niet genoeg om thuis te blijven. Zijn vermomming beschermt hem tegen tweeëndertig wagenoversten en niet tegen één willekeurige pijl. Het woord van Elia had de plaats aangewezen waar de honden zijn bloed zouden lekken, en dat woord bereikt hem langs een schutter die niets van hem wist. Wat mensen toeval noemen, is de nauwkeurigheid van God; niemand ontkomt aan Zijn woord door zich onherkenbaar te maken. Opvallend is bovendien de waardigheid waarmee hij zijn laatste uur doorstaat: hij laat zich staande houden opdat het leger niet vlucht. Moed maakt echter niemand recht voor God.
Typologie: Dat geen list Gods raad kan ontwijken, belijden de discipelen na de kruisiging: "Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou" (Hand. 4:28).
1 Kon. 22:29-38
Josafat: recht in de ogen des HEEREN, maar het verkeerde bondgenootschap — van Josafat heet het dat hij wandelde in de weg van zijn vader Asa en deed wat recht was in de ogen des HEEREN, met dezelfde beperking als bij zijn vader: "Evenwel werden de hoogten niet weggenomen" (1 Kon. 22:43-44)
Josafat regeert vijfentwintig jaar te Jeruzalem en wijkt niet van de weg van zijn vader Asa (1 Kon. 22:41-43). Hij doet de overgebleven schandjongens uit het land weg, die in de dagen van Asa nog gebleven waren (1 Kon. 22:47). De hoogten blijven echter staan; het volk offert en rookt er nog (1 Kon. 22:44). Daarnaast staat er kort: hij maakte vrede met de koning van Israël (1 Kon. 22:45). Diezelfde vrede bracht hem in de wagen naast Achab bij Ramoth, waar hij bijna omkwam voor een oorlog die niet de zijne was (1 Kon. 22:4,32). Zijn schepen naar Ofir vergaan te Ezeon-Geber, en het aanbod van Ahazia om samen te varen slaat hij daarna af (1 Kon. 22:48-50).
Bijbelse betekenis: Het oordeel over Josafat loopt gelijk met dat over Asa: oprecht van hart, en toch met een halve reformatie (zie het commentaar bij 1 Kon. 15:14). Wat bij hem nieuw is, is een tweede halfheid. Hij vraagt als enige aan het hof van Achab naar het woord des HEEREN, en trekt vervolgens op met de koning die dat woord juist liet opsluiten. Vroomheid en een verkeerd bondgenootschap gaan hier hand in hand, en het bondgenootschap kost hem bijna het leven. Wie zich verbindt met wat God veroordeelt, deelt in de gevaren ervan, ook als zijn eigen hart oprecht is.
Typologie: De kroniekschrijver laat een profeet hem daarover thuis opwachten: "Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben?" (2 Kron. 19:2). Het verwijt geldt niet zijn geloof maar zijn gezelschap.
Vs. 1-28. Ofschoon Achab zich aan het slot van het vorige hoofdstuk boetvaardig voor God neerboog, had toch dit kortstondig schuldgevoel geen werkelijke bekering tot gevolg, waardoor hij alle valse godsdienst voor immer vaarwel gezegd en zich beslist tot de Heere, de God van Israël, gewend zou hebben. Daarom slaat thans, drie jaar na de tweede veldtocht tegen de Syriërs het uur van het gericht en ijlt Achab zelf de beslissing tegemoet, omdat hij een nieuwe veldtocht tegen de Syriërs onderneemt, de met hem verzwagerde koning van Juda, Josafat, overhaalt om hem in de uitvoering van zijn plannen behulpzaam te zijn, door valse profeten zich in zijn voornemen laat versterken en de waarschuwing van de profeet Micha moedwillig veracht (Vergelijk 2 Kronieken 18: 1-27).
Kruisverwijzingen1 Koningen 20:34→— En zij zaten drie jaren stil, dat er geen krijg was tussen Syrie en tussen Israel.
En zij zaten drie jaar stil, na Benhadads loslating van Achabs zijde ( 20: 34 20.34) verliepen er drie jaar, van 900-897 v. Chr. in rust en vrede, dat, gedurende al die tijd, er geen strijd was tussen Syrië en tussen Israël.
Kruisverwijzingen1 Koningen 15:24→1 Koningen 22:1→1 Koningen 22:41→2 Koningen 8:18→Mattheüs 16:21→Mattheüs 12:40→2 Kronieken 18:1→1 Koningen 22:44→— Maar het geschiedde in het derde jaar, als Josafat, de koning van Juda, tot den koning van Israel afgekomen was,
Maar het geschiedde in het derde jaar (897 v. Chr.) toen Josafat, de koning van Juda, van wie hierna (vs. 41) verder gesproken zal worden, van Jeruzalem naar Samaria, tot de koning van Israël, met wie hij zich acht jaar geleden (1Ki 19: 21) door een huwelijk tussen zijn zoon Joram en diens dochter Athalia verbonden had, afgekomen was, 1) om hem een vriendschappelijk bezoek te brengen.
Misschien had Josafat zowel van Achabs gruwel aan Naboth gepleegd, als ook van zijn verootmoediging bij het woord van de profeet Elia gehoord, en wilde hij zich thans de neergeslagen man aantrekken, hem moed inspreken, door aansporing tot vertrouwen op Gods schuldvergevende genade, en hem in zijn volslagen ommekeer tot de weg van de gerechtigheid ter zijde staan; maar het zal zich in de verdere loop van deze geschiedenissen bevestigen, dat in het eng en vriendschappelijk verkeer tussen vromen en wereldkinderen de laatsten het beter dan de eersten verstaan, deze op hun wegen te lokken, dan dat het de eersten lukken zou de kinderen van deze wereld tot bekering en zinsverandering te leiden. Het is gemakkelijk, alleen te beminnen of alleen te haten, maar bezwaarlijk, om tegelijk lief te hebben en te haten; uit de liefde tot de zondaar ontstaat zo makkelijk een liefde tot de zonde, en uit de haat tegen de zonde een haat tegen een mens.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:43→1 Koningen 4:13→Jozua 21:38→2 Samuël 19:10→Jozua 20:8→Richteren 16:2→— Dat de koning van Israel tot zijn knechten zeide: Weet gij, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van den koning van Syrie.
Dat de koning van Israël, die zijn gast en diens gevolg zeer eervol onthaalde, en van diens aanwezigheid gebruik maakte om een veldtocht tegen de Syriërs voor te bereiden, waartoe de ontrouw van Benhadad, met het oog op de vroeger door hem gedane toezeggingen ( 20: 34) aanleiding gaf-dat deze tot zijn krijgsoversten, tot zijn knechten, bij gelegenheid van een beraadslaging, die hij met hen in Josafats aanwezigheid hield, zei: Weet gij, dat op grond van het met Benhadad van syrië gesloten verdrag, overeenkomstig welk alle steden, die zijn vader mijn vader afgenomen had, teruggegeven moesten worden, Ramoth1) in Gilead (Deuteronomium 4: 43 en “(1 Samuel 1: 1) van ons is? Benhadad heeft deze stad tot nog toe behouden: en wij zijn stil, laten ons dit welgevallen zonder dat met geweld van wapens te nemen uit de hand van de koning van Syrië.
De ligging van de stad, waardoor de vijand gedurig gelegenheid had om een wakend oog over Israël te houden en het te tuchtigen, was wellicht de oorzaak, dat Benhadad de teruggave daarvan onder allerlei voorwendsels uitgesteld had, en zijn verbittering tegen Achab, die zich in vs. 31 openbaart, toont welke waarde hij aan haar bezit hechtte.
Kruisverwijzingen1 Koningen 18:19→Jeremia 23:14→Ezechiël 13:22→2 Timotheüs 4:3→Jeremia 8:10→Jeremia 28:1→Openbaring 19:20→Ezechiël 13:7→— Toen vergaderde de koning van Israel de profeten, omtrent vierhonderd man, en hij zeide tot hen: Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden: Trek op, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.
Toen vergaderde de koning van Israël, terstond zich naar de wens van zijn vriend schikkende, odmat hij zeer goed wist dat de profeten, die aan zijn hof onderhouden werden, niets anders zeggen zouden dan hetgeen hij verlangde (2 (Tim. 4: 3), de profeten, 1) omtrent vierhonderd man, niet de 400 profeten van het bos, waarvan in 18: 19 gesproken is, maar toch dezen, die insgelijks door hem bezoldigd werden, de dienst van God onder het beeld van een gouden kalf, zoals die nu weer in het rijk van Israël gebruikelijk was, waarnamen, en het profeteren als een handwerk uitoefenden, en hij zei tot hen: Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden, naar de ingeving van hun boos, geheel aan Achab overgegeven en door de satan vervuld hart: Trek op, want de HEERE zal ze in de hand van de koning geven.
Deze 400 profeten zijn niet “de 400 profeten van het bos”, die niet voor Elia op de Karmel waren verschenen, noch profeten van Baäl, zoals de oude uitleggers menen, want door deze kon Achab niet “het woord van de Heere” vragen, maar ook niet waarachtige profeten van de HEERE of profetenleerlingen, maar profeten van de onder het beeld van de kalveren vereerde HEERE, die zonder goddelijke roeping het profeteren als handwerk uitoefenden, en zo niet door de afgodische koning bezoldigd, toch door hem in dienst waren genomen. Josafat erkende hen niet als ware profeten van de HEERE, maar vroeg, of nog niet zo iemand voorhanden was om door hem de wil van de Heere te vragen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 18:6→2 Koningen 3:11→— Maar Josafat zeide: Is hier niet nog een profeet des HEEREN, dat wij het van hem vragen mochten?
Maar Josafat, wie niet alleen de grote menigte, maar ook het voorkomen en de gehele wijze van doen van deze profeten, tegenover het voorgeven, als ware werkelijk het woord van de Heere in hun mond, tot wantrouwen stemde, zei: Is hier niet nog een profeet van de HEERE, behalve degenen, die gij voor mij vergaderd hebt, dat wij het ook van hem vragen mochten 1) wat de Heere van ons voornemen zegt.
Wel op hoffelijke wijze doet Josafat deze vraag, maar geeft daarmee toch duidelijk genoeg te kennen, dat hij in die 400 profeten geen vertrouwen stelt. Trouwens hoe was dit ook mogelijk, omdat hij wist, dat zij profeten van Achab waren en de kalverdienst huldigden. Hij onderscheidt daarom Micha van hen, door te vragen naar een profeet, d.i. naar een ware profeet van de Heere.
KruisverwijzingenMicha 2:7→Johannes 17:14→Amos 5:10→Jeremia 38:4→Johannes 7:7→Johannes 3:19→1 Koningen 22:27→Jeremia 43:3→— Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!
Toen zei de koning van Israël tot Josafat: Er is zonder twijfel nog één man te vinden, om door hem de HEERE te vragen, en ik heb reeds ondervonden dat zijn woordenwaarheid zijn en hun vervulling verkrijgen; maar ik haat 1) hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad, daarom heb ik hem ook niet terstond doen ontbieden, Micha,
de zoon van Jimla. En Josafat zei: De koning zegge niet zo, als moest men een profeet haten en van zich verwijderd houden, omdat hij anders profeteert dan wij het graag horen; maar in tegendeel hebben wij zo’n profeet het meest te zoeken en is zijn woord het meest betrouwbaar (1 Joh. 4: 5).
Dezen zijn goddeloos, in de zonde verhard en rijp voor een schielijke ondergang, die Gods dienaren haten, omdat zij te goeder trouw met hen handelen, in hen ernstig te waarschuwen wegens de ellende en het gevaar, omwille van hun zonden wil hen bedreigende, en hen voor vijanden houden, die hen de waarheid zeggen.
Deze Micha moet niet met een ander profeet met dezelfde naam, wiens profetisch boek de zesde plaats onder “de kleine profeten” inneemt, verwisseld worden en die zich uitdrukkelijk daardoor van hem onderscheidt, dat hij zich in het opschrift van zijn boek “Micha, de Moraschtiet”, of “van Mareza” noemt; evenwel geeft de jongere Micha, wanneer hij zijn voorspellingen met dezelfde woorden begint, waarmee de oudere ze besluit: “Hoort gij volken altegaar” (vs. 28vv. Micha 1: 2), tevens te kennen, dat hij met zijn voorganger meer dan de naam gemeen heeft, dat zijn werkzaamheid als een voortzetting van diens kamp tegen de valse profeten en diens ijveren voor de eer van God te houden is, waarvoor de zoon van Jimla alles over had. Misschien is de laatste, in wie wij in elk geval een profeet uit de school van Elia voor ons hebben, dezelfde die Achab zijn schuld, toen hij Benhadad had gespaard, zo nadrukkelijk voor ogen stelde ( 20: 35vv.) Achab op hem verstoord, had hem in de gevangenis laten werpen, waaruit hij thans voor de dag gehaald, maar later weer teruggebracht werd, om daarin nog strenger behandeld te worden, totdat de uitkomst van zijn voorspelling de waarheid van zijn zending bevestigd zou hebben (vs. 26vv.). Want terwijl de valse profeten, “in de koningshuizen” mogen zijn (MATTHEUS. 11: 8), moeten de ware profeten in woestijnen en kerkers versmachten. De afkeer van de koning voor de profeet, bij alle inzicht in de goddelijkheid van zijn roeping, rustte misschien op het met heidense voorstellingen van voorspelling en bezwering samenhangend geloof, dat de profeten tot de Godheid in zo’n betrekking stonden, waardoor zij in staat waren enige invloed op haar wil uit te oefenen, zodat het slechts op hen aankwam om goed of kwaad te voorspellen, zodat zij daarom voor hun onheilsprofetieën verantwoordelijk gesteld konden worden (Nu 22: 6).
KruisverwijzingenZacharia 1:18→Deuteronomium 33:17→Jeremia 29:21→Ezechiël 13:6→Jeremia 28:2→Jeremia 27:2→2 Korinthe 11:13→Jeremia 23:31→— En Zedekia, de zoon van Kenaana, had zich ijzeren horens gemaakt; en hij zeide: Zo zegt de HEERE: Met deze zult gij de Syriers stoten, totdat gij hen gans verdaan zult hebben.
En Zedekia, de zoon van Kenäna, een van deze 400 profeten, had om door een zinnebeeldige voorstelling aan de eerder uitgesproken aankondiging (vs. 6) meer klem bij te zetten zich ijzeren horens gemaakt, 1) plaatste zich ijzeren punten, die hij met zich gebracht had, als hoorns op het hoofd, bootste daarmee de stoten van een buffel na, die zijn tegenstander neerwerpt, en hij zei: Zo zegt de HEERE: Met deze d.i. met hoorns, zoals in Mozes’ zegenbede (Deuteronomium 33: 17) geschreven staat, zult gij de Syriërs stoten, totdat gij hen geheel verdaan zult hebben.
Het is wel aan geen twijfel onderhevig, dat de symbolische handeling van Zedekia tot belichaming heeft moeten dienen van de zegen door Mozes over Jozef uitgesproken: “Zijn hoorns zijn hoorns van de eenhoorn, met deze zal hij de volken tezamen stoten tot aan de einden van het land”, of “de aarde”, een toepassing daarom van de zo heerlijke toezegging, bij de stam van Efraïm residerende; op de valse troost evenwel, die in zodanig misbruik van een woord van God opgesloten ligt, zinspeelt misschien de profeet Amos ( 6: 13).
Kruisverwijzingen1 Korinthe 2:14→Psalmen 50:21→Micha 2:11→Amos 7:13→Psalmen 11:1→Micha 2:6→Psalmen 14:1→Hosea 7:3→— De bode nu, die heengegaan was, om Micha te roepen, sprak tot hem, zeggende: Zie toch, de woorden der profeten zijn uit een mond goed tot den koning; dat toch uw woord zij, gelijk als het woord van een uit hen, en spreek het goede.
De bode nu, die heengegaan was naar de stadsgevangenis, om Micha te roepen (vs. 9), sprak tot hem, zeggende: Zie toch de woorden van de vierhonderd profeten zijn uit één mond goed tot de koning; dat toch uw woord zij zoals het woord van één uit hen, en spreek het goede. 1)
De kamerling gaf deze raad niet om Micha’s wil, maar omwille van de koning, niet zozeer om zich aangenaam bij de koning te maken, als wel opdat deze niet een harde boodschap zou ontvangen. Het schijnt, dat deze man de woorden van de 400 profeten evenmin goed vertrouwd heeft als Josafat, dat Micha in de grond van de zaak beter door hem vertrouwd werd, dan die valse profeten. Zo gaat het meer. Het zuivere onvervalste woord van God heeft bij de wereldling, al wil hij het niet, nog meer gezag, dan de leugentaal van de wereld. Het geweten van de wereld geeft niet zelden mede getuigenis aan de waarheid van Gods Woord. Echter de wereld verzwaart daardoor haar eigen oordeel.
