12 februari — God geeft graag
“En de HEERE zeide tot Abram, nadat Lot van hem gescheiden was: Hef uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt noordwaarts en zuidwaarts, en oostwaarts en westwaarts. Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid.”—Genesis 13:14-15
Dit is een bijzondere zegen bij een gedenkwaardige gelegenheid. Abram had een familieruzie bijgelegd. Hij had gezegd: “Laat toch geen twisting zijn tussen mij en tussen u … want wij zijn mannen broeders”; en daarom ontving hij de zegen die de vredestichters toekomt. De Heere, de Gever van de vrede, vindt het heerlijk Zijn genade te laten zien aan hen die de vrede zoeken en nastreven. Als we een innigere omgang met God willen, moeten we dichter bij de wegen van de vrede blijven.
Abram had zich zeer royaal gedragen tegenover zijn verwant, door hem de keuze van het land te geven. Als wij onszelf iets ontzeggen ter wille van de vrede, zal de Heere het ons ruimschoots vergoeden. Alles wat de aartsvader kon overzien, mocht hij opeisen, en wij mogen dat ook, door het geloof. Abram moest wachten voordat hij het land echt in bezit kreeg, maar de Heere liet het land als erfdeel op hem en zijn nageslacht overgaan. Grenzeloze zegeningen zijn van ons, gegeven in het verbond. Alles is van ons. Als wij de Heere behagen, laat Hij ons overal rondkijken en alles als ons eigendom zien, of het nu het tegenwoordige is of het toekomende, alles is van ons, en wij zijn van Christus, en Christus is van God.