Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En toen de koninginH4436 van SchebaH7614 het geruchtH8088 van SalomoH8010hoordeH8085, aangaande den NaamH8034 des HEERENH3068, kwamH935 zij, om hem met raadselenH2420 te verzoekenH5254.En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken.
KJVAnd when the queen1of Sheba2heard3of the fame5of Solomon6concerning the name7of the LORD,8she came9to prove10him with hard questions.11
1וּמַֽלְכַּתH4436koningin, koninginnenqueen2שְׁבָ֗אH7614Scheba, Sabeers, SebaSheba, Sabeans3שֹׁמַ֛עַתH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שֵׁ֥מַעH8088gerucht, tijding, gehoorbruit, fame, hear(-ing), loud, report, speech, tidings6שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon7לְשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וַתָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10לְנַסֹּת֖וֹH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try11בְּחִידֽוֹתH2420raadsel, raadselen, duistere woordendark saying (sentence, speech), hard question, proverb, riddle
2En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En zij kwamH935 te JeruzalemH3389, met een zeer zwaarH3515heirH2428, met kemelenH1581, dragendeH5375specerijenH1314, en zeerH3966veelH7227goudsH2091, en kostelijkH3368gesteenteH68; en zij kwamH935totH413SalomoH8010, en sprakH1696totH413 hem alH3605watH834 in haar hartH3824wasH1961.En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was.
KJVAnd she came1to Jerusalem2with a very5great4train,3with camels6that bare7spices,8and very11much10gold,9and precious13stones:12and when she was come14to Solomon,16she communed17with him of all that was in her heart.24
1וַתָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2יְרוּשָׁלְַ֗מָהH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem3בְּחַיִל֮H2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)4כָּבֵ֣דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick5מְאֹד֒H3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well6גְּ֠מַלִּיםH1581kemelen, kemels, kemelcamel7נֹשְׂאִ֨יםH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8בְּשָׂמִ֧יםH1314specerijen, specerij, specerijkalmussmell, spice, sweet (odour)9וְזָהָ֛בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather10רַבH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)11מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well12וְאֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)13יְקָרָ֑הH3368kostelijk, kostelijke, edelgesteentebrightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation14וַתָּבֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon17וַתְּדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work18אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22הָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use23עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)24לְבָבָֽהּH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding
3En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En SalomoH8010verklaardeH5046 haar alH3605 haar woordenH1697; geenH3808dingH1697wasH1961 er verborgenH5956 voor den koningH4428, datH834 hij haar nietH3808verklaardeH5046.En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.
KJVAnd Solomon3told1her all her questions:6there was not any thing9hid10from the king,12which he told15her not.
1וַיַּגֶּדH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לָ֥הּ3שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6דְּבָרֶ֑יהָH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9דָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10נֶעְלָ֣םH5956verborgen, verbergen, verbergt[idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing)11מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14לֹ֦אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הִגִּ֖ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter16לָֽהּ
4Als nu de koningin van Scheba zag al de wijsheid van Salomo, en het huis, hetwelk hij gebouwd had,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Als nu de koninginH4436 van SchebaH7614zagH7200alH3605 de wijsheidH2451 van SalomoH8010, en het huisH1004, hetwelkH834 hij gebouwdH1129 had,Als nu de koningin van Scheba zag al de wijsheid van Salomo, en het huis, hetwelk hij gebouwd had,
KJVAnd when the queen2of Sheba3had seen1all Solomon's7wisdom,6and the house8that he had built,10
1וַתֵּ֨רֶא֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2מַֽלְכַּתH4436koningin, koninginnenqueen3שְׁבָ֔אH7614Scheba, Sabeers, SebaSheba, Sabeans4אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6חָכְמַ֣תH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit7שְׁלֹמֹ֑הH8010SalomoSolomon8וְהַבַּ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10בָּנָֽהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
5En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de spijzeH3978 zijner tafelH7979, en het zittenH4186 zijner knechtenH5650, en het staanH4612 zijner dienarenH8334, en hun kledingenH4403, en zijn schenkersH8248, en zijn opgangH5930, waardoorH834 hij henen opgingH5927 in het huisH1004 des HEERENH3068, zo wasH1961 in haar geenH3808geestH7307meerH5750.En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.
KJVAnd the meat1of his table,2and the sitting3of his servants,4and the attendance5of his ministers,6and their apparel,7and his cupbearers,and his ascent9by which he went up11unto the house12of the LORD;13there was no more spirit18in her.
1וּמַאֲכַ֣לH3978spijze, spijs, Spijzefood, fruit, (bake-)meat(-s), victual2שֻׁלְחָנ֡וֹH7979tafel, tafelen, tafelstable3וּמוֹשַׁ֣בH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning4עֲבָדָיו֩H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5וּמַעֲמַ֨דH4612staan, standplaats, standattendance, office, place, state6מְשָׁרְתָ֜יוH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on7וּמַלְבֻּֽשֵׁיהֶם֙H4403kleding, kledingen, gewaadapparel, raiment, vestment8וּמַשְׁקָ֔יוH4945drank, drinkvaten, bevochtigdebutler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered9וְעֹ֣לָת֔וֹH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11יַעֲלֶ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16בָ֛הּ17ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)18רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En zij zeideH559totH413 den koningH4428: Het woordH1697isH1961waarheidH571 geweest, datH834 ik in mijn landH776gehoordH8085 heb, van uw zakenH1697 en van uw wijsheidH2451.En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.
KJVAnd she said1to the king,3It was a true4report6that I heard8in mine own land9of thy acts11and of thy wisdom.13
1וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4אֱמֶת֙H571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity5הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6הַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8שָׁמַ֖עְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9בְּאַרְצִ֑יH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11דְּבָרֶ֖יךָH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13חָכְמָתֶֽךָH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit
7Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Ik heb die woordenH1697nietH3808geloofdH539, totdatH5704 ik gekomenH935 ben, en mijn ogenH5869 dat gezienH7200 hebben; en zieH2009, de helftH2677 is mij nietH3808aangezegdH5046; gij hebt met wijsheidH2451, en goedH2896overtroffenH3254 het geruchtH8052, datH834 ik gehoordH8085 heb.Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.
KJVHowbeit I believed2not the words,3until I came,6and mine eyes8had seen7it: and, behold, the half13was not told11me: thy wisdom15and prosperity16exceedeth14the fame18which I heard.20
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2הֶאֱמַ֣נְתִּיH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right3לַדְּבָרִ֗יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4עַ֤דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בָּ֨אתִי֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7וַתִּרְאֶ֣ינָהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8עֵינַ֔יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11הֻגַּדH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter12לִ֖י13הַחֵ֑צִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts14הוֹסַ֤פְתָּH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield15חָכְמָה֙H2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit16וָט֔וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18הַשְּׁמוּעָ֖הH8052gerucht, tijding, gehoordbruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings19אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20שָׁמָֽעְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
8Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8WelgelukzaligH835 zijn uw mannenH582, welgelukzaligH835 deze uw knechtenH5650, die gedurigH8548 voor uw aangezichtH6440staanH5975, die uw wijsheidH2451horenH8085!Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen!
KJVHappy1are thy men,happy3are these thy servants,4which stand6continually8before7thee, and that hear9thy wisdom.11
1אַשְׁרֵ֣יH835Welgelukzalig, welgelukzalig, gelukzaligblessed, happy2אֲנָשֶׁ֔יךָH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אַשְׁרֵ֖יH835Welgelukzalig, welgelukzalig, gelukzaligblessed, happy4עֲבָדֶ֣יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5אֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6הָֽעֹמְדִ֤יםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry7לְפָנֶ֨יךָ֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8תָּמִ֔ידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual9הַשֹּׁמְעִ֖יםH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11חָכְמָתֶֽךָH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
9Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9GeloofdH1288zijH1961 de HEEREH3068, uw GodH430, DieH834behagenH2654 in u heeft gehad, om u opH5921 den troonH3678 van IsraelH3478 te zettenH5414! Omdat de HEEREH3068IsraelH3478 in eeuwigheidH5769bemintH160, daarom heeft Hij u tot koningH4428gesteldH7760, om rechtH4941 en gerechtigheidH6666 te doenH6213.Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
KJVBlessed4be the LORD2thy God,3which delighted6in thee, to set8thee on the throne10of Israel:11because the LORD13loved12Israel15for ever,16therefore made17he thee king,18to do19judgment20and justice.21
1יְהִ֨יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4בָּר֔וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank5אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6חָפֵ֣ץH2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would7בְּךָ֔8לְתִתְּךָ֖H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10כִּסֵּ֣אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12בְּאַהֲבַ֨תH160liefde, liefhad, bemintlove13יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16לְעֹלָ֔םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)17וַיְשִֽׂימְךָ֣H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work18לְמֶ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal19לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20מִשְׁפָּ֖טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong21וּצְדָקָֽהH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)
10En zij gaf den koning honderd en twintig talenten gouds, en zeer veel specerijen, en kostelijk gesteente; als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zij gafH5414 den koningH4428honderdH3967 en twintigH6242talentenH3603goudsH2091, en zeerH3966veelH7235specerijenH1314, en kostelijkH3368gesteenteH68; als deze specerijH1314, dieH834 de koninginH4436 van SchebaH7614 den koningH4428SalomoH8010gafH5414, is er nooitH3808meerH5750 in menigteH1931gekomenH935.En zij gaf den koning honderd en twintig talenten gouds, en zeer veel specerijen, en kostelijk gesteente; als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen.
KJVAnd she gave1the king2an hundred3and twenty4talents5of gold,6and of spices7very9great store,8and precious11stones:10there came13no more such15abundance17of spices14as these which the queen20of Sheba21gave19to king22Solomon.23
1וַתִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3מֵאָ֥הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore4וְעֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)5כִּכַּ֣רH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent6זָהָ֗בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7וּבְשָׂמִ֛יםH1314specerijen, specerij, specerijkalmussmell, spice, sweet (odour)8הַרְבֵּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very9מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well10וְאֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)11יְקָרָ֑הH3368kostelijk, kostelijke, edelgesteentebrightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation12לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13בָא֩H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14כַבֹּ֨שֶׂםH1314specerijen, specerij, specerijkalmussmell, spice, sweet (odour)15הַה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)17לָרֹ֔בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19נָתְנָ֥הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20מַֽלְכַּתH4436koningin, koninginnenqueen21שְׁבָ֖אH7614Scheba, Sabeers, SebaSheba, Sabeans22לַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal23שְׁלֹמֹֽהH8010SalomoSolomon
11Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Verder ookH1571 de schepenH590 van HiramH2438, dieH834goudH2091 uit OfirH211voerdenH5375, brachtenH935 uit OfirH211zeerH3966veelH7235almuggimhoutH484 en kostelijkH3368gesteenteH68.Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente.
KJVAnd the navy2also of Hiram,3that brought5gold6from Ophir,7brought in8from Ophir9great13plenty12of almug11trees,10and precious15stones.14
1וְגַם֙H1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אֳנִ֣יH590schepen, roeischuitgalley, navy (of ships)3חִירָ֔םH2438HiramHiram, Huram4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נָשָׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7מֵאוֹפִ֑ירH211OfirOphir8הֵבִ֨יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9מֵאֹפִ֜ירH211OfirOphir10עֲצֵ֧יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood11אַלְמֻגִּ֛יםH484almuggimhoutalmug trees. Compare H418 (אַלְגּוּמִּים)12הַרְבֵּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very13מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well14וְאֶ֥בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)15יְקָרָֽהH3368kostelijk, kostelijke, edelgesteentebrightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation
12En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de koningH4428maakteH6213 van dit almuggimhoutH484steunselenH4552 voor het huisH1004 des HEERENH3068, en voor het huisH1004 des koningsH4428, mitsgaders harpenH3658 en luitenH5035 voor de zangersH7891. Het almuggimhoutH484 was zoH3651nietH3808gekomenH935 noch gezienH7200 geweest, totH5704 op dezenH2088dagH3117.En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.
KJVAnd the king2made1of the almug5trees4pillars6for the house7of the LORD,8and for the king's10house,9harps11also and psalteries12for singers:13there came15no such almug18trees,17nor were seen20unto this day.22
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַ֠מֶּלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֲצֵ֨יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood5הָאַלְמֻגִּ֜יםH484almuggimhoutalmug trees. Compare H418 (אַלְגּוּמִּים)6מִסְעָ֤דH4552steunselenpillar7לְבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וּלְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11וְכִנֹּר֥וֹתH3658harp, harpenharp12וּנְבָלִ֖יםH5035luiten, luit, flessenbottle, pitcher, psaltery, vessel, viol13לַשָּׁרִ֑יםH7891zangers, zingen, Zingtbehold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman)14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15בָֽאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16כֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you17עֲצֵ֤יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood18אַלְמֻגִּים֙H484almuggimhoutalmug trees. Compare H418 (אַלְגּוּמִּים)19וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20נִרְאָ֔הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions21עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet22הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger23הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
13En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En de koningH4428SalomoH8010gafH5414 de koninginH4436 van SchebaH7614alH3605 haar behagenH2656, watH834 zij begeerdeH7592; behalve dat hij haar gafH5414 naar het vermogenH3027 van den koningH4428SalomoH8010; zo keerdeH6437 zij en toogH3212 in haar landH776, zijH1931 en haar knechtenH5650.En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten.
KJVAnd king1Solomon2gave3unto the queen4of Sheba5all her desire,8whatsoever she asked,10beside that which Solomon17gave13her of his royal16bounty.15So she turned18and went19to her own country,20she and her servants.22
1וְהַמֶּ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal2שְׁלֹמֹ֜הH8010SalomoSolomon3נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לְמַֽלְכַּתH4436koningin, koninginnenqueen5שְׁבָ֗אH7614Scheba, Sabeers, SebaSheba, Sabeans6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8חֶפְצָהּ֙H2656lust, voornemen, welbehagenacceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10שָׁאָ֔לָהH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish11מִלְּבַד֙H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נָֽתַןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לָ֔הּ15כְּיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17שְׁלֹמֹ֑הH8010SalomoSolomon18וַתֵּ֛פֶןH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)19וַתֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak20לְאַרְצָ֖הּH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21הִ֥יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who22וַעֲבָדֶֽיהָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
14Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Het gewichtH4948 nu van het goudH2091, datH834 voor SalomoH8010 op eenH259jaarH8141inkwamH935wasH1961zeshonderdH8337zesH8337 en zestigH8346talentenH3603goudsH2091;Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;
KJVNow the weight2of gold3that came5to Solomon6in one8year7was six9hundred10threescore11and six12talents13of gold,14
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִשְׁקַ֣לH4948gewicht, goudgewicht(full) weight3הַזָּהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בָּ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6לִשְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon7בְּשָׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8אֶחָ֑תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9שֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth10מֵא֛וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore11שִׁשִּׁ֥יםH8346zestigsixty, three score12וָשֵׁ֖שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth13כִּכַּ֥רH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent14זָהָֽבH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather
15Behalve dat van de kramers was, en van den handel der kruideniers, en van alle koningen van Arabie, en van de geweldigen van dat land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Behalve dat van de kramersH582 was, en van den handel der kruideniersH7402, en van alleH3605koningenH4428 van ArabieH6153, en van de geweldigenH6346 van dat landH776.Behalve dat van de kramers was, en van den handel der kruideniers, en van alle koningen van Arabie, en van de geweldigen van dat land.
KJVBeside that he had of the merchantmen,3and of the traffick4of the spice merchants,5and of all the kings7of Arabia,8and of the governors9of the country.10
1לְבַד֙H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength2מֵאַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3הַתָּרִ֔יםH8446verspieden, verspied, speurenchap(-man), sent to descry, be excellent, merchant(-man), search (out), seek, (e-) spy (out)4וּמִסְחַ֖רH4536handeltraffic5הָרֹכְלִ֑יםH7402kooplieden, kruideniers, handelaars(spice) merchant6וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal8הָעֶ֖רֶבH6152ArabieArabia9וּפַח֥וֹתH6346landvoogden, vorst, vorstencaptain, deputy, governor10הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
16Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Ook maakteH6213 de koningH4428SalomoH8010tweehonderdH3967rondassenH6793 van geslagenH7820goudH2091; zeshonderdH8337 sikkelen goudsH2091 liet hij opwegenH5927 tot elke rondasH6793.Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.
KJVAnd king2Solomon3made1two hundred4targets5of beaten7gold:6six8hundred9shekels of gold10went11to one14target.13
1וַיַּ֨עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3שְׁלֹמֹ֛הH8010SalomoSolomon4מָאתַ֥יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5צִנָּ֖הH6793rondas, rondassen, hakenbuckler, cold, hook, shield, target6זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7שָׁח֑וּטH7820geslagenbeat8שֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth9מֵא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore10זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather11יַעֲלֶ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הַצִּנָּ֥הH6793rondas, rondassen, hakenbuckler, cold, hook, shield, target14הָאֶחָֽתH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
17Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; drie pond gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van Libanon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Insgelijks driehonderdH7969schildenH4043 van geslagenH7820goudH2091; drieH7969pondH4488goudsH2091 liet hij opwegenH5927 tot elk schildH4043; en de koningH4428 legde ze in het huisH1004 des woudsH3293 van LibanonH3844.Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; drie pond gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van Libanon.
Ook in dit vers
leideH5414
KJVAnd he made three1hundred2shields3of beaten5gold;4three6pound7of gold8went9to one12shield:11and the king14put13them in the house15of the forest16of Lebanon.17
1וּשְׁלֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)2מֵא֤וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore3מָֽגִנִּים֙H4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield4זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5שָׁח֔וּטH7820geslagenbeat6שְׁלֹ֤שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7מָנִים֙H4488pond, ponden, mijnenmaneh, pound8זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9יַעֲלֶ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַמָּגֵ֣ןH4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield12הָאֶחָ֑תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13וַיִּתְּנֵ֣םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15בֵּ֖יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16יַ֥עַרH3293woud, wouds, wouden(honey-) comb, forest, wood17הַלְּבָנֽוֹןH3844LibanonLebanon
18Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met dicht goud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Nog maakteH6213 de koningH4428 een grotenH1419elpenbenenH8127troonH3678, en hij overtoogH6823 denzelven met dichtH6338goudH2091.Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met dicht goud.
KJVMoreover the king2made1a great5throne3of ivory,4and overlaid6it with the best8gold.7
19Deze troon had zes trappen, en het hoofd van den troon was van achteren rond, en aan beide zijden waren leuningen tot de zitplaats toe, en twee leeuwen stonden bij die leuningen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Deze troonH3678 had zesH8337trappenH4609, en het hoofdH7218 van den troonH3678 was van achterenH310rondH5696, en aan beideH4480 zijden waren leuningenH3027totH413 de zitplaatsH4725 toe, en tweeH8147leeuwenH738stondenH5975 bij die leuningenH3027.Deze troon had zes trappen, en het hoofd van den troon was van achteren rond, en aan beide zijden waren leuningen tot de zitplaats toe, en twee leeuwen stonden bij die leuningen.
KJVThe throne3had six1steps,2and the top4of the throne6was round5behind:7and there were stays8on either side on the place12of the seat,13and two14lions15stood16beside17the stays.18
1שֵׁ֧שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2מַעֲל֣וֹתH4609Hammaaloth, trappen, gradenthings that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story3לַכִּסֵּ֗הH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne4וְרֹאשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top5עָגֹ֤לH5696rond, ronderound6לַכִּסֵּה֙H3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne7מֵאַֽחֲרָ֔יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with8וְיָדֹ֛תH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9מִזֶּ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וּמִזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12מְק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)13הַשָּׁ֑בֶתH7675Baschebeth, plaats, stoelplace, seat. Compare H3429 (יֹשֵׁב בַּשֶּׁבֶת)14וּשְׁנַ֣יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15אֲרָי֔וֹתH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)16עֹמְדִ֖יםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry17אֵ֥צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)18הַיָּדֽוֹתH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20En twaalf leeuwen stonden daar op de zes trappen aan beide zijden, desgelijks is in geen koninkrijken gemaakt geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En twaalfH8147leeuwenH738stondenH5975daarH8033opH5921 de zesH8337trappenH4609 aan beideH4480zijdenH3651, desgelijks is in geenH3808koninkrijkenH4467gemaaktH6213 geweest.En twaalf leeuwen stonden daar op de zes trappen aan beide zijden, desgelijks is in geen koninkrijken gemaakt geweest.
KJVAnd twelve1lions3stood4there on the one side and on the other upon the six7steps:8there was not the like13made12in any kingdom.15
1וּשְׁנֵ֧יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2עָשָׂ֣רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)3אֲרָיִ֗יםH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)4עֹמְדִ֥יםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5שָׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7שֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth8הַֽמַּעֲל֖וֹתH4609Hammaaloth, trappen, gradenthings that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story9מִזֶּ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וּמִזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12נַעֲשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13כֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you14לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15מַמְלָכֽוֹתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Ook waren alle drinkvatenH4945 van den koningH4428SalomoH8010 van goudH2091, en alleH3605vatenH3627 van het huisH1004 des woudsH3293 van LibanonH3844 waren van geslotenH5462goudH2091; geen zilverH3701 was er aan; want het werd in de dagenH3117 van SalomoH8010 niet voor enig dingH3972geachtH2803.Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.
KJVAnd all king4Solomon's5drinking3vessels2were of gold,6and all the vessels8of the house9of the forest10of Lebanon11were of pure13gold;12none were of silver:15it was nothing20accounted17of in the days18of Solomon.19
1וְ֠כֹלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2כְּלֵ֞יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever3מַשְׁקֵ֨הH4945drank, drinkvaten, bevochtigdebutler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered4הַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon6זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7וְכֹ֗לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8כְּלֵ֛יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever9בֵּֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10יַ֥עַרH3293woud, wouds, wouden(honey-) comb, forest, wood11הַלְּבָנ֖וֹןH3844LibanonLebanon12זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather13סָג֑וּרH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly14אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15כֶּ֗סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17נֶחְשָׁ֛בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think18בִּימֵ֥יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon20לִמְאֽוּמָהH3972iets, ding, nietsfault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing
22Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22WantH3588 de koningH4428 had in zeeH3220schepenH590 van TharsisH8659, metH5973 de schepenH590 van HiramH2438; deze schepenH590 van TharsisH8659kwamenH935 in, eenmaalH259 in drieH7969jarenH8141, brengendeH5375goudH2091, en zilverH3701, elpenbeenH8143, en apenH6971, en pauwenH8500.Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
KJVFor the king4had at sea5a navy2of Tharshish3with the navy7of Hiram:8once9in three10years11came12the navy13of Tharshish,14bringing15gold,16and silver,17ivory,18and apes,19and peacocks.20
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֳנִ֨יH590schepen, roeischuitgalley, navy (of ships)3תַרְשִׁ֤ישׁH8659Tarsis, Tharsis, TharsisaTarshish, Tharshish4לַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal5בַּיָּ֔םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)6עִ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7אֳנִ֣יH590schepen, roeischuitgalley, navy (of ships)8חִירָ֑םH2438HiramHiram, Huram9אַחַת֩H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10לְשָׁלֹ֨שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11שָׁנִ֜יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)12תָּב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֳנִ֣יH590schepen, roeischuitgalley, navy (of ships)14תַרְשִׁ֗ישׁH8659Tarsis, Tharsis, TharsisaTarshish, Tharshish15נֹֽשְׂאֵת֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield16זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather17וָכֶ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)18שֶׁנְהַבִּ֥יםH8143elpenbeenivory19וְקֹפִ֖יםH6971apenape20וְתֻכִּיִּֽיםH8500pauwenpeacock
23Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde, in rijkdom en in wijsheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Alzo werd de koningH4428SalomoH8010groterH1431 dan alleH3605koningenH4428 der aardeH776, in rijkdomH6239 en in wijsheidH2451.Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde, in rijkdom en in wijsheid.
KJVSo king2Solomon3exceeded1all the kings5of the earth6for riches7and for wisdom.8
1וַיִּגְדַּל֙H1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower2הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon4מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7לְעֹ֖שֶׁרH6239rijkdom, rijkdoms, Rijkdom[idiom] far (richer), riches8וּלְחָכְמָֽהH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit
24En de ganse aarde zocht het aangezicht van Salomo, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En de ganseH3605aardeH776zochtH1245 het aangezichtH6440 van SalomoH8010, om zijn wijsheidH2451 te horenH8085, dieH834GodH430 in zijn hartH3820gegevenH5414 had.En de ganse aarde zocht het aangezicht van Salomo, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
KJVAnd all the earth2sought3to5Solomon,6to hear7his wisdom,9which God12had put11in his heart.13
1וְכָ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3מְבַקְשִׁ֖יםH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6שְׁלֹמֹ֑הH8010SalomoSolomon7לִשְׁמֹ֨עַ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9חָכְמָת֔וֹH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11נָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13בְּלִבּֽוֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
25En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, en harnas, en specerijen, paarden en muilezelen, elk ding van jaar tot jaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En zijH1992brachtenH935 een iederH376 zijn geschenkH4503, zilverenH3701vatenH3627, en goudenH2091vatenH3627, en klederenH8008, en harnasH5402, en specerijenH1314, paardenH5483 en muilezelenH6505, elk dingH1697 van jaarH8141 tot jaarH8141.En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, en harnas, en specerijen, paarden en muilezelen, elk ding van jaar tot jaar.
26Daartoe vergaderde Salomo wagenen en ruiteren, en hij had duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren, en legde ze in de wagensteden en bij den koning in Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Daartoe vergaderdeH622SalomoH8010wagenenH7393 en ruiterenH6571, en hij had duizendH505 en vierhonderdH702wagenenH7393, en twaalfH8147duizendH505ruiterenH6571, en legde ze in de wagenstedenH5892 en bijH5973 den koningH4428 in JeruzalemH3389.Daartoe vergaderde Salomo wagenen en ruiteren, en hij had duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren, en legde ze in de wagensteden en bij den koning in Jeruzalem.
Ook in dit vers
leideH5148
KJVAnd Solomon2gathered together1chariots3and horsemen:4and he had a thousand7and four8hundred9chariots,10and twelve11thousand13horsemen,14whom he bestowed15in the cities16for chariots,17and with the king19at Jerusalem.20
1וַיֶּאֱסֹ֣ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2שְׁלֹמֹה֮H8010SalomoSolomon3רֶ֣כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon4וּפָרָשִׁים֒H6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman5וַיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6ל֗וֹ7אֶ֤לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand8וְאַרְבַּעH702vier, vierhonderd, veertienfour9מֵאוֹת֙H3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore10רֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon11וּשְׁנֵיםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two12עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)13אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand14פָּֽרָשִׁ֑יםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman15וַיַּנְחֵם֙H5148leiden, geleid, leidbestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten16בְּעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17הָרֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon18וְעִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)19הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal20בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
27En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En de koningH4428 maakte het zilverH3701 in JeruzalemH3389 te zijn als stenenH68, en de cederenH730 maakte hij te zijn als de wilde vijgebomenH8256, dieH834 in de laagteH8219 zijn, in menigteH7230.En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.
KJVAnd the king2made1silver4to be in Jerusalem5as stones,6and cedars8made9he to be as the sycomore trees10that are in the vale,12for abundance.13
1וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַכֶּ֛סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5בִּירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6כָּאֲבָנִ֑יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)7וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָאֲרָזִ֗יםH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)9נָתַ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10כַּשִּׁקְמִ֥יםH8256wilde vijgebomen, wilde vijgensycamore (fruit, tree)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בַּשְּׁפֵלָ֖הH8219laagte, laagtenlow country, (low) plain, vale(-ley)13לָרֹֽבH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
28En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnen garen, de kooplieden des konings namen het linnen garen voor den prijs.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En het uitbrengenH4161 der paardenH5483 was hetgeenH834SalomoH8010 uit EgypteH4714 had; en aangaande het linnen garenH4723, de koopliedenH5503 des koningsH4428namenH3947 het linnen garenH4723 voor den prijsH4242.En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnen garen, de kooplieden des konings namen het linnen garen voor den prijs.
KJVAnd Solomon4had horses2brought1out of Egypt,5and linen yarn:6the king's8merchants7received9the linen yarn10at a price.11
1וּמוֹצָ֧אH4161uitgang, uitgangen, gegaanbrought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs)2הַסּוּסִ֛יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4לִשְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon5מִמִּצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6וּמִקְוֵ֕הH4723Verwachting, vergadering, linnen garenabiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool7סֹחֲרֵ֣יH5503kooplieden, koophandel, handelaarsgo about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick8הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9יִקְח֥וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10מִקְוֵ֖הH4723Verwachting, vergadering, linnen garenabiding, gathering together, hope, linen yarn, plenty (of water), pool11בִּמְחִֽירH4242prijs, hondenprijs, koopgeldgain, hire, price, sold, worth
29En een wagen kwam op, en ging uit van Egypte, voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor honderd en vijftig; en alzo voerden ze die uit door hun hand voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En een wagenH4818 kwam op, en ging uit van EgypteH4714, voor zeshonderdH8337 sikkelen zilversH3701, en een paardH5483 voor honderdH3967 en vijftigH2572; en alzoH3651voerdenH3318 ze die uit door hun handH3027 voor alleH3605koningenH4428 der HethietenH2850, en voor de koningenH4428 van SyrieH758.En een wagen kwam op, en ging uit van Egypte, voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor honderd en vijftig; en alzo voerden ze die uit door hun hand voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.
KJVAnd a chariot3came up1and went out2of Egypt4for six5hundred6shekels of silver,7and an horse8for an hundred10and fifty:9and so for all the kings13of the Hittites,14and for the kings15of Syria,16did they bring them out18by their means.17
1וַֽ֠תַּעֲלֶהH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2וַתֵּצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3מֶרְכָּבָ֤הH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)4מִמִּצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5בְּשֵׁ֣שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth6מֵא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7כֶּ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)8וְס֖וּסH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)9בַּחֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty10וּמֵאָ֑הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore11וְ֠כֵןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מַלְכֵ֧יH4428koning, konings, koningenking, royal14הַחִתִּ֛יםH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities15וּלְמַלְכֵ֥יH4428koning, konings, koningenking, royal16אֲרָ֖םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians17בְּיָדָ֥םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18יֹצִֽאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 10:1— En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken.Mattheüs 12:42→Lukas 11:31→Genesis 10:28→Genesis 10:7→Psalmen 72:10→Psalmen 72:15→Jeremia 6:20→Psalmen 49:4→
1 Koningen 10:2— En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was.Lukas 24:15→Genesis 18:33→1 Koningen 10:10→Handelingen 25:23→Job 4:2→Jesaja 60:6→2 Koningen 5:5→Psalmen 4:4→
1 Koningen 10:3— En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.2 Samuël 14:20→Hebreeën 4:12→1 Korinthe 1:30→Mattheüs 13:11→2 Samuël 14:17→Daniël 2:20→Spreuken 1:5→1 Koningen 3:12→
1 Koningen 10:4— Als nu de koningin van Scheba zag al de wijsheid van Salomo, en het huis, hetwelk hij gebouwd had,1 Koningen 6:1→Prediker 12:9→1 Koningen 3:28→1 Koningen 4:29→Mattheüs 12:42→2 Kronieken 9:3→
1 Koningen 10:5— En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.1 Kronieken 26:16→2 Koningen 16:18→1 Kronieken 9:18→Jozua 5:1→1 Koningen 4:22→2 Kronieken 23:13→Ezechiël 44:3→2 Kronieken 9:4→
1 Koningen 10:6— En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.2 Kronieken 9:5→
1 Koningen 10:7— Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.1 Korinthe 2:9→Johannes 20:25→1 Johannes 3:2→Jesaja 64:4→Zacharia 9:17→Markus 16:11→
1 Koningen 10:8— Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen!Spreuken 8:34→Lukas 11:28→Spreuken 10:21→Lukas 11:31→Spreuken 13:20→Lukas 10:39→2 Kronieken 9:7→Spreuken 3:13→
1 Koningen 10:9— Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.Psalmen 72:2→1 Koningen 5:7→2 Samuël 8:15→2 Kronieken 2:11→Jesaja 42:1→Psalmen 18:19→2 Samuël 23:3→1 Kronieken 17:22→
1 Koningen 10:10— En zij gaf den koning honderd en twintig talenten gouds, en zeer veel specerijen, en kostelijk gesteente; als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen.1 Koningen 10:2→Psalmen 72:15→Spreuken 20:15→Genesis 43:11→1 Koningen 9:14→Openbaring 21:11→Psalmen 72:10→Mattheüs 2:11→
1 Koningen 10:11— Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente.1 Koningen 9:27→Psalmen 45:9→2 Kronieken 8:18→2 Kronieken 2:8→2 Kronieken 9:10→
1 Koningen 10:12— En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.1 Kronieken 23:5→Openbaring 14:2→Psalmen 150:3→1 Kronieken 25:1→Psalmen 92:1→
1 Koningen 10:13— En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten.Johannes 14:13→1 Koningen 10:2→Psalmen 20:4→Mattheüs 15:28→1 Koningen 9:1→Efeze 3:20→Psalmen 37:4→
1 Koningen 10:14— Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;1 Koningen 9:28→2 Kronieken 9:13→
1 Koningen 10:15— Behalve dat van de kramers was, en van den handel der kruideniers, en van alle koningen van Arabie, en van de geweldigen van dat land.Psalmen 72:10→1 Kronieken 9:24→2 Kronieken 9:13→Galaten 4:25→Jesaja 21:13→
1 Koningen 10:16— Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.1 Koningen 14:26→2 Kronieken 12:9→2 Kronieken 9:15→
1 Koningen 10:17— Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; drie pond gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van Libanon.1 Koningen 7:2→1 Koningen 14:26→
1 Koningen 10:18— Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met dicht goud.Psalmen 45:8→1 Koningen 10:22→Openbaring 20:11→Ezechiël 27:6→2 Kronieken 9:17→Amos 6:4→Psalmen 45:6→Psalmen 122:5→
1 Koningen 10:20— En twaalf leeuwen stonden daar op de zes trappen aan beide zijden, desgelijks is in geen koninkrijken gemaakt geweest.Numeri 24:9→Numeri 23:24→Genesis 49:9→Openbaring 5:5→
1 Koningen 10:21— Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.1 Koningen 10:17→2 Kronieken 9:20→1 Koningen 7:2→
1 Koningen 10:22— Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.1 Koningen 22:48→Genesis 10:4→2 Kronieken 20:36→Psalmen 72:10→Psalmen 48:7→Ezechiël 27:12→1 Koningen 10:18→Jesaja 60:9→
1 Koningen 10:23— Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde, in rijkdom en in wijsheid.1 Koningen 3:12→1 Koningen 4:29→Kolossenzen 1:18→Efeze 3:8→Kolossenzen 2:2→2 Kronieken 9:22→Psalmen 89:27→
1 Koningen 10:24— En de ganse aarde zocht het aangezicht van Salomo, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.1 Koningen 3:28→1 Koningen 3:9→1 Koningen 3:12→Jakobus 1:5→Daniël 2:21→Daniël 2:23→Daniël 5:11→Daniël 1:17→
1 Koningen 10:25— En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, en harnas, en specerijen, paarden en muilezelen, elk ding van jaar tot jaar.2 Samuël 8:2→Richteren 3:15→Psalmen 72:10→Jesaja 36:16→1 Samuël 10:27→Esther 8:14→Esther 8:10→1 Koningen 18:5→
1 Koningen 10:26— Daartoe vergaderde Salomo wagenen en ruiteren, en hij had duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren, en legde ze in de wagensteden en bij den koning in Jeruzalem.2 Kronieken 9:25→1 Koningen 4:26→1 Koningen 9:19→Deuteronomium 17:16→2 Kronieken 1:14→Jesaja 2:7→
1 Koningen 10:27— En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.Deuteronomium 17:17→Job 22:24→2 Kronieken 9:27→2 Kronieken 1:15→
1 Koningen 10:28— En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnen garen, de kooplieden des konings namen het linnen garen voor den prijs.2 Kronieken 9:28→Deuteronomium 17:16→Genesis 41:42→Jesaja 36:9→Jesaja 31:1→Jesaja 19:9→2 Kronieken 1:16→Spreuken 7:16→
1 Koningen 10:29— En een wagen kwam op, en ging uit van Egypte, voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor honderd en vijftig; en alzo voerden ze die uit door hun hand voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.Jozua 1:4→Hosea 12:10→Maleachi 1:1→2 Koningen 7:6→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 10 vers 1— En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken.
Scheba
Een landschap, gelegen zuidwaarts van Kanaän, Matt. 12:42, en Luc. 11:31, hebbende zijn naam van Scheba, den zoon van Cus. Zie Gen. 10:7.
Hertaald:Scheba
Een landstreek ten zuiden van Kanaän, Matth. 12:42, en Luk. 11:31, die haar naam ontleent aan Scheba, de zoon van Kus. Zie Gen. 10:7.
aangaande
Of, om, van den naam, enz. Hiermede wordt aangewezen de oorzaak van de grote vermaardheid van Salomo, welke was niet alleen zijn hoge wijsheid, waarmede hij alle mensen overtrof, boven, 1 Kon. 4:30-31, maar inzonderheid de wonderbare wijze, alzo hij dezelve metterhaast door een ingestorte gave der verlichting, zonder zijn arbeid en der mensen onderwijzing, van den HEERE verkregen had.
Hertaald:aangaande
Of: om, vanwege de naam, enzovoort. Hiermee wordt de oorzaak van Salomo's grote vermaardheid aangewezen. Dat was niet alleen zijn grote wijsheid, waarmee hij alle mensen overtrof, hierboven 1 Kon. 4:30-31, maar vooral de wonderlijke manier waarop hij die had gekregen: in korte tijd, door een ingestorte gave van verlichting, zonder eigen inspanning en zonder onderwijs van mensen, van de HEERE ontvangen.
raadselen
Het Hebreeuwse woord betekent duistere redenen, in welke wat gevraagd of voorgesteld wordt, dat een verborgen verstand heeft. Alzo Num. 12:8; Richt. 14:12, en het wordt Matt. 13:35, uit Ps. 78:2, overgezet verborgen dingen.
Hertaald:raadselen
Het Hebreeuwse woord betekent duistere uitspraken, waarin iets gevraagd of voorgelegd wordt dat een verborgen betekenis heeft. Zo ook Num. 12:8; Richt. 14:12; en in Matth. 13:35 wordt het, aangehaald uit Ps. 78:2, vertaald met verborgen dingen.
1 Koningen 10 vers 2— En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was.
zwaar heir,
Dat is, met een zeer groot gevolg van statelijken trein. Zie Gen. 50:9.
Hertaald:zwaar heir,
Dat is: met een zeer groot gevolg en een statige stoet. Zie Gen. 50:9.
al wat in haar hart was
Dat is, al wat zij in haar hart voorgenomen had met hem te spreken. Zie boven, 1 Kon. 8:17.
Hertaald:al wat in haar hart was
Dat is: alles wat zij zich had voorgenomen met hem te bespreken. Zie hierboven 1 Kon. 8:17.
1 Koningen 10 vers 3— En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.
al haar woorden;
Dat is, de duistere vragen en diepzinnige raadselen, die zij den koning voorstelde.
Hertaald:al haar woorden;
Dat is: de duistere vragen en diepzinnige raadsels die zij de koning voorlegde.
verborgen
Dat is, zo duister, scherpzinnig, of ingewikkeld, waarin zijn wijsheid tekort zou gekomen hebben, om het uit te leggen.
Hertaald:verborgen
Dat is: zo duister, scherpzinnig of ingewikkeld dat zijn wijsheid tekort zou zijn geschoten om het uit te leggen.
1 Koningen 10 vers 5— En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.
het zitten
Versta, de welgeschikte en heerlijke orde, naar welke zijn vorsten en raadsheren aan de tafel zaten; en de hofdienaren stonden om de tafel te dienen. Anderen verstaan dit van het zitten in den raad, of in het gericht bij den koning.
Hertaald:het zitten
Versta hieronder de welgeordende en luisterrijke rangschikking waarin zijn vorsten en raadsheren aan tafel zaten, terwijl de hofdienaren klaarstonden om aan tafel te bedienen. Anderen betrekken dit op het zitten in de raad of in de rechtszitting bij de koning.
zijn opgang,
Versta dit van de kunstige galerijen, waardoor de koning van zijn huis in des Heeren huis opging, of ook van het statelijk gevolg, hetwelk hem hierin vergezelschapte. Anderen vertalen dit: En zijn offerande, die hij in het huis des Heeren offerde.
Hertaald:zijn opgang,
Versta dit van de kunstig gemaakte galerijen waarlangs de koning van zijn huis naar het huis van de HEERE ging, of ook van het statige gevolg dat hem daarbij vergezelde. Anderen vertalen het zo: En zijn offer, dat hij in het huis van de HEERE bracht.
zo was in haar
Te weten, door de verslagenheid, die haar de overgrote verwondering toebracht.
Hertaald:zo was in haar
Namelijk: door de verslagenheid die haar overweldigende verwondering bij haar teweegbracht.
1 Koningen 10 vers 6— En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.
zaken
Hebreeuws, woorden.
Hertaald:zaken
Hebreeuws: woorden.
1 Koningen 10 vers 7— Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.
gij hebt met wijsheid,
Hebreeuws, wijsheid, en goed hebt gij toegedaan tot het gerucht dat ik gehoord heb. Versta door de wijsheid de gave des verstands, waarmede de koning versierd was, en door het goed zijn deugden en treffelijke werken, waarmede hij zijn onderzaten weldeed.
Hertaald:gij hebt met wijsheid,
Hebreeuws: wijsheid en goed hebt u toegevoegd aan het gerucht dat ik gehoord heb. Versta onder de wijsheid de gave van het verstand waarmee de koning gesierd was, en onder het goede zijn deugden en voortreffelijke werken, waarmee hij zijn onderdanen goeddeed.
1 Koningen 10 vers 8— Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen!
mannen,
Te weten, die bij u wonen.
Hertaald:mannen,
Namelijk: die bij u wonen.
voor uw aangezicht staan,
Dat is, die u gewoonlijk dienen. Zie Deut. 1:38.
Hertaald:voor uw aangezicht staan,
Dat is: die u gewoonlijk dienen. Zie Deut. 1:38.
1 Koningen 10 vers 9— Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
om recht
Deze manier van spreken den overheden toegeschreven zijnde, betekent zoveel als in het gericht de kwaden te veroordelen en te straffen, en de goeden vrij te spreken en te beschermen, of van de voorvallende zaken kennis te nemen, en recht oordelen, en daarnaar dat recht is uit te voeren door het straffen van de kwaden en het beschermen van de goeden; 2 Sam. 8:15.
Hertaald:om recht
Wanneer deze manier van spreken over overheden gebruikt wordt, betekent zij zoveel als in de rechtspraak de kwaden veroordelen en straffen en de goeden vrijspreken en beschermen. Of ook: kennisnemen van de zaken die zich voordoen, daarover rechtvaardig oordelen, en daarna uitvoeren wat recht is door de kwaden te straffen en de goeden te beschermen; 2 Sam. 8:15.
1 Koningen 10 vers 11— Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente.
almuggimhout
Wat het Hebreeuwse woord voor een hout betekent is onzeker. Het wordt 2 Kron. 2:8, en 2 Kron. 9:10
Hertaald:almuggimhout
Wat het Hebreeuwse woord voor houtsoort aanduidt is onzeker. Het wordt in 2 Kron. 2:8, en 2 Kron. 9:10
1 Koningen 10 vers 12— En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.
steunselen
Versta hiermede baliën, onderzettingen, of handleuningen aan de galerijen, door welke men ging van het huis des konings tot in den tempel. Vergelijk boven, 1 Kon. 9:5; 1 Kron. 26:16, 1 Kron. 26:18; 2 Kron. 9:11.
Hertaald:steunselen
Versta hieronder balustrades, onderstellen of leuningen aan de galerijen waarlangs men van het huis van de koning naar de tempel ging. Vergelijk hierboven 1 Kon. 9:5; 1 Kron. 26:16, 1 Kron. 26:18; 2 Kron. 9:11.
Het almuggimhout
Te weten, zo kostelijk, of in zulk een overvloed.
Hertaald:Het almuggimhout
Namelijk: zo kostbaar, of in zo'n overvloed.
niet gekomen
Te weten, voor dezen tijd in het land van Juda, 2 Kron. 9:11.
Hertaald:niet gekomen
Namelijk: vóór deze tijd in het land Juda, 2 Kron. 9:11.
1 Koningen 10 vers 13— En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten.
naar het vermogen
Hebreeuws, naar de hand des, enz., dat is, vanzelf, naar zijn koninklijke macht en mildheid.
Hertaald:naar het vermogen
Hebreeuws: naar de hand van, enzovoort; dat is: uit zichzelf, naar zijn koninklijke macht en vrijgevigheid.
konings Sálomo;
Dat is, naar zijn vermogen. Vergelijk boven, 1 Kon. 8:1, en 1 Kon. 9:1.
Hertaald:konings Sálomo;
Dat is: naar zijn vermogen. Vergelijk hierboven 1 Kon. 8:1, en 1 Kon. 9:1.
1 Koningen 10 vers 14— Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;
op een jaar
Dat is, op elk jaar. Zie Num. 28:13.
Hertaald:op een jaar
Dat is: elk jaar. Zie Num. 28:13.
talenten gouds;
Zie de waarde van een talent gouds, Ex. 25:39.
Hertaald:talenten gouds;
Zie de waarde van een talent goud in Ex. 25:39.
1 Koningen 10 vers 15— Behalve dat van de kramers was, en van den handel der kruideniers, en van alle koningen van Arabie, en van de geweldigen van dat land.
kramers
Of, kraamlieden. Hebreeuws, vande mannen die bespieden, doorzoeken, doorsnuffelen. Versta dezulken, die van grote kooplieden in verscheidene landen uitgezonden worden, om hun waren ten duurste te verkopen, en andere tot den minsten prijs in te kopen, en dan dezelve aan hun meesters over te zenden, of toe te brengen. Anderen verstaan dit van de tollenaars of pachters, die zeer nauw plegen toe te zien om de kooplieden te betrappen, die van hun goederen iets zouden mogen versteken en verborgen houden.
Hertaald:kramers
Of: marskramers. Hebreeuws: van de mannen die spieden, doorzoeken, rondsnuffelen. Versta hieronder mensen die door grote kooplieden naar verschillende landen uitgezonden worden om hun waren zo duur mogelijk te verkopen en andere zo goedkoop mogelijk in te kopen, en die dan naar hun meesters te sturen of te brengen. Anderen betrekken dit op de tollenaars of pachters, die zeer scherp plegen toe te zien om kooplieden te betrappen die iets van hun goederen zouden willen verzwijgen en verborgen houden.
kruideniers,
Of, drogisten.
Hertaald:kruideniers,
Of: drogisten.
koningen van Arabië,
Versta, degenen, die nabij gelegen waren, zowel oostwaarts als zuidwaarts.
Hertaald:koningen van Arabië,
Versta hieronder de koningen die dichtbij lagen, zowel in het oosten als in het zuiden.
1 Koningen 10 vers 16— Ook maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elke rondas.
sikkelen
Versta, gemene sikkels, van welker waarde zie Gen. 24:22.
Hertaald:sikkelen
Versta hieronder gewone sikkels; zie over de waarde daarvan Gen. 24:22.
opwegen
Hebreeuws, deed hij opklimmen, of opgaan.
Hertaald:opwegen
Hebreeuws: liet hij opklimmen, of: opgaan.
1 Koningen 10 vers 17— Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; drie pond gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van Libanon.
pond gouds
Hebreeuws, Manim; een mina of pond; deed gewoonlijk honderd gemene sikkels; dienvolgens was elk schild waard drie honderd sikkelen gouds. Zie 2 Kron. 9:16.
Hertaald:pond gouds
Hebreeuws: manim; een mine of pond bevatte gewoonlijk honderd gewone sikkels; bijgevolg was elk schild driehonderd sikkels goud waard. Zie 2 Kron. 9:16.
in het huis
Zie hiervan boven, 1 Kon. 7:2.
Hertaald:in het huis
Zie hierover hierboven 1 Kon. 7:2.
1 Koningen 10 vers 18— Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met dicht goud.
elpenbenen troon,
Hebreeuws, een troon des tands; te weten, der olifanten, waarvan het ivoor of elpenbeen komt van hetwelk men tot versiering vele dingen gemaakt heeft, gelijk te zien is hier en onder, 1 Kon. 22:39; Ps. 45:9; Am. 3:15, en Am. 6:4.
Hertaald:elpenbenen troon,
Hebreeuws: een troon van de tand; namelijk van de olifanten, waarvan het ivoor komt waarvan men veel dingen ter versiering gemaakt heeft, zoals hier te zien is en hieronder in 1 Kon. 22:39; Ps. 45:9; Amos 3:15, en Amos 6:4.
dicht goud
Dat is, dat wel gezuiverd en gelouterd en daarom een zeer dicht en vast is.
Hertaald:dicht goud
Dat is: goud dat goed gezuiverd en gelouterd is en daarom zeer dicht en vast.
1 Koningen 10 vers 19— Deze troon had zes trappen, en het hoofd van den troon was van achteren rond, en aan beide zijden waren leuningen tot de zitplaats toe, en twee leeuwen stonden bij die leuningen.
rond,
Dat is, boogsgewijze, of naar het fatsoen van een boog.
Hertaald:rond,
Dat is: boogvormig, of naar het model van een boog.
aan beide zijden
Hebreeuws, van hier, van van daar, of, van ginds en van weer. Alzo in vs.20.
Hertaald:aan beide zijden
Hebreeuws: van hier en van daar. Zo ook in vers 20.
leuningen tot de zitplaats toe,
Hebreeuws, handen.
Hertaald:leuningen tot de zitplaats toe,
Hebreeuws: handen.
1 Koningen 10 vers 21— Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.
het werd
Te weten, het zilver. Een overtollige manier van spreken. Vergelijk onder, vs.27, en de aantekeningen daarop.
Hertaald:het werd
Namelijk: het zilver. Een overdrijvende manier van spreken. Vergelijk hieronder vers 27 met de aantekeningen daar.
1 Koningen 10 vers 22— Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
Tharsis,
Sommigen verstaan door dit woord de grote zee, genaamd Oceanus, en door de schepen van Tarsis, de schepen die in die zee voeren. Anderen nemen Tarsis voor Cilicië, welks hoofdstad, genaamd Tarsus, een zeer vermaarde haven had, in welke men gelegenheid vond om te varen naar Afrika, Indië en andere vergelegen landen. Vergelijk Gen. 10:4. Anderen menen dat Tarsis is Afrika, en dat door de schepen van Tarsis te verstaan is een vloot, toegemaakt om te varen naar de Afrikaanse zee.
Hertaald:Tharsis,
Sommigen verstaan onder dit woord de grote zee, de Oceaan genoemd, en onder de schepen van Tarsis de schepen die op die zee voeren. Anderen vatten Tarsis op als Cilicië, waarvan de hoofdstad Tarsus een zeer beroemde haven had, van waaruit men naar Afrika, India en andere verafgelegen landen kon varen. Vergelijk Gen. 10:4. Weer anderen menen dat Tarsis Afrika is, en dat men onder de schepen van Tarsis een vloot moet verstaan die uitgerust was om naar de Afrikaanse zee te varen.
apen,
Of, meerkatten.
Hertaald:apen,
Of: meerkatten.
pauwen
Of, papegaaien.
Hertaald:pauwen
Of: papegaaien.
1 Koningen 10 vers 24— En de ganse aarde zocht het aangezicht van Salomo, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
ganse aarde
Versta, niet alle mensen der gehele wereld, maar de voornaamsten, als de prinsen, heren, vorsten, enz. van alle omliggende landen. Zie 2 Kron. 9:23.
Hertaald:ganse aarde
Versta hieronder niet alle mensen van de hele wereld, maar de voornaamsten, zoals de prinsen, heren, vorsten enzovoort van alle omliggende landen. Zie 2 Kron. 9:23.
1 Koningen 10 vers 25— En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, en harnas, en specerijen, paarden en muilezelen, elk ding van jaar tot jaar.
elk ding
Hebreeuws, de zaak des jaars in het jaar; dat is, elk geschenk jaarlijks.
Hertaald:elk ding
Hebreeuws: de zaak van het jaar in het jaar; dat is: elk geschenk jaarlijks.
1 Koningen 10 vers 26— Daartoe vergaderde Salomo wagenen en ruiteren, en hij had duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren, en legde ze in de wagensteden en bij den koning in Jeruzalem.
bij den koning
Dat is, bij hem. Vergelijk boven, vs.13.
Hertaald:bij den koning
Dat is: bij hem. Vergelijk hierboven vers 13.
1 Koningen 10 vers 27— En de koning maakte het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.
maakte het zilver
Hebreeuws, gaf.
Hertaald:maakte het zilver
Hebreeuws: gaf.
als stenen,
Een overtollige manier van spreken, zeer groten overvloed te kennen gevende. Zie Gen. 13:16, en boven, vs.21. Alzo 2 Kron. 9:27.
Hertaald:als stenen,
Een overdrijvende manier van spreken, die een zeer grote overvloed te kennen geeft. Zie Gen. 13:16 en hierboven vers 21. Zo ook 2 Kron. 9:27.
vijgebomen,
Of, als de sycomoren; dat is, vijgmoerbeziënbomen.
Hertaald:vijgebomen,
Of: als de sycomoren; dat is: vijgenmoerbeibomen.
1 Koningen 10 vers 28— En het uitbrengen der paarden was hetgeen Salomo uit Egypte had; en aangaande het linnen garen, de kooplieden des konings namen het linnen garen voor den prijs.
paarden
Egypte was zeer rijk aan schone paarden, fijn vlas en linnen, byssus genaamd, welke van de naburige landen zeer getrokken werden, doch mochten niet dan met betaling van den gezetten tol uitgelaten worden. Farao nu heeft aan Salomo, die zijn dochter getrouwd had, het recht van den tol overgezet, die denzelven door zijn kooplieden of pachters heeft vergaderd, en daarvan groot profijt ontvangen.
Hertaald:paarden
Egypte was zeer rijk aan mooie paarden en aan fijn vlas en linnen, byssus genoemd, waar de omliggende landen sterk naar vroegen; maar die mochten alleen uitgevoerd worden tegen betaling van de vastgestelde tol. Farao nu heeft het recht op die tol overgedragen aan Salomo, die zijn dochter getrouwd had; Salomo heeft hem door zijn kooplieden of pachters laten innen en er grote winst uit ontvangen.
linnen garen,
Zie Gen. 41:42.
Hertaald:linnen garen,
Zie Gen. 41:42.
kooplieden
Versta, de tollenaars, of pachters van de tollen.
Hertaald:kooplieden
Versta hieronder de tollenaars of de pachters van de tollen.
linnen garen voor
Mitsgaders de paarden.
Hertaald:linnen garen voor
En ook de paarden.
den prijs
Dat is, voor een zekeren gezetten prijs.
Hertaald:den prijs
Dat is: voor een bepaalde vastgestelde prijs.
1 Koningen 10 vers 29— En een wagen kwam op, en ging uit van Egypte, voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor honderd en vijftig; en alzo voerden ze die uit door hun hand voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrie.
een wagen
Versta dit van een wagen, die met linnengaren of garenwerk geladen was, en ook van de geladen paarden, ja van de paarden zelf. Een wagen nu gaf viermaal zoveel als een paard, dewijl men gewoon was vier paarden voor een wagen te spannen. De tol dan van een geladen wagen zes honderd sikkels zijnde, was de tol van een geladen paard honderd en vijftig sikkelen.
Hertaald:een wagen
Versta dit van een wagen die met linnengaren of garenwerk geladen was, en ook van de beladen paarden, ja van de paarden zelf. Een wagen bracht vier keer zoveel op als een paard, omdat men gewend was vier paarden voor een wagen te spannen. Aangezien de tol van een beladen wagen zeshonderd sikkels was, bedroeg de tol van een beladen paard honderdvijftig sikkels.
zilvers,
Zie van des sikkels waarde Gen. 20:16, en Gen. 23:15.
Hertaald:zilvers,
Zie over de waarde van de sikkel Gen. 20:16 en Gen. 23:15.
alzo voerden ze
Dat is, de goederen uit Egypte komende, belastte Salomo niet alleen als zij in zijn land kwamen, maar ook als zij gevoerd werden in de landen der Hethieten en Syriërs, van welken Salomo door dit middel ook schatting heeft ontvangen, omdat de paarden en goederen door zijn land of gebied passeren moesten. Anderen verstaan dit alzo, dat de koningen der Hethieten en Syriërs ook tol getrokken hebben van de waren, die in hun landen gebracht werden.
Hertaald:alzo voerden ze
Dat is: Salomo belastte de goederen die uit Egypte kwamen niet alleen wanneer zij zijn land binnenkwamen, maar ook wanneer zij doorgevoerd werden naar de landen van de Hethieten en de Syriërs. Ook van hen heeft Salomo op deze manier schatting ontvangen, omdat de paarden en de goederen door zijn land of gebied moesten passeren. Anderen vatten het zo op, dat ook de koningen van de Hethieten en de Syriërs tol geheven hebben van de waren die in hun landen gebracht werden.
hun hand
Namelijk, van de kooplieden en pachters in vs.28 gemeld.
Hertaald:hun hand
Namelijk: van de kooplieden en pachters die in vers 28 genoemd zijn.
Hethieten,
Oostwaarts van Palestina wonende.
Hertaald:Hethieten,
Die ten oosten van Palestina woonden.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De koningin van Scheba — (Scheba: mogelijk "eed" of "zeven")
Een vorstin uit Scheba (Zuid-Arabië), wier persoonlijke naam de Schrift niet vermeldt. Zij bezocht Salomo om hem met moeilijke vragen op de proef te stellen, en was overweldigd door zijn wijsheid en rijkdom; zij zegende de HEERE om hetgeen Hij Salomo gegeven had en gaf hem kostbare geschenken van goud, specerijen en edelgesteente (1 Kon. 10:1-13).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Scheba (het land van de koningin van Scheba) — vernoemd naar Scheba, een nakomeling van zowel Cham (via Cus, Gen. 10:7) als van Sem (via Joktan, Gen. 10:28) — de Schrift kent dus meerdere geslachten met deze naam
Ligging: Doorgaans gelijkgesteld met het latere koninkrijk Sabea in het zuidwesten van het Arabisch schiereiland (het huidige Jemen), een rijk gebied door de wierook- en specerijenhandel.
Geschiedenis: Vanhier reisde de koningin van Scheba, met een zeer grote karavaan van kamelen beladen met specerijen, zeer veel goud en edelgesteente, naar Jeruzalem om Salomo's wijsheid op de proef te stellen met raadselen; overweldigd door zijn wijsheid, zijn huis, zijn tafel en de brandoffers die hij in het huis des HEEREN bracht, erkende zij dat zelfs de helft haar niet was aangezegd, en prees zij de HEERE, Die Israël zo liefhad dat Hij Salomo tot koning gesteld had (1 Kon. 10:1-13).
Bijbelse betekenis: De Heere Jezus Zelf haalt deze geschiedenis aan als voorbeeld van hoe zelfs een heidense koningin van het uiterste einde der aarde bereid was een grote afstand af te leggen om ware wijsheid te horen — en gebruikt haar als een aanklacht tegen Zijn eigen, ongelovige generatie, die weigerde te luisteren naar Iemand die "meer dan Salomo" was (Matt. 12:42; Luk. 11:31).
Archeologie: Opgravingen in Jemen (o.a. bij Marib) hebben resten van het oude Sabeese koninkrijk blootgelegd, waaronder een grote dam en tempelruïnes, die de rijkdom van dit specerijenrijk in de oudheid bevestigen — al is directe archeologische bevestiging van het koninginnenbezoek zelf, zoals bij de meeste persoonlijke bijbelse ontmoetingen, niet te verwachten.
Gen. 10:7, 28; 1 Kon. 10:1-13; 2 Kron. 9:1-12; Ps. 72:10, 15; Jes. 60:6; Matt. 12:42; Luk. 11:31
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De koningin van Scheba — de koningin van Scheba, die over Salomo's wijsheid gehoord heeft, komt hem beproeven met raadselen; overweldigd door alles wat zij ziet, erkent zij: "de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb" (1 Kon. 10:1,7)
De koningin van Scheba hoort het gerucht van Salomo, "aangaande den Naam des HEEREN", en komt met een zeer zwaar gevolg en kostbare geschenken om hem met raadselen op de proef te stellen (1 Kon. 10:1-2). Salomo beantwoordt al haar vragen; niets is voor hem verborgen (1 Kon. 10:3). Bij het zien van zijn wijsheid, zijn huis, zijn tafel, zijn dienaren en zijn offers, "was in haar geen geest meer" (1 Kon. 10:4-5). Zij belijdt: "Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd" (1 Kon. 10:6-7), en prijst de HEERE, Die Salomo op de troon gezet heeft "om recht en gerechtigheid te doen" (1 Kon. 10:8-9). Zij geeft hem grote rijkdom aan goud en specerijen (1 Kon. 10:10).
Bijbelse betekenis: Deze heidense koningin, van ver buiten Israël, herkent in Salomo's wijsheid iets dat uiteindelijk van de HEERE Zelf komt, en prijst niet Salomo maar de HEERE Die hem gegeven heeft wat zij ziet. Haar reis om zelf te komen zien, in plaats van op geruchten te vertrouwen, tekent een oprechte zoektocht naar waarheid die verder gaat dan de meeste van Salomo's eigen volk ooit toonden.
Typologie: Christus wijst later naar deze koningin als aanklacht tegen de onverschilligheid van Zijn eigen tijdgenoten: "De koningin van het zuiden zal opstaan in het oordeel met dit geslacht, en hetzelve veroordelen; want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier!" (Matt. 12:42) — wie van ver kwam voor mindere wijsheid, veroordeelt hen die de grotere Wijsheid zelf naast zich hadden en haar verwierpen.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het koninkrijkniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
De helft is mij niet aangezegd — 10:1-13
De koningin van Scheba komt van ver, met kamelen die specerijen dragen, goud in menigte en edelgesteente. Zij komt niet uit nieuwsgierigheid alleen: zij komt om Salomo met raadselen te verzoeken.
Zij kwam om te toetsen wat zij gehoord had, en gaf toe dat het gerucht te weinig gezegd had — en Christus haalt haar aan tegen Zijn eigen hoorders.
Wat zij gehoord had, staat er nauwkeurig bij: het gerucht van Salomo, aangaande den Naam des HEEREN. Het ging dus niet alleen over zijn rijkdom maar over de God die hem dat gegeven had.
Zij legt hem alles voor wat in haar hart was, en er staat dat Salomo haar al haar woorden verklaarde; er was geen ding verborgen dat hij haar niet verklaarde.
Daarna beschrijft de tekst wat zij zag: zijn huis, de spijs van zijn tafel, de zitting van zijn knechten, de kleding van zijn dienaren. En dan staat er dat er geen geest meer in haar was.
Haar belijdenis is eerlijk over haar eerdere ongeloof: ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben en mijn ogen dat gezien hebben. En zie, de helft is mij niet aangezegd.
Dat is de zin waar dit gedeelte om draait. Het gerucht was groot en de werkelijkheid was groter.
Waar haar lofprijzing op uitkomt, is niet de koning maar Wie hem gaf: geloofd zij de HEERE uw God, Die behagen in u heeft gehad om u op den troon van Israël te zetten. En zij noemt de reden erbij: omdat de HEERE Israël in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
De kanttekening legt dat recht doen uit als het veroordelen en straffen van de kwaden en het vrijspreken en beschermen van de goeden — dus niet enkel bestuur maar rechtspraak.
Christus haalt deze vrouw aan wanneer men van Hem een teken eist, en Hij doet dat scherp. De koningin van het zuiden zal opstaan in het oordeel met dit geslacht, en hetzelve veroordelen. Want zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier.
Zij kwam van ver om te horen. Zijn hoorders hadden Hem in hun eigen straat.
1 Koningen 3:12 — God geeft Salomo een wijs en verstandig hart.
1 Koningen 10:1 — Zij hoort het gerucht, aangaande den Naam des HEEREN.
1 Koningen 10:7 — De helft is mij niet aangezegd.
1 Koningen 10:9 — Haar lof gaat naar de HEERE, Die hem tot koning stelde.
Mattheüs 12:42 — De koningin van het zuiden zal dit geslacht veroordelen.
Mattheüs 12:42 — En ziet, meer dan Salomo is hier.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 12:42; Lukas 11:31; Kolossenzen 2:3; Jesaja 60:6
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Koningen 10:1.KruisverwijzingenMattheüs 12:42→Lukas 11:31→Genesis 10:28→Genesis 10:7→Psalmen 72:10→Psalmen 72:15→Jeremia 6:20→Psalmen 49:4→ — En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken. Wij mogen spreken van de koningin van Scheba die tot Salomo kwam als van een beeld van ons komen tot Christus. Zij wilde beproeven of Salomo zo wijs was als men haar had doen geloven, en haar wijze van beproeven was door van hem te trachten te leren. Zij stelde hem moeilijke vragen opdat zij door zijn wijsheid onderwezen zou worden. En willen wij vaststellen wat de wijsheid van Christus is, dan is de weg om die te kennen te komen en aan Zijn voeten te zitten en van Hem te leren. Hij heeft Zelf gezegd: “Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij” (Matth. 11:29).
Haar bezoek had, ziet u, een godsdienstige kant. Zij “het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN”. Hij had wijsheid van allerlei aard, maar het was zijn kennis van God en van Gods wegen die deze vorstin uit een ver land vooral scheen aan te trekken.
1 Koningen 10:2.KruisverwijzingenLukas 24:15→Genesis 18:33→1 Koningen 10:10→Handelingen 25:23→Job 4:2→Jesaja 60:6→2 Koningen 5:5→Psalmen 4:4→ — En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was. Zij kwam met een prijs in haar hand om wijsheid te verkrijgen. Salomo zei terecht: “Koop de waarheid, en verkoop ze niet” (Spr. 23:23). Geen prijs is te hoog om ervoor te betalen, maar elke prijs zou te laag zijn om haar voor te verkopen.
1 Koningen 10:3.Kruisverwijzingen2 Samuël 14:20→Hebreeën 4:12→1 Korinthe 1:30→Mattheüs 13:11→2 Samuël 14:17→Daniël 2:20→Spreuken 1:5→1 Koningen 3:12→ — En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde. Zijn wijsheid kwam van God, en daarom was zij vol en volkomen en kon zij door de mens niet beschaamd gemaakt worden. Laten wij zoeken naar de wijsheid die van boven komt, en gedenken dat “de vreze des HEEREN het beginsel der wijsheid is” (Spr. 9:10). Is het niet werkelijk de gehele som van de wijsheid om de Heere Allerhoogste in kinderlijke zin te vrezen?
1 Koningen 10:4-5.Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:16→1 Koningen 6:1→Prediker 12:9→1 Koningen 3:28→1 Koningen 4:29→Mattheüs 12:42→2 Kronieken 9:3→2 Koningen 16:18→ — Als nu de koningin van Scheba zag al de wijsheid van Salomo, en het huis, hetwelk hij gebouwd had, En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer. Zij was een koningin, maar zij had nooit zo’n koninklijke luister gezien als die van Salomo. “zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN” blijkt een wonderlijke overbrugging geweest te zijn, gebouwd van de zwaarste stenen, waarlangs de koning van zijn eigen huis opging naar de tempel zelf. Voor deze vorstin moet het een wonder der wonderen geweest zijn.
1 Koningen 10:6-12.KruisverwijzingenSpreuken 8:34→Psalmen 72:2→1 Koningen 5:7→2 Samuël 8:15→1 Koningen 10:2→1 Koningen 9:27→2 Kronieken 2:11→1 Korinthe 2:9→ — En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid. Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb. Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen! Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen. En zij gaf den koning honderd en twintig talenten gouds, en zeer veel specerijen, en kostelijk gesteente; als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen. Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente. En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag. Wat die “almuggimbomen” ook waren, zij blijken het beste hout geweest te zijn dat de oosterlingen kenden, en daarom gebruikte Salomo ze zeer gepast in het huis des Heeren. Laten de harpen van onze lofzangen van zulk hout gemaakt zijn dat er in de hele wereld geen andere aan gelijk zijn. Laten wij onze Heere ons beste jonge bloed geven, onze warmste ijver, onze hoogste gedachten, onze zorgvuldigste aandacht. Laten wij Hem in feite heel ons wezen geven, de liefde van ons hart. Hij behoort gediend te worden met het beste van het beste, “want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid”.
1 Koningen 10:13.KruisverwijzingenJohannes 14:13→1 Koningen 10:2→Psalmen 20:4→Mattheüs 15:28→1 Koningen 9:1→Efeze 3:20→Psalmen 37:4→ — En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten. De koning gaf haar eerst rijkelijk een geschenk dat hij het meest passend achtte; en daarna stond hij haar toe te vragen wat zij wilde. Hoezeer gelijkt dit op onze Koning Salomo, die ons al gegeven heeft alles wat ons hart begeren kan; en toch, is er nog enige rechte begeerte die onvervuld is, dan verschaft Hij het gouden verzoendeksel aan de voet van Zijn troon, waar wij onze beden aan Hem mogen voorleggen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Spurgeons Commentaar
1 Koningen 10
1 Koningen 10:1.KruisverwijzingenMattheüs 12:42→Lukas 11:31→Genesis 10:28→Genesis 10:7→Psalmen 72:10→Psalmen 72:15→Jeremia 6:20→Psalmen 49:4→
— En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken.
Wij mogen spreken van de koningin van Scheba die tot Salomo kwam als van een beeld van ons komen tot Christus. Zij wilde beproeven of Salomo zo wijs was als men haar had doen geloven, en haar wijze van beproeven was door van hem te trachten te leren. Zij stelde hem moeilijke vragen opdat zij door zijn wijsheid onderwezen zou worden. En willen wij vaststellen wat de wijsheid van Christus is, dan is de weg om die te kennen te komen en aan Zijn voeten te zitten en van Hem te leren. Hij heeft Zelf gezegd: “Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij” (Matth. 11:29).
Haar bezoek had, ziet u, een godsdienstige kant. Zij “het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN”. Hij had wijsheid van allerlei aard, maar het was zijn kennis van God en van Gods wegen die deze vorstin uit een ver land vooral scheen aan te trekken.
1 Koningen 10:2.KruisverwijzingenLukas 24:15→Genesis 18:33→1 Koningen 10:10→Handelingen 25:23→Job 4:2→Jesaja 60:6→2 Koningen 5:5→Psalmen 4:4→
— En zij kwam te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, met kemelen, dragende specerijen, en zeer veel gouds, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak tot hem al wat in haar hart was.
Zij kwam met een prijs in haar hand om wijsheid te verkrijgen. Salomo zei terecht: “Koop de waarheid, en verkoop ze niet” (Spr. 23:23). Geen prijs is te hoog om ervoor te betalen, maar elke prijs zou te laag zijn om haar voor te verkopen.
1 Koningen 10:3.Kruisverwijzingen2 Samuël 14:20→Hebreeën 4:12→1 Korinthe 1:30→Mattheüs 13:11→2 Samuël 14:17→Daniël 2:20→Spreuken 1:5→1 Koningen 3:12→
— En Salomo verklaarde haar al haar woorden; geen ding was er verborgen voor den koning, dat hij haar niet verklaarde.
Zijn wijsheid kwam van God, en daarom was zij vol en volkomen en kon zij door de mens niet beschaamd gemaakt worden. Laten wij zoeken naar de wijsheid die van boven komt, en gedenken dat “de vreze des HEEREN het beginsel der wijsheid is” (Spr. 9:10). Is het niet werkelijk de gehele som van de wijsheid om de Heere Allerhoogste in kinderlijke zin te vrezen?
1 Koningen 10:4-5.Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:16→1 Koningen 6:1→Prediker 12:9→1 Koningen 3:28→1 Koningen 4:29→Mattheüs 12:42→2 Kronieken 9:3→2 Koningen 16:18→
— Als nu de koningin van Scheba zag al de wijsheid van Salomo, en het huis, hetwelk hij gebouwd had, En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.
Zij was een koningin, maar zij had nooit zo’n koninklijke luister gezien als die van Salomo. “zijn opgang, waardoor hij henen opging in het huis des HEEREN” blijkt een wonderlijke overbrugging geweest te zijn, gebouwd van de zwaarste stenen, waarlangs de koning van zijn eigen huis opging naar de tempel zelf. Voor deze vorstin moet het een wonder der wonderen geweest zijn.
1 Koningen 10:6-12.KruisverwijzingenSpreuken 8:34→Psalmen 72:2→1 Koningen 5:7→2 Samuël 8:15→1 Koningen 10:2→1 Koningen 9:27→2 Kronieken 2:11→1 Korinthe 2:9→
— En zij zeide tot den koning: Het woord is waarheid geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid. Ik heb die woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft is mij niet aangezegd; gij hebt met wijsheid, en goed overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb. Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen! Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israel te zetten! Omdat de HEERE Israel in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen. En zij gaf den koning honderd en twintig talenten gouds, en zeer veel specerijen, en kostelijk gesteente; als deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, is er nooit meer in menigte gekomen. Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente. En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.
Wat die “almuggimbomen” ook waren, zij blijken het beste hout geweest te zijn dat de oosterlingen kenden, en daarom gebruikte Salomo ze zeer gepast in het huis des Heeren. Laten de harpen van onze lofzangen van zulk hout gemaakt zijn dat er in de hele wereld geen andere aan gelijk zijn. Laten wij onze Heere ons beste jonge bloed geven, onze warmste ijver, onze hoogste gedachten, onze zorgvuldigste aandacht. Laten wij Hem in feite heel ons wezen geven, de liefde van ons hart. Hij behoort gediend te worden met het beste van het beste, “want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid”.
1 Koningen 10:13.KruisverwijzingenJohannes 14:13→1 Koningen 10:2→Psalmen 20:4→Mattheüs 15:28→1 Koningen 9:1→Efeze 3:20→Psalmen 37:4→
— En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde; behalve dat hij haar gaf naar het vermogen van den koning Salomo; zo keerde zij en toog in haar land, zij en haar knechten.
De koning gaf haar eerst rijkelijk een geschenk dat hij het meest passend achtte; en daarna stond hij haar toe te vragen wat zij wilde. Hoezeer gelijkt dit op onze Koning Salomo, die ons al gegeven heeft alles wat ons hart begeren kan; en toch, is er nog enige rechte begeerte die onvervuld is, dan verschaft Hij het gouden verzoendeksel aan de voet van Zijn troon, waar wij onze beden aan Hem mogen voorleggen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas