Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Als nu de dagen van David nabij waren, dat hij sterven zou, zo gebood hij zijn zoon Salomo, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Als nu de dagenH3117 van DavidH1732nabijH7126 waren, dat hij stervenH4191 zou, zo geboodH6680 hij zijn zoonH1121SalomoH8010, zeggendeH559:Als nu de dagen van David nabij waren, dat hij sterven zou, zo gebood hij zijn zoon Salomo, zeggende:
KJVNow the days2of David3drew nigh1that he should die;4and he charged5Solomon7his son,8saying,9
1וַיִּקְרְב֥וּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2יְמֵֽיH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3דָוִ֖דH1732David, DavidsDavid4לָמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5וַיְצַ֛וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שְׁלֹמֹ֥הH8010SalomoSolomon8בְנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2IkH595 ga heen in den wegH1870 der ganseH3605aardeH776, zo weesH1961sterkH2388, en wees een manH376.Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man.
KJVI go2the way3of all the earth:5be thou strong6therefore, and shew thyself a man;8
1אָנֹכִ֣יH595ik, mijI, me, [idiom] which2הֹלֵ֔ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl3בְּדֶ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6וְחָזַקְתָּ֖H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand7וְהָיִ֥יתָֽH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לְאִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
3En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes; opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult, en al waarheen gij u wenden zult;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En neemH8104 waar de wachtH4931 des HEERENH3068, uws GodsH430, om te wandelenH3212 in Zijn wegenH1870, om te onderhoudenH8104 Zijn inzettingenH2708, en Zijn gebodenH4687, en Zijn rechtenH4941, en Zijn getuigenissenH5715, gelijk geschrevenH3789 is in de wetH8451 van MozesH4872; opdatH4616 gij verstandelijk handeltH7919 in alH3605watH834 gij doenH6213 zult, en alH3605 waarheen gij u wendenH6437 zult;En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes; opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult, en al waarheen gij u wenden zult;
KJVAnd keep1the charge3of the LORD4thy God,5to walk6in his ways,7to keep8his statutes,9and his commandments,10and his judgments,11and his testimonies,12as it is written13in the law14of Moses,15that thou mayest prosper17in all that thou doest,21and whithersoever thou turnest25thyself:
1וְשָׁמַרְתָּ֞H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִשְׁמֶ֣רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֶ֗יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6לָלֶ֤כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7בִּדְרָכָיו֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)8לִשְׁמֹ֨רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)9חֻקֹּתָ֤יוH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute10מִצְוֺתָיו֙H4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept11וּמִשְׁפָּטָ֣יוH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong12וְעֵדְוֺתָ֔יוH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness13כַּכָּת֖וּבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)14בְּתוֹרַ֣תH8451wet, wetten, leerlaw15מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses16לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to17תַּשְׂכִּ֗ילH7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly18אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21תַּֽעֲשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use22וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)24אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection25תִּפְנֶ֖הH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)26שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
4Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun ganse hart en met hun ganse ziel te wandelen, zo zal geen man, zeide Hij, u afgesneden worden van den troon Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4OpdatH4616 de HEEREH3068bevestigeH6965 Zijn woordH1697, datH834 Hij overH5921 mij gesprokenH1696 heeft, zeggendeH559: IndienH518 uw zonenH1121 hun wegH1870bewarenH8104, om voor Mijn aangezichtH6440trouwelijkH571, met hun ganseH3605hartH3824 en met hun ganseH3605zielH5315 te wandelenH3212, zo zal geenH3808manH376, zeideH559 Hij, u afgesnedenH3772 worden van den troonH3678IsraelsH3478.Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun ganse hart en met hun ganse ziel te wandelen, zo zal geen man, zeide Hij, u afgesneden worden van den troon Israels.
KJVThat the LORD3may continue2his word5which he spake7concerning me, saying,9If thy children12take heed11to their way,14to walk15before16me in truth17with all their heart19and with all their soul,21there shall not fail24thee (said22he) a man26on the throne28of Israel.29
1לְמַעַן֩H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2יָקִ֨יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5דְּבָר֗וֹH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7דִּבֶּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8עָלַי֮H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9לֵאמֹר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet11יִשְׁמְר֨וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)12בָנֶ֜יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14דַּרְכָּ֗םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15לָלֶ֤כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16לְפָנַי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17בֶּאֱמֶ֔תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity18בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19לְבָבָ֖םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding20וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21נַפְשָׁ֑םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it22לֵאמֹ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet23לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24יִכָּרֵ֤תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want25לְךָ֙26אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)27מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with28כִּסֵּ֥אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne29יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
5Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, mij gedaan heeft, en wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israel, Abner, den zoon van Ner, en Amasa, den zoon van Jether, dien hij gedood heeft, en heeft krijgsbloed vergoten in vrede; en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, die aan zijn voeten waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Zo weetH3045gijH859ookH1571, watH834JoabH3097, de zoonH1121 van ZerujaH6870, mij gedaan heeft, en watH834 hij gedaanH6213 heeft aan de tweeH8147krijgsoverstenH8269 van IsraelH3478, AbnerH74, den zoonH1121 van NerH5369, en AmasaH6021, den zoonH1121 van JetherH3500, dien hij gedoodH2026 heeft, en heeft krijgsbloedH1818vergotenH7760 in vredeH7965; en hij heeft krijgsbloedH1818 gedaan aan zijn gordelH2290, dieH834 aan zijn lendenenH4975 was, en aan zijn schoenenH5275, dieH834 aan zijn voetenH7272 waren.Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, mij gedaan heeft, en wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israel, Abner, den zoon van Ner, en Amasa, den zoon van Jether, dien hij gedood heeft, en heeft krijgsbloed vergoten in vrede; en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, die aan zijn voeten waren.
KJVMoreover thou knowest3also what Joab8the son9of Zeruiah10did6to me, and what he did12to the two13captains14of the hosts15of Israel,16unto Abner17the son18of Ner,19and unto Amasa20the son21of Jether,22whom he slew,23and shed24the blood25of war26in peace,27and put28the blood29of war30upon his girdle31that was about his loins,33and in his shoes34that were on his feet.36
1וְגַ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3יָדַ֡עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עָ֨שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7לִ֜י8יוֹאָ֣בH3097Joab, JoabsJoab9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10צְרוּיָ֗הH6870ZerujaZeruiah11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עָשָׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13לִשְׁנֵֽיH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two14שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward15צִבְא֣וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)16יִ֠שְׂרָאֵלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17לְאַבְנֵ֨רH74Abner, Abners, Abi-Abner18בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19נֵ֜רH5369NerNer20וְלַעֲמָשָׂ֤אH6021AmasaAmasa21בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22יֶ֨תֶר֙H3500Jether, JethroJether, Jethro. Compare H3503 (יִתְרוֹ)23וַיַּ֣הַרְגֵ֔םH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely24וַיָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work25דְּמֵֽיH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent26מִלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)27בְּשָׁלֹ֑םH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly28וַיִּתֵּ֞ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield29דְּמֵ֣יH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent30מִלְחָמָ֗הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)31בַּחֲגֹֽרָתוֹ֙H2290gordel, gordt, schortenapron, armour, gird(-le)32אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection33בְּמָתְנָ֔יוH4975lenden, lendenen, goede lenden[phrase] greyhound, loins, side34וּֽבְנַעֲל֖וֹH5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)35אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection36בְּרַגְלָֽיוH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
6Doe dan naar uw wijsheid, dat gij zijn grauwe haar niet met vrede in het graf laat dalen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6DoeH6213 dan naar uw wijsheidH2451, dat gij zijn grauweH7872 haar nietH3808 met vredeH7965 in het grafH7585 laat dalenH3381.Doe dan naar uw wijsheid, dat gij zijn grauwe haar niet met vrede in het graf laat dalen.
KJVDo1therefore according to thy wisdom,2and let not his hoar head5go down4to the grave7in peace.6
1וְעָשִׂ֖יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כְּחָכְמָתֶ֑ךָH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit3וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תוֹרֵ֧דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down5שֵׂיבָת֛וֹH7872ouderdom, grijsheid, grauwe(be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age6בְּשָׁלֹ֖םH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly7שְׁאֹֽלH7585hel, graf, grafsgrave, hell, pit
7Maar aan de zonen van Barzillai, den Gileadiet, zult gij weldadigheid bewijzen, en zij zullen zijn onder degenen, die aan uw tafel eten; want alzo naderden zij tot mij, als ik vluchtte voor het aangezicht van uw broeder Absalom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Maar aan de zonenH1121 van BarzillaiH1271, den GileadietH1569, zult gij weldadigheidH2617bewijzenH6213, en zij zullen zijnH1961 onder degenen, die aan uw tafelH7979etenH398; wantH3588alzoH3651naderdenH7126 zij totH413 mij, als ik vluchtteH1272 voor het aangezichtH6440 van uw broederH251AbsalomH53.Maar aan de zonen van Barzillai, den Gileadiet, zult gij weldadigheid bewijzen, en zij zullen zijn onder degenen, die aan uw tafel eten; want alzo naderden zij tot mij, als ik vluchtte voor het aangezicht van uw broeder Absalom.
KJVBut shew4kindness5unto the sons1of Barzillai2the Gileadite,3and let them be of those that eat7at thy table:8for so they came11to me when I fled13because14of Absalom15thy brother.16
1וְלִבְנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2בַרְזִלַּ֤יH1271BarzillaiBarzillai3הַגִּלְעָדִי֙H1569Gileadiet, GileadietenGileadite4תַּֽעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5חֶ֔סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing6וְהָי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7בְּאֹכְלֵ֣יH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8שֻׁלְחָנֶ֑ךָH7979tafel, tafelen, tafelstable9כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10כֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11קָרְב֣וּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take12אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13בְּבָרְחִ֕יH1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot14מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15אַבְשָׁל֥וֹםH53Absalom, Absaloms, AbisalomAbishalom, Absalom16אָחִֽיךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
8En zie, bij u is Simei, de zoon van Gera, de zoon van Jemini, uit Bahurim, die mij vloekte met een geweldigen vloek, ten dage als ik ging naar Mahanaim; doch hij kwam af mij tegemoet aan de Jordaan, en ik zwoer hem bij den HEERE, zeggende: Zo ik hem met het zwaard dode!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En zieH2009, bijH5973 u is SimeiH8096, de zoonH1121 van GeraH1617, de zoon van JeminiH1145, uit BahurimH980, dieH1931 mij vloekteH7043 met een geweldigen vloekH7045, ten dageH3117 als ik gingH3212 naar MahanaimH4266; doch hijH1931 kwam af mij tegemoetH7125 aan de JordaanH3383, en ik zwoerH7650 hem bij den HEEREH3068, zeggendeH559: ZoH518 ik hem met het zwaardH2719dodeH4191!En zie, bij u is Simei, de zoon van Gera, de zoon van Jemini, uit Bahurim, die mij vloekte met een geweldigen vloek, ten dage als ik ging naar Mahanaim; doch hij kwam af mij tegemoet aan de Jordaan, en ik zwoer hem bij den HEERE, zeggende: Zo ik hem met het zwaard dode!
Ook in dit vers
geweldigeH4834
KJVAnd, behold, thou hast with thee Shimei3the son4of Gera,5a Benjamite6of Bahurim,8which cursed10me with a grievous12curse11in the day13when I went14to Mahanaim:15but he came down17to meet18me at Jordan,19and I sware20to him by the LORD,22saying,23I will not put thee to death25with the sword.26
1וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see2עִ֠מְּךָH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3שִֽׁמְעִ֨יH8096SimeiShimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5גֵּרָ֥אH1617GeraGera6בֶןH1145Jemini, Benjamin, zoon JeminiBenjamite, of Benjamin7הַיְמִינִי֮H1145Jemini, Benjamin, zoon JeminiBenjamite, of Benjamin8מִבַּחֻרִים֒H980BahurimBahurim9וְה֤וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10קִֽלְלַ֨נִי֙H7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet11קְלָלָ֣הH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)12נִמְרֶ֔צֶתH4834geweldige, krachtig, stijftembolden, be forcible, grievous, sore13בְּי֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14לֶכְתִּ֣יH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak15מַחֲנָ֑יִםH4266MahanaimMahanaim16וְהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who17יָרַ֤דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down18לִקְרָאתִי֙H7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way19הַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan20וָאֶשָּׁ֨בַֽעH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear21ל֤וֹ22בַֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet24אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet25אֲמִֽיתְךָ֖H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise26בֶּחָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
9Maar nu, houd hem niet onschuldig, dewijl gij een wijs man zijt; en gij zult weten, wat gij hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar met bloed in het graf doet dalen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Maar nuH6258, houdH5352 hem nietH408onschuldigH5352, dewijlH3588 gij een wijsH2450manH376 zijt; en gijH859 zult wetenH3045, watH834 gij hem doen zult, opdat gij zijn grauweH7872 haar met bloedH1818 in het grafH7585 doet dalenH3381.Maar nu, houd hem niet onschuldig, dewijl gij een wijs man zijt; en gij zult weten, wat gij hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar met bloed in het graf doet dalen.
KJVNow therefore hold him not guiltless:3for thou art a wise6man,5and knowest8what thou oughtest to do11unto him; but his hoar head15bring thou down13to the grave17with blood.16
1וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3תְּנַקֵּ֔הוּH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly4כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6חָכָ֖םH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)7אָ֑תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8וְיָֽדַעְתָּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11תַּֽעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12לּ֔וֹ13וְהוֹרַדְתָּ֧H3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15שֵׂיבָת֛וֹH7872ouderdom, grijsheid, grauwe(be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age16בְּדָ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent17שְׁאֽוֹלH7585hel, graf, grafsgrave, hell, pit
10En David ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En DavidH1732ontsliepH7901metH5973 zijn vaderenH1, en werd begravenH6912 in de stadH5892DavidsH1732.En David ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids.
KJVSo David2slept1with his fathers,4and was buried5in the city6of David.7
1וַיִּשְׁכַּ֥בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2דָּוִ֖דH1732David, DavidsDavid3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲבֹתָ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַיִּקָּבֵ֖רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6בְּעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7דָּוִֽדH1732David, DavidsDavid
11De dagen nu, die David geregeerd heeft over Israel, zijn veertig jaren; zeven jaren heeft hij geregeerd in Hebron, en in Jeruzalem heeft hij drie en dertig jaren geregeerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11De dagenH3117 nu, dieH834DavidH1732geregeerdH4427 heeft overH5921IsraelH3478, zijn veertigH705jarenH8141; zevenH7651jarenH8141 heeft hij geregeerdH4427 in HebronH2275, en in JeruzalemH3389 heeft hij drieH7969 en dertigH7970jarenH8141geregeerdH4427.De dagen nu, die David geregeerd heeft over Israel, zijn veertig jaren; zeven jaren heeft hij geregeerd in Hebron, en in Jeruzalem heeft hij drie en dertig jaren geregeerd.
KJVAnd the days1that David4reigned3over Israel6were forty7years:8seven11years12reigned10he in Hebron,9and thirty15and three16years17reigned14he in Jerusalem.13
1וְהַיָּמִ֗יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3מָלַ֤ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely4דָּוִד֙H1732David, DavidsDavid5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7אַרְבָּעִ֖יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty8שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9בְּחֶבְר֤וֹןH2275HebronHebron10מָלַךְ֙H4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely11שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)12שָׁנִ֔יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)13וּבִירוּשָׁלִַ֣םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem14מָלַ֔ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely15שְׁלֹשִׁ֥יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)16וְשָׁלֹ֖שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)17שָׁנִֽיםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
12En Salomo zat op den troon van zijn vader David; en zijn koninkrijk werd zeer bevestigd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En SalomoH8010 zat opH5921 den troonH3678 van zijn vaderH1DavidH1732; en zijn koninkrijkH4438 werd zeerH3966bevestigdH3559.En Salomo zat op den troon van zijn vader David; en zijn koninkrijk werd zeer bevestigd.
KJVThen sat2Solomon1upon the throne4of David5his father;6and his kingdom8was established7greatly.9
1וּשְׁלֹמֹ֕הH8010SalomoSolomon2יָשַׁ֕בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כִּסֵּ֖אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne5דָּוִ֣דH1732David, DavidsDavid6אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7וַתִּכֹּ֥ןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed8מַלְכֻת֖וֹH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal9מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
13Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen kwam AdoniaH138, de zoonH1121 van HaggithH2294, totH413BathsebaH1339, de moederH517 van SalomoH8010; en zij zeideH559: Is uw komstH935vredeH7965? En hij zeideH559: VredeH7965.Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede.
KJVAnd Adonijah2the son3of Haggith4came1to Bathsheba6the mother8of Solomon.9And she said,10Comest12thou peaceably?11And he said,13Peaceably.14
1וַיָּבֹ֞אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֲדֹנִיָּ֣הוּH138AdoniaAdonijah3בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4חַגֵּ֗יתH2294HaggithHaggith5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בַּתH1339BathsebaBath-sheba7שֶׁ֨בַע֙H1339BathsebaBath-sheba8אֵםH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting9שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon10וַתֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11הֲשָׁל֣וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly12בֹּאֶ֑ךָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14שָׁלֽוֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
14Daarna zeide hij: Ik heb een woord aan u. En zij zeide: Spreek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Daarna zeideH559 hij: Ik heb een woordH1697aanH413 u. En zij zeideH559: SpreekH1696.Daarna zeide hij: Ik heb een woord aan u. En zij zeide: Spreek.
KJVHe said1moreover, I have somewhat to say2unto thee. And she said,5Say on.6
15Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Hij zeideH559 dan: GijH859weetH3045, datH3588 het koninkrijkH4410 mijn was, en het ganseH3605IsraelH3478 zijn aangezichtH6440opH5921 mij gezetH7760 had, dat ik koningH4427 zijn zou; hoewel het koninkrijkH4410omgewendH5437 en mijns broedersH251 geworden is; wantH3588 het is van den HEEREH3068 hem geworden.Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden.
KJVAnd he said,1Thou knowest3that the kingdom7was mine, and that all Israel11set9their faces12on me, that I should reign:13howbeit the kingdom15is turned about,14and is become my brother's:17for it was his from the LORD.19
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַ֤תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3יָדַ֨עַתְּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5לִי֙6הָיְתָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7הַמְּלוּכָ֔הH4410koninkrijk, koninklijk, koninkrijkskingsom, king's, [idiom] royal8וְעָלַ֞יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9שָׂ֧מוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work10כָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12פְּנֵיהֶ֖םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13לִמְלֹ֑ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely14וַתִּסֹּ֤בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)15הַמְּלוּכָה֙H4410koninkrijk, koninklijk, koninkrijkskingsom, king's, [idiom] royal16וַתְּהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17לְאָחִ֔יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'18כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19מֵיְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20הָ֥יְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use21לּֽוֹ
16En nu begeer ik van u een enige begeerte; wijs mijn aangezicht niet af. En zij zeide tot hem: Spreek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En nuH6258begeerH7592ikH595vanH854 u een enigeH259begeerteH7596; wijsH7725 mijn aangezichtH6440nietH408 af. En zij zeideH559 tot hem: SpreekH1696.En nu begeer ik van u een enige begeerte; wijs mijn aangezicht niet af. En zij zeide tot hem: Spreek.
KJVAnd now I ask5one3petition2of thee, deny8me10not. And she said11unto him, Say on.13
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שְׁאֵלָ֤הH7596bede, begeerteloan, petition, request3אַחַת֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4אָֽנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which5שֹׁאֵ֣לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish6מֵֽאִתָּ֔ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than8תָּשִׁ֖בִיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10פָּנָ֑יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11וַתֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13דַּבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
17En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En hij zeideH559: SpreekH559tochH4994 tot den koningH4428SalomoH8010, wantH3588 hij zal uw aangezichtH6440nietH3808afwijzenH7725, dat hij mij AbisagH49, de SunamietischeH7767, ter vrouweH802geveH5414.En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve.
KJVAnd he said,1Speak,2I pray thee, unto Solomon4the king,5(for he will not say8➔ thee10nay,)that he give11me Abishag14the Shunammite15to wife.16
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִמְרִיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4לִשְׁלֹמֹ֣הH8010SalomoSolomon5הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יָשִׁ֖יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10פָּנָ֑יִךְH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11וְיִתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לִ֛י13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אֲבִישַׁ֥גH49AbisagAbishag15הַשּׁוּנַמִּ֖יתH7767SunamietischeShunamite16לְאִשָּֽׁהH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
18En Bathseba zeide: Het is goed, ik zal den koning voor u aanspreken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En BathsebaH1339zeideH559: Het is goedH2896, ikH595 zal den koningH4428 voor u aansprekenH1696.En Bathseba zeide: Het is goed, ik zal den koning voor u aanspreken.
KJVAnd Bathsheba2said,1Well;4I will speak6for thee unto the king.9
1וַתֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בַּתH1339BathsebaBath-sheba3שֶׁ֖בַעH1339BathsebaBath-sheba4ט֑וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)5אָנֹכִ֕יH595ik, mijI, me, [idiom] which6אֲדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7עָלֶ֖יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
19Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Zo kwamH935BathsebaH1339totH413 den koningH4428SalomoH8010, om hem voor AdoniaH138 aan te sprekenH1696. En de koningH4428stondH6965 op, haar tegemoetH7125, en boogH7812 zich voor haar; daarna zat hij opH5921 zijn troonH3678, en deed een stoelH3678 voor de moederH517 des koningsH4428zettenH7760; en zij zat aan zijn rechterhandH3225.Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.
KJVBathsheba2therefore went1unto king5Solomon,6to speak7unto him for Adonijah.10And the king12rose up11to meet13her, and bowed14himself unto her, and sat down16on his throne,18and caused a seat20to be set19for the king's22mother;21and she sat23on his right hand.24
1וַתָּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2בַתH1339BathsebaBath-sheba3שֶׁ֨בַע֙H1339BathsebaBath-sheba4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon7לְדַבֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8ל֖וֹ9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10אֲדֹנִיָּ֑הוּH138AdoniaAdonijah11וַיָּקָם֩H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)12הַמֶּ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13לִקְרָאתָ֜הּH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way14וַיִּשְׁתַּ֣חוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship15לָ֗הּ16וַיֵּ֨שֶׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18כִּסְא֔וֹH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne19וַיָּ֤שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work20כִּסֵּא֙H3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne21לְאֵ֣םH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting22הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal23וַתֵּ֖שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry24לִֽימִינֽוֹH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south
20Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen zeideH559 zij: IkH595begeerH7592vanH854 u een enigeH259kleineH6996begeerteH7596, wijsH7725 mijn aangezichtH6440 niet af. En de koningH4428zeideH559 tot haar: BegeerH7592, mijn moederH517, wantH3588 ik zal uw aangezichtH6440 niet afwijzenH7725.Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.
KJVThen she said,1I desire6one3small4petition2of thee; I pray thee, say9➔ me11not nay.19And the king14said12unto her, Ask on,15my mother:16for I will not say➔ thee21nay.
1וַתֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שְׁאֵלָ֨הH7596bede, begeerteloan, petition, request3אַחַ֤תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4קְטַנָּה֙H6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)5אָֽנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which6שֹׁאֶ֣לֶתH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish7מֵֽאִתָּ֔ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than9תָּ֖שֶׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11פָּנָ֑יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12וַיֹּֽאמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לָ֤הּ14הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal15שַׁאֲלִ֣יH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish16אִמִּ֔יH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting17כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19אָשִׁ֖יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21פָּנָֽיִךְH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
21En zij zeide: Laat Abisag, de Sunamietische, aan Adonia, uw broeder, ter vrouwe gegeven worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En zij zeideH559: Laat AbisagH49, de SunamietischeH7767, aan AdoniaH138, uw broederH251, ter vrouweH802gegevenH5414 worden.En zij zeide: Laat Abisag, de Sunamietische, aan Adonia, uw broeder, ter vrouwe gegeven worden.
KJVAnd she said,1Let Abishag4the Shunammite5be given2to Adonijah6thy brother7to wife.8
1וַתֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יֻתַּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲבִישַׁ֣גH49AbisagAbishag5הַשֻּׁנַמִּ֑יתH7767SunamietischeShunamite6לַאֲדֹנִיָּ֥הוּH138AdoniaAdonijah7אָחִ֖יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8לְאִשָּֽׁהH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
22Toen antwoordde de koning Salomo, en zeide tot zijn moeder: En waarom begeert gij Abisag, de Sunamietische, voor Adonia? Begeer ook voor hem het koninkrijk (want hij is mijn broeder, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor Abjathar, den priester, en voor Joab, den zoon van Zeruja.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Toen antwoorddeH6030 de koningH4428SalomoH8010, en zeideH559 tot zijn moederH517: En waaromH4100begeertH7592gijH859AbisagH49, de SunamietischeH7767, voor AdoniaH138? BegeerH7592 ook voor hem het koninkrijkH4410 (wantH3588 hij is mijn broederH251, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor AbjatharH54, den priesterH3548, en voor JoabH3097, den zoonH1121 van ZerujaH6870.Toen antwoordde de koning Salomo, en zeide tot zijn moeder: En waarom begeert gij Abisag, de Sunamietische, voor Adonia? Begeer ook voor hem het koninkrijk (want hij is mijn broeder, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor Abjathar, den priester, en voor Joab, den zoon van Zeruja.
KJVAnd king2Solomon3answered1and said4unto his mother,5And why dost thou ask8Abishag10the Shunammite11for Adonijah?12ask13for him the kingdom16also; for he is mine elder20brother;19even for him, and for Abiathar23the priest,24and for Joab25the son26of Zeruiah.27
1וַיַּעַן֩H6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2הַמֶּ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3שְׁלֹמֹ֜הH8010SalomoSolomon4וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לְאִמּ֗וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting6וְלָמָה֩H4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7אַ֨תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8שֹׁאֶ֜לֶתH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֲבִישַׁ֤גH49AbisagAbishag11הַשֻּׁנַמִּית֙H7767SunamietischeShunamite12לַאֲדֹ֣נִיָּ֔הוּH138AdoniaAdonijah13וְשַֽׁאֲלִיH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish14לוֹ֙15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַמְּלוּכָ֔הH4410koninkrijk, koninklijk, koninkrijkskingsom, king's, [idiom] royal17כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who19אָחִ֖יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'20הַגָּד֣וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very21מִמֶּ֑נִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with22וְלוֹ֙23וּלְאֶבְיָתָ֣רH54Abjathar, AbjatharsAbiathar24הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer25וּלְיוֹאָ֖בH3097Joab, JoabsJoab26בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth27צְרוּיָֽהH6870ZerujaZeruiah
23En de koning Salomo zwoer bij den HEERE, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En de koningH4428SalomoH8010zwoerH7650 bij den HEEREH3068, zeggendeH559: ZoH3541doeH6213 mij GodH430, en zoH3541 doe Hij daartoe, voorzekerH3588AdoniaH138 zal datH2088woordH1697 tegen zijn levenH5315gesprokenH1696 hebben!En de koning Salomo zwoer bij den HEERE, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben!
KJVThen king2Solomon3sware1by the LORD,4saying,5God9do7so to me, and more also,11if Adonijah15have not spoken14this word17against his own life.13
1וַיִּשָּׁבַע֙H7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear2הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon4בַּֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder7יַֽעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לִּ֤י9אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10וְכֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder11יוֹסִ֔יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13בְנַפְשׁ֔וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it14דִּבֶּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work15אֲדֹ֣נִיָּ֔הוּH138AdoniaAdonijah16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work18הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
24En nu, zo waarachtig als de HEERE leeft, Die mij bevestigd heeft, en mij heeft doen zitten op den troon van mijn vader David, en Die mij een huis gemaakt heeft, gelijk als Hij gesproken had; voorzeker, Adonia zal heden gedood worden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En nuH6258, zo waarachtig als de HEEREH3068leeftH2416, DieH834 mij bevestigdH3559 heeft, en mij heeft doen zittenH3427opH5921 den troonH3678 van mijn vaderH1DavidH1732, en DieH834 mij een huisH1004gemaaktH6213 heeft, gelijk als Hij gesprokenH1696 had; voorzekerH3588, AdoniaH138 zal hedenH3117gedoodH4191 worden!En nu, zo waarachtig als de HEERE leeft, Die mij bevestigd heeft, en mij heeft doen zitten op den troon van mijn vader David, en Die mij een huis gemaakt heeft, gelijk als Hij gesproken had; voorzeker, Adonia zal heden gedood worden!
KJVNow therefore, as the LORD3liveth,2which hath established5me, and set6me on the throne8of David9my father,10and who hath made12me an house,14as he promised,16Adonijah20shall be put to death19this day.18
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הֱכִינַ֗נִיH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed6וַיּֽוֹשִׁיבַ֨נִי֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כִּסֵּא֙H3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne9דָּוִ֣דH1732David, DavidsDavid10אָבִ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11וַאֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עָֽשָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13לִ֛י14בַּ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16דִּבֵּ֑רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work17כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19יוּמַ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise20אֲדֹנִיָּֽהוּH138AdoniaAdonijah
25En de koning Salomo zond door de hand van Benaja, den zoon van Jojada; die viel op hem aan, dat hij stierf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En de koningH4428SalomoH8010zondH7971 door de handH3027 van BenajaH1141, den zoonH1121 van JojadaH3077; die vielH6293 op hem aan, dat hij stierfH4191.En de koning Salomo zond door de hand van Benaja, den zoon van Jojada; die viel op hem aan, dat hij stierf.
KJVAnd king2Solomon3sent1by the hand4of Benaiah5the son6of Jehoiada;7and he fell8upon him that he died.10
1וַיִּשְׁלַח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon4בְּיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5בְּנָיָ֣הוּH1141BenajaBenaiah6בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יְהוֹיָדָ֑עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)8וַיִּפְגַּעH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run9בּ֖וֹ10וַיָּמֹֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
26En tot Abjathar, den priester, zeide de koning: Ga naar Anathoth, op uw akkers; want gij zijt een man des doods; maar dezen dag zal ik u niet doden, omdat gij de ark des Heeren HEEREN voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt, en omdat gij verdrukt zijt geweest, in alles, waarin mijn vader verdrukt was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En tot AbjatharH54, den priesterH3548, zeideH559 de koningH4428: GaH3212 naar AnathothH6068, opH5921 uw akkersH7704; wantH3588 gij zijt een manH376 des doodsH4194; maar dezenH2088dagH3117 zal ik u nietH3808dodenH4191, omdat gij de arkH727 des HeerenH136HEERENH3069 voor het aangezichtH6440 van mijn vaderH1DavidH1732gedragenH5375 hebt, en omdatH3588 gij verdruktH6031 zijt geweest, in allesH3605, waarin mijn vaderH1verdruktH6031 was.En tot Abjathar, den priester, zeide de koning: Ga naar Anathoth, op uw akkers; want gij zijt een man des doods; maar dezen dag zal ik u niet doden, omdat gij de ark des Heeren HEEREN voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt, en omdat gij verdrukt zijt geweest, in alles, waarin mijn vader verdrukt was.
KJVAnd unto Abiathar1the priest2said3the king,4Get6thee to Anathoth,5unto thine own fields;8for thou art worthy10of death:11but I will not at this time13put thee to death,16because thou barest18the ark20of the Lord21GOD22before23David24my father,25and because thou hast been afflicted27in all wherein my father31was afflicted.30
1וּלְאֶבְיָתָ֨רH54Abjathar, AbjatharsAbiathar2הַכֹּהֵ֜ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5עֲנָתֹת֙H6068AnathothAnathoth6לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8שָׂדֶ֔יךָH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild9כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11מָ֖וֶתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)12אָ֑תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you13וּבַיּ֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַזֶּ֜הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16אֲמִיתֶ֗ךָH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18נָשָׂ֜אתָH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20אֲר֨וֹןH727ark, kistark, chest, coffin21אֲדֹנָ֤יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord22יְהֹוִה֙H3069HEERE, HEEREN, HeereGod23לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you24דָּוִ֣דH1732David, DavidsDavid25אָבִ֔יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'26וְכִ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet27הִתְעַנִּ֔יתָH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise28בְּכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)29אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection30הִתְעַנָּ֖הH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise31אָבִֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
27Salomo dan verdreef Abjathar, dat hij des HEEREN priester niet ware, om te vervullen het woord des HEEREN, hetwelk Hij over het huis van Eli te Silo gesproken had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27SalomoH8010 dan verdreefH1644AbjatharH54, dat hij des HEERENH3068priesterH3548 niet wareH1961, om te vervullenH4390 het woordH1697 des HEERENH3068, hetwelkH834 Hij overH5921 het huisH1004 van EliH5941 te SiloH7887gesprokenH1696 had.Salomo dan verdreef Abjathar, dat hij des HEEREN priester niet ware, om te vervullen het woord des HEEREN, hetwelk Hij over het huis van Eli te Silo gesproken had.
KJVSo Solomon2thrust out1Abiathar4from being priest6unto the LORD;7that he might fulfil8the word10of the LORD,11which he spake13concerning the house15of Eli16in Shiloh.17
1וַיְגָ֤רֶשׁH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out2שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֶבְיָתָ֔רH54Abjathar, AbjatharsAbiathar5מִהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6כֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer7לַֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8לְמַלֵּא֙H4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10דְּבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13דִּבֶּ֛רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16עֵלִ֖יH5941EliEli17בְּשִׁלֹֽהH7887SiloShiloh
28Als het gerucht tot Joab kwam (want Joab had zich gewend achter Adonia, hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), zo vluchtte Joab tot de tent des HEEREN, en vatte de hoornen des altaars.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Als het geruchtH8052 tot JoabH3097kwamH935 (wantH3588JoabH3097 had zich gewendH5186achterH310AdoniaH138, hoewelH3808 hij zich niet had gewend achterH310AbsalomH53), zo vluchtteH5127 Joab tot de tentH168 des HEERENH3068, en vatteH2388 de hoornenH7161 des altaarsH4196.Als het gerucht tot Joab kwam (want Joab had zich gewend achter Adonia, hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), zo vluchtte Joab tot de tent des HEEREN, en vatte de hoornen des altaars.
KJVThen tidings1came2to Joab:4for Joab6had turned7after8Adonijah,9though he turned13not after10Absalom.11And Joab15fled14unto the tabernacle17of the LORD,18and caught hold19on the horns20of the altar.21
1וְהַשְּׁמֻעָה֙H8052gerucht, tijding, gehoordbruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings2בָּ֣אָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4יוֹאָ֔בH3097Joab, JoabsJoab5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6יוֹאָ֗בH3097Joab, JoabsJoab7נָטָה֙H5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield8אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9אֲדֹנִיָּ֔הH138AdoniaAdonijah10וְאַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with11אַבְשָׁל֖וֹםH53Absalom, Absaloms, AbisalomAbishalom, Absalom12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13נָטָ֑הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield14וַיָּ֤נָסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard15יוֹאָב֙H3097Joab, JoabsJoab16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent18יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19וַֽיַּחֲזֵ֖קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand20בְּקַרְנ֥וֹתH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn21הַמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
29En het werd den koning Salomo aangezegd, dat Joab tot de tent des HEEREN gevloden was, en zie, hij is bij het altaar. Toen zond Salomo Benaja, den zoon van Jojada, zeggende: Ga heen, val op hem aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En het werd den koningH4428SalomoH8010aangezegdH5046, datH3588JoabH3097totH413 de tentH168 des HEERENH3068gevlodenH5127 was, en zieH2009, hij is bij het altaarH4196. Toen zondH7971SalomoH8010BenajaH1141, den zoonH1121 van JojadaH3077, zeggendeH559: GaH3212 heen, valH6293 op hem aan.En het werd den koning Salomo aangezegd, dat Joab tot de tent des HEEREN gevloden was, en zie, hij is bij het altaar. Toen zond Salomo Benaja, den zoon van Jojada, zeggende: Ga heen, val op hem aan.
KJVAnd it was told1king2Solomon3that Joab6was fled5unto the tabernacle8of the LORD;9and, behold, he is by11the altar.12Then Solomon14sent13Benaiah16the son17of Jehoiada,18saying,19Go,20fall21upon him.
1וַיֻּגַּ֞דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3שְׁלֹמֹ֗הH8010SalomoSolomon4כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5נָ֤סH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard6יוֹאָב֙H3097Joab, JoabsJoab7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וְהִנֵּ֖הH2009ziet, ziebehold, lo, see11אֵ֣צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)12הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar13וַיִּשְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)14שְׁלֹמֹ֜הH8010SalomoSolomon15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16בְּנָיָ֧הוּH1141BenajaBenaiah17בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18יְהוֹיָדָ֛עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)19לֵאמֹ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet20לֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak21פְּגַעH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run22בּֽוֹ
30En Benaja kwam tot de tent des HEEREN, en zeide tot hem: Zo zegt de koning: Kom uit. En hij zeide: Neen, maar hier zal ik sterven! En Benaja bracht het antwoord weder aan den koning, zeggende: Zo heeft Joab gesproken, en zo heeft hij mij geantwoord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En BenajaH1141kwamH935totH413 de tentH168 des HEERENH3068, en zeideH559totH413 hem: ZoH3541zegtH559 de koningH4428: KomH3318 uit. En hij zeideH559: NeenH3808, maarH3588 hier zal ik stervenH4191! En BenajaH1141brachtH7725 het antwoordH1697 weder aan den koningH4428, zeggendeH559: ZoH3541 heeft JoabH3097gesprokenH1696, en zoH3541 heeft hij mij geantwoordH6030.En Benaja kwam tot de tent des HEEREN, en zeide tot hem: Zo zegt de koning: Kom uit. En hij zeide: Neen, maar hier zal ik sterven! En Benaja bracht het antwoord weder aan den koning, zeggende: Zo heeft Joab gesproken, en zo heeft hij mij geantwoord.
KJVAnd Benaiah2came1to the tabernacle4of the LORD,5and said6unto him, Thus saith9the king,10Come forth.11And he said,12Nay; but I will die16here. And Benaiah18brought17➔ the king20word21again,saying,22Thus said24Joab,25and thus he answered27me.
1וַיָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2בְנָיָ֜הוּH1141BenajaBenaiah3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder9אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal11צֵ֔אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15פֹ֣הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side16אָמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise17וַיָּ֨שֶׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw18בְּנָיָ֤הוּH1141BenajaBenaiah19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal21דָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work22לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet23כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder24דִבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work25יוֹאָ֖בH3097Joab, JoabsJoab26וְכֹ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder27עָנָֽנִיH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)
31En de koning zeide tot hem: Doe gelijk als hij gesproken heeft, en val op hem aan, en begraaf hem, opdat gij wegdoet, van mij en van mijns vaders huis, dat bloed, dat Joab zonder oorzaak vergoten heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En de koningH4428zeideH559 tot hem: DoeH6213 gelijk als hij gesprokenH1696 heeft, en valH6293 op hem aan, en begraafH6912 hem, opdat gij wegdoetH5493, van mij en van mijns vadersH1huisH1004, dat bloedH1818, dat JoabH3097 zonder oorzaakH2600vergotenH8210 heeft.En de koning zeide tot hem: Doe gelijk als hij gesproken heeft, en val op hem aan, en begraaf hem, opdat gij wegdoet, van mij en van mijns vaders huis, dat bloed, dat Joab zonder oorzaak vergoten heeft.
KJVAnd the king3said1unto him, Do4as he hath said,6and fall7upon him, and bury9him; that thou mayest take away10the innocent12blood,11which Joab15shed,14from me, and from the house18of my father.19
1וַיֹּ֧אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2ל֣וֹ3הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4עֲשֵׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6דִּבֶּ֔רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7וּפְגַעH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run8בּ֖וֹ9וּקְבַרְתּ֑וֹH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)10וַהֲסִירֹ֣תָH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without11דְּמֵ֣יH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent12חִנָּ֗םH2600om niet, zonder oorzaak, tevergeefswithout a cause (cost, wages), causeless, to cost nothing, free(-ly), innocent, for nothing (nought, in vain13אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14שָׁפַ֣ךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip15יוֹאָ֔בH3097Joab, JoabsJoab16מֵעָלַ֕יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17וּמֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19אָבִֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
32Zo zal de HEERE zijn bloed op zijn hoofd doen wederkeren, omdat hij op twee mannen, rechtvaardiger en beter dan hij, aangevallen is, en die met het zwaard gedood heeft, daar het mijn vader David niet wist, Abner, den zoon van Ner, den krijgsoverste van Israel, en Amasa, den zoon van Jether, den krijgsoverste van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Zo zal de HEEREH3068 zijn bloedH1818opH5921 zijn hoofdH7218 doen wederkerenH7725, omdat hij op tweeH8147mannenH582, rechtvaardigerH6662 en beterH2896danH4480 hij, aangevallenH6293 is, en dieH834 met het zwaardH2719gedoodH2026 heeft, daar het mijn vaderH1DavidH1732nietH3808wistH3045, AbnerH74, den zoonH1121 van NerH5369, den krijgsoversteH8269 van IsraelH3478, en AmasaH6021, den zoonH1121 van JetherH3500, den krijgsoversteH8269 van JudaH3063.Zo zal de HEERE zijn bloed op zijn hoofd doen wederkeren, omdat hij op twee mannen, rechtvaardiger en beter dan hij, aangevallen is, en die met het zwaard gedood heeft, daar het mijn vader David niet wist, Abner, den zoon van Ner, den krijgsoverste van Israel, en Amasa, den zoon van Jether, den krijgsoverste van Juda.
KJVAnd the LORD2shall return1his blood4upon his own head,6who fell8upon two9menmore righteous11and better12than he, and slew14them with the sword,15my father16David17not knowing19thereof, to wit, Abner21the son22of Ner,23captain24of the host25of Israel,26and Amasa28the son29of Jether,30captain31of the host32of Judah.33
1וְהֵשִׁיב֩H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4דָּמ֜וֹH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6רֹאשׁ֗וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8פָּגַ֣עH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run9בִּשְׁנֵֽיH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two10אֲ֠נָשִׁיםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11צַדִּקִ֨יםH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)12וְטֹבִ֤יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)13מִמֶּ֨נּוּ֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14וַיַּהַרְגֵ֣םH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely15בַּחֶ֔רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool16וְאָבִ֥יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17דָוִ֖דH1732David, DavidsDavid18לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יָדָ֑עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21אַבְנֵ֤רH74Abner, Abners, Abi-Abner22בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth23נֵר֙H5369NerNer24שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward25צְבָ֣אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)26יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael27וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)28עֲמָשָׂ֥אH6021AmasaAmasa29בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth30יֶ֖תֶרH3500Jether, JethroJether, Jethro. Compare H3503 (יִתְרוֹ)31שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward32צְבָ֥אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)33יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
33Alzo zal hun bloed wederkeren op het hoofd van Joab, en op het hoofd van zijn zaad in eeuwigheid; maar David, en zijn zaad, en zijn huis, en zijn troon zal vrede hebben van den HEERE tot in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Alzo zal hun bloedH1818wederkerenH7725 op het hoofdH7218 van JoabH3097, en op het hoofdH7218 van zijn zaadH2233 in eeuwigheidH5769; maar DavidH1732, en zijn zaadH2233, en zijn huisH1004, en zijn troonH3678 zal vredeH7965 hebben van den HEEREH3068totH5704 in eeuwigheidH5769.Alzo zal hun bloed wederkeren op het hoofd van Joab, en op het hoofd van zijn zaad in eeuwigheid; maar David, en zijn zaad, en zijn huis, en zijn troon zal vrede hebben van den HEERE tot in eeuwigheid.
KJVTheir blood2shall therefore return1upon the head3of Joab,4and upon the head5of his seed6for ever:7but upon David,8and upon his seed,9and upon his house,10and upon his throne,11shall there be peace13for14ever15from the LORD.17
1וְשָׁ֤בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2דְמֵיהֶם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent3בְּרֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4יוֹאָ֔בH3097Joab, JoabsJoab5וּבְרֹ֥אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top6זַרְע֖וֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time7לְעֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)8וּלְדָוִ֡דH1732David, DavidsDavid9וּ֠לְזַרְעוֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time10וּלְבֵית֨וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11וּלְכִסְא֜וֹH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne12יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13שָׁל֛וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly14עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)16מֵעִ֥םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)17יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
34En Benaja, de zoon van Jojada, ging op, en viel op hem aan, en doodde hem; en hij werd begraven in zijn huis, in de woestijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En BenajaH1141, de zoonH1121 van JojadaH3077, ging op, en vielH6293 op hem aan, en dooddeH4191 hem; en hij werd begravenH6912 in zijn huisH1004, in de woestijnH4057.En Benaja, de zoon van Jojada, ging op, en viel op hem aan, en doodde hem; en hij werd begraven in zijn huis, in de woestijn.
KJVSo Benaiah2the son3of Jehoiada4went up,1and fell5upon him, and slew7him: and he was buried8in his own house9in the wilderness.10
1וַיַּ֗עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2בְּנָיָ֨הוּ֙H1141BenajaBenaiah3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יְה֣וֹיָדָ֔עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)5וַיִּפְגַּעH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run6בּ֖וֹ7וַיְמִתֵ֑הוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8וַיִּקָּבֵ֥רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)9בְּבֵית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10בַּמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
35En de koning zette Benaja, den zoon van Jojada, in zijn plaats over het heir; en Zadok, den priester, zette de koning in de plaats van Abjathar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En de koningH4428zetteH5414BenajaH1141, den zoonH1121 van JojadaH3077, in zijn plaatsH8478overH5921 het heirH6635; en ZadokH6659, den priesterH3548, zetteH5414 de koningH4428 in de plaatsH8478 van AbjatharH54.En de koning zette Benaja, den zoon van Jojada, in zijn plaats over het heir; en Zadok, den priester, zette de koning in de plaats van Abjathar.
KJVAnd the king2put1Benaiah4the son5of Jehoiada6in his room over the host:9and Zadok11the priest12did the king14put13in the room of Abiathar.16
1וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּנָיָ֧הוּH1141BenajaBenaiah5בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יְהוֹיָדָ֛עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)7תַּחְתָּ֖יוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַצָּבָ֑אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11צָד֤וֹקH6659Zadok, ZadoksZadok12הַכֹּהֵן֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer13נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15תַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with16אֶבְיָתָֽרH54Abjathar, AbjatharsAbiathar
36Daarna zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon aldaar; en ga van daar niet uit herwaarts of derwaarts.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Daarna zondH7971 de koningH4428, en riepH7121SimeiH8096, en zeideH559 tot hem: BouwH1129 u een huisH1004 in JeruzalemH3389, en woonH3427aldaarH8033; en ga van daar nietH3808 uit herwaarts of derwaarts.Daarna zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon aldaar; en ga van daar niet uit herwaarts of derwaarts.
KJVAnd the king2sent1and called3for Shimei,4and said5unto him, Build7thee an house9in Jerusalem,10and dwell11there, and go not forth14thence any whither.16
1וַיִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal3וַיִּקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4לְשִׁמְעִ֔יH8096SimeiShimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi5וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6ל֗וֹ7בְּֽנֵהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely8לְךָ֥9בַ֨יִת֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10בִּיר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11וְיָשַׁבְתָּ֖H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תֵצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15מִשָּׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither16אָ֥נֶהH575Hoe, waarhenen, lang[phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)17וָאָֽנָהH575Hoe, waarhenen, lang[phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)
37Want het zal geschieden ten dage van uw uitgaan, als gij over de beek Kidron zult gaan, weet voorzeker, dat gij den dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Want het zal geschiedenH1961 ten dageH3117 van uw uitgaanH3318, als gij over de beekH5158KidronH6939 zult gaan, weet voorzekerH3045, datH3588 gij den doodH4191stervenH4191 zult; uw bloedH1818 zal op uw hoofdH7218 zijn.Want het zal geschieden ten dage van uw uitgaan, als gij over de beek Kidron zult gaan, weet voorzeker, dat gij den dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn.
KJVFor it shall be, that on the day2thou goest out,3and passest over4the brook6Kidron,7thou shalt know8for certain9that thou shalt surely11die:12thy blood13shall be upon thine own head.15
1וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3צֵאתְךָ֗H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4וְעָֽבַרְתָּ֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6נַ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley7קִדְר֔וֹןH6939KidronKidron8יָדֹ֥עַH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9תֵּדַ֖עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11מ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12תָּמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13דָּמְךָ֖H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent14יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15בְרֹאשֶֽׁךָH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
38En Simei zeide tot den koning: Dat woord is goed; gelijk als mijn heer de koning gesproken heeft, alzo zal uw knecht doen. En Simei woonde te Jeruzalem vele dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38En SimeiH8096zeideH559 tot den koningH4428: DatH834woordH1697 is goedH2896; gelijk als mijn heerH113 de koningH4428gesprokenH1696 heeft, alzoH3651 zal uw knechtH5650doenH6213. En SimeiH8096woondeH3427 te JeruzalemH3389veleH7227dagenH3117.En Simei zeide tot den koning: Dat woord is goed; gelijk als mijn heer de koning gesproken heeft, alzo zal uw knecht doen. En Simei woonde te Jeruzalem vele dagen.
KJVAnd Shimei2said1unto the king,3The saying5is good:4as my lord8the king9hath said,7so will thy servant12do.11And Shimei14dwelt13in Jerusalem15many17days.16
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2שִׁמְעִ֤יH8096SimeiShimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi3לַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal4ט֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)5הַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7דִּבֶּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8אֲדֹנִ֣יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'9הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11יַעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12עַבְדֶּ֑ךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant13וַיֵּ֧שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14שִׁמְעִ֛יH8096SimeiShimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi15בִּירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem16יָמִ֥יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17רַבִּֽיםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
39Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simei wegliepen tot Achis, den zoon van Maacha, den koning van Gath; en men gaf het Simei te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Doch het geschieddeH1961 met het eindeH7093 van drieH7969jarenH8141, dat tweeH8147knechtenH5650 van SimeiH8096wegliepenH1272totH413AchisH397, den zoonH1121 van MaachaH4601, den koningH4428 van GathH1661; en men gaf het SimeiH8096 te kennenH5046, zeggendeH559: ZieH2009, uw knechtenH5650 zijn in GathH1661.Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simei wegliepen tot Achis, den zoon van Maacha, den koning van Gath; en men gaf het Simei te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath.
KJVAnd it came to pass at the end2of three3years,4that two6of the servants7of Shimei8ran away5unto Achish10son11of Maachah12king13of Gath.14And they told15Shimei,16saying,17Behold, thy servants19be in Gath.20
40Toen maakte zich Simei op, en zadelde zijn ezel, en toog heen naar Gath tot Achis, om zijn knechten te zoeken; zo toog Simei heen, en bracht zijn knechten van Gath.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Toen maakte zich SimeiH8096 op, en zadeldeH2280 zijn ezelH2543, en toogH3212 heen naar GathH1661totH413AchisH397, om zijn knechtenH5650 te zoekenH1245; zo toogH3212SimeiH8096 heen, en brachtH935 zijn knechtenH5650 van GathH1661.Toen maakte zich Simei op, en zadelde zijn ezel, en toog heen naar Gath tot Achis, om zijn knechten te zoeken; zo toog Simei heen, en bracht zijn knechten van Gath.
41En het werd Salomo aangezegd, dat Simei uit Jeruzalem naar Gath getogen, en wedergekomen was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En het werd SalomoH8010aangezegdH5046, datH3588SimeiH8096 uit JeruzalemH3389 naar GathH1661getogenH1980, en wedergekomenH7725 was.En het werd Salomo aangezegd, dat Simei uit Jeruzalem naar Gath getogen, en wedergekomen was.
KJVAnd it was told1Solomon2that Shimei5had gone4from Jerusalem6to Gath,7and was come again.8
1וַיֻּגַּ֖דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לִשְׁלֹמֹ֑הH8010SalomoSolomon3כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4הָלַ֨ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl5שִׁמְעִ֧יH8096SimeiShimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi6מִירוּשָׁלִַ֛םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7גַּ֖תH1661GathGath8וַיָּשֹֽׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
42Toen zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Heb ik u niet beedigd bij den HEERE, en tegen u betuigd, zeggende: Ten dage van uw uitgaan, als gij zult herwaarts of derwaarts gaan, weet voorzeker, dat gij den dood zult sterven? En gij zeidet tot mij: Dat woord is goed, dat ik gehoord heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Toen zondH7971 de koningH4428, en riepH7121SimeiH8096, en zeideH559totH413 hem: Heb ik u nietH3808beedigdH7650 bij den HEEREH3068, en tegen u betuigdH5749, zeggendeH559: Ten dageH3117 van uw uitgaanH3318, als gij zult herwaarts of derwaarts gaanH1980, weet voorzekerH3045, datH3588 gij den doodH4191 zult stervenH4191? En gij zeidetH559totH413 mij: Dat woordH1697 is goedH2896, dat ik gehoordH8085 heb.Toen zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Heb ik u niet beedigd bij den HEERE, en tegen u betuigd, zeggende: Ten dage van uw uitgaan, als gij zult herwaarts of derwaarts gaan, weet voorzeker, dat gij den dood zult sterven? En gij zeidet tot mij: Dat woord is goed, dat ik gehoord heb.
KJVAnd the king2sent1and called3for Shimei,4and said5unto him, Did I not make thee to swear8by the LORD,9and protested10unto thee, saying,12Know18for a certain,19on the day13thou goest out,14and walkest15abroad any whither,16that thou shalt surely21die?22and thou saidst23unto me, The word26that I have heard27is good.25
1וַיִּשְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3וַיִּקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4לְשִׁמְעִ֗יH8096SimeiShimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi5וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הֲל֧וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הִשְׁבַּעְתִּ֣יךָH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear9בַֽיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וָאָעִ֤דH5749betuigd, betuigen, getuigenadmonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness11בְּךָ֙12לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14צֵאתְךָ֗H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15וְהָֽלַכְתָּ֙H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl16אָ֣נֶהH575Hoe, waarhenen, lang[phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)17וָאָ֔נָהH575Hoe, waarhenen, lang[phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)18יָדֹ֥עַH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot19תֵּדַ֖עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot20כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21מ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise22תָּמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise23וַתֹּ֧אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet24אֵלַ֛יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)25ט֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)26הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work27שָׁמָֽעְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
43Waarom dan hebt gij den eed des HEEREN niet gehouden, en het gebod, dat ik over u geboden had?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Waarom dan hebt gij den eedH7621 des HEERENH3068nietH3808 gehouden, en het gebodH4687, datH834 ik overH5921 u gebodenH6680 had?Waarom dan hebt gij den eed des HEEREN niet gehouden, en het gebod, dat ik over u geboden had?
KJVWhy then hast thou not kept3the oath5of the LORD,6and the commandment8that I have charged10thee with?
1וּמַדּ֕וּעַH4069waarom?how, wherefore, why2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3שָׁמַ֔רְתָּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)4אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שְׁבֻעַ֣תH7621eed, eeds, edencurse, oath, [idiom] sworn6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַמִּצְוָ֖הH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10צִוִּ֥יתִיH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order11עָלֶֽיךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
44Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44Verder zeideH559 de koningH4428totH413SimeiH8096: GijH859weetH3045alH3605 de boosheidH7451, dieH834 uw hartH3824weetH3045, dieH834 gij aan mijn vaderH1DavidH1732gedaanH6213 hebt; daarom heeft de HEEREH3068 uw boosheidH7451 op uw hoofdH7218 doen wederkerenH7725.Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren.
KJVThe king2said1moreover to Shimei,4Thou knowest6all the wickedness9which thine heart12is privy to,11that thou didst14to David15my father:16therefore the LORD18shall return17thy wickedness20upon thine own head;21
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שִׁמְעִ֗יH8096SimeiShimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi5אַתָּ֤הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6יָדַ֨עְתָּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הָרָעָ֗הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11יָדַע֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12לְבָ֣בְךָ֔H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14עָשִׂ֖יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15לְדָוִ֣דH1732David, DavidsDavid16אָבִ֑יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17וְהֵשִׁ֧יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw18יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20רָעָתְךָ֖H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)21בְּרֹאשֶֽׁךָH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
45Maar de koning Salomo is gezegend; en de troon van David zal bevestigd zijn voor het aangezicht des HEEREN tot in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45Maar de koningH4428SalomoH8010 is gezegendH1288; en de troonH3678 van DavidH1732 zal bevestigdH3559 zijn voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068totH5704 in eeuwigheidH5769.Maar de koning Salomo is gezegend; en de troon van David zal bevestigd zijn voor het aangezicht des HEEREN tot in eeuwigheid.
KJVAnd king1Solomon2shall be blessed,3and the throne4of David5shall be established7before8the LORD9for10ever.11
1וְהַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal2שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon3בָּר֑וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank4וְכִסֵּ֣אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne5דָוִ֗דH1732David, DavidsDavid6יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7נָכ֛וֹןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed8לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
46En de koning gebood Benaja, den zoon van Jojada; die ging uit, en viel op hem aan, dat hij stierf. Alzo is het koninkrijk bevestigd in de hand van Salomo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46En de koningH4428geboodH6680BenajaH1141, den zoonH1121 van JojadaH3077; die ging uit, en vielH6293 op hem aan, dat hij stierfH4191. Alzo is het koninkrijkH4467bevestigdH3559 in de handH3027 van SalomoH8010.En de koning gebood Benaja, den zoon van Jojada; die ging uit, en viel op hem aan, dat hij stierf. Alzo is het koninkrijk bevestigd in de hand van Salomo.
KJVSo the king2commanded1Benaiah4the son5of Jehoiada;6which went out,7and fell8upon him, that he died.10And the kingdom11was established12in the hand13of Solomon.14
1וַיְצַ֣וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּנָיָ֨הוּ֙H1141BenajaBenaiah5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יְה֣וֹיָדָ֔עH3077Jojada, JehojadaJehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע)7וַיֵּצֵ֕אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8וַיִּפְגַּעH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run9בּ֖וֹ10וַיָּמֹ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11וְהַמַּמְלָכָ֥הH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal12נָכ֖וֹנָהH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed13בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14שְׁלֹמֹֽהH8010SalomoSolomon
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 2:1— Als nu de dagen van David nabij waren, dat hij sterven zou, zo gebood hij zijn zoon Salomo, zeggende:Genesis 47:29→Deuteronomium 31:14→2 Timotheüs 4:1→1 Timotheüs 6:13→Deuteronomium 3:28→2 Petrus 1:13→Deuteronomium 31:23→Handelingen 20:28→
1 Koningen 2:2— Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man.Jozua 23:14→Jozua 1:6→Job 30:23→1 Timotheüs 4:12→1 Koningen 3:7→Job 16:22→1 Korinthe 16:13→Prediker 12:13→
1 Koningen 2:3— En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes; opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult, en al waarheen gij u wenden zult;Deuteronomium 29:9→Deuteronomium 17:18→1 Kronieken 22:12→1 Samuël 18:14→Psalmen 119:98→Deuteronomium 6:1→2 Koningen 18:7→Psalmen 119:138→
1 Koningen 2:4— Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun ganse hart en met hun ganse ziel te wandelen, zo zal geen man, zeide Hij, u afgesneden worden van den troon Israels.2 Samuël 7:25→1 Koningen 8:25→2 Koningen 20:3→1 Koningen 3:3→1 Kronieken 22:9→Deuteronomium 7:12→Genesis 17:1→1 Koningen 8:23→
1 Koningen 2:5— Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, mij gedaan heeft, en wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israel, Abner, den zoon van Ner, en Amasa, den zoon van Jether, dien hij gedood heeft, en heeft krijgsbloed vergoten in vrede; en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, die aan zijn voeten waren.2 Samuël 20:10→2 Samuël 3:27→2 Samuël 18:12→2 Samuël 18:5→2 Samuël 18:14→2 Samuël 3:39→1 Koningen 1:18→Jeremia 2:34→
1 Koningen 2:6— Doe dan naar uw wijsheid, dat gij zijn grauwe haar niet met vrede in het graf laat dalen.1 Koningen 2:9→Jesaja 48:22→Jesaja 57:2→Jesaja 65:20→Prediker 8:11→Genesis 42:38→Jesaja 57:21→Spreuken 20:26→
1 Koningen 2:7— Maar aan de zonen van Barzillai, den Gileadiet, zult gij weldadigheid bewijzen, en zij zullen zijn onder degenen, die aan uw tafel eten; want alzo naderden zij tot mij, als ik vluchtte voor het aangezicht van uw broeder Absalom.2 Samuël 9:7→2 Samuël 9:10→2 Samuël 17:27→2 Samuël 15:13→2 Samuël 19:28→Lukas 12:37→2 Samuël 19:31→Openbaring 3:20→
1 Koningen 2:8— En zie, bij u is Simei, de zoon van Gera, de zoon van Jemini, uit Bahurim, die mij vloekte met een geweldigen vloek, ten dage als ik ging naar Mahanaim; doch hij kwam af mij tegemoet aan de Jordaan, en ik zwoer hem bij den HEERE, zeggende: Zo ik hem met het zwaard dode!2 Samuël 16:5→2 Samuël 19:16→Jeremia 4:2→1 Koningen 2:36→
1 Koningen 2:9— Maar nu, houd hem niet onschuldig, dewijl gij een wijs man zijt; en gij zult weten, wat gij hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar met bloed in het graf doet dalen.1 Koningen 2:6→Genesis 42:38→Genesis 44:31→1 Koningen 3:28→Numeri 32:23→1 Koningen 3:12→Job 9:28→Exodus 22:28→
1 Koningen 2:10— En David ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids.1 Koningen 3:1→2 Samuël 5:7→Handelingen 13:36→1 Koningen 1:21→Handelingen 2:29→1 Kronieken 29:28→1 Kronieken 11:7→1 Koningen 11:43→
1 Koningen 2:11— De dagen nu, die David geregeerd heeft over Israel, zijn veertig jaren; zeven jaren heeft hij geregeerd in Hebron, en in Jeruzalem heeft hij drie en dertig jaren geregeerd.1 Kronieken 29:26→2 Samuël 5:4→
1 Koningen 2:12— En Salomo zat op den troon van zijn vader David; en zijn koninkrijk werd zeer bevestigd.2 Kronieken 1:1→Psalmen 72:8→1 Koningen 1:46→1 Kronieken 29:23→Psalmen 89:36→Psalmen 132:12→2 Samuël 7:29→2 Samuël 7:12→
1 Koningen 2:13— Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede.Lukas 10:5→1 Samuël 16:4→1 Koningen 1:5→1 Kronieken 12:17→1 Koningen 1:50→2 Koningen 9:18→
1 Koningen 2:14— Daarna zeide hij: Ik heb een woord aan u. En zij zeide: Spreek.2 Samuël 14:12→Lukas 7:40→
1 Koningen 2:15— Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden.1 Kronieken 28:5→1 Koningen 1:25→1 Koningen 1:5→1 Kronieken 22:9→2 Samuël 16:18→2 Samuël 15:13→2 Samuël 7:12→2 Samuël 12:24→
1 Koningen 2:16— En nu begeer ik van u een enige begeerte; wijs mijn aangezicht niet af. En zij zeide tot hem: Spreek.Spreuken 30:7→Psalmen 132:10→
1 Koningen 2:17— En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve.1 Koningen 1:2→2 Samuël 3:7→2 Samuël 12:8→
1 Koningen 2:18— En Bathseba zeide: Het is goed, ik zal den koning voor u aanspreken.Spreuken 14:15→
1 Koningen 2:19— Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.Psalmen 45:9→1 Koningen 15:13→Leviticus 19:32→Leviticus 19:3→Psalmen 110:1→Exodus 20:12→Mattheüs 25:33→
1 Koningen 2:20— Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.Johannes 15:16→Lukas 11:9→Johannes 2:3→Mattheüs 7:7→Mattheüs 20:20→Johannes 14:13→Mattheüs 10:35→Mattheüs 11:24→
1 Koningen 2:21— En zij zeide: Laat Abisag, de Sunamietische, aan Adonia, uw broeder, ter vrouwe gegeven worden.2 Samuël 16:21→1 Koningen 1:3→
1 Koningen 2:22— Toen antwoordde de koning Salomo, en zeide tot zijn moeder: En waarom begeert gij Abisag, de Sunamietische, voor Adonia? Begeer ook voor hem het koninkrijk (want hij is mijn broeder, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor Abjathar, den priester, en voor Joab, den zoon van Zeruja.1 Kronieken 3:2→1 Koningen 1:5→1 Koningen 1:24→2 Samuël 12:8→1 Koningen 1:11→Mattheüs 20:22→Markus 10:38→1 Kronieken 3:5→
1 Koningen 2:23— En de koning Salomo zwoer bij den HEERE, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben!Ruth 1:17→Lukas 19:22→Psalmen 64:8→Prediker 10:12→2 Samuël 3:35→2 Samuël 19:13→1 Samuël 14:44→2 Koningen 6:31→
1 Koningen 2:24— En nu, zo waarachtig als de HEERE leeft, Die mij bevestigd heeft, en mij heeft doen zitten op den troon van mijn vader David, en Die mij een huis gemaakt heeft, gelijk als Hij gesproken had; voorzeker, Adonia zal heden gedood worden!1 Kronieken 22:10→1 Koningen 1:29→2 Samuël 7:11→1 Koningen 1:52→Exodus 1:21→1 Koningen 10:9→1 Kronieken 17:17→1 Kronieken 17:10→
1 Koningen 2:25— En de koning Salomo zond door de hand van Benaja, den zoon van Jojada; die viel op hem aan, dat hij stierf.2 Samuël 8:18→1 Koningen 2:34→2 Samuël 4:12→1 Koningen 2:46→1 Koningen 2:31→1 Samuël 15:33→2 Samuël 1:15→Richteren 8:20→
1 Koningen 2:26— En tot Abjathar, den priester, zeide de koning: Ga naar Anathoth, op uw akkers; want gij zijt een man des doods; maar dezen dag zal ik u niet doden, omdat gij de ark des Heeren HEEREN voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt, en omdat gij verdrukt zijt geweest, in alles, waarin mijn vader verdrukt was.Jozua 21:18→1 Samuël 22:20→Mattheüs 10:42→2 Samuël 15:24→Jeremia 1:1→1 Samuël 26:16→1 Koningen 1:7→Galaten 3:4→
1 Koningen 2:27— Salomo dan verdreef Abjathar, dat hij des HEEREN priester niet ware, om te vervullen het woord des HEEREN, hetwelk Hij over het huis van Eli te Silo gesproken had.1 Samuël 2:27→1 Samuël 3:12→Johannes 19:36→Mattheüs 26:56→Johannes 12:38→Johannes 19:28→Jeremia 7:12→Jozua 18:1→
1 Koningen 2:28— Als het gerucht tot Joab kwam (want Joab had zich gewend achter Adonia, hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), zo vluchtte Joab tot de tent des HEEREN, en vatte de hoornen des altaars.1 Koningen 1:50→1 Koningen 1:7→2 Samuël 18:2→2 Samuël 17:25→2 Samuël 18:14→Deuteronomium 32:35→Exodus 27:2→
1 Koningen 2:29— En het werd den koning Salomo aangezegd, dat Joab tot de tent des HEEREN gevloden was, en zie, hij is bij het altaar. Toen zond Salomo Benaja, den zoon van Jojada, zeggende: Ga heen, val op hem aan.1 Koningen 2:25→Exodus 21:14→1 Koningen 2:31→1 Koningen 2:46→Ezechiël 9:6→1 Petrus 4:17→
1 Koningen 2:31— En de koning zeide tot hem: Doe gelijk als hij gesproken heeft, en val op hem aan, en begraaf hem, opdat gij wegdoet, van mij en van mijns vaders huis, dat bloed, dat Joab zonder oorzaak vergoten heeft.Deuteronomium 21:8→Numeri 35:33→Exodus 21:14→2 Samuël 3:28→Spreuken 28:17→Deuteronomium 19:12→Genesis 9:5→Handelingen 28:4→
1 Koningen 2:32— Zo zal de HEERE zijn bloed op zijn hoofd doen wederkeren, omdat hij op twee mannen, rechtvaardiger en beter dan hij, aangevallen is, en die met het zwaard gedood heeft, daar het mijn vader David niet wist, Abner, den zoon van Ner, den krijgsoverste van Israel, en Amasa, den zoon van Jether, den krijgsoverste van Juda.2 Kronieken 21:13→Richteren 9:24→Richteren 9:57→Psalmen 7:16→1 Koningen 2:5→2 Samuël 3:37→2 Samuël 17:25→2 Samuël 4:11→
1 Koningen 2:33— Alzo zal hun bloed wederkeren op het hoofd van Joab, en op het hoofd van zijn zaad in eeuwigheid; maar David, en zijn zaad, en zijn huis, en zijn troon zal vrede hebben van den HEERE tot in eeuwigheid.1 Koningen 2:32→Jesaja 9:6→Lukas 2:14→Spreuken 25:5→Jesaja 11:1→Lukas 1:31→2 Samuël 3:28→Psalmen 89:29→
1 Koningen 2:34— En Benaja, de zoon van Jojada, ging op, en viel op hem aan, en doodde hem; en hij werd begraven in zijn huis, in de woestijn.1 Koningen 2:25→Jozua 15:61→Mattheüs 3:1→1 Koningen 2:31→1 Koningen 2:46→2 Koningen 21:18→2 Kronieken 33:20→
1 Koningen 2:35— En de koning zette Benaja, den zoon van Jojada, in zijn plaats over het heir; en Zadok, den priester, zette de koning in de plaats van Abjathar.1 Koningen 2:27→1 Koningen 4:4→1 Kronieken 29:22→1 Kronieken 24:3→1 Kronieken 6:4→Psalmen 109:8→Numeri 25:11→1 Samuël 2:35→
1 Koningen 2:36— Daarna zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon aldaar; en ga van daar niet uit herwaarts of derwaarts.1 Koningen 2:8→Spreuken 20:8→2 Samuël 14:24→1 Koningen 1:53→2 Samuël 14:28→2 Samuël 16:5→Spreuken 20:26→
1 Koningen 2:37— Want het zal geschieden ten dage van uw uitgaan, als gij over de beek Kidron zult gaan, weet voorzeker, dat gij den dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn.2 Samuël 15:23→2 Samuël 1:16→Jozua 2:19→2 Koningen 23:6→Ezechiël 18:13→Leviticus 20:9→Johannes 18:1→1 Koningen 2:31→
1 Koningen 2:38— En Simei zeide tot den koning: Dat woord is goed; gelijk als mijn heer de koning gesproken heeft, alzo zal uw knecht doen. En Simei woonde te Jeruzalem vele dagen.2 Koningen 20:19→1 Koningen 20:4→
1 Koningen 2:39— Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simei wegliepen tot Achis, den zoon van Maacha, den koning van Gath; en men gaf het Simei te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath.1 Samuël 21:10→1 Samuël 27:2→
1 Koningen 2:40— Toen maakte zich Simei op, en zadelde zijn ezel, en toog heen naar Gath tot Achis, om zijn knechten te zoeken; zo toog Simei heen, en bracht zijn knechten van Gath.Lukas 12:15→1 Timotheüs 6:10→Spreuken 15:27→
1 Koningen 2:42— Toen zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Heb ik u niet beedigd bij den HEERE, en tegen u betuigd, zeggende: Ten dage van uw uitgaan, als gij zult herwaarts of derwaarts gaan, weet voorzeker, dat gij den dood zult sterven? En gij zeidet tot mij: Dat woord is goed, dat ik gehoord heb.Psalmen 15:4→Lukas 15:22→1 Koningen 2:36→Lukas 19:22→
1 Koningen 2:43— Waarom dan hebt gij den eed des HEEREN niet gehouden, en het gebod, dat ik over u geboden had?Romeinen 13:5→Ezechiël 17:18→Prediker 8:2→2 Samuël 21:2→2 Kronieken 30:12→
1 Koningen 2:44— Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren.2 Samuël 16:5→Ezechiël 17:19→1 Samuël 25:39→Psalmen 7:16→Spreuken 5:22→Hosea 4:9→1 Koningen 2:32→1 Johannes 3:20→
1 Koningen 2:45— Maar de koning Salomo is gezegend; en de troon van David zal bevestigd zijn voor het aangezicht des HEEREN tot in eeuwigheid.Spreuken 25:5→2 Samuël 7:13→Psalmen 72:17→Jesaja 9:6→1 Koningen 2:33→1 Koningen 2:24→Psalmen 21:6→
1 Koningen 2:46— En de koning gebood Benaja, den zoon van Jojada; die ging uit, en viel op hem aan, dat hij stierf. Alzo is het koninkrijk bevestigd in de hand van Salomo.1 Koningen 2:12→2 Kronieken 1:1→Spreuken 29:4→1 Koningen 2:45→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 2 vers 2— Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man.
Ik ga heen
Deze manier van spreken hebben wij ook Joz. 23:14, en betekent de scheiding des mensen uit deze wereld, door den lichamelijken dood, welken niemand kan ontgaan; Hebr. 9:27.
Hertaald:Ik ga heen
Deze manier van spreken vinden we ook in Joz. 23:14, en betekent het afscheid van de mens uit deze wereld door de lichamelijke dood, die niemand kan ontlopen; Hebr. 9:27.
wees een man
Hebreeuws, tot een man; dat is, hoewel gij nog jong zijt; 1 Kron. 22:5 sta nochtans naar de deugden van een man, meest gelegen in verstand, kloeken moed en gestadigheid.
Hertaald:wees een man
Hebreeuws: tot een man; dat is: hoewel u nog jong bent; 1 Kron. 22:5, streef toch naar de deugden van een man, die vooral bestaan uit verstand, kloeke moed en standvastigheid.
1 Koningen 2 vers 3— En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes; opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult, en al waarheen gij u wenden zult;
neem waar de wacht des HEEREN,
Deze manier van spreken wordt elders van den dienst des tabernakels gebruikt, gelijk Lev. 8:35; Num. 3:7, maar hier en elders van de burgerlijke plichten, die de prinsen en andere oversten moesten waarnemen, achtervolgens de orde hun van God voorgeschreven. Zie Joz. 22:3; 2 Kon. 11:5. Doch het woord wacht wordt ook overgezet bevel, betekenende in het gemeen al hetgeen de Heere ons voorgeschreven heeft te doen of te laten. Zie Gen. 26:5.
Hertaald:neem waar de wacht des HEEREN,
Deze manier van spreken wordt elders gebruikt voor de dienst van de tabernakel, zoals Lev. 8:35; Num. 3:7, maar hier en elders voor de burgerlijke plichten die de vorsten en andere leiders moesten uitvoeren, volgens de orde die God hun voorgeschreven had. Zie Joz. 22:3; 2 Kon. 11:5. Het woord wacht wordt ook vertaald als bevel, wat in het algemeen betekent alles wat de HEERE ons voorgeschreven heeft te doen of te laten. Zie Gen. 26:5.
inzettingen,
Deze eerste drie woorden worden zo onderscheiden, die het eerste genomen wordt voor de ceremoniëele wetten; het tweede voor de wetten der zeden; het derde voor de burgerlijke rechten. Zie Gen. 26:5; Deut. 5:31.
Hertaald:inzettingen,
Deze eerste drie woorden worden zo onderscheiden: het eerste wordt gebruikt voor de ceremoniële wetten; het tweede voor de zedelijke wetten; het derde voor de burgerlijke rechten. Zie Gen. 26:5; Deut. 5:31.
getuigenissen,
Versta, de leer der zaligheid, die van Gods wil tegen ons en van onzen schuldigen plicht tegen hem volkomenlijk betuigen. Zie Deut. 4:45.
Hertaald:getuigenissen,
Versta: de leer van de zaligheid, die volledig getuigt van Gods wil tegenover ons en van onze schuldige plicht tegenover Hem. Zie Deut. 4:45.
verstandelijk
Of, voorspoedig maakt alles, enz. Zie deze manier van spreken, Deut. 29:9.
Hertaald:verstandelijk
Of: voorspoedig maakt alles, enzovoort. Zie deze manier van spreken, Deut. 29:9.
1 Koningen 2 vers 4— Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun ganse hart en met hun ganse ziel te wandelen, zo zal geen man, zeide Hij, u afgesneden worden van den troon Israels.
weg bewaren,
Dat is, zich in genegenheden, voornemen, woorden en werken naar mijn wil schikken; alzo onder, 1 Kon. 8:25; 2 Kon. 20:3; 2 Kron. 6:16. Dit noemt Mozes zijn ziel bewaren, Deut. 4:15.
Hertaald:weg bewaren,
Dat is: zich in genegenheden, voornemens, woorden en werken naar mijn wil richten; zo ook hieronder, 1 Kon. 8:25; 2 Kon. 20:3; 2 Kron. 6:16. Dit noemt Mozes zijn ziel bewaren, Deut. 4:15.
voor Mijn aangezicht
Dat is, oprechtelijk als in de tegenwoordigheid Gods [die het hart kent], naar alle geboden te leven. Zie 2 Kon. 20:2, en 2 Kron. 6:16.
Hertaald:voor Mijn aangezicht
Dat is: oprecht, als in de aanwezigheid van God [Die het hart kent], naar alle geboden leven. Zie 2 Kon. 20:2, en 2 Kron. 6:16.
hun ganse hart
Dat is, God te gehoorzamen, oprechtelijk, en zonder geveinsdheid, niet naar sommige maar naar al zijn geboden; welke gehoorzaamheid Hij aanziet niet in haar natuur, maar naar zijn genade in Christus, in denwelken zij volmaakt is; Kol. 2:10.
Hertaald:hun ganse hart
Dat is: God gehoorzamen, oprecht en zonder huichelarij, niet naar sommige maar naar al Zijn geboden; welke gehoorzaamheid Hij niet beoordeelt naar haar eigen aard, maar naar Zijn genade in Christus, in Wie zij volmaakt is; Kol. 2:10.
u afgesneden worden
De zin is, dat niemand van zijn nakomelingen ontbreken zou om te regeren; te weten, totdat de Messias komen zou, wiens koninkrijk eeuwig zou zijn.
Hertaald:u afgesneden worden
De betekenis is dat geen van zijn nakomelingen zou ontbreken om te regeren; namelijk: totdat de Messias zou komen, Wiens koningschap eeuwig zou zijn.
1 Koningen 2 vers 5— Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, mij gedaan heeft, en wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israel, Abner, den zoon van Ner, en Amasa, den zoon van Jether, dien hij gedood heeft, en heeft krijgsbloed vergoten in vrede; en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, die aan zijn voeten waren.
mij gedaan heeft,
Te weten, altijd zeer trots tegen mij geweest zijnde, omdat hij den krijgslieden zeer aangenaam was. Zie 2 Sam. 3:39, en 2 Sam. 3:19.
Hertaald:mij gedaan heeft,
Namelijk: hij was altijd zeer arrogant tegen mij geweest, omdat hij bij de soldaten zeer geliefd was. Zie 2 Sam. 3:39, en 2 Sam. 3:19.
krijgsbloed
Hebreeuws, heeft bloeden des krijgs gezet; dat is, moorderijen aangericht. Nu heet krijgsbloed dat in den krijg vergoten wordt, maar Joab had bloed vergoten in tijd van vrede.
Hertaald:krijgsbloed
Hebreeuws: heeft bloed van de oorlog vergoten; dat is: moorden gepleegd. Nu heet oorlogsbloed dat in de oorlog vergoten wordt, maar Joab had bloed vergoten in tijd van vrede.
aan zijn gordel,
Te weten, stekende zijn bloedig zwaard in de schede nadat hij die twee mannen vermoord had.
Hertaald:aan zijn gordel,
Namelijk: door zijn bloedige zwaard in de schede te steken nadat hij die twee mannen vermoord had.
aan zijn schoenen,
Op welke van het bloed der doorstekenen gevallen is.
Hertaald:aan zijn schoenen,
Waarop bloed van hen die doorstoken waren gevallen was.
1 Koningen 2 vers 6— Doe dan naar uw wijsheid, dat gij zijn grauwe haar niet met vrede in het graf laat dalen.
naar uw wijsheid,
Te weten, naar welke gij wel gelegenheid vinden zult om hem te straffen, alzo hij een man is tot nieuwigheden en beroerten genegen.
Hertaald:naar uw wijsheid,
Namelijk: naar welke u wel gelegenheid zult vinden om hem te straffen, aangezien hij een man is die geneigd is tot vernieuwingen en onrust.
zijn grauwe haar
Hebreeuws, zijn grijzigheid, of grauwigheid; dat is, zijn grauwe ouderdom. De zin is, dat Salomo Joab niet zou laten sterven zijn natuurlijken dood, maar een geweldigen hem aandoen. Zie de verklaring onder, vs.8, en vergelijk Gen. 42:38, en Gen. 44:29, Gen. 44:31.
Hertaald:zijn grauwe haar
Hebreeuws: zijn grijsheid, of grauwheid; dat is: zijn hoge ouderdom. De betekenis is dat Salomo Joab niet zijn natuurlijke dood zou laten sterven, maar hem een gewelddadige dood zou aandoen. Zie de verklaring hieronder, vers 8, en vergelijk Gen. 42:38, en Gen. 44:29, Gen. 44:31.
1 Koningen 2 vers 7— Maar aan de zonen van Barzillai, den Gileadiet, zult gij weldadigheid bewijzen, en zij zullen zijn onder degenen, die aan uw tafel eten; want alzo naderden zij tot mij, als ik vluchtte voor het aangezicht van uw broeder Absalom.
onder degenen,
Hebreeuws, onder uw tafeleters; dat is, die van de spijs uwer tafel eten.
Hertaald:onder degenen,
Hebreeuws: onder hen die aan uw tafel eten; dat is: die van het voedsel van uw tafel eten.
naderden
Te weten, mij toebrengende en voorstellende allerlei leeftocht, dien ik in een dorre en woeste plaats wel van doen had. Zie 2 Sam. 17:27-29.
Hertaald:naderden
Namelijk: door mij allerlei levensmiddelen te brengen en aan te bieden, die ik in een dorre en woeste plaats hard nodig had. Zie 2 Sam. 17:27-29.
1 Koningen 2 vers 8— En zie, bij u is Simei, de zoon van Gera, de zoon van Jemini, uit Bahurim, die mij vloekte met een geweldigen vloek, ten dage als ik ging naar Mahanaim; doch hij kwam af mij tegemoet aan de Jordaan, en ik zwoer hem bij den HEERE, zeggende: Zo ik hem met het zwaard dode!
de Ben aminiet
Anders, een Benjaminiet. Zie Richt. 19:16, en 2 Sam. 16:11.
Hertaald:de Ben aminiet
Anders: een Benjaminiet. Zie Richt. 19:16, en 2 Sam. 16:11.
Mahanáïm;
Een stad gelegen over de Jordaan in het land Gilead, in den stam van Gad bij de beek Jabbok. Van den oorsprong harer benaming, zie Gen. 32:2.
Hertaald:Mahanáïm;
Een stad, gelegen aan de overkant van de Jordaan, in het land Gilead, in de stam Gad, bij de beek Jabbok. Zie over de oorsprong van deze naam Gen. 32:2.
zwoer hem bij den HEERE,
Zie 2 Sam. 19:23.
Hertaald:zwoer hem bij den HEERE,
Zie 2 Sam. 19:23.
Zo ik hem met het zwaard dode
Hebreeuws, zo ik u met het zwaard dode, [God straffe mij] of [doe mij dit of dat]. Want de Hebreën plegen in het zweren de straf te verzwijgen. Zie Gen. 14:23.
Hertaald:Zo ik hem met het zwaard dode
Hebreeuws: als ik u met het zwaard dood, [moge God mij straffen] of [moge Hij mij dit of dat aandoen]. Want de Hebreeën plegen bij het zweren de straf te verzwijgen. Zie Gen. 14:23.
1 Koningen 2 vers 9— Maar nu, houd hem niet onschuldig, dewijl gij een wijs man zijt; en gij zult weten, wat gij hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar met bloed in het graf doet dalen.
niet onschuldig,
Dat is, laat hem niet ongestraft blijven. Alzo Ex. 20:7, en Ex. 34:7, en Job 9:28.
Hertaald:niet onschuldig,
Dat is: laat hem niet ongestraft blijven. Zo ook Ex. 20:7, en Ex. 34:7, en Job 9:28.
wat gij hem doen zult,
Namelijk, naar de wijsheid, die u de Heere gegeven heeft, latende aan deze bevolen zijn de manier hoe gij hem ter dood brengen zult. Vergelijk boven, vs.6.
Hertaald:wat gij hem doen zult,
Namelijk: naar de wijsheid die de HEERE u gegeven heeft, waarbij de manier waarop u hem ter dood zult brengen aan u wordt overgelaten. Vergelijk hierboven, vers 6.
1 Koningen 2 vers 10— En David ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids.
ontsliep met zijn vaderen,
Zie boven, 1 Kon. 1:21, en Deut. 31:16.
Hertaald:ontsliep met zijn vaderen,
Zie hierboven, 1 Kon. 1:21, en Deut. 31:16.
stad Davids
Versta, den burg, waar David zijn huis had. Alzo onder, 1 Kon. 3:1. Zie 2 Sam. 5:7; 1 Kron. 11:5; 2 Kron. 5:2.
Hertaald:stad Davids
Versta: de burcht waar David zijn huis had. Zo ook hieronder, 1 Kon. 3:1. Zie 2 Sam. 5:7; 1 Kron. 11:5; 2 Kron. 5:2.
1 Koningen 2 vers 11— De dagen nu, die David geregeerd heeft over Israel, zijn veertig jaren; zeven jaren heeft hij geregeerd in Hebron, en in Jeruzalem heeft hij drie en dertig jaren geregeerd.
dagen nu,
Dat is, de tijd.
Hertaald:dagen nu,
Dat is: de tijd.
Hebron,
De naam ener stad, van welke zie Gen. 23:2.
Hertaald:Hebron,
De naam van een stad, waarover zie Gen. 23:2.
1 Koningen 2 vers 13— Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede.
Is uw komst vrede?
Hebreeuws, is uw komen vrede? Alzo 1 Sam. 16:4. Zij spreekt uit vrees dat hij moeite maken zou, omdat hij naar het koninkrijk gestaan had. Het is zoveel alsof zij zeide: Dient uw komst tot welstand van het koninkrijk en van het gemenebest? Wat vrede bij de Hebreën betekent, zie Gen. 37:14.
Hertaald:Is uw komst vrede?
Hebreeuws: is uw komen vrede? Zo ook 1 Sam. 16:4. Zij spreekt uit vrees dat hij problemen zou veroorzaken, omdat hij naar het koningschap gestreefd had. Het is zoveel als: dient uw komst tot welzijn van het koningschap en het gemenebest? Zie voor de betekenis van vrede bij de Hebreeën Gen. 37:14.
1 Koningen 2 vers 15— Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden.
mijn was,
Te weten, omdat ik de oudste van mijns vaders zonen ben. Zie boven, 1 Kon. 1:5.
Hertaald:mijn was,
Namelijk: omdat ik de oudste van de zonen van mijn vader ben. Zie hierboven, 1 Kon. 1:5.
zijn aangezicht
Dat is, had zijn ogen op mij geworpen, hopende dat het koninkrijk mijne zou worden, en mij hetzelve gunnende. Vergelijk Jer. 42:15 met de aantekening.
Hertaald:zijn aangezicht
Dat is: had zijn ogen op mij gericht, in de hoop dat het koningschap het mijne zou worden, en hij gunde het mij. Vergelijk Jer. 42:15 met de aantekening.
want het is van den HEERE hem geworden
Hij gelaat zich dat hij zijn broeder Salomo het koninkrijk gunde, misbruikende tot dit einde den naam des Heeren, en zeer listiglijk verbergende zijn voornemen, hetwelk was door middel van de Sunamietische een aanhang te maken, en alzo het koninkrijk tot zich te trekken, hetwelk de koning Salomo terstond wel gemerkt heeft, gelijk blijkt uit vs.22.
Hertaald:want het is van den HEERE hem geworden
Hij doet alsof hij zijn broer Salomo het koningschap gunt, waarbij hij de Naam van de HEERE misbruikt voor dit doel, en zeer sluw zijn werkelijke voornemen verbergt, namelijk om via de Sunamitische een aanhang te verwerven en zo het koningschap naar zich toe te trekken, wat koning Salomo meteen goed doorzag, zoals blijkt uit vers 22.
1 Koningen 2 vers 16— En nu begeer ik van u een enige begeerte; wijs mijn aangezicht niet af. En zij zeide tot hem: Spreek.
wijs mijn aangezicht niet af
Dat is, wil mijn bede niet afslaan; alzo vs.17, 20; 2 Kron. 6:42; Ps. 132:10. Het tegendeel dezer manier van spreken is, iemands aangezicht opnemen. Zie Gen. 19:21.
Hertaald:wijs mijn aangezicht niet af
Dat is: wijs mijn verzoek niet af; zo ook vers 17, 20; 2 Kron. 6:42; Ps. 132:10. Het tegenovergestelde van deze manier van spreken is: iemands aangezicht opnemen. Zie Gen. 19:21.
1 Koningen 2 vers 19— Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand.
des konings zetten;
Dat is, voor zijn moeder. Het is een manier van spreken der Hebreën. Alzo onder, 1 Kon. 8:1, en 1 Kon. 9:1, en 1 Kon. 11:9. Vergelijk Gen. 5:1.
Hertaald:des konings zetten;
Dat is: voor zijn moeder. Het is een manier van spreken van de Hebreeën. Zo ook hieronder, 1 Kon. 8:1, en 1 Kon. 9:1, en 1 Kon. 11:9. Vergelijk Gen. 5:1.
zij zat aan zijn rechterhand
Zijnde aldus vereerd met gelijke waardigheid en hoogheid als haar zoon, en dat naar de manier van doen der grote heren, welke dengenen, wien zij gelijke eer of de eerste naast hen toestaan, plegen tot hun rechterhand te stellen. Vergelijk Matt. 20:21.
Hertaald:zij zat aan zijn rechterhand
Zo werd zij geëerd met dezelfde waardigheid en aanzien als haar zoon, volgens de gewoonte van grote heren, die iemand aan wie zij gelijke eer of de tweede plaats na hen toekennen, plegen te plaatsen aan hun rechterhand. Vergelijk Matt. 20:21.
1 Koningen 2 vers 20— Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen.
kleine begeerte,
Te weten, kleine naar haar gevoelen, maar niet naar het oordeel des konings, gelijk blijkt uit zijn antwoord.
Hertaald:kleine begeerte,
Namelijk: klein naar haar mening, maar niet naar het oordeel van de koning, zoals blijkt uit zijn antwoord.
1 Koningen 2 vers 22— Toen antwoordde de koning Salomo, en zeide tot zijn moeder: En waarom begeert gij Abisag, de Sunamietische, voor Adonia? Begeer ook voor hem het koninkrijk (want hij is mijn broeder, die ouder is dan ik ben), ja, voor hem, en voor Abjathar, den priester, en voor Joab, den zoon van Zeruja.
Begeer ook voor hem
Salomo merkt waarheen de bede van Adonia strekte, namelijk tot een nieuwe beroerte om, door middel van het verzochte huwelijk, te bekwamelijker tot het koninkrijk te geraken. Hierom, die zich begeerden groot te maken, hebben deze praktijk meermalen gebruikt. Zie 2 Sam. 3:7, en 2 Sam. 16:21.
Hertaald:Begeer ook voor hem
Salomo doorziet waar het verzoek van Adonia op uit was, namelijk op een nieuwe onrust om, via het gevraagde huwelijk, gemakkelijker aan het koningschap te komen. Daarom hebben degenen die zich groot wilden maken deze tactiek vaker gebruikt. Zie 2 Sam. 3:7, en 2 Sam. 16:21.
ouder is
Hebreeuws, groter, of, meerder; te weten, van ouderdom.
Hertaald:ouder is
Hebreeuws: groter, of meerder; namelijk: in leeftijd.
Abjathar,
Dewelken Adonia toegedaan waren, zonder twijfel opdat zij in hun ambten en staten zouden mogen blijven, en vrij van gevaar zijn.
Hertaald:Abjathar,
Die Adonia aanhingen, zonder twijfel opdat zij in hun ambten en posities zouden mogen blijven en veilig zouden zijn.
1 Koningen 2 vers 23— En de koning Salomo zwoer bij den HEERE, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben!
leven gesproken hebben
Hebreeuws, tegen zijn ziel; dat is, tot nadeel van zijn leven. Het woord ziel wordt voor het leven dikwijls genomen. Zie Gen. 19:17.
Hertaald:leven gesproken hebben
Hebreeuws: tegen zijn ziel; dat is: tegen zijn leven. Het woord ziel wordt vaak gebruikt voor het leven. Zie Gen. 19:17.
1 Koningen 2 vers 24— En nu, zo waarachtig als de HEERE leeft, Die mij bevestigd heeft, en mij heeft doen zitten op den troon van mijn vader David, en Die mij een huis gemaakt heeft, gelijk als Hij gesproken had; voorzeker, Adonia zal heden gedood worden!
doen zitten
Dat is, als koning doen regeren. Alzo 2 Kon. 10:3, en 2 Kron. 23:20. Vergelijk boven, 1 Kon. 1:13 de aantekeningen.
Hertaald:doen zitten
Dat is: als koning laten regeren. Zo ook 2 Kon. 10:3, en 2 Kron. 23:20. Vergelijk hierboven, 1 Kon. 1:13 de aantekeningen.
een huis gemaakt heeft,
Dat is, een huisgezin, en hof naar den staat en waardigheid van een koning; want het woord huis betekent dikwijls het gehele hof en den gansen trein der hovelingen. Zie Gen. 34:19.
Hertaald:een huis gemaakt heeft,
Dat is: een huishouden en hof volgens de positie en waardigheid van een koning; want het woord huis betekent vaak het hele hof en de gehele stoet van hovelingen. Zie Gen. 34:19.
gedood worden
Als hebbende de koninklijke majesteit gekwetst.
Hertaald:gedood worden
Omdat hij de koninklijke waardigheid geschonden had.
1 Koningen 2 vers 25— En de koning Salomo zond door de hand van Benaja, den zoon van Jojada; die viel op hem aan, dat hij stierf.
zond
Dat is, zond Benaja, hem bevelende dat hij door zijn hand Adonia doden zou. Zie Gen. 12:15.
Hertaald:zond
Dat is: hij stuurde Benaja, met het bevel dat hij Adonia door zijn hand zou doden. Zie Gen. 12:15.
viel op hem aan,
Te weten, met wapen, bekwaam om hem te doden. Alzo ook vs.31, 32, 34, 46. vs.32 spreekt van twee aanvallen, die met het zwaard geschiedden.
Hertaald:viel op hem aan,
Namelijk: met een wapen, geschikt om hem te doden. Zo ook vers 31, 32, 34, 46. Vers 32 spreekt over twee aanvallen, uitgevoerd met het zwaard.
1 Koningen 2 vers 26— En tot Abjathar, den priester, zeide de koning: Ga naar Anathoth, op uw akkers; want gij zijt een man des doods; maar dezen dag zal ik u niet doden, omdat gij de ark des Heeren HEEREN voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt, en omdat gij verdrukt zijt geweest, in alles, waarin mijn vader verdrukt was.
Anathoth,
De naam van een priesterlijke stad, gelegen in den stam van Benjamin, waar Abjathar de prieser en Jeremia de profeet geboren zijn. Zie van deze Joz. 21:18; Jer. 1:1.
Hertaald:Anathoth,
De naam van een priesterlijke stad, gelegen in de stam Benjamin, waar de priester Abjathar en de profeet Jeremia geboren zijn. Zie hierover Joz. 21:18; Jer. 1:1.
een man des doods;
Dat is, des doods schuldig, of die den dood waardig is. Alzo 2 Sam. 12:5; idem, zonen des doods, 1 Sam. 26:16.
Hertaald:een man des doods;
Dat is: schuldig aan de dood, of de dood waard. Zo ook 2 Sam. 12:5; evenzo: zonen van de dood, 1 Sam. 26:16.
op dezen dag
Hetwelk aldus kan verstaan worden, dat Salomo met een mindere straf zich voor dezen tijd heeft laten genoegen, hem houdende ondertussen onder de doodsschuld, alzo dat zo hij in toekomende tijden iets dergelijks kwam te bedrijven, hij het met den dood bezuren zou.
Hertaald:op dezen dag
Dit kan zo begrepen worden dat Salomo genoegen nam met een lichtere straf voor dit moment, terwijl hij hem intussen onder de doodsschuld hield, zodat als hij in de toekomst iets dergelijks zou doen, hij het met de dood zou moeten bekopen.
1 Koningen 2 vers 27— Salomo dan verdreef Abjathar, dat hij des HEEREN priester niet ware, om te vervullen het woord des HEEREN, hetwelk Hij over het huis van Eli te Silo gesproken had.
verdreef Abjathar,
Niet dat Salomo hem van zijn priesterambt eigenlijk heeft afgezet, want hij was reeds bij het leven van David, om zijn misdaad tegen de koninklijke majesteit begaan, afgezet, toen Zadok in zijn plaats gezalfd werd, 1 Kron. 29:22, maar hij heeft hem verdreven, dat is gebannen in zijn huis te Anathoth, waaruit noodzakelijk moest volgen dat hij het priesterambt te Jeruzalem niet kon bedienen; zijnde ook als politiek dood.
Hertaald:verdreef Abjathar,
Niet dat Salomo hem daadwerkelijk uit zijn priesterambt afzette, want hij was al tijdens het leven van David afgezet vanwege zijn misdaad tegen de koninklijke waardigheid, toen Zadok in zijn plaats gezalfd werd, 1 Kron. 29:22, maar hij heeft hem verdreven, dat is: verbannen naar zijn huis te Anathoth, waaruit noodzakelijk moest volgen dat hij het priesterambt in Jeruzalem niet kon uitoefenen; wat ook een politieke dood was.
dat hij des HEEREN priester niet ware,
Hebreeuws, van den Heere, of des Heeren priester te zijn.
Hertaald:dat hij des HEEREN priester niet ware,
Hebreeuws: van de HEERE, of priester van de HEERE te zijn.
om te vervullen
Hetwelk wel aldus van Salomo geschied is, maar door het verborgen beleid des heren, waarop Salomo misschien op dien tijd niet heeft gedacht. Zie de voorzeggingen dezer vervulling 1 Sam. 2:33, en vergelijk Matt. 13:35, en Matt. 27:9; Joh. 12:38, en Joh. 19:24, welke plaatsen aanwijzen dat de profetieën Gods zeer dikwijls door de mensen buiten hun weten vervuld worden.
Hertaald:om te vervullen
Wat wel door Salomo op deze manier gebeurd is, maar door het verborgen bestuur van de HEERE, waaraan Salomo op dat moment misschien niet gedacht heeft. Zie de voorspellingen van deze vervulling 1 Sam. 2:33, en vergelijk Matt. 13:35, en Matt. 27:9; Joh. 12:38, en Joh. 19:24, welke plaatsen aantonen dat de profetieën van God zeer vaak door mensen vervuld worden zonder dat zij het weten.
het woord des HEEREN,
Namelijk dat het huis van Eli, hetwelk van Ithamar afkomstig was, van het hogepriesterambt verstoten zou worden, en een ander huis in zijne plaats zou komen. Hetwelk vervuld is in Zadok, die uit het geslacht van Eleazar voortkomstig was. Zie 1 Sam. 2:35, en vergelijk Ezech. 44:15.
Hertaald:het woord des HEEREN,
Namelijk dat het huis van Eli, dat van Ithamar afstamde, van het hogepriesterschap zou worden gestoten, en een ander huis in zijn plaats zou komen. Dit is vervuld in Zadok, die uit het geslacht van Eleazar voortkwam. Zie 1 Sam. 2:35, en vergelijk Ezech. 44:15.
Silo gesproken had
Een stad in den stam van Efraïm, waar de ark des Heeren langen tijd geweest is; Joz. 18:1; Richt. 21:19; Ps. 78:60.
Hertaald:Silo gesproken had
Een stad in de stam Efraïm, waar de ark van de HEERE lange tijd geweest is; Joz. 18:1; Richt. 21:19; Ps. 78:60.
1 Koningen 2 vers 28— Als het gerucht tot Joab kwam (want Joab had zich gewend achter Adonia, hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), zo vluchtte Joab tot de tent des HEEREN, en vatte de hoornen des altaars.
vatte de hoornen des altaars
Zie boven, 1 Kon. 1:50.
Hertaald:vatte de hoornen des altaars
Zie hierboven, 1 Kon. 1:50.
1 Koningen 2 vers 29— En het werd den koning Salomo aangezegd, dat Joab tot de tent des HEEREN gevloden was, en zie, hij is bij het altaar. Toen zond Salomo Benaja, den zoon van Jojada, zeggende: Ga heen, val op hem aan.
de tent des HEEREN
Welke met het altaar, door het bevel Gods in de woestijn gemaakt, Ex. 36:1-3, enz., en Ex. 38:1, enz., te dezen tijde waren binnen Gibeon, 2 Kron. 1:3, 2 Kron. 1:5.
Hertaald:de tent des HEEREN
Die met het altaar, op bevel van God in de woestijn gemaakt, Ex. 36:1-3, enzovoort, en Ex. 38:1, enzovoort, in die tijd te Gibeon stonden, 2 Kron. 1:3, 2 Kron. 1:5.
1 Koningen 2 vers 31— En de koning zeide tot hem: Doe gelijk als hij gesproken heeft, en val op hem aan, en begraaf hem, opdat gij wegdoet, van mij en van mijns vaders huis, dat bloed, dat Joab zonder oorzaak vergoten heeft.
hij gesproken heeft,
Namelijk Joab. En versta dit naar de wet, Ex. 21:14.
Hertaald:hij gesproken heeft,
Namelijk: Joab. En versta dit volgens de wet, Ex. 21:14.
1 Koningen 2 vers 32— Zo zal de HEERE zijn bloed op zijn hoofd doen wederkeren, omdat hij op twee mannen, rechtvaardiger en beter dan hij, aangevallen is, en die met het zwaard gedood heeft, daar het mijn vader David niet wist, Abner, den zoon van Ner, den krijgsoverste van Israel, en Amasa, den zoon van Jether, den krijgsoverste van Juda.
zijn bloed
Te weten, dat hij met onrecht vergoten heeft. God keert het bloed van een ander op iemands hoofd, als Hij den dood, dien hij een ander moedwilliglijk aangedaan heeft, wederom het met den dood vergeldt, of door hem zelven, Gen. 4:11, of door den mens, Gen. 9:6; alzo onder, vs.44; Richt. 9:24, Richt. 9:57; 2 Sam. 16:8.
Hertaald:zijn bloed
Namelijk: dat hij ten onrechte vergoten heeft. God brengt het bloed van een ander op iemands hoofd terug, wanneer Hij de dood die iemand een ander moedwillig heeft aangedaan, met de dood vergeldt, hetzij door hemzelf, Gen. 4:11, hetzij door mensen, Gen. 9:6; zo ook hieronder, vers 44; Richt. 9:24, Richt. 9:57; 2 Sam. 16:8.
daar het mijn vader David niet wist,
Dat is, waarvan mijn vader geen kennis had eer het geschiedde, en dat hij niet toestond toen het geschied was. Zie 2 Sam. 3:28-29, en boven, vs.5.
Hertaald:daar het mijn vader David niet wist,
Dat is: waarvan mijn vader geen weet had voordat het gebeurde, en dat hij niet goedkeurde toen het gebeurd was. Zie 2 Sam. 3:28-29, en hierboven, vers 5.
1 Koningen 2 vers 33— Alzo zal hun bloed wederkeren op het hoofd van Joab, en op het hoofd van zijn zaad in eeuwigheid; maar David, en zijn zaad, en zijn huis, en zijn troon zal vrede hebben van den HEERE tot in eeuwigheid.
bloed
Hebreeuws, bloeden. Het woord bloed wordt gesteld in het getal van velen, niet alleen omdat Joab twee mannen vermoord had, maar omdat dikwijls dit woord, alzo gesteld zijnde, betekent de schuld en straf des doods, die de doodslagers over zich brengen, Ex. 22:2-3; Ps. 51:16, hoewel somtijds ook in het enkel getal, Gen. 42:22.
Hertaald:bloed
Hebreeuws: bloeden. Het woord bloed staat in het meervoud, niet alleen omdat Joab twee mannen vermoord had, maar omdat dit woord, zo gebruikt, vaak de schuld en de doodstraf aanduidt die moordenaars over zich brengen, Ex. 22:2-3; Ps. 51:16, hoewel soms ook in het enkelvoud, Gen. 42:22.
in eeuwigheid;
Dat is, een lange tijd, zolang als Joabs vaderlijk huis duren zal. Zie 2 Sam. 3:29, en vergelijk boven, 1 Kon. 1:31, en de aantekeningen.
Hertaald:in eeuwigheid;
Dat is: een lange tijd, zolang als het vaderlijke huis van Joab zal bestaan. Zie 2 Sam. 3:29, en vergelijk hierboven, 1 Kon. 1:31, en de aantekeningen.
eeuwigheid
Versta ten aanzien van den uiterlijken welstand een langen tijd, gelijk recht tevoren, en ten aanzien van den geestelijken in Christus, een tijd zonder einde.
Hertaald:eeuwigheid
Versta wat het uiterlijke welzijn betreft een lange tijd, zoals net gezegd, en wat het geestelijke in Christus betreft een tijd zonder einde.
1 Koningen 2 vers 35— En de koning zette Benaja, den zoon van Jojada, in zijn plaats over het heir; en Zadok, den priester, zette de koning in de plaats van Abjathar.
Zadok,
Die al tevoren bij het leven van David met toestemming van de ganse vergadering was gezalfd. Zie 1 Kron. 29:22, hetwelk Salomo hier metterdaad goedkeurt.
Hertaald:Zadok,
Die al eerder, tijdens het leven van David, met instemming van de hele vergadering gezalfd was. Zie 1 Kron. 29:22, wat Salomo hier feitelijk bevestigt.
1 Koningen 2 vers 37— Want het zal geschieden ten dage van uw uitgaan, als gij over de beek Kidron zult gaan, weet voorzeker, dat gij den dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn.
Kidron
Is geweest een beek, vloeiende tussen Jeruzalem en den Olijfberg, door een duister dal oostwaarts van de stad. Zie van deze 2 Sam. 15:23; 2 Kon. 23:4; Joh. 18:1.
Hertaald:Kidron
Een beek geweest, stromend tussen Jeruzalem en de Olijfberg, door een donker dal ten oosten van de stad. Zie hierover 2 Sam. 15:23; 2 Kon. 23:4; Joh. 18:1.
Hertaald:weet voorzeker,
Hebreeuws: wetende weet; zo ook hieronder, vers 42.
den dood sterven zult;
Hebreeuws, stervende zult sterven; alzo onder, vs.42.
Hertaald:den dood sterven zult;
Hebreeuws: stervende zult u sterven; zo ook hieronder, vers 42.
bloed
Zie Lev. 20:9.
Hertaald:bloed
Zie Lev. 20:9.
1 Koningen 2 vers 39— Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simei wegliepen tot Achis, den zoon van Maacha, den koning van Gath; en men gaf het Simei te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath.
Achis,
Zie van dezen, 1 Sam. 21:10.
Hertaald:Achis,
Zie hierover, 1 Sam. 21:10.
Máächa,
Anders genoemd Maoch; 1 Sam. 27:1.
Hertaald:Máächa,
Ook Maoch genoemd; 1 Sam. 27:1.
Gath;
De naam van een stad in den stam van Dan, die bewoond was van reuzen, afkomstig uit de Filistijnen, Joz. 11:22, gelijk ook de reus Goliath van deze stad was, 1 Sam. 17:4.
Hertaald:Gath;
De naam van een stad in de stam Dan, bewoond door reuzen, afkomstig van de Filistijnen, Joz. 11:22, zoals ook de reus Goliath uit deze stad kwam, 1 Sam. 17:4.
1 Koningen 2 vers 43— Waarom dan hebt gij den eed des HEEREN niet gehouden, en het gebod, dat ik over u geboden had?
eed des HEEREN
Versta, den eed bij den naam des Heeren gedaan, denwelken Salomo had gevoegd bij zijn dreigementen tegen Simeï uitgesproken. Zie het voorgaande vs.42.
Hertaald:eed des HEEREN
Versta: de eed, gedaan bij de Naam van de HEERE, die Salomo had toegevoegd aan zijn dreigementen die hij tegen Simeï had uitgesproken. Zie het voorgaande vers 42.
1 Koningen 2 vers 44— Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Abisag — betekenis onzeker
Een schone jonge vrouw uit Sunem, die in Davids laatste levensjaren gezocht werd om de bejaarde koning te verzorgen en te verwarmen, zonder dat hij gemeenschap met haar had (1 Kon. 1:1-4). Na Davids dood vroeg Adonia haar tot vrouw, wat door Salomo als een nieuwe aanspraak op de troon werd opgevat en Adonia het leven kostte (1 Kon. 2:13-25).
Adonia — de HEERE is mijn Heer
Zoon van David en Haggith, geboren na Absalom en na diens dood de oudste overlevende zoon. Hij riep zichzelf tot koning uit toen David oud was, met de steun van Joab en Abjathar, maar werd door het snelle ingrijpen van Nathan, Bathseba en Zadok verijdeld, die Salomo tot koning lieten zalven (1 Kon. 1). Na Davids dood vroeg hij Abisag tot vrouw; Salomo zag hierin een nieuwe greep naar de troon en liet hem door Benaja doden (1 Kon. 2:13-25).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wees sterk, en wees een man (Davids laatste opdracht) — op zijn sterfbed draagt David zijn zoon Salomo op: "Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man. En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen" (1 Kon. 2:2-3)
David voelt zijn einde naderen en spreekt zijn laatste opdracht aan Salomo uit. Het gaat niet om wapenfeiten of staatsraad, maar eerst en vooral om trouw aan de HEERE. David wijst daarbij naar de voorwaardelijke belofte binnen het eeuwige verbond: "opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft" (1 Kon. 2:1-4; vgl. 2 Sam. 7:14-15, reeds behandeld bij Het verbond met David). Pas daarna noemt David onafgehandelde zaken: Joabs onbestrafte bloedschuld aan Abner en Amasa, en de weldadigheid die aan Barzillai's zonen bewezen moet worden. Ook Simeï komt ter sprake, wiens vroegere vloek David zelf gezworen had niet te wreken, maar die Salomo, "een wijs man", niet onschuldig hoeft te houden (1 Kon. 2:5-9). David sterft na veertig regeringsjaren, en Salomo's koninkrijk wordt bevestigd (1 Kon. 2:10-12).
Bijbelse betekenis: Dat David zijn opvolger eerst en vooral tot gehoorzaamheid aan Gods wet roept, vóór hij enige praktische zaak bespreekt, toont waar voor hem de ware grondslag van het koningschap lag. Zijn eigen leven, met al zijn falen, blijft daarbij de achtergrond: de belofte die hij doorgeeft, is niet gebouwd op zijn eigen volmaaktheid maar op Gods trouw aan Zijn eigen woord.
Typologie: Ditzelfde "wees sterk" had Jozua eeuwen eerder bij het begin van zijn leiderschap gehoord: "Wees sterk en heb goeden moed! want gij zult dit volk dat land erfelijk doen bezitten" (Joz. 1:6). Het vers erna scherpt het toe: "Alleenlijk wees sterk en heb zeer goeden moed, dat gij waarneemt te doen naar de ganse wet" (Joz. 1:6-7, reeds mede aangehaald). Het is hetzelfde woord aan het begin van een nieuw leiderschap, telkens verbonden aan gehoorzaamheid aan de wet en niet aan eigen kracht.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het beloofde Zaadniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Zo wees sterk, en wees een man — 2:1-4, 10-12
David gaat sterven. Hij roept zijn zoon Salomo bij zich en geeft hem zijn laatste opdrachten. Wat hij als eerste zegt gaat niet over het bestuur van het rijk maar over de man die het besturen moet.
Een stervende koning draagt zijn zoon niet in de eerste plaats een taak op maar een wandel, en hij noemt daarbij de belofte die eraan hangt.
De aanhef is nuchter en hij lijkt op wat Jozua zei toen die oud geworden was: “Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man.”
Daar staat geen troostwoord bij en geen klacht. De weg der ganse aarde is de weg die iedereen gaat, en de opdracht die erop volgt is kort: wees sterk, wees een man.
Wat hij daarna zegt vult in waaruit dat bestaat, en het gaat niet over dapperheid: “neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes.” Man zijn is hier: doen wat er geschreven staat.
En er staat een gevolg bij dat opvalt: opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult. Verstand komt hier ná gehoorzaamheid en niet ervoor.
Dan noemt David de belofte, en hij haalt daarbij aan wat God tegen hem gezegd had: “Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk te wandelen, zo zal geen man u afgesneden worden van den troon Israëls.”
Dat woordje indien is de spanning van de hele koningengeschiedenis. Er is een belofte, en er hangt een voorwaarde aan. En wie doorleest weet hoe het afgelopen is: de zonen bewaarden hun weg niet, Salomo zelf voorop.
Toch werd het woord bevestigd. In dezelfde belofte, zoals Natan haar in 2 Samuël 7 overbracht, staat er ook bij wat er gebeurt wanneer zij ontrouw zijn: God zal hen kastijden met roeden der mensen, maar Zijn goedertierenheid zal van hem niet wijken. Er is dus een voorwaardelijk deel en een onvoorwaardelijk deel, en de troon staat op het tweede.
Daarom eindigt de geschiedenis van Davids huis niet in het graf waarin David gelegd wordt. Petrus wijst daar in Jeruzalem op: David is gestorven en begraven, en zijn graf is onder ons tot op deze dag. Maar, zegt hij, hij was een profeet en wist dat God gezworen had uit de vrucht zijner lenden Iemand op zijn troon te zetten.
Zo staat dit hoofdstuk in de lijn van het Zaad. De laatste woorden van David dragen de belofte over aan een zoon die haar niet houden zal, en toch is zij gehouden.
1 Koningen 2:2 — Ik ga heen in den weg der ganse aarde — zo wees sterk, en wees een man.
1 Koningen 2:3 — En man zijn is hier: doen wat er geschreven staat.
1 Koningen 2:3 — Verstand komt daarbij ná gehoorzaamheid en niet ervoor.
1 Koningen 2:4 — Indien uw zonen hun weg bewaren — daar hangt de spanning.
2 Samuël 7:15 — Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken.
Handelingen 2:29-31 — David is begraven, maar hij wist wat God gezworen had.
In het Nieuwe Testament: Handelingen 2:29-31; 2 Samuël 7:14-16; Lukas 1:32-33; 1 Korinthe 16:13; Jozua 23:14
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt 1 Koningen 2 niet aan; wel wijst Petrus in Handelingen 2 op de eed aan David en op diens graf. Wat hier gelegd wordt rust op het woordje indien in vers 4 en op het onvoorwaardelijke deel van de belofte in 2 Samuël 7. Dat onderscheid tussen beide delen is een uitleg die op die twee teksten steunt; dit hoofdstuk werkt het niet uit.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Koningen 2:30. — En Benaja kwam tot de tent des HEEREN, en zeide tot hem: Zo zegt de koning: Kom uit. En hij zeide: Neen, maar hier zal ik sterven! En Benaja bracht het antwoord weder aan den koning, zeggende: Zo heeft Joab gesproken, en zo heeft hij mij geantwoord. Salomo zou de koning zijn na David, maar zijn oudere broer Adonia werd voorgetrokken door Joab, de hoofdman van het leger, en door Abjathar de priester. Toen Salomo de troon besteeg, was Adonia voor zijn leven bevreesd en vluchtte hij naar de hoornen van het altaar om beschutting. Salomo vergaf hem voorlopig, totdat hij weer begon samen te spannen en het voor Salomo nodig werd een zware slag te slaan.
Hij besloot te beginnen met Joab, de bodem van al het onheil. Nauwelijks had de koning dit besloten, of Joab vluchtte naar het altaar, dat hij tevoren zelden genaderd was. Hij was een oud man die dertig jaar of meer tevoren twee gruwelijke moorden bedreven had, en nu kwamen die op hem neer. Voor zover wij kunnen beoordelen, had hij zijn leven lang weinig achting voor de godsdienst getoond. Hij was een ruw krijgsman en gaf weinig genoeg om God, de tabernakel, de priesters of het altaar; maar toen hij in gevaar was, zocht hij zijn toevlucht bij wat hij verwaarloosd had. Hij is niet de enige die dit gedaan heeft.
Maar het altaar was hem van geen nut. Wij mogen hieruit twee lessen trekken. De eerste is dat uitwendige instellingen nutteloos zijn. Voor de levende God, die groter en wijzer is dan Salomo, zal het niemand baten de hoornen van het altaar aan te grijpen. Maar ten tweede: er ís een altaar — een geestelijk altaar — waar, als iemand de hoornen aangrijpt en zegt: “Neen, maar hier zal ik sterven”, hij nooit sterven zal maar voor eeuwig veilig zal zijn tegen het zwaard van de gerechtigheid; want de Heere heeft een altaar aangesteld in de Persoon van Zijn eigen dierbare Zoon, Jezus Christus, waar beschutting zal zijn voor de snoodste van de zondaren als zij maar komen en het aangrijpen.
I. Vs. 1-11.KruisverwijzingenGenesis 47:29→Jozua 23:14→Deuteronomium 29:9→2 Samuël 7:25→1 Koningen 8:25→2 Koningen 20:3→2 Samuël 20:10→2 Samuël 3:27→ — Als nu de dagen van David nabij waren, dat hij sterven zou, zo gebood hij zijn zoon Salomo, zeggende: Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man. En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes; opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult, en al waarheen gij u wenden zult; Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun ganse hart en met hun ganse ziel te wandelen, zo zal geen man, zeide Hij, u afgesneden worden van den troon Israels. Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, mij gedaan heeft, en wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israel, Abner, den zoon van Ner, en Amasa, den zoon van Jether, dien hij gedood heeft, en heeft krijgsbloed vergoten in vrede; en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, die aan zijn voeten waren. Doe dan naar uw wijsheid, dat gij zijn grauwe haar niet met vrede in het graf laat dalen. Maar aan de zonen van Barzillai, den Gileadiet, zult gij weldadigheid bewijzen, en zij zullen zijn onder degenen, die aan uw tafel eten; want alzo naderden zij tot mij, als ik vluchtte voor het aangezicht van uw broeder Absalom. En zie, bij u is Simei, de zoon van Gera, de zoon van Jemini, uit Bahurim, die mij vloekte met een geweldigen vloek, ten dage als ik ging naar Mahanaim; doch hij kwam af mij tegemoet aan de Jordaan, en ik zwoer hem bij den HEERE, zeggende: Zo ik hem met het zwaard dode! Maar nu, houd hem niet onschuldig, dewijl gij een wijs man zijt; en gij zult weten, wat gij hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar met bloed in het graf doet dalen. En David ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids. David zijn einde voelende naderen, ontbiedt de reeds in zijn koninkrijk bevestigde koning Salomo tot zich, en geeft hem zijn laatste bevelen en vermaningen; de laatste hebben betrekking op de geest en zin, waarin Salomo regeren moet, opdat zijn regering gezegend zij en de Heere Zijn belofte aan het huis van David kan vervullen; de eerste betreffen de vergelding van Joabs misdaad, de vergelding van Barzillaï’s trouw aan diens kinderen en het scherpe waarnemen van de lasteraar Simeï, opdat ook deze nog zijn loon krijgt. Daarop wordt David’s overlijden met korte woorden vermeld met opgave van de plaats, waar hij begraven werd, en van de tijd, dat hij geregeerd heeft.
KruisverwijzingenGenesis 47:29→Deuteronomium 31:14→2 Timotheüs 4:1→1 Timotheüs 6:13→Deuteronomium 3:28→2 Petrus 1:13→Deuteronomium 31:23→Handelingen 20:28→— Als nu de dagen van David nabij waren, dat hij sterven zou, zo gebood hij zijn zoon Salomo, zeggende:
Toen nu de dagen van David nabij waren dat hij sterven zou, en hij zelf ook voelde dat zijn einde naderde, gebood hij zijn zoon Salomo, nadat hij deze reeds op de rijksdag (1 Kronieken
Kruisverwijzingen1 Koningen 1:50→1 Koningen 1:7→2 Samuël 18:2→2 Samuël 17:25→2 Samuël 18:14→Deuteronomium 32:35→Exodus 27:2→— Als het gerucht tot Joab kwam (want Joab had zich gewend achter Adonia, hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), zo vluchtte Joab tot de tent des HEEREN, en vatte de hoornen des altaars.
met aandrang vermaand had, zeggende:
En neem waar de wacht van de HEERE, uw God (neem de dienst, die gij Hem schuldig zijt, wel waar), om te wandelen in zijn wegen, om te onderhouden zijn instellingenen zijn geboden, en zijn rechten en zijn getuigenissen,
zoals geschreven is in de wet van Mozes; dat een koning van Israël deze instellingen, geboden en rechten bestendig voor ogen moet houden, en daarvan noch ter rechter- noch ter linkerzijde afwijken (Genesis16: 6 Deuteronomium 8: 11; 17: 18vv.), opdat gij verstandig handelt in al wat gij doen zult en in al waarheen gij u wenden zult (Joz.1: 7vv.; 1 Kronieken 22: 13);
Onder instellingen, geboden, rechten en getuigenissen zijn alle wetten van Mozes begrepen, die betrekking hadden op het godsdienstig, burgerlijk en staatkundig leven.
Opdat 1) de HEERE ook over u bevestige zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, dat namelijk aan het wandelen in Gods wegen Gods zegen verbonden is, zeggende (2 Samuel .7: 12vv.): Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouw, met hun ganse hart en met hun ganse ziel, te wandelen, zo zal geen man, zei Hij, u afgesneden worden van de troon van Israël,
maar uw geslacht zal het koningschap in Israël blijven behouden, totdat Hij eruit voortkomen zal, wiens rijk een eeuwig rijk is (men herleze 2 Samuel .23: 1-7).
Zij, die de dierbaarheid van de Goddelijke beloften, die als zoveel heilige bewaarpanden zijn, oprecht waarderen, kunnen niet anders doen, dan zeer bezorgd zijn, om ze op hun geslacht vast te maken en om te verhoeden, dat na hen iemand van hun kinderen deze verbeuren mocht.
De betekenis is, dat het geslacht van David niet zal worden uitgeroeid. De hoogste vervulling van deze belofte treedt in de grote Koning te voorschijn, in de Heere Jezus Christus.
Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, met verachting van mijn koninklijk aanzien, mij gedaan heeft, zonder te bedenken hoezeer hij mij daardoor aan een valse verdenking bij het volk blootstelde, en mijn hart een smartelijke proef deed doorstaan, en wat hij om van hetgeen hij aan Absalom deed (2 Samuel .18: 10vv.) hier niet te spreken, dat gebeurde in een veldslag, maar wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israël, Abner, de zoon van Ner (2 Samuel .3: 22vv.) en Amasa, de zoon van Jether (2 Samuel .20: 8vv.), die hij gedood heeft (op slinkse wijze heeft omgebracht), en heeft krijgsbloed (bloed dat slechts in de strijd vloeit) vergoten in vrede, en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, 1) die aan zijn voeten waren, doordat hij beide mannen doodde, met hen borst aan borst staande als ware hij een vriend en niet een vijand; dit bloed ware slechts eerlijk als het vergoten was in de strijd, en zou dan aan de eigenlijke krijgswapens gekleefd hebben; hij echter heeft er de kleding van de vrede mee bevlekt.
Gordel en schoenen, de hoofdbestanddelen van het Oosters gewaad, wanneer men zich tot een zaak toerust, werden met bloed bevlekt, omdat Joab beiden, bij de begroeting, op verraderlijke wijze, met het zwaard had doorboord.
Dit was de grote zonde van Joab, dat hij in volle vrede beide mannen op verraderlijke wijze had vermoord. Krijgsbloed, dat alleen in geval van oorlog vergoten had mogen worden, had hij in vredestijd vergoten. Want wel had Isboseth tegen David de strijd aangebonden, maar op het tijdstip, waarop Abner vermoord werd, was het vrede.
Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, met verachting van mijn koninklijk aanzien, mij gedaan heeft, zonder te bedenken hoezeer hij mij daardoor aan een valse verdenking bij het volk blootstelde, en mijn hart een smartelijke proef deed doorstaan, en wat hij om van hetgeen hij aan Absalom deed (2 Samuel .18: 10vv.) hier niet te spreken, dat gebeurde in een veldslag, maar wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israël, Abner, de zoon van Ner (2 Samuel .3: 22vv.)en Amasa, de zoon van Jether (2 Samuel .20: 8vv.), die hij gedood heeft (op slinkse wijze heeft omgebracht), en heeft krijgsbloed (bloed dat slechts in de strijd vloeit) vergoten in vrede, en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, 1) die aan zijn voeten waren, doordat hij beide mannen doodde, met hen borst aan borst staande als ware hij een vriend en niet een vijand; dit bloed ware slechts eerlijk als het vergoten was in de strijd, en zou dan aan de eigenlijke krijgswapens gekleefd hebben; hij echter heeft er de kleding van de vrede mee bevlekt.
Gordel en schoenen, de hoofdbestanddelen van het Oosters gewaad, wanneer men zich tot een zaak toerust, werden met bloed bevlekt, omdat Joab beiden, bij de begroeting, op verraderlijke wijze, met het zwaard had doorboord.
Dit was de grote zonde van Joab, dat hij in volle vrede beide mannen op verraderlijke wijze had vermoord. Krijgsbloed, dat alleen in geval van oorlog vergoten had mogen worden, had hij in vredestijd vergoten. Want wel had Isboseth tegen David de strijd aangebonden, maar op het tijdstip, waarop Abner vermoord werd, was het vrede.
Doe dan gij, omdat ik in beide gevallen door de omstandigheden verhinderd werd zijn misdaad naar eis te straffen, naar uw wijsheid 1) en grijp de eerste gelegenheid aan, dat dit zonder uw koninklijke waardigheid afbreuk te doen, gebeuren kan, opdat gij zijn grauwe haar, die oude zondaar, die zijn inborst en wandel nog in geen enkel opzicht veranderd heeft, niet met vrede in het graf laat dalen; zorg dat hij de natuurlijke dood niet sterve en niet ongestraft deze wereld verlate.
Er behoorde een buitengewone mate van wijsheid toe, om een bij het leger gevierd opperbevelhebber als Joab op het behoorlijk ogenblik en op de juiste wijze naar verdienste te straffen.
Maar omgekeerd ook, zoals gij aan Joab de plicht van de gerechtigheid zult volbrengen, zult gij de plicht van de dankbaarheid vervullen aan hen, die mij goed bewezen hebben; in het bijzonder aan de zonen van Barzillaï, den Gileadiet zult gij weldadigheid bewijzen, en zij zullen zijn onder degenen, die aan uw koninklijke tafel eten; 1) want alzo naderden zij tot mij, om mij deze liefdedienst, van mij te spijzigen en te verzorgen, te bewijzen, toen ik vluchtte voor het aangezicht van uw broeder Absalom (2 Samuel .17: 27vv.), de oude Barzillaï is reeds niet meer onder de levenden, en heb ik volgens zijn verlangen Chimham 2) aan mijn tafel doen eten (2 Samuel .19: 31vv.), ik reken mij daardoor toch nog niet ontslagen van de dank, die ik aan zijn familie verschuldigd ben.
Dit betekent niet, zoals sommigen willen, dat zij van de tafel van de koning zouden eten dit was toch ook het deel van de dienaren van Salomo maar dat zij een plaats, een ereplaats aan de tafel van de koning zouden hebben, in tegenwoordigheid van hem, aan zijn dis gezeten zouden zijn.
Op grond van Jer.41: 17, waar van een herberg of karavanserai Gezuth Chimham in de omstreken van Bethlehem sprake is, zou men kunnen denken, dat Salomo aan de nakomelingen van Barzillaï nog andere weldaden en gunsten bewezen heeft, en dat deze opnieuw zich verdienstelijk gemaakt hebben door het aanleggen van herbergen of karavanserai’s voor reizigers (Jud 18: 2): zo hielden zij de nagedachtenis aan de vader in ere.
Maar nu, houd hem niet onschuldig, dat ook gij zijn misdaad ongestraft zou laten, zoals ik heb moeten doen, om de schijn van een persoonlijke wraak te vermijden en het verwijt mij niet op de hals te halen, dat ik hard gehandeld heb jegens een tegenstander, die mij om vergeving gevraagd heeft, en omdat gij een wijs man zijt, zult gij weldra een geschikte gelegenheid vinden om naar al de strengheid van het recht met hem te handelen, en gij zult weten wat gij met hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar, evenals dat van Joab (vs.6) met bloed in het graf doet dalen,
d.i. doe hem een gerechtelijke dood ondergaan.
Het kan ons bedenkelijk voorkomen, dat David nog op zijn sterfbed zijn zoon als bij uiterste wil gelast, Joab en Simeï te straffen, tegelijk met de aanbeveling van Barzillaï’s zonen te verzorgen. Het zijn dezelfde trekken, die wij in zijn Psalmen aantreffen, waar hij ook de wraak van God over zijn vijanden inroept. Ten eerste is dit niet te betwisten, dat David niet, evenals Jezus voor zijn vijanden bad; hij kon dit ook niet, want hij kon niet hogepriesterlijk voor hen sterven; zijn geloof voerde hem slechts zover, dat hij tegen hen bidden kon, maar bidden in het geloof, niet in wraakzucht.
Hij had in zijn leven ruimschoots ondervonden, dat er geweld en onrecht gepleegd werd tegen hem en anderen, zag dit zelfs nog dagelijks als de gewone loop van de wereld voor ogen, hij wist bovendien, dat de uitgestane vijandschap niet hem, noch zijn persoonlijke eigenschappen, maar hem, als de gezalfde, dus eigenlijk de Heere zelf gold.
Hij had alzo zijn geloof aan God moeten verloochenen, wanneer hij niet vastgehouden had aan deze redenering; eindelijk moet de verdrukte recht, de onderdrukkers vergelding geschieden, en de Heilige van Israël kan zich niet eindeloos laten lasteren en bespotten. God is niet een goedhartige zwakke Eli, David had zijn strenge rechtvaardigheid eerst aan zichzelf krachtig genoeg ervaren. En als Jezus Zijn verpletterend “wee”! over Chorazin, Bethsaïda, Kapernaum en de Farizeeën uitspreekt, wanneer Hij spreekt van de worm, die niet sterft en het vuur, dat niet wordt uitgeblust, wanneer Hij aan Judas dat ontzettende woord laat horen: “Beter nooit geboren”, is dat dan wraak? Is het echter zachter dan wat David van zijn God hatende vervolgers van de huichelachtige verrader Doëg of Achitofel profeteert? Nee, God was hem van oudsher een waarachtig, een levend, een nabijzijnd God, jegens Wie hem heilige ernst bezielde; het kan ons niet verwonderen, dat zijn woorden scherp en hard klinken, en met een op zijn standpunt bestaande eenzijdigheid het wraakgericht uitdrukken. Bijzonder in betrekking tot Joab en Simeï was het voor hem gedurende zijn gehele leven een verootmoedigende zaak geweest, dat hij, die in Gods naam en plaats koning was, de boosheid en de woorden van de een en de lasteringen tegen de gezalfde van God van de ander ongestraft moest laten, omdat hij zelf met bloed bevlekt was geweest; toen was het een geloofsdaad van hem, dat hij zelf ootmoedig de beschamende misdaad ongestraft verdroeg, maar zich stervend daarmee troostte, dat er na hem een betere Gezalfde, een zoon van David zou opstaan, die met reine handen een reine rechtspleging ten uitvoer kon leggen.
Simeï is en blijft eerder een bewijs van David’s grootmoedigheid, als van zijn wraakzucht. De booswicht gedurende zijn leven in zijn nabijheid te dulden was niet gering. Hem ook onder de volgende regering ongedeerd zijn dagen te laten besluiten (wat hem ook nooit was beloofd) zou een goedheid geweest zijn, die toch altijd een voorbeeld van ongestrafte ongerechtigheid zou geweest zijn, wat makkelijk tot misbruik aanleiding had kunnen geven. Wij staan aan het sterfbed van de koninklijke profeet. Hoe ziet hij wel op de naderende dood? Ziet hij over het graf heen? Wij vinden reeds in de waarschijnlijk wel reeds in vroeger jaren gedichte Psalm 17 een merkwaardig, duidelijk slotwoord, waaruit een sterk voorgevoel spreekt: “Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken.” En in de 16de Psalm, die het afschijnsel is van het innerlijke licht van zijn ouderdom, is door het gehele lied de grote, van boven gegeven, vrede en het geloof van de man van God merkbaar, voor wie de dood niet de afsluiting van alle toekomstig leven, het dodenrijk niet voor eeuwig de laatste woonplaats is, maar die in de geest daarover heen ziet naar een nog verwijderd, maar heerlijk leven, met God. In het heldere avondrood, waarin zijn geest de toekomstige morgen van een eeuwige dag mag tegemoet kijken en begroeten, gaat voor David de levenszon onder, en wat Jezus van Abraham zei (Joh.8: 56) geldt gewis ook van hem: “Hij heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou, en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest.”.
En David ontsliep in het zeventigste jaar van zijn leven met zijn vaderen, tot wie zijn ziel na haar overlijden verzameld werd (Genesis25: 8; 35: 29; 49: 33) en werd begraven in de stad van David, op de berg Sion (2 Samuel .5: 9). Volgens Hand.2: 29 was het graf van David, waarvan de plaats men bij de terugkeer uit de Babylonische gevangenschap wel kende (Nehemia 3: 16) nog voorhanden; het is nagenoeg boven twijfel verheven, dat het zich daar bevond, waar het nog tegenwoordig aangewezen wordt, op het zuidoostelijke deel van de berg Sion, met dien verstande, dat het buiten de tegenwoordige zuidelijke stadsmuur zuidwaarts van de Sionspoort gelegen is.
Oorspronkelijk stond daar een Christelijke kerk (ecclesia Sion), die echter later in een Islamitische moskee veranderd werd. Het bovenste gedeelte is volgens een Christelijke legende hetzelfde huis, waarin de Heere het Heilig Avondmaal ingesteld zou hebben, (van daar spijszaal geheten); het bestaat uit een grote, stenen, lege zaal van 50-60 voet lang en omstreeks 30 voet breed. Zij zou ook door de apostelen gebruikt zijn, toen de uitstorting van de Heilige Geest plaatshad. In het benedenste gedeelte bevindt zich de grafplaats door de Arabieren en Neby David (van de profeet David) geheten. Het is een 20 schreden lang en 14 schreden breed gewelf, of een met een koepel bedekte moskee, die geheel met kleden belegd is. Links bevindt zich het praalhemelsgewijs gebouwde monument, twee manslengten hoog, een reuzenzerk van wit en blauw gegarneerde kleden, geschenken van Sultans bedekken het thans; groen damast met goud en driehoekige figuren doorwerkt en voorzien van geelzijden snoeren omhult het monument; het midden is gedekt met een vierhoekig fluwelen kleed, waarop spreuken uit de Koran in goud gestikt zijn. Een satijnen troonhemel, rood, blauw, groen en geel gestreept, hangt van het gewelf over de grafplaats naar beneden; een tweede zwartfluwelen tapijt, gedrapeerd met zilver bedekt in de achtergrond van de kamer een deur, die, naar men zegt, tot een lagere begraafplaats voert. Twee hoge, zilveren kandelaars staan daarvoor, en in een vensternis daarnaast hangt een lamp, die voortdurend brandend gehouden wordt. De muren zijn met blauw porselein belegd, en versierd met bloemenfiguren. Lange tijd hebben de Moslims de toegang tot deze plaats aan de ongelovigen (d.i. aan allen, die niet in de valse profeet geloven, dus ook de Christenen) met alle kracht ontzegd, ja zelfs aan hun eigen geloofsgenoten slechts zelden toegestaan, maar onlangs hebben Frankl en Tischendorf toegang verkregen en een beschrijving van de plaats gegeven.
Overigens werden na David ook de koningen Salomo, Rehabeam, Abia, Aza, Josafat, Ahazia, Amazia, Jotham en Josia op de berg Sion begraven, zodat hier een koninklijk familiegraf ontstond, dat spoedig algemeen de naam kreeg dan eens van “de graven van de koningen” dan weer van “de graven van de zonen van David” of “de graven van David”. Ieder van de koningen had daarin zeer waarschijnlijk zijn eigen grafkelders, van andere koningen daarentegen wordt het als een straf aangegeven, dat zij niet in de koninklijke grafkelder maar op de daaraan grenzende dodenakker begraven werden, ja de afgodische koning Achaz werd niet eens in de bovenstad, maar in de nog niet omsloten voorstad begraven (2 Kronieken 16: 14; 21: 20; 26: 23; 28: 27 Voor Hizkia schijnt er geen ruimte meer overgebleven te zijn in de koninklijke kelder, waarin ook de priester Jojada, omwille van zijn grote verdiensten was bijgezet (2 Kronieken 24: 16). Hizkia werd daarom begraven aan de weg, die opgaat naar de graven van de zonen van David (2 Kronieken 32: 33). Thenius heeft in zijn nasporing van de ligging van de graven van de koningen van Juda aangetoond, dat de ingang zich waarschijnlijk aan de oostelijke helling van de berg Sion bevonden heeft, schuin tegenover de bron Siloa; waarschijnlijk is daar ook de zo-even vermelde opgang naar de graven van de zonen van David te zoeken, waar Hizkia zijn rustplaats kreeg.
De dagen nu, die David geregeerd heeft over Israël, zijn veertig jaar (van 1050 tot 1010 v. Chr.). 1) Zeven jaar (nauwkeuriger 7 ½) heeft hij geregeerd in Hebron over de stam Juda alleen, en in Jeruzalem heeft hij drieëndertig jaar (nauwkeuriger 32 ½) geregeerd over geheel Israël2) (1 Samuel .5: 4vv.).
Deze tijdsbepaling wijkt van de gewone berekening af. Gewoonlijk volgt men die van Jakob Usher, aartsbisschop van Armagh en Primaat van Ierland. (Deze vergezelde in het jaar 1641 de graaf Strafford als biechtvader op het schavot, nadat hij onder alle de bisschoppen de enige geweest was, die van Karel I de ondertekening van het vonnis van zijn trouwste dienaar afgeraden had). Deze verschilt in zijn groot chronologisch werk: “Annales veteris et novi testamenti” vijf jaar van de door ons tot hiertoe gevolgde jaartelling. Daar toch wordt de tijd van David’s regering op de jaren 1055-1015 vóór Christus en het bouwen van Salomo’s tempel op 1012 gesteld. Wij beproefden (1)deze afwijking van de gewone jaartelling, om voor het jaar van de wereldschepping het ronde getal 4000 v. Chr. (Genesis1: 3) te kunnen vasthouden, maar zien ons genoodzaakt de proef op te geven, en wel om de volgende redenen. Bij de chronologische berekening van de geschiedenissen van het Oude Testament komt het vooral aan op de tijdsbepaling van de uittocht van de kinderen van Israël uit Egypte. Dit jaar verkrijgen wij, wanneer wij bij elkaar tellen het getal van de levensjaren, die de voorvaderen vóór en na de zondvloed (Genesis5: 3vv.; 11: 10vv.), benevens de beide eerste aartsvaders bereikt hadden (Genesis21: 5; 25: 26) op de tijd, toen de zoon geboren werd, die de geslachtsrij voortzet, hierbij de ouderdom van Jakob, toen hij naar Egypte verhuisde (Genesis47: 9) en de jaren, die de kinderen van Israël in Egypte gewoond hadden (Exod.12:
. Uit de aldus verkregen som van 2513 jaren, hadden wij voor de chronologie van het Oude Testament verkregen, dat de kinderen van Israël uit Egypte trokken in het jaar 2513 na de wereldschepping. Nu had volgens 6: 1 van ons boek, het begin van de tempelbouw plaats 480 jaren na de uittocht; toen had Salomo drie jaar geregeerd, zodat er van zijn 40-jarige regering nog 7 jaar bijkomen, terwijl de regeringstijd van zijn opvolgers tot op het vierde jaar van Jojakim, volgens de boeken van de Koningen 369 jaar bedraagt. Dat jaar van Jojakims regering is volgens Jer.25: 1 het begin van de Babylonische ballingschap, zodat deze valt in het jaar 3399 na de wereldschepping. Dit jaartal is een tweede uitgangspunt voor de tijdrekenkunde van het Oude Testament. Nu is de vraag, of er niet ergens een zeker punt te vinden is, om de jaren van de wereld tot jaren vóór Christus’ geboorte te herleiden, volgens de eenmaal gewoon geworden tijdrekening (aera Dionysiana). In het vijfde jaar van Nabopolassar, de vader van Nebukadnezar, is een maansverduistering in Almagesta waargenomen en opgetekend, die naar de berekening van Ideler (1814) heeft plaatsgehad op 22 April van het jaar 621 vóór Chr. geboorte. Vijftien jaar viel de slag bij Circesium aan de Eufraat voor, waarin Nebukadnezar farao Necho overwon en naar Jeruzalem optrok (Jer.46:
. Dit zou het jaar 606 v. Chr. zijn; omdat nu het laatste, als het 4e jaar van Jojakim, volgens de vroeger medegedeelde berekening, zoals is aan het jaar 3399 na de wereldschepping, zo blijkt, dat het jaar van de wereldschepping het jaar 4005 v. Chr. geweest is. Wij hadden dus bij Deuteronomium 34: 12 en Joz.24: 33 overal 5 jaar meer moeten tellen, dan daar opgegeven is; dus Mozes’ geboorte 1572; vlucht naar Midian 1532; uittocht uit Egypte 1492, Mozes’ dood 1452, de tijd van Jozua 1452-1435 enz. tot Salomo’s regering 1015-975. Wij verzoeken de lezers deze en enige andere bij Joz.24: 33 over de gelijktijdige rechters gemaakte opgaven te verbeteren, terwijl van nu af de chronologische berekeningen naar deze betere stelling zullen gemaakt worden.
(1) Deze fout is in de tweede druk hersteld. (v.G.)
Zo scheiden wij dan van de koning van Israël, de man, die in zijn oprechte, algehele en onvoorwaardelijke overgave van zichzelf aan de God aller genade, ons de weg ten hemel toonde. En zie, uit het grijs verleden klinkt een profetisch bazuingeschal in ons oor, en stemmen, door de Geest van God gedreven, verenigen zich tot een wonderschone verheerlijking van Jesse’s zoon. Jesaja, de evangelist van het Oude Testament roept: “Aan de grootheid van deze heerschappij (van David’s zoon) en van de vrede zal geen einde zijn op de troon van David en in zijn koninkrijk.” De Heere zelf spreekt door de mond van Zijn profeet: “Ik zal met u een eeuwig verbond maken, namelijk de gewisse weldadigheden van David.” “Ja,” zo valt de Ziener Amos in: “de Heere heeft beloofd: “Op die dag zal Ik de vervallen hut van David weer oprichten, en Ik zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weer oprichten, en zal ze bouwen als in de dagen vanouds.” Ezechiël vult dit woord aan door erbij te voegen: “Ik zal mijn schapen verlossen, spreekt de Heere, en Ik zal een enige Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk mijn knecht David, en Ik, de Heere zal hun tot een God zijn, en mijn knecht David zal vorst zijn in het midden van hen.” Met een verheven gevoel van hart luisteren wij naar deze en dergelijke klanken van de belofte, en terwijl wij vragen wie het mag zijn, op wie deze beloften doelen, staat er Een voor ons “als de zoon van een mens” wie echter alle engelen van God aanbidden, en spreekt: “Ik ben de wortel uit het geslacht van David, de blinkende morgenster. Dit zegt de Heilige en Waarachtige, die de sleutel van David heeft, en die opent en niemand sluit, en die sluit en niemand opent!” Wij hebben Hem herkend, wij vallen biddend voor Hem in het stof en juichen Hem toe: “Hosanna de Zoon van David! Gezegend is Hij, die komt in de naam des Heren! Hosanna in de hoogste hemelen.”. Ofschoon hij een groot koning en een profeet is geweest en in een koninklijk graf gelegd werd, hij heeft nochtans, zowel als andere mensen, de verderving gezien, en daarom kon hij de woorden in Psalm 16: 10 niet gesproken hebben van zichzelf, maar alleen van zijn Zoon en Heere, de Messias, die geen verderving heeft gezien (Hand.13: 37). Zijn grafschrift zou men kunnen opmaken uit 2 Samuel .23: 1: “Hier ligt David, de zoon van Isaï, de man, die hoog was opgericht, de Gezalfde van de God van Jakob, en liefelijk in Psalmen van Israël” en men zou zijn eigen woorden (Psalm 16: 9): Ook zal mijn vlees rusten in hoop, tenslotte daarbij kunnen voegen.
II. Vs. 12-35.Kruisverwijzingen2 Kronieken 1:1→Psalmen 45:9→1 Kronieken 28:5→1 Koningen 1:25→1 Kronieken 22:9→Psalmen 72:8→1 Koningen 1:46→1 Kronieken 29:23→ — En Salomo zat op den troon van zijn vader David; en zijn koninkrijk werd zeer bevestigd. Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede. Daarna zeide hij: Ik heb een woord aan u. En zij zeide: Spreek. Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden. En nu begeer ik van u een enige begeerte; wijs mijn aangezicht niet af. En zij zeide tot hem: Spreek. En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve. En Bathseba zeide: Het is goed, ik zal den koning voor u aanspreken. Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand. Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen. En zij zeide: Laat Abisag, de Sunamietische, aan Adonia, uw broeder, ter vrouwe gegeven worden. Spoedig na David’s dood komt Salomo in de gelegenheid niet alleen om zijn koninkrijk tegen Adonia te bevestigen, die opnieuw beproeft zich van de kroon meester te maken, maar ook om het bevel van zijn vader met betrekking tot Joab uit te voeren. Adonia namelijk beproeft door bemiddeling van de koningin-moeder, Bathseba, Abisag van Sunem tot vrouw te krijgen; maar Salomo wel doorziende, welke bedoelingen hij daarmee heeft, laat hem als schuldig aan hoogverraad ter dood brengen. Omdat hij tegelijkertijd de hogepriester Abjathar, die het met Adonia gehouden heeft, uit zijn ambt ontzet, vlucht Joab, bevreesd, dat ook hem de wraak van de koning treffen zal, naar het heiligdom, maar Salomo vindt geen reden zijn leven daarom te sparen en laat hem aan het altaar doden.
En Salomo zat op de troon van zijn vader David, regeerde in diens plaats; en zijn koninkrijk werd zeer bevestigd, doordat al het volk met de vorsten hem zonder tegenspraak als koning erkenden (1 Kronieken 29: 23vv.).
Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, nog altijd belust op de reeds eenmaal maar tevergeefs overrompelde troon, tot Bathseba, de moeder van Salomo, om met haar hulp van de koning te verkrijgen, dat deze hem Abisag, de Sunamitische, tot vrouw zou geven; want, omdat volgens de rechten en gewoonten van het Oosten hij, die zich van het vrouwenpaleis van de vorige koning meester maakte, aanspraak op de troon kreeg (2 Samuel 12: 8), zo hoopte hij door het huwelijk met de verpleegster van David, die tevens bij het volk voor David’s bijvrouw doorging, een houvast te verkrijgen, waardoor hij bij gelegenheid zijn aanspraken op de troon opnieuw kon doen gelden; en zij, Bathseba, die uit het vroegere gedrag van Adonia voor het tegenwoordige weinig goeds voorspelde, maar hem toch na zijn begenadiging de toegang niet ontzeggen wilde, zei toen hij binnenkwam: Is uw komst vrede, hebt gij vreedzame bedoelingen? (1 om.16: 4) en hij, huichelachtig als hij was, zei: Vrede.
Hij zei dan, om haar eerst alle achterdocht te benemen, als zou hij nog naar de troon staan: Gij weet, dat het koninkrijk vanwege het recht van mijn eerstgeboorte eigenlijk van mij was, en geheel Israël 1) reeds, omdat ik na het overlijden van de drie oudste prinsen nu de oudste van David’s zonen was, zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik na David koning zou zijn; en hoewel het koninkrijk omgewend en van mijn broeder geworden is, zo wil ik mij toch in dit verlies schikken, want het is van de HEERE hem (Salomo) geworden, en nu de Heere het hem gegeven heeft, zal ik hem in het rustig bezit van de troon laten.
Geheel Israël. Adonia kon dit zeggen, omdat Abjathar, de hogepriester, en Joab, de opperbevelhebber van zijn rijk zich voor hem hadden verklaard. Daaruit kon Bathseba opmaken, dat, indien David niet op bijzondere wijze tussenbeide was gekomen, zijn verkiezing tot koning een feit was geworden.
En hij zei: Spreek toch tot de koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, zijn eigen moeder zal hij niet weigeren hem een verzoek voor te dragen, dat hij mij Abisag, de Sunamitische, tot vrouw geve, zij is door David niet bekend, en ik voel een hartelijke genegenheid tot haar. 1)
Adonia probeerde hiermee (1: 4) zijn overtreding van de duidelijke wet (Lev.18: 8), te verontschuldigen. Ook Bathseba maakte geen problemen daaromtrent.
En Bathseba, die Adonia’s woorden voor welgemeend opnam, liet zich verstrikken en zei: Het is goed, 1) ik zal de koning voor u aanspreken. Niet alleen beschouwde zij het verzoek als inwilligbaar, om bovengenoemde reden, maar tevens wilde zij Adonia uit vrouwelijk medelijden des te liever te wille zijn, omdat daaruit een verzoening tussen Salomo en Adonia geboren kon worden.
Adonia had bij Bathseba de teruggezette gespeeld en zich gehouden, alsof hij volkomen de wil van de Heere goedkeurde. Hij had daardoor het hart van de koningin-moeder week gemaakt en zij had deze zaak beschouwd als een uitnemend middel, om de verzoening te bewerkstelligen tussen Adonia en koning Salomo.
Zo kwam Bathseba tot koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond bij haar binnentreden op van zijn zetel en ging haar, die nietalleen zijn moeder, maar ook de koningin-weduwe was, en aldus met onderscheiding moest behandeld worden, tegemoet en boog zich eerbiedig voor haar neer; daarna zat hij weer op zijn troon, om als koning haar zaak te vernemen, en hij deed een stoel (troonzetel) voor de moeder van de koning zetten, 1) en zij zat aan zijn rechterhand op de ereplaats (Psalm 110: 1).
De zetel naast de koning gold voor de hoogste ereplaats.
En de koning Salomo zwoer bij de HEERE, zozeer was hij zich van zijn zaak gewis, en zo vast was hij besloten zijn verkiezing van God tot koning van Israël niet langer door Adonia’s arglistige en trouweloze kuiperijen te laten ontheiligen, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal ditmaal de welverdiende doodstraf niet ontgaan, hij zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben. 1)
Salomo zweert deze eed tevens, om daardoor Bathseba te verhinderen, dat zij uit vrouwelijk medelijden verzoekt Adonia’s leven te sparen.
En nu, zo waarachtig als de HEERE leeft, die mij, ondanks alle tegenstand van mijn tegenstanders, bevestigd heeft, en mij heeft doen zitten op de troon van mijn vader David, en die mij een huis gemaakt heeft (Salomo had nu reeds een zoon, Rehabeam, van een jaar oud, (Vergelijk 14: 21 en 11: 42) zoals Hij gesproken had tot David (2 Samuel .7: 12vv.): Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen ontslapen zult zijn, zal Ik uw nageslacht na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen; de Heere heeft mij aangewezen als degene, in wie deze beloften zullen vervuld worden, ja voorzeker Adonia, die aldus niet tegen mij maar tegen God strijdt, zal daarom nog heden gedood worden.1)
Tot een des te overvloediger bewijs van de onveranderlijkheid van Gods Raad en belofte, aangaande de bevestiging van David’s koninkrijk, was de Heere met een eed daartussen gekomen en dientengevolge achtte Salomo zich verplicht, om insgelijks de krachtigste verzekering te geven, dat hij onveranderlijk besloten had, de vaststelling, zoveel hem mogelijk was, te handhaven en de vijanden daarvan te verdelgen. De Heere leeft, die mij bevestigd heeft. Voorzeker Adonia, die getracht heeft deze goddelijke vaststelling te verbreken, zal gedood worden.
Adonia ging niet alleen in tegen de wil en de begeerte van David, maar bovenal tegen de Raad van God. Hij trachtte het besluit van God te vernietigen, en daarom was hij de dood schuldig. Hij had zich schuldig gemaakt aan hoogverraad en daarop stond de doodstraf.
En tot Abjathar, de priester, Adonia’s medestander, die zeer waarschijnlijk ook na de mislukte poging in 1 beschreven, voortdurend in geheime verstandhouding met hem gestaan had, zei de koning: Ga naar Anathoth, de priesterstad, waartoe gij behoort (Joz.21: 18), op uw akkers, en bebouw die in plaats van verder het priesterambt waar te nemen; want gij zijt een man van de dood, d.i. hebt door uw schanddaden de dood verdiend, maar op deze dag 1) (voor ditmaal) zal Ik u niet doden, omdat gij de Ark van de Heere HEERE voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt (gij hebt over het vervoer een wakend oog gehouden, zowel bij de feestelijke overbrenging naar Jeruzalem (1 Kronieken 16: 11vv.), als toen David vluchtte (2 Samuel .15: 24) en omdat gij verdrukt zijt geweest in alles, waarin mijn vader verdrukt was (gij hebt zijn lot gedeeld, terwijl hij door Saul vervolgd werd (1 Samuel .22: 20vv. 23: 2 vv.) en tijdens de opstand van Absalom (2 Samuel .17: 15vv.); ik zal uw voormalige trouw en uw waardigheid in aanmerking nemen ten gunste van u.
Zie hier weer een trek van Salomo’s wijsheid. Hij spaart hem op dit ogenblik en spaart hem het leven, maar omdat hij niet weet, of Abjathar zich ook weer zal laten gebruiken tot oproerige daden, zegt hij hem niet toe dat hij bij een volgende maal hem het leven zal sparen. Salomo’s zachtmoedigheid komt hier temeer uit, vergeleken met de wraakzucht van Saul. Saul had het leven van Achimelech niet gespaard, om vermeend hoogverraad. Salomo herinnert zich de dienst van Abjathar en spaart hem, hoewel hij zich werkelijk aan hoogverraad heeft schuldig gemaakt.
Salomo dan verdreef Abjathar, 1) dat hij voortaan de priester van de HEERE niet meer was om te vervullen het woord van de HEERE, dat Hij over het huis van Eli te Silo gesproken had 2) (1 Samuel .2: 30vv.).
Over het verdere lot van Abjathar wordt het stilzwijgen bewaard, omdat de dood van een afgezette priester geen betekenis had voor het rijk van God; hij zal zijn afzetting wel niet lang overleefd hebben, want hij zal toen wel omstreeks 80 jaar oud geweest zijn (1 Samuel 2: 32). Overigens blijkt uit 4: 4 dat Abjathar wel het priesterambt, maar niet de priesterlijke waardigheid ontnomen was, want op die plaats wordt hij nog naast Zadok als priester genoemd.
Het Priesterambt ging nu weer van het huis van Ithamar over op dat van Eleazar, zoals de Heere gesproken had.
Toen het gerucht van Adonia’s gerechtelijke dood en Abjathar’s afzetting tot Joab kwam, zo vreesde hij ook voor zijn leven (want Joab had zich gewend achter Adonia (zoals wij zagen in 1: 7vv.) hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), integendeel had hij met diens oproer David met alle macht ter zijde gestaan (2 Samuel .18: 1-20,22), zo vluchtte Joab om zijn leven te redden tot de tent van de HEERE 1) op de heuvel Sion, waar ook Adonia vroeger een schuilplaats had gezocht (Hoofdstuk .1: 50vv.), en vatte de hoornen van het altaar, hopende dat Salomo uit eerbied voorde heiligheid van de plaats hem daar niet zou laten doden, maar hem begenadigen, zoals dit vroeger Adonia geschied was.
Omdat Joab zich aan een tweevoudige moord had schuldig gemaakt, kon het altaar voor hem geen vrijplaats zijn (Exod.21: 13vv.).
— En Benaja kwam tot de tent des HEEREN, en zeide tot hem: Zo zegt de koning: Kom uit. En hij zeide: Neen, maar hier zal ik sterven! En Benaja bracht het antwoord weder aan den koning, zeggende: Zo heeft Joab gesproken, en zo heeft hij mij geantwoord.
En Benaja kwam tot de tent van de HEERE en zei tot hem, omdat hij huiverde het doodvonnis voor het altaar van de Heere aan hem te voltrekken: Zo zegt de koning: Kom naar buiten! 1) (Ik sommeer u in naam van de koning deze plaats te verlaten). En hij (Joab) zei: Nee, ik zal er niet uitkomen, maar hier zal ik sterven! Hebt gij het bevel ontvangen mij te doden, doe het hier, dan zal geheel Israël erkennen, wat een wreed en bloeddorstig tiran koning Salomo is, omdat zelfs de heiligste plaats door hem niet wordt ontzien. En Benaja, niet wetende hoe hij zich in dit geval gedragen moest, bracht het antwoord weer aan de koning, zeggende: Zó heeft Joab gesproken, en zó heeft hij mij geantwoord, wat moet ik nu doen ten einde het bevel van mijn heer de koning aan hem te voltrekken, zonder dat deze daardoor zijn achting bij het volk verlieze, of zijn goede naam daardoor schade lijde.
Aan de lange tijd geleden gepleegde zonde dacht hij toen niet meer, maar slechts aan zijn deelname aan de opstand van Adonia; en wegens deze schuld mocht hij hopen, dat Salomo uit eerbied voor de godsdienst hem niet op de heilige plaats zou laten doden. Dat deze hoop niet geheel en al uit de lucht was gegrepen, merkt men daaruit, dat Benaja, toen Joab op de in naam van de koning tot hem gerichte vordering, niet van het altaar week, hem niet terstond de doodsteek gaf, maar dit aan Salomo berichtte en diens bevel daartoe afwachtte. Salomo echter liet de gerechtigheid haar vrije loop en beval hem daar te doden en dan te begraven.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 21:13→Richteren 9:24→Richteren 9:57→Psalmen 7:16→1 Koningen 2:5→2 Samuël 3:37→2 Samuël 17:25→2 Samuël 4:11→— Zo zal de HEERE zijn bloed op zijn hoofd doen wederkeren, omdat hij op twee mannen, rechtvaardiger en beter dan hij, aangevallen is, en die met het zwaard gedood heeft, daar het mijn vader David niet wist, Abner, den zoon van Ner, den krijgsoverste van Israel, en Amasa, den zoon van Jether, den krijgsoverste van Juda.
Zo zal de HEERE zijn bloed op zijn hoofd doen terugkeren, omdat hij op twee mannen, rechtvaardiger en beter dan hij, aangevallen is a) en die met het zwaard gedood heeft, omdat mijn vader David het niet wist: 1) Abner, de zoon van Ner, de krijgsoverste van Israël, en Amasa, de zoon van Jether, de krijgsoverste van Juda (vs.6).
Ook: “2 Samuel 19: 13
Hiermee verzekert Salomo aan zijn tijdgenoten, dat David niets wist van de sluipmoorden van Joab, zodat de bloedschuld niet aan zijn vader verweten kon worden, maar Joab alleen er aansprakelijk voor was.
Kruisverwijzingen1 Koningen 2:32→Jesaja 9:6→Lukas 2:14→Spreuken 25:5→Jesaja 11:1→Lukas 1:31→2 Samuël 3:28→Psalmen 89:29→— Alzo zal hun bloed wederkeren op het hoofd van Joab, en op het hoofd van zijn zaad in eeuwigheid; maar David, en zijn zaad, en zijn huis, en zijn troon zal vrede hebben van den HEERE tot in eeuwigheid.
Zo zal hun bloed, overeenkomstig de vloek door mijn vader uitgesproken a) terugkeren op het hoofd van Joab, en op het hoofd van zijn 1) nageslacht in eeuwigheid, maar David en zijn nageslacht en zijn huis, en zijn troon zal vrede hebben van de HEERE tot in eeuwigheid, volgens de hem gegeven belofte. b)
2 Samuel .3: 28vv. b) 2 Samuel .7: 12vv.
Door het onschuldig vergoten bloed te doen terugkeren op het hoofd van hem, die het geplengd had, werd de bloedschuld, die anders op het huis van David gebleven zou zijn, daarvan weggedaan, hetgeen insluit, dat de Overheid op een bijzondere wijze verantwoordelijk is voor onschuldig vergoten bloed, dat het ten hare laste ligt, het te wreken, en dat het is op straffe van Gods hoogste ongenade, indien het wordt nagelaten.
Kruisverwijzingen1 Koningen 2:25→Jozua 15:61→Mattheüs 3:1→1 Koningen 2:31→1 Koningen 2:46→2 Koningen 21:18→2 Kronieken 33:20→— En Benaja, de zoon van Jojada, ging op, en viel op hem aan, en doodde hem; en hij werd begraven in zijn huis, in de woestijn.
En Benaja, de zoon van Jojada, ging na deze woorden van de koning op naar de wat hoger gelegen tent van de Heere en viel op hem (Joab) aan, en doodde hem, hoewel hij de hoornen van het altaar vasthield, en hij werd daarna begraven in zijn d.i. de bij zijn huis vervaardigde grafspelonk a) in de woestijn van Juda, niet ver van Bethlehem zijn geboorteplaats.
1 Samuel .25: 1 Salomo kende de wet van God. Hij wist, dat het altaar van de Heere geen bescherming verleende aan moedwillige moordenaars (Ex.21: 14): “Gij zult hem van voor Mijn altaar nemen, dat hij sterve”. In gevallen dat dierenbloed de zonden kon verzoenen, verleende het altaar een schuilplaats, maar niet in Joabs geval. Salomo beval dus, dat hij daar gedood zou worden, om aldus te tonen, dat hij de volksmening niet vreesde in het betrachten van zijn plicht; integendeel wilde hij hen daardoor te kennen geven, dat de uitoefening van het recht beter is dan slachtoffer, en dat de heiligheid van een plaats nooit de goddeloosheid, van wie het ook zij, mag beschermen. Zij die met een levend geloof aan Christus en Zijn gerechtigheid vasthouden, vastbesloten om, moeten zij vergaan, daarop te vergaan, zullen in Hem een machtiger beschermer vinden dan Joab in de hoornen van het altaar.
II. Vs. 36-46.Kruisverwijzingen2 Samuël 15:23→2 Samuël 1:16→Spreuken 25:5→Jozua 2:19→2 Koningen 23:6→Ezechiël 18:13→Leviticus 20:9→Johannes 18:1→ — Daarna zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon aldaar; en ga van daar niet uit herwaarts of derwaarts. Want het zal geschieden ten dage van uw uitgaan, als gij over de beek Kidron zult gaan, weet voorzeker, dat gij den dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn. En Simei zeide tot den koning: Dat woord is goed; gelijk als mijn heer de koning gesproken heeft, alzo zal uw knecht doen. En Simei woonde te Jeruzalem vele dagen. Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simei wegliepen tot Achis, den zoon van Maacha, den koning van Gath; en men gaf het Simei te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath. Toen maakte zich Simei op, en zadelde zijn ezel, en toog heen naar Gath tot Achis, om zijn knechten te zoeken; zo toog Simei heen, en bracht zijn knechten van Gath. En het werd Salomo aangezegd, dat Simei uit Jeruzalem naar Gath getogen, en wedergekomen was. Toen zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Heb ik u niet beedigd bij den HEERE, en tegen u betuigd, zeggende: Ten dage van uw uitgaan, als gij zult herwaarts of derwaarts gaan, weet voorzeker, dat gij den dood zult sterven? En gij zeidet tot mij: Dat woord is goed, dat ik gehoord heb. Waarom dan hebt gij den eed des HEEREN niet gehouden, en het gebod, dat ik over u geboden had? Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren. Maar de koning Salomo is gezegend; en de troon van David zal bevestigd zijn voor het aangezicht des HEEREN tot in eeuwigheid. Om Simeï, met betrekking tot wie Salomo evenzeer een opdracht van zijn vader had, meer van nabij te kunnen gadeslaan, liet Salomo hem naar Jeruzalem komen, en gebiedt hem op straffe van de dood de grenzen van de stad niet te overschrijden. Maar reeds na verloop van drie jaar wordt Simeï’s lot beslist; toen enige knechten hem ontliepen naar Gath in het land van de Filistijnen, vergeet hij geheel en al zijn toestand van gevangene, en achtervolgt hen om hen terug te halen. Daardoor verbeurt hij zijn leven en zo treft hem nu de door zijn lastering aan David, de gezalfde van de Heere, welverdiende straf.
Kruisverwijzingen1 Koningen 2:8→Spreuken 20:8→2 Samuël 14:24→1 Koningen 1:53→2 Samuël 14:28→2 Samuël 16:5→Spreuken 20:26→— Daarna zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon aldaar; en ga van daar niet uit herwaarts of derwaarts.
Daarna, om verder de opdracht van zijn vader uit te voeren (vs.5vv.), zond de koning naar Bahurim, oostelijk van Jeruzalem gelegen a) en riep Simeï tot zich en zei tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon daar, opdat ik u beter onder mijn toezicht hebbe als in uw geboorteplaats; en ga van daar niet uit hierheen of daarheen, buiten de grenzen van de stad.
2 Samuel .3: 16; 16: 5
Kruisverwijzingen2 Samuël 15:23→2 Samuël 1:16→Jozua 2:19→2 Koningen 23:6→Ezechiël 18:13→Leviticus 20:9→Johannes 18:1→1 Koningen 2:31→— Want het zal geschieden ten dage van uw uitgaan, als gij over de beek Kidron zult gaan, weet voorzeker, dat gij den dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn.
Want het zal geschieden op de dag van uw uitgaan buiten de u gestelde grens, als gij over de beek Kedron 1) zult gaan, want ook daarover te gaan is u verboden, weet voorzeker dat gij de dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn, zo hebt gij niemand dan uzelf uw dood te verwijten; houdt gij u aan de voorwaarden zo-even gesteld, zo zullen wij ons ook houden aan hetgeen mijn vader David u beloofd heeft (2 Samuel .19: 23).
Het Kedrondal is als oostelijke grens van het stamgebied genoemd met het doel, omdat Bahurim, de woonplaats van Simeï, oostwaarts van Jeruzalem naar de kant van de woestijn lag.
KruisverwijzingenLukas 12:15→1 Timotheüs 6:10→Spreuken 15:27→— Toen maakte zich Simei op, en zadelde zijn ezel, en toog heen naar Gath tot Achis, om zijn knechten te zoeken; zo toog Simei heen, en bracht zijn knechten van Gath.
Toen maakte Simeï zich op en zadelde zijn ezel en ging heen naar Gath, tot Achis om zijn knechten bij hem te zoeken, want omdat het land van de Filistijnen na David’s overwinningen onder Israël stond, kon men hem de uitlevering van de beide slaven niet weigeren. Zo ging Simeï heen en bracht zijn knechten, die hij weldra gevonden had, van Gath
met zich naar Jeruzalem.
Simeï vergeet hetgeen hij beloofd heeft, maar deze zaak wordt aanleiding, dat de straf van God, vanwege zijn zonde tegen de Gezalfde van de Heere, aan hem eindelijk wordt voltrokken. De tijd van de genade was voor Simeï voorbij.
In blinde hartstocht vergeet Simei geheel en al zijn belofte en zo treft hem door de wonderbare besturing van God, de straf aan David verdiend.
KruisverwijzingenRomeinen 13:5→Ezechiël 17:18→Prediker 8:2→2 Samuël 21:2→2 Kronieken 30:12→— Waarom dan hebt gij den eed des HEEREN niet gehouden, en het gebod, dat ik over u geboden had?
Waarom dan hebt gij de eed van de HEERE niet gehouden en het gebod, dat ik over u geboden had?1)
Simeï had onder ede beloofd in Jeruzalem te zullen blijven. Wanneer hem nu zijn slaven ontvlucht waren, dan had hij aan de koning verlof moeten vragen, om de stad te verlaten. Nu hij het niet gedaan heeft, heeft hij zichzelf de dood berokkend. Wij lezen dan ook niet, dat Simeï enige verontschuldiging heeft ingebracht.
KruisverwijzingenSpreuken 25:5→2 Samuël 7:13→Psalmen 72:17→Jesaja 9:6→1 Koningen 2:33→1 Koningen 2:24→Psalmen 21:6→— Maar de koning Salomo is gezegend; en de troon van David zal bevestigd zijn voor het aangezicht des HEEREN tot in eeuwigheid.
Maar de koning Salomo is gezegend, dat de Heere het zo heeft laten gebeuren en mij het zwaard tegen u in de hand geeft is een bewijs, dat Hij mij zegent in mijn bestuur, en een teken, dat de troon van David bevestigd zal zijn voor het aangezicht van de HEERE tot in eeuwigheid; dit hebt gij vroeger niet willen geloven, maar hebt mijn vader gelasterd als ware hij door de Heere verworpen. 1)
Had Simeï niet onder het goddelijk oordeel gelegen, maar hij een in waarheid bekeerd en in genade aangenomen hart gehad, dan had hij zich wel zijn eed herinnerd bij het voorval met de slaven, en van de koning hulp gevraagd, om weer in het bezit van zijn eigendom te geraken, in plaats van zichzelf te helpen. Deze geschiedenis is een bewijs, hoe God de onboetvaardige zondaar te zijner tijd straft (Psalm 7: 12vv.).
Kruisverwijzingen1 Koningen 2:12→2 Kronieken 1:1→Spreuken 29:4→1 Koningen 2:45→— En de koning gebood Benaja, den zoon van Jojada; die ging uit, en viel op hem aan, dat hij stierf. Alzo is het koninkrijk bevestigd in de hand van Salomo.
En de koning gebood Benaja, de zoon van Jojada, het doodvonnis aan hem te voltrekken; die ging met hem uit naar de plaats, waar dergelijke vonnissen voltrokken werden, en viel op hem aan, dat hij stierf. 1) Alzo is het koninkrijk, door deze, van vers 13 af beschreven voorvallen bevestigd in de hand van Salomo; want de Heere liet het hem gelukken, terstond in de aanvang van zijn regering al het misdadige te verdoen, wat uit David’s tijden nog ongestraft was gebleven, en door de handhavingvan een strenge gerechtigheid de weg tot een vreedzaam en rustig bestuur te banen (Spreuken 16: 12; 25: 5).
De oude boosheid blijft in het onbekeerde hart, en het is nodig, dat er een waakzaam oog gehouden wordt op hen, die hun vijandschap aan de dag hebben gelegd, maar geen bewijs van berouw hebben gegeven. Evenwel is het recht zo onpartijdig te zijn, dat zij moeten toestemmen: “de uitspraak is rechtvaardig. “Maar geen verbintenissen of gevaren zullen de wereldling van het achtervolgen van zijn plannen doen afzien, hij zal voortgaan al stort hij lichaam en ziel in het verderf. Laat ons tevens in herinnering houden, dat God Zijn oordeel niet naar het onze afmeet. Laat ons trachten het gevoel in ons levend te houden, dat Zijn oog ons ziet, en laat ons streven zijn steeds als in Zijn aanwezigheid te wandelen. Laat elk van onze daden, woorden en gedachten geleid worden door de wetenschap, dat het uur spoedig aanbreekt, waarop de minste omstandigheden van ons leven aan het licht zullen gebracht worden en ons eeuwig lot beslist zal worden door een rechtvaardig en alwetend God. Zo gaf de Heere Simeï over in zijn dwaasheid, opdat de verdiende straf op hem kon worden toegepast, zodat iedere tegenstander van Salomo’s rijk werd verdaan, en alle anderen afgeschrikt door hun voorbeeld. Zijn troon werd bevestigd in vrede als de type van het rijk van de vrede en de gerechtigheid van de Verlosser. En het is een troost, met betrekking tot de vijandschap van de vijanden van de kerk, dat hoe zij ook woelen, zij zich slechts tevergeefs zullen afmatten. Christus troon is gevestigd, zij kunnen hem niet overweldigen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Koningen 2
1 Koningen 2:30.
— En Benaja kwam tot de tent des HEEREN, en zeide tot hem: Zo zegt de koning: Kom uit. En hij zeide: Neen, maar hier zal ik sterven! En Benaja bracht het antwoord weder aan den koning, zeggende: Zo heeft Joab gesproken, en zo heeft hij mij geantwoord.
Salomo zou de koning zijn na David, maar zijn oudere broer Adonia werd voorgetrokken door Joab, de hoofdman van het leger, en door Abjathar de priester. Toen Salomo de troon besteeg, was Adonia voor zijn leven bevreesd en vluchtte hij naar de hoornen van het altaar om beschutting. Salomo vergaf hem voorlopig, totdat hij weer begon samen te spannen en het voor Salomo nodig werd een zware slag te slaan.
Hij besloot te beginnen met Joab, de bodem van al het onheil. Nauwelijks had de koning dit besloten, of Joab vluchtte naar het altaar, dat hij tevoren zelden genaderd was. Hij was een oud man die dertig jaar of meer tevoren twee gruwelijke moorden bedreven had, en nu kwamen die op hem neer. Voor zover wij kunnen beoordelen, had hij zijn leven lang weinig achting voor de godsdienst getoond. Hij was een ruw krijgsman en gaf weinig genoeg om God, de tabernakel, de priesters of het altaar; maar toen hij in gevaar was, zocht hij zijn toevlucht bij wat hij verwaarloosd had. Hij is niet de enige die dit gedaan heeft.
Maar het altaar was hem van geen nut. Wij mogen hieruit twee lessen trekken. De eerste is dat uitwendige instellingen nutteloos zijn. Voor de levende God, die groter en wijzer is dan Salomo, zal het niemand baten de hoornen van het altaar aan te grijpen. Maar ten tweede: er ís een altaar — een geestelijk altaar — waar, als iemand de hoornen aangrijpt en zegt: “Neen, maar hier zal ik sterven”, hij nooit sterven zal maar voor eeuwig veilig zal zijn tegen het zwaard van de gerechtigheid; want de Heere heeft een altaar aangesteld in de Persoon van Zijn eigen dierbare Zoon, Jezus Christus, waar beschutting zal zijn voor de snoodste van de zondaren als zij maar komen en het aangrijpen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-11.KruisverwijzingenGenesis 47:29→Jozua 23:14→Deuteronomium 29:9→2 Samuël 7:25→1 Koningen 8:25→2 Koningen 20:3→2 Samuël 20:10→2 Samuël 3:27→
— Als nu de dagen van David nabij waren, dat hij sterven zou, zo gebood hij zijn zoon Salomo, zeggende: Ik ga heen in den weg der ganse aarde, zo wees sterk, en wees een man. En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes; opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult, en al waarheen gij u wenden zult; Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun ganse hart en met hun ganse ziel te wandelen, zo zal geen man, zeide Hij, u afgesneden worden van den troon Israels. Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, mij gedaan heeft, en wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israel, Abner, den zoon van Ner, en Amasa, den zoon van Jether, dien hij gedood heeft, en heeft krijgsbloed vergoten in vrede; en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, die aan zijn voeten waren. Doe dan naar uw wijsheid, dat gij zijn grauwe haar niet met vrede in het graf laat dalen. Maar aan de zonen van Barzillai, den Gileadiet, zult gij weldadigheid bewijzen, en zij zullen zijn onder degenen, die aan uw tafel eten; want alzo naderden zij tot mij, als ik vluchtte voor het aangezicht van uw broeder Absalom. En zie, bij u is Simei, de zoon van Gera, de zoon van Jemini, uit Bahurim, die mij vloekte met een geweldigen vloek, ten dage als ik ging naar Mahanaim; doch hij kwam af mij tegemoet aan de Jordaan, en ik zwoer hem bij den HEERE, zeggende: Zo ik hem met het zwaard dode! Maar nu, houd hem niet onschuldig, dewijl gij een wijs man zijt; en gij zult weten, wat gij hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar met bloed in het graf doet dalen. En David ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de stad Davids.
David zijn einde voelende naderen, ontbiedt de reeds in zijn koninkrijk bevestigde koning Salomo tot zich, en geeft hem zijn laatste bevelen en vermaningen; de laatste hebben betrekking op de geest en zin, waarin Salomo regeren moet, opdat zijn regering gezegend zij en de Heere Zijn belofte aan het huis van David kan vervullen; de eerste betreffen de vergelding van Joabs misdaad, de vergelding van Barzillaï’s trouw aan diens kinderen en het scherpe waarnemen van de lasteraar Simeï, opdat ook deze nog zijn loon krijgt. Daarop wordt David’s overlijden met korte woorden vermeld met opgave van de plaats, waar hij begraven werd, en van de tijd, dat hij geregeerd heeft.
Toen nu de dagen van David nabij waren dat hij sterven zou, en hij zelf ook voelde dat zijn einde naderde, gebood hij zijn zoon Salomo, nadat hij deze reeds op de rijksdag (1 Kronieken
met aandrang vermaand had, zeggende:
En neem waar de wacht van de HEERE, uw God (neem de dienst, die gij Hem schuldig zijt, wel waar), om te wandelen in zijn wegen, om te onderhouden zijn instellingenen zijn geboden, en zijn rechten en zijn getuigenissen,
zoals geschreven is in de wet van Mozes; dat een koning van Israël deze instellingen, geboden en rechten bestendig voor ogen moet houden, en daarvan noch ter rechter- noch ter linkerzijde afwijken (Genesis16: 6 Deuteronomium 8: 11; 17: 18vv.), opdat gij verstandig handelt in al wat gij doen zult en in al waarheen gij u wenden zult (Joz.1: 7vv.; 1 Kronieken 22: 13);
Onder instellingen, geboden, rechten en getuigenissen zijn alle wetten van Mozes begrepen, die betrekking hadden op het godsdienstig, burgerlijk en staatkundig leven.
Opdat 1) de HEERE ook over u bevestige zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, dat namelijk aan het wandelen in Gods wegen Gods zegen verbonden is, zeggende (2 Samuel .7: 12vv.): Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouw, met hun ganse hart en met hun ganse ziel, te wandelen, zo zal geen man, zei Hij, u afgesneden worden van de troon van Israël,
maar uw geslacht zal het koningschap in Israël blijven behouden, totdat Hij eruit voortkomen zal, wiens rijk een eeuwig rijk is (men herleze 2 Samuel .23: 1-7).
Zij, die de dierbaarheid van de Goddelijke beloften, die als zoveel heilige bewaarpanden zijn, oprecht waarderen, kunnen niet anders doen, dan zeer bezorgd zijn, om ze op hun geslacht vast te maken en om te verhoeden, dat na hen iemand van hun kinderen deze verbeuren mocht.
De betekenis is, dat het geslacht van David niet zal worden uitgeroeid. De hoogste vervulling van deze belofte treedt in de grote Koning te voorschijn, in de Heere Jezus Christus.
Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, met verachting van mijn koninklijk aanzien, mij gedaan heeft, zonder te bedenken hoezeer hij mij daardoor aan een valse verdenking bij het volk blootstelde, en mijn hart een smartelijke proef deed doorstaan, en wat hij om van hetgeen hij aan Absalom deed (2 Samuel .18: 10vv.) hier niet te spreken, dat gebeurde in een veldslag, maar wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israël, Abner, de zoon van Ner (2 Samuel .3: 22vv.) en Amasa, de zoon van Jether (2 Samuel .20: 8vv.), die hij gedood heeft (op slinkse wijze heeft omgebracht), en heeft krijgsbloed (bloed dat slechts in de strijd vloeit) vergoten in vrede, en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, 1) die aan zijn voeten waren, doordat hij beide mannen doodde, met hen borst aan borst staande als ware hij een vriend en niet een vijand; dit bloed ware slechts eerlijk als het vergoten was in de strijd, en zou dan aan de eigenlijke krijgswapens gekleefd hebben; hij echter heeft er de kleding van de vrede mee bevlekt.
Gordel en schoenen, de hoofdbestanddelen van het Oosters gewaad, wanneer men zich tot een zaak toerust, werden met bloed bevlekt, omdat Joab beiden, bij de begroeting, op verraderlijke wijze, met het zwaard had doorboord.
Dit was de grote zonde van Joab, dat hij in volle vrede beide mannen op verraderlijke wijze had vermoord. Krijgsbloed, dat alleen in geval van oorlog vergoten had mogen worden, had hij in vredestijd vergoten. Want wel had Isboseth tegen David de strijd aangebonden, maar op het tijdstip, waarop Abner vermoord werd, was het vrede.
Zo weet gij ook, wat Joab, de zoon van Zeruja, met verachting van mijn koninklijk aanzien, mij gedaan heeft, zonder te bedenken hoezeer hij mij daardoor aan een valse verdenking bij het volk blootstelde, en mijn hart een smartelijke proef deed doorstaan, en wat hij om van hetgeen hij aan Absalom deed (2 Samuel .18: 10vv.) hier niet te spreken, dat gebeurde in een veldslag, maar wat hij gedaan heeft aan de twee krijgsoversten van Israël, Abner, de zoon van Ner (2 Samuel .3: 22vv.)en Amasa, de zoon van Jether (2 Samuel .20: 8vv.), die hij gedood heeft (op slinkse wijze heeft omgebracht), en heeft krijgsbloed (bloed dat slechts in de strijd vloeit) vergoten in vrede, en hij heeft krijgsbloed gedaan aan zijn gordel, die aan zijn lendenen was, en aan zijn schoenen, 1) die aan zijn voeten waren, doordat hij beide mannen doodde, met hen borst aan borst staande als ware hij een vriend en niet een vijand; dit bloed ware slechts eerlijk als het vergoten was in de strijd, en zou dan aan de eigenlijke krijgswapens gekleefd hebben; hij echter heeft er de kleding van de vrede mee bevlekt.
Gordel en schoenen, de hoofdbestanddelen van het Oosters gewaad, wanneer men zich tot een zaak toerust, werden met bloed bevlekt, omdat Joab beiden, bij de begroeting, op verraderlijke wijze, met het zwaard had doorboord.
Dit was de grote zonde van Joab, dat hij in volle vrede beide mannen op verraderlijke wijze had vermoord. Krijgsbloed, dat alleen in geval van oorlog vergoten had mogen worden, had hij in vredestijd vergoten. Want wel had Isboseth tegen David de strijd aangebonden, maar op het tijdstip, waarop Abner vermoord werd, was het vrede.
Doe dan gij, omdat ik in beide gevallen door de omstandigheden verhinderd werd zijn misdaad naar eis te straffen, naar uw wijsheid 1) en grijp de eerste gelegenheid aan, dat dit zonder uw koninklijke waardigheid afbreuk te doen, gebeuren kan, opdat gij zijn grauwe haar, die oude zondaar, die zijn inborst en wandel nog in geen enkel opzicht veranderd heeft, niet met vrede in het graf laat dalen; zorg dat hij de natuurlijke dood niet sterve en niet ongestraft deze wereld verlate.
Er behoorde een buitengewone mate van wijsheid toe, om een bij het leger gevierd opperbevelhebber als Joab op het behoorlijk ogenblik en op de juiste wijze naar verdienste te straffen.
Maar omgekeerd ook, zoals gij aan Joab de plicht van de gerechtigheid zult volbrengen, zult gij de plicht van de dankbaarheid vervullen aan hen, die mij goed bewezen hebben; in het bijzonder aan de zonen van Barzillaï, den Gileadiet zult gij weldadigheid bewijzen, en zij zullen zijn onder degenen, die aan uw koninklijke tafel eten; 1) want alzo naderden zij tot mij, om mij deze liefdedienst, van mij te spijzigen en te verzorgen, te bewijzen, toen ik vluchtte voor het aangezicht van uw broeder Absalom (2 Samuel .17: 27vv.), de oude Barzillaï is reeds niet meer onder de levenden, en heb ik volgens zijn verlangen Chimham 2) aan mijn tafel doen eten (2 Samuel .19: 31vv.), ik reken mij daardoor toch nog niet ontslagen van de dank, die ik aan zijn familie verschuldigd ben.
Dit betekent niet, zoals sommigen willen, dat zij van de tafel van de koning zouden eten dit was toch ook het deel van de dienaren van Salomo maar dat zij een plaats, een ereplaats aan de tafel van de koning zouden hebben, in tegenwoordigheid van hem, aan zijn dis gezeten zouden zijn.
Op grond van Jer.41: 17, waar van een herberg of karavanserai Gezuth Chimham in de omstreken van Bethlehem sprake is, zou men kunnen denken, dat Salomo aan de nakomelingen van Barzillaï nog andere weldaden en gunsten bewezen heeft, en dat deze opnieuw zich verdienstelijk gemaakt hebben door het aanleggen van herbergen of karavanserai’s voor reizigers (Jud 18: 2): zo hielden zij de nagedachtenis aan de vader in ere.
Maar nu, houd hem niet onschuldig, dat ook gij zijn misdaad ongestraft zou laten, zoals ik heb moeten doen, om de schijn van een persoonlijke wraak te vermijden en het verwijt mij niet op de hals te halen, dat ik hard gehandeld heb jegens een tegenstander, die mij om vergeving gevraagd heeft, en omdat gij een wijs man zijt, zult gij weldra een geschikte gelegenheid vinden om naar al de strengheid van het recht met hem te handelen, en gij zult weten wat gij met hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar, evenals dat van Joab (vs.6) met bloed in het graf doet dalen,
d.i. doe hem een gerechtelijke dood ondergaan.
Het kan ons bedenkelijk voorkomen, dat David nog op zijn sterfbed zijn zoon als bij uiterste wil gelast, Joab en Simeï te straffen, tegelijk met de aanbeveling van Barzillaï’s zonen te verzorgen. Het zijn dezelfde trekken, die wij in zijn Psalmen aantreffen, waar hij ook de wraak van God over zijn vijanden inroept. Ten eerste is dit niet te betwisten, dat David niet, evenals Jezus voor zijn vijanden bad; hij kon dit ook niet, want hij kon niet hogepriesterlijk voor hen sterven; zijn geloof voerde hem slechts zover, dat hij tegen hen bidden kon, maar bidden in het geloof, niet in wraakzucht.
Hij had in zijn leven ruimschoots ondervonden, dat er geweld en onrecht gepleegd werd tegen hem en anderen, zag dit zelfs nog dagelijks als de gewone loop van de wereld voor ogen, hij wist bovendien, dat de uitgestane vijandschap niet hem, noch zijn persoonlijke eigenschappen, maar hem, als de gezalfde, dus eigenlijk de Heere zelf gold.
Hij had alzo zijn geloof aan God moeten verloochenen, wanneer hij niet vastgehouden had aan deze redenering; eindelijk moet de verdrukte recht, de onderdrukkers vergelding geschieden, en de Heilige van Israël kan zich niet eindeloos laten lasteren en bespotten. God is niet een goedhartige zwakke Eli, David had zijn strenge rechtvaardigheid eerst aan zichzelf krachtig genoeg ervaren. En als Jezus Zijn verpletterend “wee”! over Chorazin, Bethsaïda, Kapernaum en de Farizeeën uitspreekt, wanneer Hij spreekt van de worm, die niet sterft en het vuur, dat niet wordt uitgeblust, wanneer Hij aan Judas dat ontzettende woord laat horen: “Beter nooit geboren”, is dat dan wraak? Is het echter zachter dan wat David van zijn God hatende vervolgers van de huichelachtige verrader Doëg of Achitofel profeteert? Nee, God was hem van oudsher een waarachtig, een levend, een nabijzijnd God, jegens Wie hem heilige ernst bezielde; het kan ons niet verwonderen, dat zijn woorden scherp en hard klinken, en met een op zijn standpunt bestaande eenzijdigheid het wraakgericht uitdrukken. Bijzonder in betrekking tot Joab en Simeï was het voor hem gedurende zijn gehele leven een verootmoedigende zaak geweest, dat hij, die in Gods naam en plaats koning was, de boosheid en de woorden van de een en de lasteringen tegen de gezalfde van God van de ander ongestraft moest laten, omdat hij zelf met bloed bevlekt was geweest; toen was het een geloofsdaad van hem, dat hij zelf ootmoedig de beschamende misdaad ongestraft verdroeg, maar zich stervend daarmee troostte, dat er na hem een betere Gezalfde, een zoon van David zou opstaan, die met reine handen een reine rechtspleging ten uitvoer kon leggen.
Simeï is en blijft eerder een bewijs van David’s grootmoedigheid, als van zijn wraakzucht. De booswicht gedurende zijn leven in zijn nabijheid te dulden was niet gering. Hem ook onder de volgende regering ongedeerd zijn dagen te laten besluiten (wat hem ook nooit was beloofd) zou een goedheid geweest zijn, die toch altijd een voorbeeld van ongestrafte ongerechtigheid zou geweest zijn, wat makkelijk tot misbruik aanleiding had kunnen geven. Wij staan aan het sterfbed van de koninklijke profeet. Hoe ziet hij wel op de naderende dood? Ziet hij over het graf heen? Wij vinden reeds in de waarschijnlijk wel reeds in vroeger jaren gedichte Psalm 17 een merkwaardig, duidelijk slotwoord, waaruit een sterk voorgevoel spreekt: “Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken.” En in de 16de Psalm, die het afschijnsel is van het innerlijke licht van zijn ouderdom, is door het gehele lied de grote, van boven gegeven, vrede en het geloof van de man van God merkbaar, voor wie de dood niet de afsluiting van alle toekomstig leven, het dodenrijk niet voor eeuwig de laatste woonplaats is, maar die in de geest daarover heen ziet naar een nog verwijderd, maar heerlijk leven, met God. In het heldere avondrood, waarin zijn geest de toekomstige morgen van een eeuwige dag mag tegemoet kijken en begroeten, gaat voor David de levenszon onder, en wat Jezus van Abraham zei (Joh.8: 56) geldt gewis ook van hem: “Hij heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou, en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest.”.
En David ontsliep in het zeventigste jaar van zijn leven met zijn vaderen, tot wie zijn ziel na haar overlijden verzameld werd (Genesis25: 8; 35: 29; 49: 33) en werd begraven in de stad van David, op de berg Sion (2 Samuel .5: 9). Volgens Hand.2: 29 was het graf van David, waarvan de plaats men bij de terugkeer uit de Babylonische gevangenschap wel kende (Nehemia 3: 16) nog voorhanden; het is nagenoeg boven twijfel verheven, dat het zich daar bevond, waar het nog tegenwoordig aangewezen wordt, op het zuidoostelijke deel van de berg Sion, met dien verstande, dat het buiten de tegenwoordige zuidelijke stadsmuur zuidwaarts van de Sionspoort gelegen is.
Oorspronkelijk stond daar een Christelijke kerk (ecclesia Sion), die echter later in een Islamitische moskee veranderd werd. Het bovenste gedeelte is volgens een Christelijke legende hetzelfde huis, waarin de Heere het Heilig Avondmaal ingesteld zou hebben, (van daar spijszaal geheten); het bestaat uit een grote, stenen, lege zaal van 50-60 voet lang en omstreeks 30 voet breed. Zij zou ook door de apostelen gebruikt zijn, toen de uitstorting van de Heilige Geest plaatshad. In het benedenste gedeelte bevindt zich de grafplaats door de Arabieren en Neby David (van de profeet David) geheten. Het is een 20 schreden lang en 14 schreden breed gewelf, of een met een koepel bedekte moskee, die geheel met kleden belegd is. Links bevindt zich het praalhemelsgewijs gebouwde monument, twee manslengten hoog, een reuzenzerk van wit en blauw gegarneerde kleden, geschenken van Sultans bedekken het thans; groen damast met goud en driehoekige figuren doorwerkt en voorzien van geelzijden snoeren omhult het monument; het midden is gedekt met een vierhoekig fluwelen kleed, waarop spreuken uit de Koran in goud gestikt zijn. Een satijnen troonhemel, rood, blauw, groen en geel gestreept, hangt van het gewelf over de grafplaats naar beneden; een tweede zwartfluwelen tapijt, gedrapeerd met zilver bedekt in de achtergrond van de kamer een deur, die, naar men zegt, tot een lagere begraafplaats voert. Twee hoge, zilveren kandelaars staan daarvoor, en in een vensternis daarnaast hangt een lamp, die voortdurend brandend gehouden wordt. De muren zijn met blauw porselein belegd, en versierd met bloemenfiguren. Lange tijd hebben de Moslims de toegang tot deze plaats aan de ongelovigen (d.i. aan allen, die niet in de valse profeet geloven, dus ook de Christenen) met alle kracht ontzegd, ja zelfs aan hun eigen geloofsgenoten slechts zelden toegestaan, maar onlangs hebben Frankl en Tischendorf toegang verkregen en een beschrijving van de plaats gegeven.
Overigens werden na David ook de koningen Salomo, Rehabeam, Abia, Aza, Josafat, Ahazia, Amazia, Jotham en Josia op de berg Sion begraven, zodat hier een koninklijk familiegraf ontstond, dat spoedig algemeen de naam kreeg dan eens van “de graven van de koningen” dan weer van “de graven van de zonen van David” of “de graven van David”. Ieder van de koningen had daarin zeer waarschijnlijk zijn eigen grafkelders, van andere koningen daarentegen wordt het als een straf aangegeven, dat zij niet in de koninklijke grafkelder maar op de daaraan grenzende dodenakker begraven werden, ja de afgodische koning Achaz werd niet eens in de bovenstad, maar in de nog niet omsloten voorstad begraven (2 Kronieken 16: 14; 21: 20; 26: 23; 28: 27 Voor Hizkia schijnt er geen ruimte meer overgebleven te zijn in de koninklijke kelder, waarin ook de priester Jojada, omwille van zijn grote verdiensten was bijgezet (2 Kronieken 24: 16). Hizkia werd daarom begraven aan de weg, die opgaat naar de graven van de zonen van David (2 Kronieken 32: 33). Thenius heeft in zijn nasporing van de ligging van de graven van de koningen van Juda aangetoond, dat de ingang zich waarschijnlijk aan de oostelijke helling van de berg Sion bevonden heeft, schuin tegenover de bron Siloa; waarschijnlijk is daar ook de zo-even vermelde opgang naar de graven van de zonen van David te zoeken, waar Hizkia zijn rustplaats kreeg.
De dagen nu, die David geregeerd heeft over Israël, zijn veertig jaar (van 1050 tot 1010 v. Chr.). 1) Zeven jaar (nauwkeuriger 7 ½) heeft hij geregeerd in Hebron over de stam Juda alleen, en in Jeruzalem heeft hij drieëndertig jaar (nauwkeuriger 32 ½) geregeerd over geheel Israël2) (1 Samuel .5: 4vv.).
Deze tijdsbepaling wijkt van de gewone berekening af. Gewoonlijk volgt men die van Jakob Usher, aartsbisschop van Armagh en Primaat van Ierland. (Deze vergezelde in het jaar 1641 de graaf Strafford als biechtvader op het schavot, nadat hij onder alle de bisschoppen de enige geweest was, die van Karel I de ondertekening van het vonnis van zijn trouwste dienaar afgeraden had). Deze verschilt in zijn groot chronologisch werk: “Annales veteris et novi testamenti” vijf jaar van de door ons tot hiertoe gevolgde jaartelling. Daar toch wordt de tijd van David’s regering op de jaren 1055-1015 vóór Christus en het bouwen van Salomo’s tempel op 1012 gesteld. Wij beproefden (1)deze afwijking van de gewone jaartelling, om voor het jaar van de wereldschepping het ronde getal 4000 v. Chr. (Genesis1: 3) te kunnen vasthouden, maar zien ons genoodzaakt de proef op te geven, en wel om de volgende redenen. Bij de chronologische berekening van de geschiedenissen van het Oude Testament komt het vooral aan op de tijdsbepaling van de uittocht van de kinderen van Israël uit Egypte. Dit jaar verkrijgen wij, wanneer wij bij elkaar tellen het getal van de levensjaren, die de voorvaderen vóór en na de zondvloed (Genesis5: 3vv.; 11: 10vv.), benevens de beide eerste aartsvaders bereikt hadden (Genesis21: 5; 25: 26) op de tijd, toen de zoon geboren werd, die de geslachtsrij voortzet, hierbij de ouderdom van Jakob, toen hij naar Egypte verhuisde (Genesis47: 9) en de jaren, die de kinderen van Israël in Egypte gewoond hadden (Exod.12:
. Uit de aldus verkregen som van 2513 jaren, hadden wij voor de chronologie van het Oude Testament verkregen, dat de kinderen van Israël uit Egypte trokken in het jaar 2513 na de wereldschepping. Nu had volgens 6: 1 van ons boek, het begin van de tempelbouw plaats 480 jaren na de uittocht; toen had Salomo drie jaar geregeerd, zodat er van zijn 40-jarige regering nog 7 jaar bijkomen, terwijl de regeringstijd van zijn opvolgers tot op het vierde jaar van Jojakim, volgens de boeken van de Koningen 369 jaar bedraagt. Dat jaar van Jojakims regering is volgens Jer.25: 1 het begin van de Babylonische ballingschap, zodat deze valt in het jaar 3399 na de wereldschepping. Dit jaartal is een tweede uitgangspunt voor de tijdrekenkunde van het Oude Testament. Nu is de vraag, of er niet ergens een zeker punt te vinden is, om de jaren van de wereld tot jaren vóór Christus’ geboorte te herleiden, volgens de eenmaal gewoon geworden tijdrekening (aera Dionysiana). In het vijfde jaar van Nabopolassar, de vader van Nebukadnezar, is een maansverduistering in Almagesta waargenomen en opgetekend, die naar de berekening van Ideler (1814) heeft plaatsgehad op 22 April van het jaar 621 vóór Chr. geboorte. Vijftien jaar viel de slag bij Circesium aan de Eufraat voor, waarin Nebukadnezar farao Necho overwon en naar Jeruzalem optrok (Jer.46:
. Dit zou het jaar 606 v. Chr. zijn; omdat nu het laatste, als het 4e jaar van Jojakim, volgens de vroeger medegedeelde berekening, zoals is aan het jaar 3399 na de wereldschepping, zo blijkt, dat het jaar van de wereldschepping het jaar 4005 v. Chr. geweest is. Wij hadden dus bij Deuteronomium 34: 12 en Joz.24: 33 overal 5 jaar meer moeten tellen, dan daar opgegeven is; dus Mozes’ geboorte 1572; vlucht naar Midian 1532; uittocht uit Egypte 1492, Mozes’ dood 1452, de tijd van Jozua 1452-1435 enz. tot Salomo’s regering 1015-975. Wij verzoeken de lezers deze en enige andere bij Joz.24: 33 over de gelijktijdige rechters gemaakte opgaven te verbeteren, terwijl van nu af de chronologische berekeningen naar deze betere stelling zullen gemaakt worden.
(1) Deze fout is in de tweede druk hersteld. (v.G.)
Zo scheiden wij dan van de koning van Israël, de man, die in zijn oprechte, algehele en onvoorwaardelijke overgave van zichzelf aan de God aller genade, ons de weg ten hemel toonde. En zie, uit het grijs verleden klinkt een profetisch bazuingeschal in ons oor, en stemmen, door de Geest van God gedreven, verenigen zich tot een wonderschone verheerlijking van Jesse’s zoon. Jesaja, de evangelist van het Oude Testament roept: “Aan de grootheid van deze heerschappij (van David’s zoon) en van de vrede zal geen einde zijn op de troon van David en in zijn koninkrijk.” De Heere zelf spreekt door de mond van Zijn profeet: “Ik zal met u een eeuwig verbond maken, namelijk de gewisse weldadigheden van David.” “Ja,” zo valt de Ziener Amos in: “de Heere heeft beloofd: “Op die dag zal Ik de vervallen hut van David weer oprichten, en Ik zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weer oprichten, en zal ze bouwen als in de dagen vanouds.” Ezechiël vult dit woord aan door erbij te voegen: “Ik zal mijn schapen verlossen, spreekt de Heere, en Ik zal een enige Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk mijn knecht David, en Ik, de Heere zal hun tot een God zijn, en mijn knecht David zal vorst zijn in het midden van hen.” Met een verheven gevoel van hart luisteren wij naar deze en dergelijke klanken van de belofte, en terwijl wij vragen wie het mag zijn, op wie deze beloften doelen, staat er Een voor ons “als de zoon van een mens” wie echter alle engelen van God aanbidden, en spreekt: “Ik ben de wortel uit het geslacht van David, de blinkende morgenster. Dit zegt de Heilige en Waarachtige, die de sleutel van David heeft, en die opent en niemand sluit, en die sluit en niemand opent!” Wij hebben Hem herkend, wij vallen biddend voor Hem in het stof en juichen Hem toe: “Hosanna de Zoon van David! Gezegend is Hij, die komt in de naam des Heren! Hosanna in de hoogste hemelen.”. Ofschoon hij een groot koning en een profeet is geweest en in een koninklijk graf gelegd werd, hij heeft nochtans, zowel als andere mensen, de verderving gezien, en daarom kon hij de woorden in Psalm 16: 10 niet gesproken hebben van zichzelf, maar alleen van zijn Zoon en Heere, de Messias, die geen verderving heeft gezien (Hand.13: 37). Zijn grafschrift zou men kunnen opmaken uit 2 Samuel .23: 1: “Hier ligt David, de zoon van Isaï, de man, die hoog was opgericht, de Gezalfde van de God van Jakob, en liefelijk in Psalmen van Israël” en men zou zijn eigen woorden (Psalm 16: 9): Ook zal mijn vlees rusten in hoop, tenslotte daarbij kunnen voegen.
II. Vs. 12-35.Kruisverwijzingen2 Kronieken 1:1→Psalmen 45:9→1 Kronieken 28:5→1 Koningen 1:25→1 Kronieken 22:9→Psalmen 72:8→1 Koningen 1:46→1 Kronieken 29:23→
— En Salomo zat op den troon van zijn vader David; en zijn koninkrijk werd zeer bevestigd. Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede. Daarna zeide hij: Ik heb een woord aan u. En zij zeide: Spreek. Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden. En nu begeer ik van u een enige begeerte; wijs mijn aangezicht niet af. En zij zeide tot hem: Spreek. En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve. En Bathseba zeide: Het is goed, ik zal den koning voor u aanspreken. Zo kwam Bathseba tot den koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond op, haar tegemoet, en boog zich voor haar; daarna zat hij op zijn troon, en deed een stoel voor de moeder des konings zetten; en zij zat aan zijn rechterhand. Toen zeide zij: Ik begeer van u een enige kleine begeerte, wijs mijn aangezicht niet af. En de koning zeide tot haar: Begeer, mijn moeder, want ik zal uw aangezicht niet afwijzen. En zij zeide: Laat Abisag, de Sunamietische, aan Adonia, uw broeder, ter vrouwe gegeven worden.
Spoedig na David’s dood komt Salomo in de gelegenheid niet alleen om zijn koninkrijk tegen Adonia te bevestigen, die opnieuw beproeft zich van de kroon meester te maken, maar ook om het bevel van zijn vader met betrekking tot Joab uit te voeren. Adonia namelijk beproeft door bemiddeling van de koningin-moeder, Bathseba, Abisag van Sunem tot vrouw te krijgen; maar Salomo wel doorziende, welke bedoelingen hij daarmee heeft, laat hem als schuldig aan hoogverraad ter dood brengen. Omdat hij tegelijkertijd de hogepriester Abjathar, die het met Adonia gehouden heeft, uit zijn ambt ontzet, vlucht Joab, bevreesd, dat ook hem de wraak van de koning treffen zal, naar het heiligdom, maar Salomo vindt geen reden zijn leven daarom te sparen en laat hem aan het altaar doden.
En Salomo zat op de troon van zijn vader David, regeerde in diens plaats; en zijn koninkrijk werd zeer bevestigd, doordat al het volk met de vorsten hem zonder tegenspraak als koning erkenden (1 Kronieken 29: 23vv.).
Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, nog altijd belust op de reeds eenmaal maar tevergeefs overrompelde troon, tot Bathseba, de moeder van Salomo, om met haar hulp van de koning te verkrijgen, dat deze hem Abisag, de Sunamitische, tot vrouw zou geven; want, omdat volgens de rechten en gewoonten van het Oosten hij, die zich van het vrouwenpaleis van de vorige koning meester maakte, aanspraak op de troon kreeg (2 Samuel 12: 8), zo hoopte hij door het huwelijk met de verpleegster van David, die tevens bij het volk voor David’s bijvrouw doorging, een houvast te verkrijgen, waardoor hij bij gelegenheid zijn aanspraken op de troon opnieuw kon doen gelden; en zij, Bathseba, die uit het vroegere gedrag van Adonia voor het tegenwoordige weinig goeds voorspelde, maar hem toch na zijn begenadiging de toegang niet ontzeggen wilde, zei toen hij binnenkwam: Is uw komst vrede, hebt gij vreedzame bedoelingen? (1 om.16: 4) en hij, huichelachtig als hij was, zei: Vrede.
Hij zei dan, om haar eerst alle achterdocht te benemen, als zou hij nog naar de troon staan: Gij weet, dat het koninkrijk vanwege het recht van mijn eerstgeboorte eigenlijk van mij was, en geheel Israël 1) reeds, omdat ik na het overlijden van de drie oudste prinsen nu de oudste van David’s zonen was, zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik na David koning zou zijn; en hoewel het koninkrijk omgewend en van mijn broeder geworden is, zo wil ik mij toch in dit verlies schikken, want het is van de HEERE hem (Salomo) geworden, en nu de Heere het hem gegeven heeft, zal ik hem in het rustig bezit van de troon laten.
Geheel Israël. Adonia kon dit zeggen, omdat Abjathar, de hogepriester, en Joab, de opperbevelhebber van zijn rijk zich voor hem hadden verklaard. Daaruit kon Bathseba opmaken, dat, indien David niet op bijzondere wijze tussenbeide was gekomen, zijn verkiezing tot koning een feit was geworden.
En hij zei: Spreek toch tot de koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, zijn eigen moeder zal hij niet weigeren hem een verzoek voor te dragen, dat hij mij Abisag, de Sunamitische, tot vrouw geve, zij is door David niet bekend, en ik voel een hartelijke genegenheid tot haar. 1)
Adonia probeerde hiermee (1: 4) zijn overtreding van de duidelijke wet (Lev.18: 8), te verontschuldigen. Ook Bathseba maakte geen problemen daaromtrent.
En Bathseba, die Adonia’s woorden voor welgemeend opnam, liet zich verstrikken en zei: Het is goed, 1) ik zal de koning voor u aanspreken. Niet alleen beschouwde zij het verzoek als inwilligbaar, om bovengenoemde reden, maar tevens wilde zij Adonia uit vrouwelijk medelijden des te liever te wille zijn, omdat daaruit een verzoening tussen Salomo en Adonia geboren kon worden.
Adonia had bij Bathseba de teruggezette gespeeld en zich gehouden, alsof hij volkomen de wil van de Heere goedkeurde. Hij had daardoor het hart van de koningin-moeder week gemaakt en zij had deze zaak beschouwd als een uitnemend middel, om de verzoening te bewerkstelligen tussen Adonia en koning Salomo.
Zo kwam Bathseba tot koning Salomo, om hem voor Adonia aan te spreken. En de koning stond bij haar binnentreden op van zijn zetel en ging haar, die nietalleen zijn moeder, maar ook de koningin-weduwe was, en aldus met onderscheiding moest behandeld worden, tegemoet en boog zich eerbiedig voor haar neer; daarna zat hij weer op zijn troon, om als koning haar zaak te vernemen, en hij deed een stoel (troonzetel) voor de moeder van de koning zetten, 1) en zij zat aan zijn rechterhand op de ereplaats (Psalm 110: 1).
De zetel naast de koning gold voor de hoogste ereplaats.
En de koning Salomo zwoer bij de HEERE, zozeer was hij zich van zijn zaak gewis, en zo vast was hij besloten zijn verkiezing van God tot koning van Israël niet langer door Adonia’s arglistige en trouweloze kuiperijen te laten ontheiligen, zeggende: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, voorzeker Adonia zal ditmaal de welverdiende doodstraf niet ontgaan, hij zal dat woord tegen zijn leven gesproken hebben. 1)
Salomo zweert deze eed tevens, om daardoor Bathseba te verhinderen, dat zij uit vrouwelijk medelijden verzoekt Adonia’s leven te sparen.
En nu, zo waarachtig als de HEERE leeft, die mij, ondanks alle tegenstand van mijn tegenstanders, bevestigd heeft, en mij heeft doen zitten op de troon van mijn vader David, en die mij een huis gemaakt heeft (Salomo had nu reeds een zoon, Rehabeam, van een jaar oud, (Vergelijk 14: 21 en 11: 42) zoals Hij gesproken had tot David (2 Samuel .7: 12vv.): Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen ontslapen zult zijn, zal Ik uw nageslacht na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen; de Heere heeft mij aangewezen als degene, in wie deze beloften zullen vervuld worden, ja voorzeker Adonia, die aldus niet tegen mij maar tegen God strijdt, zal daarom nog heden gedood worden.1)
Tot een des te overvloediger bewijs van de onveranderlijkheid van Gods Raad en belofte, aangaande de bevestiging van David’s koninkrijk, was de Heere met een eed daartussen gekomen en dientengevolge achtte Salomo zich verplicht, om insgelijks de krachtigste verzekering te geven, dat hij onveranderlijk besloten had, de vaststelling, zoveel hem mogelijk was, te handhaven en de vijanden daarvan te verdelgen. De Heere leeft, die mij bevestigd heeft. Voorzeker Adonia, die getracht heeft deze goddelijke vaststelling te verbreken, zal gedood worden.
Adonia ging niet alleen in tegen de wil en de begeerte van David, maar bovenal tegen de Raad van God. Hij trachtte het besluit van God te vernietigen, en daarom was hij de dood schuldig. Hij had zich schuldig gemaakt aan hoogverraad en daarop stond de doodstraf.
En tot Abjathar, de priester, Adonia’s medestander, die zeer waarschijnlijk ook na de mislukte poging in 1 beschreven, voortdurend in geheime verstandhouding met hem gestaan had, zei de koning: Ga naar Anathoth, de priesterstad, waartoe gij behoort (Joz.21: 18), op uw akkers, en bebouw die in plaats van verder het priesterambt waar te nemen; want gij zijt een man van de dood, d.i. hebt door uw schanddaden de dood verdiend, maar op deze dag 1) (voor ditmaal) zal Ik u niet doden, omdat gij de Ark van de Heere HEERE voor het aangezicht van mijn vader David gedragen hebt (gij hebt over het vervoer een wakend oog gehouden, zowel bij de feestelijke overbrenging naar Jeruzalem (1 Kronieken 16: 11vv.), als toen David vluchtte (2 Samuel .15: 24) en omdat gij verdrukt zijt geweest in alles, waarin mijn vader verdrukt was (gij hebt zijn lot gedeeld, terwijl hij door Saul vervolgd werd (1 Samuel .22: 20vv. 23: 2 vv.) en tijdens de opstand van Absalom (2 Samuel .17: 15vv.); ik zal uw voormalige trouw en uw waardigheid in aanmerking nemen ten gunste van u.
Zie hier weer een trek van Salomo’s wijsheid. Hij spaart hem op dit ogenblik en spaart hem het leven, maar omdat hij niet weet, of Abjathar zich ook weer zal laten gebruiken tot oproerige daden, zegt hij hem niet toe dat hij bij een volgende maal hem het leven zal sparen. Salomo’s zachtmoedigheid komt hier temeer uit, vergeleken met de wraakzucht van Saul. Saul had het leven van Achimelech niet gespaard, om vermeend hoogverraad. Salomo herinnert zich de dienst van Abjathar en spaart hem, hoewel hij zich werkelijk aan hoogverraad heeft schuldig gemaakt.
Salomo dan verdreef Abjathar, 1) dat hij voortaan de priester van de HEERE niet meer was om te vervullen het woord van de HEERE, dat Hij over het huis van Eli te Silo gesproken had 2) (1 Samuel .2: 30vv.).
Over het verdere lot van Abjathar wordt het stilzwijgen bewaard, omdat de dood van een afgezette priester geen betekenis had voor het rijk van God; hij zal zijn afzetting wel niet lang overleefd hebben, want hij zal toen wel omstreeks 80 jaar oud geweest zijn (1 Samuel 2: 32). Overigens blijkt uit 4: 4 dat Abjathar wel het priesterambt, maar niet de priesterlijke waardigheid ontnomen was, want op die plaats wordt hij nog naast Zadok als priester genoemd.
Het Priesterambt ging nu weer van het huis van Ithamar over op dat van Eleazar, zoals de Heere gesproken had.
Toen het gerucht van Adonia’s gerechtelijke dood en Abjathar’s afzetting tot Joab kwam, zo vreesde hij ook voor zijn leven (want Joab had zich gewend achter Adonia (zoals wij zagen in 1: 7vv.) hoewel hij zich niet had gewend achter Absalom), integendeel had hij met diens oproer David met alle macht ter zijde gestaan (2 Samuel .18: 1-20,22), zo vluchtte Joab om zijn leven te redden tot de tent van de HEERE 1) op de heuvel Sion, waar ook Adonia vroeger een schuilplaats had gezocht (Hoofdstuk .1: 50vv.), en vatte de hoornen van het altaar, hopende dat Salomo uit eerbied voorde heiligheid van de plaats hem daar niet zou laten doden, maar hem begenadigen, zoals dit vroeger Adonia geschied was.
Omdat Joab zich aan een tweevoudige moord had schuldig gemaakt, kon het altaar voor hem geen vrijplaats zijn (Exod.21: 13vv.).
En Benaja kwam tot de tent van de HEERE en zei tot hem, omdat hij huiverde het doodvonnis voor het altaar van de Heere aan hem te voltrekken: Zo zegt de koning: Kom naar buiten! 1) (Ik sommeer u in naam van de koning deze plaats te verlaten). En hij (Joab) zei: Nee, ik zal er niet uitkomen, maar hier zal ik sterven! Hebt gij het bevel ontvangen mij te doden, doe het hier, dan zal geheel Israël erkennen, wat een wreed en bloeddorstig tiran koning Salomo is, omdat zelfs de heiligste plaats door hem niet wordt ontzien. En Benaja, niet wetende hoe hij zich in dit geval gedragen moest, bracht het antwoord weer aan de koning, zeggende: Zó heeft Joab gesproken, en zó heeft hij mij geantwoord, wat moet ik nu doen ten einde het bevel van mijn heer de koning aan hem te voltrekken, zonder dat deze daardoor zijn achting bij het volk verlieze, of zijn goede naam daardoor schade lijde.
Aan de lange tijd geleden gepleegde zonde dacht hij toen niet meer, maar slechts aan zijn deelname aan de opstand van Adonia; en wegens deze schuld mocht hij hopen, dat Salomo uit eerbied voor de godsdienst hem niet op de heilige plaats zou laten doden. Dat deze hoop niet geheel en al uit de lucht was gegrepen, merkt men daaruit, dat Benaja, toen Joab op de in naam van de koning tot hem gerichte vordering, niet van het altaar week, hem niet terstond de doodsteek gaf, maar dit aan Salomo berichtte en diens bevel daartoe afwachtte. Salomo echter liet de gerechtigheid haar vrije loop en beval hem daar te doden en dan te begraven.
Zo zal de HEERE zijn bloed op zijn hoofd doen terugkeren, omdat hij op twee mannen, rechtvaardiger en beter dan hij, aangevallen is a) en die met het zwaard gedood heeft, omdat mijn vader David het niet wist: 1) Abner, de zoon van Ner, de krijgsoverste van Israël, en Amasa, de zoon van Jether, de krijgsoverste van Juda (vs.6).
Ook: “2 Samuel 19: 13
Hiermee verzekert Salomo aan zijn tijdgenoten, dat David niets wist van de sluipmoorden van Joab, zodat de bloedschuld niet aan zijn vader verweten kon worden, maar Joab alleen er aansprakelijk voor was.
Zo zal hun bloed, overeenkomstig de vloek door mijn vader uitgesproken a) terugkeren op het hoofd van Joab, en op het hoofd van zijn 1) nageslacht in eeuwigheid, maar David en zijn nageslacht en zijn huis, en zijn troon zal vrede hebben van de HEERE tot in eeuwigheid, volgens de hem gegeven belofte. b)
2 Samuel .3: 28vv. b) 2 Samuel .7: 12vv.
Door het onschuldig vergoten bloed te doen terugkeren op het hoofd van hem, die het geplengd had, werd de bloedschuld, die anders op het huis van David gebleven zou zijn, daarvan weggedaan, hetgeen insluit, dat de Overheid op een bijzondere wijze verantwoordelijk is voor onschuldig vergoten bloed, dat het ten hare laste ligt, het te wreken, en dat het is op straffe van Gods hoogste ongenade, indien het wordt nagelaten.
En Benaja, de zoon van Jojada, ging na deze woorden van de koning op naar de wat hoger gelegen tent van de Heere en viel op hem (Joab) aan, en doodde hem, hoewel hij de hoornen van het altaar vasthield, en hij werd daarna begraven in zijn d.i. de bij zijn huis vervaardigde grafspelonk a) in de woestijn van Juda, niet ver van Bethlehem zijn geboorteplaats.
1 Samuel .25: 1 Salomo kende de wet van God. Hij wist, dat het altaar van de Heere geen bescherming verleende aan moedwillige moordenaars (Ex.21: 14): “Gij zult hem van voor Mijn altaar nemen, dat hij sterve”. In gevallen dat dierenbloed de zonden kon verzoenen, verleende het altaar een schuilplaats, maar niet in Joabs geval. Salomo beval dus, dat hij daar gedood zou worden, om aldus te tonen, dat hij de volksmening niet vreesde in het betrachten van zijn plicht; integendeel wilde hij hen daardoor te kennen geven, dat de uitoefening van het recht beter is dan slachtoffer, en dat de heiligheid van een plaats nooit de goddeloosheid, van wie het ook zij, mag beschermen. Zij die met een levend geloof aan Christus en Zijn gerechtigheid vasthouden, vastbesloten om, moeten zij vergaan, daarop te vergaan, zullen in Hem een machtiger beschermer vinden dan Joab in de hoornen van het altaar.
II. Vs. 36-46.Kruisverwijzingen2 Samuël 15:23→2 Samuël 1:16→Spreuken 25:5→Jozua 2:19→2 Koningen 23:6→Ezechiël 18:13→Leviticus 20:9→Johannes 18:1→
— Daarna zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon aldaar; en ga van daar niet uit herwaarts of derwaarts. Want het zal geschieden ten dage van uw uitgaan, als gij over de beek Kidron zult gaan, weet voorzeker, dat gij den dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn. En Simei zeide tot den koning: Dat woord is goed; gelijk als mijn heer de koning gesproken heeft, alzo zal uw knecht doen. En Simei woonde te Jeruzalem vele dagen. Doch het geschiedde met het einde van drie jaren, dat twee knechten van Simei wegliepen tot Achis, den zoon van Maacha, den koning van Gath; en men gaf het Simei te kennen, zeggende: Zie, uw knechten zijn in Gath. Toen maakte zich Simei op, en zadelde zijn ezel, en toog heen naar Gath tot Achis, om zijn knechten te zoeken; zo toog Simei heen, en bracht zijn knechten van Gath. En het werd Salomo aangezegd, dat Simei uit Jeruzalem naar Gath getogen, en wedergekomen was. Toen zond de koning, en riep Simei, en zeide tot hem: Heb ik u niet beedigd bij den HEERE, en tegen u betuigd, zeggende: Ten dage van uw uitgaan, als gij zult herwaarts of derwaarts gaan, weet voorzeker, dat gij den dood zult sterven? En gij zeidet tot mij: Dat woord is goed, dat ik gehoord heb. Waarom dan hebt gij den eed des HEEREN niet gehouden, en het gebod, dat ik over u geboden had? Verder zeide de koning tot Simei: Gij weet al de boosheid, die uw hart weet, die gij aan mijn vader David gedaan hebt; daarom heeft de HEERE uw boosheid op uw hoofd doen wederkeren. Maar de koning Salomo is gezegend; en de troon van David zal bevestigd zijn voor het aangezicht des HEEREN tot in eeuwigheid.
Om Simeï, met betrekking tot wie Salomo evenzeer een opdracht van zijn vader had, meer van nabij te kunnen gadeslaan, liet Salomo hem naar Jeruzalem komen, en gebiedt hem op straffe van de dood de grenzen van de stad niet te overschrijden. Maar reeds na verloop van drie jaar wordt Simeï’s lot beslist; toen enige knechten hem ontliepen naar Gath in het land van de Filistijnen, vergeet hij geheel en al zijn toestand van gevangene, en achtervolgt hen om hen terug te halen. Daardoor verbeurt hij zijn leven en zo treft hem nu de door zijn lastering aan David, de gezalfde van de Heere, welverdiende straf.
Daarna, om verder de opdracht van zijn vader uit te voeren (vs.5vv.), zond de koning naar Bahurim, oostelijk van Jeruzalem gelegen a) en riep Simeï tot zich en zei tot hem: Bouw u een huis in Jeruzalem, en woon daar, opdat ik u beter onder mijn toezicht hebbe als in uw geboorteplaats; en ga van daar niet uit hierheen of daarheen, buiten de grenzen van de stad.
2 Samuel .3: 16; 16: 5
Want het zal geschieden op de dag van uw uitgaan buiten de u gestelde grens, als gij over de beek Kedron 1) zult gaan, want ook daarover te gaan is u verboden, weet voorzeker dat gij de dood sterven zult; uw bloed zal op uw hoofd zijn, zo hebt gij niemand dan uzelf uw dood te verwijten; houdt gij u aan de voorwaarden zo-even gesteld, zo zullen wij ons ook houden aan hetgeen mijn vader David u beloofd heeft (2 Samuel .19: 23).
Het Kedrondal is als oostelijke grens van het stamgebied genoemd met het doel, omdat Bahurim, de woonplaats van Simeï, oostwaarts van Jeruzalem naar de kant van de woestijn lag.
Toen maakte Simeï zich op en zadelde zijn ezel en ging heen naar Gath, tot Achis om zijn knechten bij hem te zoeken, want omdat het land van de Filistijnen na David’s overwinningen onder Israël stond, kon men hem de uitlevering van de beide slaven niet weigeren. Zo ging Simeï heen en bracht zijn knechten, die hij weldra gevonden had, van Gath
met zich naar Jeruzalem.
Simeï vergeet hetgeen hij beloofd heeft, maar deze zaak wordt aanleiding, dat de straf van God, vanwege zijn zonde tegen de Gezalfde van de Heere, aan hem eindelijk wordt voltrokken. De tijd van de genade was voor Simeï voorbij.
In blinde hartstocht vergeet Simei geheel en al zijn belofte en zo treft hem door de wonderbare besturing van God, de straf aan David verdiend.
Waarom dan hebt gij de eed van de HEERE niet gehouden en het gebod, dat ik over u geboden had?1)
Simeï had onder ede beloofd in Jeruzalem te zullen blijven. Wanneer hem nu zijn slaven ontvlucht waren, dan had hij aan de koning verlof moeten vragen, om de stad te verlaten. Nu hij het niet gedaan heeft, heeft hij zichzelf de dood berokkend. Wij lezen dan ook niet, dat Simeï enige verontschuldiging heeft ingebracht.
Maar de koning Salomo is gezegend, dat de Heere het zo heeft laten gebeuren en mij het zwaard tegen u in de hand geeft is een bewijs, dat Hij mij zegent in mijn bestuur, en een teken, dat de troon van David bevestigd zal zijn voor het aangezicht van de HEERE tot in eeuwigheid; dit hebt gij vroeger niet willen geloven, maar hebt mijn vader gelasterd als ware hij door de Heere verworpen. 1)
Had Simeï niet onder het goddelijk oordeel gelegen, maar hij een in waarheid bekeerd en in genade aangenomen hart gehad, dan had hij zich wel zijn eed herinnerd bij het voorval met de slaven, en van de koning hulp gevraagd, om weer in het bezit van zijn eigendom te geraken, in plaats van zichzelf te helpen. Deze geschiedenis is een bewijs, hoe God de onboetvaardige zondaar te zijner tijd straft (Psalm 7: 12vv.).
En de koning gebood Benaja, de zoon van Jojada, het doodvonnis aan hem te voltrekken; die ging met hem uit naar de plaats, waar dergelijke vonnissen voltrokken werden, en viel op hem aan, dat hij stierf. 1) Alzo is het koninkrijk, door deze, van vers 13 af beschreven voorvallen bevestigd in de hand van Salomo; want de Heere liet het hem gelukken, terstond in de aanvang van zijn regering al het misdadige te verdoen, wat uit David’s tijden nog ongestraft was gebleven, en door de handhavingvan een strenge gerechtigheid de weg tot een vreedzaam en rustig bestuur te banen (Spreuken 16: 12; 25: 5).
De oude boosheid blijft in het onbekeerde hart, en het is nodig, dat er een waakzaam oog gehouden wordt op hen, die hun vijandschap aan de dag hebben gelegd, maar geen bewijs van berouw hebben gegeven. Evenwel is het recht zo onpartijdig te zijn, dat zij moeten toestemmen: “de uitspraak is rechtvaardig. “Maar geen verbintenissen of gevaren zullen de wereldling van het achtervolgen van zijn plannen doen afzien, hij zal voortgaan al stort hij lichaam en ziel in het verderf. Laat ons tevens in herinnering houden, dat God Zijn oordeel niet naar het onze afmeet. Laat ons trachten het gevoel in ons levend te houden, dat Zijn oog ons ziet, en laat ons streven zijn steeds als in Zijn aanwezigheid te wandelen. Laat elk van onze daden, woorden en gedachten geleid worden door de wetenschap, dat het uur spoedig aanbreekt, waarop de minste omstandigheden van ons leven aan het licht zullen gebracht worden en ons eeuwig lot beslist zal worden door een rechtvaardig en alwetend God. Zo gaf de Heere Simeï over in zijn dwaasheid, opdat de verdiende straf op hem kon worden toegepast, zodat iedere tegenstander van Salomo’s rijk werd verdaan, en alle anderen afgeschrikt door hun voorbeeld. Zijn troon werd bevestigd in vrede als de type van het rijk van de vrede en de gerechtigheid van de Verlosser. En het is een troost, met betrekking tot de vijandschap van de vijanden van de kerk, dat hoe zij ook woelen, zij zich slechts tevergeefs zullen afmatten. Christus troon is gevestigd, zij kunnen hem niet overweldigen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel