Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Koningen 2

1 Als nu de dagen van David nabij waren, dat hij sterven zou, zo gebood hij zijn zoon Salomo, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Als nu de dagenH3117 van DavidH1732 nabijH7126 waren, dat hij stervenH4191 zou, zo geboodH6680 hij zijn zoonH1121 SalomoH8010, zeggendeH559: Als nu de dagen van David nabij waren, dat hij sterven zou, zo gebood hij zijn zoon Salomo, zeggende:

KJV Now the days2 of David3 drew nigh1 that he should die;4 and he charged5 Solomon7 his son,8 saying,9

1 וַיִּקְרְב֥וּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 2 יְמֵֽי H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 דָוִ֖ד H1732 David, Davids David 4 לָמ֑וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 5 וַיְצַ֛ו H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 שְׁלֹמֹ֥ה H8010 Salomo Solomon 8 בְנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 IkH595 ga heen in den wegH1870 der ganseH3605 aardeH776, zo weesH1961 sterkH2388, en wees een manH376. Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man.

KJV I go2 the way3 of all the earth:5 be thou strong6 therefore, and shew thyself a man;8

1 אָנֹכִ֣י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 2 הֹלֵ֔ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 3 בְּדֶ֖רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 וְחָזַקְתָּ֖ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 7 וְהָיִ֥יתָֽ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 לְאִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes; opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult, en al waarheen gij u wenden zult;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En neemH8104 waar de wachtH4931 des HEERENH3068, uws GodsH430, om te wandelenH3212 in Zijn wegenH1870, om te onderhoudenH8104 Zijn inzettingenH2708, en Zijn gebodenH4687, en Zijn rechtenH4941, en Zijn getuigenissenH5715, gelijk geschrevenH3789 is in de wetH8451 van MozesH4872; opdatH4616 gij verstandelijk handeltH7919 in alH3605 watH834 gij doenH6213 zult, en alH3605 waarheen gij u wendenH6437 zult; En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes; opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult, en al waarheen gij u wenden zult;

KJV And keep1 the charge3 of the LORD4 thy God,5 to walk6 in his ways,7 to keep8 his statutes,9 and his commandments,10 and his judgments,11 and his testimonies,12 as it is written13 in the law14 of Moses,15 that thou mayest prosper17 in all that thou doest,21 and whithersoever thou turnest25 thyself:

1 וְשָׁמַרְתָּ֞ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מִשְׁמֶ֣רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹהֶ֗יךָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 לָלֶ֤כֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 בִּדְרָכָיו֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 8 לִשְׁמֹ֨ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 9 חֻקֹּתָ֤יו H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 10 מִצְוֺתָיו֙ H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 11 וּמִשְׁפָּטָ֣יו H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 12 וְעֵדְוֺתָ֔יו H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 13 כַּכָּת֖וּב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 14 בְּתוֹרַ֣ת H8451 wet, wetten, leer law 15 מֹשֶׁ֑ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 16 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 17 תַּשְׂכִּ֗יל H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 18 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 תַּֽעֲשֶׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 22 וְאֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 23 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 24 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 25 תִּפְנֶ֖ה H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 26 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun ganse hart en met hun ganse ziel te wandelen, zo zal geen man, zeide Hij, u afgesneden worden van den troon Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 OpdatH4616 de HEEREH3068 bevestigeH6965 Zijn woordH1697, datH834 Hij overH5921 mij gesprokenH1696 heeft, zeggendeH559: IndienH518 uw zonenH1121 hun wegH1870 bewarenH8104, om voor Mijn aangezichtH6440 trouwelijkH571, met hun ganseH3605 hartH3824 en met hun ganseH3605 zielH5315 te wandelenH3212, zo zal geenH3808 manH376, zeideH559 Hij, u afgesnedenH3772 worden van den troonH3678 IsraelsH3478. Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun ganse hart en met hun ganse ziel te wandelen, zo zal geen man, zeide Hij, u afgesneden worden van den troon Israels.

KJV That the LORD3 may continue2 his word5 which he spake7 concerning me, saying,9 If thy children12 take heed11 to their way,14 to walk15 before16 me in truth17 with all their heart19 and with all their soul,21 there shall not fail24 thee (said22 he) a man26 on the throne28 of Israel.29

1 לְמַעַן֩ H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 2 יָקִ֨ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 3 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 דְּבָר֗וֹ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 6 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 דִּבֶּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 8 עָלַי֮ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 לֵאמֹר֒ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 11 יִשְׁמְר֨וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 12 בָנֶ֜יךָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 דַּרְכָּ֗ם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 15 לָלֶ֤כֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 16 לְפָנַי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 17 בֶּאֱמֶ֔ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 18 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 לְבָבָ֖ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 20 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 נַפְשָׁ֑ם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 22 לֵאמֹ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 23 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 24 יִכָּרֵ֤ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 25 לְךָ֙ 26 אִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 27 מֵעַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 28 כִּסֵּ֥א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 29 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, mij gedaan heeft, en wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israel, Abner, den zoon van Ner, en Amasa, den zoon van Jether, dien hij gedood heeft, en heeft krijgsbloed vergoten in vrede; en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, die aan zijn voeten waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zo weetH3045 gijH859 ookH1571, watH834 JoabH3097, de zoonH1121 van ZerujaH6870, mij gedaan heeft, en watH834 hij gedaanH6213 heeft aan de tweeH8147 krijgsoverstenH8269 van IsraelH3478, AbnerH74, den zoonH1121 van NerH5369, en AmasaH6021, den zoonH1121 van JetherH3500, dien hij gedoodH2026 heeft, en heeft krijgsbloedH1818 vergotenH7760 in vredeH7965; en hij heeft krijgsbloedH1818 gedaan aan zijn gordelH2290, dieH834 aan zijn lendenenH4975 was, en aan zijn schoenenH5275, dieH834 aan zijn voetenH7272 waren. Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, mij gedaan heeft, en wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israel, Abner, den zoon van Ner, en Amasa, den zoon van Jether, dien hij gedood heeft, en heeft krijgsbloed vergoten in vrede; en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, die aan zijn voeten waren.

KJV Moreover thou knowest3 also what Joab8 the son9 of Zeruiah10 did6 to me, and what he did12 to the two13 captains14 of the hosts15 of Israel,16 unto Abner17 the son18 of Ner,19 and unto Amasa20 the son21 of Jether,22 whom he slew,23 and shed24 the blood25 of war26 in peace,27 and put28 the blood29 of war30 upon his girdle31 that was about his loins,33 and in his shoes34 that were on his feet.36

1 וְגַ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 3 יָדַ֡עְתָּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 4 אֵת֩ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עָ֨שָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 לִ֜י 8 יוֹאָ֣ב H3097 Joab, Joabs Joab 9 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 צְרוּיָ֗ה H6870 Zeruja Zeruiah 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 עָשָׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 לִשְׁנֵֽי H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 14 שָׂרֵ֣י H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 15 צִבְא֣וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 16 יִ֠שְׂרָאֵל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 לְאַבְנֵ֨ר H74 Abner, Abners, Abi- Abner 18 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 נֵ֜ר H5369 Ner Ner 20 וְלַעֲמָשָׂ֤א H6021 Amasa Amasa 21 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 22 יֶ֨תֶר֙ H3500 Jether, Jethro Jether, Jethro. Compare H3503 (יִתְרוֹ) 23 וַיַּ֣הַרְגֵ֔ם H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 24 וַיָּ֥שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 25 דְּמֵֽי H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 26 מִלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 27 בְּשָׁלֹ֑ם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 28 וַיִּתֵּ֞ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 29 דְּמֵ֣י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 30 מִלְחָמָ֗ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 31 בַּחֲגֹֽרָתוֹ֙ H2290 gordel, gordt, schorten apron, armour, gird(-le) 32 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 33 בְּמָתְנָ֔יו H4975 lenden, lendenen, goede lenden [phrase] greyhound, loins, side 34 וּֽבְנַעֲל֖וֹ H5275 schoenen, schoen, paar schoenen dryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s) 35 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 36 בְּרַגְלָֽיו H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Doe dan naar uw wijsheid, dat gij zijn grauwe haar niet met vrede in het graf laat dalen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 DoeH6213 dan naar uw wijsheidH2451, dat gij zijn grauweH7872 haar nietH3808 met vredeH7965 in het grafH7585 laat dalenH3381. Doe dan naar uw wijsheid, dat gij zijn grauwe haar niet met vrede in het graf laat dalen.

KJV Do1 therefore according to thy wisdom,2 and let not his hoar head5 go down4 to the grave7 in peace.6

1 וְעָשִׂ֖יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 כְּחָכְמָתֶ֑ךָ H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 3 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 תוֹרֵ֧ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 5 שֵׂיבָת֛וֹ H7872 ouderdom, grijsheid, grauwe (be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age 6 בְּשָׁלֹ֖ם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 7 שְׁאֹֽל H7585 hel, graf, grafs grave, hell, pit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Maar aan de zonen van Barzillai, den Gileadiet, zult gij weldadigheid bewijzen, en zij zullen zijn onder degenen, die aan uw tafel eten; want alzo naderden zij tot mij, als ik vluchtte voor het aangezicht van uw broeder Absalom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Maar aan de zonenH1121 van BarzillaiH1271, den GileadietH1569, zult gij weldadigheidH2617 bewijzenH6213, en zij zullen zijnH1961 onder degenen, die aan uw tafelH7979 etenH398; wantH3588 alzoH3651 naderdenH7126 zij totH413 mij, als ik vluchtteH1272 voor het aangezichtH6440 van uw broederH251 AbsalomH53. Maar aan de zonen van Barzillai, den Gileadiet, zult gij weldadigheid bewijzen, en zij zullen zijn onder degenen, die aan uw tafel eten; want alzo naderden zij tot mij, als ik vluchtte voor het aangezicht van uw broeder Absalom.

KJV But shew4 kindness5 unto the sons1 of Barzillai2 the Gileadite,3 and let them be of those that eat7 at thy table:8 for so they came11 to me when I fled13 because14 of Absalom15 thy brother.16

1 וְלִבְנֵ֨י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 בַרְזִלַּ֤י H1271 Barzillai Barzillai 3 הַגִּלְעָדִי֙ H1569 Gileadiet, Gileadieten Gileadite 4 תַּֽעֲשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 חֶ֔סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 6 וְהָי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 בְּאֹכְלֵ֣י H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 שֻׁלְחָנֶ֑ךָ H7979 tafel, tafelen, tafels table 9 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 כֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 11 קָרְב֣וּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 12 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 בְּבָרְחִ֕י H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 14 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 אַבְשָׁל֥וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 16 אָחִֽיךָ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En zie, bij u is Simei, de zoon van Gera, de zoon van Jemini, uit Bahurim, die mij vloekte met een geweldigen vloek, ten dage als ik ging naar Mahanaim; doch hij kwam af mij tegemoet aan de Jordaan, en ik zwoer hem bij den HEERE, zeggende: Zo ik hem met het zwaard dode!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En zieH2009, bijH5973 u is SimeiH8096, de zoonH1121 van GeraH1617, de zoon van JeminiH1145, uit BahurimH980, dieH1931 mij vloekteH7043 met een geweldigen vloekH7045, ten dageH3117 als ik gingH3212 naar MahanaimH4266; doch hijH1931 kwam af mij tegemoetH7125 aan de JordaanH3383, en ik zwoerH7650 hem bij den HEEREH3068, zeggendeH559: ZoH518 ik hem met het zwaardH2719 dodeH4191! En zie, bij u is Simei, de zoon van Gera, de zoon van Jemini, uit Bahurim, die mij vloekte met een geweldigen vloek, ten dage als ik ging naar Mahanaim; doch hij kwam af mij tegemoet aan de Jordaan, en ik zwoer hem bij den HEERE, zeggende: Zo ik hem met het zwaard dode!

Ook in dit vers geweldigeH4834

KJV And, behold, thou hast with thee Shimei3 the son4 of Gera,5 a Benjamite6 of Bahurim,8 which cursed10 me with a grievous12 curse11 in the day13 when I went14 to Mahanaim:15 but he came down17 to meet18 me at Jordan,19 and I sware20 to him by the LORD,22 saying,23 I will not put thee to death25 with the sword.26

1 וְהִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 עִ֠מְּךָ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 3 שִֽׁמְעִ֨י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 4 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 גֵּרָ֥א H1617 Gera Gera 6 בֶן H1145 Jemini, Benjamin, zoon Jemini Benjamite, of Benjamin 7 הַיְמִינִי֮ H1145 Jemini, Benjamin, zoon Jemini Benjamite, of Benjamin 8 מִבַּחֻרִים֒ H980 Bahurim Bahurim 9 וְה֤וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 קִֽלְלַ֨נִי֙ H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 11 קְלָלָ֣ה H7045 vloek, vloeken (ac-) curse(-d, -ing) 12 נִמְרֶ֔צֶת H4834 geweldige, krachtig, stijft embolden, be forcible, grievous, sore 13 בְּי֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 לֶכְתִּ֣י H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 15 מַחֲנָ֑יִם H4266 Mahanaim Mahanaim 16 וְהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 17 יָרַ֤ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 18 לִקְרָאתִי֙ H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 19 הַיַּרְדֵּ֔ן H3383 Jordaan Jordan 20 וָאֶשָּׁ֨בַֽע H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 21 ל֤וֹ 22 בַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 23 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 24 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 25 אֲמִֽיתְךָ֖ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 26 בֶּחָֽרֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar nu, houd hem niet onschuldig, dewijl gij een wijs man zijt; en gij zult weten, wat gij hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar met bloed in het graf doet dalen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Maar nuH6258, houdH5352 hem nietH408 onschuldigH5352, dewijlH3588 gij een wijsH2450 manH376 zijt; en gijH859 zult wetenH3045, watH834 gij hem doen zult, opdat gij zijn grauweH7872 haar met bloedH1818 in het grafH7585 doet dalenH3381. Maar nu, houd hem niet onschuldig, dewijl gij een wijs man zijt; en gij zult weten, wat gij hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar met bloed in het graf doet dalen.

KJV Now therefore hold him not guiltless:3 for thou art a wise6 man,5 and knowest8 what thou oughtest to do11 unto him; but his hoar head15 bring thou down13 to the grave17 with blood.16

1 וְעַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 3 תְּנַקֵּ֔הוּ H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 4 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 חָכָ֖ם H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 7 אָ֑תָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 8 וְיָֽדַעְתָּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 9 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 תַּֽעֲשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 לּ֔וֹ 13 וְהוֹרַדְתָּ֧ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 שֵׂיבָת֛וֹ H7872 ouderdom, grijsheid, grauwe (be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age 16 בְּדָ֖ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 17 שְׁאֽוֹל H7585 hel, graf, grafs grave, hell, pit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En David ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En DavidH1732 ontsliepH7901 metH5973 zijn vaderenH1, en werd begravenH6912 in de stadH5892 DavidsH1732. En David ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids.

KJV So David2 slept1 with his fathers,4 and was buried5 in the city6 of David.7

1 וַיִּשְׁכַּ֥ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 דָּוִ֖ד H1732 David, Davids David 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 אֲבֹתָ֑יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 וַיִּקָּבֵ֖ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 6 בְּעִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 דָּוִֽד H1732 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 De dagen nu, die David geregeerd heeft over Israel, zijn veertig jaren; zeven jaren heeft hij geregeerd in Hebron, en in Jeruzalem heeft hij drie en dertig jaren geregeerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 De dagenH3117 nu, dieH834 DavidH1732 geregeerdH4427 heeft overH5921 IsraelH3478, zijn veertigH705 jarenH8141; zevenH7651 jarenH8141 heeft hij geregeerdH4427 in HebronH2275, en in JeruzalemH3389 heeft hij drieH7969 en dertigH7970 jarenH8141 geregeerdH4427. De dagen nu, die David geregeerd heeft over Israel, zijn veertig jaren; zeven jaren heeft hij geregeerd in Hebron, en in Jeruzalem heeft hij drie en dertig jaren geregeerd.

KJV And the days1 that David4 reigned3 over Israel6 were forty7 years:8 seven11 years12 reigned10 he in Hebron,9 and thirty15 and three16 years17 reigned14 he in Jerusalem.13

1 וְהַיָּמִ֗ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 מָלַ֤ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 4 דָּוִד֙ H1732 David, Davids David 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 אַרְבָּעִ֖ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 8 שָׁנָ֑ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 9 בְּחֶבְר֤וֹן H2275 Hebron Hebron 10 מָלַךְ֙ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 11 שֶׁ֣בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 12 שָׁנִ֔ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 13 וּבִירוּשָׁלִַ֣ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 14 מָלַ֔ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 15 שְׁלֹשִׁ֥ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 16 וְשָׁלֹ֖שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 17 שָׁנִֽים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Salomo zat op den troon van zijn vader David; en zijn koninkrijk werd zeer bevestigd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En SalomoH8010 zat opH5921 den troonH3678 van zijn vaderH1 DavidH1732; en zijn koninkrijkH4438 werd zeerH3966 bevestigdH3559. En Salomo zat op den troon van zijn vader David; en zijn koninkrijk werd zeer bevestigd.

KJV Then sat2 Solomon1 upon the throne4 of David5 his father;6 and his kingdom8 was established7 greatly.9

1 וּשְׁלֹמֹ֕ה H8010 Salomo Solomon 2 יָשַׁ֕ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 כִּסֵּ֖א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 5 דָּוִ֣ד H1732 David, Davids David 6 אָבִ֑יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 וַתִּכֹּ֥ן H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 8 מַלְכֻת֖וֹ H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 9 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen kwam AdoniaH138, de zoonH1121 van HaggithH2294, totH413 BathsebaH1339, de moederH517 van SalomoH8010; en zij zeideH559: Is uw komstH935 vredeH7965? En hij zeideH559: VredeH7965. Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede.

KJV And Adonijah2 the son3 of Haggith4 came1 to Bathsheba6 the mother8 of Solomon.9 And she said,10 Comest12 thou peaceably?11 And he said,13 Peaceably.14

1 וַיָּבֹ֞א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֲדֹנִיָּ֣הוּ H138 Adonia Adonijah 3 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 חַגֵּ֗ית H2294 Haggith Haggith 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 בַּת H1339 Bathseba Bath-sheba 7 שֶׁ֨בַע֙ H1339 Bathseba Bath-sheba 8 אֵם H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 9 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 10 וַתֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 הֲשָׁל֣וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 12 בֹּאֶ֑ךָ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 שָׁלֽוֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daarna zeide hij: Ik heb een woord aan u. En zij zeide: Spreek.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Daarna zeideH559 hij: Ik heb een woordH1697 aanH413 u. En zij zeideH559: SpreekH1696. Daarna zeide hij: Ik heb een woord aan u. En zij zeide: Spreek.

KJV He said1 moreover, I have somewhat to say2 unto thee. And she said,5 Say on.6

1 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 דָּבָ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 לִ֖י 4 אֵלָ֑יִךְ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 וַתֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 דַּבֵּֽר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Hij zeideH559 dan: GijH859 weetH3045, datH3588 het koninkrijkH4410 mijn was, en het ganseH3605 IsraelH3478 zijn aangezichtH6440 opH5921 mij gezetH7760 had, dat ik koningH4427 zijn zou; hoewel het koninkrijkH4410 omgewendH5437 en mijns broedersH251 geworden is; wantH3588 het is van den HEEREH3068 hem geworden. Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden.

KJV And he said,1 Thou knowest3 that the kingdom7 was mine, and that all Israel11 set9 their faces12 on me, that I should reign:13 howbeit the kingdom15 is turned about,14 and is become my brother's:17 for it was his from the LORD.19

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַ֤תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 3 יָדַ֨עַתְּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 4 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 לִי֙ 6 הָיְתָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 הַמְּלוּכָ֔ה H4410 koninkrijk, koninklijk, koninkrijks kingsom, king's, [idiom] royal 8 וְעָלַ֞י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 שָׂ֧מוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 10 כָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 פְּנֵיהֶ֖ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 לִמְלֹ֑ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 14 וַתִּסֹּ֤ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 15 הַמְּלוּכָה֙ H4410 koninkrijk, koninklijk, koninkrijks kingsom, king's, [idiom] royal 16 וַתְּהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 לְאָחִ֔י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 18 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 מֵיְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 הָ֥יְתָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 21 לּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En nu begeer ik van u een enige begeerte; wijs mijn aangezicht niet af. En zij zeide tot hem: Spreek.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En nuH6258 begeerH7592 ikH595 vanH854 u een enigeH259 begeerteH7596; wijsH7725 mijn aangezichtH6440 nietH408 af. En zij zeideH559 tot hem: SpreekH1696. En nu begeer ik van u een enige begeerte; wijs mijn aangezicht niet af. En zij zeide tot hem: Spreek.

KJV And now I ask5 one3 petition2 of thee, deny8 me10 not. And she said11 unto him, Say on.13

1 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 שְׁאֵלָ֤ה H7596 bede, begeerte loan, petition, request 3 אַחַת֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 אָֽנֹכִי֙ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 5 שֹׁאֵ֣ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 6 מֵֽאִתָּ֔ךְ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 8 תָּשִׁ֖בִי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 פָּנָ֑י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 וַתֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 אֵלָ֖יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 דַּבֵּֽר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En hij zeideH559: SpreekH559 tochH4994 tot den koningH4428 SalomoH8010, wantH3588 hij zal uw aangezichtH6440 nietH3808 afwijzenH7725, dat hij mij AbisagH49, de SunamietischeH7767, ter vrouweH802 geveH5414. En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve.

KJV And he said,1 Speak,2 I pray thee, unto Solomon4 the king,5 (for he will not say8 ➔ thee10 nay,) that he give11 me Abishag14 the Shunammite15 to wife.16

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אִמְרִי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 4 לִשְׁלֹמֹ֣ה H8010 Salomo Solomon 5 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יָשִׁ֖יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 פָּנָ֑יִךְ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 וְיִתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 לִ֛י 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 אֲבִישַׁ֥ג H49 Abisag Abishag 15 הַשּׁוּנַמִּ֖ית H7767 Sunamietische Shunamite 16 לְאִשָּֽׁה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Bathseba zeide: Het is goed, ik zal den koning voor u aanspreken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En BathsebaH1339 zeideH559: Het is goedH2896, ikH595 zal den koningH4428 voor u aansprekenH1696. En Bathseba zeide: Het is goed, ik zal den koning voor u aanspreken.

KJV And Bathsheba2 said,1 Well;4 I will speak6 for thee unto the king.9

1 וַתֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 בַּת H1339 Bathseba Bath-sheba 3 שֶׁ֖בַע H1339 Bathseba Bath-sheba 4 ט֑וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 5 אָנֹכִ֕י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 6 אֲדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 7 עָלֶ֖יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Zo kwamH935 BathsebaH1339 totH413 den koningH4428 SalomoH8010, om hem voor AdoniaH138 aan te sprekenH1696. En de koningH4428 stondH6965 op, haar tegemoetH7125, en boogH7812 zich voor haar; daarna zat hij opH5921 zijn troonH3678, en deed een stoelH3678 voor de moederH517 des koningsH4428 zettenH7760; en zij zat aan zijn rechterhandH3225. Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.

KJV Bathsheba2 therefore went1 unto king5 Solomon,6 to speak7 unto him for Adonijah.10 And the king12 rose up11 to meet13 her, and bowed14 himself unto her, and sat down16 on his throne,18 and caused a seat20 to be set19 for the king's22 mother;21 and she sat23 on his right hand.24

1 וַתָּבֹ֤א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 בַת H1339 Bathseba Bath-sheba 3 שֶׁ֨בַע֙ H1339 Bathseba Bath-sheba 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 7 לְדַבֶּר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 8 ל֖וֹ 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 אֲדֹנִיָּ֑הוּ H138 Adonia Adonijah 11 וַיָּקָם֩ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 12 הַמֶּ֨לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 לִקְרָאתָ֜הּ H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 14 וַיִּשְׁתַּ֣חוּ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 15 לָ֗הּ 16 וַיֵּ֨שֶׁב֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 כִּסְא֔וֹ H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 19 וַיָּ֤שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 20 כִּסֵּא֙ H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 21 לְאֵ֣ם H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 22 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 23 וַתֵּ֖שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 24 לִֽימִינֽוֹ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Toen zeideH559 zij: IkH595 begeerH7592 vanH854 u een enigeH259 kleineH6996 begeerteH7596, wijsH7725 mijn aangezichtH6440 niet af. En de koningH4428 zeideH559 tot haar: BegeerH7592, mijn moederH517, wantH3588 ik zal uw aangezichtH6440 niet afwijzenH7725. Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.

KJV Then she said,1 I desire6 one3 small4 petition2 of thee; I pray thee, say9 ➔ me11 not nay.19 And the king14 said12 unto her, Ask on,15 my mother:16 for I will not say ➔ thee21 nay.

1 וַתֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שְׁאֵלָ֨ה H7596 bede, begeerte loan, petition, request 3 אַחַ֤ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 קְטַנָּה֙ H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 5 אָֽנֹכִי֙ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 6 שֹׁאֶ֣לֶת H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 7 מֵֽאִתָּ֔ךְ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 8 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 9 תָּ֖שֶׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 פָּנָ֑י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 וַיֹּֽאמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 לָ֤הּ 14 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 שַׁאֲלִ֣י H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 16 אִמִּ֔י H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 17 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 אָשִׁ֖יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 פָּנָֽיִךְ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En zij zeide: Laat Abisag, de Sunamietische, aan Adonia, uw broeder, ter vrouwe gegeven worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En zij zeideH559: Laat AbisagH49, de SunamietischeH7767, aan AdoniaH138, uw broederH251, ter vrouweH802 gegevenH5414 worden. En zij zeide: Laat Abisag, de Sunamietische, aan Adonia, uw broeder, ter vrouwe gegeven worden.

KJV And she said,1 Let Abishag4 the Shunammite5 be given2 to Adonijah6 thy brother7 to wife.8

1 וַתֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יֻתַּ֖ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אֲבִישַׁ֣ג H49 Abisag Abishag 5 הַשֻּׁנַמִּ֑ית H7767 Sunamietische Shunamite 6 לַאֲדֹנִיָּ֥הוּ H138 Adonia Adonijah 7 אָחִ֖יךָ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 לְאִשָּֽׁה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Toen antwoordde de koning Salomo, en zeide tot zijn moeder: En waarom begeert gij Abisag, de Sunamietische, voor Adonia? Begeer ook voor hem het koninkrijk (want hij is mijn broeder, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor Abjathar, den priester, en voor Joab, den zoon van Zeruja.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Toen antwoorddeH6030 de koningH4428 SalomoH8010, en zeideH559 tot zijn moederH517: En waaromH4100 begeertH7592 gijH859 AbisagH49, de SunamietischeH7767, voor AdoniaH138? BegeerH7592 ook voor hem het koninkrijkH4410 (wantH3588 hij is mijn broederH251, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor AbjatharH54, den priesterH3548, en voor JoabH3097, den zoonH1121 van ZerujaH6870. Toen antwoordde de koning Salomo, en zeide tot zijn moeder: En waarom begeert gij Abisag, de Sunamietische, voor Adonia? Begeer ook voor hem het koninkrijk (want hij is mijn broeder, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor Abjathar, den priester, en voor Joab, den zoon van Zeruja.

