Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Koningen 17

1 En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En Elia, de ThisbietH8664, van de inwonerenH8453 van GileadH1568, zeideH559 totH413 AchabH256: Zo waarachtig als de HEEREH3068, de GodH430 IsraelsH3478, leeftH2416, voor Wiens aangezichtH6440 ik staH5975, indienH518 dezeH428 jarenH8141 dauwH2919 ofH518 regenH4306 zijnH1961 zal, tenzijH3588 dan naar mijn woordH1697! En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!

KJV And Elijah2 the Tishbite,3 who was of the inhabitants4 of Gilead,5 said1 unto Ahab,7 As the LORD9 God10 of Israel11 liveth,8 before14 whom I stand,13 there shall not be dew19 nor rain20 these years,17 but according23 to my word.24

1 וַיֹּאמֶר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלִיָּ֨הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 3 הַתִּשְׁבִּ֜י H8664 Thisbiet Tishbite 4 מִתֹּשָׁבֵ֣י H8453 bijwoner, bijwoners, inwoner foreigner, inhabitant, sojourner, stranger 5 גִלְעָד֮ H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אַחְאָב֒ H256 Achab, Achabs Ahab 8 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 9 יְהוָ֞ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֱלֹהֵ֤י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 עָמַ֣דְתִּי H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 14 לְפָנָ֔יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 16 יִהְיֶ֛ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 הַשָּׁנִ֥ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 18 הָאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 19 טַ֣ל H2919 dauw, dauws dew 20 וּמָטָ֑ר H4306 regen, plasregen rain 21 כִּ֖י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 22 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 23 לְפִ֥י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 24 דְבָרִֽי H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Daarna geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 totH413 hem, zeggendeH559: Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:

KJV And the word2 of the LORD3 came unto him, saying,5

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלָ֥יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Ga wegH3212 van hierH2088, en wendH6437 u naar het oostenH6924, en verbergH5641 u aan de beekH5158 KrithH3747, die voorH6440 aanH5921 de JordaanH3383 is. Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.

KJV Get1 thee hence, and turn3 thee eastward,5 and hide6 thyself by the brook7 Cherith,8 that is before11 Jordan.12

1 לֵ֣ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 מִזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 3 וּפָנִ֥יתָ H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 4 לְּךָ֖ 5 קֵ֑דְמָה H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 6 וְנִסְתַּרְתָּ֙ H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 7 בְּנַ֣חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 8 כְּרִ֔ית H3747 Krith Cherith 9 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 הַיַּרְדֵּֽן H3383 Jordaan Jordan
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En het zal geschiedenH1961, dat gij uit de beekH5158 drinkenH8354 zult; en Ik heb de ravenH6158 gebodenH6680, dat zij u daarH8033 onderhoudenH3557 zullen. En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.

KJV And it shall be, that thou shalt drink3 of the brook;2 and I have commanded6 the ravens5 to feed7 thee there.

1 וְהָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מֵהַנַּ֣חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 3 תִּשְׁתֶּ֑ה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הָעֹרְבִ֣ים H6158 raaf, raven, rave raven 6 צִוִּ֔יתִי H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 7 לְכַלְכֶּלְךָ֖ H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals) 8 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Hij ging dan heen, en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Hij ging dan heen, en deedH6213 naar het woordH1697 des HEERENH3068; want hij gingH3212 en woondeH3427 bij de beekH5158 KrithH3747, dieH834 voorH6440 aanH5921 de JordaanH3383 is. Hij ging dan heen, en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.

KJV So he went1 and did2 according unto the word3 of the LORD:4 for he went5 and dwelt6 by the brook7 Cherith,8 that is before11 Jordan.12

1 וַיֵּ֥לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 וַיַּ֖עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 כִּדְבַ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַיֵּ֗לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 וַיֵּ֨שֶׁב֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 בְּנַ֣חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 8 כְּרִ֔ית H3747 Krith Cherith 9 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 הַיַּרְדֵּֽן H3383 Jordaan Jordan
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En de ravenH6158 brachtenH935 hem des morgensH1242 broodH3899 en vleesH1320, desgelijks broodH3899 en vleesH1320 des avondsH6153; en hij dronkH8354 uitH4480 de beekH5158. En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.

KJV And the ravens1 brought2 him bread4 and flesh5 in the morning,6 and bread7 and flesh8 in the evening;9 and he drank12 of the brook.11

1 וְהָעֹרְבִ֗ים H6158 raaf, raven, rave raven 2 מְבִיאִ֨ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 ל֜וֹ 4 לֶ֤חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 5 וּבָשָׂר֙ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 6 בַּבֹּ֔קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 7 וְלֶ֥חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 8 וּבָשָׂ֖ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 9 בָּעָ֑רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 10 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 הַנַּ֖חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 12 יִשְׁתֶּֽה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En het geschieddeH1961 ten eindeH7093 van vele dagenH3117, dat de beekH5158 uitdroogdeH3001; want geenH3808 regenH1653 was in het landH776 geweest. En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest.

KJV And it came to pass after2 a while,3 that the brook5 dried up,4 because there had been no rain9 in the land.10

1 וַיְהִ֛י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִקֵּ֥ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 3 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 וַיִּיבַ֣שׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 5 הַנָּ֑חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 6 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 גֶ֖שֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 10 בָּאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Toen geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 totH413 hem, zeggendeH559: Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:

KJV And the word2 of the LORD3 came unto him, saying,5

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלָ֥יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 MaakH6965 u op, gaH3212 heen naar ZarfathH6886, datH834 bij SidonH6721 is, en woonH3427 aldaarH8033; zieH2009, Ik heb daarH8033 een weduwvrouwH490 gebodenH6680, dat zij u onderhoudeH3557. Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude.

KJV Arise,1 get2 thee to Zarephath,3 which belongeth to Zidon,5 and dwell6 there: behold, I have commanded9 a widow12 woman11 there to sustain13 thee.

1 ק֣וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 לֵ֤ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 3 צָרְפַ֨תָה֙ H6886 Zarfath Zarephath 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 לְצִיד֔וֹן H6721 Sidon Sidon, Zidon 6 וְיָשַׁבְתָּ֖ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 צִוִּ֥יתִי H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 10 שָׁ֛ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 11 אִשָּׁ֥ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 אַלְמָנָ֖ה H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 13 לְכַלְכְּלֶֽךָ H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen maakte hij zich op, en ging naar Zarfath. Als hij nu aan de poort der stad kwam, ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende; en hij riep tot haar, en zeide: Haal mij toch een weinig waters in dit vat, dat ik drinke.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen maakte hij zich op, en gingH3212 naar ZarfathH6886. Als hij nu aanH413 de poortH6607 der stadH5892 kwamH935, zietH2009, zo was daarH8033 een weduwvrouwH490, houtH6086 lezendeH7197; en hij riepH7121 totH413 haar, en zeideH559: HaalH3947 mij tochH4994 een weinigH4592 watersH4325 in dit vatH3627, dat ik drinkeH8354. Toen maakte hij zich op, en ging naar Zarfath. Als hij nu aan de poort der stad kwam, ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende; en hij riep tot haar, en zeide: Haal mij toch een weinig waters in dit vat, dat ik drinke.

KJV So he arose1 and went2 to Zarephath.3 And when he came4 to the gate6 of the city,7 behold, the widow11 woman10 was there gathering12 of sticks:13 and he called14 to her, and said,16 Fetch17 me, I pray thee, a little20 water21 in a vessel,22 that I may drink.23

1 וַיָּ֣קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 וַיֵּ֣לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 3 צָרְפַ֗תָה H6886 Zarfath Zarephath 4 וַיָּבֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 פֶּ֣תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 7 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 וְהִנֵּֽה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 שָׁ֛ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 10 אִשָּׁ֥ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 אַלְמָנָ֖ה H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 12 מְקֹשֶׁ֣שֶׁת H7197 lezende, Doorzoekzelf, doorzoek gather (selves) (together) 13 עֵצִ֑ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 14 וַיִּקְרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 15 אֵלֶ֨יהָ֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 וַיֹּאמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 קְחִי H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 18 נָ֨א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 19 לִ֧י 20 מְעַט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 21 מַ֛יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 22 בַּכְּלִ֖י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 23 וְאֶשְׁתֶּֽה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar, en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Toen zij nu heengingH3212 om te halenH3947, zo riepH7121 hij totH413 haar, en zeideH559: HaalH3947 mij tochH4994 ook een beteH6595 broodsH3899 in uw handH3027. Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar, en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand.