KruisverwijzingenPrediker 11:9→2 Kronieken 18:14→Richteren 10:14→2 Koningen 3:13→Mattheüs 26:45→1 Koningen 18:27→— Als hij tot den koning gekomen was, zo zeide de koning tot hem: Micha, zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij het nalaten? En hij zeide tot hem: Trek op, en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal ze in de hand des konings geven.
Toen hij tot de koning gekomen was, zo zei de koning tot hem: Micha! zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij het nalaten. En hij, die wel wist dat Achab door zijn eigen geweten overtuigd werd, hoe het woord van zijn profeten niet het woord van de Heere was, maar de taal van laaghartige ogendienaars en gevaarlijke bedriegers, zei tot hem, met opzet het woord van de valse profeten herhalende, ten einde het geweten van de koning nog meer te treffen: Trek op en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal ze in de hand van de koning geven. 1)
Dit was een heilige spot en zelfs een zinnebeeldige strafrede tegen de koning, die zoveel betekende als: Dit is het toch wat gij wenst te horen.
Boosaardige spotternij tegenover de zwakheden en zonden van de naaste, moedwillig en liefdeloos schertsen is de Christen vreemd; want hij kent geen vreugde in andersmans leed. Evenwel is iedere spot niet te veroordelen, waarin de zonde, die veroordeeld moet worden, de dwaasheid zichtbaar en op belachelijke wijze voor de dag komt, daar neemt het tegenover elkaar stellen van waarheid en verkeerdheid meermalen vanzelf het karakter van spotternij aan (Luk. 14: 21), die, wanneer zij het eigenlijk zondige doet uitkomen, in weemoedige bitterheid overgaat. Maar zo’n spot, waartoe de zaak zelf aanleiding geeft, mag nooit tegenover de dwaas een liefdeloze vreugde over zijn dwaasheid worden, maar is altijd de uitdrukking van de liefhebbende smart, en de spottende manier van spreken mag alleen gebezigd worden, wanneer zij tot waarschuwing, onderrichting en verbetering van de dwazen geschikt is; de beschaming moet geen doel maar middel zijn, niet met lust maar met medelijden toegediend worden (1 Kor. 4: 14); bij het gebruik daarvan is dus veel wijsheid nodig. De mening dat de beschaming door spot, als middel om te berispen en te waarschuwen, de Christen in elk geval ongeoorloofd is, is eenzijdig; Christus zelf maakt, naar het ons voorkomt ofschoon spaarzaam, van de ironische stijl gebruik, maar die dan ook altijd tegelijk de uitdrukking van de hoogste en meest smartelijke ernst is. Wanneer Hij (Luk. 13: 33vv. 13.33) zegt: “Het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem”, dan is dit inderdaad geen gewone ironie; maar droevige ernst, en ook in de zaak zelf, waarop Christus met weemoed wijst, ligt zo’n diepe en afkeerwekkende tegenstrijdigheid, dat zich daarin ook, al is het niet in de woorden, een zekere ironie vertoont. Door Mozes (Deuteronomium 32: 38), door David (1 Samuel 26: 15), de Profeten ( 18: 27 Jes. 44: 12vv. Jer. 10: 3vv.), zelfs in de mond van de HEERE (Richteren 10: 14), en bij de apostelen (1 Kor. 4: 8,10; 2 Kor. 11: 19vv.; 12: 13 de ironie gebezigd. Maar slechts degene, die waarlijk en oprecht liefheeft, mag zonder groot gevaar op zo’n wijze spreken, en inderdaad hebben vele andere grote mannen in de kerk hierin soms gezondigd.
Het is duidelijk, dat Achab uit de toon, waarop Micha sprak, merkte dat zijn woorden een bespotting waren van die van de valse profeten.
KruisverwijzingenMarkus 5:7→Jozua 6:26→2 Kronieken 18:15→Jeremia 42:3→Mattheüs 22:16→Mattheüs 26:63→Handelingen 19:13→1 Samuël 14:24→— En de koning zeide tot hem: Tot hoe vele reizen zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan alleen de waarheid, in den Naam des HEEREN?
En de koning, die reeds aan de toon, waarop Micha dit zei, bemerken kon, welke zin zijn woorden hadden, en die door zijn uit de slaap van de verdoving ontwakend geweten gedwongen werd, om de volle waarheid te vernemen, zei tot hem: Tot hoeveel reizen zal ik u bezweren, 1) opdat gij tot mij niet spreekt dan alleen de waarheid, in de naam van de HEERE?
Dit is de taal van de mens, wiens geweten hem zegt, dat het kwaad over hem is besloten en die toch, o zo graag, nog een woord wil horen, dat van vrede spreekt. Achab is niet gerust, vreest heimelijk, dat hij geen gunstig woord zal ontvangen en heeft toch liefst een gunstige voorspelling. Vandaar dat hij straks de profeet van de Heere behandelt, zoals hij hem behandelt. Een daad, die voortkomt uit een onbevredigd, maar toch sidderend geweten. Ook uit het woord tot Josafat merken wij bij Achab iets van de strijd van de hartstochten en het geweten.
KruisverwijzingenMattheüs 9:36→Numeri 27:17→1 Koningen 22:34→Jeremia 50:17→Zacharia 13:7→1 Samuël 9:9→Zacharia 10:2→Jeremia 1:11→— En hij zeide: Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en de HEERE zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede.
En hij die, waar het op de volle naakte waarheid aankwam, niets anders had te voorspellen, dan dat Achab in deze strijd zou vallen en zijn van hun aanvoerders beroofde krijgslieden zich dan verstrooien en zonder bereiking van hun doel, maar ook zonder door de vijanden verder vervolgd te worden, in hun land terugkeren zouden, zei terwijl hij de voorspelling in een profetisch gezicht inkleedde: Ik zag het gehele Israël verstrooid op de bergen van Gilead, als schapen die geen herder hebben; en de HEERE zei: Dezen hebben geen heer; een ieder kere terug naar zijn huis in vrede.
Terwijl Zedekia zijn voorspelling kracht wilde bijzetten door een voorzegging van Mozes op Achabs onderneming toe te passen, toonde Micha de koning uit de Wet, wat in de voorgenomen strijd werkelijk plaats zou hebben, de toestand namelijk, die Mozes vóór zijn scheiden van Israël wilde afwenden door de bede (Numeri 27: 16vv.), dat het de Heere mocht behagen een man over de gemeente aan te stellen, die haar uitleidde en inleidde, opdat de gemeente niet werd als schapen die geen herder hebben.
Ook lag hierin, dat Achab zou worden gedood, maar dat de vijand dan verder het volk van Israël niet zou vervolgen, zodat het leger naar de huizen kon terugkeren.
KruisverwijzingenJob 2:1→Daniël 7:9→Job 1:6→Hebreeën 1:14→Psalmen 103:20→Jesaja 6:1→Hebreeën 1:7→Mattheüs 18:10→— Verder zeide hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag den HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir staande nevens Hem, aan Zijn rechter hand en aan Zijn linkerhand.
Verder zei hij, Micha: Daarom, omdat gij meent, dat ik uw vijand ben, maar al deze profeten uw ware vrienden zijn, hoort het woord van de HEERE, waaruit gij bemerken zult wat de vriendschap van hen, die u naar de mond spreken, te beduiden heeft: a) Ik zag 1) in een ander profetisch gezicht, waardoor mij de oplossing gegeven werd van de oorzaak en van het doel van hetgeen hier in uw aanwezigheid voorvalt, de HEERE zittende op Zijn troon in de hemel en al het hemelse leger, staande naast Hem aan Zijn rechter- en aan Zijn linkerhand, om Zijn heilig raadsbesluit te vernemen en Hem bij de uitvoering daarvan ten dienst te staan.
2 Kronieken 18: 18 Job 1: 6vv.; 2: 1
Hier wordt niet een historie verteld, maar een gezicht in verrukking van zinnen.
Kruisverwijzingen1 Koningen 22:23→Job 1:6→Job 2:1→— Toen ging een geest uit, en stond voor het aangezicht des HEEREN, en zeide: Ik zal hem overreden. En de HEERE zeide tot hem: Waarmede?
Toen ging uit de rijen van de overigen een 1) geest uit, en stond voor het aangezicht van de HEERE en zei: Ik zal, wanneer Gij het mij veroorlooft, hem overreden, een zodanig werk is geheel naar mijn smaak en ik kan er u voor instaan, dat het mij lukken zal. En de HEERE zei tot hem: Waarmee, hoe zult gij het aanvangen, om hem zo volkomen te verdwazen, dat hij zich door niets van het ondernemen van de krijgstocht laat terughouden?
In het Hebreeuws Haroeach. Beter daarom, de geest. Deze geest is die geest van de profeten, die niet staat in de onmiddellijke dienst van God, maar onder de invloed van satan, die tenslotte ook weer niets kan doen zonder Gods toelating. Duidelijk wordt het hier ons geleerd dat, zoals de ware profeten door de Geest van God worden geïnspireerd om alleen te verkondigen wat waarheid is, zo ook de valse profeet staat onder een andere geest, onder de macht van de leugengeest, die in hem werkt en die in sommige gevallen door God Almachtig wordt gebruikt om over de zondaar het oordeel te brengen, waaronder hij besloten ligt. Achab was bestemd, om in de slag tegen de Syriërs te sterven, als straf voor zijn zonde, vroeger begaan en die hierin bestond, dat hij Benhadad, de door God verbannene, het leven had gespaard. Opdat nu Achab van zijn voornemen niet zou afgaan, om tegen de Syriërs te gaan strijden, bestelt God het zo, dat de valse profeten door de leugengeest worden bezield. Zo straft God tevens de zonde van de kalverdienst. Echter zal Achab ook weer niet ongewaarschuwd zijn dood en daarom zijn straf tegemoet gaan. Hij ontvangt nog de waarschuwing door Micha, de profeet van God. Achab laat zich echter niet waarschuwen. Wij hebben hier een duidelijke prediking van de Soevereiniteit van God aan de ene zijde en van de verantwoordelijkheid van de mens aan de andere zijde.
KruisverwijzingenRichteren 9:23→Ezechiël 14:9→1 Koningen 22:20→Job 2:4→1 Johannes 4:6→Openbaring 20:7→1 Samuël 19:9→Psalmen 109:17→— En hij zeide: Ik zal uitgaan, en een leugengeest zijn in den mond van al zijn profeten. En Hij zeide: Gij zult overreden, en zult het ook vermogen; ga uit en doe alzo.
En hij zei: Ik zal uitgaan en evenals Uw Geest een Geest van waarheid in de mond van Uw profeten is, een leugengeest zijn in de mond van al zijn profeten en zal daar op zo’n wijze spreken, dat hij volkomen verblind wordt. En Hij, de Heere, zei: Gij zult hem overreden en zult het ook vermogen, want gij zijt daartoe de juiste persoon; ga uit en doe zoals gij gezegd hebt, Ik geef u daartoe de onbepaalde vergunning. Wat Micha hier vertelt is geen geschiedenis, door hemzelf uitgedacht, waarin hij zijn gedachten en inzichten dichterlijk inkleedt; maar hij heeft dit gezicht vroeger, toen hij in de gevangenis lag, in een toestand van verrukking werkelijk gehad. God had hem op die wijze een blik in Zijn wegen en Raadsbesluiten vergund, ten einde hem in staat te stellen, Achab in naam van de Heere de waarheid aan te zeggen. Wij moeten echter, omdat in hetgeen de profeet vertelt, niet op iets dat werkelijk zo gebeurd is, of op een voorval, met het lichamelijk oog waargenomen, gedoeld wordt, ons meer van nabij tot het begrip en de betekenis daarvan bepalen. In Numeri 4: 12 maakt de Heere zelf met betrekking tot de vorm, waarin Hij zich aan de profeten meedeelt, een onderscheid tussen gezicht en droom aan de ene en het mondelinge woord, de onmiddellijke inspraak van de Geest aan de andere kant. Bij het laatste, zoals uit de woorden blijkt, die in de zo-even aangehaalde plaats gebruikt worden, komt de verbeeldingskracht niet tussenbeide en hetgeen geopenbaard wordt, wordt zonder gelijkenis of donkere woorden, zonder bedekking meegedeeld: daar treden, zoals Maimonides zich uitdrukt, verbeeldingskracht en werkzaamheid van de zinnen op de achtergrond en zijn verstand en inzicht alleen werkzaam. Aan Mozes werden dus de Goddelijke openbaringen in wakende toestand, bij ongestoorde heerschappij van het zelfbewustzijn, meegedeeld; daarom lezen wij nergens van hem, dat hij, bij het ontvangen daarvan, schrok; de vatbaarheid om op zo’n wijze mededelingen van de Allerhoogste te ontvangen, was dan ook bij hem een blijvende: hij hoefde niet eerst in een buitengewone toestand overgeplaatst te worden, maar de Geest van profetie had om zo te zeggen, woning bij hem gemaakt. In nog veel hogere mate treffen wij dit bij Christus aan, die evenzo geen zinsverrukking nodig had om te kunnen voorspellen; in Hem had de Geest van profetie niet alleen woning gemaakt, maar woonde van begin af aan in Hem, omdat Hij in God was en God in Hem. Terwijl de theologen van de oude kerk (Augustinus de Genesis ad litter XII, 7; Thom. Aquinas Summa theol. sect. II. quest. 172) alle 3 de openbaringsvormen onder het hoofdbegrip “gezicht” samen vatten, onderscheiden zij 1e. het door middel de zinnen, 2e. het door voorspelling aan de innerlijke aanschouwing en 3e. het in wakende toestand en met zelfbewustzijn ontvangen gezicht (visio corporalis, imaginaria, intellectualis). Deze derde vorm hebben wij zelfs in Mozes als de hoogste leren kennen; de beide andere vormen sluiten elkaar niet wederkerig uit, maar zijn met elkaar verwant, want het droombeeld is een gezicht evenals het gezicht in lichamelijk wakende toestand in zekere zin een dromen is; als overgang tussen deze beiden staat het nachtgezicht (Job 4: 13vv. Zach. 1: 7vv.). Volgens Calovius bestaat de openbaring in de droom daarin, dat de uiterlijke zinnen werkeloos gehouden worden en aan de verbeeldingskracht een beeld wordt voorgesteld-en het gezicht daarin, dat de zinnen wel niet werkeloos gehouden, maar geheel door de verrukking, die over de profeet komt, in beslag genomen worden: deze beide toestanden hebben dus het terugtreden van de waarneming door de zinnen met elkaar gemeen en dit afgetrokken worden van de buitenwereld en zich verdiepen in zichzelf bekwaamt de mens voor het ontvangen van de indrukken van boven. In de droom nu bevindt zich de ziel, omdat deze in de slaap bij zichzelf en, om ons van een uitdrukking van Hippocrates te bedienen, niet door alle leden van het lichaam verdeeld is, reeds in de toestand van concentratie, zodat zij voor zich alleen en met volle kracht werkzaam kan zijn, om Gods inwerking rechtstreeks te ervaren. Het gezicht heeft daarop in uiterlijk wakende toestand plaats; de ziel wordt aan haar werkzaamheid naar buiten ontrukt, hetgeen niet zelden uitputting en onmacht ten gevolge heeft, en door de geestelijke waarnemingen, die op overweldigende wijze hun deel worden, hun respectieve (opnemende) werkzaamheid zozeer in beslag genomen heeft, dat er aan hun zelfstandige werkzaamheid een einde schijnt gekomen te zijn, en zij aangaande het geziene nog een oplossing behoeven, of een vertaling van het gehoorde voor hun eigen verstandelijk bewustzijn nodig hebben. Het eigenlijk gezicht, zoals wij er hier een zodanig voor ons hebben, is dan de belichaming of symbolisering van datgene, wat de profeet te erkennen of te ondervinden gegeven wordt; het is dus een symbolisch geen initiatief aanschouwen, een aanschouwen “door donkere woorden,” geen aanschouwen van “de gelijkenis van de Heere”. In deze mededeling zullen wij dan ook op deze plaats een belichaming voor het innerlijk oog van zekere oplossingen, die Micha gegeven worden, te erkennen hebben, een verzinnelijking van het bovenzinnelijke, die in het geestelijk en lichamelijk bestaan van de mens en in zijne beperktheid aan deze zijde van het graf, zijn grond van noodwendigheid heeft, en wij moeten geenszins menen, dat hier van een werkelijk, in letterlijke zin in de hemel plaatsgehad hebbend voorval sprake is. De waarheid in dit donkere woord van de gelijkenis opgesloten, wanneer wij tot de bepaalde zin doordringen, is deze: 1e. Over Achab is in de hemel gericht gehouden, maar niet meer alsof hem, na vergeefs voorbijgegane genadetijd ( 21: 28vv.) een zodanige nog verder zou toegestaan worden; zijn ondergang is veel meer een reeds vastgestelde zaak; ook niet, op welke wijze hij vallen zal, want ook dat staat reeds vast, dat zijn ziel voor Benhadads ziel zal zijn en hij in de strijd tegen deze vijand vallen zal ( 20: 42). Wat heeft het overleg van de Heere met de hemelse machten de vraag tot onderwerp gehad, hoe Achab ertoe gebracht zou worden, om ter oorzake van Ramoth in Gilead een onbezonnen strijd met de Syriërs aan te vangen, opdat hij alzo vallen zou, waar hij overeenkomstig het Goddelijk Raadsbesluit vallen moest. De hemelse beraadslaging, waarbij alle vormen in acht genomen worden, symboliseert de waarheid, die ook overal in de Schrift ons tegenkomt, dat in die geheimnisvolle hemel, waarin lichtreine Engelen Gods aangezicht zien en ter volvoering van Zijn bevelen gereed staan, al de Goddelijke daden en beslissingen voorbereid worden en door de hogere geesten meer duidelijk en van nabij in hun oorsprong en doel worden gadegeslagen. 2e. Zonder Gods medewerking kan geen schepsel zich bewegen, en ook het kwade kan zonder Zijn toedoen niet tot stand komen (2 Samuel 24: 1). Waar God evenwel de zonde met zonde straft en de afval van Hem daarmee vergeldt, dat Hij de afvallige aan misdaad en verstoktheid overgeeft, waar Hij krachtige dwalingen toezenden wil aan degenen, die de waarheid niet hebben willen aannemen, en die een welbehagen hebben in de ongerechtigheid (2 Thessalonicenzen. 2: 9vv.), daar kan Hij Zijn goede en reine geesten niet als werktuigen gebruiken, daartoe behoeft Hij de dienst van de boze geest, uit wie dergelijke dwalingen hun oorsprong hebben en in wie alleen krachten van de leugens wonen. Deze waarheid is in Micha’s gezicht daardoor aanschouwelijk voorgesteld, dat van de goede Engelen, de een dit, de ander dat zegt, en niet één raad weet, totdat de geest te voorschijn treedt, die zegt: Ik zal het doen, ik zal hem overreden. 3e Wanneer satan hier nog onder de goede geesten verschijnt, zoals in Job 1: 6vv.; 2: 11vv., dan is dat slechts een afspiegeling van de ervaring, dat Judas de verrader tot aan de laatste beslissing zich evenzo onder Jezus’ discipelen bevond. Het heeft echter evenwel in zover zijn volle waarheid, als aan de ene zijde de duivel, wat zijn oorspronkelijke schepping betreft, een goede engel, en aan de andere zijde het jongste gericht over hem, waarin zijn verdoemenis volkomen zal zijn, nog zo lang onvoltrokken is, als in het Oude Testament het verlossingswerk van Christus nog onvoltooid is, waarin ook de vijandschap van de duivel tegen God zich op het hoogst openbaart.
KruisverwijzingenEzechiël 14:9→1 Koningen 20:42→Mattheüs 24:24→Jesaja 6:9→Deuteronomium 2:30→Exodus 10:20→1 Koningen 21:19→Jesaja 44:20→— Nu dan, zie, de HEERE heeft een leugengeest in den mond van al deze uw profeten gegeven; en de HEERE heeft kwaad over u gesproken.
Toen, terwijl Micha zo sprak en zijn woorden een zekere indruk op de koning maakten, trad Zedekia, de zoon van Kenäna, het hoofd van de 400 valse profeten (vs. 11) toe en sloeg, verstoord over de wijze, waarop hij en de zijnen ontmaskerd werden, Micha in het gezicht; en hij zei op vrij spotachtige wijze: Door welke weg, op welke wijze is de Geest van de HEERE van mij doorgegaan, geweken, om u alleen aan te spreken? 1) Zeg mij op welke wijze Hij die overgang bewerkstelligd heeft? Hoe is het toch gekomen, dat gij alleen het weet en wij nu leugenprofeten zijn?
Zedekia was zich daarvan bewust, dat hij zijn voorspelling niet zelf verzonnen had, daarom trad hij zo driest tegen Micha op, maar beweert daarmee evenzeer, dat niet Gods Geest hem bezielde. Was hij met de Geest van God bezield geweest, zo had hij het niet nodig geacht door ruw geweld zijn woorden te bekrachtigen, maar had de verdediging van zijn zaak rustig aan de Heere kunnen overlaten, zoals Micha deed (vs. 25).
Kruisverwijzingen1 Koningen 20:30→Jeremia 29:32→Jeremia 29:21→Openbaring 19:20→Jesaja 9:14→Numeri 31:8→Amos 7:17→Jeremia 28:16→— En Micha zeide: Zie, gij zult het zien, op dienzelfden dag, als gij zult gaan van kamer in kamer, om u te versteken.
En Micha, aan de onbeschaamdheid en het ruwe geweld van zijn tegenstander een des te groter kalmte en bedaardheid, in het zeker vooruitzicht van hetgeen gebeuren zou, tegenoverstellende, zei: Zie gij zult het zien, dat de Geest van de Heere werkelijk van u geweken is en met mij spreekt, op dezelfde dag, waarop mijn woord aan de koning zich vervullen zal, als gij in grote angst van kamer tot kamer zult gaan, van de ene kamer van uw huis in de andere, om u te versteken, ten einde de zware verantwoording over al het onheil, dat gij door uw valse voorspelling (vs. 11) hebt aangericht, te ontgaan. Het blijkt duidelijk, dat Zedekia, na Achabs bloedige dood (vs. 34vv.) ook werkelijk tot rekenschap is opgeroepen, ofschoon dit bericht, dat zich alleen tot de hoofdzaak bepaalt, net zo weinig melding maakt van de straf, die de valse profeet ontving als van het verdere lot van de profeet Micha.
— De koning van Israel nu zeide: Neem Micha, en breng hem weder tot Amon, den overste der stad, en tot Joas, den zoon des konings;
De koning van Israël nu, bij wie de eenmaal opgevatte neiging spoedig weer de overhand verkreeg over de pas ontvangen indruk, dat hij in Micha werkelijk de alleen ware profeet voor zich had, zei tot de kamerling, door wie hij hem had laten halen (vs. 9): Neem Micha weer terug in de stadsgevangenis, en breng hem weer tot Amon, de overste van de stad, en tot Joas, de zoon van de koning, de koninklijke prins, die tezamen het bestuur over de gevangenis uitoefenen. Josafats oogluikend stilzwijgen bij de behandeling, die aan Micha te beurt viel, en zijn voortdurende bereidwilligheid om Achab te vergezellen zijn zeer misdadig.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 16:10→2 Kronieken 18:25→Markus 6:17→Psalmen 127:2→Handelingen 5:18→Lukas 12:45→Efeze 3:1→Jeremia 37:15→— En gij zult zeggen: Zo zegt de koning: Zet dezen in het gevangenhuis, en spijst hem met brood der bedruktheid, en met water der bedruktheid, totdat ik met vrede weder kom.
En gij zult tot beiden zeggen: Zo zegt de koning: Zet deze opnieuw in het gevangenhuis en voed hem met brood van de bedruktheid en met water van de bedruktheid, 1)met geringe gevangeniskost, totdat ik met vrede van mijn veldtocht terugkom en dan verder vonnis over hem vellen zal.
Hij liet hem niet in gijzeling brengen, of hem opnieuw zijn vorige bewaarder aanbevelen, maar hij gebood hem in nauwer bewaring te houden en hem te voeden met brood en water, waarschijnlijk slecht brood en water, tot hij met vrede terugkwam, waaraan hij niet twijfelde, ondanks Micha’s zeggen van het tegendeel. En dan zou hij hem (zoals hij zich voorstelde) ter verantwoording roepen over zijn onbeschaamde leugens en hem als een valse profeet straffen. Een harde behandeling waarlijk jegens iemand, die zijn ondergang probeerde te voorkomen, maar hieruit bleek nog meer, dat besloten was, hem te verderven (2 Kronieken 25: 16).
KruisverwijzingenMicha 1:2→Numeri 16:29→Amos 3:1→Deuteronomium 18:20→Markus 7:14→Markus 12:37→2 Koningen 1:12→2 Kronieken 18:27→— En Micha zeide: Indien gij enigszins met vrede wederkomt, zo heeft de HEERE door mij niet gesproken! Verder zeide hij: Hoort, gij volken altegaar!
En Micha zei: Indien gij enigszins met vrede, niet geslagen en in leven zijnde, terugkomt, zo heeft de HEERE door mij niet gesproken! Verder zei hij, terwijl hij naar de kerker weggevoerd werd: Hoort gij volken 1) al tezamen Israël en gij, natiën, die in het rond woont, let op hetgeen ik thans gezegd heb; want gij zult ook door de aanstaande gebeurtenissen in de gelegenheid zijn, u van de waarheid van mijn woord te overtuigen!
Onder volken worden hier niet verstaan de omstanders, maar Israël en de natiën. Het woord komt voor in dezelfde zin als Micha 1: 2.
Josafats oogluikend stilzwijgen bij de behandeling, die aan Micha te beurt viel, en zijn voortdurende bereidwilligheid om Achab te vergezellen, zijn zeer misdadig.
Vs. 29-40. In weerwil van de voorzichtigheid, waarmee Achab, terwijl hij tot de strijd trekt, zijn leven tegen het hem dreigend gevaar probeert te beveiligen, omdat hij zich door het veranderen van zijn kleren, bij de vijanden onkenbaar maakt, wordt hij toch door het hem voorbestemde lot achterhaald; de pijl van een Syriër treft hem aan de gevaarlijkste plaats van zijn lichaam tussen de gespen en het pantser. Tot zonsondergang blijft hij met zijn dodelijke wond op het strijdtoneel vertoeven, voorts zakt hij, ten gevolge van bloedverlies op zijn strijdwagen ineen en zijn leger verstrooit zich als schapen, die geen herder hebben. Als later zijn wagen in de vijver van Samaria gewassen wordt, lekken de honden zijn bloed, zoals hem gedreigd was. Deze vijver diende ook de hiërodulen (ontuchtige vrouwen, die zich bij afgodische plechtigheden, openlijk prijsgaven) tot badwater; en zo wordt zelfs zijn bloed, door Gods beschikking, oneer aangedaan. (Vergelijk 2 Kronieken 18: 28-34).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 18:28→1 Koningen 22:2→— Alzo toog de koning van Israel en Josafat, de koning van Juda, op naar Ramoth in Gilead.
Alzo trok Achab, de koning van Israël en Josafat, de koning van Juda, op naar Ramoth in Gilead, 8 ½ mijl zuidoostelijk van Samaria; die, terwijl hij zowel de waarschuwing van de profeet Micha trotseerde en ook de waarschuwende stem van zijn eigen hart het zwijgen oplegde en blindelings in zijn verderf liep; deze, omdat hij zich schaamde zijn belofte, aan Achab gedaan (vs. 4), ter wille van een profetische uitspraak, die zo weinig bijval gevonden had, weer in te trekken. Terwijl in 2 Koningen 3: 1 gezegd wordt dat Joram, Achabs tweede zoon, zijn broeder Ahazia, in het achttiende jaar van Josafat, en dus in het jaar 895 v. Chr., is opgevolgd, wordt in 2 Koningen 1: 17 dit jaar van Jorams komst tot de troon als het tweede jaar van Joram, de zoon van Josafat, de koning van Juda aangeduid. Volgens de laatste aanduiding moest Joram, de zoon van Josafat reeds nu, in het jaar 897, waarin de veldtocht tegen Ramoth in Gilead ondernomen werd, de regering over het rijk van Juda aanvaard hebben; dit kan echter ook evenzo goed in zover het geval geweest zijn, wanneer zijn vader Josafat, eer hij met Achab tegen Ramoth optrok, hem het regeringsbeleid opdroeg. Aanleiding tot die stap kan geweest zijn de zielsstemming, waarin Josafat toen ten strijde trok; want hij had vernomen wat Micha van de uitslag van de gehele onderneming voorspeld had; hij erkende dit woord voor een profetisch woord, dat zeer vast is en had zich graag van de zaak losgemaakt, wanneer valse schaamte hem dit niet verhinderd had. Omdat hij nu aan een zo bedenkelijke krijgstocht deelnam, deed hij het met onderwerping aan de mogelijkheid dat ook hij, evenzo als Achab, niet met vrede daaruit terugkeerde. Daartoe werd hij wellicht ook nog bewogen door zijn toeleg om deze, zijn eerstgeborene, in elk geval, van de troonopvolging te verzekeren, mocht hij in de strijd tegen de Syriërs zijn leven verliezen en zo alle onenigheid onder zijn zonen, van wie er behalve Joram in 2 Kronieken 21: 2 nog zes andere opgenoemd worden, te voorkomen. Want het is zeer waarschijnlijk dat Joram, wegens zijn huwelijk met de Israëlitische koningsdochter Athalia (1Ki 19: 21) en ter oorzake, van zijn wreed en heerszuchtig karakter weinig aanhang in het land had, en het volk liever een ander van Josafats zonen op de troon had gezien; waarom ook Joram, toen hij in het bezit van de heerschappij gekomen was, al zijn broeders en enige vorsten in Israël liet doden (2 Kronieken 21: 4). Maar Josafat begeerde Joram tot zijn opvolger, en wel om diens huwelijk met Athalia, omdat hij, naar het schijnt, de hoop koesterde dat ten gevolge van deze verzwagering van de beide koningshuizen, de beide koninkrijken eenmaal weer onder één scepter verenigd zouden worden. Hoe evenwel juist het tegendeel van deze verwachting zich verwezenlijkte en Achabs huis het huis van David bijna uitgeroeid had, als de Heere niet wakend en beschermend tussenbeide getreden was, zullen wij in de geschiedenis van Athalia opmerken (2 Koningen 11: 1vv.). Josafat meende het goed, wat zijn plannen en gedachten betrof. Maar welmenendheid alleen brengt niet altijd het goede tot stand, integendeel geldt ook hier: wat uit vlees geboren is, dat is vlees; alleen wat uit de geest geboren is, dat is Geest (Joh. 3: 6). Overigens is de vasthoudendheid opmerkelijk, waarmee Josafat zich aan de eenmaal opgevatte plannen en gedachten vastklemde. Want niet alleen liet hij zich na de ongelukkige uitslag van de oorlog tegen de Syriërs opnieuw in een gemeenschappelijke strijd met Joram, Achabs tweede opvolger en zoon, in (2 Koningen 3: 4vv.) en beproefde met diens eerste zoon en opvolger Ahazia, opnieuw zoals Salomo een scheepstocht naar Tarsis (2 Kronieken 20: 35vv.), omdat hij stellig besloten had vrede met Israël’s koningen te hebben (vs. 45), maar hij maakte ook twee jaar vóór zijn dood Joram bepaald tot mederegent, zoals hij reeds bij zijn tocht naar Ramoth in Gilead had gedaan; waarom in 2 Koningen 8: 16 als het eerste regeringsjaar van Joram, koning van Juda, niet het zevende regeringsjaar van de Israëlitische Joram (889 v. Chr.), maar integendeel diens vijfde regeringsjaar (891 v. Chr.) opgegeven wordt. Met bijvoeging van dit tweejarig regentschap heeft Joram van Juda inderdaad acht jaar te Jeruzalem geregeerd, terwijl de tijd van zijn alleenheerschappij slechts 6 jaar bedraagt; misschien is echter, zoals door vele uitleggers gebeurt, de toedracht van de zaak zo op te vatten dat Joram, door de heerszuchtige Athalia opgestookt, zelf zijn vader Josafat in 889 v. Chr. van de troon verdrong en de teugels van het bewind in handen nam, zodat aan deze niets dan de koninklijke titel overbleef, en de duur van de regering van de laatste strikt genomen slechts 23 jaar bedroeg.
Ook Josafat trok mee, hoewel hij wist, dat Micha waarheid had gesproken en zijn voorspelling een woord van de Heere was. Men had kunnen verwachten, dat hij zich nu van Achab had losgemaakt en weer naar Juda was gegaan. Niets echter van dit alles. Valse schaamte hield hem terug, wat hem echter bijna het leven had gekost, indien de Heere niet op een bijzondere wijze de ogen van de Syriërs had geopend, zodat zij in hem herkenden niet de koning van Israël, maar die van Juda.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 35:22→Jeremia 23:24→1 Koningen 14:2→2 Kronieken 18:29→1 Koningen 22:10→Psalmen 12:2→Spreuken 21:30→2 Samuël 14:2→— En de koning van Israel zeide tot Josafat: Als ik mij versteld heb, zal ik in den strijd komen; maar gij, trek uw klederen aan. Alzo verstelde zich de koning van Israel, en kwam in den strijd.
En de koning van Israël vreesde, nadat de legers van weerszijden in het Oostjordaanse waren binnengerukt en het tot een slag tegen de Syriërs zou komen, naar aanleiding van Micha’s profetie, dat de pijlen van de vijanden vooral op hem gericht zouden zijn, zoals het dan ook inderdaad later (vs. 31) het geval was; daarom zei hij tot Josafat: Als ik mij verkleed heb, zal ik in de strijd komen, 1) maar gij, zo gij wilt, trek uw koninklijke kleren aan. Zo verkleedde zich de koning van Israël en kwam in de strijd.
Volgens het oorspronkelijke bevat deze plaats een onbepaalde, afgebroken uitdrukking: “Verkleden en in de strijd komen, en gij, trek uw kleren aan; ” Van der Palm heeft vertaald: Verkleden we ons om in de strijd te gaan, of gij, zo gij wilt, houd uw koninklijk gewaad aan.
In het Hebreeuws Hitchaphees wabo bamilchama. Letterlijk: Verkleden en komen in de strijd. De onbepaalde wijs wordt hier gebruikt, niet zoals gewoonlijk voor de gebiedende, maar voor de wensende. Een gevolg van de angst, waarin Achab verkeert, en van de vrees om te komen. Hij is niet gerust. Hij denkt om de profetie van vroeger bij het sparen van Benhadads leven. Hij weet, dat het op zijn leven gemunt is. Daarom zal hij zich steken in het gewaad van een gewoon soldaat. Tot Josafat zegt hij: trek gij, zo gij wilt, uw koninklijke kleren aan, omdat de koning van Juda niet die voorzorgsmaatregelen hoefde te nemen en te vrezen, meende hij. Of hij daarmee ook de arglistige bedoeling had, om Josafat in zijn plaats te doen sneuvelen, is niet uit te maken. Sommige uitleggers stellen dit vast, anderen verwerpen het. In elk geval met zijn “zich verkleden” bedoelde hij de voorspelling van God krachteloos te maken. Maar God zou tonen, dat Zijn Raad zou bestaan en Hij al Zijn welbehagen zou doen.
Kruisverwijzingen1 Koningen 20:24→2 Kronieken 18:30→1 Koningen 20:16→1 Samuël 30:2→Jeremia 16:6→1 Koningen 20:33→Genesis 19:11→1 Koningen 20:1→— De koning nu van Syrie had geboden aan de oversten der wagenen, van welke hij twee en dertig had, zeggende: Gij zult noch kleinen noch groten bestrijden, maar den koning van Israel alleen.
De koning nu van Syrië had, bij het begin van de strijd, het ook werkelijk, zoals Achab vreesde, in het bijzonder op diens leven gemunt-misschien omdat hij door hem bij de onderhandelingen, die voor het uitbreken van de strijd over de teruggave (vs. 13) van Ramoth plaatsgevonden had (vs. 3), gevoelig was beledigd. Hij had geboden aan de oversten van de wagens, 1) waarvan hij tweeëndertig had (vgl. 20: 1 en 24vv.), zeggende: Gij zult noch kleinen, noch groten in het leger van de kinderen van Israël bestrijden, maar de koning van Israël alleen, zodat gij hem gevangenneemt of doodt; dat moet voor alle dingen gebeuren.
De oversten van de wagens zijn de stadhouders, die hij in de plaats van de 32 koningen had aangesteld ( 20: 24).
KruisverwijzingenSpreuken 13:20→Jona 2:1→Exodus 14:10→Psalmen 116:1→2 Kronieken 18:31→Psalmen 50:15→Psalmen 130:1→Psalmen 91:15→— Het geschiedde dan, als de oversten der wagenen Josafat zagen, dat zij zeiden: Gewisselijk, die is de koning van Israel, en zij keerden zich naar hem, om te strijden; maar Josafat riep uit.
Het geschiedde dan toen de oversten van de wagens, in het hierop plaatshebbend treffen Josafat, 1)de koning van Juda, zagen, dat zij zeiden, wegens de koninklijke kleren die hij droeg (vs. 30): Gewis, die is de koning van Israël, Achab, en zij keerden zich naar hem, drongen in gehoorzaamheid aan Benhadads bevel op hem aan, om te strijden; maar Josafat riep uit, riep zijn krijgslieden toe, dat zij hem te hulp zouden komen, hetgeen tegelijk een aanroeping van de Heere was om hulp, die verhoring vond, omdat de Heere Josafat wel straffen wilde, maar niet met Achab in diens oordeel doen omkomen (2 (Kronieken 18: 31; 19: 2 vv.).
Josafat meer godsvrucht dan staatkunde bezittende, aanvaardde de post van eer, ofschoon het de gevaarlijkste post was en hij daardoor in een ijselijk gevaar geraakte, maar God verloste hem genadig, waardoor Hij betoonde, dat ofschoon Hij op hem verstoord was, Hij hem echter niet had verlaten. Sommige oversten hem kennende ontdekten hun misslag en keerden zich van achter hem af, hiertoe bewogen zijnde door de verborgen besturing van God.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 35:23→1 Samuël 17:49→2 Kronieken 18:30→2 Samuël 15:11→2 Koningen 9:24→Micha 6:13→Openbaring 9:9→— Toen spande een man den boog in zijn eenvoudigheid, en schoot den koning van Israel tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zeide hij tot zijn voerman: Keer uw hand, en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond.
Toen spande een man, een van de gewone krijgslieden, de boog in zijn eenvoudigheid, zonder bepaald overleg, waarom hij juist degene in het oog vatte, op wie hij uit al de rijen van de Israëlitische strijders aanlegde-maar het was de Heere in de hemel, die zijn oog en zijn hand bestuurde, en schoot de koning van Israël tussen de gespen en tussen het pantser, 1) eigenlijk tussen de samenvoegingen van het harnas, daarom juist op die plaats, tot waar alleen een dodelijk verwondende pijl kon doordringen; zo wonderbaarmoest zich alles schikken. Toen zei hij (Achab) tot zijn voerman, die zijn strijdwagen mende: Keer uw hand, wij zouden zeggen: keer om (2 (Koningen 9: 23), en voer mij uit het in slagorde gerangschikte leger, d.i. buiten het strijdgewoel, een weinig ter zijde, want ik ben zeer gewond.
Het eigenlijke pantser bedekte slechts de borst tot aan de laatste rib, van daar had het tot bescherming van het onderlijf nog een schubachtig verlengsel; tussen het verlengstuk en het pantser was er een voeg, en deze was de enige plaats voor pijl of werpspies toegankelijk. Josefus noemt de man, wiens hand de Heere zo geheimnisvol bestuurde Amanus en de Joodse overlevering beweert, dat daaronder de in 2 Koningen 5: 1vv. genoemde veldheer Naäman te verstaan is, wat in elk geval wegens het daar gebruikte woord: “door hem had de Heere de Syriërs verlossing gegeven” veel voor zich heeft, en de betekenis van die geschiedenis in zo verre versterkt, omdat dan degene, die de oorzaak van de overwinning van de Syriërs over Israël geweest is als een geslagene door de melaatsheid hulp in Israël zoeken moet.
Achab is zo veilig gewapend, dat hij bijna onkwetsbaar mag heten. Alsof een geweer tegen de dood en een schild tegen het graf werd gevonden. Al bedekt hem het ijzer van het hoofd tot de voeten, al is er in de hechte wapenrusting slechts een enkele opening, die opening is de geopende poort van de dood. Niet op de ondoordringbare helm stuit de pijl van de Syriër af; juist tussen de gespen en het pantser dringt het moordtuig naar binnen en wondt niet licht, maar ten dode en onder de zwaarte van het stevige harnas gebogen, zinkt Achab waggelend neer. En waar het oog van ons geloof in de hemel Achabs vonnis ziet geschreven en het oog van onze verbeelding hem op de aarde ziet neerliggen, de geheimzinnige pijl van de onbekende in de borst, daar zeggen wij eerbiedig en luid: Dit is door de Heere gedaan.
Kruisverwijzingen1 Koningen 20:42→1 Koningen 22:28→— En de strijd nam op denzelven dag toe, en de koning werd met den wagen staande gehouden tegenover de Syriers; maar hij stierf des avonds, en het bloed der wonde vloeide in den bak des wagens.
En de strijd nam op die dag toe, omdat de kinderen van Israël steeds weer opnieuw op de Syriërs aanvielen, en de koning Achab, om zijn strijders niets van zijnverwonding te laten bemerken en daardoor te ontmoedigen, werd, nadat hij de pijl zich spoedig uit de wond getrokken, maar het toneel van de strijd zelf evenwel niet verlaten had, met de wagen staande gehouden tegenover de Syriërs, alle krachten inspannende om zich in de wagen zoveel mogelijk rechtop te houden; maar hij stierf pas ‘s avonds, toen de zon onderging, en het bloed van de wond vloeide, terwijl hij op deze wijze stand hield, ten einde de Syriërs het hoofd te bieden, met des te meer kracht, juist door het geweld, dat hij zichzelf aandeed, in de bak van de wagen, zodat hij op de strijdwagen geheel en al doodbloedde. Achab leefde lang genoeg om een gedeelte van Micha’s profetie vervuld te zien. Hij had een langzame dood; hij had tijd genoeg om te voelen dat hij stierf; en wij kunnen ons wel voorstellen met wat een afgrijzen hij nu aan de door hem begane gruwelen, aan het versmaden van zoveel waarschuwingen dacht, aan de Baälsaltaren, aan Naboths wijngaard, aan Micha’s inkerkering; door zelfmisleiding en bedrog van anderen ziet hij zich in het verderf gestort. Zonder hoop in zijn sterven valt hij in de handen van de koning van de verschrikking.
Kruisverwijzingen2 Koningen 14:12→1 Koningen 22:17→1 Samuël 4:10→1 Koningen 22:31→2 Samuël 19:8→1 Koningen 12:16→Richteren 21:24→1 Koningen 12:24→— En er ging een uitroeping door het heirleger, als de zon onderging, zeggende: Een ieder kere naar zijn stad, en een ieder naar zijn land!
Toen men nu de wagen, waarop hij met zijn leven had geboet voor het door hem, uit gemis aan vrees van God, gespaarde leven van Benhadad ( 20: 42), in de vijver van Samaria spoelde, lekten de honden zijn bloed, waar 1) n.l. in deze vijver, in dezelfde tijd zich de hoeren wasten, naar het woord van de HEERE, dat Hij door de mond van de profeet Elia ( 21:
gesproken had.2)
Of, terwijl de hoeren zich baadden. Uitdrukkelijk wordt dit erbij gevoegd om te kennen te geven de oneer, die Achab ook nog na zijn dood overkwam, dat zijn strijdwagen van zijn bloed werd gereinigd ten aanschouwen van die vrouwen, die hij in het land had gehaald of toegelaten, ten behoeve van de onreine dienst van Astarte.
Wanneer dit woord van de profeet Elia zich slechts ten dele aan Achab, volkomen evenwel pas aan diens tweede zoon en opvolger Joram vervulde (2 Koningen 9: 24vv.), zo hebben wij Achabs verootmoediging ( 21: 27vv.) niet voorbij te zien, die een verzachting van het Goddelijke strafoordeel teweeg had gebracht. Achabs bloed door de honden gelekt en het lijk van Joram op Naboths akker geworpen: in deze beide, wat tijd en plaats aangaat, van elkaar verwijderde omstandigheden, vervulde zich desalniettemin zeer nauwkeurig wat Elia voorspeld had.
IV. Vs. 41-51.Kruisverwijzingen1 Koningen 15:14→2 Koningen 12:3→1 Koningen 14:24→1 Koningen 15:12→2 Koningen 3:9→2 Samuël 8:14→1 Koningen 10:22→1 Koningen 9:26→ — Josafat nu, de zoon van Asa, werd koning over Juda, in het vierde jaar van Achab, den koning van Israel. Josafat was vijf en dertig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Azuba, de dochter van Silchi. En hij wandelde in al den weg van zijn vader Asa; hij week niet daarvan, doende dat recht was in de ogen des HEEREN. Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten. En Josafat maakte vrede met den koning van Israel. Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, en zijn macht, die hij bewezen heeft, en hoe hij geoorloogd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda? Ook deed hij uit het land weg de overige schandjongens, die in de dagen van zijn vader Asa overgebleven waren. Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings. En Josafat maakte schepen van Tharsis, om naar Ofir te gaan om goud; maar zij gingen niet, want de schepen werden gebroken te Ezeon-Geber. Toen zeide Ahazia, de zoon van Achab, tot Josafat: Laat mijn knechten met uw knechten op de schepen varen; maar Josafat wilde niet. In aansluiting op de zo-even meegedeelde geschiedenis van Achabs veldtocht tegen de Syriërs, waarin hij ook Josafat, koning van Juda, had weten te wikkelen, volgt hier een zeer beknopt verslag aangaande het bestuur van deze koning, waarin zijn duur en de geest, die het bezielde, nader vermeld wordt; daarna wordt van de vruchteloze proefneming van Josafat om het handelsverkeer met Ofir te herstellen (1Ki 15: 24) gewag gemaakt. In het brede wordt er daarentegen van Juda’s vierde heerser gesproken in 2 Kronieken 17: 1-21: 3, die afgezien van zijn onzalige verbintenis met het huis van Achab, een van de beste vorsten uit David’s geslacht is geweest, en die niet slechts veel voor de verspreiding van de kennis van de wet onder zijn volk, voor het herstel van een goede rechtspleging, zowel als voor de organisatie van het leger gedaan, maar ook zegevierend tegen de Ammonieten en Edomieten gestreden heeft.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 20:31→1 Koningen 22:2→2 Kronieken 17:1→1 Kronieken 3:10→— Josafat nu, de zoon van Asa, werd koning over Juda, in het vierde jaar van Achab, den koning van Israel.
a) Josafat (= de HEERE oordeelt) nu, de zoon van Asa, om de in 15: 24 afgebroken geschiedenis van de koningen van Juda verder voort te zetten, werd koning over Juda, in het vierde jaar van Achab, de koning van Israël (d.i. in het jaar 940 v. Chr.).
2 Kronieken 20: 31
Kruisverwijzingen1 Koningen 15:2→2 Koningen 1:17→1 Koningen 14:21→1 Koningen 15:10→2 Koningen 8:16→— Josafat was vijf en dertig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Azuba, de dochter van Silchi.
Josafat was vijfendertig jaar oud, toen hij koning werd, en regeerde vijfentwintig jaar (tot 889 v.Chr.) te Jeruzalem, gedurende de twee laatste jaren onder het mederegentschap van zijn zoon Joram (1Ki 22: 29), en de naam van zijn moeder was Azuba (= verlaten), de dochter van Silchi (= gewapend door de HEERE). Bijna bij iedere koning van Juda wordt ook de naam van zijn moeder vermeld ( 14: 21; 15: 2; 2 Koningen 8: 26; 12: 1; 14: 2; 15: 2,33; 18: 2; 21: 1,19; 22: 1; 23: 31,36; 24: 8,18); dit heeft zijn grond in de belangrijke invloed, die de koningin-moeders op de koning en diens regering uitoefenden, en legt een schoon getuigenis af aangaande de aard van de betrekking tussen moeder en zoon bij de Hebreeën, ook wanneer die betrekking niet altijd een gunstige invloed uitoefende.
Kruisverwijzingen1 Koningen 15:14→2 Koningen 12:3→2 Koningen 18:22→2 Kronieken 15:8→2 Kronieken 20:3→2 Kronieken 15:17→Psalmen 40:4→2 Koningen 15:3→— En hij wandelde in al den weg van zijn vader Asa; hij week niet daarvan, doende dat recht was in de ogen des HEEREN.
En hij wandelde in heel de weg van zijn vader Asa, die in de eerste tijd van zijn bestuur zo voortreffelijk regeerde ( 15: 11vv.), hij week niet daarvan, zoals Asa later zelf deed ( 15: 17vv.), doende wat recht was in de ogen van de HEERE. 1)
Hij droeg dezelfde zorg voor het bestuur van het koninkrijk en in het bijzonder voor de hervorming in de Godsdienst, als zijn vrome vader had gedaan en hij volhardde daarin; hij week niet daarvan. Nochtans, zoals het karakter van de vroomsten zelfs altijd de een of andere maar heeft, zo was het ook hier, de hoogten werden niet weggenomen. Oude verdorvenheden laten zich moeilijk uitroeien, in het bijzonder wanneer ze enige goede mensen tot voorstanders hebben, zoals de hoogten die gehad hadden in Samuel, Salomo en anderen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 19:2→1 Koningen 22:2→2 Koningen 8:18→2 Korinthe 6:14→2 Kronieken 21:6→— Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten.
Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten, wat ondertussen minder hem, dan het volk tot verwijt strekt ( 15: 14), omdat hij tot de grondige bekering van het volk alles deed wat in zijn vermogen was (2 Kronieken 17: 6vv. 19: 4vv.; 20: 20vv.).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 20:34→1 Koningen 14:29→1 Koningen 11:41→— En Josafat maakte vrede met den koning van Israel.
En Josafat maakte, anders dan zijn drie voorgangers ( 14: 30; 15: 6,16) vrede met de koning van Israël, 1) terwijl hij zich met hem verzwagerde (1Ki 19: 21).
Op zichzelf beschouwd was dit goed, maar toch overschreed Josafat de geoorloofde grenzen, door zich te verbinden met het huis van Achab. Hiermee werd hij oorzaak dat straks onder Athalia, de dochter van Achab en de weduwe van Joram, Josafats zoon, het koninklijk nageslacht van David bijna geheel werd omgebracht. Het was hier in betrekkelijke zin een vrede, ten koste van de waarheid. En dit is bij de Heere vervloekt.
Kruisverwijzingen1 Koningen 14:24→1 Koningen 15:12→Deuteronomium 23:17→Judas 1:7→Genesis 19:5→Richteren 19:22→1 Timotheüs 1:10→Romeinen 1:26→— Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, en zijn macht, die hij bewezen heeft, en hoe hij geoorloogd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda?
Het overige nu van de geschiedenissen van Josafat en zijn macht die hij, tot bevestiging van zijn rijk, deels door het aanleggen van vestingen en betere legerinrichting, deels door onderwijzing van het volk in de wet en verbetering van de rechtspleging, bewezen heeft, en hoe hij, tegen de Edomieten en Ammonieten (2 Kronieken 20) gestreden heeft, zijn die niet geschreven in het boek der Kronieken van de koningen van Juda? (1Ki 14: 19) Met de geschiedenis van deze koning hangt het ontstaan van Psalm 47, 48 en 83 samen, waarover wij pas bij 2 Kronieken 20 meer in bijzonderheden kunnen spreken. Als profeten, die onder Josafat gewerkt hebben, worden in 2 Kronieken 19: 2; 20: 34,37 genoemd Jehu, de zoon van Hanani (1Ki 15: 22) en Eliëzer de zoon van Dódava.
Kruisverwijzingen2 Koningen 3:9→2 Samuël 8:14→2 Koningen 8:20→Genesis 25:23→Genesis 36:31→Genesis 27:40→Psalmen 108:9→— Ook deed hij uit het land weg de overige schandjongens, die in de dagen van zijn vader Asa overgebleven waren.
Toen was er, in zijn tijd, hetgeen voor de in het vervolg meegedeelde bijzonder van gewicht is, geen koning in Edom; maar een stadhouder van de koning, 1)door de koning aangesteld, regeerde het land.
Het blijft onbeslist of de Edomieten, zoals enige uitleggers willen, nadat zij een tijd lang eigen koningen gehad hebben, weer aan Josafat onderworpen zijn en een stadhouder van hem ontvingen (1Ki 9: 19), dan wel of Edom sinds David’s tijd onafgebroken aan Juda onderworpen is geweest en door een stadhouder geregeerd werd, zodat het pas onder Joram zich onafhankelijk maakte (1Ki 11: 22). In het laatste geval moet men aannemen, dat deze landvoogd of stadhouder nochtans de koningstitel voerde en in zekere mate zelfstandig regeerde, omdat in 2 Koningen 3: 9 van een “koning” van Edom gesproken wordt en deze als een bondgenoot van Josafat en Joram voorkomt, maar toch ook in zekere zin van de koning van Juda afhankelijk is.
Deze mededeling, omtrent Edom, wordt hier in deze geschiedenis ingevlochten, om daarmee de tocht van Josafat te verklaren, omdat deze daardoor vrij kon beschikken over de haven van Elath.
AHAZIA’S ZIEKTE. EEN STRAFWONDER DOOR ELIA VERRICHT. 1 Koningen 22: 52-2 Koningen 1: 18. In zijn oudere zoon Ahazia volgde op Achab, in het bestuur over het rijk van de tien stammen, een vorst, die geheel en al in zijn wegen wandelde en de Baälsdienst opnieuw tot de eredienst van het koninklijke hof maakte; ja, wij zouden haast zeggen, dat Ahazia met nog meer beslistheid dan Achab, in de wegen van Izebel wandelde, ofschoon het hem, wegens de zwakheid en de korte duur van zijn regering, niet lukte het lang in het volslagen heidendom van weleer te doen terugzinken. Hoe goddeloos hij was, bleek bij gelegenheid van een ziekte, waardoor hij ten gevolge van een val getroffen werd, want toen zond hij naar het orakel van de god van de Filistijnen, Baäl-Zebub te Ekron, ten einde te vernemen welke uitslag zijn ziekte hebben zou. Maar de Heere zendt zijn afgezant de profeet Elia tegemoet en laat hem door deze bestraffen en aanzeggen, dat hij van zijn bed niet weer zou opstaan. Om Elia tegen de euvelmoed van de vangeren, die tweemaal, de ene afdeling na de andere afgezonden werden, te beschutten, zendt de Heere bliksemvuur van de hemel, dat beide reizen een hoofdman en zijn vijftigen verteert; wanneer daarna de derde, door de koning uitgezonden, de levende God ontzag betoont, vergezelt de profeet hem op het gebod van de Heere, maar enkel om voor Ahazia’s oren het vonnis van de Allerhoogste te herhalen, en inderdaad sterft de koning, na niet veel langer dan een jaar geregeerd te hebben.
Kruisverwijzingen1 Koningen 15:26→1 Koningen 21:25→Openbaring 3:20→1 Koningen 12:28→1 Koningen 16:30→2 Koningen 1:2→2 Koningen 9:22→2 Koningen 3:3→— Ahazia, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria, in het zeventiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en regeerde twee jaren over Israel.
Ahazia, de oudere zoon van Achab (vgl. 2 Koningen 1: 17), werd koning over Israël te Samaria, in het zeventiende jaar van Josafat, de koning van Juda (897 v. Chr.), en regeerde twee jaar over Israël, nauwkeuriger: een weinig langer dan een jaar, tot 896.
Kruisverwijzingen1 Koningen 16:30→Ezechiël 8:3→Psalmen 106:29→2 Koningen 1:2→Richteren 2:1→2 Koningen 3:2→1 Koningen 21:29→Ezechiël 18:14→— En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; want hij wandelde in den weg van zijn vader, en in den weg van zijn moeder, en in den weg van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed.
En hij diende, voor zijn persoon; terwijl hij de kalverdienst aan het volk overliet, de Sidonische afgod Baäl, 1) en boog zich voor hem, en vertoornde de HEERE, de God van Israël, naar alles, wat zijn vader gedaan had, zonder zich aan de oordelen te storen, die over deze ten gevolge van zijn afgoderij gekomen waren.
Van Ahazia wordt nog opzettelijk meegedeeld, dat hij Baäl diende. In de laatste jaren van Achabs regering, tengevolge van de gebeurtenis op Karmel, schijnt de Baälsdienst niet meer zo sterk door Achab te zijn gedreven. Nu hij echter in de strijd gesneuveld is, wordt de invloed van Izebel weer sterker en in Ahazia vindt zij een gewillig werktuig, om de afgodendienst weer als opnieuw in te voeren. Zelfs was deze zoon van Achab van zeer afgodische aard, omdat hij straks de afgod van de Filistijnen nog om raad gaat vragen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Koningen 22
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Vs. 1-28. Ofschoon Achab zich aan het slot van het vorige hoofdstuk boetvaardig voor God neerboog, had toch dit kortstondig schuldgevoel geen werkelijke bekering tot gevolg, waardoor hij alle valse godsdienst voor immer vaarwel gezegd en zich beslist tot de Heere, de God van Israël, gewend zou hebben. Daarom slaat thans, drie jaar na de tweede veldtocht tegen de Syriërs het uur van het gericht en ijlt Achab zelf de beslissing tegemoet, omdat hij een nieuwe veldtocht tegen de Syriërs onderneemt, de met hem verzwagerde koning van Juda, Josafat, overhaalt om hem in de uitvoering van zijn plannen behulpzaam te zijn, door valse profeten zich in zijn voornemen laat versterken en de waarschuwing van de profeet Micha moedwillig veracht (Vergelijk 2 Kronieken 18: 1-27).
En zij zaten drie jaar stil, na Benhadads loslating van Achabs zijde ( 20: 34 20.34) verliepen er drie jaar, van 900-897 v. Chr. in rust en vrede, dat, gedurende al die tijd, er geen strijd was tussen Syrië en tussen Israël.
Maar het geschiedde in het derde jaar (897 v. Chr.) toen Josafat, de koning van Juda, van wie hierna (vs. 41) verder gesproken zal worden, van Jeruzalem naar Samaria, tot de koning van Israël, met wie hij zich acht jaar geleden (1Ki 19: 21) door een huwelijk tussen zijn zoon Joram en diens dochter Athalia verbonden had, afgekomen was, 1) om hem een vriendschappelijk bezoek te brengen.
Misschien had Josafat zowel van Achabs gruwel aan Naboth gepleegd, als ook van zijn verootmoediging bij het woord van de profeet Elia gehoord, en wilde hij zich thans de neergeslagen man aantrekken, hem moed inspreken, door aansporing tot vertrouwen op Gods schuldvergevende genade, en hem in zijn volslagen ommekeer tot de weg van de gerechtigheid ter zijde staan; maar het zal zich in de verdere loop van deze geschiedenissen bevestigen, dat in het eng en vriendschappelijk verkeer tussen vromen en wereldkinderen de laatsten het beter dan de eersten verstaan, deze op hun wegen te lokken, dan dat het de eersten lukken zou de kinderen van deze wereld tot bekering en zinsverandering te leiden. Het is gemakkelijk, alleen te beminnen of alleen te haten, maar bezwaarlijk, om tegelijk lief te hebben en te haten; uit de liefde tot de zondaar ontstaat zo makkelijk een liefde tot de zonde, en uit de haat tegen de zonde een haat tegen een mens.
Dat de koning van Israël, die zijn gast en diens gevolg zeer eervol onthaalde, en van diens aanwezigheid gebruik maakte om een veldtocht tegen de Syriërs voor te bereiden, waartoe de ontrouw van Benhadad, met het oog op de vroeger door hem gedane toezeggingen ( 20: 34) aanleiding gaf-dat deze tot zijn krijgsoversten, tot zijn knechten, bij gelegenheid van een beraadslaging, die hij met hen in Josafats aanwezigheid hield, zei: Weet gij, dat op grond van het met Benhadad van syrië gesloten verdrag, overeenkomstig welk alle steden, die zijn vader mijn vader afgenomen had, teruggegeven moesten worden, Ramoth1) in Gilead (Deuteronomium 4: 43 en “(1 Samuel 1: 1) van ons is? Benhadad heeft deze stad tot nog toe behouden: en wij zijn stil, laten ons dit welgevallen zonder dat met geweld van wapens te nemen uit de hand van de koning van Syrië.
De ligging van de stad, waardoor de vijand gedurig gelegenheid had om een wakend oog over Israël te houden en het te tuchtigen, was wellicht de oorzaak, dat Benhadad de teruggave daarvan onder allerlei voorwendsels uitgesteld had, en zijn verbittering tegen Achab, die zich in vs. 31 openbaart, toont welke waarde hij aan haar bezit hechtte.
Toen vergaderde de koning van Israël, terstond zich naar de wens van zijn vriend schikkende, odmat hij zeer goed wist dat de profeten, die aan zijn hof onderhouden werden, niets anders zeggen zouden dan hetgeen hij verlangde (2 (Tim. 4: 3), de profeten, 1) omtrent vierhonderd man, niet de 400 profeten van het bos, waarvan in 18: 19 gesproken is, maar toch dezen, die insgelijks door hem bezoldigd werden, de dienst van God onder het beeld van een gouden kalf, zoals die nu weer in het rijk van Israël gebruikelijk was, waarnamen, en het profeteren als een handwerk uitoefenden, en hij zei tot hen: Zal ik tegen Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En zij zeiden, naar de ingeving van hun boos, geheel aan Achab overgegeven en door de satan vervuld hart: Trek op, want de HEERE zal ze in de hand van de koning geven.
Deze 400 profeten zijn niet “de 400 profeten van het bos”, die niet voor Elia op de Karmel waren verschenen, noch profeten van Baäl, zoals de oude uitleggers menen, want door deze kon Achab niet “het woord van de Heere” vragen, maar ook niet waarachtige profeten van de HEERE of profetenleerlingen, maar profeten van de onder het beeld van de kalveren vereerde HEERE, die zonder goddelijke roeping het profeteren als handwerk uitoefenden, en zo niet door de afgodische koning bezoldigd, toch door hem in dienst waren genomen. Josafat erkende hen niet als ware profeten van de HEERE, maar vroeg, of nog niet zo iemand voorhanden was om door hem de wil van de Heere te vragen.
Maar Josafat, wie niet alleen de grote menigte, maar ook het voorkomen en de gehele wijze van doen van deze profeten, tegenover het voorgeven, als ware werkelijk het woord van de Heere in hun mond, tot wantrouwen stemde, zei: Is hier niet nog een profeet van de HEERE, behalve degenen, die gij voor mij vergaderd hebt, dat wij het ook van hem vragen mochten 1) wat de Heere van ons voornemen zegt.
Wel op hoffelijke wijze doet Josafat deze vraag, maar geeft daarmee toch duidelijk genoeg te kennen, dat hij in die 400 profeten geen vertrouwen stelt. Trouwens hoe was dit ook mogelijk, omdat hij wist, dat zij profeten van Achab waren en de kalverdienst huldigden. Hij onderscheidt daarom Micha van hen, door te vragen naar een profeet, d.i. naar een ware profeet van de Heere.
Toen zei de koning van Israël tot Josafat: Er is zonder twijfel nog één man te vinden, om door hem de HEERE te vragen, en ik heb reeds ondervonden dat zijn woordenwaarheid zijn en hun vervulling verkrijgen; maar ik haat 1) hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad, daarom heb ik hem ook niet terstond doen ontbieden, Micha,
de zoon van Jimla. En Josafat zei: De koning zegge niet zo, als moest men een profeet haten en van zich verwijderd houden, omdat hij anders profeteert dan wij het graag horen; maar in tegendeel hebben wij zo’n profeet het meest te zoeken en is zijn woord het meest betrouwbaar (1 Joh. 4: 5).
Dezen zijn goddeloos, in de zonde verhard en rijp voor een schielijke ondergang, die Gods dienaren haten, omdat zij te goeder trouw met hen handelen, in hen ernstig te waarschuwen wegens de ellende en het gevaar, omwille van hun zonden wil hen bedreigende, en hen voor vijanden houden, die hen de waarheid zeggen.
Deze Micha moet niet met een ander profeet met dezelfde naam, wiens profetisch boek de zesde plaats onder “de kleine profeten” inneemt, verwisseld worden en die zich uitdrukkelijk daardoor van hem onderscheidt, dat hij zich in het opschrift van zijn boek “Micha, de Moraschtiet”, of “van Mareza” noemt; evenwel geeft de jongere Micha, wanneer hij zijn voorspellingen met dezelfde woorden begint, waarmee de oudere ze besluit: “Hoort gij volken altegaar” (vs. 28vv. Micha 1: 2), tevens te kennen, dat hij met zijn voorganger meer dan de naam gemeen heeft, dat zijn werkzaamheid als een voortzetting van diens kamp tegen de valse profeten en diens ijveren voor de eer van God te houden is, waarvoor de zoon van Jimla alles over had. Misschien is de laatste, in wie wij in elk geval een profeet uit de school van Elia voor ons hebben, dezelfde die Achab zijn schuld, toen hij Benhadad had gespaard, zo nadrukkelijk voor ogen stelde ( 20: 35vv.) Achab op hem verstoord, had hem in de gevangenis laten werpen, waaruit hij thans voor de dag gehaald, maar later weer teruggebracht werd, om daarin nog strenger behandeld te worden, totdat de uitkomst van zijn voorspelling de waarheid van zijn zending bevestigd zou hebben (vs. 26vv.). Want terwijl de valse profeten, “in de koningshuizen” mogen zijn (MATTHEUS. 11: 8), moeten de ware profeten in woestijnen en kerkers versmachten. De afkeer van de koning voor de profeet, bij alle inzicht in de goddelijkheid van zijn roeping, rustte misschien op het met heidense voorstellingen van voorspelling en bezwering samenhangend geloof, dat de profeten tot de Godheid in zo’n betrekking stonden, waardoor zij in staat waren enige invloed op haar wil uit te oefenen, zodat het slechts op hen aankwam om goed of kwaad te voorspellen, zodat zij daarom voor hun onheilsprofetieën verantwoordelijk gesteld konden worden (Nu 22: 6).
En Zedekia, de zoon van Kenäna, een van deze 400 profeten, had om door een zinnebeeldige voorstelling aan de eerder uitgesproken aankondiging (vs. 6) meer klem bij te zetten zich ijzeren horens gemaakt, 1) plaatste zich ijzeren punten, die hij met zich gebracht had, als hoorns op het hoofd, bootste daarmee de stoten van een buffel na, die zijn tegenstander neerwerpt, en hij zei: Zo zegt de HEERE: Met deze d.i. met hoorns, zoals in Mozes’ zegenbede (Deuteronomium 33: 17) geschreven staat, zult gij de Syriërs stoten, totdat gij hen geheel verdaan zult hebben.
Het is wel aan geen twijfel onderhevig, dat de symbolische handeling van Zedekia tot belichaming heeft moeten dienen van de zegen door Mozes over Jozef uitgesproken: “Zijn hoorns zijn hoorns van de eenhoorn, met deze zal hij de volken tezamen stoten tot aan de einden van het land”, of “de aarde”, een toepassing daarom van de zo heerlijke toezegging, bij de stam van Efraïm residerende; op de valse troost evenwel, die in zodanig misbruik van een woord van God opgesloten ligt, zinspeelt misschien de profeet Amos ( 6: 13).
De bode nu, die heengegaan was naar de stadsgevangenis, om Micha te roepen (vs. 9), sprak tot hem, zeggende: Zie toch de woorden van de vierhonderd profeten zijn uit één mond goed tot de koning; dat toch uw woord zij zoals het woord van één uit hen, en spreek het goede. 1)
De kamerling gaf deze raad niet om Micha’s wil, maar omwille van de koning, niet zozeer om zich aangenaam bij de koning te maken, als wel opdat deze niet een harde boodschap zou ontvangen. Het schijnt, dat deze man de woorden van de 400 profeten evenmin goed vertrouwd heeft als Josafat, dat Micha in de grond van de zaak beter door hem vertrouwd werd, dan die valse profeten. Zo gaat het meer. Het zuivere onvervalste woord van God heeft bij de wereldling, al wil hij het niet, nog meer gezag, dan de leugentaal van de wereld. Het geweten van de wereld geeft niet zelden mede getuigenis aan de waarheid van Gods Woord. Echter de wereld verzwaart daardoor haar eigen oordeel.
Toen hij tot de koning gekomen was, zo zei de koning tot hem: Micha! zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zullen wij het nalaten. En hij, die wel wist dat Achab door zijn eigen geweten overtuigd werd, hoe het woord van zijn profeten niet het woord van de Heere was, maar de taal van laaghartige ogendienaars en gevaarlijke bedriegers, zei tot hem, met opzet het woord van de valse profeten herhalende, ten einde het geweten van de koning nog meer te treffen: Trek op en gij zult voorspoedig zijn, want de HEERE zal ze in de hand van de koning geven. 1)
Dit was een heilige spot en zelfs een zinnebeeldige strafrede tegen de koning, die zoveel betekende als: Dit is het toch wat gij wenst te horen.
Boosaardige spotternij tegenover de zwakheden en zonden van de naaste, moedwillig en liefdeloos schertsen is de Christen vreemd; want hij kent geen vreugde in andersmans leed. Evenwel is iedere spot niet te veroordelen, waarin de zonde, die veroordeeld moet worden, de dwaasheid zichtbaar en op belachelijke wijze voor de dag komt, daar neemt het tegenover elkaar stellen van waarheid en verkeerdheid meermalen vanzelf het karakter van spotternij aan (Luk. 14: 21), die, wanneer zij het eigenlijk zondige doet uitkomen, in weemoedige bitterheid overgaat. Maar zo’n spot, waartoe de zaak zelf aanleiding geeft, mag nooit tegenover de dwaas een liefdeloze vreugde over zijn dwaasheid worden, maar is altijd de uitdrukking van de liefhebbende smart, en de spottende manier van spreken mag alleen gebezigd worden, wanneer zij tot waarschuwing, onderrichting en verbetering van de dwazen geschikt is; de beschaming moet geen doel maar middel zijn, niet met lust maar met medelijden toegediend worden (1 Kor. 4: 14); bij het gebruik daarvan is dus veel wijsheid nodig. De mening dat de beschaming door spot, als middel om te berispen en te waarschuwen, de Christen in elk geval ongeoorloofd is, is eenzijdig; Christus zelf maakt, naar het ons voorkomt ofschoon spaarzaam, van de ironische stijl gebruik, maar die dan ook altijd tegelijk de uitdrukking van de hoogste en meest smartelijke ernst is. Wanneer Hij (Luk. 13: 33vv. 13.33) zegt: “Het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem”, dan is dit inderdaad geen gewone ironie; maar droevige ernst, en ook in de zaak zelf, waarop Christus met weemoed wijst, ligt zo’n diepe en afkeerwekkende tegenstrijdigheid, dat zich daarin ook, al is het niet in de woorden, een zekere ironie vertoont. Door Mozes (Deuteronomium 32: 38), door David (1 Samuel 26: 15), de Profeten ( 18: 27 Jes. 44: 12vv. Jer. 10: 3vv.), zelfs in de mond van de HEERE (Richteren 10: 14), en bij de apostelen (1 Kor. 4: 8,10; 2 Kor. 11: 19vv.; 12: 13 de ironie gebezigd. Maar slechts degene, die waarlijk en oprecht liefheeft, mag zonder groot gevaar op zo’n wijze spreken, en inderdaad hebben vele andere grote mannen in de kerk hierin soms gezondigd.
Het is duidelijk, dat Achab uit de toon, waarop Micha sprak, merkte dat zijn woorden een bespotting waren van die van de valse profeten.
En de koning, die reeds aan de toon, waarop Micha dit zei, bemerken kon, welke zin zijn woorden hadden, en die door zijn uit de slaap van de verdoving ontwakend geweten gedwongen werd, om de volle waarheid te vernemen, zei tot hem: Tot hoeveel reizen zal ik u bezweren, 1) opdat gij tot mij niet spreekt dan alleen de waarheid, in de naam van de HEERE?
Dit is de taal van de mens, wiens geweten hem zegt, dat het kwaad over hem is besloten en die toch, o zo graag, nog een woord wil horen, dat van vrede spreekt. Achab is niet gerust, vreest heimelijk, dat hij geen gunstig woord zal ontvangen en heeft toch liefst een gunstige voorspelling. Vandaar dat hij straks de profeet van de Heere behandelt, zoals hij hem behandelt. Een daad, die voortkomt uit een onbevredigd, maar toch sidderend geweten. Ook uit het woord tot Josafat merken wij bij Achab iets van de strijd van de hartstochten en het geweten.
En hij die, waar het op de volle naakte waarheid aankwam, niets anders had te voorspellen, dan dat Achab in deze strijd zou vallen en zijn van hun aanvoerders beroofde krijgslieden zich dan verstrooien en zonder bereiking van hun doel, maar ook zonder door de vijanden verder vervolgd te worden, in hun land terugkeren zouden, zei terwijl hij de voorspelling in een profetisch gezicht inkleedde: Ik zag het gehele Israël verstrooid op de bergen van Gilead, als schapen die geen herder hebben; en de HEERE zei: Dezen hebben geen heer; een ieder kere terug naar zijn huis in vrede.
Terwijl Zedekia zijn voorspelling kracht wilde bijzetten door een voorzegging van Mozes op Achabs onderneming toe te passen, toonde Micha de koning uit de Wet, wat in de voorgenomen strijd werkelijk plaats zou hebben, de toestand namelijk, die Mozes vóór zijn scheiden van Israël wilde afwenden door de bede (Numeri 27: 16vv.), dat het de Heere mocht behagen een man over de gemeente aan te stellen, die haar uitleidde en inleidde, opdat de gemeente niet werd als schapen die geen herder hebben.
Ook lag hierin, dat Achab zou worden gedood, maar dat de vijand dan verder het volk van Israël niet zou vervolgen, zodat het leger naar de huizen kon terugkeren.
Verder zei hij, Micha: Daarom, omdat gij meent, dat ik uw vijand ben, maar al deze profeten uw ware vrienden zijn, hoort het woord van de HEERE, waaruit gij bemerken zult wat de vriendschap van hen, die u naar de mond spreken, te beduiden heeft: a) Ik zag 1) in een ander profetisch gezicht, waardoor mij de oplossing gegeven werd van de oorzaak en van het doel van hetgeen hier in uw aanwezigheid voorvalt, de HEERE zittende op Zijn troon in de hemel en al het hemelse leger, staande naast Hem aan Zijn rechter- en aan Zijn linkerhand, om Zijn heilig raadsbesluit te vernemen en Hem bij de uitvoering daarvan ten dienst te staan.
2 Kronieken 18: 18 Job 1: 6vv.; 2: 1
Hier wordt niet een historie verteld, maar een gezicht in verrukking van zinnen.
Toen ging uit de rijen van de overigen een 1) geest uit, en stond voor het aangezicht van de HEERE en zei: Ik zal, wanneer Gij het mij veroorlooft, hem overreden, een zodanig werk is geheel naar mijn smaak en ik kan er u voor instaan, dat het mij lukken zal. En de HEERE zei tot hem: Waarmee, hoe zult gij het aanvangen, om hem zo volkomen te verdwazen, dat hij zich door niets van het ondernemen van de krijgstocht laat terughouden?
In het Hebreeuws Haroeach. Beter daarom, de geest. Deze geest is die geest van de profeten, die niet staat in de onmiddellijke dienst van God, maar onder de invloed van satan, die tenslotte ook weer niets kan doen zonder Gods toelating. Duidelijk wordt het hier ons geleerd dat, zoals de ware profeten door de Geest van God worden geïnspireerd om alleen te verkondigen wat waarheid is, zo ook de valse profeet staat onder een andere geest, onder de macht van de leugengeest, die in hem werkt en die in sommige gevallen door God Almachtig wordt gebruikt om over de zondaar het oordeel te brengen, waaronder hij besloten ligt. Achab was bestemd, om in de slag tegen de Syriërs te sterven, als straf voor zijn zonde, vroeger begaan en die hierin bestond, dat hij Benhadad, de door God verbannene, het leven had gespaard. Opdat nu Achab van zijn voornemen niet zou afgaan, om tegen de Syriërs te gaan strijden, bestelt God het zo, dat de valse profeten door de leugengeest worden bezield. Zo straft God tevens de zonde van de kalverdienst. Echter zal Achab ook weer niet ongewaarschuwd zijn dood en daarom zijn straf tegemoet gaan. Hij ontvangt nog de waarschuwing door Micha, de profeet van God. Achab laat zich echter niet waarschuwen. Wij hebben hier een duidelijke prediking van de Soevereiniteit van God aan de ene zijde en van de verantwoordelijkheid van de mens aan de andere zijde.
En hij zei: Ik zal uitgaan en evenals Uw Geest een Geest van waarheid in de mond van Uw profeten is, een leugengeest zijn in de mond van al zijn profeten en zal daar op zo’n wijze spreken, dat hij volkomen verblind wordt. En Hij, de Heere, zei: Gij zult hem overreden en zult het ook vermogen, want gij zijt daartoe de juiste persoon; ga uit en doe zoals gij gezegd hebt, Ik geef u daartoe de onbepaalde vergunning. Wat Micha hier vertelt is geen geschiedenis, door hemzelf uitgedacht, waarin hij zijn gedachten en inzichten dichterlijk inkleedt; maar hij heeft dit gezicht vroeger, toen hij in de gevangenis lag, in een toestand van verrukking werkelijk gehad. God had hem op die wijze een blik in Zijn wegen en Raadsbesluiten vergund, ten einde hem in staat te stellen, Achab in naam van de Heere de waarheid aan te zeggen. Wij moeten echter, omdat in hetgeen de profeet vertelt, niet op iets dat werkelijk zo gebeurd is, of op een voorval, met het lichamelijk oog waargenomen, gedoeld wordt, ons meer van nabij tot het begrip en de betekenis daarvan bepalen. In Numeri 4: 12 maakt de Heere zelf met betrekking tot de vorm, waarin Hij zich aan de profeten meedeelt, een onderscheid tussen gezicht en droom aan de ene en het mondelinge woord, de onmiddellijke inspraak van de Geest aan de andere kant. Bij het laatste, zoals uit de woorden blijkt, die in de zo-even aangehaalde plaats gebruikt worden, komt de verbeeldingskracht niet tussenbeide en hetgeen geopenbaard wordt, wordt zonder gelijkenis of donkere woorden, zonder bedekking meegedeeld: daar treden, zoals Maimonides zich uitdrukt, verbeeldingskracht en werkzaamheid van de zinnen op de achtergrond en zijn verstand en inzicht alleen werkzaam. Aan Mozes werden dus de Goddelijke openbaringen in wakende toestand, bij ongestoorde heerschappij van het zelfbewustzijn, meegedeeld; daarom lezen wij nergens van hem, dat hij, bij het ontvangen daarvan, schrok; de vatbaarheid om op zo’n wijze mededelingen van de Allerhoogste te ontvangen, was dan ook bij hem een blijvende: hij hoefde niet eerst in een buitengewone toestand overgeplaatst te worden, maar de Geest van profetie had om zo te zeggen, woning bij hem gemaakt. In nog veel hogere mate treffen wij dit bij Christus aan, die evenzo geen zinsverrukking nodig had om te kunnen voorspellen; in Hem had de Geest van profetie niet alleen woning gemaakt, maar woonde van begin af aan in Hem, omdat Hij in God was en God in Hem. Terwijl de theologen van de oude kerk (Augustinus de Genesis ad litter XII, 7; Thom. Aquinas Summa theol. sect. II. quest. 172) alle 3 de openbaringsvormen onder het hoofdbegrip “gezicht” samen vatten, onderscheiden zij 1e. het door middel de zinnen, 2e. het door voorspelling aan de innerlijke aanschouwing en 3e. het in wakende toestand en met zelfbewustzijn ontvangen gezicht (visio corporalis, imaginaria, intellectualis). Deze derde vorm hebben wij zelfs in Mozes als de hoogste leren kennen; de beide andere vormen sluiten elkaar niet wederkerig uit, maar zijn met elkaar verwant, want het droombeeld is een gezicht evenals het gezicht in lichamelijk wakende toestand in zekere zin een dromen is; als overgang tussen deze beiden staat het nachtgezicht (Job 4: 13vv. Zach. 1: 7vv.). Volgens Calovius bestaat de openbaring in de droom daarin, dat de uiterlijke zinnen werkeloos gehouden worden en aan de verbeeldingskracht een beeld wordt voorgesteld-en het gezicht daarin, dat de zinnen wel niet werkeloos gehouden, maar geheel door de verrukking, die over de profeet komt, in beslag genomen worden: deze beide toestanden hebben dus het terugtreden van de waarneming door de zinnen met elkaar gemeen en dit afgetrokken worden van de buitenwereld en zich verdiepen in zichzelf bekwaamt de mens voor het ontvangen van de indrukken van boven. In de droom nu bevindt zich de ziel, omdat deze in de slaap bij zichzelf en, om ons van een uitdrukking van Hippocrates te bedienen, niet door alle leden van het lichaam verdeeld is, reeds in de toestand van concentratie, zodat zij voor zich alleen en met volle kracht werkzaam kan zijn, om Gods inwerking rechtstreeks te ervaren. Het gezicht heeft daarop in uiterlijk wakende toestand plaats; de ziel wordt aan haar werkzaamheid naar buiten ontrukt, hetgeen niet zelden uitputting en onmacht ten gevolge heeft, en door de geestelijke waarnemingen, die op overweldigende wijze hun deel worden, hun respectieve (opnemende) werkzaamheid zozeer in beslag genomen heeft, dat er aan hun zelfstandige werkzaamheid een einde schijnt gekomen te zijn, en zij aangaande het geziene nog een oplossing behoeven, of een vertaling van het gehoorde voor hun eigen verstandelijk bewustzijn nodig hebben. Het eigenlijk gezicht, zoals wij er hier een zodanig voor ons hebben, is dan de belichaming of symbolisering van datgene, wat de profeet te erkennen of te ondervinden gegeven wordt; het is dus een symbolisch geen initiatief aanschouwen, een aanschouwen “door donkere woorden,” geen aanschouwen van “de gelijkenis van de Heere”. In deze mededeling zullen wij dan ook op deze plaats een belichaming voor het innerlijk oog van zekere oplossingen, die Micha gegeven worden, te erkennen hebben, een verzinnelijking van het bovenzinnelijke, die in het geestelijk en lichamelijk bestaan van de mens en in zijne beperktheid aan deze zijde van het graf, zijn grond van noodwendigheid heeft, en wij moeten geenszins menen, dat hier van een werkelijk, in letterlijke zin in de hemel plaatsgehad hebbend voorval sprake is. De waarheid in dit donkere woord van de gelijkenis opgesloten, wanneer wij tot de bepaalde zin doordringen, is deze: 1e. Over Achab is in de hemel gericht gehouden, maar niet meer alsof hem, na vergeefs voorbijgegane genadetijd ( 21: 28vv.) een zodanige nog verder zou toegestaan worden; zijn ondergang is veel meer een reeds vastgestelde zaak; ook niet, op welke wijze hij vallen zal, want ook dat staat reeds vast, dat zijn ziel voor Benhadads ziel zal zijn en hij in de strijd tegen deze vijand vallen zal ( 20: 42). Wat heeft het overleg van de Heere met de hemelse machten de vraag tot onderwerp gehad, hoe Achab ertoe gebracht zou worden, om ter oorzake van Ramoth in Gilead een onbezonnen strijd met de Syriërs aan te vangen, opdat hij alzo vallen zou, waar hij overeenkomstig het Goddelijk Raadsbesluit vallen moest. De hemelse beraadslaging, waarbij alle vormen in acht genomen worden, symboliseert de waarheid, die ook overal in de Schrift ons tegenkomt, dat in die geheimnisvolle hemel, waarin lichtreine Engelen Gods aangezicht zien en ter volvoering van Zijn bevelen gereed staan, al de Goddelijke daden en beslissingen voorbereid worden en door de hogere geesten meer duidelijk en van nabij in hun oorsprong en doel worden gadegeslagen. 2e. Zonder Gods medewerking kan geen schepsel zich bewegen, en ook het kwade kan zonder Zijn toedoen niet tot stand komen (2 Samuel 24: 1). Waar God evenwel de zonde met zonde straft en de afval van Hem daarmee vergeldt, dat Hij de afvallige aan misdaad en verstoktheid overgeeft, waar Hij krachtige dwalingen toezenden wil aan degenen, die de waarheid niet hebben willen aannemen, en die een welbehagen hebben in de ongerechtigheid (2 Thessalonicenzen. 2: 9vv.), daar kan Hij Zijn goede en reine geesten niet als werktuigen gebruiken, daartoe behoeft Hij de dienst van de boze geest, uit wie dergelijke dwalingen hun oorsprong hebben en in wie alleen krachten van de leugens wonen. Deze waarheid is in Micha’s gezicht daardoor aanschouwelijk voorgesteld, dat van de goede Engelen, de een dit, de ander dat zegt, en niet één raad weet, totdat de geest te voorschijn treedt, die zegt: Ik zal het doen, ik zal hem overreden. 3e Wanneer satan hier nog onder de goede geesten verschijnt, zoals in Job 1: 6vv.; 2: 11vv., dan is dat slechts een afspiegeling van de ervaring, dat Judas de verrader tot aan de laatste beslissing zich evenzo onder Jezus’ discipelen bevond. Het heeft echter evenwel in zover zijn volle waarheid, als aan de ene zijde de duivel, wat zijn oorspronkelijke schepping betreft, een goede engel, en aan de andere zijde het jongste gericht over hem, waarin zijn verdoemenis volkomen zal zijn, nog zo lang onvoltrokken is, als in het Oude Testament het verlossingswerk van Christus nog onvoltooid is, waarin ook de vijandschap van de duivel tegen God zich op het hoogst openbaart.
Toen, terwijl Micha zo sprak en zijn woorden een zekere indruk op de koning maakten, trad Zedekia, de zoon van Kenäna, het hoofd van de 400 valse profeten (vs. 11) toe en sloeg, verstoord over de wijze, waarop hij en de zijnen ontmaskerd werden, Micha in het gezicht; en hij zei op vrij spotachtige wijze: Door welke weg, op welke wijze is de Geest van de HEERE van mij doorgegaan, geweken, om u alleen aan te spreken? 1) Zeg mij op welke wijze Hij die overgang bewerkstelligd heeft? Hoe is het toch gekomen, dat gij alleen het weet en wij nu leugenprofeten zijn?
Zedekia was zich daarvan bewust, dat hij zijn voorspelling niet zelf verzonnen had, daarom trad hij zo driest tegen Micha op, maar beweert daarmee evenzeer, dat niet Gods Geest hem bezielde. Was hij met de Geest van God bezield geweest, zo had hij het niet nodig geacht door ruw geweld zijn woorden te bekrachtigen, maar had de verdediging van zijn zaak rustig aan de Heere kunnen overlaten, zoals Micha deed (vs. 25).
En Micha, aan de onbeschaamdheid en het ruwe geweld van zijn tegenstander een des te groter kalmte en bedaardheid, in het zeker vooruitzicht van hetgeen gebeuren zou, tegenoverstellende, zei: Zie gij zult het zien, dat de Geest van de Heere werkelijk van u geweken is en met mij spreekt, op dezelfde dag, waarop mijn woord aan de koning zich vervullen zal, als gij in grote angst van kamer tot kamer zult gaan, van de ene kamer van uw huis in de andere, om u te versteken, ten einde de zware verantwoording over al het onheil, dat gij door uw valse voorspelling (vs. 11) hebt aangericht, te ontgaan. Het blijkt duidelijk, dat Zedekia, na Achabs bloedige dood (vs. 34vv.) ook werkelijk tot rekenschap is opgeroepen, ofschoon dit bericht, dat zich alleen tot de hoofdzaak bepaalt, net zo weinig melding maakt van de straf, die de valse profeet ontving als van het verdere lot van de profeet Micha.
De koning van Israël nu, bij wie de eenmaal opgevatte neiging spoedig weer de overhand verkreeg over de pas ontvangen indruk, dat hij in Micha werkelijk de alleen ware profeet voor zich had, zei tot de kamerling, door wie hij hem had laten halen (vs. 9): Neem Micha weer terug in de stadsgevangenis, en breng hem weer tot Amon, de overste van de stad, en tot Joas, de zoon van de koning, de koninklijke prins, die tezamen het bestuur over de gevangenis uitoefenen. Josafats oogluikend stilzwijgen bij de behandeling, die aan Micha te beurt viel, en zijn voortdurende bereidwilligheid om Achab te vergezellen zijn zeer misdadig.
En gij zult tot beiden zeggen: Zo zegt de koning: Zet deze opnieuw in het gevangenhuis en voed hem met brood van de bedruktheid en met water van de bedruktheid, 1)met geringe gevangeniskost, totdat ik met vrede van mijn veldtocht terugkom en dan verder vonnis over hem vellen zal.
Hij liet hem niet in gijzeling brengen, of hem opnieuw zijn vorige bewaarder aanbevelen, maar hij gebood hem in nauwer bewaring te houden en hem te voeden met brood en water, waarschijnlijk slecht brood en water, tot hij met vrede terugkwam, waaraan hij niet twijfelde, ondanks Micha’s zeggen van het tegendeel. En dan zou hij hem (zoals hij zich voorstelde) ter verantwoording roepen over zijn onbeschaamde leugens en hem als een valse profeet straffen. Een harde behandeling waarlijk jegens iemand, die zijn ondergang probeerde te voorkomen, maar hieruit bleek nog meer, dat besloten was, hem te verderven (2 Kronieken 25: 16).
En Micha zei: Indien gij enigszins met vrede, niet geslagen en in leven zijnde, terugkomt, zo heeft de HEERE door mij niet gesproken! Verder zei hij, terwijl hij naar de kerker weggevoerd werd: Hoort gij volken 1) al tezamen Israël en gij, natiën, die in het rond woont, let op hetgeen ik thans gezegd heb; want gij zult ook door de aanstaande gebeurtenissen in de gelegenheid zijn, u van de waarheid van mijn woord te overtuigen!
Onder volken worden hier niet verstaan de omstanders, maar Israël en de natiën. Het woord komt voor in dezelfde zin als Micha 1: 2.
Josafats oogluikend stilzwijgen bij de behandeling, die aan Micha te beurt viel, en zijn voortdurende bereidwilligheid om Achab te vergezellen, zijn zeer misdadig.
Vs. 29-40. In weerwil van de voorzichtigheid, waarmee Achab, terwijl hij tot de strijd trekt, zijn leven tegen het hem dreigend gevaar probeert te beveiligen, omdat hij zich door het veranderen van zijn kleren, bij de vijanden onkenbaar maakt, wordt hij toch door het hem voorbestemde lot achterhaald; de pijl van een Syriër treft hem aan de gevaarlijkste plaats van zijn lichaam tussen de gespen en het pantser. Tot zonsondergang blijft hij met zijn dodelijke wond op het strijdtoneel vertoeven, voorts zakt hij, ten gevolge van bloedverlies op zijn strijdwagen ineen en zijn leger verstrooit zich als schapen, die geen herder hebben. Als later zijn wagen in de vijver van Samaria gewassen wordt, lekken de honden zijn bloed, zoals hem gedreigd was. Deze vijver diende ook de hiërodulen (ontuchtige vrouwen, die zich bij afgodische plechtigheden, openlijk prijsgaven) tot badwater; en zo wordt zelfs zijn bloed, door Gods beschikking, oneer aangedaan. (Vergelijk 2 Kronieken 18: 28-34).
Alzo trok Achab, de koning van Israël en Josafat, de koning van Juda, op naar Ramoth in Gilead, 8 ½ mijl zuidoostelijk van Samaria; die, terwijl hij zowel de waarschuwing van de profeet Micha trotseerde en ook de waarschuwende stem van zijn eigen hart het zwijgen oplegde en blindelings in zijn verderf liep; deze, omdat hij zich schaamde zijn belofte, aan Achab gedaan (vs. 4), ter wille van een profetische uitspraak, die zo weinig bijval gevonden had, weer in te trekken. Terwijl in 2 Koningen 3: 1 gezegd wordt dat Joram, Achabs tweede zoon, zijn broeder Ahazia, in het achttiende jaar van Josafat, en dus in het jaar 895 v. Chr., is opgevolgd, wordt in 2 Koningen 1: 17 dit jaar van Jorams komst tot de troon als het tweede jaar van Joram, de zoon van Josafat, de koning van Juda aangeduid. Volgens de laatste aanduiding moest Joram, de zoon van Josafat reeds nu, in het jaar 897, waarin de veldtocht tegen Ramoth in Gilead ondernomen werd, de regering over het rijk van Juda aanvaard hebben; dit kan echter ook evenzo goed in zover het geval geweest zijn, wanneer zijn vader Josafat, eer hij met Achab tegen Ramoth optrok, hem het regeringsbeleid opdroeg. Aanleiding tot die stap kan geweest zijn de zielsstemming, waarin Josafat toen ten strijde trok; want hij had vernomen wat Micha van de uitslag van de gehele onderneming voorspeld had; hij erkende dit woord voor een profetisch woord, dat zeer vast is en had zich graag van de zaak losgemaakt, wanneer valse schaamte hem dit niet verhinderd had. Omdat hij nu aan een zo bedenkelijke krijgstocht deelnam, deed hij het met onderwerping aan de mogelijkheid dat ook hij, evenzo als Achab, niet met vrede daaruit terugkeerde. Daartoe werd hij wellicht ook nog bewogen door zijn toeleg om deze, zijn eerstgeborene, in elk geval, van de troonopvolging te verzekeren, mocht hij in de strijd tegen de Syriërs zijn leven verliezen en zo alle onenigheid onder zijn zonen, van wie er behalve Joram in 2 Kronieken 21: 2 nog zes andere opgenoemd worden, te voorkomen. Want het is zeer waarschijnlijk dat Joram, wegens zijn huwelijk met de Israëlitische koningsdochter Athalia (1Ki 19: 21) en ter oorzake, van zijn wreed en heerszuchtig karakter weinig aanhang in het land had, en het volk liever een ander van Josafats zonen op de troon had gezien; waarom ook Joram, toen hij in het bezit van de heerschappij gekomen was, al zijn broeders en enige vorsten in Israël liet doden (2 Kronieken 21: 4). Maar Josafat begeerde Joram tot zijn opvolger, en wel om diens huwelijk met Athalia, omdat hij, naar het schijnt, de hoop koesterde dat ten gevolge van deze verzwagering van de beide koningshuizen, de beide koninkrijken eenmaal weer onder één scepter verenigd zouden worden. Hoe evenwel juist het tegendeel van deze verwachting zich verwezenlijkte en Achabs huis het huis van David bijna uitgeroeid had, als de Heere niet wakend en beschermend tussenbeide getreden was, zullen wij in de geschiedenis van Athalia opmerken (2 Koningen 11: 1vv.). Josafat meende het goed, wat zijn plannen en gedachten betrof. Maar welmenendheid alleen brengt niet altijd het goede tot stand, integendeel geldt ook hier: wat uit vlees geboren is, dat is vlees; alleen wat uit de geest geboren is, dat is Geest (Joh. 3: 6). Overigens is de vasthoudendheid opmerkelijk, waarmee Josafat zich aan de eenmaal opgevatte plannen en gedachten vastklemde. Want niet alleen liet hij zich na de ongelukkige uitslag van de oorlog tegen de Syriërs opnieuw in een gemeenschappelijke strijd met Joram, Achabs tweede opvolger en zoon, in (2 Koningen 3: 4vv.) en beproefde met diens eerste zoon en opvolger Ahazia, opnieuw zoals Salomo een scheepstocht naar Tarsis (2 Kronieken 20: 35vv.), omdat hij stellig besloten had vrede met Israël’s koningen te hebben (vs. 45), maar hij maakte ook twee jaar vóór zijn dood Joram bepaald tot mederegent, zoals hij reeds bij zijn tocht naar Ramoth in Gilead had gedaan; waarom in 2 Koningen 8: 16 als het eerste regeringsjaar van Joram, koning van Juda, niet het zevende regeringsjaar van de Israëlitische Joram (889 v. Chr.), maar integendeel diens vijfde regeringsjaar (891 v. Chr.) opgegeven wordt. Met bijvoeging van dit tweejarig regentschap heeft Joram van Juda inderdaad acht jaar te Jeruzalem geregeerd, terwijl de tijd van zijn alleenheerschappij slechts 6 jaar bedraagt; misschien is echter, zoals door vele uitleggers gebeurt, de toedracht van de zaak zo op te vatten dat Joram, door de heerszuchtige Athalia opgestookt, zelf zijn vader Josafat in 889 v. Chr. van de troon verdrong en de teugels van het bewind in handen nam, zodat aan deze niets dan de koninklijke titel overbleef, en de duur van de regering van de laatste strikt genomen slechts 23 jaar bedroeg.
Ook Josafat trok mee, hoewel hij wist, dat Micha waarheid had gesproken en zijn voorspelling een woord van de Heere was. Men had kunnen verwachten, dat hij zich nu van Achab had losgemaakt en weer naar Juda was gegaan. Niets echter van dit alles. Valse schaamte hield hem terug, wat hem echter bijna het leven had gekost, indien de Heere niet op een bijzondere wijze de ogen van de Syriërs had geopend, zodat zij in hem herkenden niet de koning van Israël, maar die van Juda.
En de koning van Israël vreesde, nadat de legers van weerszijden in het Oostjordaanse waren binnengerukt en het tot een slag tegen de Syriërs zou komen, naar aanleiding van Micha’s profetie, dat de pijlen van de vijanden vooral op hem gericht zouden zijn, zoals het dan ook inderdaad later (vs. 31) het geval was; daarom zei hij tot Josafat: Als ik mij verkleed heb, zal ik in de strijd komen, 1) maar gij, zo gij wilt, trek uw koninklijke kleren aan. Zo verkleedde zich de koning van Israël en kwam in de strijd.
Volgens het oorspronkelijke bevat deze plaats een onbepaalde, afgebroken uitdrukking: “Verkleden en in de strijd komen, en gij, trek uw kleren aan; ” Van der Palm heeft vertaald: Verkleden we ons om in de strijd te gaan, of gij, zo gij wilt, houd uw koninklijk gewaad aan.
In het Hebreeuws Hitchaphees wabo bamilchama. Letterlijk: Verkleden en komen in de strijd. De onbepaalde wijs wordt hier gebruikt, niet zoals gewoonlijk voor de gebiedende, maar voor de wensende. Een gevolg van de angst, waarin Achab verkeert, en van de vrees om te komen. Hij is niet gerust. Hij denkt om de profetie van vroeger bij het sparen van Benhadads leven. Hij weet, dat het op zijn leven gemunt is. Daarom zal hij zich steken in het gewaad van een gewoon soldaat. Tot Josafat zegt hij: trek gij, zo gij wilt, uw koninklijke kleren aan, omdat de koning van Juda niet die voorzorgsmaatregelen hoefde te nemen en te vrezen, meende hij. Of hij daarmee ook de arglistige bedoeling had, om Josafat in zijn plaats te doen sneuvelen, is niet uit te maken. Sommige uitleggers stellen dit vast, anderen verwerpen het. In elk geval met zijn “zich verkleden” bedoelde hij de voorspelling van God krachteloos te maken. Maar God zou tonen, dat Zijn Raad zou bestaan en Hij al Zijn welbehagen zou doen.
De koning nu van Syrië had, bij het begin van de strijd, het ook werkelijk, zoals Achab vreesde, in het bijzonder op diens leven gemunt-misschien omdat hij door hem bij de onderhandelingen, die voor het uitbreken van de strijd over de teruggave (vs. 13) van Ramoth plaatsgevonden had (vs. 3), gevoelig was beledigd. Hij had geboden aan de oversten van de wagens, 1) waarvan hij tweeëndertig had (vgl. 20: 1 en 24vv.), zeggende: Gij zult noch kleinen, noch groten in het leger van de kinderen van Israël bestrijden, maar de koning van Israël alleen, zodat gij hem gevangenneemt of doodt; dat moet voor alle dingen gebeuren.
De oversten van de wagens zijn de stadhouders, die hij in de plaats van de 32 koningen had aangesteld ( 20: 24).
Het geschiedde dan toen de oversten van de wagens, in het hierop plaatshebbend treffen Josafat, 1)de koning van Juda, zagen, dat zij zeiden, wegens de koninklijke kleren die hij droeg (vs. 30): Gewis, die is de koning van Israël, Achab, en zij keerden zich naar hem, drongen in gehoorzaamheid aan Benhadads bevel op hem aan, om te strijden; maar Josafat riep uit, riep zijn krijgslieden toe, dat zij hem te hulp zouden komen, hetgeen tegelijk een aanroeping van de Heere was om hulp, die verhoring vond, omdat de Heere Josafat wel straffen wilde, maar niet met Achab in diens oordeel doen omkomen (2 (Kronieken 18: 31; 19: 2 vv.).
Josafat meer godsvrucht dan staatkunde bezittende, aanvaardde de post van eer, ofschoon het de gevaarlijkste post was en hij daardoor in een ijselijk gevaar geraakte, maar God verloste hem genadig, waardoor Hij betoonde, dat ofschoon Hij op hem verstoord was, Hij hem echter niet had verlaten. Sommige oversten hem kennende ontdekten hun misslag en keerden zich van achter hem af, hiertoe bewogen zijnde door de verborgen besturing van God.
Toen spande een man, een van de gewone krijgslieden, de boog in zijn eenvoudigheid, zonder bepaald overleg, waarom hij juist degene in het oog vatte, op wie hij uit al de rijen van de Israëlitische strijders aanlegde-maar het was de Heere in de hemel, die zijn oog en zijn hand bestuurde, en schoot de koning van Israël tussen de gespen en tussen het pantser, 1) eigenlijk tussen de samenvoegingen van het harnas, daarom juist op die plaats, tot waar alleen een dodelijk verwondende pijl kon doordringen; zo wonderbaarmoest zich alles schikken. Toen zei hij (Achab) tot zijn voerman, die zijn strijdwagen mende: Keer uw hand, wij zouden zeggen: keer om (2 (Koningen 9: 23), en voer mij uit het in slagorde gerangschikte leger, d.i. buiten het strijdgewoel, een weinig ter zijde, want ik ben zeer gewond.
Het eigenlijke pantser bedekte slechts de borst tot aan de laatste rib, van daar had het tot bescherming van het onderlijf nog een schubachtig verlengsel; tussen het verlengstuk en het pantser was er een voeg, en deze was de enige plaats voor pijl of werpspies toegankelijk. Josefus noemt de man, wiens hand de Heere zo geheimnisvol bestuurde Amanus en de Joodse overlevering beweert, dat daaronder de in 2 Koningen 5: 1vv. genoemde veldheer Naäman te verstaan is, wat in elk geval wegens het daar gebruikte woord: “door hem had de Heere de Syriërs verlossing gegeven” veel voor zich heeft, en de betekenis van die geschiedenis in zo verre versterkt, omdat dan degene, die de oorzaak van de overwinning van de Syriërs over Israël geweest is als een geslagene door de melaatsheid hulp in Israël zoeken moet.
Achab is zo veilig gewapend, dat hij bijna onkwetsbaar mag heten. Alsof een geweer tegen de dood en een schild tegen het graf werd gevonden. Al bedekt hem het ijzer van het hoofd tot de voeten, al is er in de hechte wapenrusting slechts een enkele opening, die opening is de geopende poort van de dood. Niet op de ondoordringbare helm stuit de pijl van de Syriër af; juist tussen de gespen en het pantser dringt het moordtuig naar binnen en wondt niet licht, maar ten dode en onder de zwaarte van het stevige harnas gebogen, zinkt Achab waggelend neer. En waar het oog van ons geloof in de hemel Achabs vonnis ziet geschreven en het oog van onze verbeelding hem op de aarde ziet neerliggen, de geheimzinnige pijl van de onbekende in de borst, daar zeggen wij eerbiedig en luid: Dit is door de Heere gedaan.
En de strijd nam op die dag toe, omdat de kinderen van Israël steeds weer opnieuw op de Syriërs aanvielen, en de koning Achab, om zijn strijders niets van zijnverwonding te laten bemerken en daardoor te ontmoedigen, werd, nadat hij de pijl zich spoedig uit de wond getrokken, maar het toneel van de strijd zelf evenwel niet verlaten had, met de wagen staande gehouden tegenover de Syriërs, alle krachten inspannende om zich in de wagen zoveel mogelijk rechtop te houden; maar hij stierf pas ‘s avonds, toen de zon onderging, en het bloed van de wond vloeide, terwijl hij op deze wijze stand hield, ten einde de Syriërs het hoofd te bieden, met des te meer kracht, juist door het geweld, dat hij zichzelf aandeed, in de bak van de wagen, zodat hij op de strijdwagen geheel en al doodbloedde. Achab leefde lang genoeg om een gedeelte van Micha’s profetie vervuld te zien. Hij had een langzame dood; hij had tijd genoeg om te voelen dat hij stierf; en wij kunnen ons wel voorstellen met wat een afgrijzen hij nu aan de door hem begane gruwelen, aan het versmaden van zoveel waarschuwingen dacht, aan de Baälsaltaren, aan Naboths wijngaard, aan Micha’s inkerkering; door zelfmisleiding en bedrog van anderen ziet hij zich in het verderf gestort. Zonder hoop in zijn sterven valt hij in de handen van de koning van de verschrikking.
Toen men nu de wagen, waarop hij met zijn leven had geboet voor het door hem, uit gemis aan vrees van God, gespaarde leven van Benhadad ( 20: 42), in de vijver van Samaria spoelde, lekten de honden zijn bloed, waar 1) n.l. in deze vijver, in dezelfde tijd zich de hoeren wasten, naar het woord van de HEERE, dat Hij door de mond van de profeet Elia ( 21:
gesproken had.2)
Of, terwijl de hoeren zich baadden. Uitdrukkelijk wordt dit erbij gevoegd om te kennen te geven de oneer, die Achab ook nog na zijn dood overkwam, dat zijn strijdwagen van zijn bloed werd gereinigd ten aanschouwen van die vrouwen, die hij in het land had gehaald of toegelaten, ten behoeve van de onreine dienst van Astarte.
Wanneer dit woord van de profeet Elia zich slechts ten dele aan Achab, volkomen evenwel pas aan diens tweede zoon en opvolger Joram vervulde (2 Koningen 9: 24vv.), zo hebben wij Achabs verootmoediging ( 21: 27vv.) niet voorbij te zien, die een verzachting van het Goddelijke strafoordeel teweeg had gebracht. Achabs bloed door de honden gelekt en het lijk van Joram op Naboths akker geworpen: in deze beide, wat tijd en plaats aangaat, van elkaar verwijderde omstandigheden, vervulde zich desalniettemin zeer nauwkeurig wat Elia voorspeld had.
IV. Vs. 41-51.Kruisverwijzingen1 Koningen 15:14→2 Koningen 12:3→1 Koningen 14:24→1 Koningen 15:12→2 Koningen 3:9→2 Samuël 8:14→1 Koningen 10:22→1 Koningen 9:26→
— Josafat nu, de zoon van Asa, werd koning over Juda, in het vierde jaar van Achab, den koning van Israel. Josafat was vijf en dertig jaren oud, als hij koning werd, en regeerde vijf en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Azuba, de dochter van Silchi. En hij wandelde in al den weg van zijn vader Asa; hij week niet daarvan, doende dat recht was in de ogen des HEEREN. Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten. En Josafat maakte vrede met den koning van Israel. Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, en zijn macht, die hij bewezen heeft, en hoe hij geoorloogd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda? Ook deed hij uit het land weg de overige schandjongens, die in de dagen van zijn vader Asa overgebleven waren. Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings. En Josafat maakte schepen van Tharsis, om naar Ofir te gaan om goud; maar zij gingen niet, want de schepen werden gebroken te Ezeon-Geber. Toen zeide Ahazia, de zoon van Achab, tot Josafat: Laat mijn knechten met uw knechten op de schepen varen; maar Josafat wilde niet.
In aansluiting op de zo-even meegedeelde geschiedenis van Achabs veldtocht tegen de Syriërs, waarin hij ook Josafat, koning van Juda, had weten te wikkelen, volgt hier een zeer beknopt verslag aangaande het bestuur van deze koning, waarin zijn duur en de geest, die het bezielde, nader vermeld wordt; daarna wordt van de vruchteloze proefneming van Josafat om het handelsverkeer met Ofir te herstellen (1Ki 15: 24) gewag gemaakt. In het brede wordt er daarentegen van Juda’s vierde heerser gesproken in 2 Kronieken 17: 1-21: 3, die afgezien van zijn onzalige verbintenis met het huis van Achab, een van de beste vorsten uit David’s geslacht is geweest, en die niet slechts veel voor de verspreiding van de kennis van de wet onder zijn volk, voor het herstel van een goede rechtspleging, zowel als voor de organisatie van het leger gedaan, maar ook zegevierend tegen de Ammonieten en Edomieten gestreden heeft.
a) Josafat (= de HEERE oordeelt) nu, de zoon van Asa, om de in 15: 24 afgebroken geschiedenis van de koningen van Juda verder voort te zetten, werd koning over Juda, in het vierde jaar van Achab, de koning van Israël (d.i. in het jaar 940 v. Chr.).
2 Kronieken 20: 31
Josafat was vijfendertig jaar oud, toen hij koning werd, en regeerde vijfentwintig jaar (tot 889 v.Chr.) te Jeruzalem, gedurende de twee laatste jaren onder het mederegentschap van zijn zoon Joram (1Ki 22: 29), en de naam van zijn moeder was Azuba (= verlaten), de dochter van Silchi (= gewapend door de HEERE). Bijna bij iedere koning van Juda wordt ook de naam van zijn moeder vermeld ( 14: 21; 15: 2; 2 Koningen 8: 26; 12: 1; 14: 2; 15: 2,33; 18: 2; 21: 1,19; 22: 1; 23: 31,36; 24: 8,18); dit heeft zijn grond in de belangrijke invloed, die de koningin-moeders op de koning en diens regering uitoefenden, en legt een schoon getuigenis af aangaande de aard van de betrekking tussen moeder en zoon bij de Hebreeën, ook wanneer die betrekking niet altijd een gunstige invloed uitoefende.
En hij wandelde in heel de weg van zijn vader Asa, die in de eerste tijd van zijn bestuur zo voortreffelijk regeerde ( 15: 11vv.), hij week niet daarvan, zoals Asa later zelf deed ( 15: 17vv.), doende wat recht was in de ogen van de HEERE. 1)
Hij droeg dezelfde zorg voor het bestuur van het koninkrijk en in het bijzonder voor de hervorming in de Godsdienst, als zijn vrome vader had gedaan en hij volhardde daarin; hij week niet daarvan. Nochtans, zoals het karakter van de vroomsten zelfs altijd de een of andere maar heeft, zo was het ook hier, de hoogten werden niet weggenomen. Oude verdorvenheden laten zich moeilijk uitroeien, in het bijzonder wanneer ze enige goede mensen tot voorstanders hebben, zoals de hoogten die gehad hadden in Samuel, Salomo en anderen.
Evenwel werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten, wat ondertussen minder hem, dan het volk tot verwijt strekt ( 15: 14), omdat hij tot de grondige bekering van het volk alles deed wat in zijn vermogen was (2 Kronieken 17: 6vv. 19: 4vv.; 20: 20vv.).
En Josafat maakte, anders dan zijn drie voorgangers ( 14: 30; 15: 6,16) vrede met de koning van Israël, 1) terwijl hij zich met hem verzwagerde (1Ki 19: 21).
Op zichzelf beschouwd was dit goed, maar toch overschreed Josafat de geoorloofde grenzen, door zich te verbinden met het huis van Achab. Hiermee werd hij oorzaak dat straks onder Athalia, de dochter van Achab en de weduwe van Joram, Josafats zoon, het koninklijk nageslacht van David bijna geheel werd omgebracht. Het was hier in betrekkelijke zin een vrede, ten koste van de waarheid. En dit is bij de Heere vervloekt.
Het overige nu van de geschiedenissen van Josafat en zijn macht die hij, tot bevestiging van zijn rijk, deels door het aanleggen van vestingen en betere legerinrichting, deels door onderwijzing van het volk in de wet en verbetering van de rechtspleging, bewezen heeft, en hoe hij, tegen de Edomieten en Ammonieten (2 Kronieken 20) gestreden heeft, zijn die niet geschreven in het boek der Kronieken van de koningen van Juda? (1Ki 14: 19) Met de geschiedenis van deze koning hangt het ontstaan van Psalm 47, 48 en 83 samen, waarover wij pas bij 2 Kronieken 20 meer in bijzonderheden kunnen spreken. Als profeten, die onder Josafat gewerkt hebben, worden in 2 Kronieken 19: 2; 20: 34,37 genoemd Jehu, de zoon van Hanani (1Ki 15: 22) en Eliëzer de zoon van Dódava.
Toen was er, in zijn tijd, hetgeen voor de in het vervolg meegedeelde bijzonder van gewicht is, geen koning in Edom; maar een stadhouder van de koning, 1)door de koning aangesteld, regeerde het land.
Het blijft onbeslist of de Edomieten, zoals enige uitleggers willen, nadat zij een tijd lang eigen koningen gehad hebben, weer aan Josafat onderworpen zijn en een stadhouder van hem ontvingen (1Ki 9: 19), dan wel of Edom sinds David’s tijd onafgebroken aan Juda onderworpen is geweest en door een stadhouder geregeerd werd, zodat het pas onder Joram zich onafhankelijk maakte (1Ki 11: 22). In het laatste geval moet men aannemen, dat deze landvoogd of stadhouder nochtans de koningstitel voerde en in zekere mate zelfstandig regeerde, omdat in 2 Koningen 3: 9 van een “koning” van Edom gesproken wordt en deze als een bondgenoot van Josafat en Joram voorkomt, maar toch ook in zekere zin van de koning van Juda afhankelijk is.
Deze mededeling, omtrent Edom, wordt hier in deze geschiedenis ingevlochten, om daarmee de tocht van Josafat te verklaren, omdat deze daardoor vrij kon beschikken over de haven van Elath.
AHAZIA’S ZIEKTE. EEN STRAFWONDER DOOR ELIA VERRICHT. 1 Koningen 22: 52-2 Koningen 1: 18. In zijn oudere zoon Ahazia volgde op Achab, in het bestuur over het rijk van de tien stammen, een vorst, die geheel en al in zijn wegen wandelde en de Baälsdienst opnieuw tot de eredienst van het koninklijke hof maakte; ja, wij zouden haast zeggen, dat Ahazia met nog meer beslistheid dan Achab, in de wegen van Izebel wandelde, ofschoon het hem, wegens de zwakheid en de korte duur van zijn regering, niet lukte het lang in het volslagen heidendom van weleer te doen terugzinken. Hoe goddeloos hij was, bleek bij gelegenheid van een ziekte, waardoor hij ten gevolge van een val getroffen werd, want toen zond hij naar het orakel van de god van de Filistijnen, Baäl-Zebub te Ekron, ten einde te vernemen welke uitslag zijn ziekte hebben zou. Maar de Heere zendt zijn afgezant de profeet Elia tegemoet en laat hem door deze bestraffen en aanzeggen, dat hij van zijn bed niet weer zou opstaan. Om Elia tegen de euvelmoed van de vangeren, die tweemaal, de ene afdeling na de andere afgezonden werden, te beschutten, zendt de Heere bliksemvuur van de hemel, dat beide reizen een hoofdman en zijn vijftigen verteert; wanneer daarna de derde, door de koning uitgezonden, de levende God ontzag betoont, vergezelt de profeet hem op het gebod van de Heere, maar enkel om voor Ahazia’s oren het vonnis van de Allerhoogste te herhalen, en inderdaad sterft de koning, na niet veel langer dan een jaar geregeerd te hebben.
Ahazia, de oudere zoon van Achab (vgl. 2 Koningen 1: 17), werd koning over Israël te Samaria, in het zeventiende jaar van Josafat, de koning van Juda (897 v. Chr.), en regeerde twee jaar over Israël, nauwkeuriger: een weinig langer dan een jaar, tot 896.
En hij diende, voor zijn persoon; terwijl hij de kalverdienst aan het volk overliet, de Sidonische afgod Baäl, 1) en boog zich voor hem, en vertoornde de HEERE, de God van Israël, naar alles, wat zijn vader gedaan had, zonder zich aan de oordelen te storen, die over deze ten gevolge van zijn afgoderij gekomen waren.
Van Ahazia wordt nog opzettelijk meegedeeld, dat hij Baäl diende. In de laatste jaren van Achabs regering, tengevolge van de gebeurtenis op Karmel, schijnt de Baälsdienst niet meer zo sterk door Achab te zijn gedreven. Nu hij echter in de strijd gesneuveld is, wordt de invloed van Izebel weer sterker en in Ahazia vindt zij een gewillig werktuig, om de afgodendienst weer als opnieuw in te voeren. Zelfs was deze zoon van Achab van zeer afgodische aard, omdat hij straks de afgod van de Filistijnen nog om raad gaat vragen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel