Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En Elia, de ThisbietH8664, van de inwonerenH8453 van GileadH1568, zeideH559totH413AchabH256: Zo waarachtig als de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478, leeftH2416, voor Wiens aangezichtH6440 ik staH5975, indienH518dezeH428jarenH8141dauwH2919ofH518regenH4306zijnH1961 zal, tenzijH3588 dan naar mijn woordH1697!En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!
KJVAnd Elijah2the Tishbite,3who was of the inhabitants4of Gilead,5said1unto Ahab,7As the LORD9God10of Israel11liveth,8before14whom I stand,13there shall not be dew19nor rain20these years,17but according23to my word.24
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלִיָּ֨הוּH452EliaElijah, Eliah3הַתִּשְׁבִּ֜יH8664ThisbietTishbite4מִתֹּשָׁבֵ֣יH8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger5גִלְעָד֮H1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אַחְאָב֒H256Achab, AchabsAhab8חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop9יְהוָ֞הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֱלֹהֵ֤יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13עָמַ֣דְתִּיH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry14לְפָנָ֔יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet16יִהְיֶ֛הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17הַשָּׁנִ֥יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)18הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)19טַ֣לH2919dauw, dauwsdew20וּמָטָ֑רH4306regen, plasregenrain21כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet23לְפִ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word24דְבָרִֽיH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
2Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Daarna geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068totH413 hem, zeggendeH559:Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:
KJVAnd the word2of the LORD3came unto him, saying,5
3Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Ga wegH3212 van hierH2088, en wendH6437 u naar het oostenH6924, en verbergH5641 u aan de beekH5158KrithH3747, die voorH6440aanH5921 de JordaanH3383 is.Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
KJVGet1thee hence, and turn3thee eastward,5and hide6thyself by the brook7Cherith,8that is before11Jordan.12
1לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2מִזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3וּפָנִ֥יתָH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)4לְּךָ֖5קֵ֑דְמָהH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)6וְנִסְתַּרְתָּ֙H5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely7בְּנַ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley8כְּרִ֔יתH3747KrithCherith9אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12הַיַּרְדֵּֽןH3383JordaanJordan
4En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En het zal geschiedenH1961, dat gij uit de beekH5158drinkenH8354 zult; en Ik heb de ravenH6158gebodenH6680, dat zij u daarH8033onderhoudenH3557 zullen.En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.
KJVAnd it shall be, that thou shalt drink3of the brook;2and I have commanded6the ravens5to feed7thee there.
1וְהָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מֵהַנַּ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley3תִּשְׁתֶּ֑הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָעֹרְבִ֣יםH6158raaf, raven, raveraven6צִוִּ֔יתִיH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7לְכַלְכֶּלְךָ֖H3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)8שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
5Hij ging dan heen, en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Hij ging dan heen, en deedH6213 naar het woordH1697 des HEERENH3068; want hij gingH3212 en woondeH3427 bij de beekH5158KrithH3747, dieH834voorH6440aanH5921 de JordaanH3383 is.Hij ging dan heen, en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
KJVSo he went1and did2according unto the word3of the LORD:4for he went5and dwelt6by the brook7Cherith,8that is before11Jordan.12
1וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2וַיַּ֖עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3כִּדְבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיֵּ֗לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6וַיֵּ֨שֶׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7בְּנַ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley8כְּרִ֔יתH3747KrithCherith9אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12הַיַּרְדֵּֽןH3383JordaanJordan
6En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de ravenH6158brachtenH935 hem des morgensH1242broodH3899 en vleesH1320, desgelijks broodH3899 en vleesH1320 des avondsH6153; en hij dronkH8354uitH4480 de beekH5158.En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.
KJVAnd the ravens1brought2him bread4and flesh5in the morning,6and bread7and flesh8in the evening;9and he drank12of the brook.11
1וְהָעֹרְבִ֗יםH6158raaf, raven, raveraven2מְבִיאִ֨יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3ל֜וֹ4לֶ֤חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals5וּבָשָׂר֙H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin6בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow7וְלֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals8וּבָשָׂ֖רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin9בָּעָ֑רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night10וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הַנַּ֖חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley12יִשְׁתֶּֽהH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
7En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En het geschieddeH1961 ten eindeH7093 van vele dagenH3117, dat de beekH5158uitdroogdeH3001; want geenH3808regenH1653 was in het landH776 geweest.En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest.
KJVAnd it came to pass after2a while,3that the brook5dried up,4because there had been no rain9in the land.10
1וַיְהִ֛יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִקֵּ֥ץH7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process3יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4וַיִּיבַ֣שׁH3001beschaamd, verdord, verdrogenbe ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)5הַנָּ֑חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley6כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9גֶ֖שֶׁםH1653regen, plasregen, plasregensrain, shower10בָּאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
8Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068totH413 hem, zeggendeH559:Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:
KJVAnd the word2of the LORD3came unto him, saying,5
9Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9MaakH6965 u op, gaH3212 heen naar ZarfathH6886, datH834 bij SidonH6721 is, en woonH3427aldaarH8033; zieH2009, Ik heb daarH8033 een weduwvrouwH490gebodenH6680, dat zij u onderhoudeH3557.Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude.
KJVArise,1get2thee to Zarephath,3which belongeth to Zidon,5and dwell6there: behold, I have commanded9a widow12woman11there to sustain13thee.
1ק֣וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2לֵ֤ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3צָרְפַ֨תָה֙H6886ZarfathZarephath4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לְצִיד֔וֹןH6721SidonSidon, Zidon6וְיָשַׁבְתָּ֖H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see9צִוִּ֥יתִיH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order10שָׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11אִשָּׁ֥הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12אַלְמָנָ֖הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow13לְכַלְכְּלֶֽךָH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)
10Toen maakte hij zich op, en ging naar Zarfath. Als hij nu aan de poort der stad kwam, ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende; en hij riep tot haar, en zeide: Haal mij toch een weinig waters in dit vat, dat ik drinke.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen maakte hij zich op, en gingH3212 naar ZarfathH6886. Als hij nu aanH413 de poortH6607 der stadH5892kwamH935, zietH2009, zo was daarH8033 een weduwvrouwH490, houtH6086lezendeH7197; en hij riepH7121totH413 haar, en zeideH559: HaalH3947 mij tochH4994 een weinigH4592watersH4325 in dit vatH3627, dat ik drinkeH8354.Toen maakte hij zich op, en ging naar Zarfath. Als hij nu aan de poort der stad kwam, ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende; en hij riep tot haar, en zeide: Haal mij toch een weinig waters in dit vat, dat ik drinke.
KJVSo he arose1and went2to Zarephath.3And when he came4to the gate6of the city,7behold, the widow11woman10was there gathering12of sticks:13and he called14to her, and said,16Fetch17me, I pray thee, a little20water21in a vessel,22that I may drink.23
1וַיָּ֣קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2וַיֵּ֣לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3צָרְפַ֗תָהH6886ZarfathZarephath4וַיָּבֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6פֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place7הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8וְהִנֵּֽהH2009ziet, ziebehold, lo, see9שָׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10אִשָּׁ֥הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11אַלְמָנָ֖הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow12מְקֹשֶׁ֣שֶׁתH7197lezende, Doorzoekzelf, doorzoekgather (selves) (together)13עֵצִ֑יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood14וַיִּקְרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say15אֵלֶ֨יהָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16וַיֹּאמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17קְחִיH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win18נָ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh19לִ֧י20מְעַטH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very21מַ֛יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))22בַּכְּלִ֖יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever23וְאֶשְׁתֶּֽהH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
11Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar, en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen zij nu heengingH3212 om te halenH3947, zo riepH7121 hij totH413 haar, en zeideH559: HaalH3947 mij tochH4994 ook een beteH6595broodsH3899 in uw handH3027.Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar, en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand.
KJVAnd as she was going1to fetch2it, he called3to her, and said,5Bring6me, I pray thee, a morsel9of bread10in thine hand.11
12Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Maar zij zeideH559: ZoH518 waarachtig als de HEEREH3068, uw GodH430, leeftH2416, indien ik een koekH4580 heb, dan alleen een handH3709volH4393meelsH7058 in de kruikH3537, en een weinigH4592olieH8081 in de fles! En zieH2009 ik heb een paarH8147houtenH6086gelezenH7197, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoonH1121bereidenH6213, dat wij het etenH398, en stervenH4191.Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven.
KJVAnd she said,1As the LORD3thy God4liveth,2I have6not a cake,8but an handful11of meal13in a barrel,14and a little15oil16in a cruse:17and, behold, I am gathering19two20sticks,21that I may go in22and dress23it for me and my son,25that we may eat26it, and die.27
1וַתֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop3יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6יֶשׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest7לִ֣י8מָע֔וֹגH4580koek, tafelbroederscake, feast9כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet11מְלֹ֤אH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude12כַףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon13קֶ֨מַח֙H7058meel, meelsflour, meal14בַּכַּ֔דH3537kruik, kruikenbarrel, pitcher15וּמְעַטH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very16שֶׁ֖מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine17בַּצַּפָּ֑חַתH6835fles, waterflescruse18וְהִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though19מְקֹשֶׁ֜שֶׁתH7197lezende, Doorzoekzelf, doorzoekgather (selves) (together)20שְׁנַ֣יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two21עֵצִ֗יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood22וּבָ֨אתִי֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way23וַעֲשִׂיתִ֨יהוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use24לִ֣י25וְלִבְנִ֔יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth26וַאֲכַלְנֻ֖הוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite27וָמָֽתְנוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13En Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan, en breng mij dien hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En EliaH452zeideH559totH413 haar: VreesH3372nietH408, ga heen, doe naar uw woordH1697; maar maakH6213 mij vooreerstH7223 een kleinenH6996 koek daarvan, en brengH3318 mij dien hier uit; doch voor u en uw zoonH1121 zult gij daarna wat maken.En Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan, en breng mij dien hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken.
KJVAnd Elijah3said1unto her, Fear5not; go6and do7as thou hast said:8but make10me thereof12a little14cake13first,15and bring16it unto me, and after21make20for thee and for thy son.19
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלֶ֤יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֵלִיָּ֨הוּ֙H452EliaElijah, Eliah4אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than5תִּ֣ירְאִ֔יH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)6בֹּ֖אִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7עֲשִׂ֣יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8כִדְבָרֵ֑ךְH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)10עֲשִׂיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11לִ֣י12מִ֠שָּׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13עֻגָ֨הH5692koekencake (upon the hearth)14קְטַנָּ֤הH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)15בָרִאשֹׁנָה֙H7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past16וְהוֹצֵ֣אתְH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17לִ֔י18וְלָ֣ךְ19וְלִבְנֵ֔ךְH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20תַּעֲשִׂ֖יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21בָּאַחֲרֹנָֽהH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most
14Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14WantH3588zoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430IsraelsH3478: Het meelH7058 van de kruikH3537 zal nietH3808verteerdH3615 worden, en de olieH8081 der flesH6835 zal nietH3808ontbrekenH2637, totH5704 op den dagH3117, dat de HEEREH3068regenH1653opH5921 den aardbodemH6440gevenH5414 zal.Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.
KJVFor thus saith3the LORD4God5of Israel,6The barrel7of meal8shall not waste,10neither shall the cruse11of oil12fail,14until the day16that the LORD18sendeth17rain19upon21the earth.22
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹה֩H3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֨רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7כַּ֤דH3537kruik, kruikenbarrel, pitcher8הַקֶּ֨מַח֙H7058meel, meelsflour, meal9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִכְלָ֔הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste11וְצַפַּ֥חַתH6835fles, waterflescruse12הַשֶּׁ֖מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine13לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תֶחְסָ֑רH2637ontbreken, gebrek, ontbreektbe abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want15עַ֠דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16י֧וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17תֵּתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19גֶּ֖שֶׁםH1653regen, plasregen, plasregensrain, shower20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you22הָאֲדָמָֽהH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
15En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En zij gingH3212 heen, en deedH6213 naar het woordH1697 van EliaH452; zo atH398 zij, en hij, en haar huisH1004, vele dagenH3117.En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen.
KJVAnd she went1and did2according to the saying3of Elijah:4and she, and he, and her house,8did eat5many days.9
1וַתֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2וַתַּעֲשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3כִּדְבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4אֵלִיָּ֑הוּH452EliaElijah, Eliah5וַתֹּ֧אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6הִֽיאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7וָה֛וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8וּבֵיתָ֖הּH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
16Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Het meelH7058 van de kruikH3537 werd nietH3808verteerdH3615, en de olieH8081 van de flesH6835ontbrakH2638nietH3808, naar het woordH1697 des HEERENH3068, datH834 Hij gesprokenH1696 had door den dienstH3027 van EliaH452.Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.
KJVAnd the barrel1of meal2wasted4not, neither did the cruse5of oil6fail,8according to the word9of the LORD,10which he spake12by13Elijah.14
1כַּ֤דH3537kruik, kruikenbarrel, pitcher2הַקֶּ֨מַח֙H7058meel, meelsflour, meal3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4כָלָ֔תָהH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste5וְצַפַּ֥חַתH6835fles, waterflescruse6הַשֶּׁ֖מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8חָסֵ֑רH2638gebrek, verstandeloos, verstandelozedestitute, fail, lack, have need, void, want9כִּדְבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12דִּבֶּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13בְּיַ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14אֵלִיָּֽהוּH452EliaElijah, Eliah
17En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem overgebleven was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En het geschiedde naH310dezeH428 dingen, datH834 de zoonH1121 dezer vrouwH802, der waardinH1172 van het huisH1004, krankH2470werdH1961; en zijn krankheidH2483 werd zeerH3966sterkH2389, totdatH5704geenH3808ademH5397 in hem overgeblevenH3498 was.En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem overgebleven was.
KJVAnd it came to pass after2these things,3that the son6of the woman,7the mistress8of the house,9fell sick;5and his sickness11was so13sore,12that there was no breath19left17in him.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אַחַר֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with3הַדְּבָרִ֣יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5חָלָ֕הH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7הָאִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8בַּעֲלַ֣תH1172meesteres, waardinthat hath, mistress9הַבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11חָלְיוֹ֙H2483krankheid, krankheden, krankdisease, grief, (is) sick(-ness)12חָזָ֣קH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)13מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well14עַ֛דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17נֽוֹתְרָהH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest18בּ֖וֹ19נְשָׁמָֽהH5397adem, geblaas, geestblast, (that) breath(-eth), inspiration, soul, spirit
18En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En zij zeideH559totH413EliaH452: WatH4100 heb ik met u te doen, gij manH376GodsH430? Zijt gij bij mij ingekomenH935, om mijn ongerechtigheidH5771 in gedachtenisH2142 te brengen, en om mijn zoonH1121 te dodenH4191?En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?
KJVAnd she said1unto Elijah,3What have I to do with thee, O thou man7of God?8art thou come9unto me to call11➔ my sin13to remembrance,and to slay14my son?16
1וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֵ֣לִיָּ֔הוּH452EliaElijah, Eliah4מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why5לִּ֥י6וָלָ֖ךְ7אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8הָאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9בָּ֧אתָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֵלַ֛יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11לְהַזְכִּ֥ירH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עֲוֺנִ֖יH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin14וּלְהָמִ֥יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16בְּנִֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
19En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot, en droeg hem boven in de opperzaal, waar hij zelf woonde, en hij legde hem neder op zijn bed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En hij zeideH559totH413 haar: GeefH5414 mij uw zoonH1121. En hij namH3947 hem van haar schootH2436, en droegH5927 hem boven in de opperzaalH5944, waar hij zelfH1931woondeH3427, en hij legde hem nederH7901opH5921 zijn bedH4296.En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot, en droeg hem boven in de opperzaal, waar hij zelf woonde, en hij legde hem neder op zijn bed.
KJVAnd he said1unto her, Give3me thy son.6And he took7him out of her bosom,8and carried him up9into a loft,11where he abode,14and laid16him upon his own bed.18
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלֶ֖יהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3תְּנִֽיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לִ֣י5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּנֵ֑ךְH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וַיִּקָּחֵ֣הוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8מֵחֵיקָ֗הּH2436schoot, boezem, schootsbosom, bottom, lap, midst, within9וַֽיַּעֲלֵ֨הוּ֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הָעֲלִיָּ֗הH5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14יֹשֵׁ֣בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry15שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither16וַיַּשְׁכִּבֵ֖הוּH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18מִטָּתֽוֹH4296bed, bedsteden, baarbed(-chamber), bier
20En hij riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En hij riepH7121 den HEEREH3068 aan, en zeideH559: HEEREH3068, mijn GodH430, hebt Gij dan ookH1571 deze weduweH490, bij dewelkeH834ikH589herbergeH1481, zo kwalijkH7489 gedaan, dat Gij haar zoonH1121gedoodH4191 hebt?En hij riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt?
KJVAnd he cried1unto the LORD,3and said,4O LORD5my God,6hast thou also brought evil14upon the widow9with whom I sojourn,12by slaying15her son?17
1וַיִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהָ֔יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7הֲ֠גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הָאַלְמָנָ֞הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אֲנִ֨יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12מִתְגּוֹרֵ֥רH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely13עִמָּ֛הּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)14הֲרֵע֖וֹתָH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse15לְהָמִ֥יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17בְּנָֽהּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
21En hij mat zich driemaal uit over dat kind, en riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En hij matH4058 zich driemaalH7969 uit overH5921 dat kindH3206, en riepH7121 den HEEREH3068 aan, en zeideH559: HEEREH3068, mijn GodH430, laat tochH4994 de zielH5315 van ditH2088kindH3206 in hem wederkomenH7725.En hij mat zich driemaal uit over dat kind, en riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen.
KJVAnd he stretched1himself upon the child3three4times,5and cried6unto the LORD,8and said,9O LORD10my God,11I pray thee, let this child's15soul14come12➔ into him18again.
1וַיִּתְמֹדֵ֤דH4058mat, meten, gemetenmeasure, mete, stretch self2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַיֶּ֨לֶד֙H3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)4שָׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)5פְּעָמִ֔יםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel6וַיִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהָ֔יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12תָּ֥שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13נָ֛אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh14נֶֽפֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it15הַיֶּ֥לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)16הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18קִרְבּֽוֹH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
22En de HEERE verhoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind kwam weder in hem, dat het weder levend werd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En de HEEREH3068verhoordeH8085 de stemH6963 van EliaH452; en de zielH5315 van het kindH3206 kwam weder in hem, dat het weder levendH2421 werd.En de HEERE verhoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind kwam weder in hem, dat het weder levend werd.
KJVAnd the LORD2heard1the voice3of Elijah;4and the soul6of the child7came5➔ into him9again,and he revived.10
1וַיִּשְׁמַ֥עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell4אֵלִיָּ֑הוּH452EliaElijah, Eliah5וַתָּ֧שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6נֶֽפֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it7הַיֶּ֛לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9קִרְבּ֖וֹH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self10וַיֶּֽחִיH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
23En Elia nam het kind, en bracht het af van de opperzaal in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zeide: Zie, uw zoon leeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En EliaH452namH3947 het kindH3206, en brachtH3381 het af van de opperzaalH5944 in het huisH1004, en gafH5414 het aan zijn moederH517; en EliaH452zeideH559: ZieH7200, uw zoonH1121leeftH2416.En Elia nam het kind, en bracht het af van de opperzaal in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zeide: Zie, uw zoon leeft.
KJVAnd Elijah2took1the child,4and brought him down5out of the chamber7into the house,8and delivered9him unto his mother:10and Elijah12said,11See,13thy son15liveth.14
1וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֵלִיָּ֜הוּH452EliaElijah, Eliah3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַיֶּ֗לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)5וַיֹּרִדֵ֤הוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down6מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הָעֲלִיָּה֙H5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour8הַבַּ֔יְתָהH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9וַֽיִּתְּנֵ֖הוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10לְאִמּ֑וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting11וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֵ֣לִיָּ֔הוּH452EliaElijah, Eliah13רְאִ֖יH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions14חַ֥יH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop15בְּנֵֽךְH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
24Toen zeide de vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Toen zeideH559 de vrouwH802totH413EliaH452: NuH6258weetH3045 ik, dat gijH859 een manH376GodsH430 zijt, en dat het woordH1697 des HEERENH3068 in uw mondH6310waarheidH571 is.Toen zeide de vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is.
KJVAnd the woman2said1to Elijah,4Now by this6I know7that thou art a man9of God,10and that the word12of the LORD13in thy mouth14is truth.15
1וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָֽאִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֵ֣לִיָּ֔הוּH452EliaElijah, Eliah5עַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas6זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7יָדַ֔עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11אָ֑תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12וּדְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14בְּפִ֖יךָH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word15אֱמֶֽתH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 17:1— En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!Jakobus 5:17→Lukas 1:17→1 Koningen 22:14→2 Koningen 3:14→Lukas 4:25→Deuteronomium 10:8→Romeinen 11:2→1 Koningen 18:1→
1 Koningen 17:2— Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:Jeremia 11:1→Jeremia 7:1→Hosea 1:1→1 Koningen 12:22→1 Kronieken 17:3→Jeremia 18:1→
1 Koningen 17:3— Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.Psalmen 31:20→Jeremia 36:19→Handelingen 17:14→Johannes 8:59→Psalmen 83:3→Openbaring 12:6→Hebreeën 11:38→Openbaring 12:14→
1 Koningen 17:4— En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.1 Koningen 19:5→Psalmen 147:9→1 Koningen 17:9→Job 38:8→Job 38:41→Mattheüs 4:11→Numeri 20:8→Job 34:29→
1 Koningen 17:5— Hij ging dan heen, en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.Spreuken 3:5→Mattheüs 16:24→1 Koningen 19:9→Johannes 15:14→
1 Koningen 17:6— En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.Jeremia 40:4→Psalmen 34:9→Lukas 22:35→Psalmen 37:3→Habakuk 3:17→Exodus 16:35→Mattheüs 6:31→Hebreeën 13:5→
1 Koningen 17:7— En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest.Jesaja 40:30→Jesaja 54:10→
1 Koningen 17:8— Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:Hebreeën 13:6→Jesaja 41:17→1 Koningen 17:2→Genesis 22:14→
1 Koningen 17:9— Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude.Lukas 4:26→Obadja 1:20→1 Koningen 17:4→2 Korinthe 4:7→Richteren 7:2→Mattheüs 15:21→Richteren 7:4→Romeinen 4:17→
1 Koningen 17:10— Toen maakte hij zich op, en ging naar Zarfath. Als hij nu aan de poort der stad kwam, ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende; en hij riep tot haar, en zeide: Haal mij toch een weinig waters in dit vat, dat ik drinke.Johannes 4:7→Genesis 24:17→2 Korinthe 11:27→Genesis 21:15→Hebreeën 11:37→
1 Koningen 17:11— Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar, en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand.1 Koningen 17:9→Genesis 18:5→Mattheüs 25:35→Hebreeën 13:2→Genesis 24:18→Mattheüs 10:42→1 Koningen 18:4→
1 Koningen 17:12— Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven.1 Koningen 17:1→Genesis 21:16→2 Koningen 4:2→Klaagliederen 4:9→Joël 1:15→1 Samuël 26:10→2 Samuël 15:21→Ezechiël 12:18→
1 Koningen 17:13— En Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan, en breng mij dien hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken.2 Kronieken 20:17→Exodus 14:13→Jesaja 41:10→Mattheüs 6:33→Handelingen 27:24→Jesaja 41:13→Spreuken 3:9→Mattheüs 19:21→
1 Koningen 17:14— Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.2 Koningen 3:16→2 Koningen 9:6→2 Koningen 4:42→1 Koningen 17:4→2 Koningen 7:1→Mattheüs 14:17→Mattheüs 15:36→2 Koningen 4:2→
1 Koningen 17:15— En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen.Hebreeën 11:17→Hebreeën 11:7→Genesis 12:4→2 Kronieken 20:20→Johannes 11:40→Genesis 6:22→Mattheüs 15:28→Genesis 22:3→
1 Koningen 17:16— Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.Johannes 4:50→1 Koningen 16:12→Mattheüs 9:28→Lukas 1:37→Lukas 1:45→Mattheüs 19:26→1 Koningen 13:5→
1 Koningen 17:17— En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem overgebleven was.1 Petrus 4:12→Psalmen 104:29→Johannes 11:3→Jakobus 1:12→Johannes 11:14→Job 34:14→Jakobus 2:26→Zacharia 12:10→
1 Koningen 17:18— En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?2 Koningen 3:13→Lukas 5:8→Lukas 4:34→Johannes 2:4→2 Samuël 16:10→Job 13:26→1 Samuël 16:4→Genesis 42:21→
1 Koningen 17:19— En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot, en droeg hem boven in de opperzaal, waar hij zelf woonde, en hij legde hem neder op zijn bed.2 Koningen 4:32→2 Koningen 4:21→Handelingen 9:37→2 Koningen 4:10→
1 Koningen 17:20— En hij riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt?Psalmen 99:6→1 Koningen 18:36→Genesis 18:23→Psalmen 73:13→Jakobus 5:15→2 Koningen 19:15→Jozua 7:8→Mattheüs 21:22→
1 Koningen 17:21— En hij mat zich driemaal uit over dat kind, en riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen.Handelingen 20:10→Handelingen 9:40→2 Koningen 4:33→Hebreeën 11:19→Handelingen 10:10→
1 Koningen 17:22— En de HEERE verhoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind kwam weder in hem, dat het weder levend werd.2 Koningen 13:21→Johannes 11:43→Deuteronomium 32:39→Lukas 8:54→Hebreeën 11:35→1 Samuël 2:6→Johannes 5:28→Handelingen 20:12→
1 Koningen 17:23— En Elia nam het kind, en bracht het af van de opperzaal in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zeide: Zie, uw zoon leeft.Hebreeën 11:35→Handelingen 9:41→2 Koningen 4:36→Lukas 7:15→
1 Koningen 17:24— Toen zeide de vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is.Johannes 3:2→Johannes 16:30→Johannes 2:11→Prediker 12:10→Johannes 11:15→Johannes 15:24→1 Johannes 2:21→Johannes 4:42→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 17 vers 1— En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!
Gilead,
Een land, gelegen over de Jordaan. Zie Gen. 31:21. Sommigen verstaan een deel deszelven lands, hetwelk oostwaarts gelegen was, dat de Rubenieten, Gadieten en de halve stam van Manasse ten tijde van Saul den Hagarenen afgenomen, en daarna met nieuwe inwoners uit hun eigen volk bezet hadden, 1 Kron. 5:20-22, die van deze nieuwe inwoning den naam van Tisbieten zouden gekregen hebben; want Toschab betekent bij de Hebreën een inwoner.
Hertaald:Gilead,
Een land aan de overzijde van de Jordaan. Zie Gen. 31:21. Sommigen verstaan hieronder een deel van dat land dat oostwaarts lag, dat de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse in de tijd van Saul op de Hagarenen veroverd hadden en daarna met nieuwe inwoners uit hun eigen volk bezet hadden, 1 Kron. 5:20-22; aan die nieuwe bewoning zouden zij de naam Tisbieten ontleend hebben, want Toschab betekent bij de Hebreeën een inwoner.
voor Wiens
Dit is, welken ik dien. Zie Deut. 10:8.
Hertaald:voor Wiens
Dat is: Die ik dien. Zie Deut. 10:8.
indien
Dit is een manier van zweren van welke zie Gen. 14:23, en onder, vs.12.
Hertaald:indien
Dit is een manier van zweren; zie daarover Gen. 14:23 en hieronder vers 12.
deze jaren
Versta, de aanstaande jaren, in getal drie en zes maanden, Luc. 4:25, en Jak. 5:17.
Hertaald:deze jaren
Versta hieronder de komende jaren, drie in getal, en zes maanden, Luk. 4:25, en Jak. 5:17.
dan naar mijn woord
Dat is, dan als ik het verkondigen zal, daartoe last en bevel van den Heere ontvangen hebbende; of als ik door mijn gebed den dauw en den regen van den Heere verkrijgen zal.
Hertaald:dan naar mijn woord
Dat is: dan wanneer ik het zal aankondigen, nadat ik daartoe opdracht en bevel van de HEERE ontvangen heb; of: wanneer ik door mijn gebed de dauw en de regen van de HEERE zal verkrijgen.
1 Koningen 17 vers 3— Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
Krith,
Die uit het gebergte Efraïms haar oorsprong nemende, in de Jordaan valt.
Hertaald:Krith,
Die op het gebergte van Efraïm ontspringt en in de Jordaan uitmondt.
1 Koningen 17 vers 4— En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.
raven
Dat God dezer beesten dienst gebruikt heeft om den profeet te spijzigen, maakt zijn wonderwerk te meer wonderlijk, overmits deze vogel zo gulzig en voor zichzelven is, dat hij zijn eigen jongen verlaat, die van honger zouden sterven, indien ze God niet wonderlijk spijzigde, Job 39:3; Ps. 147:9.
Hertaald:raven
Dat God de dienst van deze dieren gebruikt heeft om de profeet te voeden, maakt Zijn wonderwerk des te wonderlijker, omdat deze vogel zo gulzig en op zichzelf gericht is dat hij zijn eigen jongen in de steek laat, die van honger zouden sterven als God ze niet op wonderlijke wijze voedde, Job 39:3; Ps. 147:9.
geboden,
Dat is, bij Mij voorgenomen door mijn voorzienige regering, die alzo te gebruiken, dat zij u voedsel zullen toebrengen. Gebieden heet hier voornemen, waarop het uitvoeren is volgende. Alzo vs.9; Ps. 78:23; Jes. 5:6; Am. 9:3-4.
Hertaald:geboden,
Dat is: bij Mijzelf voorgenomen door Mijn voorzienige regering, om ze zo te gebruiken dat zij u voedsel zullen brengen. Gebieden betekent hier voornemen, waarop dan de uitvoering volgt. Zo ook in vers 9; Ps. 78:23; Jes. 5:6; Amos 9:3-4.