KJV And as she was going1 to fetch2 it, he called3 to her, and said,5 Bring6 me, I pray thee, a morsel9 of bread10 in thine hand.11

1 וַתֵּ֖לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 לָקַ֑חַת H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 וַיִּקְרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 אֵלֶ֨יהָ֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 וַיֹּאמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 לִֽקְחִי H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 7 נָ֥א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 8 לִ֛י 9 פַּת H6595 bete, stukken, stuk meat, morsel, piece 10 לֶ֖חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 11 בְּיָדֵֽךְ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Maar zij zeideH559: ZoH518 waarachtig als de HEEREH3068, uw GodH430, leeftH2416, indien ik een koekH4580 heb, dan alleen een handH3709 volH4393 meelsH7058 in de kruikH3537, en een weinigH4592 olieH8081 in de fles! En zieH2009 ik heb een paarH8147 houtenH6086 gelezenH7197, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoonH1121 bereidenH6213, dat wij het etenH398, en stervenH4191. Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven.

KJV And she said,1 As the LORD3 thy God4 liveth,2 I have6 not a cake,8 but an handful11 of meal13 in a barrel,14 and a little15 oil16 in a cruse:17 and, behold, I am gathering19 two20 sticks,21 that I may go in22 and dress23 it for me and my son,25 that we may eat26 it, and die.27

1 וַתֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 3 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֱלֹהֶ֨יךָ֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 6 יֶשׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 7 לִ֣י 8 מָע֔וֹג H4580 koek, tafelbroeders cake, feast 9 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 11 מְלֹ֤א H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude 12 כַף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 13 קֶ֨מַח֙ H7058 meel, meels flour, meal 14 בַּכַּ֔ד H3537 kruik, kruiken barrel, pitcher 15 וּמְעַט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 16 שֶׁ֖מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 17 בַּצַּפָּ֑חַת H6835 fles, waterfles cruse 18 וְהִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 19 מְקֹשֶׁ֜שֶׁת H7197 lezende, Doorzoekzelf, doorzoek gather (selves) (together) 20 שְׁנַ֣יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 21 עֵצִ֗ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 22 וּבָ֨אתִי֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 23 וַעֲשִׂיתִ֨יהוּ֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 24 לִ֣י 25 וְלִבְנִ֔י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 26 וַאֲכַלְנֻ֖הוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 27 וָמָֽתְנוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan, en breng mij dien hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En EliaH452 zeideH559 totH413 haar: VreesH3372 nietH408, ga heen, doe naar uw woordH1697; maar maakH6213 mij vooreerstH7223 een kleinenH6996 koek daarvan, en brengH3318 mij dien hier uit; doch voor u en uw zoonH1121 zult gij daarna wat maken. En Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan, en breng mij dien hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken.

KJV And Elijah3 said1 unto her, Fear5 not; go6 and do7 as thou hast said:8 but make10 me thereof12 a little14 cake13 first,15 and bring16 it unto me, and after21 make20 for thee and for thy son.19

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלֶ֤יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אֵלִיָּ֨הוּ֙ H452 Elia Elijah, Eliah 4 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 5 תִּ֣ירְאִ֔י H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 6 בֹּ֖אִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 עֲשִׂ֣י H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 כִדְבָרֵ֑ךְ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 אַ֣ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 10 עֲשִׂי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 לִ֣י 12 מִ֠שָּׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 עֻגָ֨ה H5692 koeken cake (upon the hearth) 14 קְטַנָּ֤ה H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 15 בָרִאשֹׁנָה֙ H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 16 וְהוֹצֵ֣אתְ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 17 לִ֔י 18 וְלָ֣ךְ 19 וְלִבְנֵ֔ךְ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 20 תַּעֲשִׂ֖י H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 21 בָּאַחֲרֹנָֽה H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 IsraelsH3478: Het meelH7058 van de kruikH3537 zal nietH3808 verteerdH3615 worden, en de olieH8081 der flesH6835 zal nietH3808 ontbrekenH2637, totH5704 op den dagH3117, dat de HEEREH3068 regenH1653 opH5921 den aardbodemH6440 gevenH5414 zal. Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.

KJV For thus saith3 the LORD4 God5 of Israel,6 The barrel7 of meal8 shall not waste,10 neither shall the cruse11 of oil12 fail,14 until the day16 that the LORD18 sendeth17 rain19 upon21 the earth.22

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹה֩ H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֨ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 כַּ֤ד H3537 kruik, kruiken barrel, pitcher 8 הַקֶּ֨מַח֙ H7058 meel, meels flour, meal 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 תִכְלָ֔ה H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 11 וְצַפַּ֥חַת H6835 fles, waterfles cruse 12 הַשֶּׁ֖מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 13 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 תֶחְסָ֑ר H2637 ontbreken, gebrek, ontbreekt be abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want 15 עַ֠ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 י֧וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 תֵּת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 18 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 גֶּ֖שֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 20 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 22 הָאֲדָמָֽה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En zij gingH3212 heen, en deedH6213 naar het woordH1697 van EliaH452; zo atH398 zij, en hij, en haar huisH1004, vele dagenH3117. En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen.

KJV And she went1 and did2 according to the saying3 of Elijah:4 and she, and he, and her house,8 did eat5 many days.9

1 וַתֵּ֥לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 וַתַּעֲשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 כִּדְבַ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 אֵלִיָּ֑הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 5 וַתֹּ֧אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 הִֽיא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 וָה֛וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 וּבֵיתָ֖הּ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יָמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Het meelH7058 van de kruikH3537 werd nietH3808 verteerdH3615, en de olieH8081 van de flesH6835 ontbrakH2638 nietH3808, naar het woordH1697 des HEERENH3068, datH834 Hij gesprokenH1696 had door den dienstH3027 van EliaH452. Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.

KJV And the barrel1 of meal2 wasted4 not, neither did the cruse5 of oil6 fail,8 according to the word9 of the LORD,10 which he spake12 by13 Elijah.14

1 כַּ֤ד H3537 kruik, kruiken barrel, pitcher 2 הַקֶּ֨מַח֙ H7058 meel, meels flour, meal 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 כָלָ֔תָה H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 5 וְצַפַּ֥חַת H6835 fles, waterfles cruse 6 הַשֶּׁ֖מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 חָסֵ֑ר H2638 gebrek, verstandeloos, verstandeloze destitute, fail, lack, have need, void, want 9 כִּדְבַ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 דִּבֶּ֖ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 13 בְּיַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 אֵלִיָּֽהוּ H452 Elia Elijah, Eliah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem overgebleven was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En het geschiedde naH310 dezeH428 dingen, datH834 de zoonH1121 dezer vrouwH802, der waardinH1172 van het huisH1004, krankH2470 werdH1961; en zijn krankheidH2483 werd zeerH3966 sterkH2389, totdatH5704 geenH3808 ademH5397 in hem overgeblevenH3498 was. En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem overgebleven was.

KJV And it came to pass after2 these things,3 that the son6 of the woman,7 the mistress8 of the house,9 fell sick;5 and his sickness11 was so13 sore,12 that there was no breath19 left17 in him.

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אַחַר֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 3 הַדְּבָרִ֣ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 הָאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 5 חָלָ֕ה H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 הָאִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 בַּעֲלַ֣ת H1172 meesteres, waardin that hath, mistress 9 הַבָּ֑יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 חָלְיוֹ֙ H2483 krankheid, krankheden, krank disease, grief, (is) sick(-ness) 12 חָזָ֣ק H2389 sterke, sterk, sterken harder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er) 13 מְאֹ֔ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 14 עַ֛ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 נֽוֹתְרָה H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 18 בּ֖וֹ 19 נְשָׁמָֽה H5397 adem, geblaas, geest blast, (that) breath(-eth), inspiration, soul, spirit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En zij zeideH559 totH413 EliaH452: WatH4100 heb ik met u te doen, gij manH376 GodsH430? Zijt gij bij mij ingekomenH935, om mijn ongerechtigheidH5771 in gedachtenisH2142 te brengen, en om mijn zoonH1121 te dodenH4191? En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?

KJV And she said1 unto Elijah,3 What have I to do with thee, O thou man7 of God?8 art thou come9 unto me to call11 ➔ my sin13 to remembrance, and to slay14 my son?16

1 וַתֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אֵ֣לִיָּ֔הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 4 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 5 לִּ֥י 6 וָלָ֖ךְ 7 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 הָאֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 בָּ֧אתָ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 אֵלַ֛י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 לְהַזְכִּ֥יר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 עֲוֺנִ֖י H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 14 וּלְהָמִ֥ית H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 בְּנִֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot, en droeg hem boven in de opperzaal, waar hij zelf woonde, en hij legde hem neder op zijn bed.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En hij zeideH559 totH413 haar: GeefH5414 mij uw zoonH1121. En hij namH3947 hem van haar schootH2436, en droegH5927 hem boven in de opperzaalH5944, waar hij zelfH1931 woondeH3427, en hij legde hem nederH7901 opH5921 zijn bedH4296. En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot, en droeg hem boven in de opperzaal, waar hij zelf woonde, en hij legde hem neder op zijn bed.

KJV And he said1 unto her, Give3 me thy son.6 And he took7 him out of her bosom,8 and carried him up9 into a loft,11 where he abode,14 and laid16 him upon his own bed.18

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלֶ֖יהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 תְּנִֽי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 לִ֣י 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בְּנֵ֑ךְ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 וַיִּקָּחֵ֣הוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 מֵחֵיקָ֗הּ H2436 schoot, boezem, schoots bosom, bottom, lap, midst, within 9 וַֽיַּעֲלֵ֨הוּ֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הָעֲלִיָּ֗ה H5944 opperzaal, opperzalen, opperkamer ascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour 12 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 הוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 יֹשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 15 שָׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 16 וַיַּשְׁכִּבֵ֖הוּ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 מִטָּתֽוֹ H4296 bed, bedsteden, baar bed(-chamber), bier
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En hij riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En hij riepH7121 den HEEREH3068 aan, en zeideH559: HEEREH3068, mijn GodH430, hebt Gij dan ookH1571 deze weduweH490, bij dewelkeH834 ikH589 herbergeH1481, zo kwalijkH7489 gedaan, dat Gij haar zoonH1121 gedoodH4191 hebt? En hij riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt?

KJV And he cried1 unto the LORD,3 and said,4 O LORD5 my God,6 hast thou also brought evil14 upon the widow9 with whom I sojourn,12 by slaying15 her son?17

1 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 וַיֹּאמַ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֱלֹהָ֔י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 הֲ֠גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הָאַלְמָנָ֞ה H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 אֲנִ֨י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 12 מִתְגּוֹרֵ֥ר H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 13 עִמָּ֛הּ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 14 הֲרֵע֖וֹתָ H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 15 לְהָמִ֥ית H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 בְּנָֽהּ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En hij mat zich driemaal uit over dat kind, en riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En hij matH4058 zich driemaalH7969 uit overH5921 dat kindH3206, en riepH7121 den HEEREH3068 aan, en zeideH559: HEEREH3068, mijn GodH430, laat tochH4994 de zielH5315 van ditH2088 kindH3206 in hem wederkomenH7725. En hij mat zich driemaal uit over dat kind, en riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen.

KJV And he stretched1 himself upon the child3 three4 times,5 and cried6 unto the LORD,8 and said,9 O LORD10 my God,11 I pray thee, let this child's15 soul14 come12 ➔ into him18 again.

1 וַיִּתְמֹדֵ֤ד H4058 mat, meten, gemeten measure, mete, stretch self 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 הַיֶּ֨לֶד֙ H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 4 שָׁלֹ֣שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 5 פְּעָמִ֔ים H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 6 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וַיֹּאמַ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֱלֹהָ֔י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 תָּ֥שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 נָ֛א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 14 נֶֽפֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 15 הַיֶּ֥לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 16 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 קִרְבּֽוֹ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En de HEERE verhoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind kwam weder in hem, dat het weder levend werd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En de HEEREH3068 verhoordeH8085 de stemH6963 van EliaH452; en de zielH5315 van het kindH3206 kwam weder in hem, dat het weder levendH2421 werd. En de HEERE verhoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind kwam weder in hem, dat het weder levend werd.

KJV And the LORD2 heard1 the voice3 of Elijah;4 and the soul6 of the child7 came5 ➔ into him9 again, and he revived.10

1 וַיִּשְׁמַ֥ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 בְּק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 4 אֵלִיָּ֑הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 5 וַתָּ֧שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 נֶֽפֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 הַיֶּ֛לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 קִרְבּ֖וֹ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 10 וַיֶּֽחִי H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Elia nam het kind, en bracht het af van de opperzaal in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zeide: Zie, uw zoon leeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En EliaH452 namH3947 het kindH3206, en brachtH3381 het af van de opperzaalH5944 in het huisH1004, en gafH5414 het aan zijn moederH517; en EliaH452 zeideH559: ZieH7200, uw zoonH1121 leeftH2416. En Elia nam het kind, en bracht het af van de opperzaal in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zeide: Zie, uw zoon leeft.

KJV And Elijah2 took1 the child,4 and brought him down5 out of the chamber7 into the house,8 and delivered9 him unto his mother:10 and Elijah12 said,11 See,13 thy son15 liveth.14

1 וַיִּקַּ֨ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֵלִיָּ֜הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַיֶּ֗לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 5 וַיֹּרִדֵ֤הוּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הָעֲלִיָּה֙ H5944 opperzaal, opperzalen, opperkamer ascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour 8 הַבַּ֔יְתָה H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 וַֽיִּתְּנֵ֖הוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 לְאִמּ֑וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 11 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 אֵ֣לִיָּ֔הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 13 רְאִ֖י H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 14 חַ֥י H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 15 בְּנֵֽךְ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Toen zeide de vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Toen zeideH559 de vrouwH802 totH413 EliaH452: NuH6258 weetH3045 ik, dat gijH859 een manH376 GodsH430 zijt, en dat het woordH1697 des HEERENH3068 in uw mondH6310 waarheidH571 is. Toen zeide de vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is.

KJV And the woman2 said1 to Elijah,4 Now by this6 I know7 that thou art a man9 of God,10 and that the word12 of the LORD13 in thy mouth14 is truth.15

1 וַתֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הָֽאִשָּׁה֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֵ֣לִיָּ֔הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 5 עַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 6 זֶ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 7 יָדַ֔עְתִּי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 אָ֑תָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 12 וּדְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 בְּפִ֖יךָ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 15 אֱמֶֽת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 17:1 Jakobus 5:17 Lukas 1:17 1 Koningen 22:14 2 Koningen 3:14 Lukas 4:25 Deuteronomium 10:8 Romeinen 11:2 1 Koningen 18:1
1 Koningen 17:2 Jeremia 11:1 Jeremia 7:1 Hosea 1:1 1 Koningen 12:22 1 Kronieken 17:3 Jeremia 18:1
1 Koningen 17:3 Psalmen 31:20 Jeremia 36:19 Handelingen 17:14 Johannes 8:59 Psalmen 83:3 Openbaring 12:6 Hebreeën 11:38 Openbaring 12:14
1 Koningen 17:4 1 Koningen 19:5 Psalmen 147:9 1 Koningen 17:9 Job 38:8 Job 38:41 Mattheüs 4:11 Numeri 20:8 Job 34:29
1 Koningen 17:5 Spreuken 3:5 Mattheüs 16:24 1 Koningen 19:9 Johannes 15:14
1 Koningen 17:6 Jeremia 40:4 Psalmen 34:9 Lukas 22:35 Psalmen 37:3 Habakuk 3:17 Exodus 16:35 Mattheüs 6:31 Hebreeën 13:5
1 Koningen 17:7 Jesaja 40:30 Jesaja 54:10
1 Koningen 17:8 Hebreeën 13:6 Jesaja 41:17 1 Koningen 17:2 Genesis 22:14
1 Koningen 17:9 Lukas 4:26 Obadja 1:20 1 Koningen 17:4 2 Korinthe 4:7 Richteren 7:2 Mattheüs 15:21 Richteren 7:4 Romeinen 4:17
1 Koningen 17:10 Johannes 4:7 Genesis 24:17 2 Korinthe 11:27 Genesis 21:15 Hebreeën 11:37
1 Koningen 17:11 1 Koningen 17:9 Genesis 18:5 Mattheüs 25:35 Hebreeën 13:2 Genesis 24:18 Mattheüs 10:42 1 Koningen 18:4
1 Koningen 17:12 1 Koningen 17:1 Genesis 21:16 2 Koningen 4:2 Klaagliederen 4:9 Joël 1:15 1 Samuël 26:10 2 Samuël 15:21 Ezechiël 12:18
1 Koningen 17:13 2 Kronieken 20:17 Exodus 14:13 Jesaja 41:10 Mattheüs 6:33 Handelingen 27:24 Jesaja 41:13 Spreuken 3:9 Mattheüs 19:21
1 Koningen 17:14 2 Koningen 3:16 2 Koningen 9:6 2 Koningen 4:42 1 Koningen 17:4 2 Koningen 7:1 Mattheüs 14:17 Mattheüs 15:36 2 Koningen 4:2
1 Koningen 17:15 Hebreeën 11:17 Hebreeën 11:7 Genesis 12:4 2 Kronieken 20:20 Johannes 11:40 Genesis 6:22 Mattheüs 15:28 Genesis 22:3
1 Koningen 17:16 Johannes 4:50 1 Koningen 16:12 Mattheüs 9:28 Lukas 1:37 Lukas 1:45 Mattheüs 19:26 1 Koningen 13:5
1 Koningen 17:17 1 Petrus 4:12 Psalmen 104:29 Johannes 11:3 Jakobus 1:12 Johannes 11:14 Job 34:14 Jakobus 2:26 Zacharia 12:10
1 Koningen 17:18 2 Koningen 3:13 Lukas 5:8 Lukas 4:34 Johannes 2:4 2 Samuël 16:10 Job 13:26 1 Samuël 16:4 Genesis 42:21
1 Koningen 17:19 2 Koningen 4:32 2 Koningen 4:21 Handelingen 9:37 2 Koningen 4:10
1 Koningen 17:20 Psalmen 99:6 1 Koningen 18:36 Genesis 18:23 Psalmen 73:13 Jakobus 5:15 2 Koningen 19:15 Jozua 7:8 Mattheüs 21:22
1 Koningen 17:21 Handelingen 20:10 Handelingen 9:40 2 Koningen 4:33 Hebreeën 11:19 Handelingen 10:10
1 Koningen 17:22 2 Koningen 13:21 Johannes 11:43 Deuteronomium 32:39 Lukas 8:54 Hebreeën 11:35 1 Samuël 2:6 Johannes 5:28 Handelingen 20:12
1 Koningen 17:23 Hebreeën 11:35 Handelingen 9:41 2 Koningen 4:36 Lukas 7:15
1 Koningen 17:24 Johannes 3:2 Johannes 16:30 Johannes 2:11 Prediker 12:10 Johannes 11:15 Johannes 15:24 1 Johannes 2:21 Johannes 4:42
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 17 vers 1

Gilead, Een land, gelegen over de Jordaan. Zie Gen. 31:21. Sommigen verstaan een deel deszelven lands, hetwelk oostwaarts gelegen was, dat de Rubenieten, Gadieten en de halve stam van Manasse ten tijde van Saul den Hagarenen afgenomen, en daarna met nieuwe inwoners uit hun eigen volk bezet hadden, 1 Kron. 5:20-22, die van deze nieuwe inwoning den naam van Tisbieten zouden gekregen hebben; want Toschab betekent bij de Hebreën een inwoner.

Hertaald: Gilead, Een land aan de overzijde van de Jordaan. Zie Gen. 31:21. Sommigen verstaan hieronder een deel van dat land dat oostwaarts lag, dat de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse in de tijd van Saul op de Hagarenen veroverd hadden en daarna met nieuwe inwoners uit hun eigen volk bezet hadden, 1 Kron. 5:20-22; aan die nieuwe bewoning zouden zij de naam Tisbieten ontleend hebben, want Toschab betekent bij de Hebreeën een inwoner.

voor Wiens Dit is, welken ik dien. Zie Deut. 10:8.

Hertaald: voor Wiens Dat is: Die ik dien. Zie Deut. 10:8.

indien Dit is een manier van zweren van welke zie Gen. 14:23, en onder, vs.12.

Hertaald: indien Dit is een manier van zweren; zie daarover Gen. 14:23 en hieronder vers 12.

deze jaren Versta, de aanstaande jaren, in getal drie en zes maanden, Luc. 4:25, en Jak. 5:17.

Hertaald: deze jaren Versta hieronder de komende jaren, drie in getal, en zes maanden, Luk. 4:25, en Jak. 5:17.

dan naar mijn woord Dat is, dan als ik het verkondigen zal, daartoe last en bevel van den Heere ontvangen hebbende; of als ik door mijn gebed den dauw en den regen van den Heere verkrijgen zal.

Hertaald: dan naar mijn woord Dat is: dan wanneer ik het zal aankondigen, nadat ik daartoe opdracht en bevel van de HEERE ontvangen heb; of: wanneer ik door mijn gebed de dauw en de regen van de HEERE zal verkrijgen.

1 Koningen 17 vers 3

Krith, Die uit het gebergte Efraïms haar oorsprong nemende, in de Jordaan valt.

Hertaald: Krith, Die op het gebergte van Efraïm ontspringt en in de Jordaan uitmondt.

1 Koningen 17 vers 4

raven Dat God dezer beesten dienst gebruikt heeft om den profeet te spijzigen, maakt zijn wonderwerk te meer wonderlijk, overmits deze vogel zo gulzig en voor zichzelven is, dat hij zijn eigen jongen verlaat, die van honger zouden sterven, indien ze God niet wonderlijk spijzigde, Job 39:3; Ps. 147:9.

Hertaald: raven Dat God de dienst van deze dieren gebruikt heeft om de profeet te voeden, maakt Zijn wonderwerk des te wonderlijker, omdat deze vogel zo gulzig en op zichzelf gericht is dat hij zijn eigen jongen in de steek laat, die van honger zouden sterven als God ze niet op wonderlijke wijze voedde, Job 39:3; Ps. 147:9.

geboden, Dat is, bij Mij voorgenomen door mijn voorzienige regering, die alzo te gebruiken, dat zij u voedsel zullen toebrengen. Gebieden heet hier voornemen, waarop het uitvoeren is volgende. Alzo vs.9; Ps. 78:23; Jes. 5:6; Am. 9:3-4.

Hertaald: geboden, Dat is: bij Mijzelf voorgenomen door Mijn voorzienige regering, om ze zo te gebruiken dat zij u voedsel zullen brengen. Gebieden betekent hier voornemen, waarop dan de uitvoering volgt. Zo ook in vers 9; Ps. 78:23; Jes. 5:6; Amos 9:3-4.

1 Koningen 17 vers 7

ten einde Hebreeuws, van het einde der dagen; dat is, na het einde van vele dagen. Alzo Gen. 4:3; Num. 9:22. Zie de aantekeningen aldaar. Deze vele dagen nu schijnen zes maanden geweest te zijn, en dat uit vergelijking van 1 Kon. 16:1 van het volgende 1Ki 18. Zodat Elia zes maanden geweest zou zijn bij de beek Krith, en drie jaren bij de weduwe van Sarepta.

Hertaald: ten einde Hebreeuws: van het einde van de dagen; dat is: na verloop van vele dagen. Zo ook Gen. 4:3; Num. 9:22. Zie de aantekeningen daar. Deze vele dagen lijken zes maanden geweest te zijn, en dat op grond van vergelijking met vers 1 van het volgende hoofdstuk, 1 Kon. 18. Zo zou Elia zes maanden bij de beek Krith geweest zijn en drie jaar bij de weduwe van Zarfath.

1 Koningen 17 vers 8

hem, Namelijk, tot den profeet Elia.

Hertaald: hem, Namelijk: tot de profeet Elia.

1 Koningen 17 vers 9

Zarfath, Anders genaamd Sarepta, Luc. 4:26, een stad, gelegen in den stam van Aser, tussen Tyrus en Sidon, van welke ook te zien is Ob. 1:20.

Hertaald: Zarfath, Elders Sarepta genoemd, Luk. 4:26; een stad in de stam Aser, tussen Tyrus en Sidon, waarover ook Obadja 1:20 te raadplegen is.

geboden, Dat is, voorgenomen te verwekken en te gebruiken om u van spijs te verzorgen. Vergelijk boven, de aantekeningen vs.4.

Hertaald: geboden, Dat is: voorgenomen haar op te wekken en te gebruiken om u van voedsel te voorzien. Vergelijk de aantekeningen hierboven bij vers 4.

1 Koningen 17 vers 10

Haal mij toch Hebreeuws, neem mij, enz.; dat is, haal wat water, om mij daarna dat te geven. Zie Gen. 12:15. Alzo in het volgende vs.11: neem mij een bete, enz.; dat is, haal het, of breng het om mij te geven.

Hertaald: Haal mij toch Hebreeuws: neem mij, enzovoort; dat is: haal wat water, om het mij daarna te geven. Zie Gen. 12:15. Zo ook in het volgende vers 11: neem mij een stuk brood, enzovoort; dat is: haal het, of breng het om het mij te geven.

1 Koningen 17 vers 12

koek heb, Het woord betekent eigenlijk een brood, of koek, die onder, of op de kolen, en niet in den oven gebakken is. Zie Gen. 18:6. De zin is dat zij in haar huis geen gebakken brood ten beste had, zelfs niet een koekje op den heten haard met kolen gebakken.

Hertaald: koek heb, Het woord betekent eigenlijk een brood of koek die onder of op de kolen gebakken is, en niet in de oven. Zie Gen. 18:6. De betekenis is dat zij in haar huis geen gebakken brood voorhanden had, zelfs geen koekje dat op de hete haard met kolen gebakken was.

een paar houten Dat is, weinige houtjes, en gelijk wij zeggen: een of twee.

Hertaald: een paar houten Dat is: een paar houtjes, zoals wij zeggen: een of twee.

en sterven Alsof zij zeide: Wanneer dit zal opgegeten zijn, wij hebben niets meer ten beste, zodat wij niet anders hebben te verwachten dan van honger te zullen moeten sterven.

Hertaald: en sterven Alsof zij zei: wanneer dit opgegeten zal zijn, hebben wij niets meer voorhanden, zodat wij niets anders te verwachten hebben dan van honger te moeten sterven.

1 Koningen 17 vers 14

Het meel Hebreeuws, de kruik des meels, enz., en de fles der olie, enz. De zin is dat dit zekerlijk zou geschieden, zo de vrouw Gods belofte geloofde en deed wat haar hier bevolen werd.

Hertaald: Het meel Hebreeuws: de kruik van het meel, enzovoort, en de fles van de olie, enzovoort. De betekenis is dat dit zeker zou gebeuren, mits de vrouw Gods belofte geloofde en deed wat haar hier bevolen werd.

1 Koningen 17 vers 15

en deed De gehoorzaamheid van dit werk kwam uit de vaste toestemming van haar geloof, waardoor zij de voorzegde beloftenis aannam.

Hertaald: en deed De gehoorzaamheid in dit werk kwam voort uit de vaste instemming van haar geloof, waarmee zij de toegezegde belofte aannam.

huis, Dat is, huisgezin. Zie Gen. 7:1

Hertaald: huis, Dat is: huisgezin. Zie Gen. 7:1.

dagen Eenigen menen den tijd van drie jaren. Vergelijk de aantekeningen boven, vs.7, en onder, 1 Kon. 18:1.

Hertaald: dagen Sommigen denken aan een tijd van drie jaar. Vergelijk de aantekeningen hierboven bij vers 7 en hieronder bij 1 Kon. 18:1.

1 Koningen 17 vers 16

dienst van Elia Hebreeuws, hand.

Hertaald: dienst van Elia Hebreeuws: hand.

1 Koningen 17 vers 17

totdat geen adem Dat is, dat hij zijn geest gegeven had en waarlijk gestorven was; want het Hebreeuwse woord nesama wordt dikwijls genomen voor de ziel of geest des mensen, die van het lichaam onderscheiden is, en door den dood daar uitscheidt, gelijk Gen. 2:7; Job 27:3, enz.

Hertaald: totdat geen adem Dat is: dat hij de geest gegeven had en werkelijk gestorven was; want het Hebreeuwse woord nesama wordt vaak gebruikt voor de ziel of de geest van de mens, die van het lichaam onderscheiden is en er door de dood uit scheidt, zoals in Gen. 2:7; Job 27:3, enzovoort.

1 Koningen 17 vers 18

Wat heb ik Hebreeuws, wat is mij en u? Zie van deze manier van spreken 2 Sam. 16:10. Zij wil zeggen: Ik heb u gaarne geherbergd, verwachtende door middel van u des Heeren zegening; maar nu door het overlijden mijns zoons word ik gewaar Gods straf, die over mij komt, omdat gij misschien enige gebreken in mij gezien hebbende, God tegen mij gebeden hebt. Zou het zo zijn, tot mijn ongeluk zou ik u geherbergd hebben.

Hertaald: Wat heb ik Hebreeuws: wat is mij en u? Zie over deze manier van spreken 2 Sam. 16:10. Zij wil zeggen: ik heb u graag onderdak gegeven, in de verwachting door u de zegen van de HEERE te ontvangen; maar nu, door het overlijden van mijn zoon, merk ik Gods straf die over mij komt, omdat u misschien enige gebreken in mij gezien hebt en God tegen mij gebeden hebt. Als dat zo zou zijn, dan zou ik u tot mijn eigen ongeluk onderdak gegeven hebben.

gij man Gods? Zie boven, 1 Kon. 13:1.

Hertaald: gij man Gods? Zie hierboven 1 Kon. 13:1.

Zijt gij Anders, gij zijt bij mij ingekomen, enz., maar vragender wijze worden deze woorden meest overgezet.

Hertaald: Zijt gij Anders: u bent bij mij binnengekomen, enzovoort; maar meestal worden deze woorden als een vraag vertaald.

in gedachtenis Te weten, bij den Heere, en hem alzo tot toorn tegen mij te verwekken?

Hertaald: in gedachtenis Namelijk: bij de HEERE, en Hem zo tot toorn tegen mij te verwekken?

1 Koningen 17 vers 20

hebt Gij Hij spreekt aldus, niet om God te berispen dat Hij deze vrouw tehuis zocht, maar om te klagen dat hij hieruit vreesde de lastering van Gods naam en de verachting van zijn dienst, overmits hij dit huis den zegen Gods toegezegd had.

Hertaald: hebt Gij Hij spreekt zo, niet om God te berispen dat Hij deze vrouw in haar eigen huis bezocht, maar om te klagen dat hij hieruit lastering van Gods naam en verachting van Zijn dienst vreesde, omdat hij dit huis de zegen van God had toegezegd.

ook deze weduwe, Te weten, zowel als vele anderen, die door honger en dorst vergaan.

Hertaald: ook deze weduwe, Namelijk: evengoed als vele anderen, die door honger en dorst omkomen.

1 Koningen 17 vers 21

mat zich Dat is, hij strekt zich uit. Zie gelijke exempelen 2 Kon. 4:34; Hand. 20:10.

Hertaald: mat zich Dat is: hij strekte zich uit. Zie soortgelijke voorbeelden in 2 Kon. 4:34; Hand. 20:10.

hem Hebreeuws, in zijn midden, of innerste, binnenste; alzo in vs.22. Anders, in zijn lijf.

Hertaald: hem Hebreeuws: in zijn midden, of: binnenste; zo ook in vers 22. Anders: in zijn lichaam.

wederkomen Een schoon bewijs, tonende dat de ziel des mensen is een onderscheiden wezen van het lichaam, door den dood daaruit scheidende en door de opstanding daarin wederkerende. Zie Gen. 35:18.

Hertaald: wederkomen Een mooi bewijs dat de ziel van de mens een van het lichaam onderscheiden wezen is, dat er door de dood uit scheidt en er door de opstanding in terugkeert. Zie Gen. 35:18.

1 Koningen 17 vers 22

in hem, Hebreeuws, in zijn binnenste.

Hertaald: in hem, Hebreeuws: in zijn binnenste.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Achab  — vaders broeder

Zoon van Omri en diens opvolger als koning van Israël, tweeëntwintig jaren regerend te Samaria. Hij deed meer kwaad dan alle koningen voor hem, huwde Izebel, de dochter van de koning der Sidoniërs, en diende Baäl. Zijn regering wordt overheerst door zijn confrontaties met de profeet Elia (1 Kon. 16:28-33; 17-22).

Elia  — mijn God is de HEERE

De Thisbiet, uit Gilead; een van de grootste profeten van Israël. Hij kondigde Achab een langdurige droogte aan, werd door raven bij de beek Krith gevoed, en onderhield daarna wonderbaarlijk het huis van een weduwe te Zarfath, wier zoon hij ook uit de dood opwekte. Op de berg Karmel versloeg hij de vierhonderdvijftig profeten van Baäl in de beroemde vuurproef, maar vluchtte daarna voor Izebels wraak naar de berg Horeb, waar de HEERE hem in het suizen van een zachte stilte verscheen en hem opdracht gaf Hazaël, Jehu en Elisa te zalven (1 Kon. 17-19).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De beek Krith  — Hebreeuws, mogelijk "afgesneden(heid)"

Ligging: Vermoedelijk een van de zijbeken van de Jordaan, ten oosten van de rivier; de precieze locatie is onbekend.

Geschiedenis: Hierheen zond de HEERE de profeet Elia om zich te verbergen nadat hij koning Achab een langdurige droogte had aangekondigd; raven brachten hem daar op Gods bevel 's morgens en 's avonds brood en vlees, en hij dronk uit de beek, totdat deze door de aanhoudende droogte zelf opdroogde (1 Kon. 17:2-7).

Bijbelse betekenis: Een van de meest wonderlijke voorbeelden van Gods zorg voor Zijn dienstknecht temidden van algemeen gebrek: terwijl het hele land onder de door Elia zelf aangekondigde droogte leed, werd de profeet zelf, op de meest onwaarschijnlijke wijze (door onreine, roofzuchtige vogels), dagelijks gevoed — een les dat de HEERE Zijn eigen knechten nooit vergeet, ook wanneer Zijn oordelen over anderen gaan.

1 Kon. 17:2-7

Zarfath  — Hebreeuws, mogelijk "smeltplaats, smederij" — bij de Grieken bekend als Sarepta

Ligging: Een Fenicische kuststad tussen Tyrus en Sidon.

Geschiedenis: Hierheen zond de HEERE Elia, na het opdrogen van de beek Krith, naar een arme weduwe — een heidense, buiten Israël wonende vrouw — wier laatste beetje meel en olie op wonderlijke wijze niet opraakten zolang de droogte duurde, en wier gestorven zoon Elia door zijn gebed weer tot leven bracht (1 Kon. 17:8-24).

Bijbelse betekenis: De Heere Jezus Zelf haalt deze geschiedenis aan in de synagoge van Nazareth als bewijs dat Gods genade van oudsher niet beperkt bleef tot Israël alleen: "Tot geen van haar (de weduwen in Israël) werd Elia gezonden dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was" (Luk. 4:25-26) — een vroeg, krachtig teken van Gods heilsplan voor de heidenen, dat de inwoners van Nazareth juist tot woede bracht.

1 Kon. 17:8-24; Luk. 4:25-26

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Door raven en een weduwe onderhouden  — Elia sluit op zijn woord de hemel, en wordt daarna zelf gevoed door raven bij de beek Krith en door een weduwe te Zarfath, bij wie het meel en de olie niet opraken (1 Kon. 17:1,6,14)

Elia komt zonder enige inleiding in het verhaal, met een eed voor Achab: zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht hij staat, zal er deze jaren geen dauw of regen zijn dan naar zijn woord (1 Kon. 17:1). Daarna zendt de HEERE hem naar de beek Krith, waar raven hem morgen en avond brood en vlees brengen (1 Kon. 17:2-6). Als de beek uitdroogt, moet hij verder naar Zarfath, dat bij Sidon ligt (1 Kon. 17:7-9). Daar vindt hij een weduwe die hout leest voor een laatste maaltijd: zij heeft nog een hand vol meel in de kruik en een weinig olie in de fles, voor zichzelf en haar zoon (1 Kon. 17:10-12). Elia vraagt haar het eerste koekje voor hem te bakken, met de belofte: "Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal" (1 Kon. 17:13-14). Zij doet naar zijn woord, en zij, hij en haar huis eten vele dagen (1 Kon. 17:15-16).

Bijbelse betekenis: God onderhoudt de Zijnen, maar zelden met een voorraad. De raven komen tweemaal daags, het meel blijft precies toereikend, en de beek droogt ook voor de gehoorzame profeet gewoon uit. Wie zo geleid wordt, leert leven bij de dag en niet bij de schuur. Nog opmerkelijker is de plaats. Zarfath ligt in Sidon, het land van Eth-Baal, de vader van Izebel (1 Kon. 16:31). De HEERE voedt Zijn profeet dus midden in het gebied van de god die de regen heet te geven, en Hij doet het door een arme weduwe. Zij moet daarbij haar laatste bezit als eerste weggeven, en juist daarin blijkt haar geloof.

Typologie: Christus wees Zijn eigen stadgenoten op deze vrouw: er waren vele weduwen in Israël in de dagen van Elia, "En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was" (Luk. 4:25-26). Dat de zegen buiten Israël viel, wekte in Nazareth zoveel toorn dat men Hem de stad uitwierp. De genade die de vreemdeling opzoekt, is van meet af aan een aanstoot geweest.

1 Kon. 17:1-16; 1 Kon. 16:31; Luk. 4:25-26

De opwekking van de zoon der weduwe  — als de zoon van de weduwe te Zarfath sterft, strekt Elia zich driemaal over het kind uit en bidt: "HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen" (1 Kon. 17:21)

Na de dagen van het onuitputtelijke meel wordt de zoon van de vrouw ziek, en de ziekte wordt zo zwaar dat geen adem meer in hem overblijft (1 Kon. 17:17). De moeder legt de schuld bij haar eigen zonde en bij de komst van de profeet (1 Kon. 17:18). Elia neemt het kind van haar schoot, draagt het naar de opperzaal en legt het op zijn eigen bed (1 Kon. 17:19). Zijn gebed is eerst een klacht, en die klacht spaart God niet: heeft Hij ook deze weduwe, bij wie hij herbergt, zo kwalijk gedaan dat Hij haar zoon gedood heeft (1 Kon. 17:20)? Daarna strekt hij zich driemaal over het kind uit en bidt om de terugkeer van zijn ziel (1 Kon. 17:21). De HEERE verhoort hem; het kind wordt weer levend, en Elia brengt het naar beneden met de woorden: "Zie, uw zoon leeft" (1 Kon. 17:22-23). De vrouw belijdt daarop dat hij een man Gods is en dat het woord des HEEREN in zijn mond waarheid is (1 Kon. 17:24).

Bijbelse betekenis: Dit is de eerste opwekking uit de doden die de Schrift verhaalt, en zij valt niet in Jeruzalem maar in heidens gebied, in een bovenkamer van een arm huis. Twee dingen vallen op. Elia klaagt hardop bij God, en dat wordt hem niet aangerekend; het gebed van een gelovige mag ruw zijn, mits het tot God gericht blijft. En het wonder staat niet op zichzelf: het bevestigt het woord. De vrouw eindigt niet met een uitroep over het wonder maar met een belijdenis over de betrouwbaarheid van wat de profeet spreekt.

Typologie: De brief aan de Hebreeën vat deze geschiedenis en haar tegenhanger bij Elisa samen in één zin: "De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding weder gekregen" (Hebr. 11:35). Wat hier eenmaal en tijdelijk geschiedt, wijst vooruit naar de opstanding die blijvend is.

1 Kon. 17:17-24; Hebr. 11:35

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe uitwerking

Een kruik die niet leeg raakte, en een kind dat opstond — 17:8-24

Er is honger in het land, en Elia wordt niet naar een rijke gestuurd maar naar een weduwe in Zarfath — buiten Israël, in het gebied van Izebels eigen volk. Zij is bezig met haar laatste maaltijd voordat zij met haar zoon zal sterven.

Bij een heidense weduwe raakt het meel niet op, en haar gestorven kind wordt haar levend teruggegeven.

De vraag die Elia stelt is hard: geef mij eerst een kleine koek. Zij heeft een handvol meel en een weinig olie, genoeg voor één maal, en zij moet het weggeven voordat zij iets terugkrijgt. Zij doet het. En dan staat er dat het meel van de kruik niet verteerd werd en de olie van de fles niet ontbrak, dag na dag, naar het woord des HEEREN.

Daarna sterft haar zoon alsnog, en dat is bitterder dan de honger. Elia neemt het kind mee naar de opperzaal, legt het op zijn eigen bed en strekt zich driemaal over hem uit — de kanttekeningen wijzen op dezelfde handeling bij Elisa en bij Paulus in Troas. En de ziel van het kind kwam weder in hem. De kanttekening merkt daarbij op dat dit een mooi bewijs is dat de ziel van de mens een van het lichaam onderscheiden wezen is, dat er door de dood uit scheidt.

Spurgeon merkt op hoe plotseling deze man het toneel binnenkomt, als een leeuw uit het bos, zonder enige aankondiging — een getuige in boze tijden.

Maar het beslissende is wat Christus zelf met deze geschiedenis doet. In de synagoge van Nazareth, wanneer men Hem wil vastpinnen op tekenen, herinnert Hij eraan dat er vele weduwen waren in Israël in de dagen van Elia, en dat hij tot geen van haar gezonden werd dan tot een vrouw te Sarepta. Het is een van de eerste keren dat Hij hardop zegt dat de genade over de grenzen van Israël heen gaat — en het maakt de hoorders zo woedend dat zij Hem de stad uitdrijven.

  1. 1 Koningen 17:9 — Elia wordt naar een weduwe buiten Israël gezonden.
  2. 1 Koningen 17:16 — Het meel werd niet verteerd en de olie ontbrak niet.
  3. 1 Koningen 17:22 — De ziel van het kind komt weder in hem.
  4. Lukas 4:25-26 — Christus wijst juist op deze weduwe: genade gaat over de grenzen.
  5. Lukas 7:15 — Te Naïn geeft Hij een weduwe haar enige zoon levend terug.

In het Nieuwe Testament: Lukas 4:25-26; Hebreeën 11:35; Lukas 7:11-15; Handelingen 20:9-10

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

1 Koningen 17

1 Koningen 17:1.KruisverwijzingenJakobus 5:17Lukas 1:171 Koningen 22:142 Koningen 3:14Lukas 4:25Deuteronomium 10:8Romeinen 11:21 Koningen 18:1
— En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!
Hoe plotseling breekt deze man op het toneel binnen! Hij springt als een leeuw uit het bos. Er is geen voorafgaande aankondiging van zijn komst; maar hier staat hij, Gods eigen man, verordend om getuigenis te geven in boze tijden — om te staan als een koperen pilaar wanneer alles rondom hem van zijn plaats schijnt te wijken.

Achab was er niet aan gewend op deze wijze toegesproken te worden. Merk hoe persoonlijk Elia’s boodschap is; hij begint zelfs niet, zoals de profeten gewoonlijk deden, met te zeggen: “Alzo zegt de HEERE.” Er is iets dat op het eerste gezicht bijna vermetel schijnt in zijn uitdrukking: “indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord.” Een mens kan soms zelfverzekerd schijnen wanneer hij in werkelijkheid zich zo volkomen in God verloren heeft dat hij er niet om geeft wat de mensen van hem denken. Sommige mensen schijnen bescheiden omdat zij hoogmoedig zijn, terwijl anderen hoogmoedig schijnen omdat zij zichzelf hebben weggezonken en enkel zo stoutmoedig spreken omdat zij het gezag van hun Meester achter hun woorden hebben.

1 Koningen 17:2-3.KruisverwijzingenJeremia 11:1Jeremia 7:1Hosea 1:11 Koningen 12:221 Kronieken 17:3Jeremia 18:1Psalmen 31:20Jeremia 36:19
— Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
De profeet zou natuurlijk in de algemene nood moeten delen als God niet voor hem gezorgd had, en daarom zorgde de Heere ervoor dat Zijn dienstknecht weggeborgen werd waar een beekje zou blijven vloeien nadat het vocht van andere plaatsen geweken was.

1 Koningen 17:4.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:5Psalmen 147:91 Koningen 17:9Job 38:8Job 38:41Mattheüs 4:11Numeri 20:8Job 34:29
— En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.
God heeft de macht om alle schepselen aan Zijn wil gehoorzaam te maken. Deze raven hebben nooit één tegenwerping gekrast maar deden zoals hun geboden was. Hun instinct kwam niet in opstand, maar zij onderwierpen zich volstrekt aan Gods wil, en ik durf zeggen dat zij even naarstig en even blij waren in het brengen van het brood en het vlees aan Elia als zij geweest zouden zijn als zij het naar hun eigen jongen hadden gebracht of het zelf hadden opgegeten.

Misschien zegt iemand: “Raven zouden de profeet eerder beroven dan hem voeden” — en zo was het ook. Sommigen hebben tegengeworpen dat deze raven onrein waren; en wat dan nog? Dingen worden niet onrein doordat zij door onreine schepselen gedragen worden. Bracht Abigaïl David het voedsel niet op ezels, die onrein waren? “O maar”, vraagt een ander, “hoe zouden raven voedsel brengen?” Hoe zouden zij het níet, als God het hun geboden had? Alle schepselen staan onder Zijn bestuur.

Heel de wereld is God gehoorzaam. Hij sprak eenmaal tot de grote watervloeden, en op sprongen zij uit de wijde holen waar zij sliepen. En toen God enkel tot hen fluisterde en hun gebood terug te gaan naar hun rustplaatsen, gingen zij terug. De leeuwen kruipen neer aan Daniëls voeten, en de grote vis verslindt maar verderft de eigenzinnige Jona niet. De worm sloeg op Gods bevel de wortel van Jona’s wonderboom, de sprinkhanen kwamen over Egypte.

Is het geen droeve, vreemde zaak dat de mens het enige schepsel is dat weigert zijn Schepper te gehoorzamen? De raaf, geboden brood en vlees te brengen, doet het; maar de ongelovige, geboden in Christus te geloven en zich van zijn zonden te bekeren, weigert het te doen. O, de hardnekkigheid van de menselijke natuur! Wij zijn erger dan raven. “Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israël heeft geen kennis” (Jes. 1:3).

1 Koningen 17:5.KruisverwijzingenSpreuken 3:5Mattheüs 16:241 Koningen 19:9Johannes 15:14
— Hij ging dan heen, en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
Het is de eer van Elia dat hij doet wat God hem ook gebiedt, zonder vragen te stellen. Hij gaat eenvoudig, als een kind, naar de beek — juist zoals hij tevoren, als een held, voor de koning gestaan had.

1 Koningen 17:6-7.KruisverwijzingenJeremia 40:4Psalmen 34:9Lukas 22:35Psalmen 37:3Habakuk 3:17Exodus 16:35Mattheüs 6:31Hebreeën 13:5
— En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek. En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest.
Beken zullen opdrogen, ook al worden godvruchtige mensen erdoor onderhouden. Is er iemand hier wiens beek opdroogt? Is zij geheel opgedroogd? Vertrouw toch op God; want als de raven uit de dienst genomen worden, zal God een ander werktuig gebruiken.

Al was Elia machtig in het gebed en kon hij bij God verkrijgen, toch ontkwam hij daarom niet aan het lijden; zijn gebed bracht hem in het lijden. Zou er in heel het land droogte zijn, dan moest hij zelf de nood voelen zowel als de rest van het volk. Als de beken opdrogen, dan drogen zij ook voor hem op.

De hoogste graad van genade kan ons niet van de verdrukking bewaren; zij sluit die zelfs in. Wij mogen in de genade wassen totdat ons geloof nooit meer wankelt. Maar de onpartijdige hand van de beproeving zal aan onze deur kloppen zowel als aan de deur van de grootste der zondaren. Het kind van God kan de roede niet ontgaan, ook al is hij een Elia. Laten wij het daarom in ons hart vaststellen ons hierin te onderwerpen. Als de Vorst Zelf eenmaal door de Vallei der Vernedering gegaan is, waarom zouden wij dan morren dat wij in Zijn voetstappen volgen? God had één Zoon zonder zonde, maar nooit een zoon zonder verdrukking.

1 Koningen 17:8-9.KruisverwijzingenLukas 4:26Obadja 1:201 Koningen 17:4Hebreeën 13:62 Korinthe 4:7Richteren 7:2Mattheüs 15:21Richteren 7:4
— Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude.
Het was een tijd van hongersnood, en toch zond God hem naar een weduwvrouw! Zij zal zelf zeker onderhoud nodig hebben; ja, en zij zal het ook krijgen, juist door de profeet te onderhouden. Hij die de raven kon gebieden Zijn dienstknecht te voeden, kon een weduwvrouw gebieden hetzelfde te doen; en Hij deed het. Deze vrouw blijkt oorspronkelijk geen dienares van Jehova geweest te zijn. Zij woonde in een heidens land en was waarschijnlijk zelf een heidin; maar zij eerbiedigde de dienstknecht van Jehova en deed wat hij zei, en werd zonder twijfel een ware navolgster van de levende God.

1 Koningen 17:10.KruisverwijzingenJohannes 4:7Genesis 24:172 Korinthe 11:27Genesis 21:15Hebreeën 11:37
— Toen maakte hij zich op, en ging naar Zarfath. Als hij nu aan de poort der stad kwam, ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende; en hij riep tot haar, en zeide: Haal mij toch een weinig waters in dit vat, dat ik drinke.
Daar was zij, de vrouw die hem onderhouden zou. Zij was zonder twijfel gekomen met koets en span om hem naar huis te halen, naar haar landgoed. O nee! “ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende.” Zij was een arme vrouw om hem te onderhouden, maar daar was zij. Het water was toen schaars; elke droppel was heel kostelijk; het was daarom een groot verzoek dat Elia haar deed.

1 Koningen 17:11-12.Kruisverwijzingen1 Koningen 17:1Genesis 21:162 Koningen 4:21 Koningen 17:9Genesis 18:5Mattheüs 25:35Hebreeën 13:2Genesis 24:18
— Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar, en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand. Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven.
Het was zo’n kleine hoeveelheid dat twee stukken hout genoeg zouden zijn; en toch is dit de vrouw die Elia moet onderhouden! Arm schepsel, zij heeft zelf iemand nodig om haar en haar zoon te onderhouden! Hoe vaak gebruikt God heel vreemde middelen tot de volvoering van Zijn gezegende voornemens.

1 Koningen 17:13.Kruisverwijzingen2 Kronieken 20:17Exodus 14:13Jesaja 41:10Mattheüs 6:33Handelingen 27:24Jesaja 41:13Spreuken 3:9Mattheüs 19:21
— En Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan, en breng mij dien hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken.
Welk een beproeving voor haar geloof! Deze vreemdeling moet het eerste deel van haar laatste maaltijd hebben; en toch had zij geloof genoeg om zijn woord te gehoorzamen.

1 Koningen 17:14-15.Kruisverwijzingen2 Koningen 3:162 Koningen 9:62 Koningen 4:421 Koningen 17:42 Koningen 7:1Mattheüs 14:17Mattheüs 15:362 Koningen 4:2
— Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal. En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen.
Het geloof is gezegend aanstekelijk. God kan door Zijn Geest het geloof van de een geloof in anderen doen verwekken. Deze vrouw leert, juist uit de stoutmoedigheid van Elia, in God te geloven; en zij doet zoals hij haar zegt.

1 Koningen 17:15-18.Kruisverwijzingen2 Koningen 3:13Lukas 5:8Lukas 4:34Johannes 2:42 Samuël 16:10Hebreeën 11:17Hebreeën 11:7Genesis 12:4
— En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen. Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia. En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem overgebleven was. En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?
Arm schepsel: nu zij haar man verloren had, was haar hart geheel op haar zoon gezet! Onder deze scherpe beproeving veroordeelde zij zichzelf; maar zij begon ook harde gedachten van de man Gods te hebben. Niemand van ons weet wat wij zeggen mogen wanneer wij door een grote moeite overstelpt worden. Het is gemakkelijk gebreken te vinden in de uiting van een arme verbijsterde geest en te zeggen: “Dat is ongepaste taal.” Hebt u zelf nooit zo gesproken in het uur van uw smart? Deze weduwvrouw was een moeder met een dood kind in het huis; vind geen gebreken in haar, maar heb teder medelijden met haar en met allen die in een gelijk geval zijn.

1 Koningen 17:16.KruisverwijzingenJohannes 4:501 Koningen 16:12Mattheüs 9:28Lukas 1:37Lukas 1:45Mattheüs 19:261 Koningen 13:5
— Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.
Te midden van de toorn gedenkt God de barmhartigheid. De goddelijke liefde wordt in het oog vallend wanneer zij te midden van de gerichten schijnt. God had een alles verterende hongersnood over de landen van Israël en Sidon gezonden. Maar terwijl Hij dit deed, zorgde Hij ervoor dat Zijn eigen uitverkorenen veilig zouden zijn. Zijn alle beken opgedroogd, toch zal er één zijn die voor Elia bewaard is. En zou die falen, dan zal God nog een plaats van onderhoud voor hem bewaren.

En God had niet enkel één Elia, maar Hij had een overblijfsel naar de verkiezing der genade, dat bij vijftigen in een spelonk verborgen werd. Al was heel het land aan de hongersnood onderworpen, dezen in de spelonk werden gevoed, zelfs van Achabs tafel, door zijn getrouwe, godvrezende hofmeester Obadja. Kome wat komen mag: Gods volk is veilig. Zou de wereld met vuur verbrand worden, dan zou men onder de as niet de overblijfselen van een heilige vinden. En kan God Zijn volk niet onder de hemel bewaren, dan zal Hij hen in de hemel bewaren.

1 Koningen 17:19-20.Kruisverwijzingen2 Koningen 4:322 Koningen 4:21Handelingen 9:372 Koningen 4:10Psalmen 99:61 Koningen 18:36Genesis 18:23Psalmen 73:13
— En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot, en droeg hem boven in de opperzaal, waar hij zelf woonde, en hij legde hem neder op zijn bed. En hij riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt?
De woorden van de vrouw hadden zijn hart geraakt, en misschien sprak ook hij onbedacht; maar wie zijn wij dat wij zouden oordelen? Hij scheen te gevoelen dat hij, waar hij ook kwam, moeite over de mensen bracht. Heel Israël was door de droogte verdrukt om zijn profetie, en nu had deze arme vrouw haar liefste kind verloren. En toch gaf hij zelfs in dit hopeloze geval de hoop, het gebed en de poging niet op.

1 Koningen 17:21.KruisverwijzingenHandelingen 20:10Handelingen 9:402 Koningen 4:33Hebreeën 11:19Handelingen 10:10
— En hij mat zich driemaal uit over dat kind, en riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen.
Dit was een heerlijk geloof van de kant van de profeet. Niemand had ooit tevoren gebeden om het herstel van iemand die dood was; niemand had ooit gepoogd zo’n wonder als dit te werken. Maar Elia’s geloof was tot een wonderlijke hoogte gespannen. Hier was het geloof dat gereed was de zegen te ontvangen, en zo zou de zegen zeker komen. Hier was het geloof dat bergen kon verzetten en de poorten van de dood zelf kon bewegen. Elia betreedt een ongebaande weg en vraagt om wat nooit tevoren gegeven is.

1 Koningen 17:22-23.Kruisverwijzingen2 Koningen 13:21Johannes 11:43Deuteronomium 32:39Lukas 8:54Hebreeën 11:351 Samuël 2:6Johannes 5:28Handelingen 20:12
— En de HEERE verhoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind kwam weder in hem, dat het weder levend werd. En Elia nam het kind, en bracht het af van de opperzaal in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zeide: Zie, uw zoon leeft.
Elia was nooit een man van veel woorden; hij was een profeet machtig in daden; hij zei weinig, maar wat hij deed sprak luid.

1 Koningen 17:24.KruisverwijzingenJohannes 3:2Johannes 16:30Johannes 2:11Prediker 12:10Johannes 11:15Johannes 15:241 Johannes 2:21Johannes 4:42
— Toen zeide de vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is.
Wist zij dit niet eerder? Ja, of anders zou zij hem het eerste deel van haar maaltijd niet gegeven hebben. Zij moet het geweten hebben, want zij had lange tijd geleefd van het meel en de olie die hij vermenigvuldigd had. Maar nu zei zij dat zij het wist, alsof zij het nooit eerder geweten had. God heeft een wijze om de waarheid met zulke levendigheid in het hart te brengen dat wij, al zijn wij er jaren volkomen mee bekend geweest, toch gedrongen worden uit te roepen: “Nu weet ik het; nu heb ik het zoals ik het nooit eerder had!”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

De hoogste graad van genade kan ons niet van de verdrukking bewaren; zij sluit die zelfs in. God had één Zoon zonder zonde, maar nooit een zoon zonder verdrukking.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content