KJV And king2 Solomon3 answered1 and said4 unto his mother,5 And why dost thou ask8 Abishag10 the Shunammite11 for Adonijah?12 ask13 for him the kingdom16 also; for he is mine elder20 brother;19 even for him, and for Abiathar23 the priest,24 and for Joab25 the son26 of Zeruiah.27

1 וַיַּעַן֩ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 הַמֶּ֨לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 שְׁלֹמֹ֜ה H8010 Salomo Solomon 4 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 לְאִמּ֗וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 6 וְלָמָה֩ H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 אַ֨תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 8 שֹׁאֶ֜לֶת H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אֲבִישַׁ֤ג H49 Abisag Abishag 11 הַשֻּׁנַמִּית֙ H7767 Sunamietische Shunamite 12 לַאֲדֹ֣נִיָּ֔הוּ H138 Adonia Adonijah 13 וְשַֽׁאֲלִי H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 14 לוֹ֙ 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 הַמְּלוּכָ֔ה H4410 koninkrijk, koninklijk, koninkrijks kingsom, king's, [idiom] royal 17 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 19 אָחִ֖י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 20 הַגָּד֣וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 21 מִמֶּ֑נִּי H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 22 וְלוֹ֙ 23 וּלְאֶבְיָתָ֣ר H54 Abjathar, Abjathars Abiathar 24 הַכֹּהֵ֔ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 25 וּלְיוֹאָ֖ב H3097 Joab, Joabs Joab 26 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 27 צְרוּיָֽה H6870 Zeruja Zeruiah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En de koning Salomo zwoer bij den HEERE, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En de koningH4428 SalomoH8010 zwoerH7650 bij den HEEREH3068, zeggendeH559: ZoH3541 doeH6213 mij GodH430, en zoH3541 doe Hij daartoe, voorzekerH3588 AdoniaH138 zal datH2088 woordH1697 tegen zijn levenH5315 gesprokenH1696 hebben! En de koning Salomo zwoer bij den HEERE, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben!

KJV Then king2 Solomon3 sware1 by the LORD,4 saying,5 God9 do7 so to me, and more also,11 if Adonijah15 have not spoken14 this word17 against his own life.13

1 וַיִּשָּׁבַע֙ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 2 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 4 בַּֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 7 יַֽעֲשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 לִּ֤י 9 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 וְכֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 11 יוֹסִ֔יף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 בְנַפְשׁ֔וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 14 דִּבֶּר֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 15 אֲדֹ֣נִיָּ֔הוּ H138 Adonia Adonijah 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַדָּבָ֖ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 18 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En nu, zo waarachtig als de HEERE leeft, Die mij bevestigd heeft, en mij heeft doen zitten op den troon van mijn vader David, en Die mij een huis gemaakt heeft, gelijk als Hij gesproken had; voorzeker, Adonia zal heden gedood worden!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En nuH6258, zo waarachtig als de HEEREH3068 leeftH2416, DieH834 mij bevestigdH3559 heeft, en mij heeft doen zittenH3427 opH5921 den troonH3678 van mijn vaderH1 DavidH1732, en DieH834 mij een huisH1004 gemaaktH6213 heeft, gelijk als Hij gesprokenH1696 had; voorzekerH3588, AdoniaH138 zal hedenH3117 gedoodH4191 worden! En nu, zo waarachtig als de HEERE leeft, Die mij bevestigd heeft, en mij heeft doen zitten op den troon van mijn vader David, en Die mij een huis gemaakt heeft, gelijk als Hij gesproken had; voorzeker, Adonia zal heden gedood worden!

KJV Now therefore, as the LORD3 liveth,2 which hath established5 me, and set6 me on the throne8 of David9 my father,10 and who hath made12 me an house,14 as he promised,16 Adonijah20 shall be put to death19 this day.18

1 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 הֱכִינַ֗נִי H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 6 וַיּֽוֹשִׁיבַ֨נִי֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 כִּסֵּא֙ H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 9 דָּוִ֣ד H1732 David, Davids David 10 אָבִ֔י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 וַאֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 עָֽשָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 לִ֛י 14 בַּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 דִּבֵּ֑ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 17 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 19 יוּמַ֖ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 20 אֲדֹנִיָּֽהוּ H138 Adonia Adonijah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En de koning Salomo zond door de hand van Benaja, den zoon van Jojada; die viel op hem aan, dat hij stierf.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En de koningH4428 SalomoH8010 zondH7971 door de handH3027 van BenajaH1141, den zoonH1121 van JojadaH3077; die vielH6293 op hem aan, dat hij stierfH4191. En de koning Salomo zond door de hand van Benaja, den zoon van Jojada; die viel op hem aan, dat hij stierf.

KJV And king2 Solomon3 sent1 by the hand4 of Benaiah5 the son6 of Jehoiada;7 and he fell8 upon him that he died.10

1 וַיִּשְׁלַח֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 4 בְּיַ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 בְּנָיָ֣הוּ H1141 Benaja Benaiah 6 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יְהוֹיָדָ֑ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 8 וַיִּפְגַּע H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 9 בּ֖וֹ 10 וַיָּמֹֽת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En tot Abjathar, den priester, zeide de koning: Ga naar Anathoth, op uw akkers; want gij zijt een man des doods; maar dezen dag zal ik u niet doden, omdat gij de ark des Heeren HEEREN voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt, en omdat gij verdrukt zijt geweest, in alles, waarin mijn vader verdrukt was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En tot AbjatharH54, den priesterH3548, zeideH559 de koningH4428: GaH3212 naar AnathothH6068, opH5921 uw akkersH7704; wantH3588 gij zijt een manH376 des doodsH4194; maar dezenH2088 dagH3117 zal ik u nietH3808 dodenH4191, omdat gij de arkH727 des HeerenH136 HEERENH3069 voor het aangezichtH6440 van mijn vaderH1 DavidH1732 gedragenH5375 hebt, en omdatH3588 gij verdruktH6031 zijt geweest, in allesH3605, waarin mijn vaderH1 verdruktH6031 was. En tot Abjathar, den priester, zeide de koning: Ga naar Anathoth, op uw akkers; want gij zijt een man des doods; maar dezen dag zal ik u niet doden, omdat gij de ark des Heeren HEEREN voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt, en omdat gij verdrukt zijt geweest, in alles, waarin mijn vader verdrukt was.

KJV And unto Abiathar1 the priest2 said3 the king,4 Get6 thee to Anathoth,5 unto thine own fields;8 for thou art worthy10 of death:11 but I will not at this time13 put thee to death,16 because thou barest18 the ark20 of the Lord21 GOD22 before23 David24 my father,25 and because thou hast been afflicted27 in all wherein my father31 was afflicted.30

1 וּלְאֶבְיָתָ֨ר H54 Abjathar, Abjathars Abiathar 2 הַכֹּהֵ֜ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 הַמֶּ֗לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 עֲנָתֹת֙ H6068 Anathoth Anathoth 6 לֵ֣ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 שָׂדֶ֔יךָ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 9 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 מָ֖וֶת H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 12 אָ֑תָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 13 וּבַיּ֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 הַזֶּ֜ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 15 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 אֲמִיתֶ֗ךָ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 17 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 נָשָׂ֜אתָ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 אֲר֨וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 21 אֲדֹנָ֤י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 22 יְהֹוִה֙ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 23 לִפְנֵי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 24 דָּוִ֣ד H1732 David, Davids David 25 אָבִ֔י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 26 וְכִ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 27 הִתְעַנִּ֔יתָ H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 28 בְּכֹ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 29 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 30 הִתְעַנָּ֖ה H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 31 אָבִֽי H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Salomo dan verdreef Abjathar, dat hij des HEEREN priester niet ware, om te vervullen het woord des HEEREN, hetwelk Hij over het huis van Eli te Silo gesproken had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 SalomoH8010 dan verdreefH1644 AbjatharH54, dat hij des HEERENH3068 priesterH3548 niet wareH1961, om te vervullenH4390 het woordH1697 des HEERENH3068, hetwelkH834 Hij overH5921 het huisH1004 van EliH5941 te SiloH7887 gesprokenH1696 had. Salomo dan verdreef Abjathar, dat hij des HEEREN priester niet ware, om te vervullen het woord des HEEREN, hetwelk Hij over het huis van Eli te Silo gesproken had.

KJV So Solomon2 thrust out1 Abiathar4 from being priest6 unto the LORD;7 that he might fulfil8 the word10 of the LORD,11 which he spake13 concerning the house15 of Eli16 in Shiloh.17

1 וַיְגָ֤רֶשׁ H1644 uitdrijven, verstotene, dreef cast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out 2 שְׁלֹמֹה֙ H8010 Salomo Solomon 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אֶבְיָתָ֔ר H54 Abjathar, Abjathars Abiathar 5 מִהְי֥וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 כֹּהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 7 לַֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 לְמַלֵּא֙ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 דְּבַ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 11 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 דִּבֶּ֛ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 עֵלִ֖י H5941 Eli Eli 17 בְּשִׁלֹֽה H7887 Silo Shiloh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Als het gerucht tot Joab kwam (want Joab had zich gewend achter Adonia, hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), zo vluchtte Joab tot de tent des HEEREN, en vatte de hoornen des altaars.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Als het geruchtH8052 tot JoabH3097 kwamH935 (wantH3588 JoabH3097 had zich gewendH5186 achterH310 AdoniaH138, hoewelH3808 hij zich niet had gewend achterH310 AbsalomH53), zo vluchtteH5127 Joab tot de tentH168 des HEERENH3068, en vatteH2388 de hoornenH7161 des altaarsH4196. Als het gerucht tot Joab kwam (want Joab had zich gewend achter Adonia, hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), zo vluchtte Joab tot de tent des HEEREN, en vatte de hoornen des altaars.

KJV Then tidings1 came2 to Joab:4 for Joab6 had turned7 after8 Adonijah,9 though he turned13 not after10 Absalom.11 And Joab15 fled14 unto the tabernacle17 of the LORD,18 and caught hold19 on the horns20 of the altar.21

1 וְהַשְּׁמֻעָה֙ H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 2 בָּ֣אָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 4 יוֹאָ֔ב H3097 Joab, Joabs Joab 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 יוֹאָ֗ב H3097 Joab, Joabs Joab 7 נָטָה֙ H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 8 אַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 9 אֲדֹנִיָּ֔ה H138 Adonia Adonijah 10 וְאַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 11 אַבְשָׁל֖וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 12 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 נָטָ֑ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 14 וַיָּ֤נָס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 15 יוֹאָב֙ H3097 Joab, Joabs Joab 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 אֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 18 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 וַֽיַּחֲזֵ֖ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 20 בְּקַרְנ֥וֹת H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 21 הַמִּזְבֵּֽחַ H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En het werd den koning Salomo aangezegd, dat Joab tot de tent des HEEREN gevloden was, en zie, hij is bij het altaar. Toen zond Salomo Benaja, den zoon van Jojada, zeggende: Ga heen, val op hem aan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En het werd den koningH4428 SalomoH8010 aangezegdH5046, datH3588 JoabH3097 totH413 de tentH168 des HEERENH3068 gevlodenH5127 was, en zieH2009, hij is bij het altaarH4196. Toen zondH7971 SalomoH8010 BenajaH1141, den zoonH1121 van JojadaH3077, zeggendeH559: GaH3212 heen, valH6293 op hem aan. En het werd den koning Salomo aangezegd, dat Joab tot de tent des HEEREN gevloden was, en zie, hij is bij het altaar. Toen zond Salomo Benaja, den zoon van Jojada, zeggende: Ga heen, val op hem aan.

KJV And it was told1 king2 Solomon3 that Joab6 was fled5 unto the tabernacle8 of the LORD;9 and, behold, he is by11 the altar.12 Then Solomon14 sent13 Benaiah16 the son17 of Jehoiada,18 saying,19 Go,20 fall21 upon him.

1 וַיֻּגַּ֞ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 לַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 שְׁלֹמֹ֗ה H8010 Salomo Solomon 4 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 נָ֤ס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 6 יוֹאָב֙ H3097 Joab, Joabs Joab 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 אֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 9 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וְהִנֵּ֖ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 11 אֵ֣צֶל H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 12 הַמִּזְבֵּ֑חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 13 וַיִּשְׁלַ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 14 שְׁלֹמֹ֜ה H8010 Salomo Solomon 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 בְּנָיָ֧הוּ H1141 Benaja Benaiah 17 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 יְהוֹיָדָ֛ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 19 לֵאמֹ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 20 לֵ֥ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 21 פְּגַע H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 22 בּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En Benaja kwam tot de tent des HEEREN, en zeide tot hem: Zo zegt de koning: Kom uit. En hij zeide: Neen, maar hier zal ik sterven! En Benaja bracht het antwoord weder aan den koning, zeggende: Zo heeft Joab gesproken, en zo heeft hij mij geantwoord.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En BenajaH1141 kwamH935 totH413 de tentH168 des HEERENH3068, en zeideH559 totH413 hem: ZoH3541 zegtH559 de koningH4428: KomH3318 uit. En hij zeideH559: NeenH3808, maarH3588 hier zal ik stervenH4191! En BenajaH1141 brachtH7725 het antwoordH1697 weder aan den koningH4428, zeggendeH559: ZoH3541 heeft JoabH3097 gesprokenH1696, en zoH3541 heeft hij mij geantwoordH6030. En Benaja kwam tot de tent des HEEREN, en zeide tot hem: Zo zegt de koning: Kom uit. En hij zeide: Neen, maar hier zal ik sterven! En Benaja bracht het antwoord weder aan den koning, zeggende: Zo heeft Joab gesproken, en zo heeft hij mij geantwoord.

KJV And Benaiah2 came1 to the tabernacle4 of the LORD,5 and said6 unto him, Thus saith9 the king,10 Come forth.11 And he said,12 Nay; but I will die16 here. And Benaiah18 brought17 ➔ the king20 word21 again, saying,22 Thus said24 Joab,25 and thus he answered27 me.

1 וַיָּבֹ֨א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 בְנָיָ֜הוּ H1141 Benaja Benaiah 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 5 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אֵלָ֜יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 9 אָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 צֵ֔א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 12 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 לֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 פֹ֣ה H6311 hier, hierheen here, hither, the one (other, this, that) side 16 אָמ֑וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 17 וַיָּ֨שֶׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 18 בְּנָיָ֤הוּ H1141 Benaja Benaiah 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 21 דָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 22 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 23 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 24 דִבֶּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 25 יוֹאָ֖ב H3097 Joab, Joabs Joab 26 וְכֹ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 27 עָנָֽנִי H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En de koning zeide tot hem: Doe gelijk als hij gesproken heeft, en val op hem aan, en begraaf hem, opdat gij wegdoet, van mij en van mijns vaders huis, dat bloed, dat Joab zonder oorzaak vergoten heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En de koningH4428 zeideH559 tot hem: DoeH6213 gelijk als hij gesprokenH1696 heeft, en valH6293 op hem aan, en begraafH6912 hem, opdat gij wegdoetH5493, van mij en van mijns vadersH1 huisH1004, dat bloedH1818, dat JoabH3097 zonder oorzaakH2600 vergotenH8210 heeft. En de koning zeide tot hem: Doe gelijk als hij gesproken heeft, en val op hem aan, en begraaf hem, opdat gij wegdoet, van mij en van mijns vaders huis, dat bloed, dat Joab zonder oorzaak vergoten heeft.

KJV And the king3 said1 unto him, Do4 as he hath said,6 and fall7 upon him, and bury9 him; that thou mayest take away10 the innocent12 blood,11 which Joab15 shed,14 from me, and from the house18 of my father.19

1 וַיֹּ֧אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 ל֣וֹ 3 הַמֶּ֗לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 עֲשֵׂה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 דִּבֶּ֔ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 7 וּפְגַע H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 8 בּ֖וֹ 9 וּקְבַרְתּ֑וֹ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 10 וַהֲסִירֹ֣תָ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 11 דְּמֵ֣י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 12 חִנָּ֗ם H2600 om niet, zonder oorzaak, tevergeefs without a cause (cost, wages), causeless, to cost nothing, free(-ly), innocent, for nothing (nought, in vain 13 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 שָׁפַ֣ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 15 יוֹאָ֔ב H3097 Joab, Joabs Joab 16 מֵעָלַ֕י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 וּמֵעַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 19 אָבִֽי H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Zo zal de HEERE zijn bloed op zijn hoofd doen wederkeren, omdat hij op twee mannen, rechtvaardiger en beter dan hij, aangevallen is, en die met het zwaard gedood heeft, daar het mijn vader David niet wist, Abner, den zoon van Ner, den krijgsoverste van Israel, en Amasa, den zoon van Jether, den krijgsoverste van Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Zo zal de HEEREH3068 zijn bloedH1818 opH5921 zijn hoofdH7218 doen wederkerenH7725, omdat hij op tweeH8147 mannenH582, rechtvaardigerH6662 en beterH2896 danH4480 hij, aangevallenH6293 is, en dieH834 met het zwaardH2719 gedoodH2026 heeft, daar het mijn vaderH1 DavidH1732 nietH3808 wistH3045, AbnerH74, den zoonH1121 van NerH5369, den krijgsoversteH8269 van IsraelH3478, en AmasaH6021, den zoonH1121 van JetherH3500, den krijgsoversteH8269 van JudaH3063. Zo zal de HEERE zijn bloed op zijn hoofd doen wederkeren, omdat hij op twee mannen, rechtvaardiger en beter dan hij, aangevallen is, en die met het zwaard gedood heeft, daar het mijn vader David niet wist, Abner, den zoon van Ner, den krijgsoverste van Israel, en Amasa, den zoon van Jether, den krijgsoverste van Juda.

KJV And the LORD2 shall return1 his blood4 upon his own head,6 who fell8 upon two9 men more righteous11 and better12 than he, and slew14 them with the sword,15 my father16 David17 not knowing19 thereof, to wit, Abner21 the son22 of Ner,23 captain24 of the host25 of Israel,26 and Amasa28 the son29 of Jether,30 captain31 of the host32 of Judah.33

1 וְהֵשִׁיב֩ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 דָּמ֜וֹ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 רֹאשׁ֗וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 פָּגַ֣ע H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 9 בִּשְׁנֵֽי H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 10 אֲ֠נָשִׁים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 צַדִּקִ֨ים H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 12 וְטֹבִ֤ים H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 13 מִמֶּ֨נּוּ֙ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 וַיַּהַרְגֵ֣ם H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 15 בַּחֶ֔רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 16 וְאָבִ֥י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 17 דָוִ֖ד H1732 David, Davids David 18 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 יָדָ֑ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 אַבְנֵ֤ר H74 Abner, Abners, Abi- Abner 22 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 23 נֵר֙ H5369 Ner Ner 24 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 25 צְבָ֣א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 26 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 27 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 28 עֲמָשָׂ֥א H6021 Amasa Amasa 29 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 30 יֶ֖תֶר H3500 Jether, Jethro Jether, Jethro. Compare H3503 (יִתְרוֹ) 31 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 32 צְבָ֥א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 33 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Alzo zal hun bloed wederkeren op het hoofd van Joab, en op het hoofd van zijn zaad in eeuwigheid; maar David, en zijn zaad, en zijn huis, en zijn troon zal vrede hebben van den HEERE tot in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Alzo zal hun bloedH1818 wederkerenH7725 op het hoofdH7218 van JoabH3097, en op het hoofdH7218 van zijn zaadH2233 in eeuwigheidH5769; maar DavidH1732, en zijn zaadH2233, en zijn huisH1004, en zijn troonH3678 zal vredeH7965 hebben van den HEEREH3068 totH5704 in eeuwigheidH5769. Alzo zal hun bloed wederkeren op het hoofd van Joab, en op het hoofd van zijn zaad in eeuwigheid; maar David, en zijn zaad, en zijn huis, en zijn troon zal vrede hebben van den HEERE tot in eeuwigheid.

KJV Their blood2 shall therefore return1 upon the head3 of Joab,4 and upon the head5 of his seed6 for ever:7 but upon David,8 and upon his seed,9 and upon his house,10 and upon his throne,11 shall there be peace13 for14 ever15 from the LORD.17

1 וְשָׁ֤בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 דְמֵיהֶם֙ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 3 בְּרֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 4 יוֹאָ֔ב H3097 Joab, Joabs Joab 5 וּבְרֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 6 זַרְע֖וֹ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 7 לְעֹלָ֑ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 8 וּלְדָוִ֡ד H1732 David, Davids David 9 וּ֠לְזַרְעוֹ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 10 וּלְבֵית֨וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 וּלְכִסְא֜וֹ H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 12 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 שָׁל֛וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 14 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 16 מֵעִ֥ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 17 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En Benaja, de zoon van Jojada, ging op, en viel op hem aan, en doodde hem; en hij werd begraven in zijn huis, in de woestijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En BenajaH1141, de zoonH1121 van JojadaH3077, ging op, en vielH6293 op hem aan, en dooddeH4191 hem; en hij werd begravenH6912 in zijn huisH1004, in de woestijnH4057. En Benaja, de zoon van Jojada, ging op, en viel op hem aan, en doodde hem; en hij werd begraven in zijn huis, in de woestijn.

KJV So Benaiah2 the son3 of Jehoiada4 went up,1 and fell5 upon him, and slew7 him: and he was buried8 in his own house9 in the wilderness.10

1 וַיַּ֗עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 בְּנָיָ֨הוּ֙ H1141 Benaja Benaiah 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יְה֣וֹיָדָ֔ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 5 וַיִּפְגַּע H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 6 בּ֖וֹ 7 וַיְמִתֵ֑הוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 8 וַיִּקָּבֵ֥ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 9 בְּבֵית֖וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 בַּמִּדְבָּֽר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En de koning zette Benaja, den zoon van Jojada, in zijn plaats over het heir; en Zadok, den priester, zette de koning in de plaats van Abjathar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En de koningH4428 zetteH5414 BenajaH1141, den zoonH1121 van JojadaH3077, in zijn plaatsH8478 overH5921 het heirH6635; en ZadokH6659, den priesterH3548, zetteH5414 de koningH4428 in de plaatsH8478 van AbjatharH54. En de koning zette Benaja, den zoon van Jojada, in zijn plaats over het heir; en Zadok, den priester, zette de koning in de plaats van Abjathar.

KJV And the king2 put1 Benaiah4 the son5 of Jehoiada6 in his room over the host:9 and Zadok11 the priest12 did the king14 put13 in the room of Abiathar.16

1 וַיִּתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 הַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בְּנָיָ֧הוּ H1141 Benaja Benaiah 5 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 יְהוֹיָדָ֛ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 7 תַּחְתָּ֖יו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הַצָּבָ֑א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 צָד֤וֹק H6659 Zadok, Zadoks Zadok 12 הַכֹּהֵן֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 13 נָתַ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 תַּ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 16 אֶבְיָתָֽר H54 Abjathar, Abjathars Abiathar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Daarna zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon aldaar; en ga van daar niet uit herwaarts of derwaarts.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Daarna zondH7971 de koningH4428, en riepH7121 SimeiH8096, en zeideH559 tot hem: BouwH1129 u een huisH1004 in JeruzalemH3389, en woonH3427 aldaarH8033; en ga van daar nietH3808 uit herwaarts of derwaarts. Daarna zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon aldaar; en ga van daar niet uit herwaarts of derwaarts.

KJV And the king2 sent1 and called3 for Shimei,4 and said5 unto him, Build7 thee an house9 in Jerusalem,10 and dwell11 there, and go not forth14 thence any whither.16

1 וַיִּשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 וַיִּקְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 לְשִׁמְעִ֔י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 5 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 ל֗וֹ 7 בְּֽנֵה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 8 לְךָ֥ 9 בַ֨יִת֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 בִּיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 וְיָשַׁבְתָּ֖ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 תֵצֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 15 מִשָּׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 16 אָ֥נֶה H575 Hoe, waarhenen, lang [phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever) 17 וָאָֽנָה H575 Hoe, waarhenen, lang [phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Want het zal geschieden ten dage van uw uitgaan, als gij over de beek Kidron zult gaan, weet voorzeker, dat gij den dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Want het zal geschiedenH1961 ten dageH3117 van uw uitgaanH3318, als gij over de beekH5158 KidronH6939 zult gaan, weet voorzekerH3045, datH3588 gij den doodH4191 stervenH4191 zult; uw bloedH1818 zal op uw hoofdH7218 zijn. Want het zal geschieden ten dage van uw uitgaan, als gij over de beek Kidron zult gaan, weet voorzeker, dat gij den dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn.

KJV For it shall be, that on the day2 thou goest out,3 and passest over4 the brook6 Kidron,7 thou shalt know8 for certain9 that thou shalt surely11 die:12 thy blood13 shall be upon thine own head.15

1 וְהָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 צֵאתְךָ֗ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 וְעָֽבַרְתָּ֙ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 נַ֣חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 7 קִדְר֔וֹן H6939 Kidron Kidron 8 יָדֹ֥עַ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 9 תֵּדַ֖ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 10 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 מ֣וֹת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 12 תָּמ֑וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 13 דָּמְךָ֖ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 14 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 בְרֹאשֶֽׁךָ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En Simei zeide tot den koning: Dat woord is goed; gelijk als mijn heer de koning gesproken heeft, alzo zal uw knecht doen. En Simei woonde te Jeruzalem vele dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En SimeiH8096 zeideH559 tot den koningH4428: DatH834 woordH1697 is goedH2896; gelijk als mijn heerH113 de koningH4428 gesprokenH1696 heeft, alzoH3651 zal uw knechtH5650 doenH6213. En SimeiH8096 woondeH3427 te JeruzalemH3389 veleH7227 dagenH3117. En Simei zeide tot den koning: Dat woord is goed; gelijk als mijn heer de koning gesproken heeft, alzo zal uw knecht doen. En Simei woonde te Jeruzalem vele dagen.

KJV And Shimei2 said1 unto the king,3 The saying5 is good:4 as my lord8 the king9 hath said,7 so will thy servant12 do.11 And Shimei14 dwelt13 in Jerusalem15 many17 days.16

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שִׁמְעִ֤י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 3 לַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 ט֣וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 5 הַדָּבָ֔ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 6 כַּאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 דִּבֶּר֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 8 אֲדֹנִ֣י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 9 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 כֵּ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 11 יַעֲשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 עַבְדֶּ֑ךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 13 וַיֵּ֧שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 14 שִׁמְעִ֛י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 15 בִּירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 16 יָמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 רַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simei wegliepen tot Achis, den zoon van Maacha, den koning van Gath; en men gaf het Simei te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 Doch het geschieddeH1961 met het eindeH7093 van drieH7969 jarenH8141, dat tweeH8147 knechtenH5650 van SimeiH8096 wegliepenH1272 totH413 AchisH397, den zoonH1121 van MaachaH4601, den koningH4428 van GathH1661; en men gaf het SimeiH8096 te kennenH5046, zeggendeH559: ZieH2009, uw knechtenH5650 zijn in GathH1661. Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simei wegliepen tot Achis, den zoon van Maacha, den koning van Gath; en men gaf het Simei te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath.

KJV And it came to pass at the end2 of three3 years,4 that two6 of the servants7 of Shimei8 ran away5 unto Achish10 son11 of Maachah12 king13 of Gath.14 And they told15 Shimei,16 saying,17 Behold, thy servants19 be in Gath.20

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִקֵּץ֙ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 3 שָׁלֹ֣שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 4 שָׁנִ֔ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 וַיִּבְרְח֤וּ H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 6 שְׁנֵֽי H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 7 עֲבָדִים֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 8 לְשִׁמְעִ֔י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 אָכִ֥ישׁ H397 Achis Achish 11 בֶּֽן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 מַעֲכָ֖ה H4601 Maacha, Maachath Maachah, Maachathites. See also H1038 (בֵּית מַעֲכָה) 13 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 גַּ֑ת H1661 Gath Gath 15 וַיַּגִּ֤ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 16 לְשִׁמְעִי֙ H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 17 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 18 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 19 עֲבָדֶ֖יךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 20 בְּגַֽת H1661 Gath Gath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Toen maakte zich Simei op, en zadelde zijn ezel, en toog heen naar Gath tot Achis, om zijn knechten te zoeken; zo toog Simei heen, en bracht zijn knechten van Gath.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Toen maakte zich SimeiH8096 op, en zadeldeH2280 zijn ezelH2543, en toogH3212 heen naar GathH1661 totH413 AchisH397, om zijn knechtenH5650 te zoekenH1245; zo toogH3212 SimeiH8096 heen, en brachtH935 zijn knechtenH5650 van GathH1661. Toen maakte zich Simei op, en zadelde zijn ezel, en toog heen naar Gath tot Achis, om zijn knechten te zoeken; zo toog Simei heen, en bracht zijn knechten van Gath.

KJV And Shimei2 arose,1 and saddled3 his ass,5 and went6 to Gath7 to Achish9 to seek10 his servants:12 and Shimei14 went,13 and brought15 his servants17 from Gath.18

1 וַיָּ֣קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 שִׁמְעִ֗י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 3 וַֽיַּחֲבֹשׁ֙ H2280 verbinden, zadelde, verbindt bind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 חֲמֹר֔וֹ H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 6 וַיֵּ֤לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 גַּ֨תָה֙ H1661 Gath Gath 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 אָכִ֔ישׁ H397 Achis Achish 10 לְבַקֵּ֖שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 עֲבָדָ֑יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 13 וַיֵּ֣לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 14 שִׁמְעִ֔י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 15 וַיָּבֵ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 עֲבָדָ֖יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 18 מִגַּֽת H1661 Gath Gath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En het werd Salomo aangezegd, dat Simei uit Jeruzalem naar Gath getogen, en wedergekomen was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En het werd SalomoH8010 aangezegdH5046, datH3588 SimeiH8096 uit JeruzalemH3389 naar GathH1661 getogenH1980, en wedergekomenH7725 was. En het werd Salomo aangezegd, dat Simei uit Jeruzalem naar Gath getogen, en wedergekomen was.

KJV And it was told1 Solomon2 that Shimei5 had gone4 from Jerusalem6 to Gath,7 and was come again.8

1 וַיֻּגַּ֖ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 לִשְׁלֹמֹ֑ה H8010 Salomo Solomon 3 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 הָלַ֨ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 5 שִׁמְעִ֧י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 6 מִירוּשָׁלִַ֛ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 גַּ֖ת H1661 Gath Gath 8 וַיָּשֹֽׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Toen zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Heb ik u niet beedigd bij den HEERE, en tegen u betuigd, zeggende: Ten dage van uw uitgaan, als gij zult herwaarts of derwaarts gaan, weet voorzeker, dat gij den dood zult sterven? En gij zeidet tot mij: Dat woord is goed, dat ik gehoord heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Toen zondH7971 de koningH4428, en riepH7121 SimeiH8096, en zeideH559 totH413 hem: Heb ik u nietH3808 beedigdH7650 bij den HEEREH3068, en tegen u betuigdH5749, zeggendeH559: Ten dageH3117 van uw uitgaanH3318, als gij zult herwaarts of derwaarts gaanH1980, weet voorzekerH3045, datH3588 gij den doodH4191 zult stervenH4191? En gij zeidetH559 totH413 mij: Dat woordH1697 is goedH2896, dat ik gehoordH8085 heb. Toen zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Heb ik u niet beedigd bij den HEERE, en tegen u betuigd, zeggende: Ten dage van uw uitgaan, als gij zult herwaarts of derwaarts gaan, weet voorzeker, dat gij den dood zult sterven? En gij zeidet tot mij: Dat woord is goed, dat ik gehoord heb.

KJV And the king2 sent1 and called3 for Shimei,4 and said5 unto him, Did I not make thee to swear8 by the LORD,9 and protested10 unto thee, saying,12 Know18 for a certain,19 on the day13 thou goest out,14 and walkest15 abroad any whither,16 that thou shalt surely21 die?22 and thou saidst23 unto me, The word26 that I have heard27 is good.25

1 וַיִּשְׁלַ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 הַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 וַיִּקְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 לְשִׁמְעִ֗י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 5 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֵלָ֜יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הֲל֧וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 הִשְׁבַּעְתִּ֣יךָ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 9 בַֽיהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וָאָעִ֤ד H5749 betuigd, betuigen, getuigen admonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness 11 בְּךָ֙ 12 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 צֵאתְךָ֗ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 15 וְהָֽלַכְתָּ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 16 אָ֣נֶה H575 Hoe, waarhenen, lang [phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever) 17 וָאָ֔נָה H575 Hoe, waarhenen, lang [phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever) 18 יָדֹ֥עַ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 19 תֵּדַ֖ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 20 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 21 מ֣וֹת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 22 תָּמ֑וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 23 וַתֹּ֧אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 24 אֵלַ֛י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 25 ט֥וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 26 הַדָּבָ֖ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 27 שָׁמָֽעְתִּי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Waarom dan hebt gij den eed des HEEREN niet gehouden, en het gebod, dat ik over u geboden had?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Waarom dan hebt gij den eedH7621 des HEERENH3068 nietH3808 gehouden, en het gebodH4687, datH834 ik overH5921 u gebodenH6680 had? Waarom dan hebt gij den eed des HEEREN niet gehouden, en het gebod, dat ik over u geboden had?

KJV Why then hast thou not kept3 the oath5 of the LORD,6 and the commandment8 that I have charged10 thee with?

1 וּמַדּ֕וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 2 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 שָׁמַ֔רְתָּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 4 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שְׁבֻעַ֣ת H7621 eed, eeds, eden curse, oath, [idiom] sworn 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַמִּצְוָ֖ה H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 צִוִּ֥יתִי H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 11 עָלֶֽיךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 Verder zeideH559 de koningH4428 totH413 SimeiH8096: GijH859 weetH3045 alH3605 de boosheidH7451, dieH834 uw hartH3824 weetH3045, dieH834 gij aan mijn vaderH1 DavidH1732 gedaanH6213 hebt; daarom heeft de HEEREH3068 uw boosheidH7451 op uw hoofdH7218 doen wederkerenH7725. Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren.

KJV The king2 said1 moreover to Shimei,4 Thou knowest6 all the wickedness9 which thine heart12 is privy to,11 that thou didst14 to David15 my father:16 therefore the LORD18 shall return17 thy wickedness20 upon thine own head;21

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 שִׁמְעִ֗י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 5 אַתָּ֤ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 יָדַ֨עְתָּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הָרָעָ֗ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 10 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 יָדַע֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 לְבָ֣בְךָ֔ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 13 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 עָשִׂ֖יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 לְדָוִ֣ד H1732 David, Davids David 16 אָבִ֑י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 17 וְהֵשִׁ֧יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 18 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 רָעָתְךָ֖ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 21 בְּרֹאשֶֽׁךָ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Maar de koning Salomo is gezegend; en de troon van David zal bevestigd zijn voor het aangezicht des HEEREN tot in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 Maar de koningH4428 SalomoH8010 is gezegendH1288; en de troonH3678 van DavidH1732 zal bevestigdH3559 zijn voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 totH5704 in eeuwigheidH5769. Maar de koning Salomo is gezegend; en de troon van David zal bevestigd zijn voor het aangezicht des HEEREN tot in eeuwigheid.

KJV And king1 Solomon2 shall be blessed,3 and the throne4 of David5 shall be established7 before8 the LORD9 for10 ever.11

1 וְהַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 2 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 3 בָּר֑וּךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 4 וְכִסֵּ֣א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 5 דָוִ֗ד H1732 David, Davids David 6 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 נָכ֛וֹן H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 8 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 עוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 En de koning gebood Benaja, den zoon van Jojada; die ging uit, en viel op hem aan, dat hij stierf. Alzo is het koninkrijk bevestigd in de hand van Salomo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 En de koningH4428 geboodH6680 BenajaH1141, den zoonH1121 van JojadaH3077; die ging uit, en vielH6293 op hem aan, dat hij stierfH4191. Alzo is het koninkrijkH4467 bevestigdH3559 in de handH3027 van SalomoH8010. En de koning gebood Benaja, den zoon van Jojada; die ging uit, en viel op hem aan, dat hij stierf. Alzo is het koninkrijk bevestigd in de hand van Salomo.

KJV So the king2 commanded1 Benaiah4 the son5 of Jehoiada;6 which went out,7 and fell8 upon him, that he died.10 And the kingdom11 was established12 in the hand13 of Solomon.14

1 וַיְצַ֣ו H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 הַמֶּ֗לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בְּנָיָ֨הוּ֙ H1141 Benaja Benaiah 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 יְה֣וֹיָדָ֔ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 7 וַיֵּצֵ֕א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 וַיִּפְגַּע H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 9 בּ֖וֹ 10 וַיָּמֹ֑ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 11 וְהַמַּמְלָכָ֥ה H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 12 נָכ֖וֹנָה H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 13 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 שְׁלֹמֹֽה H8010 Salomo Solomon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 2:1 Genesis 47:29 Deuteronomium 31:14 2 Timotheüs 4:1 1 Timotheüs 6:13 Deuteronomium 3:28 2 Petrus 1:13 Deuteronomium 31:23 Handelingen 20:28
1 Koningen 2:2 Jozua 23:14 Jozua 1:6 Job 30:23 1 Timotheüs 4:12 1 Koningen 3:7 Job 16:22 1 Korinthe 16:13 Prediker 12:13
1 Koningen 2:3 Deuteronomium 29:9 Deuteronomium 17:18 1 Kronieken 22:12 1 Samuël 18:14 Psalmen 119:98 Deuteronomium 6:1 2 Koningen 18:7 Psalmen 119:138
1 Koningen 2:4 2 Samuël 7:25 1 Koningen 8:25 2 Koningen 20:3 1 Koningen 3:3 1 Kronieken 22:9 Deuteronomium 7:12 Genesis 17:1 1 Koningen 8:23
1 Koningen 2:5 2 Samuël 20:10 2 Samuël 3:27 2 Samuël 18:12 2 Samuël 18:5 2 Samuël 18:14 2 Samuël 3:39 1 Koningen 1:18 Jeremia 2:34
1 Koningen 2:6 1 Koningen 2:9 Jesaja 48:22 Jesaja 57:2 Jesaja 65:20 Prediker 8:11 Genesis 42:38 Jesaja 57:21 Spreuken 20:26
1 Koningen 2:7 2 Samuël 9:7 2 Samuël 9:10 2 Samuël 17:27 2 Samuël 15:13 2 Samuël 19:28 Lukas 12:37 2 Samuël 19:31 Openbaring 3:20
1 Koningen 2:8 2 Samuël 16:5 2 Samuël 19:16 Jeremia 4:2 1 Koningen 2:36
1 Koningen 2:9 1 Koningen 2:6 Genesis 42:38 Genesis 44:31 1 Koningen 3:28 Numeri 32:23 1 Koningen 3:12 Job 9:28 Exodus 22:28
1 Koningen 2:10 1 Koningen 3:1 2 Samuël 5:7 Handelingen 13:36 1 Koningen 1:21 Handelingen 2:29 1 Kronieken 29:28 1 Kronieken 11:7 1 Koningen 11:43
1 Koningen 2:11 1 Kronieken 29:26 2 Samuël 5:4
1 Koningen 2:12 2 Kronieken 1:1 Psalmen 72:8 1 Koningen 1:46 1 Kronieken 29:23 Psalmen 89:36 Psalmen 132:12 2 Samuël 7:29 2 Samuël 7:12
1 Koningen 2:13 Lukas 10:5 1 Samuël 16:4 1 Koningen 1:5 1 Kronieken 12:17 1 Koningen 1:50 2 Koningen 9:18
1 Koningen 2:14 2 Samuël 14:12 Lukas 7:40
1 Koningen 2:15 1 Kronieken 28:5 1 Koningen 1:25 1 Koningen 1:5 1 Kronieken 22:9 2 Samuël 16:18 2 Samuël 15:13 2 Samuël 7:12 2 Samuël 12:24
1 Koningen 2:16 Spreuken 30:7 Psalmen 132:10
1 Koningen 2:17 1 Koningen 1:2 2 Samuël 3:7 2 Samuël 12:8
1 Koningen 2:18 Spreuken 14:15
1 Koningen 2:19 Psalmen 45:9 1 Koningen 15:13 Leviticus 19:32 Leviticus 19:3 Psalmen 110:1 Exodus 20:12 Mattheüs 25:33
1 Koningen 2:20 Johannes 15:16 Lukas 11:9 Johannes 2:3 Mattheüs 7:7 Mattheüs 20:20 Johannes 14:13 Mattheüs 10:35 Mattheüs 11:24
1 Koningen 2:21 2 Samuël 16:21 1 Koningen 1:3
1 Koningen 2:22 1 Kronieken 3:2 1 Koningen 1:5 1 Koningen 1:24 2 Samuël 12:8 1 Koningen 1:11 Mattheüs 20:22 Markus 10:38 1 Kronieken 3:5
1 Koningen 2:23 Ruth 1:17 Lukas 19:22 Psalmen 64:8 Prediker 10:12 2 Samuël 3:35 2 Samuël 19:13 1 Samuël 14:44 2 Koningen 6:31
1 Koningen 2:24 1 Kronieken 22:10 1 Koningen 1:29 2 Samuël 7:11 1 Koningen 1:52 Exodus 1:21 1 Koningen 10:9 1 Kronieken 17:17 1 Kronieken 17:10
1 Koningen 2:25 2 Samuël 8:18 1 Koningen 2:34 2 Samuël 4:12 1 Koningen 2:46 1 Koningen 2:31 1 Samuël 15:33 2 Samuël 1:15 Richteren 8:20
1 Koningen 2:26 Jozua 21:18 1 Samuël 22:20 Mattheüs 10:42 2 Samuël 15:24 Jeremia 1:1 1 Samuël 26:16 1 Koningen 1:7 Galaten 3:4
1 Koningen 2:27 1 Samuël 2:27 1 Samuël 3:12 Johannes 19:36 Mattheüs 26:56 Johannes 12:38 Johannes 19:28 Jeremia 7:12 Jozua 18:1
1 Koningen 2:28 1 Koningen 1:50 1 Koningen 1:7 2 Samuël 18:2 2 Samuël 17:25 2 Samuël 18:14 Deuteronomium 32:35 Exodus 27:2
1 Koningen 2:29 1 Koningen 2:25 Exodus 21:14 1 Koningen 2:31 1 Koningen 2:46 Ezechiël 9:6 1 Petrus 4:17
1 Koningen 2:31 Deuteronomium 21:8 Numeri 35:33 Exodus 21:14 2 Samuël 3:28 Spreuken 28:17 Deuteronomium 19:12 Genesis 9:5 Handelingen 28:4
1 Koningen 2:32 2 Kronieken 21:13 Richteren 9:24 Richteren 9:57 Psalmen 7:16 1 Koningen 2:5 2 Samuël 3:37 2 Samuël 17:25 2 Samuël 4:11
1 Koningen 2:33 1 Koningen 2:32 Jesaja 9:6 Lukas 2:14 Spreuken 25:5 Jesaja 11:1 Lukas 1:31 2 Samuël 3:28 Psalmen 89:29
1 Koningen 2:34 1 Koningen 2:25 Jozua 15:61 Mattheüs 3:1 1 Koningen 2:31 1 Koningen 2:46 2 Koningen 21:18 2 Kronieken 33:20
1 Koningen 2:35 1 Koningen 2:27 1 Koningen 4:4 1 Kronieken 29:22 1 Kronieken 24:3 1 Kronieken 6:4 Psalmen 109:8 Numeri 25:11 1 Samuël 2:35
1 Koningen 2:36 1 Koningen 2:8 Spreuken 20:8 2 Samuël 14:24 1 Koningen 1:53 2 Samuël 14:28 2 Samuël 16:5 Spreuken 20:26
1 Koningen 2:37 2 Samuël 15:23 2 Samuël 1:16 Jozua 2:19 2 Koningen 23:6 Ezechiël 18:13 Leviticus 20:9 Johannes 18:1 1 Koningen 2:31
1 Koningen 2:38 2 Koningen 20:19 1 Koningen 20:4
1 Koningen 2:39 1 Samuël 21:10 1 Samuël 27:2
1 Koningen 2:40 Lukas 12:15 1 Timotheüs 6:10 Spreuken 15:27
1 Koningen 2:42 Psalmen 15:4 Lukas 15:22 1 Koningen 2:36 Lukas 19:22
1 Koningen 2:43 Romeinen 13:5 Ezechiël 17:18 Prediker 8:2 2 Samuël 21:2 2 Kronieken 30:12
1 Koningen 2:44 2 Samuël 16:5 Ezechiël 17:19 1 Samuël 25:39 Psalmen 7:16 Spreuken 5:22 Hosea 4:9 1 Koningen 2:32 1 Johannes 3:20
1 Koningen 2:45 Spreuken 25:5 2 Samuël 7:13 Psalmen 72:17 Jesaja 9:6 1 Koningen 2:33 1 Koningen 2:24 Psalmen 21:6
1 Koningen 2:46 1 Koningen 2:12 2 Kronieken 1:1 Spreuken 29:4 1 Koningen 2:45
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 2 vers 2

Ik ga heen Deze manier van spreken hebben wij ook Joz. 23:14, en betekent de scheiding des mensen uit deze wereld, door den lichamelijken dood, welken niemand kan ontgaan; Hebr. 9:27.

Hertaald: Ik ga heen Deze manier van spreken vinden we ook in Joz. 23:14, en betekent het afscheid van de mens uit deze wereld door de lichamelijke dood, die niemand kan ontlopen; Hebr. 9:27.

wees een man Hebreeuws, tot een man; dat is, hoewel gij nog jong zijt; 1 Kron. 22:5 sta nochtans naar de deugden van een man, meest gelegen in verstand, kloeken moed en gestadigheid.

Hertaald: wees een man Hebreeuws: tot een man; dat is: hoewel u nog jong bent; 1 Kron. 22:5, streef toch naar de deugden van een man, die vooral bestaan uit verstand, kloeke moed en standvastigheid.

1 Koningen 2 vers 3

neem waar de wacht des HEEREN, Deze manier van spreken wordt elders van den dienst des tabernakels gebruikt, gelijk Lev. 8:35; Num. 3:7, maar hier en elders van de burgerlijke plichten, die de prinsen en andere oversten moesten waarnemen, achtervolgens de orde hun van God voorgeschreven. Zie Joz. 22:3; 2 Kon. 11:5. Doch het woord wacht wordt ook overgezet bevel, betekenende in het gemeen al hetgeen de Heere ons voorgeschreven heeft te doen of te laten. Zie Gen. 26:5.

Hertaald: neem waar de wacht des HEEREN, Deze manier van spreken wordt elders gebruikt voor de dienst van de tabernakel, zoals Lev. 8:35; Num. 3:7, maar hier en elders voor de burgerlijke plichten die de vorsten en andere leiders moesten uitvoeren, volgens de orde die God hun voorgeschreven had. Zie Joz. 22:3; 2 Kon. 11:5. Het woord wacht wordt ook vertaald als bevel, wat in het algemeen betekent alles wat de HEERE ons voorgeschreven heeft te doen of te laten. Zie Gen. 26:5.

inzettingen, Deze eerste drie woorden worden zo onderscheiden, die het eerste genomen wordt voor de ceremoniëele wetten; het tweede voor de wetten der zeden; het derde voor de burgerlijke rechten. Zie Gen. 26:5; Deut. 5:31.

Hertaald: inzettingen, Deze eerste drie woorden worden zo onderscheiden: het eerste wordt gebruikt voor de ceremoniële wetten; het tweede voor de zedelijke wetten; het derde voor de burgerlijke rechten. Zie Gen. 26:5; Deut. 5:31.

getuigenissen, Versta, de leer der zaligheid, die van Gods wil tegen ons en van onzen schuldigen plicht tegen hem volkomenlijk betuigen. Zie Deut. 4:45.

Hertaald: getuigenissen, Versta: de leer van de zaligheid, die volledig getuigt van Gods wil tegenover ons en van onze schuldige plicht tegenover Hem. Zie Deut. 4:45.

verstandelijk Of, voorspoedig maakt alles, enz. Zie deze manier van spreken, Deut. 29:9.

Hertaald: verstandelijk Of: voorspoedig maakt alles, enzovoort. Zie deze manier van spreken, Deut. 29:9.

1 Koningen 2 vers 4

weg bewaren, Dat is, zich in genegenheden, voornemen, woorden en werken naar mijn wil schikken; alzo onder, 1 Kon. 8:25; 2 Kon. 20:3; 2 Kron. 6:16. Dit noemt Mozes zijn ziel bewaren, Deut. 4:15.

Hertaald: weg bewaren, Dat is: zich in genegenheden, voornemens, woorden en werken naar mijn wil richten; zo ook hieronder, 1 Kon. 8:25; 2 Kon. 20:3; 2 Kron. 6:16. Dit noemt Mozes zijn ziel bewaren, Deut. 4:15.

voor Mijn aangezicht Dat is, oprechtelijk als in de tegenwoordigheid Gods [die het hart kent], naar alle geboden te leven. Zie 2 Kon. 20:2, en 2 Kron. 6:16.

Hertaald: voor Mijn aangezicht Dat is: oprecht, als in de aanwezigheid van God [Die het hart kent], naar alle geboden leven. Zie 2 Kon. 20:2, en 2 Kron. 6:16.

hun ganse hart Dat is, God te gehoorzamen, oprechtelijk, en zonder geveinsdheid, niet naar sommige maar naar al zijn geboden; welke gehoorzaamheid Hij aanziet niet in haar natuur, maar naar zijn genade in Christus, in denwelken zij volmaakt is; Kol. 2:10.

Hertaald: hun ganse hart Dat is: God gehoorzamen, oprecht en zonder huichelarij, niet naar sommige maar naar al Zijn geboden; welke gehoorzaamheid Hij niet beoordeelt naar haar eigen aard, maar naar Zijn genade in Christus, in Wie zij volmaakt is; Kol. 2:10.

u afgesneden worden De zin is, dat niemand van zijn nakomelingen ontbreken zou om te regeren; te weten, totdat de Messias komen zou, wiens koninkrijk eeuwig zou zijn.

Hertaald: u afgesneden worden De betekenis is dat geen van zijn nakomelingen zou ontbreken om te regeren; namelijk: totdat de Messias zou komen, Wiens koningschap eeuwig zou zijn.

1 Koningen 2 vers 5

mij gedaan heeft, Te weten, altijd zeer trots tegen mij geweest zijnde, omdat hij den krijgslieden zeer aangenaam was. Zie 2 Sam. 3:39, en 2 Sam. 3:19.

Hertaald: mij gedaan heeft, Namelijk: hij was altijd zeer arrogant tegen mij geweest, omdat hij bij de soldaten zeer geliefd was. Zie 2 Sam. 3:39, en 2 Sam. 3:19.

krijgsbloed Hebreeuws, heeft bloeden des krijgs gezet; dat is, moorderijen aangericht. Nu heet krijgsbloed dat in den krijg vergoten wordt, maar Joab had bloed vergoten in tijd van vrede.

Hertaald: krijgsbloed Hebreeuws: heeft bloed van de oorlog vergoten; dat is: moorden gepleegd. Nu heet oorlogsbloed dat in de oorlog vergoten wordt, maar Joab had bloed vergoten in tijd van vrede.

aan zijn gordel, Te weten, stekende zijn bloedig zwaard in de schede nadat hij die twee mannen vermoord had.

Hertaald: aan zijn gordel, Namelijk: door zijn bloedige zwaard in de schede te steken nadat hij die twee mannen vermoord had.

aan zijn schoenen, Op welke van het bloed der doorstekenen gevallen is.

Hertaald: aan zijn schoenen, Waarop bloed van hen die doorstoken waren gevallen was.

1 Koningen 2 vers 6

naar uw wijsheid, Te weten, naar welke gij wel gelegenheid vinden zult om hem te straffen, alzo hij een man is tot nieuwigheden en beroerten genegen.

Hertaald: naar uw wijsheid, Namelijk: naar welke u wel gelegenheid zult vinden om hem te straffen, aangezien hij een man is die geneigd is tot vernieuwingen en onrust.

zijn grauwe haar Hebreeuws, zijn grijzigheid, of grauwigheid; dat is, zijn grauwe ouderdom. De zin is, dat Salomo Joab niet zou laten sterven zijn natuurlijken dood, maar een geweldigen hem aandoen. Zie de verklaring onder, vs.8, en vergelijk Gen. 42:38, en Gen. 44:29, Gen. 44:31.

Hertaald: zijn grauwe haar Hebreeuws: zijn grijsheid, of grauwheid; dat is: zijn hoge ouderdom. De betekenis is dat Salomo Joab niet zijn natuurlijke dood zou laten sterven, maar hem een gewelddadige dood zou aandoen. Zie de verklaring hieronder, vers 8, en vergelijk Gen. 42:38, en Gen. 44:29, Gen. 44:31.

1 Koningen 2 vers 7

onder degenen, Hebreeuws, onder uw tafeleters; dat is, die van de spijs uwer tafel eten.

Hertaald: onder degenen, Hebreeuws: onder hen die aan uw tafel eten; dat is: die van het voedsel van uw tafel eten.

naderden Te weten, mij toebrengende en voorstellende allerlei leeftocht, dien ik in een dorre en woeste plaats wel van doen had. Zie 2 Sam. 17:27-29.

Hertaald: naderden Namelijk: door mij allerlei levensmiddelen te brengen en aan te bieden, die ik in een dorre en woeste plaats hard nodig had. Zie 2 Sam. 17:27-29.

1 Koningen 2 vers 8

de Ben aminiet Anders, een Benjaminiet. Zie Richt. 19:16, en 2 Sam. 16:11.

Hertaald: de Ben aminiet Anders: een Benjaminiet. Zie Richt. 19:16, en 2 Sam. 16:11.

Mahanáïm; Een stad gelegen over de Jordaan in het land Gilead, in den stam van Gad bij de beek Jabbok. Van den oorsprong harer benaming, zie Gen. 32:2.

Hertaald: Mahanáïm; Een stad, gelegen aan de overkant van de Jordaan, in het land Gilead, in de stam Gad, bij de beek Jabbok. Zie over de oorsprong van deze naam Gen. 32:2.

zwoer hem bij den HEERE, Zie 2 Sam. 19:23.

Hertaald: zwoer hem bij den HEERE, Zie 2 Sam. 19:23.

Zo ik hem met het zwaard dode Hebreeuws, zo ik u met het zwaard dode, [God straffe mij] of [doe mij dit of dat]. Want de Hebreën plegen in het zweren de straf te verzwijgen. Zie Gen. 14:23.

Hertaald: Zo ik hem met het zwaard dode Hebreeuws: als ik u met het zwaard dood, [moge God mij straffen] of [moge Hij mij dit of dat aandoen]. Want de Hebreeën plegen bij het zweren de straf te verzwijgen. Zie Gen. 14:23.

1 Koningen 2 vers 9

niet onschuldig, Dat is, laat hem niet ongestraft blijven. Alzo Ex. 20:7, en Ex. 34:7, en Job 9:28.

Hertaald: niet onschuldig, Dat is: laat hem niet ongestraft blijven. Zo ook Ex. 20:7, en Ex. 34:7, en Job 9:28.

wat gij hem doen zult, Namelijk, naar de wijsheid, die u de Heere gegeven heeft, latende aan deze bevolen zijn de manier hoe gij hem ter dood brengen zult. Vergelijk boven, vs.6.

Hertaald: wat gij hem doen zult, Namelijk: naar de wijsheid die de HEERE u gegeven heeft, waarbij de manier waarop u hem ter dood zult brengen aan u wordt overgelaten. Vergelijk hierboven, vers 6.

1 Koningen 2 vers 10

ontsliep met zijn vaderen, Zie boven, 1 Kon. 1:21, en Deut. 31:16.

Hertaald: ontsliep met zijn vaderen, Zie hierboven, 1 Kon. 1:21, en Deut. 31:16.

stad Davids Versta, den burg, waar David zijn huis had. Alzo onder, 1 Kon. 3:1. Zie 2 Sam. 5:7; 1 Kron. 11:5; 2 Kron. 5:2.

Hertaald: stad Davids Versta: de burcht waar David zijn huis had. Zo ook hieronder, 1 Kon. 3:1. Zie 2 Sam. 5:7; 1 Kron. 11:5; 2 Kron. 5:2.

1 Koningen 2 vers 11

dagen nu, Dat is, de tijd.

Hertaald: dagen nu, Dat is: de tijd.

Hebron, De naam ener stad, van welke zie Gen. 23:2.

Hertaald: Hebron, De naam van een stad, waarover zie Gen. 23:2.

1 Koningen 2 vers 13

Is uw komst vrede? Hebreeuws, is uw komen vrede? Alzo 1 Sam. 16:4. Zij spreekt uit vrees dat hij moeite maken zou, omdat hij naar het koninkrijk gestaan had. Het is zoveel alsof zij zeide: Dient uw komst tot welstand van het koninkrijk en van het gemenebest? Wat vrede bij de Hebreën betekent, zie Gen. 37:14.

Hertaald: Is uw komst vrede? Hebreeuws: is uw komen vrede? Zo ook 1 Sam. 16:4. Zij spreekt uit vrees dat hij problemen zou veroorzaken, omdat hij naar het koningschap gestreefd had. Het is zoveel als: dient uw komst tot welzijn van het koningschap en het gemenebest? Zie voor de betekenis van vrede bij de Hebreeën Gen. 37:14.

1 Koningen 2 vers 15

mijn was, Te weten, omdat ik de oudste van mijns vaders zonen ben. Zie boven, 1 Kon. 1:5.

Hertaald: mijn was, Namelijk: omdat ik de oudste van de zonen van mijn vader ben. Zie hierboven, 1 Kon. 1:5.

zijn aangezicht Dat is, had zijn ogen op mij geworpen, hopende dat het koninkrijk mijne zou worden, en mij hetzelve gunnende. Vergelijk Jer. 42:15 met de aantekening.

Hertaald: zijn aangezicht Dat is: had zijn ogen op mij gericht, in de hoop dat het koningschap het mijne zou worden, en hij gunde het mij. Vergelijk Jer. 42:15 met de aantekening.

want het is van den HEERE hem geworden Hij gelaat zich dat hij zijn broeder Salomo het koninkrijk gunde, misbruikende tot dit einde den naam des Heeren, en zeer listiglijk verbergende zijn voornemen, hetwelk was door middel van de Sunamietische een aanhang te maken, en alzo het koninkrijk tot zich te trekken, hetwelk de koning Salomo terstond wel gemerkt heeft, gelijk blijkt uit vs.22.

Hertaald: want het is van den HEERE hem geworden Hij doet alsof hij zijn broer Salomo het koningschap gunt, waarbij hij de Naam van de HEERE misbruikt voor dit doel, en zeer sluw zijn werkelijke voornemen verbergt, namelijk om via de Sunamitische een aanhang te verwerven en zo het koningschap naar zich toe te trekken, wat koning Salomo meteen goed doorzag, zoals blijkt uit vers 22.

1 Koningen 2 vers 16

wijs mijn aangezicht niet af Dat is, wil mijn bede niet afslaan; alzo vs.17, 20; 2 Kron. 6:42; Ps. 132:10. Het tegendeel dezer manier van spreken is, iemands aangezicht opnemen. Zie Gen. 19:21.

Hertaald: wijs mijn aangezicht niet af Dat is: wijs mijn verzoek niet af; zo ook vers 17, 20; 2 Kron. 6:42; Ps. 132:10. Het tegenovergestelde van deze manier van spreken is: iemands aangezicht opnemen. Zie Gen. 19:21.

1 Koningen 2 vers 19

des konings zetten; Dat is, voor zijn moeder. Het is een manier van spreken der Hebreën. Alzo onder, 1 Kon. 8:1, en 1 Kon. 9:1, en 1 Kon. 11:9. Vergelijk Gen. 5:1.

Hertaald: des konings zetten; Dat is: voor zijn moeder. Het is een manier van spreken van de Hebreeën. Zo ook hieronder, 1 Kon. 8:1, en 1 Kon. 9:1, en 1 Kon. 11:9. Vergelijk Gen. 5:1.

zij zat aan zijn rechterhand Zijnde aldus vereerd met gelijke waardigheid en hoogheid als haar zoon, en dat naar de manier van doen der grote heren, welke dengenen, wien zij gelijke eer of de eerste naast hen toestaan, plegen tot hun rechterhand te stellen. Vergelijk Matt. 20:21.

Hertaald: zij zat aan zijn rechterhand Zo werd zij geëerd met dezelfde waardigheid en aanzien als haar zoon, volgens de gewoonte van grote heren, die iemand aan wie zij gelijke eer of de tweede plaats na hen toekennen, plegen te plaatsen aan hun rechterhand. Vergelijk Matt. 20:21.

1 Koningen 2 vers 20

kleine begeerte, Te weten, kleine naar haar gevoelen, maar niet naar het oordeel des konings, gelijk blijkt uit zijn antwoord.

Hertaald: kleine begeerte, Namelijk: klein naar haar mening, maar niet naar het oordeel van de koning, zoals blijkt uit zijn antwoord.

1 Koningen 2 vers 22

Begeer ook voor hem Salomo merkt waarheen de bede van Adonia strekte, namelijk tot een nieuwe beroerte om, door middel van het verzochte huwelijk, te bekwamelijker tot het koninkrijk te geraken. Hierom, die zich begeerden groot te maken, hebben deze praktijk meermalen gebruikt. Zie 2 Sam. 3:7, en 2 Sam. 16:21.

Hertaald: Begeer ook voor hem Salomo doorziet waar het verzoek van Adonia op uit was, namelijk op een nieuwe onrust om, via het gevraagde huwelijk, gemakkelijker aan het koningschap te komen. Daarom hebben degenen die zich groot wilden maken deze tactiek vaker gebruikt. Zie 2 Sam. 3:7, en 2 Sam. 16:21.

ouder is Hebreeuws, groter, of, meerder; te weten, van ouderdom.

Hertaald: ouder is Hebreeuws: groter, of meerder; namelijk: in leeftijd.

Abjathar, Dewelken Adonia toegedaan waren, zonder twijfel opdat zij in hun ambten en staten zouden mogen blijven, en vrij van gevaar zijn.

Hertaald: Abjathar, Die Adonia aanhingen, zonder twijfel opdat zij in hun ambten en posities zouden mogen blijven en veilig zouden zijn.

1 Koningen 2 vers 23

leven gesproken hebben Hebreeuws, tegen zijn ziel; dat is, tot nadeel van zijn leven. Het woord ziel wordt voor het leven dikwijls genomen. Zie Gen. 19:17.

Hertaald: leven gesproken hebben Hebreeuws: tegen zijn ziel; dat is: tegen zijn leven. Het woord ziel wordt vaak gebruikt voor het leven. Zie Gen. 19:17.

1 Koningen 2 vers 24

doen zitten Dat is, als koning doen regeren. Alzo 2 Kon. 10:3, en 2 Kron. 23:20. Vergelijk boven, 1 Kon. 1:13 de aantekeningen.

Hertaald: doen zitten Dat is: als koning laten regeren. Zo ook 2 Kon. 10:3, en 2 Kron. 23:20. Vergelijk hierboven, 1 Kon. 1:13 de aantekeningen.

een huis gemaakt heeft, Dat is, een huisgezin, en hof naar den staat en waardigheid van een koning; want het woord huis betekent dikwijls het gehele hof en den gansen trein der hovelingen. Zie Gen. 34:19.

Hertaald: een huis gemaakt heeft, Dat is: een huishouden en hof volgens de positie en waardigheid van een koning; want het woord huis betekent vaak het hele hof en de gehele stoet van hovelingen. Zie Gen. 34:19.

gedood worden Als hebbende de koninklijke majesteit gekwetst.

Hertaald: gedood worden Omdat hij de koninklijke waardigheid geschonden had.

1 Koningen 2 vers 25

zond Dat is, zond Benaja, hem bevelende dat hij door zijn hand Adonia doden zou. Zie Gen. 12:15.

Hertaald: zond Dat is: hij stuurde Benaja, met het bevel dat hij Adonia door zijn hand zou doden. Zie Gen. 12:15.

viel op hem aan, Te weten, met wapen, bekwaam om hem te doden. Alzo ook vs.31, 32, 34, 46. vs.32 spreekt van twee aanvallen, die met het zwaard geschiedden.

Hertaald: viel op hem aan, Namelijk: met een wapen, geschikt om hem te doden. Zo ook vers 31, 32, 34, 46. Vers 32 spreekt over twee aanvallen, uitgevoerd met het zwaard.

1 Koningen 2 vers 26

Anathoth, De naam van een priesterlijke stad, gelegen in den stam van Benjamin, waar Abjathar de prieser en Jeremia de profeet geboren zijn. Zie van deze Joz. 21:18; Jer. 1:1.

Hertaald: Anathoth, De naam van een priesterlijke stad, gelegen in de stam Benjamin, waar de priester Abjathar en de profeet Jeremia geboren zijn. Zie hierover Joz. 21:18; Jer. 1:1.

een man des doods; Dat is, des doods schuldig, of die den dood waardig is. Alzo 2 Sam. 12:5; idem, zonen des doods, 1 Sam. 26:16.

Hertaald: een man des doods; Dat is: schuldig aan de dood, of de dood waard. Zo ook 2 Sam. 12:5; evenzo: zonen van de dood, 1 Sam. 26:16.

op dezen dag Hetwelk aldus kan verstaan worden, dat Salomo met een mindere straf zich voor dezen tijd heeft laten genoegen, hem houdende ondertussen onder de doodsschuld, alzo dat zo hij in toekomende tijden iets dergelijks kwam te bedrijven, hij het met den dood bezuren zou.

Hertaald: op dezen dag Dit kan zo begrepen worden dat Salomo genoegen nam met een lichtere straf voor dit moment, terwijl hij hem intussen onder de doodsschuld hield, zodat als hij in de toekomst iets dergelijks zou doen, hij het met de dood zou moeten bekopen.

1 Koningen 2 vers 27

verdreef Abjathar, Niet dat Salomo hem van zijn priesterambt eigenlijk heeft afgezet, want hij was reeds bij het leven van David, om zijn misdaad tegen de koninklijke majesteit begaan, afgezet, toen Zadok in zijn plaats gezalfd werd, 1 Kron. 29:22, maar hij heeft hem verdreven, dat is gebannen in zijn huis te Anathoth, waaruit noodzakelijk moest volgen dat hij het priesterambt te Jeruzalem niet kon bedienen; zijnde ook als politiek dood.

Hertaald: verdreef Abjathar, Niet dat Salomo hem daadwerkelijk uit zijn priesterambt afzette, want hij was al tijdens het leven van David afgezet vanwege zijn misdaad tegen de koninklijke waardigheid, toen Zadok in zijn plaats gezalfd werd, 1 Kron. 29:22, maar hij heeft hem verdreven, dat is: verbannen naar zijn huis te Anathoth, waaruit noodzakelijk moest volgen dat hij het priesterambt in Jeruzalem niet kon uitoefenen; wat ook een politieke dood was.

dat hij des HEEREN priester niet ware, Hebreeuws, van den Heere, of des Heeren priester te zijn.

Hertaald: dat hij des HEEREN priester niet ware, Hebreeuws: van de HEERE, of priester van de HEERE te zijn.

om te vervullen Hetwelk wel aldus van Salomo geschied is, maar door het verborgen beleid des heren, waarop Salomo misschien op dien tijd niet heeft gedacht. Zie de voorzeggingen dezer vervulling 1 Sam. 2:33, en vergelijk Matt. 13:35, en Matt. 27:9; Joh. 12:38, en Joh. 19:24, welke plaatsen aanwijzen dat de profetieën Gods zeer dikwijls door de mensen buiten hun weten vervuld worden.

Hertaald: om te vervullen Wat wel door Salomo op deze manier gebeurd is, maar door het verborgen bestuur van de HEERE, waaraan Salomo op dat moment misschien niet gedacht heeft. Zie de voorspellingen van deze vervulling 1 Sam. 2:33, en vergelijk Matt. 13:35, en Matt. 27:9; Joh. 12:38, en Joh. 19:24, welke plaatsen aantonen dat de profetieën van God zeer vaak door mensen vervuld worden zonder dat zij het weten.

het woord des HEEREN, Namelijk dat het huis van Eli, hetwelk van Ithamar afkomstig was, van het hogepriesterambt verstoten zou worden, en een ander huis in zijne plaats zou komen. Hetwelk vervuld is in Zadok, die uit het geslacht van Eleazar voortkomstig was. Zie 1 Sam. 2:35, en vergelijk Ezech. 44:15.

Hertaald: het woord des HEEREN, Namelijk dat het huis van Eli, dat van Ithamar afstamde, van het hogepriesterschap zou worden gestoten, en een ander huis in zijn plaats zou komen. Dit is vervuld in Zadok, die uit het geslacht van Eleazar voortkwam. Zie 1 Sam. 2:35, en vergelijk Ezech. 44:15.

Silo gesproken had Een stad in den stam van Efraïm, waar de ark des Heeren langen tijd geweest is; Joz. 18:1; Richt. 21:19; Ps. 78:60.

Hertaald: Silo gesproken had Een stad in de stam Efraïm, waar de ark van de HEERE lange tijd geweest is; Joz. 18:1; Richt. 21:19; Ps. 78:60.

1 Koningen 2 vers 28

vatte de hoornen des altaars Zie boven, 1 Kon. 1:50.

Hertaald: vatte de hoornen des altaars Zie hierboven, 1 Kon. 1:50.

1 Koningen 2 vers 29

de tent des HEEREN Welke met het altaar, door het bevel Gods in de woestijn gemaakt, Ex. 36:1-3, enz., en Ex. 38:1, enz., te dezen tijde waren binnen Gibeon, 2 Kron. 1:3, 2 Kron. 1:5.

Hertaald: de tent des HEEREN Die met het altaar, op bevel van God in de woestijn gemaakt, Ex. 36:1-3, enzovoort, en Ex. 38:1, enzovoort, in die tijd te Gibeon stonden, 2 Kron. 1:3, 2 Kron. 1:5.

1 Koningen 2 vers 31

hij gesproken heeft, Namelijk Joab. En versta dit naar de wet, Ex. 21:14.

Hertaald: hij gesproken heeft, Namelijk: Joab. En versta dit volgens de wet, Ex. 21:14.

1 Koningen 2 vers 32

zijn bloed Te weten, dat hij met onrecht vergoten heeft. God keert het bloed van een ander op iemands hoofd, als Hij den dood, dien hij een ander moedwilliglijk aangedaan heeft, wederom het met den dood vergeldt, of door hem zelven, Gen. 4:11, of door den mens, Gen. 9:6; alzo onder, vs.44; Richt. 9:24, Richt. 9:57; 2 Sam. 16:8.

Hertaald: zijn bloed Namelijk: dat hij ten onrechte vergoten heeft. God brengt het bloed van een ander op iemands hoofd terug, wanneer Hij de dood die iemand een ander moedwillig heeft aangedaan, met de dood vergeldt, hetzij door hemzelf, Gen. 4:11, hetzij door mensen, Gen. 9:6; zo ook hieronder, vers 44; Richt. 9:24, Richt. 9:57; 2 Sam. 16:8.

daar het mijn vader David niet wist, Dat is, waarvan mijn vader geen kennis had eer het geschiedde, en dat hij niet toestond toen het geschied was. Zie 2 Sam. 3:28-29, en boven, vs.5.

Hertaald: daar het mijn vader David niet wist, Dat is: waarvan mijn vader geen weet had voordat het gebeurde, en dat hij niet goedkeurde toen het gebeurd was. Zie 2 Sam. 3:28-29, en hierboven, vers 5.

1 Koningen 2 vers 33

bloed Hebreeuws, bloeden. Het woord bloed wordt gesteld in het getal van velen, niet alleen omdat Joab twee mannen vermoord had, maar omdat dikwijls dit woord, alzo gesteld zijnde, betekent de schuld en straf des doods, die de doodslagers over zich brengen, Ex. 22:2-3; Ps. 51:16, hoewel somtijds ook in het enkel getal, Gen. 42:22.

Hertaald: bloed Hebreeuws: bloeden. Het woord bloed staat in het meervoud, niet alleen omdat Joab twee mannen vermoord had, maar omdat dit woord, zo gebruikt, vaak de schuld en de doodstraf aanduidt die moordenaars over zich brengen, Ex. 22:2-3; Ps. 51:16, hoewel soms ook in het enkelvoud, Gen. 42:22.

in eeuwigheid; Dat is, een lange tijd, zolang als Joabs vaderlijk huis duren zal. Zie 2 Sam. 3:29, en vergelijk boven, 1 Kon. 1:31, en de aantekeningen.

Hertaald: in eeuwigheid; Dat is: een lange tijd, zolang als het vaderlijke huis van Joab zal bestaan. Zie 2 Sam. 3:29, en vergelijk hierboven, 1 Kon. 1:31, en de aantekeningen.

eeuwigheid Versta ten aanzien van den uiterlijken welstand een langen tijd, gelijk recht tevoren, en ten aanzien van den geestelijken in Christus, een tijd zonder einde.

Hertaald: eeuwigheid Versta wat het uiterlijke welzijn betreft een lange tijd, zoals net gezegd, en wat het geestelijke in Christus betreft een tijd zonder einde.

1 Koningen 2 vers 35

Zadok, Die al tevoren bij het leven van David met toestemming van de ganse vergadering was gezalfd. Zie 1 Kron. 29:22, hetwelk Salomo hier metterdaad goedkeurt.

Hertaald: Zadok, Die al eerder, tijdens het leven van David, met instemming van de hele vergadering gezalfd was. Zie 1 Kron. 29:22, wat Salomo hier feitelijk bevestigt.

1 Koningen 2 vers 37

Kidron Is geweest een beek, vloeiende tussen Jeruzalem en den Olijfberg, door een duister dal oostwaarts van de stad. Zie van deze 2 Sam. 15:23; 2 Kon. 23:4; Joh. 18:1.

Hertaald: Kidron Een beek geweest, stromend tussen Jeruzalem en de Olijfberg, door een donker dal ten oosten van de stad. Zie hierover 2 Sam. 15:23; 2 Kon. 23:4; Joh. 18:1.

weet voorzeker, Hebreeuws, wetende weet; alzo onder, vs.42.

Hertaald: weet voorzeker, Hebreeuws: wetende weet; zo ook hieronder, vers 42.

den dood sterven zult; Hebreeuws, stervende zult sterven; alzo onder, vs.42.

Hertaald: den dood sterven zult; Hebreeuws: stervende zult u sterven; zo ook hieronder, vers 42.

bloed Zie Lev. 20:9.

Hertaald: bloed Zie Lev. 20:9.

1 Koningen 2 vers 39

Achis, Zie van dezen, 1 Sam. 21:10.

Hertaald: Achis, Zie hierover, 1 Sam. 21:10.

Máächa, Anders genoemd Maoch; 1 Sam. 27:1.

Hertaald: Máächa, Ook Maoch genoemd; 1 Sam. 27:1.

Gath; De naam van een stad in den stam van Dan, die bewoond was van reuzen, afkomstig uit de Filistijnen, Joz. 11:22, gelijk ook de reus Goliath van deze stad was, 1 Sam. 17:4.

Hertaald: Gath; De naam van een stad in de stam Dan, bewoond door reuzen, afkomstig van de Filistijnen, Joz. 11:22, zoals ook de reus Goliath uit deze stad kwam, 1 Sam. 17:4.

1 Koningen 2 vers 43

eed des HEEREN Versta, den eed bij den naam des Heeren gedaan, denwelken Salomo had gevoegd bij zijn dreigementen tegen Simeï uitgesproken. Zie het voorgaande vs.42.

Hertaald: eed des HEEREN Versta: de eed, gedaan bij de Naam van de HEERE, die Salomo had toegevoegd aan zijn dreigementen die hij tegen Simeï had uitgesproken. Zie het voorgaande vers 42.

1 Koningen 2 vers 44

op uw hoofd Zie boven, vs.32.

Hertaald: op uw hoofd Zie hierboven, vers 32.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abisag  — betekenis onzeker

Een schone jonge vrouw uit Sunem, die in Davids laatste levensjaren gezocht werd om de bejaarde koning te verzorgen en te verwarmen, zonder dat hij gemeenschap met haar had (1 Kon. 1:1-4). Na Davids dood vroeg Adonia haar tot vrouw, wat door Salomo als een nieuwe aanspraak op de troon werd opgevat en Adonia het leven kostte (1 Kon. 2:13-25).

Adonia  — de HEERE is mijn Heer

Zoon van David en Haggith, geboren na Absalom en na diens dood de oudste overlevende zoon. Hij riep zichzelf tot koning uit toen David oud was, met de steun van Joab en Abjathar, maar werd door het snelle ingrijpen van Nathan, Bathseba en Zadok verijdeld, die Salomo tot koning lieten zalven (1 Kon. 1). Na Davids dood vroeg hij Abisag tot vrouw; Salomo zag hierin een nieuwe greep naar de troon en liet hem door Benaja doden (1 Kon. 2:13-25).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wees sterk, en wees een man (Davids laatste opdracht)  — op zijn sterfbed draagt David zijn zoon Salomo op: "Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man. En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen" (1 Kon. 2:2-3)

David voelt zijn einde naderen en spreekt zijn laatste opdracht aan Salomo uit. Het gaat niet om wapenfeiten of staatsraad, maar eerst en vooral om trouw aan de HEERE. David wijst daarbij naar de voorwaardelijke belofte binnen het eeuwige verbond: "opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft" (1 Kon. 2:1-4; vgl. 2 Sam. 7:14-15, reeds behandeld bij Het verbond met David). Pas daarna noemt David onafgehandelde zaken: Joabs onbestrafte bloedschuld aan Abner en Amasa, en de weldadigheid die aan Barzillai's zonen bewezen moet worden. Ook Simeï komt ter sprake, wiens vroegere vloek David zelf gezworen had niet te wreken, maar die Salomo, "een wijs man", niet onschuldig hoeft te houden (1 Kon. 2:5-9). David sterft na veertig regeringsjaren, en Salomo's koninkrijk wordt bevestigd (1 Kon. 2:10-12).

Bijbelse betekenis: Dat David zijn opvolger eerst en vooral tot gehoorzaamheid aan Gods wet roept, vóór hij enige praktische zaak bespreekt, toont waar voor hem de ware grondslag van het koningschap lag. Zijn eigen leven, met al zijn falen, blijft daarbij de achtergrond: de belofte die hij doorgeeft, is niet gebouwd op zijn eigen volmaaktheid maar op Gods trouw aan Zijn eigen woord.

Typologie: Ditzelfde "wees sterk" had Jozua eeuwen eerder bij het begin van zijn leiderschap gehoord: "Wees sterk en heb goeden moed! want gij zult dit volk dat land erfelijk doen bezitten" (Joz. 1:6). Het vers erna scherpt het toe: "Alleenlijk wees sterk en heb zeer goeden moed, dat gij waarneemt te doen naar de ganse wet" (Joz. 1:6-7, reeds mede aangehaald). Het is hetzelfde woord aan het begin van een nieuw leiderschap, telkens verbonden aan gehoorzaamheid aan de wet en niet aan eigen kracht.

1 Kon. 2:1-12; 2 Sam. 7:14-15; Joz. 1:6-7

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het beloofde Zaad niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Zo wees sterk, en wees een man — 2:1-4, 10-12

David gaat sterven. Hij roept zijn zoon Salomo bij zich en geeft hem zijn laatste opdrachten. Wat hij als eerste zegt gaat niet over het bestuur van het rijk maar over de man die het besturen moet.

Een stervende koning draagt zijn zoon niet in de eerste plaats een taak op maar een wandel, en hij noemt daarbij de belofte die eraan hangt.

De aanhef is nuchter en hij lijkt op wat Jozua zei toen die oud geworden was: “Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man.”

Daar staat geen troostwoord bij en geen klacht. De weg der ganse aarde is de weg die iedereen gaat, en de opdracht die erop volgt is kort: wees sterk, wees een man.

Wat hij daarna zegt vult in waaruit dat bestaat, en het gaat niet over dapperheid: “neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes.” Man zijn is hier: doen wat er geschreven staat.

En er staat een gevolg bij dat opvalt: opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult. Verstand komt hier ná gehoorzaamheid en niet ervoor.

Dan noemt David de belofte, en hij haalt daarbij aan wat God tegen hem gezegd had: “Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk te wandelen, zo zal geen man u afgesneden worden van den troon Israëls.”

Dat woordje indien is de spanning van de hele koningengeschiedenis. Er is een belofte, en er hangt een voorwaarde aan. En wie doorleest weet hoe het afgelopen is: de zonen bewaarden hun weg niet, Salomo zelf voorop.

Toch werd het woord bevestigd. In dezelfde belofte, zoals Natan haar in 2 Samuël 7 overbracht, staat er ook bij wat er gebeurt wanneer zij ontrouw zijn: God zal hen kastijden met roeden der mensen, maar Zijn goedertierenheid zal van hem niet wijken. Er is dus een voorwaardelijk deel en een onvoorwaardelijk deel, en de troon staat op het tweede.

Daarom eindigt de geschiedenis van Davids huis niet in het graf waarin David gelegd wordt. Petrus wijst daar in Jeruzalem op: David is gestorven en begraven, en zijn graf is onder ons tot op deze dag. Maar, zegt hij, hij was een profeet en wist dat God gezworen had uit de vrucht zijner lenden Iemand op zijn troon te zetten.

Zo staat dit hoofdstuk in de lijn van het Zaad. De laatste woorden van David dragen de belofte over aan een zoon die haar niet houden zal, en toch is zij gehouden.

  1. 1 Koningen 2:2 — Ik ga heen in den weg der ganse aarde — zo wees sterk, en wees een man.
  2. 1 Koningen 2:3 — En man zijn is hier: doen wat er geschreven staat.
  3. 1 Koningen 2:3 — Verstand komt daarbij ná gehoorzaamheid en niet ervoor.
  4. 1 Koningen 2:4 — Indien uw zonen hun weg bewaren — daar hangt de spanning.
  5. 2 Samuël 7:15 — Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken.
  6. Handelingen 2:29-31 — David is begraven, maar hij wist wat God gezworen had.

In het Nieuwe Testament: Handelingen 2:29-31; 2 Samuël 7:14-16; Lukas 1:32-33; 1 Korinthe 16:13; Jozua 23:14

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt 1 Koningen 2 niet aan; wel wijst Petrus in Handelingen 2 op de eed aan David en op diens graf. Wat hier gelegd wordt rust op het woordje indien in vers 4 en op het onvoorwaardelijke deel van de belofte in 2 Samuël 7. Dat onderscheid tussen beide delen is een uitleg die op die twee teksten steunt; dit hoofdstuk werkt het niet uit.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

1 Koningen 2

1 Koningen 2:30.
— En Benaja kwam tot de tent des HEEREN, en zeide tot hem: Zo zegt de koning: Kom uit. En hij zeide: Neen, maar hier zal ik sterven! En Benaja bracht het antwoord weder aan den koning, zeggende: Zo heeft Joab gesproken, en zo heeft hij mij geantwoord.
Salomo zou de koning zijn na David, maar zijn oudere broer Adonia werd voorgetrokken door Joab, de hoofdman van het leger, en door Abjathar de priester. Toen Salomo de troon besteeg, was Adonia voor zijn leven bevreesd en vluchtte hij naar de hoornen van het altaar om beschutting. Salomo vergaf hem voorlopig, totdat hij weer begon samen te spannen en het voor Salomo nodig werd een zware slag te slaan.

Hij besloot te beginnen met Joab, de bodem van al het onheil. Nauwelijks had de koning dit besloten, of Joab vluchtte naar het altaar, dat hij tevoren zelden genaderd was. Hij was een oud man die dertig jaar of meer tevoren twee gruwelijke moorden bedreven had, en nu kwamen die op hem neer. Voor zover wij kunnen beoordelen, had hij zijn leven lang weinig achting voor de godsdienst getoond. Hij was een ruw krijgsman en gaf weinig genoeg om God, de tabernakel, de priesters of het altaar; maar toen hij in gevaar was, zocht hij zijn toevlucht bij wat hij verwaarloosd had. Hij is niet de enige die dit gedaan heeft.

Maar het altaar was hem van geen nut. Wij mogen hieruit twee lessen trekken. De eerste is dat uitwendige instellingen nutteloos zijn. Voor de levende God, die groter en wijzer is dan Salomo, zal het niemand baten de hoornen van het altaar aan te grijpen. Maar ten tweede: er ís een altaar — een geestelijk altaar — waar, als iemand de hoornen aangrijpt en zegt: “Neen, maar hier zal ik sterven”, hij nooit sterven zal maar voor eeuwig veilig zal zijn tegen het zwaard van de gerechtigheid; want de Heere heeft een altaar aangesteld in de Persoon van Zijn eigen dierbare Zoon, Jezus Christus, waar beschutting zal zijn voor de snoodste van de zondaren als zij maar komen en het aangrijpen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content