1 Koningen 17 vers 7— En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest.
ten einde
Hebreeuws, van het einde der dagen; dat is, na het einde van vele dagen. Alzo Gen. 4:3; Num. 9:22. Zie de aantekeningen aldaar. Deze vele dagen nu schijnen zes maanden geweest te zijn, en dat uit vergelijking van 1 Kon. 16:1 van het volgende 1Ki 18. Zodat Elia zes maanden geweest zou zijn bij de beek Krith, en drie jaren bij de weduwe van Sarepta.
Hertaald:ten einde
Hebreeuws: van het einde van de dagen; dat is: na verloop van vele dagen. Zo ook Gen. 4:3; Num. 9:22. Zie de aantekeningen daar. Deze vele dagen lijken zes maanden geweest te zijn, en dat op grond van vergelijking met vers 1 van het volgende hoofdstuk, 1 Kon. 18. Zo zou Elia zes maanden bij de beek Krith geweest zijn en drie jaar bij de weduwe van Zarfath.
1 Koningen 17 vers 8— Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:
hem,
Namelijk, tot den profeet Elia.
Hertaald:hem,
Namelijk: tot de profeet Elia.
1 Koningen 17 vers 9— Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude.
Zarfath,
Anders genaamd Sarepta, Luc. 4:26, een stad, gelegen in den stam van Aser, tussen Tyrus en Sidon, van welke ook te zien is Ob. 1:20.
Hertaald:Zarfath,
Elders Sarepta genoemd, Luk. 4:26; een stad in de stam Aser, tussen Tyrus en Sidon, waarover ook Obadja 1:20 te raadplegen is.
geboden,
Dat is, voorgenomen te verwekken en te gebruiken om u van spijs te verzorgen. Vergelijk boven, de aantekeningen vs.4.
Hertaald:geboden,
Dat is: voorgenomen haar op te wekken en te gebruiken om u van voedsel te voorzien. Vergelijk de aantekeningen hierboven bij vers 4.
1 Koningen 17 vers 10— Toen maakte hij zich op, en ging naar Zarfath. Als hij nu aan de poort der stad kwam, ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende; en hij riep tot haar, en zeide: Haal mij toch een weinig waters in dit vat, dat ik drinke.
Haal mij toch
Hebreeuws, neem mij, enz.; dat is, haal wat water, om mij daarna dat te geven. Zie Gen. 12:15. Alzo in het volgende vs.11: neem mij een bete, enz.; dat is, haal het, of breng het om mij te geven.
Hertaald:Haal mij toch
Hebreeuws: neem mij, enzovoort; dat is: haal wat water, om het mij daarna te geven. Zie Gen. 12:15. Zo ook in het volgende vers 11: neem mij een stuk brood, enzovoort; dat is: haal het, of breng het om het mij te geven.
1 Koningen 17 vers 12— Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven.
koek heb,
Het woord betekent eigenlijk een brood, of koek, die onder, of op de kolen, en niet in den oven gebakken is. Zie Gen. 18:6. De zin is dat zij in haar huis geen gebakken brood ten beste had, zelfs niet een koekje op den heten haard met kolen gebakken.
Hertaald:koek heb,
Het woord betekent eigenlijk een brood of koek die onder of op de kolen gebakken is, en niet in de oven. Zie Gen. 18:6. De betekenis is dat zij in haar huis geen gebakken brood voorhanden had, zelfs geen koekje dat op de hete haard met kolen gebakken was.
een paar houten
Dat is, weinige houtjes, en gelijk wij zeggen: een of twee.
Hertaald:een paar houten
Dat is: een paar houtjes, zoals wij zeggen: een of twee.
en sterven
Alsof zij zeide: Wanneer dit zal opgegeten zijn, wij hebben niets meer ten beste, zodat wij niet anders hebben te verwachten dan van honger te zullen moeten sterven.
Hertaald:en sterven
Alsof zij zei: wanneer dit opgegeten zal zijn, hebben wij niets meer voorhanden, zodat wij niets anders te verwachten hebben dan van honger te moeten sterven.
1 Koningen 17 vers 14— Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.
Het meel
Hebreeuws, de kruik des meels, enz., en de fles der olie, enz. De zin is dat dit zekerlijk zou geschieden, zo de vrouw Gods belofte geloofde en deed wat haar hier bevolen werd.
Hertaald:Het meel
Hebreeuws: de kruik van het meel, enzovoort, en de fles van de olie, enzovoort. De betekenis is dat dit zeker zou gebeuren, mits de vrouw Gods belofte geloofde en deed wat haar hier bevolen werd.
1 Koningen 17 vers 15— En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen.
en deed
De gehoorzaamheid van dit werk kwam uit de vaste toestemming van haar geloof, waardoor zij de voorzegde beloftenis aannam.
Hertaald:en deed
De gehoorzaamheid in dit werk kwam voort uit de vaste instemming van haar geloof, waarmee zij de toegezegde belofte aannam.
huis,
Dat is, huisgezin. Zie Gen. 7:1
Hertaald:huis,
Dat is: huisgezin. Zie Gen. 7:1.
dagen
Eenigen menen den tijd van drie jaren. Vergelijk de aantekeningen boven, vs.7, en onder, 1 Kon. 18:1.
Hertaald:dagen
Sommigen denken aan een tijd van drie jaar. Vergelijk de aantekeningen hierboven bij vers 7 en hieronder bij 1 Kon. 18:1.
1 Koningen 17 vers 16— Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.
dienst van Elia
Hebreeuws, hand.
Hertaald:dienst van Elia
Hebreeuws: hand.
1 Koningen 17 vers 17— En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem overgebleven was.
totdat geen adem
Dat is, dat hij zijn geest gegeven had en waarlijk gestorven was; want het Hebreeuwse woord nesama wordt dikwijls genomen voor de ziel of geest des mensen, die van het lichaam onderscheiden is, en door den dood daar uitscheidt, gelijk Gen. 2:7; Job 27:3, enz.
Hertaald:totdat geen adem
Dat is: dat hij de geest gegeven had en werkelijk gestorven was; want het Hebreeuwse woord nesama wordt vaak gebruikt voor de ziel of de geest van de mens, die van het lichaam onderscheiden is en er door de dood uit scheidt, zoals in Gen. 2:7; Job 27:3, enzovoort.
1 Koningen 17 vers 18— En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?
Wat heb ik
Hebreeuws, wat is mij en u? Zie van deze manier van spreken 2 Sam. 16:10. Zij wil zeggen: Ik heb u gaarne geherbergd, verwachtende door middel van u des Heeren zegening; maar nu door het overlijden mijns zoons word ik gewaar Gods straf, die over mij komt, omdat gij misschien enige gebreken in mij gezien hebbende, God tegen mij gebeden hebt. Zou het zo zijn, tot mijn ongeluk zou ik u geherbergd hebben.
Hertaald:Wat heb ik
Hebreeuws: wat is mij en u? Zie over deze manier van spreken 2 Sam. 16:10. Zij wil zeggen: ik heb u graag onderdak gegeven, in de verwachting door u de zegen van de HEERE te ontvangen; maar nu, door het overlijden van mijn zoon, merk ik Gods straf die over mij komt, omdat u misschien enige gebreken in mij gezien hebt en God tegen mij gebeden hebt. Als dat zo zou zijn, dan zou ik u tot mijn eigen ongeluk onderdak gegeven hebben.
gij man Gods?
Zie boven, 1 Kon. 13:1.
Hertaald:gij man Gods?
Zie hierboven 1 Kon. 13:1.
Zijt gij
Anders, gij zijt bij mij ingekomen, enz., maar vragender wijze worden deze woorden meest overgezet.
Hertaald:Zijt gij
Anders: u bent bij mij binnengekomen, enzovoort; maar meestal worden deze woorden als een vraag vertaald.
in gedachtenis
Te weten, bij den Heere, en hem alzo tot toorn tegen mij te verwekken?
Hertaald:in gedachtenis
Namelijk: bij de HEERE, en Hem zo tot toorn tegen mij te verwekken?
1 Koningen 17 vers 20— En hij riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt?
hebt Gij
Hij spreekt aldus, niet om God te berispen dat Hij deze vrouw tehuis zocht, maar om te klagen dat hij hieruit vreesde de lastering van Gods naam en de verachting van zijn dienst, overmits hij dit huis den zegen Gods toegezegd had.
Hertaald:hebt Gij
Hij spreekt zo, niet om God te berispen dat Hij deze vrouw in haar eigen huis bezocht, maar om te klagen dat hij hieruit lastering van Gods naam en verachting van Zijn dienst vreesde, omdat hij dit huis de zegen van God had toegezegd.
ook deze weduwe,
Te weten, zowel als vele anderen, die door honger en dorst vergaan.
Hertaald:ook deze weduwe,
Namelijk: evengoed als vele anderen, die door honger en dorst omkomen.
1 Koningen 17 vers 21— En hij mat zich driemaal uit over dat kind, en riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen.
mat zich
Dat is, hij strekt zich uit. Zie gelijke exempelen 2 Kon. 4:34; Hand. 20:10.
Hertaald:mat zich
Dat is: hij strekte zich uit. Zie soortgelijke voorbeelden in 2 Kon. 4:34; Hand. 20:10.
hem
Hebreeuws, in zijn midden, of innerste, binnenste; alzo in vs.22. Anders, in zijn lijf.
Hertaald:hem
Hebreeuws: in zijn midden, of: binnenste; zo ook in vers 22. Anders: in zijn lichaam.
wederkomen
Een schoon bewijs, tonende dat de ziel des mensen is een onderscheiden wezen van het lichaam, door den dood daaruit scheidende en door de opstanding daarin wederkerende. Zie Gen. 35:18.
Hertaald:wederkomen
Een mooi bewijs dat de ziel van de mens een van het lichaam onderscheiden wezen is, dat er door de dood uit scheidt en er door de opstanding in terugkeert. Zie Gen. 35:18.
1 Koningen 17 vers 22— En de HEERE verhoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind kwam weder in hem, dat het weder levend werd.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Achab — vaders broeder
Zoon van Omri en diens opvolger als koning van Israël, tweeëntwintig jaren regerend te Samaria. Hij deed meer kwaad dan alle koningen voor hem, huwde Izebel, de dochter van de koning der Sidoniërs, en diende Baäl. Zijn regering wordt overheerst door zijn confrontaties met de profeet Elia (1 Kon. 16:28-33; 17-22).
Elia — mijn God is de HEERE
De Thisbiet, uit Gilead; een van de grootste profeten van Israël. Hij kondigde Achab een langdurige droogte aan, werd door raven bij de beek Krith gevoed, en onderhield daarna wonderbaarlijk het huis van een weduwe te Zarfath, wier zoon hij ook uit de dood opwekte. Op de berg Karmel versloeg hij de vierhonderdvijftig profeten van Baäl in de beroemde vuurproef, maar vluchtte daarna voor Izebels wraak naar de berg Horeb, waar de HEERE hem in het suizen van een zachte stilte verscheen en hem opdracht gaf Hazaël, Jehu en Elisa te zalven (1 Kon. 17-19).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De beek Krith — Hebreeuws, mogelijk "afgesneden(heid)"
Ligging: Vermoedelijk een van de zijbeken van de Jordaan, ten oosten van de rivier; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Hierheen zond de HEERE de profeet Elia om zich te verbergen nadat hij koning Achab een langdurige droogte had aangekondigd; raven brachten hem daar op Gods bevel 's morgens en 's avonds brood en vlees, en hij dronk uit de beek, totdat deze door de aanhoudende droogte zelf opdroogde (1 Kon. 17:2-7).
Bijbelse betekenis: Een van de meest wonderlijke voorbeelden van Gods zorg voor Zijn dienstknecht temidden van algemeen gebrek: terwijl het hele land onder de door Elia zelf aangekondigde droogte leed, werd de profeet zelf, op de meest onwaarschijnlijke wijze (door onreine, roofzuchtige vogels), dagelijks gevoed — een les dat de HEERE Zijn eigen knechten nooit vergeet, ook wanneer Zijn oordelen over anderen gaan.
1 Kon. 17:2-7
Zarfath — Hebreeuws, mogelijk "smeltplaats, smederij" — bij de Grieken bekend als Sarepta
Ligging: Een Fenicische kuststad tussen Tyrus en Sidon.
Geschiedenis: Hierheen zond de HEERE Elia, na het opdrogen van de beek Krith, naar een arme weduwe — een heidense, buiten Israël wonende vrouw — wier laatste beetje meel en olie op wonderlijke wijze niet opraakten zolang de droogte duurde, en wier gestorven zoon Elia door zijn gebed weer tot leven bracht (1 Kon. 17:8-24).
Bijbelse betekenis: De Heere Jezus Zelf haalt deze geschiedenis aan in de synagoge van Nazareth als bewijs dat Gods genade van oudsher niet beperkt bleef tot Israël alleen: "Tot geen van haar (de weduwen in Israël) werd Elia gezonden dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was" (Luk. 4:25-26) — een vroeg, krachtig teken van Gods heilsplan voor de heidenen, dat de inwoners van Nazareth juist tot woede bracht.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Door raven en een weduwe onderhouden — Elia sluit op zijn woord de hemel, en wordt daarna zelf gevoed door raven bij de beek Krith en door een weduwe te Zarfath, bij wie het meel en de olie niet opraken (1 Kon. 17:1,6,14)
Elia komt zonder enige inleiding in het verhaal, met een eed voor Achab: zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht hij staat, zal er deze jaren geen dauw of regen zijn dan naar zijn woord (1 Kon. 17:1). Daarna zendt de HEERE hem naar de beek Krith, waar raven hem morgen en avond brood en vlees brengen (1 Kon. 17:2-6). Als de beek uitdroogt, moet hij verder naar Zarfath, dat bij Sidon ligt (1 Kon. 17:7-9). Daar vindt hij een weduwe die hout leest voor een laatste maaltijd: zij heeft nog een hand vol meel in de kruik en een weinig olie in de fles, voor zichzelf en haar zoon (1 Kon. 17:10-12). Elia vraagt haar het eerste koekje voor hem te bakken, met de belofte: "Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal" (1 Kon. 17:13-14). Zij doet naar zijn woord, en zij, hij en haar huis eten vele dagen (1 Kon. 17:15-16).
Bijbelse betekenis: God onderhoudt de Zijnen, maar zelden met een voorraad. De raven komen tweemaal daags, het meel blijft precies toereikend, en de beek droogt ook voor de gehoorzame profeet gewoon uit. Wie zo geleid wordt, leert leven bij de dag en niet bij de schuur. Nog opmerkelijker is de plaats. Zarfath ligt in Sidon, het land van Eth-Baal, de vader van Izebel (1 Kon. 16:31). De HEERE voedt Zijn profeet dus midden in het gebied van de god die de regen heet te geven, en Hij doet het door een arme weduwe. Zij moet daarbij haar laatste bezit als eerste weggeven, en juist daarin blijkt haar geloof.
Typologie: Christus wees Zijn eigen stadgenoten op deze vrouw: er waren vele weduwen in Israël in de dagen van Elia, "En tot geen van haar werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis, tot een vrouw, die weduwe was" (Luk. 4:25-26). Dat de zegen buiten Israël viel, wekte in Nazareth zoveel toorn dat men Hem de stad uitwierp. De genade die de vreemdeling opzoekt, is van meet af aan een aanstoot geweest.
1 Kon. 17:1-16; 1 Kon. 16:31; Luk. 4:25-26
De opwekking van de zoon der weduwe — als de zoon van de weduwe te Zarfath sterft, strekt Elia zich driemaal over het kind uit en bidt: "HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen" (1 Kon. 17:21)
Na de dagen van het onuitputtelijke meel wordt de zoon van de vrouw ziek, en de ziekte wordt zo zwaar dat geen adem meer in hem overblijft (1 Kon. 17:17). De moeder legt de schuld bij haar eigen zonde en bij de komst van de profeet (1 Kon. 17:18). Elia neemt het kind van haar schoot, draagt het naar de opperzaal en legt het op zijn eigen bed (1 Kon. 17:19). Zijn gebed is eerst een klacht, en die klacht spaart God niet: heeft Hij ook deze weduwe, bij wie hij herbergt, zo kwalijk gedaan dat Hij haar zoon gedood heeft (1 Kon. 17:20)? Daarna strekt hij zich driemaal over het kind uit en bidt om de terugkeer van zijn ziel (1 Kon. 17:21). De HEERE verhoort hem; het kind wordt weer levend, en Elia brengt het naar beneden met de woorden: "Zie, uw zoon leeft" (1 Kon. 17:22-23). De vrouw belijdt daarop dat hij een man Gods is en dat het woord des HEEREN in zijn mond waarheid is (1 Kon. 17:24).
Bijbelse betekenis: Dit is de eerste opwekking uit de doden die de Schrift verhaalt, en zij valt niet in Jeruzalem maar in heidens gebied, in een bovenkamer van een arm huis. Twee dingen vallen op. Elia klaagt hardop bij God, en dat wordt hem niet aangerekend; het gebed van een gelovige mag ruw zijn, mits het tot God gericht blijft. En het wonder staat niet op zichzelf: het bevestigt het woord. De vrouw eindigt niet met een uitroep over het wonder maar met een belijdenis over de betrouwbaarheid van wat de profeet spreekt.
Typologie: De brief aan de Hebreeën vat deze geschiedenis en haar tegenhanger bij Elisa samen in één zin: "De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding weder gekregen" (Hebr. 11:35). Wat hier eenmaal en tijdelijk geschiedt, wijst vooruit naar de opstanding die blijvend is.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toeuitwerking
Een kruik die niet leeg raakte, en een kind dat opstond — 17:8-24
Er is honger in het land, en Elia wordt niet naar een rijke gestuurd maar naar een weduwe in Zarfath — buiten Israël, in het gebied van Izebels eigen volk. Zij is bezig met haar laatste maaltijd voordat zij met haar zoon zal sterven.
Bij een heidense weduwe raakt het meel niet op, en haar gestorven kind wordt haar levend teruggegeven.
De vraag die Elia stelt is hard: geef mij eerst een kleine koek. Zij heeft een handvol meel en een weinig olie, genoeg voor één maal, en zij moet het weggeven voordat zij iets terugkrijgt. Zij doet het. En dan staat er dat het meel van de kruik niet verteerd werd en de olie van de fles niet ontbrak, dag na dag, naar het woord des HEEREN.
Daarna sterft haar zoon alsnog, en dat is bitterder dan de honger. Elia neemt het kind mee naar de opperzaal, legt het op zijn eigen bed en strekt zich driemaal over hem uit — de kanttekeningen wijzen op dezelfde handeling bij Elisa en bij Paulus in Troas. En de ziel van het kind kwam weder in hem. De kanttekening merkt daarbij op dat dit een mooi bewijs is dat de ziel van de mens een van het lichaam onderscheiden wezen is, dat er door de dood uit scheidt.
Spurgeon merkt op hoe plotseling deze man het toneel binnenkomt, als een leeuw uit het bos, zonder enige aankondiging — een getuige in boze tijden.
Maar het beslissende is wat Christus zelf met deze geschiedenis doet. In de synagoge van Nazareth, wanneer men Hem wil vastpinnen op tekenen, herinnert Hij eraan dat er vele weduwen waren in Israël in de dagen van Elia, en dat hij tot geen van haar gezonden werd dan tot een vrouw te Sarepta. Het is een van de eerste keren dat Hij hardop zegt dat de genade over de grenzen van Israël heen gaat — en het maakt de hoorders zo woedend dat zij Hem de stad uitdrijven.
1 Koningen 17:9 — Elia wordt naar een weduwe buiten Israël gezonden.
1 Koningen 17:16 — Het meel werd niet verteerd en de olie ontbrak niet.
1 Koningen 17:22 — De ziel van het kind komt weder in hem.
Lukas 4:25-26 — Christus wijst juist op deze weduwe: genade gaat over de grenzen.
Lukas 7:15 — Te Naïn geeft Hij een weduwe haar enige zoon levend terug.
In het Nieuwe Testament: Lukas 4:25-26; Hebreeën 11:35; Lukas 7:11-15; Handelingen 20:9-10
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Koningen 17:1.KruisverwijzingenJakobus 5:17→Lukas 1:17→1 Koningen 22:14→2 Koningen 3:14→Lukas 4:25→Deuteronomium 10:8→Romeinen 11:2→1 Koningen 18:1→ — En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord! Hoe plotseling breekt deze man op het toneel binnen! Hij springt als een leeuw uit het bos. Er is geen voorafgaande aankondiging van zijn komst; maar hier staat hij, Gods eigen man, verordend om getuigenis te geven in boze tijden — om te staan als een koperen pilaar wanneer alles rondom hem van zijn plaats schijnt te wijken.
Achab was er niet aan gewend op deze wijze toegesproken te worden. Merk hoe persoonlijk Elia’s boodschap is; hij begint zelfs niet, zoals de profeten gewoonlijk deden, met te zeggen: “Alzo zegt de HEERE.” Er is iets dat op het eerste gezicht bijna vermetel schijnt in zijn uitdrukking: “indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord.” Een mens kan soms zelfverzekerd schijnen wanneer hij in werkelijkheid zich zo volkomen in God verloren heeft dat hij er niet om geeft wat de mensen van hem denken. Sommige mensen schijnen bescheiden omdat zij hoogmoedig zijn, terwijl anderen hoogmoedig schijnen omdat zij zichzelf hebben weggezonken en enkel zo stoutmoedig spreken omdat zij het gezag van hun Meester achter hun woorden hebben.
1 Koningen 17:2-3.KruisverwijzingenJeremia 11:1→Jeremia 7:1→Hosea 1:1→1 Koningen 12:22→1 Kronieken 17:3→Jeremia 18:1→Psalmen 31:20→Jeremia 36:19→ — Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is. De profeet zou natuurlijk in de algemene nood moeten delen als God niet voor hem gezorgd had, en daarom zorgde de Heere ervoor dat Zijn dienstknecht weggeborgen werd waar een beekje zou blijven vloeien nadat het vocht van andere plaatsen geweken was.
1 Koningen 17:4.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:5→Psalmen 147:9→1 Koningen 17:9→Job 38:8→Job 38:41→Mattheüs 4:11→Numeri 20:8→Job 34:29→ — En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen. God heeft de macht om alle schepselen aan Zijn wil gehoorzaam te maken. Deze raven hebben nooit één tegenwerping gekrast maar deden zoals hun geboden was. Hun instinct kwam niet in opstand, maar zij onderwierpen zich volstrekt aan Gods wil, en ik durf zeggen dat zij even naarstig en even blij waren in het brengen van het brood en het vlees aan Elia als zij geweest zouden zijn als zij het naar hun eigen jongen hadden gebracht of het zelf hadden opgegeten.
Misschien zegt iemand: “Raven zouden de profeet eerder beroven dan hem voeden” — en zo was het ook. Sommigen hebben tegengeworpen dat deze raven onrein waren; en wat dan nog? Dingen worden niet onrein doordat zij door onreine schepselen gedragen worden. Bracht Abigaïl David het voedsel niet op ezels, die onrein waren? “O maar”, vraagt een ander, “hoe zouden raven voedsel brengen?” Hoe zouden zij het níet, als God het hun geboden had? Alle schepselen staan onder Zijn bestuur.
Heel de wereld is God gehoorzaam. Hij sprak eenmaal tot de grote watervloeden, en op sprongen zij uit de wijde holen waar zij sliepen. En toen God enkel tot hen fluisterde en hun gebood terug te gaan naar hun rustplaatsen, gingen zij terug. De leeuwen kruipen neer aan Daniëls voeten, en de grote vis verslindt maar verderft de eigenzinnige Jona niet. De worm sloeg op Gods bevel de wortel van Jona’s wonderboom, de sprinkhanen kwamen over Egypte.
Is het geen droeve, vreemde zaak dat de mens het enige schepsel is dat weigert zijn Schepper te gehoorzamen? De raaf, geboden brood en vlees te brengen, doet het; maar de ongelovige, geboden in Christus te geloven en zich van zijn zonden te bekeren, weigert het te doen. O, de hardnekkigheid van de menselijke natuur! Wij zijn erger dan raven. “Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israël heeft geen kennis” (Jes. 1:3).
1 Koningen 17:5.KruisverwijzingenSpreuken 3:5→Mattheüs 16:24→1 Koningen 19:9→Johannes 15:14→ — Hij ging dan heen, en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die voor aan de Jordaan is. Het is de eer van Elia dat hij doet wat God hem ook gebiedt, zonder vragen te stellen. Hij gaat eenvoudig, als een kind, naar de beek — juist zoals hij tevoren, als een held, voor de koning gestaan had.
1 Koningen 17:6-7.KruisverwijzingenJeremia 40:4→Psalmen 34:9→Lukas 22:35→Psalmen 37:3→Habakuk 3:17→Exodus 16:35→Mattheüs 6:31→Hebreeën 13:5→ — En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek. En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest. Beken zullen opdrogen, ook al worden godvruchtige mensen erdoor onderhouden. Is er iemand hier wiens beek opdroogt? Is zij geheel opgedroogd? Vertrouw toch op God; want als de raven uit de dienst genomen worden, zal God een ander werktuig gebruiken.
Al was Elia machtig in het gebed en kon hij bij God verkrijgen, toch ontkwam hij daarom niet aan het lijden; zijn gebed bracht hem in het lijden. Zou er in heel het land droogte zijn, dan moest hij zelf de nood voelen zowel als de rest van het volk. Als de beken opdrogen, dan drogen zij ook voor hem op.
De hoogste graad van genade kan ons niet van de verdrukking bewaren; zij sluit die zelfs in. Wij mogen in de genade wassen totdat ons geloof nooit meer wankelt. Maar de onpartijdige hand van de beproeving zal aan onze deur kloppen zowel als aan de deur van de grootste der zondaren. Het kind van God kan de roede niet ontgaan, ook al is hij een Elia. Laten wij het daarom in ons hart vaststellen ons hierin te onderwerpen. Als de Vorst Zelf eenmaal door de Vallei der Vernedering gegaan is, waarom zouden wij dan morren dat wij in Zijn voetstappen volgen? God had één Zoon zonder zonde, maar nooit een zoon zonder verdrukking.
1 Koningen 17:8-9.KruisverwijzingenLukas 4:26→Obadja 1:20→1 Koningen 17:4→Hebreeën 13:6→2 Korinthe 4:7→Richteren 7:2→Mattheüs 15:21→Richteren 7:4→ — Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude. Het was een tijd van hongersnood, en toch zond God hem naar een weduwvrouw! Zij zal zelf zeker onderhoud nodig hebben; ja, en zij zal het ook krijgen, juist door de profeet te onderhouden. Hij die de raven kon gebieden Zijn dienstknecht te voeden, kon een weduwvrouw gebieden hetzelfde te doen; en Hij deed het. Deze vrouw blijkt oorspronkelijk geen dienares van Jehova geweest te zijn. Zij woonde in een heidens land en was waarschijnlijk zelf een heidin; maar zij eerbiedigde de dienstknecht van Jehova en deed wat hij zei, en werd zonder twijfel een ware navolgster van de levende God.
1 Koningen 17:10.KruisverwijzingenJohannes 4:7→Genesis 24:17→2 Korinthe 11:27→Genesis 21:15→Hebreeën 11:37→ — Toen maakte hij zich op, en ging naar Zarfath. Als hij nu aan de poort der stad kwam, ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende; en hij riep tot haar, en zeide: Haal mij toch een weinig waters in dit vat, dat ik drinke. Daar was zij, de vrouw die hem onderhouden zou. Zij was zonder twijfel gekomen met koets en span om hem naar huis te halen, naar haar landgoed. O nee! “ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende.” Zij was een arme vrouw om hem te onderhouden, maar daar was zij. Het water was toen schaars; elke droppel was heel kostelijk; het was daarom een groot verzoek dat Elia haar deed.
1 Koningen 17:11-12.Kruisverwijzingen1 Koningen 17:1→Genesis 21:16→2 Koningen 4:2→1 Koningen 17:9→Genesis 18:5→Mattheüs 25:35→Hebreeën 13:2→Genesis 24:18→ — Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar, en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand. Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven. Het was zo’n kleine hoeveelheid dat twee stukken hout genoeg zouden zijn; en toch is dit de vrouw die Elia moet onderhouden! Arm schepsel, zij heeft zelf iemand nodig om haar en haar zoon te onderhouden! Hoe vaak gebruikt God heel vreemde middelen tot de volvoering van Zijn gezegende voornemens.
1 Koningen 17:13.Kruisverwijzingen2 Kronieken 20:17→Exodus 14:13→Jesaja 41:10→Mattheüs 6:33→Handelingen 27:24→Jesaja 41:13→Spreuken 3:9→Mattheüs 19:21→ — En Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan, en breng mij dien hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken. Welk een beproeving voor haar geloof! Deze vreemdeling moet het eerste deel van haar laatste maaltijd hebben; en toch had zij geloof genoeg om zijn woord te gehoorzamen.
1 Koningen 17:14-15.Kruisverwijzingen2 Koningen 3:16→2 Koningen 9:6→2 Koningen 4:42→1 Koningen 17:4→2 Koningen 7:1→Mattheüs 14:17→Mattheüs 15:36→2 Koningen 4:2→ — Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal. En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen. Het geloof is gezegend aanstekelijk. God kan door Zijn Geest het geloof van de een geloof in anderen doen verwekken. Deze vrouw leert, juist uit de stoutmoedigheid van Elia, in God te geloven; en zij doet zoals hij haar zegt.
1 Koningen 17:15-18.Kruisverwijzingen2 Koningen 3:13→Lukas 5:8→Lukas 4:34→Johannes 2:4→2 Samuël 16:10→Hebreeën 11:17→Hebreeën 11:7→Genesis 12:4→ — En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen. Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia. En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem overgebleven was. En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden? Arm schepsel: nu zij haar man verloren had, was haar hart geheel op haar zoon gezet! Onder deze scherpe beproeving veroordeelde zij zichzelf; maar zij begon ook harde gedachten van de man Gods te hebben. Niemand van ons weet wat wij zeggen mogen wanneer wij door een grote moeite overstelpt worden. Het is gemakkelijk gebreken te vinden in de uiting van een arme verbijsterde geest en te zeggen: “Dat is ongepaste taal.” Hebt u zelf nooit zo gesproken in het uur van uw smart? Deze weduwvrouw was een moeder met een dood kind in het huis; vind geen gebreken in haar, maar heb teder medelijden met haar en met allen die in een gelijk geval zijn.
1 Koningen 17:16.KruisverwijzingenJohannes 4:50→1 Koningen 16:12→Mattheüs 9:28→Lukas 1:37→Lukas 1:45→Mattheüs 19:26→1 Koningen 13:5→ — Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia. Te midden van de toorn gedenkt God de barmhartigheid. De goddelijke liefde wordt in het oog vallend wanneer zij te midden van de gerichten schijnt. God had een alles verterende hongersnood over de landen van Israël en Sidon gezonden. Maar terwijl Hij dit deed, zorgde Hij ervoor dat Zijn eigen uitverkorenen veilig zouden zijn. Zijn alle beken opgedroogd, toch zal er één zijn die voor Elia bewaard is. En zou die falen, dan zal God nog een plaats van onderhoud voor hem bewaren.
En God had niet enkel één Elia, maar Hij had een overblijfsel naar de verkiezing der genade, dat bij vijftigen in een spelonk verborgen werd. Al was heel het land aan de hongersnood onderworpen, dezen in de spelonk werden gevoed, zelfs van Achabs tafel, door zijn getrouwe, godvrezende hofmeester Obadja. Kome wat komen mag: Gods volk is veilig. Zou de wereld met vuur verbrand worden, dan zou men onder de as niet de overblijfselen van een heilige vinden. En kan God Zijn volk niet onder de hemel bewaren, dan zal Hij hen in de hemel bewaren.
1 Koningen 17:19-20.Kruisverwijzingen2 Koningen 4:32→2 Koningen 4:21→Handelingen 9:37→2 Koningen 4:10→Psalmen 99:6→1 Koningen 18:36→Genesis 18:23→Psalmen 73:13→ — En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot, en droeg hem boven in de opperzaal, waar hij zelf woonde, en hij legde hem neder op zijn bed. En hij riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt? De woorden van de vrouw hadden zijn hart geraakt, en misschien sprak ook hij onbedacht; maar wie zijn wij dat wij zouden oordelen? Hij scheen te gevoelen dat hij, waar hij ook kwam, moeite over de mensen bracht. Heel Israël was door de droogte verdrukt om zijn profetie, en nu had deze arme vrouw haar liefste kind verloren. En toch gaf hij zelfs in dit hopeloze geval de hoop, het gebed en de poging niet op.
1 Koningen 17:21.KruisverwijzingenHandelingen 20:10→Handelingen 9:40→2 Koningen 4:33→Hebreeën 11:19→Handelingen 10:10→ — En hij mat zich driemaal uit over dat kind, en riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen. Dit was een heerlijk geloof van de kant van de profeet. Niemand had ooit tevoren gebeden om het herstel van iemand die dood was; niemand had ooit gepoogd zo’n wonder als dit te werken. Maar Elia’s geloof was tot een wonderlijke hoogte gespannen. Hier was het geloof dat gereed was de zegen te ontvangen, en zo zou de zegen zeker komen. Hier was het geloof dat bergen kon verzetten en de poorten van de dood zelf kon bewegen. Elia betreedt een ongebaande weg en vraagt om wat nooit tevoren gegeven is.
1 Koningen 17:22-23.Kruisverwijzingen2 Koningen 13:21→Johannes 11:43→Deuteronomium 32:39→Lukas 8:54→Hebreeën 11:35→1 Samuël 2:6→Johannes 5:28→Handelingen 20:12→ — En de HEERE verhoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind kwam weder in hem, dat het weder levend werd. En Elia nam het kind, en bracht het af van de opperzaal in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zeide: Zie, uw zoon leeft. Elia was nooit een man van veel woorden; hij was een profeet machtig in daden; hij zei weinig, maar wat hij deed sprak luid.
1 Koningen 17:24.KruisverwijzingenJohannes 3:2→Johannes 16:30→Johannes 2:11→Prediker 12:10→Johannes 11:15→Johannes 15:24→1 Johannes 2:21→Johannes 4:42→ — Toen zeide de vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is. Wist zij dit niet eerder? Ja, of anders zou zij hem het eerste deel van haar maaltijd niet gegeven hebben. Zij moet het geweten hebben, want zij had lange tijd geleefd van het meel en de olie die hij vermenigvuldigd had. Maar nu zei zij dat zij het wist, alsof zij het nooit eerder geweten had. God heeft een wijze om de waarheid met zulke levendigheid in het hart te brengen dat wij, al zijn wij er jaren volkomen mee bekend geweest, toch gedrongen worden uit te roepen: “Nu weet ik het; nu heb ik het zoals ik het nooit eerder had!”
De hoogste graad van genade kan ons niet van de verdrukking bewaren; zij sluit die zelfs in. God had één Zoon zonder zonde, maar nooit een zoon zonder verdrukking.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Spurgeons Commentaar
1 Koningen 17
1 Koningen 17:1.KruisverwijzingenJakobus 5:17→Lukas 1:17→1 Koningen 22:14→2 Koningen 3:14→Lukas 4:25→Deuteronomium 10:8→Romeinen 11:2→1 Koningen 18:1→
— En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!
Hoe plotseling breekt deze man op het toneel binnen! Hij springt als een leeuw uit het bos. Er is geen voorafgaande aankondiging van zijn komst; maar hier staat hij, Gods eigen man, verordend om getuigenis te geven in boze tijden — om te staan als een koperen pilaar wanneer alles rondom hem van zijn plaats schijnt te wijken.
Achab was er niet aan gewend op deze wijze toegesproken te worden. Merk hoe persoonlijk Elia’s boodschap is; hij begint zelfs niet, zoals de profeten gewoonlijk deden, met te zeggen: “Alzo zegt de HEERE.” Er is iets dat op het eerste gezicht bijna vermetel schijnt in zijn uitdrukking: “indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord.” Een mens kan soms zelfverzekerd schijnen wanneer hij in werkelijkheid zich zo volkomen in God verloren heeft dat hij er niet om geeft wat de mensen van hem denken. Sommige mensen schijnen bescheiden omdat zij hoogmoedig zijn, terwijl anderen hoogmoedig schijnen omdat zij zichzelf hebben weggezonken en enkel zo stoutmoedig spreken omdat zij het gezag van hun Meester achter hun woorden hebben.
1 Koningen 17:2-3.KruisverwijzingenJeremia 11:1→Jeremia 7:1→Hosea 1:1→1 Koningen 12:22→1 Kronieken 17:3→Jeremia 18:1→Psalmen 31:20→Jeremia 36:19→
— Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
De profeet zou natuurlijk in de algemene nood moeten delen als God niet voor hem gezorgd had, en daarom zorgde de Heere ervoor dat Zijn dienstknecht weggeborgen werd waar een beekje zou blijven vloeien nadat het vocht van andere plaatsen geweken was.
1 Koningen 17:4.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:5→Psalmen 147:9→1 Koningen 17:9→Job 38:8→Job 38:41→Mattheüs 4:11→Numeri 20:8→Job 34:29→
— En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.
God heeft de macht om alle schepselen aan Zijn wil gehoorzaam te maken. Deze raven hebben nooit één tegenwerping gekrast maar deden zoals hun geboden was. Hun instinct kwam niet in opstand, maar zij onderwierpen zich volstrekt aan Gods wil, en ik durf zeggen dat zij even naarstig en even blij waren in het brengen van het brood en het vlees aan Elia als zij geweest zouden zijn als zij het naar hun eigen jongen hadden gebracht of het zelf hadden opgegeten.
Misschien zegt iemand: “Raven zouden de profeet eerder beroven dan hem voeden” — en zo was het ook. Sommigen hebben tegengeworpen dat deze raven onrein waren; en wat dan nog? Dingen worden niet onrein doordat zij door onreine schepselen gedragen worden. Bracht Abigaïl David het voedsel niet op ezels, die onrein waren? “O maar”, vraagt een ander, “hoe zouden raven voedsel brengen?” Hoe zouden zij het níet, als God het hun geboden had? Alle schepselen staan onder Zijn bestuur.
Heel de wereld is God gehoorzaam. Hij sprak eenmaal tot de grote watervloeden, en op sprongen zij uit de wijde holen waar zij sliepen. En toen God enkel tot hen fluisterde en hun gebood terug te gaan naar hun rustplaatsen, gingen zij terug. De leeuwen kruipen neer aan Daniëls voeten, en de grote vis verslindt maar verderft de eigenzinnige Jona niet. De worm sloeg op Gods bevel de wortel van Jona’s wonderboom, de sprinkhanen kwamen over Egypte.
Is het geen droeve, vreemde zaak dat de mens het enige schepsel is dat weigert zijn Schepper te gehoorzamen? De raaf, geboden brood en vlees te brengen, doet het; maar de ongelovige, geboden in Christus te geloven en zich van zijn zonden te bekeren, weigert het te doen. O, de hardnekkigheid van de menselijke natuur! Wij zijn erger dan raven. “Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israël heeft geen kennis” (Jes. 1:3).
1 Koningen 17:5.KruisverwijzingenSpreuken 3:5→Mattheüs 16:24→1 Koningen 19:9→Johannes 15:14→
— Hij ging dan heen, en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.
Het is de eer van Elia dat hij doet wat God hem ook gebiedt, zonder vragen te stellen. Hij gaat eenvoudig, als een kind, naar de beek — juist zoals hij tevoren, als een held, voor de koning gestaan had.
1 Koningen 17:6-7.KruisverwijzingenJeremia 40:4→Psalmen 34:9→Lukas 22:35→Psalmen 37:3→Habakuk 3:17→Exodus 16:35→Mattheüs 6:31→Hebreeën 13:5→
— En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek. En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest.
Beken zullen opdrogen, ook al worden godvruchtige mensen erdoor onderhouden. Is er iemand hier wiens beek opdroogt? Is zij geheel opgedroogd? Vertrouw toch op God; want als de raven uit de dienst genomen worden, zal God een ander werktuig gebruiken.
Al was Elia machtig in het gebed en kon hij bij God verkrijgen, toch ontkwam hij daarom niet aan het lijden; zijn gebed bracht hem in het lijden. Zou er in heel het land droogte zijn, dan moest hij zelf de nood voelen zowel als de rest van het volk. Als de beken opdrogen, dan drogen zij ook voor hem op.
De hoogste graad van genade kan ons niet van de verdrukking bewaren; zij sluit die zelfs in. Wij mogen in de genade wassen totdat ons geloof nooit meer wankelt. Maar de onpartijdige hand van de beproeving zal aan onze deur kloppen zowel als aan de deur van de grootste der zondaren. Het kind van God kan de roede niet ontgaan, ook al is hij een Elia. Laten wij het daarom in ons hart vaststellen ons hierin te onderwerpen. Als de Vorst Zelf eenmaal door de Vallei der Vernedering gegaan is, waarom zouden wij dan morren dat wij in Zijn voetstappen volgen? God had één Zoon zonder zonde, maar nooit een zoon zonder verdrukking.
1 Koningen 17:8-9.KruisverwijzingenLukas 4:26→Obadja 1:20→1 Koningen 17:4→Hebreeën 13:6→2 Korinthe 4:7→Richteren 7:2→Mattheüs 15:21→Richteren 7:4→
— Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden, dat zij u onderhoude.
Het was een tijd van hongersnood, en toch zond God hem naar een weduwvrouw! Zij zal zelf zeker onderhoud nodig hebben; ja, en zij zal het ook krijgen, juist door de profeet te onderhouden. Hij die de raven kon gebieden Zijn dienstknecht te voeden, kon een weduwvrouw gebieden hetzelfde te doen; en Hij deed het. Deze vrouw blijkt oorspronkelijk geen dienares van Jehova geweest te zijn. Zij woonde in een heidens land en was waarschijnlijk zelf een heidin; maar zij eerbiedigde de dienstknecht van Jehova en deed wat hij zei, en werd zonder twijfel een ware navolgster van de levende God.
1 Koningen 17:10.KruisverwijzingenJohannes 4:7→Genesis 24:17→2 Korinthe 11:27→Genesis 21:15→Hebreeën 11:37→
— Toen maakte hij zich op, en ging naar Zarfath. Als hij nu aan de poort der stad kwam, ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende; en hij riep tot haar, en zeide: Haal mij toch een weinig waters in dit vat, dat ik drinke.
Daar was zij, de vrouw die hem onderhouden zou. Zij was zonder twijfel gekomen met koets en span om hem naar huis te halen, naar haar landgoed. O nee! “ziet, zo was daar een weduwvrouw, hout lezende.” Zij was een arme vrouw om hem te onderhouden, maar daar was zij. Het water was toen schaars; elke droppel was heel kostelijk; het was daarom een groot verzoek dat Elia haar deed.
1 Koningen 17:11-12.Kruisverwijzingen1 Koningen 17:1→Genesis 21:16→2 Koningen 4:2→1 Koningen 17:9→Genesis 18:5→Mattheüs 25:35→Hebreeën 13:2→Genesis 24:18→
— Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar, en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand. Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven.
Het was zo’n kleine hoeveelheid dat twee stukken hout genoeg zouden zijn; en toch is dit de vrouw die Elia moet onderhouden! Arm schepsel, zij heeft zelf iemand nodig om haar en haar zoon te onderhouden! Hoe vaak gebruikt God heel vreemde middelen tot de volvoering van Zijn gezegende voornemens.
1 Koningen 17:13.Kruisverwijzingen2 Kronieken 20:17→Exodus 14:13→Jesaja 41:10→Mattheüs 6:33→Handelingen 27:24→Jesaja 41:13→Spreuken 3:9→Mattheüs 19:21→
— En Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan, en breng mij dien hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken.
Welk een beproeving voor haar geloof! Deze vreemdeling moet het eerste deel van haar laatste maaltijd hebben; en toch had zij geloof genoeg om zijn woord te gehoorzamen.
1 Koningen 17:14-15.Kruisverwijzingen2 Koningen 3:16→2 Koningen 9:6→2 Koningen 4:42→1 Koningen 17:4→2 Koningen 7:1→Mattheüs 14:17→Mattheüs 15:36→2 Koningen 4:2→
— Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal. En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen.
Het geloof is gezegend aanstekelijk. God kan door Zijn Geest het geloof van de een geloof in anderen doen verwekken. Deze vrouw leert, juist uit de stoutmoedigheid van Elia, in God te geloven; en zij doet zoals hij haar zegt.
1 Koningen 17:15-18.Kruisverwijzingen2 Koningen 3:13→Lukas 5:8→Lukas 4:34→Johannes 2:4→2 Samuël 16:10→Hebreeën 11:17→Hebreeën 11:7→Genesis 12:4→
— En zij ging heen, en deed naar het woord van Elia; zo at zij, en hij, en haar huis, vele dagen. Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia. En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem overgebleven was. En zij zeide tot Elia: Wat heb ik met u te doen, gij man Gods? Zijt gij bij mij ingekomen, om mijn ongerechtigheid in gedachtenis te brengen, en om mijn zoon te doden?
Arm schepsel: nu zij haar man verloren had, was haar hart geheel op haar zoon gezet! Onder deze scherpe beproeving veroordeelde zij zichzelf; maar zij begon ook harde gedachten van de man Gods te hebben. Niemand van ons weet wat wij zeggen mogen wanneer wij door een grote moeite overstelpt worden. Het is gemakkelijk gebreken te vinden in de uiting van een arme verbijsterde geest en te zeggen: “Dat is ongepaste taal.” Hebt u zelf nooit zo gesproken in het uur van uw smart? Deze weduwvrouw was een moeder met een dood kind in het huis; vind geen gebreken in haar, maar heb teder medelijden met haar en met allen die in een gelijk geval zijn.
1 Koningen 17:16.KruisverwijzingenJohannes 4:50→1 Koningen 16:12→Mattheüs 9:28→Lukas 1:37→Lukas 1:45→Mattheüs 19:26→1 Koningen 13:5→
— Het meel van de kruik werd niet verteerd, en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Elia.
Te midden van de toorn gedenkt God de barmhartigheid. De goddelijke liefde wordt in het oog vallend wanneer zij te midden van de gerichten schijnt. God had een alles verterende hongersnood over de landen van Israël en Sidon gezonden. Maar terwijl Hij dit deed, zorgde Hij ervoor dat Zijn eigen uitverkorenen veilig zouden zijn. Zijn alle beken opgedroogd, toch zal er één zijn die voor Elia bewaard is. En zou die falen, dan zal God nog een plaats van onderhoud voor hem bewaren.
En God had niet enkel één Elia, maar Hij had een overblijfsel naar de verkiezing der genade, dat bij vijftigen in een spelonk verborgen werd. Al was heel het land aan de hongersnood onderworpen, dezen in de spelonk werden gevoed, zelfs van Achabs tafel, door zijn getrouwe, godvrezende hofmeester Obadja. Kome wat komen mag: Gods volk is veilig. Zou de wereld met vuur verbrand worden, dan zou men onder de as niet de overblijfselen van een heilige vinden. En kan God Zijn volk niet onder de hemel bewaren, dan zal Hij hen in de hemel bewaren.
1 Koningen 17:19-20.Kruisverwijzingen2 Koningen 4:32→2 Koningen 4:21→Handelingen 9:37→2 Koningen 4:10→Psalmen 99:6→1 Koningen 18:36→Genesis 18:23→Psalmen 73:13→
— En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot, en droeg hem boven in de opperzaal, waar hij zelf woonde, en hij legde hem neder op zijn bed. En hij riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, hebt Gij dan ook deze weduwe, bij dewelke ik herberge, zo kwalijk gedaan, dat Gij haar zoon gedood hebt?
De woorden van de vrouw hadden zijn hart geraakt, en misschien sprak ook hij onbedacht; maar wie zijn wij dat wij zouden oordelen? Hij scheen te gevoelen dat hij, waar hij ook kwam, moeite over de mensen bracht. Heel Israël was door de droogte verdrukt om zijn profetie, en nu had deze arme vrouw haar liefste kind verloren. En toch gaf hij zelfs in dit hopeloze geval de hoop, het gebed en de poging niet op.
1 Koningen 17:21.KruisverwijzingenHandelingen 20:10→Handelingen 9:40→2 Koningen 4:33→Hebreeën 11:19→Handelingen 10:10→
— En hij mat zich driemaal uit over dat kind, en riep den HEERE aan, en zeide: HEERE, mijn God, laat toch de ziel van dit kind in hem wederkomen.
Dit was een heerlijk geloof van de kant van de profeet. Niemand had ooit tevoren gebeden om het herstel van iemand die dood was; niemand had ooit gepoogd zo’n wonder als dit te werken. Maar Elia’s geloof was tot een wonderlijke hoogte gespannen. Hier was het geloof dat gereed was de zegen te ontvangen, en zo zou de zegen zeker komen. Hier was het geloof dat bergen kon verzetten en de poorten van de dood zelf kon bewegen. Elia betreedt een ongebaande weg en vraagt om wat nooit tevoren gegeven is.
1 Koningen 17:22-23.Kruisverwijzingen2 Koningen 13:21→Johannes 11:43→Deuteronomium 32:39→Lukas 8:54→Hebreeën 11:35→1 Samuël 2:6→Johannes 5:28→Handelingen 20:12→
— En de HEERE verhoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind kwam weder in hem, dat het weder levend werd. En Elia nam het kind, en bracht het af van de opperzaal in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zeide: Zie, uw zoon leeft.
Elia was nooit een man van veel woorden; hij was een profeet machtig in daden; hij zei weinig, maar wat hij deed sprak luid.
1 Koningen 17:24.KruisverwijzingenJohannes 3:2→Johannes 16:30→Johannes 2:11→Prediker 12:10→Johannes 11:15→Johannes 15:24→1 Johannes 2:21→Johannes 4:42→
— Toen zeide de vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en dat het woord des HEEREN in uw mond waarheid is.
Wist zij dit niet eerder? Ja, of anders zou zij hem het eerste deel van haar maaltijd niet gegeven hebben. Zij moet het geweten hebben, want zij had lange tijd geleefd van het meel en de olie die hij vermenigvuldigd had. Maar nu zei zij dat zij het wist, alsof zij het nooit eerder geweten had. God heeft een wijze om de waarheid met zulke levendigheid in het hart te brengen dat wij, al zijn wij er jaren volkomen mee bekend geweest, toch gedrongen worden uit te roepen: “Nu weet ik het; nu heb ik het zoals ik het nooit eerder had!”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas