Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Koningen 10

1 En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En toen de koninginH4436 van SchebaH7614 het geruchtH8088 van SalomoH8010 hoordeH8085, aangaande den NaamH8034 des HEERENH3068, kwamH935 zij, om hem met raadselenH2420 te verzoekenH5254. En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken.

KJV And when the queen1 of Sheba2 heard3 of the fame5 of Solomon6 concerning the name7 of the LORD,8 she came9 to prove10 him with hard questions.11

1 וּמַֽלְכַּת H4436 koningin, koninginnen queen 2 שְׁבָ֗א H7614 Scheba, Sabeers, Seba Sheba, Sabeans 3 שֹׁמַ֛עַת H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שֵׁ֥מַע H8088 gerucht, tijding, gehoor bruit, fame, hear(-ing), loud, report, speech, tidings 6 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 7 לְשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וַתָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 לְנַסֹּת֖וֹ H5254 verzocht, verzoeken, verzochten adventure, assay, prove, tempt, try 11 בְּחִידֽוֹת H2420 raadsel, raadselen, duistere woorden dark saying (sentence, speech), hard question, proverb, riddle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En zij kwamH935 te JeruzalemH3389, met een zeer zwaarH3515 heirH2428, met kemelenH1581, dragendeH5375 specerijenH1314, en zeerH3966 veelH7227 goudsH2091, en kostelijkH3368 gesteenteH68; en zij kwamH935 totH413 SalomoH8010, en sprakH1696 totH413 hem alH3605 watH834 in haar hartH3824 wasH1961. En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was.

KJV And she came1 to Jerusalem2 with a very5 great4 train,3 with camels6 that bare7 spices,8 and very11 much10 gold,9 and precious13 stones:12 and when she was come14 to Solomon,16 she communed17 with him of all that was in her heart.24

1 וַתָּבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 יְרוּשָׁלְַ֗מָה H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 3 בְּחַיִל֮ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 4 כָּבֵ֣ד H3515 zwaar, zware, zwaren (so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick 5 מְאֹד֒ H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 6 גְּ֠מַלִּים H1581 kemelen, kemels, kemel camel 7 נֹשְׂאִ֨ים H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 8 בְּשָׂמִ֧ים H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour) 9 וְזָהָ֛ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 10 רַב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 11 מְאֹ֖ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 12 וְאֶ֣בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 13 יְקָרָ֑ה H3368 kostelijk, kostelijke, edelgesteente brightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation 14 וַתָּבֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 17 וַתְּדַבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 18 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 19 אֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 הָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 23 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 24 לְבָבָֽהּ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En SalomoH8010 verklaardeH5046 haar alH3605 haar woordenH1697; geenH3808 dingH1697 wasH1961 er verborgenH5956 voor den koningH4428, datH834 hij haar nietH3808 verklaardeH5046. En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.

KJV And Solomon3 told1 her all her questions:6 there was not any thing9 hid10 from the king,12 which he told15 her not.

1 וַיַּגֶּד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 לָ֥הּ 3 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 דְּבָרֶ֑יהָ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 הָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 דָּבָר֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 10 נֶעְלָ֣ם H5956 verborgen, verbergen, verbergt [idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing) 11 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 לֹ֦א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 הִגִּ֖יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 16 לָֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Als nu de koningin van Scheba zag al de wijsheid van Salomo, en het huis, hetwelk hij gebouwd had,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Als nu de koninginH4436 van SchebaH7614 zagH7200 alH3605 de wijsheidH2451 van SalomoH8010, en het huisH1004, hetwelkH834 hij gebouwdH1129 had, Als nu de koningin van Scheba zag al de wijsheid van Salomo, en het huis, hetwelk hij gebouwd had,

KJV And when the queen2 of Sheba3 had seen1 all Solomon's7 wisdom,6 and the house8 that he had built,10

1 וַתֵּ֨רֶא֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 מַֽלְכַּת H4436 koningin, koninginnen queen 3 שְׁבָ֔א H7614 Scheba, Sabeers, Seba Sheba, Sabeans 4 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 חָכְמַ֣ת H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 7 שְׁלֹמֹ֑ה H8010 Salomo Solomon 8 וְהַבַּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בָּנָֽה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de spijzeH3978 zijner tafelH7979, en het zittenH4186 zijner knechtenH5650, en het staanH4612 zijner dienarenH8334, en hun kledingenH4403, en zijn schenkersH8248, en zijn opgangH5930, waardoorH834 hij henen opgingH5927 in het huisH1004 des HEERENH3068, zo wasH1961 in haar geenH3808 geestH7307 meerH5750. En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.

KJV And the meat1 of his table,2 and the sitting3 of his servants,4 and the attendance5 of his ministers,6 and their apparel,7 and his cupbearers, and his ascent9 by which he went up11 unto the house12 of the LORD;13 there was no more spirit18 in her.

1 וּמַאֲכַ֣ל H3978 spijze, spijs, Spijze food, fruit, (bake-)meat(-s), victual 2 שֻׁלְחָנ֡וֹ H7979 tafel, tafelen, tafels table 3 וּמוֹשַׁ֣ב H4186 woningen, woning, zitplaats assembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning 4 עֲבָדָיו֩ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 5 וּמַעֲמַ֨ד H4612 staan, standplaats, stand attendance, office, place, state 6 מְשָׁרְתָ֜יו H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 7 וּמַלְבֻּֽשֵׁיהֶם֙ H4403 kleding, kledingen, gewaad apparel, raiment, vestment 8 וּמַשְׁקָ֔יו H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 9 וְעֹ֣לָת֔וֹ H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 יַעֲלֶ֖ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 12 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 הָ֥יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 בָ֛הּ 17 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 18 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En zij zeideH559 totH413 den koningH4428: Het woordH1697 isH1961 waarheidH571 geweest, datH834 ik in mijn landH776 gehoordH8085 heb, van uw zakenH1697 en van uw wijsheidH2451. En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.

KJV And she said1 to the king,3 It was a true4 report6 that I heard8 in mine own land9 of thy acts11 and of thy wisdom.13

1 וַתֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 אֱמֶת֙ H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 5 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 הַדָּבָ֔ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 שָׁמַ֖עְתִּי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 9 בְּאַרְצִ֑י H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 דְּבָרֶ֖יךָ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 12 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 חָכְמָתֶֽךָ H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Ik heb die woordenH1697 nietH3808 geloofdH539, totdatH5704 ik gekomenH935 ben, en mijn ogenH5869 dat gezienH7200 hebben; en zieH2009, de helftH2677 is mij nietH3808 aangezegdH5046; gij hebt met wijsheidH2451, en goedH2896 overtroffenH3254 het geruchtH8052, datH834 ik gehoordH8085 heb. Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.

KJV Howbeit I believed2 not the words,3 until I came,6 and mine eyes8 had seen7 it: and, behold, the half13 was not told11 me: thy wisdom15 and prosperity16 exceedeth14 the fame18 which I heard.20

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 הֶאֱמַ֣נְתִּי H539 getrouw, geloven, geloofd hence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right 3 לַדְּבָרִ֗ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 עַ֤ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 בָּ֨אתִי֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 וַתִּרְאֶ֣ינָה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 8 עֵינַ֔י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 9 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 10 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 הֻגַּד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 12 לִ֖י 13 הַחֵ֑צִי H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 14 הוֹסַ֤פְתָּ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 15 חָכְמָה֙ H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 16 וָט֔וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 17 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 הַשְּׁמוּעָ֖ה H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 19 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 שָׁמָֽעְתִּי H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WelgelukzaligH835 zijn uw mannenH582, welgelukzaligH835 deze uw knechtenH5650, die gedurigH8548 voor uw aangezichtH6440 staanH5975, die uw wijsheidH2451 horenH8085! Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen!

KJV Happy1 are thy men, happy3 are these thy servants,4 which stand6 continually8 before7 thee, and that hear9 thy wisdom.11

1 אַשְׁרֵ֣י H835 Welgelukzalig, welgelukzalig, gelukzalig blessed, happy 2 אֲנָשֶׁ֔יךָ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אַשְׁרֵ֖י H835 Welgelukzalig, welgelukzalig, gelukzalig blessed, happy 4 עֲבָדֶ֣יךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 5 אֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 6 הָֽעֹמְדִ֤ים H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 7 לְפָנֶ֨יךָ֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 תָּמִ֔יד H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 9 הַשֹּׁמְעִ֖ים H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 חָכְמָתֶֽךָ H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 GeloofdH1288 zijH1961 de HEEREH3068, uw GodH430, DieH834 behagenH2654 in u heeft gehad, om u opH5921 den troonH3678 van IsraelH3478 te zettenH5414! Omdat de HEEREH3068 IsraelH3478 in eeuwigheidH5769 bemintH160, daarom heeft Hij u tot koningH4428 gesteldH7760, om rechtH4941 en gerechtigheidH6666 te doenH6213. Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.

KJV Blessed4 be the LORD2 thy God,3 which delighted6 in thee, to set8 thee on the throne10 of Israel:11 because the LORD13 loved12 Israel15 for ever,16 therefore made17 he thee king,18 to do19 judgment20 and justice.21

1 יְהִ֨י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהֶ֨יךָ֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 בָּר֔וּךְ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 5 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 חָפֵ֣ץ H2654 lust, welbehagen, behaagt [idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would 7 בְּךָ֔ 8 לְתִתְּךָ֖ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 כִּסֵּ֣א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 11 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 בְּאַהֲבַ֨ת H160 liefde, liefhad, bemint love 13 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 לְעֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 17 וַיְשִֽׂימְךָ֣ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 18 לְמֶ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 19 לַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 20 מִשְׁפָּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 21 וּצְדָקָֽה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zij gaf den koning honderd en twintig talenten gouds, en zeer veel specerijen, en kostelijk gesteente; als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En zij gafH5414 den koningH4428 honderdH3967 en twintigH6242 talentenH3603 goudsH2091, en zeerH3966 veelH7235 specerijenH1314, en kostelijkH3368 gesteenteH68; als deze specerijH1314, dieH834 de koninginH4436 van SchebaH7614 den koningH4428 SalomoH8010 gafH5414, is er nooitH3808 meerH5750 in menigteH1931 gekomenH935. En zij gaf den koning honderd en twintig talenten gouds, en zeer veel specerijen, en kostelijk gesteente; als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen.

KJV And she gave1 the king2 an hundred3 and twenty4 talents5 of gold,6 and of spices7 very9 great store,8 and precious11 stones:10 there came13 no more such15 abundance17 of spices14 as these which the queen20 of Sheba21 gave19 to king22 Solomon.23

1 וַתִּתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 מֵאָ֥ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 4 וְעֶשְׂרִ֣ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 5 כִּכַּ֣ר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 6 זָהָ֗ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 7 וּבְשָׂמִ֛ים H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour) 8 הַרְבֵּ֥ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 9 מְאֹ֖ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 10 וְאֶ֣בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 11 יְקָרָ֑ה H3368 kostelijk, kostelijke, edelgesteente brightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation 12 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 בָא֩ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 כַבֹּ֨שֶׂם H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour) 15 הַה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 16 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 17 לָרֹ֔ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 18 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 19 נָתְנָ֥ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 20 מַֽלְכַּת H4436 koningin, koninginnen queen 21 שְׁבָ֖א H7614 Scheba, Sabeers, Seba Sheba, Sabeans 22 לַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 23 שְׁלֹמֹֽה H8010 Salomo Solomon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Verder ookH1571 de schepenH590 van HiramH2438, dieH834 goudH2091 uit OfirH211 voerdenH5375, brachtenH935 uit OfirH211 zeerH3966 veelH7235 almuggimhoutH484 en kostelijkH3368 gesteenteH68. Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente.

KJV And the navy2 also of Hiram,3 that brought5 gold6 from Ophir,7 brought in8 from Ophir9 great13 plenty12 of almug11 trees,10 and precious15 stones.14

1 וְגַם֙ H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אֳנִ֣י H590 schepen, roeischuit galley, navy (of ships) 3 חִירָ֔ם H2438 Hiram Hiram, Huram 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נָשָׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 6 זָהָ֖ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 7 מֵאוֹפִ֑יר H211 Ofir Ophir 8 הֵבִ֨יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 מֵאֹפִ֜יר H211 Ofir Ophir 10 עֲצֵ֧י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 11 אַלְמֻגִּ֛ים H484 almuggimhout almug trees. Compare H418 (אַלְגּוּמִּים) 12 הַרְבֵּ֥ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 13 מְאֹ֖ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 14 וְאֶ֥בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 15 יְקָרָֽה H3368 kostelijk, kostelijke, edelgesteente brightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En de koningH4428 maakteH6213 van dit almuggimhoutH484 steunselenH4552 voor het huisH1004 des HEERENH3068, en voor het huisH1004 des koningsH4428, mitsgaders harpenH3658 en luitenH5035 voor de zangersH7891. Het almuggimhoutH484 was zoH3651 nietH3808 gekomenH935 noch gezienH7200 geweest, totH5704 op dezenH2088 dagH3117. En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.

KJV And the king2 made1 of the almug5 trees4 pillars6 for the house7 of the LORD,8 and for the king's10 house,9 harps11 also and psalteries12 for singers:13 there came15 no such almug18 trees,17 nor were seen20 unto this day.22

1 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הַ֠מֶּלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עֲצֵ֨י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 5 הָאַלְמֻגִּ֜ים H484 almuggimhout almug trees. Compare H418 (אַלְגּוּמִּים) 6 מִסְעָ֤ד H4552 steunselen pillar 7 לְבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וּלְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 וְכִנֹּר֥וֹת H3658 harp, harpen harp 12 וּנְבָלִ֖ים H5035 luiten, luit, flessen bottle, pitcher, psaltery, vessel, viol 13 לַשָּׁרִ֑ים H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 14 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 בָֽא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 כֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 17 עֲצֵ֤י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 18 אַלְמֻגִּים֙ H484 almuggimhout almug trees. Compare H418 (אַלְגּוּמִּים) 19 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 נִרְאָ֔ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 21 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 22 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 23 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En de koningH4428 SalomoH8010 gafH5414 de koninginH4436 van SchebaH7614 alH3605 haar behagenH2656, watH834 zij begeerdeH7592; behalve dat hij haar gafH5414 naar het vermogenH3027 van den koningH4428 SalomoH8010; zo keerdeH6437 zij en toogH3212 in haar landH776, zijH1931 en haar knechtenH5650. En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten.

KJV And king1 Solomon2 gave3 unto the queen4 of Sheba5 all her desire,8 whatsoever she asked,10 beside that which Solomon17 gave13 her of his royal16 bounty.15 So she turned18 and went19 to her own country,20 she and her servants.22

1 וְהַמֶּ֨לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 2 שְׁלֹמֹ֜ה H8010 Salomo Solomon 3 נָתַ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 לְמַֽלְכַּת H4436 koningin, koninginnen queen 5 שְׁבָ֗א H7614 Scheba, Sabeers, Seba Sheba, Sabeans 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 חֶפְצָהּ֙ H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 שָׁאָ֔לָה H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 11 מִלְּבַד֙ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 נָֽתַן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 לָ֔הּ 15 כְּיַ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 שְׁלֹמֹ֑ה H8010 Salomo Solomon 18 וַתֵּ֛פֶן H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 19 וַתֵּ֥לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 20 לְאַרְצָ֖הּ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 21 הִ֥יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 22 וַעֲבָדֶֽיהָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Het gewichtH4948 nu van het goudH2091, datH834 voor SalomoH8010 op eenH259 jaarH8141 inkwamH935 wasH1961 zeshonderdH8337 zesH8337 en zestigH8346 talentenH3603 goudsH2091; Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;

KJV Now the weight2 of gold3 that came5 to Solomon6 in one8 year7 was six9 hundred10 threescore11 and six12 talents13 of gold,14

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִשְׁקַ֣ל H4948 gewicht, goudgewicht (full) weight 3 הַזָּהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 בָּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 לִשְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 7 בְּשָׁנָ֣ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 8 אֶחָ֑ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 שֵׁ֥שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 10 מֵא֛וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 11 שִׁשִּׁ֥ים H8346 zestig sixty, three score 12 וָשֵׁ֖שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 13 כִּכַּ֥ר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 14 זָהָֽב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Behalve dat van de kramers was, en van den handel der kruideniers, en van alle koningen van Arabie, en van de geweldigen van dat land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Behalve dat van de kramersH582 was, en van den handel der kruideniersH7402, en van alleH3605 koningenH4428 van ArabieH6153, en van de geweldigenH6346 van dat landH776. Behalve dat van de kramers was, en van den handel der kruideniers, en van alle koningen van Arabie, en van de geweldigen van dat land.

KJV Beside that he had of the merchantmen,3 and of the traffick4 of the spice merchants,5 and of all the kings7 of Arabia,8 and of the governors9 of the country.10

1 לְבַד֙ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 2 מֵאַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 הַתָּרִ֔ים H8446 verspieden, verspied, speuren chap(-man), sent to descry, be excellent, merchant(-man), search (out), seek, (e-) spy (out) 4 וּמִסְחַ֖ר H4536 handel traffic 5 הָרֹכְלִ֑ים H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 6 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 מַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 הָעֶ֖רֶב H6152 Arabie Arabia 9 וּפַח֥וֹת H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 10 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Ook maakteH6213 de koningH4428 SalomoH8010 tweehonderdH3967 rondassenH6793 van geslagenH7820 goudH2091; zeshonderdH8337 sikkelen goudsH2091 liet hij opwegenH5927 tot elke rondasH6793. Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.

KJV And king2 Solomon3 made1 two hundred4 targets5 of beaten7 gold:6 six8 hundred9 shekels of gold10 went11 to one14 target.13

1 וַיַּ֨עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הַמֶּ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 שְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 4 מָאתַ֥יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 5 צִנָּ֖ה H6793 rondas, rondassen, haken buckler, cold, hook, shield, target 6 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 7 שָׁח֑וּט H7820 geslagen beat 8 שֵׁשׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 9 מֵא֣וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 10 זָהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 11 יַעֲלֶ֖ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 הַצִּנָּ֥ה H6793 rondas, rondassen, haken buckler, cold, hook, shield, target 14 הָאֶחָֽת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; drie pond gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van Libanon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Insgelijks driehonderdH7969 schildenH4043 van geslagenH7820 goudH2091; drieH7969 pondH4488 goudsH2091 liet hij opwegenH5927 tot elk schildH4043; en de koningH4428 legde ze in het huisH1004 des woudsH3293 van LibanonH3844. Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; drie pond gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van Libanon.

Ook in dit vers leideH5414

KJV And he made three1 hundred2 shields3 of beaten5 gold;4 three6 pound7 of gold8 went9 to one12 shield:11 and the king14 put13 them in the house15 of the forest16 of Lebanon.17

1 וּשְׁלֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 2 מֵא֤וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 3 מָֽגִנִּים֙ H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 4 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 5 שָׁח֔וּט H7820 geslagen beat 6 שְׁלֹ֤שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 7 מָנִים֙ H4488 pond, ponden, mijnen maneh, pound 8 זָהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 9 יַעֲלֶ֖ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הַמָּגֵ֣ן H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 12 הָאֶחָ֑ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 13 וַיִּתְּנֵ֣ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 בֵּ֖ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 יַ֥עַר H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood 17 הַלְּבָנֽוֹן H3844 Libanon Lebanon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met dicht goud.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Nog maakteH6213 de koningH4428 een grotenH1419 elpenbenenH8127 troonH3678, en hij overtoogH6823 denzelven met dichtH6338 goudH2091. Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met dicht goud.

KJV Moreover the king2 made1 a great5 throne3 of ivory,4 and overlaid6 it with the best8 gold.7

1 וַיַּ֧עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 כִּסֵּא H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 4 שֵׁ֖ן H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 5 גָּד֑וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 6 וַיְצַפֵּ֖הוּ H6823 overtoog, overtrok, overtrekken cover, overlay 7 זָהָ֥ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 8 מוּפָֽז H6338 dicht best (gold)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Deze troon had zes trappen, en het hoofd van den troon was van achteren rond, en aan beide zijden waren leuningen tot de zitplaats toe, en twee leeuwen stonden bij die leuningen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Deze troonH3678 had zesH8337 trappenH4609, en het hoofdH7218 van den troonH3678 was van achterenH310 rondH5696, en aan beideH4480 zijden waren leuningenH3027 totH413 de zitplaatsH4725 toe, en tweeH8147 leeuwenH738 stondenH5975 bij die leuningenH3027. Deze troon had zes trappen, en het hoofd van den troon was van achteren rond, en aan beide zijden waren leuningen tot de zitplaats toe, en twee leeuwen stonden bij die leuningen.

KJV The throne3 had six1 steps,2 and the top4 of the throne6 was round5 behind:7 and there were stays8 on either side on the place12 of the seat,13 and two14 lions15 stood16 beside17 the stays.18

1 שֵׁ֧שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 2 מַעֲל֣וֹת H4609 Hammaaloth, trappen, graden things that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story 3 לַכִּסֵּ֗ה H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 4 וְרֹאשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 עָגֹ֤ל H5696 rond, ronde round 6 לַכִּסֵּה֙ H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 7 מֵאַֽחֲרָ֔יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 8 וְיָדֹ֛ת H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 מִזֶּ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 וּמִזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 מְק֣וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 13 הַשָּׁ֑בֶת H7675 Baschebeth, plaats, stoel place, seat. Compare H3429 (יֹשֵׁב בַּשֶּׁבֶת) 14 וּשְׁנַ֣יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 15 אֲרָי֔וֹת H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 16 עֹמְדִ֖ים H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 17 אֵ֥צֶל H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 18 הַיָּדֽוֹת H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En twaalf leeuwen stonden daar op de zes trappen aan beide zijden, desgelijks is in geen koninkrijken gemaakt geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En twaalfH8147 leeuwenH738 stondenH5975 daarH8033 opH5921 de zesH8337 trappenH4609 aan beideH4480 zijdenH3651, desgelijks is in geenH3808 koninkrijkenH4467 gemaaktH6213 geweest. En twaalf leeuwen stonden daar op de zes trappen aan beide zijden, desgelijks is in geen koninkrijken gemaakt geweest.

KJV And twelve1 lions3 stood4 there on the one side and on the other upon the six7 steps:8 there was not the like13 made12 in any kingdom.15

1 וּשְׁנֵ֧ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 2 עָשָׂ֣ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 3 אֲרָיִ֗ים H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 4 עֹמְדִ֥ים H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 שָׁ֛ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 שֵׁ֥שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 8 הַֽמַּעֲל֖וֹת H4609 Hammaaloth, trappen, graden things that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story 9 מִזֶּ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 וּמִזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 נַעֲשָׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 כֵ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 14 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 מַמְלָכֽוֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Ook waren alle drinkvatenH4945 van den koningH4428 SalomoH8010 van goudH2091, en alleH3605 vatenH3627 van het huisH1004 des woudsH3293 van LibanonH3844 waren van geslotenH5462 goudH2091; geen zilverH3701 was er aan; want het werd in de dagenH3117 van SalomoH8010 niet voor enig dingH3972 geachtH2803. Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.

KJV And all king4 Solomon's5 drinking3 vessels2 were of gold,6 and all the vessels8 of the house9 of the forest10 of Lebanon11 were of pure13 gold;12 none were of silver:15 it was nothing20 accounted17 of in the days18 of Solomon.19

1 וְ֠כֹל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 כְּלֵ֞י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 3 מַשְׁקֵ֨ה H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 4 הַמֶּ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 שְׁלֹמֹה֙ H8010 Salomo Solomon 6 זָהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 7 וְכֹ֗ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 כְּלֵ֛י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 9 בֵּֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 יַ֥עַר H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood 11 הַלְּבָנ֖וֹן H3844 Libanon Lebanon 12 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 13 סָג֑וּר H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly 14 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 15 כֶּ֗סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 16 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 נֶחְשָׁ֛ב H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 18 בִּימֵ֥י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 19 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 20 לִמְאֽוּמָה H3972 iets, ding, niets fault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 WantH3588 de koningH4428 had in zeeH3220 schepenH590 van TharsisH8659, metH5973 de schepenH590 van HiramH2438; deze schepenH590 van TharsisH8659 kwamenH935 in, eenmaalH259 in drieH7969 jarenH8141, brengendeH5375 goudH2091, en zilverH3701, elpenbeenH8143, en apenH6971, en pauwenH8500. Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.

KJV For the king4 had at sea5 a navy2 of Tharshish3 with the navy7 of Hiram:8 once9 in three10 years11 came12 the navy13 of Tharshish,14 bringing15 gold,16 and silver,17 ivory,18 and apes,19 and peacocks.20

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אֳנִ֨י H590 schepen, roeischuit galley, navy (of ships) 3 תַרְשִׁ֤ישׁ H8659 Tarsis, Tharsis, Tharsisa Tarshish, Tharshish 4 לַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 בַּיָּ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 6 עִ֖ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 7 אֳנִ֣י H590 schepen, roeischuit galley, navy (of ships) 8 חִירָ֑ם H2438 Hiram Hiram, Huram 9 אַחַת֩ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 לְשָׁלֹ֨שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 11 שָׁנִ֜ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 12 תָּב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 אֳנִ֣י H590 schepen, roeischuit galley, navy (of ships) 14 תַרְשִׁ֗ישׁ H8659 Tarsis, Tharsis, Tharsisa Tarshish, Tharshish 15 נֹֽשְׂאֵת֙ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 16 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 17 וָכֶ֔סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 18 שֶׁנְהַבִּ֥ים H8143 elpenbeen ivory 19 וְקֹפִ֖ים H6971 apen ape 20 וְתֻכִּיִּֽים H8500 pauwen peacock
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde, in rijkdom en in wijsheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Alzo werd de koningH4428 SalomoH8010 groterH1431 dan alleH3605 koningenH4428 der aardeH776, in rijkdomH6239 en in wijsheidH2451. Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde, in rijkdom en in wijsheid.

KJV So king2 Solomon3 exceeded1 all the kings5 of the earth6 for riches7 and for wisdom.8

1 וַיִּגְדַּל֙ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 2 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 4 מִכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 לְעֹ֖שֶׁר H6239 rijkdom, rijkdoms, Rijkdom [idiom] far (richer), riches 8 וּלְחָכְמָֽה H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En de ganse aarde zocht het aangezicht van Salomo, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En de ganseH3605 aardeH776 zochtH1245 het aangezichtH6440 van SalomoH8010, om zijn wijsheidH2451 te horenH8085, dieH834 GodH430 in zijn hartH3820 gegevenH5414 had. En de ganse aarde zocht het aangezicht van Salomo, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.

KJV And all the earth2 sought3 to5 Solomon,6 to hear7 his wisdom,9 which God12 had put11 in his heart.13

1 וְכָ֨ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 מְבַקְשִׁ֖ים H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 שְׁלֹמֹ֑ה H8010 Salomo Solomon 7 לִשְׁמֹ֨עַ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 חָכְמָת֔וֹ H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 נָתַ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 13 בְּלִבּֽוֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, en harnas, en specerijen, paarden en muilezelen, elk ding van jaar tot jaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En zijH1992 brachtenH935 een iederH376 zijn geschenkH4503, zilverenH3701 vatenH3627, en goudenH2091 vatenH3627, en klederenH8008, en harnasH5402, en specerijenH1314, paardenH5483 en muilezelenH6505, elk dingH1697 van jaarH8141 tot jaarH8141. En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, en harnas, en specerijen, paarden en muilezelen, elk ding van jaar tot jaar.

KJV And they brought2 every man3 his present,4 vessels5 of silver,6 and vessels7 of gold,8 and garments,9 and armour,10 and spices,11 horses,12 and mules,13 a rate14 year15 by year.16

1 וְהֵ֣מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 2 מְבִאִ֣ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 מִנְחָת֡וֹ H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 5 כְּלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 6 כֶסֶף֩ H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 7 וּכְלֵ֨י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 8 זָהָ֤ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 9 וּשְׂלָמוֹת֙ H8008 klederen, kleed, kleding clothes, garment, raiment 10 וְנֵ֣שֶׁק H5402 wapenen, harnas, geharnaste armed men, armour(-y), battle, harness, weapon 11 וּבְשָׂמִ֔ים H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour) 12 סוּסִ֖ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 13 וּפְרָדִ֑ים H6505 muildieren, muildier, muilezelen mule 14 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 15 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 16 בְּשָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Daartoe vergaderde Salomo wagenen en ruiteren, en hij had duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren, en legde ze in de wagensteden en bij den koning in Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Daartoe vergaderdeH622 SalomoH8010 wagenenH7393 en ruiterenH6571, en hij had duizendH505 en vierhonderdH702 wagenenH7393, en twaalfH8147 duizendH505 ruiterenH6571, en legde ze in de wagenstedenH5892 en bijH5973 den koningH4428 in JeruzalemH3389. Daartoe vergaderde Salomo wagenen en ruiteren, en hij had duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren, en legde ze in de wagensteden en bij den koning in Jeruzalem.

Ook in dit vers leideH5148

KJV And Solomon2 gathered together1 chariots3 and horsemen:4 and he had a thousand7 and four8 hundred9 chariots,10 and twelve11 thousand13 horsemen,14 whom he bestowed15 in the cities16 for chariots,17 and with the king19 at Jerusalem.20

1 וַיֶּאֱסֹ֣ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 שְׁלֹמֹה֮ H8010 Salomo Solomon 3 רֶ֣כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 4 וּפָרָשִׁים֒ H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 5 וַיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 ל֗וֹ 7 אֶ֤לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 8 וְאַרְבַּע H702 vier, vierhonderd, veertien four 9 מֵאוֹת֙ H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 10 רֶ֔כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 11 וּשְׁנֵים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 12 עָשָׂ֥ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 13 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 14 פָּֽרָשִׁ֑ים H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 15 וַיַּנְחֵם֙ H5148 leiden, geleid, leid bestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten 16 בְּעָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 17 הָרֶ֔כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 18 וְעִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 19 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 20 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En de koningH4428 maakte het zilverH3701 in JeruzalemH3389 te zijn als stenenH68, en de cederenH730 maakte hij te zijn als de wilde vijgebomenH8256, dieH834 in de laagteH8219 zijn, in menigteH7230. En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.

KJV And the king2 made1 silver4 to be in Jerusalem5 as stones,6 and cedars8 made9 he to be as the sycomore trees10 that are in the vale,12 for abundance.13

1 וַיִּתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 הַמֶּ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַכֶּ֛סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 5 בִּירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 כָּאֲבָנִ֑ים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 7 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָאֲרָזִ֗ים H730 cederen, ceder, cederenhout cedar (tree) 9 נָתַ֛ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 כַּשִּׁקְמִ֥ים H8256 wilde vijgebomen, wilde vijgen sycamore (fruit, tree) 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 בַּשְּׁפֵלָ֖ה H8219 laagte, laagten low country, (low) plain, vale(-ley) 13 לָרֹֽב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnen garen, de kooplieden des konings namen het linnen garen voor den prijs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En het uitbrengenH4161 der paardenH5483 was hetgeenH834 SalomoH8010 uit EgypteH4714 had; en aangaande het linnen garenH4723, de koopliedenH5503 des koningsH4428 namenH3947 het linnen garenH4723 voor den prijsH4242. En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnen garen, de kooplieden des konings namen het linnen garen voor den prijs.

KJV And Solomon4 had horses2 brought1 out of Egypt,5 and linen yarn:6 the king's8 merchants7 received9 the linen yarn10 at a price.11

1 וּמוֹצָ֧א H4161 uitgang, uitgangen, gegaan brought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs) 2 הַסּוּסִ֛ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 3 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 לִשְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 5 מִמִּצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 6 וּמִקְוֵ֕ה H4723 Verwachting, vergadering, linnen garen abiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool 7 סֹחֲרֵ֣י H5503 kooplieden, koophandel, handelaars go about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick 8 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 יִקְח֥וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 מִקְוֵ֖ה H4723 Verwachting, vergadering, linnen garen abiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool 11 בִּמְחִֽיר H4242 prijs, hondenprijs, koopgeld gain, hire, price, sold, worth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En een wagen kwam op, en ging uit van Egypte, voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor honderd en vijftig; en alzo voerden ze die uit door hun hand voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En een wagenH4818 kwam op, en ging uit van EgypteH4714, voor zeshonderdH8337 sikkelen zilversH3701, en een paardH5483 voor honderdH3967 en vijftigH2572; en alzoH3651 voerdenH3318 ze die uit door hun handH3027 voor alleH3605 koningenH4428 der HethietenH2850, en voor de koningenH4428 van SyrieH758. En een wagen kwam op, en ging uit van Egypte, voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor honderd en vijftig; en alzo voerden ze die uit door hun hand voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.

KJV And a chariot3 came up1 and went out2 of Egypt4 for six5 hundred6 shekels of silver,7 and an horse8 for an hundred10 and fifty:9 and so for all the kings13 of the Hittites,14 and for the kings15 of Syria,16 did they bring them out18 by their means.17

1 וַֽ֠תַּעֲלֶה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 וַתֵּצֵ֨א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 3 מֶרְכָּבָ֤ה H4818 wagen, wagenen, wagens chariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת) 4 מִמִּצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 בְּשֵׁ֣שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 6 מֵא֣וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 7 כֶּ֔סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 8 וְס֖וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 9 בַּחֲמִשִּׁ֣ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 10 וּמֵאָ֑ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 11 וְ֠כֵן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 12 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 מַלְכֵ֧י H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 הַחִתִּ֛ים H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities 15 וּלְמַלְכֵ֥י H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 אֲרָ֖ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 17 בְּיָדָ֥ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 יֹצִֽאוּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 10:1 Mattheüs 12:42 Lukas 11:31 Genesis 10:28 Genesis 10:7 Psalmen 72:10 Psalmen 72:15 Jeremia 6:20 Psalmen 49:4
1 Koningen 10:2 Lukas 24:15 Genesis 18:33 1 Koningen 10:10 Handelingen 25:23 Job 4:2 Jesaja 60:6 2 Koningen 5:5 Psalmen 4:4
1 Koningen 10:3 2 Samuël 14:20 Hebreeën 4:12 1 Korinthe 1:30 Mattheüs 13:11 2 Samuël 14:17 Daniël 2:20 Spreuken 1:5 1 Koningen 3:12
1 Koningen 10:4 1 Koningen 6:1 Prediker 12:9 1 Koningen 3:28 1 Koningen 4:29 Mattheüs 12:42 2 Kronieken 9:3
1 Koningen 10:5 1 Kronieken 26:16 2 Koningen 16:18 1 Kronieken 9:18 Jozua 5:1 1 Koningen 4:22 2 Kronieken 23:13 Ezechiël 44:3 2 Kronieken 9:4
1 Koningen 10:6 2 Kronieken 9:5
1 Koningen 10:7 1 Korinthe 2:9 Johannes 20:25 1 Johannes 3:2 Jesaja 64:4 Zacharia 9:17 Markus 16:11
1 Koningen 10:8 Spreuken 8:34 Lukas 11:28 Spreuken 10:21 Lukas 11:31 Spreuken 13:20 Lukas 10:39 2 Kronieken 9:7 Spreuken 3:13
1 Koningen 10:9 Psalmen 72:2 1 Koningen 5:7 2 Samuël 8:15 2 Kronieken 2:11 Jesaja 42:1 Psalmen 18:19 2 Samuël 23:3 1 Kronieken 17:22
1 Koningen 10:10 1 Koningen 10:2 Psalmen 72:15 Spreuken 20:15 Genesis 43:11 1 Koningen 9:14 Openbaring 21:11 Psalmen 72:10 Mattheüs 2:11
1 Koningen 10:11 1 Koningen 9:27 Psalmen 45:9 2 Kronieken 8:18 2 Kronieken 2:8 2 Kronieken 9:10
1 Koningen 10:12 1 Kronieken 23:5 Openbaring 14:2 Psalmen 150:3 1 Kronieken 25:1 Psalmen 92:1
1 Koningen 10:13 Johannes 14:13 1 Koningen 10:2 Psalmen 20:4 Mattheüs 15:28 1 Koningen 9:1 Efeze 3:20 Psalmen 37:4
1 Koningen 10:14 1 Koningen 9:28 2 Kronieken 9:13
1 Koningen 10:15 Psalmen 72:10 1 Kronieken 9:24 2 Kronieken 9:13 Galaten 4:25 Jesaja 21:13
1 Koningen 10:16 1 Koningen 14:26 2 Kronieken 12:9 2 Kronieken 9:15
1 Koningen 10:17 1 Koningen 7:2 1 Koningen 14:26
1 Koningen 10:18 Psalmen 45:8 1 Koningen 10:22 Openbaring 20:11 Ezechiël 27:6 2 Kronieken 9:17 Amos 6:4 Psalmen 45:6 Psalmen 122:5
1 Koningen 10:20 Numeri 24:9 Numeri 23:24 Genesis 49:9 Openbaring 5:5
1 Koningen 10:21 1 Koningen 10:17 2 Kronieken 9:20 1 Koningen 7:2
1 Koningen 10:22 1 Koningen 22:48 Genesis 10:4 2 Kronieken 20:36 Psalmen 72:10 Psalmen 48:7 Ezechiël 27:12 1 Koningen 10:18 Jesaja 60:9
1 Koningen 10:23 1 Koningen 3:12 1 Koningen 4:29 Kolossenzen 1:18 Efeze 3:8 Kolossenzen 2:2 2 Kronieken 9:22 Psalmen 89:27
1 Koningen 10:24 1 Koningen 3:28 1 Koningen 3:9 1 Koningen 3:12 Jakobus 1:5 Daniël 2:21 Daniël 2:23 Daniël 5:11 Daniël 1:17
1 Koningen 10:25 2 Samuël 8:2 Richteren 3:15 Psalmen 72:10 Jesaja 36:16 1 Samuël 10:27 Esther 8:14 Esther 8:10 1 Koningen 18:5
1 Koningen 10:26 2 Kronieken 9:25 1 Koningen 4:26 1 Koningen 9:19 Deuteronomium 17:16 2 Kronieken 1:14 Jesaja 2:7
1 Koningen 10:27 Deuteronomium 17:17 Job 22:24 2 Kronieken 9:27 2 Kronieken 1:15
1 Koningen 10:28 2 Kronieken 9:28 Deuteronomium 17:16 Genesis 41:42 Jesaja 36:9 Jesaja 31:1 Jesaja 19:9 2 Kronieken 1:16 Spreuken 7:16
1 Koningen 10:29 Jozua 1:4 Hosea 12:10 Maleachi 1:1 2 Koningen 7:6
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 10 vers 1

Scheba Een landschap, gelegen zuidwaarts van Kanaän, Matt. 12:42, en Luc. 11:31, hebbende zijn naam van Scheba, den zoon van Cus. Zie Gen. 10:7.

Hertaald: Scheba Een landstreek ten zuiden van Kanaän, Matth. 12:42, en Luk. 11:31, die haar naam ontleent aan Scheba, de zoon van Kus. Zie Gen. 10:7.

aangaande Of, om, van den naam, enz. Hiermede wordt aangewezen de oorzaak van de grote vermaardheid van Salomo, welke was niet alleen zijn hoge wijsheid, waarmede hij alle mensen overtrof, boven, 1 Kon. 4:30-31, maar inzonderheid de wonderbare wijze, alzo hij dezelve metterhaast door een ingestorte gave der verlichting, zonder zijn arbeid en der mensen onderwijzing, van den HEERE verkregen had.

Hertaald: aangaande Of: om, vanwege de naam, enzovoort. Hiermee wordt de oorzaak van Salomo's grote vermaardheid aangewezen. Dat was niet alleen zijn grote wijsheid, waarmee hij alle mensen overtrof, hierboven 1 Kon. 4:30-31, maar vooral de wonderlijke manier waarop hij die had gekregen: in korte tijd, door een ingestorte gave van verlichting, zonder eigen inspanning en zonder onderwijs van mensen, van de HEERE ontvangen.

raadselen Het Hebreeuwse woord betekent duistere redenen, in welke wat gevraagd of voorgesteld wordt, dat een verborgen verstand heeft. Alzo Num. 12:8; Richt. 14:12, en het wordt Matt. 13:35, uit Ps. 78:2, overgezet verborgen dingen.

Hertaald: raadselen Het Hebreeuwse woord betekent duistere uitspraken, waarin iets gevraagd of voorgelegd wordt dat een verborgen betekenis heeft. Zo ook Num. 12:8; Richt. 14:12; en in Matth. 13:35 wordt het, aangehaald uit Ps. 78:2, vertaald met verborgen dingen.

1 Koningen 10 vers 2

zwaar heir, Dat is, met een zeer groot gevolg van statelijken trein. Zie Gen. 50:9.

Hertaald: zwaar heir, Dat is: met een zeer groot gevolg en een statige stoet. Zie Gen. 50:9.

al wat in haar hart was Dat is, al wat zij in haar hart voorgenomen had met hem te spreken. Zie boven, 1 Kon. 8:17.

Hertaald: al wat in haar hart was Dat is: alles wat zij zich had voorgenomen met hem te bespreken. Zie hierboven 1 Kon. 8:17.

1 Koningen 10 vers 3

al haar woorden; Dat is, de duistere vragen en diepzinnige raadselen, die zij den koning voorstelde.

Hertaald: al haar woorden; Dat is: de duistere vragen en diepzinnige raadsels die zij de koning voorlegde.

verborgen Dat is, zo duister, scherpzinnig, of ingewikkeld, waarin zijn wijsheid tekort zou gekomen hebben, om het uit te leggen.

Hertaald: verborgen Dat is: zo duister, scherpzinnig of ingewikkeld dat zijn wijsheid tekort zou zijn geschoten om het uit te leggen.

1 Koningen 10 vers 5

het zitten Versta, de welgeschikte en heerlijke orde, naar welke zijn vorsten en raadsheren aan de tafel zaten; en de hofdienaren stonden om de tafel te dienen. Anderen verstaan dit van het zitten in den raad, of in het gericht bij den koning.

Hertaald: het zitten Versta hieronder de welgeordende en luisterrijke rangschikking waarin zijn vorsten en raadsheren aan tafel zaten, terwijl de hofdienaren klaarstonden om aan tafel te bedienen. Anderen betrekken dit op het zitten in de raad of in de rechtszitting bij de koning.

zijn opgang, Versta dit van de kunstige galerijen, waardoor de koning van zijn huis in des Heeren huis opging, of ook van het statelijk gevolg, hetwelk hem hierin vergezelschapte. Anderen vertalen dit: En zijn offerande, die hij in het huis des Heeren offerde.

Hertaald: zijn opgang, Versta dit van de kunstig gemaakte galerijen waarlangs de koning van zijn huis naar het huis van de HEERE ging, of ook van het statige gevolg dat hem daarbij vergezelde. Anderen vertalen het zo: En zijn offer, dat hij in het huis van de HEERE bracht.

zo was in haar Te weten, door de verslagenheid, die haar de overgrote verwondering toebracht.

Hertaald: zo was in haar Namelijk: door de verslagenheid die haar overweldigende verwondering bij haar teweegbracht.

1 Koningen 10 vers 6

zaken Hebreeuws, woorden.

Hertaald: zaken Hebreeuws: woorden.

1 Koningen 10 vers 7

gij hebt met wijsheid, Hebreeuws, wijsheid, en goed hebt gij toegedaan tot het gerucht dat ik gehoord heb. Versta door de wijsheid de gave des verstands, waarmede de koning versierd was, en door het goed zijn deugden en treffelijke werken, waarmede hij zijn onderzaten weldeed.

Hertaald: gij hebt met wijsheid, Hebreeuws: wijsheid en goed hebt u toegevoegd aan het gerucht dat ik gehoord heb. Versta onder de wijsheid de gave van het verstand waarmee de koning gesierd was, en onder het goede zijn deugden en voortreffelijke werken, waarmee hij zijn onderdanen goeddeed.

1 Koningen 10 vers 8

mannen, Te weten, die bij u wonen.

Hertaald: mannen, Namelijk: die bij u wonen.

voor uw aangezicht staan, Dat is, die u gewoonlijk dienen. Zie Deut. 1:38.

Hertaald: voor uw aangezicht staan, Dat is: die u gewoonlijk dienen. Zie Deut. 1:38.

1 Koningen 10 vers 9

om recht Deze manier van spreken den overheden toegeschreven zijnde, betekent zoveel als in het gericht de kwaden te veroordelen en te straffen, en de goeden vrij te spreken en te beschermen, of van de voorvallende zaken kennis te nemen, en recht oordelen, en daarnaar dat recht is uit te voeren door het straffen van de kwaden en het beschermen van de goeden; 2 Sam. 8:15.

Hertaald: om recht Wanneer deze manier van spreken over overheden gebruikt wordt, betekent zij zoveel als in de rechtspraak de kwaden veroordelen en straffen en de goeden vrijspreken en beschermen. Of ook: kennisnemen van de zaken die zich voordoen, daarover rechtvaardig oordelen, en daarna uitvoeren wat recht is door de kwaden te straffen en de goeden te beschermen; 2 Sam. 8:15.

1 Koningen 10 vers 11

almuggimhout Wat het Hebreeuwse woord voor een hout betekent is onzeker. Het wordt 2 Kron. 2:8, en 2 Kron. 9:10

Hertaald: almuggimhout Wat het Hebreeuwse woord voor houtsoort aanduidt is onzeker. Het wordt in 2 Kron. 2:8, en 2 Kron. 9:10

1 Koningen 10 vers 12

steunselen Versta hiermede baliën, onderzettingen, of handleuningen aan de galerijen, door welke men ging van het huis des konings tot in den tempel. Vergelijk boven, 1 Kon. 9:5; 1 Kron. 26:16, 1 Kron. 26:18; 2 Kron. 9:11.

Hertaald: steunselen Versta hieronder balustrades, onderstellen of leuningen aan de galerijen waarlangs men van het huis van de koning naar de tempel ging. Vergelijk hierboven 1 Kon. 9:5; 1 Kron. 26:16, 1 Kron. 26:18; 2 Kron. 9:11.

Het almuggimhout Te weten, zo kostelijk, of in zulk een overvloed.

Hertaald: Het almuggimhout Namelijk: zo kostbaar, of in zo'n overvloed.

niet gekomen Te weten, voor dezen tijd in het land van Juda, 2 Kron. 9:11.

Hertaald: niet gekomen Namelijk: vóór deze tijd in het land Juda, 2 Kron. 9:11.

1 Koningen 10 vers 13

naar het vermogen Hebreeuws, naar de hand des, enz., dat is, vanzelf, naar zijn koninklijke macht en mildheid.

Hertaald: naar het vermogen Hebreeuws: naar de hand van, enzovoort; dat is: uit zichzelf, naar zijn koninklijke macht en vrijgevigheid.

konings Sálomo; Dat is, naar zijn vermogen. Vergelijk boven, 1 Kon. 8:1, en 1 Kon. 9:1.

Hertaald: konings Sálomo; Dat is: naar zijn vermogen. Vergelijk hierboven 1 Kon. 8:1, en 1 Kon. 9:1.

1 Koningen 10 vers 14

op een jaar Dat is, op elk jaar. Zie Num. 28:13.

Hertaald: op een jaar Dat is: elk jaar. Zie Num. 28:13.

talenten gouds; Zie de waarde van een talent gouds, Ex. 25:39.

Hertaald: talenten gouds; Zie de waarde van een talent goud in Ex. 25:39.

1 Koningen 10 vers 15

kramers Of, kraamlieden. Hebreeuws, vande mannen die bespieden, doorzoeken, doorsnuffelen. Versta dezulken, die van grote kooplieden in verscheidene landen uitgezonden worden, om hun waren ten duurste te verkopen, en andere tot den minsten prijs in te kopen, en dan dezelve aan hun meesters over te zenden, of toe te brengen. Anderen verstaan dit van de tollenaars of pachters, die zeer nauw plegen toe te zien om de kooplieden te betrappen, die van hun goederen iets zouden mogen versteken en verborgen houden.

Hertaald: kramers Of: marskramers. Hebreeuws: van de mannen die spieden, doorzoeken, rondsnuffelen. Versta hieronder mensen die door grote kooplieden naar verschillende landen uitgezonden worden om hun waren zo duur mogelijk te verkopen en andere zo goedkoop mogelijk in te kopen, en die dan naar hun meesters te sturen of te brengen. Anderen betrekken dit op de tollenaars of pachters, die zeer scherp plegen toe te zien om kooplieden te betrappen die iets van hun goederen zouden willen verzwijgen en verborgen houden.

kruideniers, Of, drogisten.

Hertaald: kruideniers, Of: drogisten.

koningen van Arabië, Versta, degenen, die nabij gelegen waren, zowel oostwaarts als zuidwaarts.

Hertaald: koningen van Arabië, Versta hieronder de koningen die dichtbij lagen, zowel in het oosten als in het zuiden.

1 Koningen 10 vers 16

sikkelen Versta, gemene sikkels, van welker waarde zie Gen. 24:22.

Hertaald: sikkelen Versta hieronder gewone sikkels; zie over de waarde daarvan Gen. 24:22.

opwegen Hebreeuws, deed hij opklimmen, of opgaan.

Hertaald: opwegen Hebreeuws: liet hij opklimmen, of: opgaan.

1 Koningen 10 vers 17

pond gouds Hebreeuws, Manim; een mina of pond; deed gewoonlijk honderd gemene sikkels; dienvolgens was elk schild waard drie honderd sikkelen gouds. Zie 2 Kron. 9:16.

Hertaald: pond gouds Hebreeuws: manim; een mine of pond bevatte gewoonlijk honderd gewone sikkels; bijgevolg was elk schild driehonderd sikkels goud waard. Zie 2 Kron. 9:16.

in het huis Zie hiervan boven, 1 Kon. 7:2.

Hertaald: in het huis Zie hierover hierboven 1 Kon. 7:2.

1 Koningen 10 vers 18

elpenbenen troon, Hebreeuws, een troon des tands; te weten, der olifanten, waarvan het ivoor of elpenbeen komt van hetwelk men tot versiering vele dingen gemaakt heeft, gelijk te zien is hier en onder, 1 Kon. 22:39; Ps. 45:9; Am. 3:15, en Am. 6:4.

Hertaald: elpenbenen troon, Hebreeuws: een troon van de tand; namelijk van de olifanten, waarvan het ivoor komt waarvan men veel dingen ter versiering gemaakt heeft, zoals hier te zien is en hieronder in 1 Kon. 22:39; Ps. 45:9; Amos 3:15, en Amos 6:4.

dicht goud Dat is, dat wel gezuiverd en gelouterd en daarom een zeer dicht en vast is.

Hertaald: dicht goud Dat is: goud dat goed gezuiverd en gelouterd is en daarom zeer dicht en vast.

1 Koningen 10 vers 19

rond, Dat is, boogsgewijze, of naar het fatsoen van een boog.

Hertaald: rond, Dat is: boogvormig, of naar het model van een boog.

aan beide zijden Hebreeuws, van hier, van van daar, of, van ginds en van weer. Alzo in vs.20.

Hertaald: aan beide zijden Hebreeuws: van hier en van daar. Zo ook in vers 20.

leuningen tot de zitplaats toe, Hebreeuws, handen.

Hertaald: leuningen tot de zitplaats toe, Hebreeuws: handen.

1 Koningen 10 vers 21

gesloten goud; Zie boven, 1 Kon. 6:20.

Hertaald: gesloten goud; Zie hierboven 1 Kon. 6:20.

het werd Te weten, het zilver. Een overtollige manier van spreken. Vergelijk onder, vs.27, en de aantekeningen daarop.

Hertaald: het werd Namelijk: het zilver. Een overdrijvende manier van spreken. Vergelijk hieronder vers 27 met de aantekeningen daar.

1 Koningen 10 vers 22

Tharsis, Sommigen verstaan door dit woord de grote zee, genaamd Oceanus, en door de schepen van Tarsis, de schepen die in die zee voeren. Anderen nemen Tarsis voor Cilicië, welks hoofdstad, genaamd Tarsus, een zeer vermaarde haven had, in welke men gelegenheid vond om te varen naar Afrika, Indië en andere vergelegen landen. Vergelijk Gen. 10:4. Anderen menen dat Tarsis is Afrika, en dat door de schepen van Tarsis te verstaan is een vloot, toegemaakt om te varen naar de Afrikaanse zee.

Hertaald: Tharsis, Sommigen verstaan onder dit woord de grote zee, de Oceaan genoemd, en onder de schepen van Tarsis de schepen die op die zee voeren. Anderen vatten Tarsis op als Cilicië, waarvan de hoofdstad Tarsus een zeer beroemde haven had, van waaruit men naar Afrika, India en andere verafgelegen landen kon varen. Vergelijk Gen. 10:4. Weer anderen menen dat Tarsis Afrika is, en dat men onder de schepen van Tarsis een vloot moet verstaan die uitgerust was om naar de Afrikaanse zee te varen.

apen, Of, meerkatten.

Hertaald: apen, Of: meerkatten.

pauwen Of, papegaaien.

Hertaald: pauwen Of: papegaaien.

1 Koningen 10 vers 24

ganse aarde Versta, niet alle mensen der gehele wereld, maar de voornaamsten, als de prinsen, heren, vorsten, enz. van alle omliggende landen. Zie 2 Kron. 9:23.

Hertaald: ganse aarde Versta hieronder niet alle mensen van de hele wereld, maar de voornaamsten, zoals de prinsen, heren, vorsten enzovoort van alle omliggende landen. Zie 2 Kron. 9:23.

1 Koningen 10 vers 25

elk ding Hebreeuws, de zaak des jaars in het jaar; dat is, elk geschenk jaarlijks.

Hertaald: elk ding Hebreeuws: de zaak van het jaar in het jaar; dat is: elk geschenk jaarlijks.

1 Koningen 10 vers 26

bij den koning Dat is, bij hem. Vergelijk boven, vs.13.

Hertaald: bij den koning Dat is: bij hem. Vergelijk hierboven vers 13.

1 Koningen 10 vers 27

maakte het zilver Hebreeuws, gaf.

Hertaald: maakte het zilver Hebreeuws: gaf.

als stenen, Een overtollige manier van spreken, zeer groten overvloed te kennen gevende. Zie Gen. 13:16, en boven, vs.21. Alzo 2 Kron. 9:27.

Hertaald: als stenen, Een overdrijvende manier van spreken, die een zeer grote overvloed te kennen geeft. Zie Gen. 13:16 en hierboven vers 21. Zo ook 2 Kron. 9:27.

vijgebomen, Of, als de sycomoren; dat is, vijgmoerbeziënbomen.

Hertaald: vijgebomen, Of: als de sycomoren; dat is: vijgenmoerbeibomen.

1 Koningen 10 vers 28

paarden Egypte was zeer rijk aan schone paarden, fijn vlas en linnen, byssus genaamd, welke van de naburige landen zeer getrokken werden, doch mochten niet dan met betaling van den gezetten tol uitgelaten worden. Farao nu heeft aan Salomo, die zijn dochter getrouwd had, het recht van den tol overgezet, die denzelven door zijn kooplieden of pachters heeft vergaderd, en daarvan groot profijt ontvangen.

Hertaald: paarden Egypte was zeer rijk aan mooie paarden en aan fijn vlas en linnen, byssus genoemd, waar de omliggende landen sterk naar vroegen; maar die mochten alleen uitgevoerd worden tegen betaling van de vastgestelde tol. Farao nu heeft het recht op die tol overgedragen aan Salomo, die zijn dochter getrouwd had; Salomo heeft hem door zijn kooplieden of pachters laten innen en er grote winst uit ontvangen.

linnen garen, Zie Gen. 41:42.

Hertaald: linnen garen, Zie Gen. 41:42.

kooplieden Versta, de tollenaars, of pachters van de tollen.

Hertaald: kooplieden Versta hieronder de tollenaars of de pachters van de tollen.

linnen garen voor Mitsgaders de paarden.

Hertaald: linnen garen voor En ook de paarden.

den prijs Dat is, voor een zekeren gezetten prijs.

Hertaald: den prijs Dat is: voor een bepaalde vastgestelde prijs.

1 Koningen 10 vers 29

een wagen Versta dit van een wagen, die met linnengaren of garenwerk geladen was, en ook van de geladen paarden, ja van de paarden zelf. Een wagen nu gaf viermaal zoveel als een paard, dewijl men gewoon was vier paarden voor een wagen te spannen. De tol dan van een geladen wagen zes honderd sikkels zijnde, was de tol van een geladen paard honderd en vijftig sikkelen.

Hertaald: een wagen Versta dit van een wagen die met linnengaren of garenwerk geladen was, en ook van de beladen paarden, ja van de paarden zelf. Een wagen bracht vier keer zoveel op als een paard, omdat men gewend was vier paarden voor een wagen te spannen. Aangezien de tol van een beladen wagen zeshonderd sikkels was, bedroeg de tol van een beladen paard honderdvijftig sikkels.

zilvers, Zie van des sikkels waarde Gen. 20:16, en Gen. 23:15.

Hertaald: zilvers, Zie over de waarde van de sikkel Gen. 20:16 en Gen. 23:15.

alzo voerden ze Dat is, de goederen uit Egypte komende, belastte Salomo niet alleen als zij in zijn land kwamen, maar ook als zij gevoerd werden in de landen der Hethieten en Syriërs, van welken Salomo door dit middel ook schatting heeft ontvangen, omdat de paarden en goederen door zijn land of gebied passeren moesten. Anderen verstaan dit alzo, dat de koningen der Hethieten en Syriërs ook tol getrokken hebben van de waren, die in hun landen gebracht werden.

Hertaald: alzo voerden ze Dat is: Salomo belastte de goederen die uit Egypte kwamen niet alleen wanneer zij zijn land binnenkwamen, maar ook wanneer zij doorgevoerd werden naar de landen van de Hethieten en de Syriërs. Ook van hen heeft Salomo op deze manier schatting ontvangen, omdat de paarden en de goederen door zijn land of gebied moesten passeren. Anderen vatten het zo op, dat ook de koningen van de Hethieten en de Syriërs tol geheven hebben van de waren die in hun landen gebracht werden.

hun hand Namelijk, van de kooplieden en pachters in vs.28 gemeld.

Hertaald: hun hand Namelijk: van de kooplieden en pachters die in vers 28 genoemd zijn.

Hethieten, Oostwaarts van Palestina wonende.

Hertaald: Hethieten, Die ten oosten van Palestina woonden.

Syrië Benoorden van Palestina

Hertaald: Syrië Ten noorden van Palestina.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De koningin van Scheba  — (Scheba: mogelijk "eed" of "zeven")

Een vorstin uit Scheba (Zuid-Arabië), wier persoonlijke naam de Schrift niet vermeldt. Zij bezocht Salomo om hem met moeilijke vragen op de proef te stellen, en was overweldigd door zijn wijsheid en rijkdom; zij zegende de HEERE om hetgeen Hij Salomo gegeven had en gaf hem kostbare geschenken van goud, specerijen en edelgesteente (1 Kon. 10:1-13).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Scheba (het land van de koningin van Scheba)  — vernoemd naar Scheba, een nakomeling van zowel Cham (via Cus, Gen. 10:7) als van Sem (via Joktan, Gen. 10:28) — de Schrift kent dus meerdere geslachten met deze naam

Ligging: Doorgaans gelijkgesteld met het latere koninkrijk Sabea in het zuidwesten van het Arabisch schiereiland (het huidige Jemen), een rijk gebied door de wierook- en specerijenhandel.

Geschiedenis: Vanhier reisde de koningin van Scheba, met een zeer grote karavaan van kamelen beladen met specerijen, zeer veel goud en edelgesteente, naar Jeruzalem om Salomo's wijsheid op de proef te stellen met raadselen; overweldigd door zijn wijsheid, zijn huis, zijn tafel en de brandoffers die hij in het huis des HEEREN bracht, erkende zij dat zelfs de helft haar niet was aangezegd, en prees zij de HEERE, Die Israël zo liefhad dat Hij Salomo tot koning gesteld had (1 Kon. 10:1-13).

Bijbelse betekenis: De Heere Jezus Zelf haalt deze geschiedenis aan als voorbeeld van hoe zelfs een heidense koningin van het uiterste einde der aarde bereid was een grote afstand af te leggen om ware wijsheid te horen — en gebruikt haar als een aanklacht tegen Zijn eigen, ongelovige generatie, die weigerde te luisteren naar Iemand die "meer dan Salomo" was (Matt. 12:42; Luk. 11:31).

Archeologie: Opgravingen in Jemen (o.a. bij Marib) hebben resten van het oude Sabeese koninkrijk blootgelegd, waaronder een grote dam en tempelruïnes, die de rijkdom van dit specerijenrijk in de oudheid bevestigen — al is directe archeologische bevestiging van het koninginnenbezoek zelf, zoals bij de meeste persoonlijke bijbelse ontmoetingen, niet te verwachten.

Gen. 10:7, 28; 1 Kon. 10:1-13; 2 Kron. 9:1-12; Ps. 72:10, 15; Jes. 60:6; Matt. 12:42; Luk. 11:31

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De koningin van Scheba  — de koningin van Scheba, die over Salomo's wijsheid gehoord heeft, komt hem beproeven met raadselen; overweldigd door alles wat zij ziet, erkent zij: "de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb" (1 Kon. 10:1,7)

De koningin van Scheba hoort het gerucht van Salomo, "aangaande den Naam des HEEREN", en komt met een zeer zwaar gevolg en kostbare geschenken om hem met raadselen op de proef te stellen (1 Kon. 10:1-2). Salomo beantwoordt al haar vragen; niets is voor hem verborgen (1 Kon. 10:3). Bij het zien van zijn wijsheid, zijn huis, zijn tafel, zijn dienaren en zijn offers, "was in haar geen geest meer" (1 Kon. 10:4-5). Zij belijdt: "Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd" (1 Kon. 10:6-7), en prijst de HEERE, Die Salomo op de troon gezet heeft "om recht en gerechtigheid te doen" (1 Kon. 10:8-9). Zij geeft hem grote rijkdom aan goud en specerijen (1 Kon. 10:10).

Bijbelse betekenis: Deze heidense koningin, van ver buiten Israël, herkent in Salomo's wijsheid iets dat uiteindelijk van de HEERE Zelf komt, en prijst niet Salomo maar de HEERE Die hem gegeven heeft wat zij ziet. Haar reis om zelf te komen zien, in plaats van op geruchten te vertrouwen, tekent een oprechte zoektocht naar waarheid die verder gaat dan de meeste van Salomo's eigen volk ooit toonden.

Typologie: Christus wijst later naar deze koningin als aanklacht tegen de onverschilligheid van Zijn eigen tijdgenoten: "De koningin van het zuiden zal opstaan in het oordeel met dit geslacht, en hetzelve veroordelen; want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier!" (Matt. 12:42) — wie van ver kwam voor mindere wijsheid, veroordeelt hen die de grotere Wijsheid zelf naast zich hadden en haar verwierpen.

1 Kon. 10:1-10; Matt. 12:42

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

De helft is mij niet aangezegd — 10:1-13

De koningin van Scheba komt van ver, met kamelen die specerijen dragen, goud in menigte en edelgesteente. Zij komt niet uit nieuwsgierigheid alleen: zij komt om Salomo met raadselen te verzoeken.

Zij kwam om te toetsen wat zij gehoord had, en gaf toe dat het gerucht te weinig gezegd had — en Christus haalt haar aan tegen Zijn eigen hoorders.

Wat zij gehoord had, staat er nauwkeurig bij: het gerucht van Salomo, aangaande den Naam des HEEREN. Het ging dus niet alleen over zijn rijkdom maar over de God die hem dat gegeven had.

Zij legt hem alles voor wat in haar hart was, en er staat dat Salomo haar al haar woorden verklaarde; er was geen ding verborgen dat hij haar niet verklaarde.

Daarna beschrijft de tekst wat zij zag: zijn huis, de spijs van zijn tafel, de zitting van zijn knechten, de kleding van zijn dienaren. En dan staat er dat er geen geest meer in haar was.

Haar belijdenis is eerlijk over haar eerdere ongeloof: ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben en mijn ogen dat gezien hebben. En zie, de helft is mij niet aangezegd.

Dat is de zin waar dit gedeelte om draait. Het gerucht was groot en de werkelijkheid was groter.

Waar haar lofprijzing op uitkomt, is niet de koning maar Wie hem gaf: geloofd zij de HEERE uw God, Die behagen in u heeft gehad om u op den troon van Israël te zetten. En zij noemt de reden erbij: omdat de HEERE Israël in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.

De kanttekening legt dat recht doen uit als het veroordelen en straffen van de kwaden en het vrijspreken en beschermen van de goeden — dus niet enkel bestuur maar rechtspraak.

Christus haalt deze vrouw aan wanneer men van Hem een teken eist, en Hij doet dat scherp. De koningin van het zuiden zal opstaan in het oordeel met dit geslacht, en hetzelve veroordelen. Want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier.

Zij kwam van ver om te horen. Zijn hoorders hadden Hem in hun eigen straat.

  1. 1 Koningen 3:12 — God geeft Salomo een wijs en verstandig hart.
  2. 1 Koningen 10:1 — Zij hoort het gerucht, aangaande den Naam des HEEREN.
  3. 1 Koningen 10:7 — De helft is mij niet aangezegd.
  4. 1 Koningen 10:9 — Haar lof gaat naar de HEERE, Die hem tot koning stelde.
  5. Mattheüs 12:42 — De koningin van het zuiden zal dit geslacht veroordelen.
  6. Mattheüs 12:42 — En ziet, meer dan Salomo is hier.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 12:42; Lukas 11:31; Kolossenzen 2:3; Jesaja 60:6

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

1 Koningen 10

1 Koningen 10:1.KruisverwijzingenMattheüs 12:42Lukas 11:31Genesis 10:28Genesis 10:7Psalmen 72:10Psalmen 72:15Jeremia 6:20Psalmen 49:4
— En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken.
Wij mogen spreken van de koningin van Scheba die tot Salomo kwam als van een beeld van ons komen tot Christus. Zij wilde beproeven of Salomo zo wijs was als men haar had doen geloven, en haar wijze van beproeven was door van hem te trachten te leren. Zij stelde hem moeilijke vragen opdat zij door zijn wijsheid onderwezen zou worden. En willen wij vaststellen wat de wijsheid van Christus is, dan is de weg om die te kennen te komen en aan Zijn voeten te zitten en van Hem te leren. Hij heeft Zelf gezegd: “Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij” (Matth. 11:29).

Haar bezoek had, ziet u, een godsdienstige kant. Zij “het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN”. Hij had wijsheid van allerlei aard, maar het was zijn kennis van God en van Gods wegen die deze vorstin uit een ver land vooral scheen aan te trekken.

1 Koningen 10:2.KruisverwijzingenLukas 24:15Genesis 18:331 Koningen 10:10Handelingen 25:23Job 4:2Jesaja 60:62 Koningen 5:5Psalmen 4:4
— En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was.
Zij kwam met een prijs in haar hand om wijsheid te verkrijgen. Salomo zei terecht: “Koop de waarheid, en verkoop ze niet” (Spr. 23:23). Geen prijs is te hoog om ervoor te betalen, maar elke prijs zou te laag zijn om haar voor te verkopen.

1 Koningen 10:3.Kruisverwijzingen2 Samuël 14:20Hebreeën 4:121 Korinthe 1:30Mattheüs 13:112 Samuël 14:17Daniël 2:20Spreuken 1:51 Koningen 3:12
— En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.
Zijn wijsheid kwam van God, en daarom was zij vol en volkomen en kon zij door de mens niet beschaamd gemaakt worden. Laten wij zoeken naar de wijsheid die van boven komt, en gedenken dat “de vreze des HEEREN het beginsel der wijsheid is” (Spr. 9:10). Is het niet werkelijk de gehele som van de wijsheid om de Heere Allerhoogste in kinderlijke zin te vrezen?

1 Koningen 10:4-5.Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:161 Koningen 6:1Prediker 12:91 Koningen 3:281 Koningen 4:29Mattheüs 12:422 Kronieken 9:32 Koningen 16:18
— Als nu de koningin van Scheba zag al de wijsheid van Salomo, en het huis, hetwelk hij gebouwd had, En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.
Zij was een koningin, maar zij had nooit zo’n koninklijke luister gezien als die van Salomo. “zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN” blijkt een wonderlijke overbrugging geweest te zijn, gebouwd van de zwaarste stenen, waarlangs de koning van zijn eigen huis opging naar de tempel zelf. Voor deze vorstin moet het een wonder der wonderen geweest zijn.

1 Koningen 10:6-12.KruisverwijzingenSpreuken 8:34Psalmen 72:21 Koningen 5:72 Samuël 8:151 Koningen 10:21 Koningen 9:272 Kronieken 2:111 Korinthe 2:9
— En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid. Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb. Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen! Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen. En zij gaf den koning honderd en twintig talenten gouds, en zeer veel specerijen, en kostelijk gesteente; als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen. Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente. En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.
Wat die “almuggimbomen” ook waren, zij blijken het beste hout geweest te zijn dat de oosterlingen kenden, en daarom gebruikte Salomo ze zeer gepast in het huis des Heeren. Laten de harpen van onze lofzangen van zulk hout gemaakt zijn dat er in de hele wereld geen andere aan gelijk zijn. Laten wij onze Heere ons beste jonge bloed geven, onze warmste ijver, onze hoogste gedachten, onze zorgvuldigste aandacht. Laten wij Hem in feite heel ons wezen geven, de liefde van ons hart. Hij behoort gediend te worden met het beste van het beste, “want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid”.

1 Koningen 10:13.KruisverwijzingenJohannes 14:131 Koningen 10:2Psalmen 20:4Mattheüs 15:281 Koningen 9:1Efeze 3:20Psalmen 37:4
— En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten.
De koning gaf haar eerst rijkelijk een geschenk dat hij het meest passend achtte; en daarna stond hij haar toe te vragen wat zij wilde. Hoezeer gelijkt dit op onze Koning Salomo, die ons al gegeven heeft alles wat ons hart begeren kan; en toch, is er nog enige rechte begeerte die onvervuld is, dan verschaft Hij het gouden verzoendeksel aan de voet van Zijn troon, waar wij onze beden aan Hem mogen voorleggen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content