Van triomf tot tragedie – naar uiteindelijk herstel

DE VOLKSPREDIKER
HOOFDSTUK 5

Net als in Waterbeach gold in Londen hetzelfde: de kapellen waarin Spurgeon preekte waren te klein om alle mensen te ontvangen die hem wilden horen. Nog voor het einde van zijn eerste jaar aan New Park Street was het probleem van overbevolking al nijpend. Extra bezoekers persten zich in de krappe kerkbanken, terwijl anderen in de gangpaden stonden of op de trappen van de preekstoel zaten. Elke beschikbare plek werd benut, vaak zonder aandacht voor gezondheid of veiligheid. Op sommige zondagen namen toehoorders zelfs plaats op de vensterbanken, wachtend tot de dienst begon. Ondanks al die inspanningen moesten er echter nog steeds velen worden geweigerd. Er moest iets gebeuren.

De populariteit van predikant Spurgeon

Spurgeons eerste idee was het bestaande kerkgebouw uit te breiden. De gemeente stemde enthousiast in, en het benodigde geld was snel bijeengebracht. Maar waar konden ze samenkomen tijdens de verbouwing? Spurgeon stelde een gedurfde oplossing voor: het huren van Exeter Hall, een bekend seculier gebouw aan de Strand, vlak bij de Theems. Exeter Hall was wel eerder gebruikt voor christelijke bijeenkomsten, maar nooit voor reguliere erediensten. Spurgeons plan was dus baanbrekend — een daad van geloof.

Het imposante gebouw bood plaats aan zo’n 4000 mensen. Toch dacht men dat zelfs Spurgeon zo’n zaal niet wekelijks zou kunnen vullen. Maar het tegenovergestelde bleek waar. Vanaf het voorjaar van 1855 stroomden enorme menigten naar de Strand; de diensten in Exeter Hall trokken zulke grote groepen dat de straat soms volledig geblokkeerd raakte. Net als voorheen konden velen niet naar binnen, en wie Spurgeon wilde horen, deed er goed aan vroeg te komen.

Spurgeon preekt in de Exeter Hall.

Steeds meer mensen kregen nu de kans zijn prediking te horen. Naast de zondagsdiensten preekte hij doordeweeks op tal van plaatsen in en buiten Londen — vaak bijna elke avond. Hij sprak in kerken, kapellen en in de open lucht, en bleef trouw aan zijn evangelische roeping uit Waterbeach. Een nieuw hoofdstuk begon in 1855, toen zijn preken wekelijks werden uitgegeven onder de titel The New Park Street Pulpit. Zo konden duizenden lezers in het hele land de kracht van zijn prediking ervaren en meeleven met wat er in Londen gebeurde. Zijn preken waren bijbels, nuchter en vol geestelijke overtuigingskracht, en droegen ertoe bij dat zijn reputatie nog sneller groeide.

De belangstelling voor de jonge predikant nam met de dag toe. Spurgeon was dankbaar dat gelovigen werden opgebouwd en dat het evangelie velen bereikte die Christus nog niet kenden. Hij vond kracht in gebed en in de steun van zijn familie en gemeente, maar werkte door tot hij volledig uitgeput was. Degenen die hem van nabij kenden, maakten zich zichtbaar zorgen.

Al snel bleek dat de uitbreidingen aan New Park Street onvoldoende zouden zijn. Nieuwe beslissingen drongen zich op. Spurgeon kondigde aan dat er een geheel nieuwe kapel op een andere locatie moest komen, en begon fondsen te werven voor dit grote project. Al spoedig deden geruchten de ronde dat het nieuwe gebouw een soort ‘non-conformistische kathedraal’ zou worden met plaats voor meer dan 15.000 mensen. De Londense pers reageerde met spot en ongeloof, maar Spurgeon liet zich niet ontmoedigen.

De druk en het hoge tempo van zijn werk eisten hun tol. In een haastig geschreven brief vatte hij die periode kernachtig samen: “Vrienden standvastig. Vijanden gealarmeerd. De duivel boos. Zondaars gered. Christus verheerlijkt. Met mijzelf niet goed.” Een korte, maar treffende schets van zijn situatie.

Als het huren van de Exeter Hall al een gedurfde stap was, dan was Spurgeons volgende beslissing ronduit baanbrekend. Hij kondigde plannen aan om de muziekzaal in Surrey Gardens, Kennington, te huren. Het ging daarbij niet alleen om de grootte van de nieuwe locatie — de pas gebouwde zaal bood plaats aan zo’n 10.000 mensen — maar ook om het soort plek dat het was. De immense zaal werd gebruikt voor populaire concerten, en in het park zelf was ooit een dierentuin gevestigd geweest. Voor moderne oren klinkt dat onschuldig, maar in het Victoriaanse tijdperk zorgde zo’n keuze voor opschudding.

Surrey Gardens had de reputatie een plaats te zijn waar, zoals een tijdgenoot het zei, “wilde dieren te zien waren en nog wildere mannen bijeenkwamen”. Voor veel gelovigen leek het dan ook ondenkbaar dat een kerk daar haar diensten zou houden. Sommigen noemden de muziekzaal zelfs “het huis van de duivel” en verklaarden dat de gemeente daar absoluut niet thuishoorde. Spurgeons antwoord was even eenvoudig als krachtig: hij zei bereid te zijn “zelfs het huis van de duivel binnen te gaan om zielen voor Christus te winnen”.

De reacties in Londen waren verdeeld. Velen juichten het initiatief toe, verheugd dat het evangelie nu tot duizenden zou kunnen doordringen. Anderen — waaronder menig christen — vonden dat Spurgeon nu beslist te ver was gegaan. Had hij zijn principes en gezond verstand niet opgeofferd op het altaar van persoonlijke populariteit? Maar wat men er ook van dacht, één ding stond vast: iedereen was benieuwd wat er zou gebeuren tijdens de eerste dienst in de muziekzaal, gepland voor zondagavond 19 oktober 1856.

Die avond zou echter de achtergrond vormen van wat Spurgeon later beschreef als “een verschrikkelijke ramp” en de “meest gedenkwaardige crisis” van zijn leven.

De ramp in de Surrey Gardens Muziekzaal

Alle zorgen dat de immense zaal misschien niet vol zou lopen, verdwenen al lang voor de dienst begon. Toen Spurgeon ruim op tijd bij Surrey Gardens arriveerde, trof hij een overweldigende menigte aan. De weg naar de hoofdingang was “gevuld met een opeengepakte massa mensen die het gebouw niet konden binnenkomen”. Gelukkig was er voor hem een zij-ingang geregeld, maar zelfs daar had hij moeite om door te dringen. Met hulp van vrienden die als lijfwachten fungeerden, wist hij zich uiteindelijk een weg naar binnen te banen.

Spurgeon voelde zich ongerust en licht in het hoofd. Omdat hij vaak last had van zenuwen voor het preken, was dat op zich niet vreemd. Maar de omstandigheden maakten het dit keer uitzonderlijk. Hoeveel mensen waren er werkelijk aanwezig? Nauwkeurige cijfers zijn niet bekend, maar “The Times” schatte voorzichtig dat ongeveer 12.000 mensen zich op de een of andere manier naar binnen hadden geperst, terwijl nog eens 5.000 buiten waren achtergebleven omdat ze geen toegang konden krijgen. Andere kranten noemden zelfs hogere aantallen.

Zeker is dat het gebouw, zowel op de begane grond als in de grote galerijen, gevaarlijk vol zat. Spurgeon zag dat zelf duidelijk. Hij besloot de dienst wijselijk tien minuten eerder te beginnen; wachten had toch geen zin meer, want niemand kon er nog bij.

Buitenkant en binnenkant van de Surray Gardens Music Hall.

Aanvankelijk ging alles in rustige orde: gebed, samenzang, bijbellezing en opnieuw gebed — allemaal onder leiding van Spurgeon zelf. Het leek een gewone kerkdienst. Hij had er nadrukkelijk op gestaan dat de bijeenkomst eenvoudig zou zijn, zonder enige vorm van vertoon. De gemeente was enigszins onrustig, maar over het algemeen aandachtig.

Wat er daarna gebeurde, is nooit volledig opgehelderd. Sommige verslagen beweren dat iemand riep dat de galerijen instortten; anderen dat iemand “brand” schreeuwde. Hoe dan ook, er klonken plotseling paniekkreten. Spurgeon stopte met bidden en keek omhoog. Vanuit zijn positie op het podium zag hij geen teken van instorting of vuur. Het is vrijwel zeker dat de kreten met kwade opzet werden geroepen om paniek te zaaien. Hoewel Spurgeon alles deed om de menigte tot rust te brengen, sloeg de angst op meerdere plaatsen al om in wanhoop.

Mensen stormden naar de uitgangen, en op een trap tussen de galerijen begaf een deel het. Degenen die vielen, werden door de menigte vertrapt. Er ontstond een afschuwelijke chaos, vooral op de trappen maar ook elders in de zaal. Velen raakten gewond, sommigen ernstig; zeven mensen kwamen tragisch om het leven. De aanstichters van het tumult werden nooit gevonden.

Op het podium probeerde Spurgeon de orde te herstellen, zonder te beseffen hoe groot de ramp werkelijk was. Toen mensen vooraan hem toeriepen dat hij moest doorgaan met preken, liet hij zich overtuigen. Hij legde zijn voorbereide boodschap terzijde en sprak in plaats daarvan over hoe de angst en paniek van die avond niets zouden zijn vergeleken met de komende oordeelsdag. Later werd hij door delen van de pers fel bekritiseerd — eerst omdat hij in zulke omstandigheden zou hebben gepreekt, en vervolgens om het thema dat hij had gekozen.

Spurgeon had nog steeds geen besef van de ware omvang van de tragedie. Hij wist niet dat een trap was ingestort, laat staan dat er slachtoffers waren gevallen. De geruchten die later in de kranten verschenen — onder meer dat diakenen collecteschalen zouden hebben rondgedragen terwijl mensen nog probeerden de gewonden te helpen — waren vrijwel zeker onjuist.

Zijn poging om toch te preken verliep wankel en verward. Het lawaai in de zaal nam alleen maar toe, en Spurgeon besefte al snel dat hij niet verder kon. Toen hij besloot de dienst af te sluiten, smeekte hij de menigte kalm te blijven en zich ordelijk te verspreiden: “Haast u niet. Laat degenen die het dichtst bij de deur staan eerst gaan.” Kort daarna stortte hij in en moest van het podium worden geholpen. Pas buiten hoorde hij dat er doden waren gevallen. Daarop viel hij opnieuw flauw en werd hij naar het huis van een vriend gebracht. Toeschouwers die dit zagen, vreesden dat de jonge predikant zelf was overleden. In de dagen die volgden, wenste Spurgeon dat dat misschien wel zo was.

DE donkere nacht IN Spurgeons ziel

Vrienden schermden hem af van de bittere — en vaak ronduit lasterlijke — commentaren die na de ramp in de pers verschenen. Hij was geestelijk volledig uitgeput. Hij bevond zich, in wat hij zelf noemde “een gruwel van grote duisternis”. Dag en nacht beleefde hij de ramp weer opnieuw: het geschreeuw, de paniek, het moment waarop hij hoorde dat mensen waren omgekomen. In zijn gedachten herhaalde alles zich onafgebroken — een verwarrende, pijnlijke maalstroom. Hij voelde zich niet in staat tot enig geestelijk of mentaal werk; zelfs bidden leek onmogelijk.

God leek onbereikbaar ver weg. Zelfs de aanblik van de Bijbel bracht hem slechts “een stortvloed van tranen”. Spurgeon bevond zich in een diepe geestelijke duisternis — wat de oudvaders ook wel omschrijven als “een donkere nacht van de ziel”. Dagenlang zag hij geen spoor van uitkomst.

Toch werd hij uiteindelijk uit die duisternis verlost. Enkele dagen na de ramp, zo herinnerde hij zich later, “flitste plotseling de Naam van Jezus door mijn hoofd.” Later vertelde hij hierover:

De Persoon van Christus verscheen als het ware voor mij. Ik werd stil. De brandende lava van mijn ziel werd gekoeld. Mijn kwelling werd verstomd. Ik boog mij neer en de tuin die een Getsemane leek, werd voor mij een paradijs

Het was de ervaring van de opgestane Christus die Spurgeon opnieuw verzekerde van Gods liefde voor hem. Hij was er opnieuw van overtuigd dat God nog steeds een plan en een doel had met zijn leven. Velen hadden inmiddels gezegd dat Spurgeons bediening feitelijk voorbij was. Hoe, zo vroegen zij zich af, zou hij ooit nog kunnen herstellen van zo’n tragedie? Maar nu voelde Spurgeon dat hij kracht en moed had ontvangen om verder te gaan.

Het is de moeite waard om hier even bij stil te staan, want Spurgeons ervaring spreekt ook ons krachtig aan. Wanneer wij ons voelen zoals Spurgeon zich voelde in die donkere dagen direct na de ramp in Surrey Gardens, wanneer wij een ‘donkere nacht van de ziel’ doormaken en onszelf kunnen herkennen in Spurgeons leed, zijn verlies van hoop en zijn gevoel dat God hem in de steek had gelaten, dan mogen wij weten dat God in Christus ons wel degelijk liefheeft. Hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn, God heeft een plan en een doel voor ons leven.

Hoewel Spurgeon herstelde, bleef zijn leven blijvend getekend door de ramp. Hij bekende later dat hij zijn bediening niet had kunnen voortzetten als hij nogmaals een vergelijkbare gebeurtenis had meegemaakt. Hij was vaak zichtbaar gespannen wanneer hij diensten leidde in druk bezochte gebouwen. Dit gold vooral wanneer er galerijen waren die er onveilig uitzagen.

De rest van zijn leven leed hij aan wat een moderne biograaf omschreef als “terugkerende aanvallen van acute depressie, veroorzaakt door de herinnering aan de ramp in Surrey Gardens.” Met woorden ontleend aan The Pilgrim’s Progress zei Spurgeon zelf: “Onder het Kasteel van Wanhoop bevinden zich kerkers die even somber zijn als de verblijfplaatsen van de verlorenen — en sommigen van ons zijn daar geweest.” Meer openhartig vertrouwde hij een vriend toe dat hij in de eenzame uren van de nacht soms niet kon slapen en “gekweld werd door een vreselijke angst.”

Dit alles herinnert ons eraan dat Spurgeons leven niet alleen een verhaal van triomf en groei was, maar ook van lijden, strijd en afhankelijkheid van Gods genade. Zijn geestelijke reis werd, zoals die van een pelgrim, gekenmerkt door zowel pijn als vreugde.

Herstellen van de tragedie

De gemeente van Spurgeon was diep geschokt door wat zich die rampzalige avond had afgespeeld, maar bleef haar voorganger trouw. Men bad intens voor hem en vreesde enige tijd dat hij zijn roeping niet zou kunnen hervatten. Toch gaven hun liefde, gebeden en Spurgeons vernieuwde ervaring met de levende Christus hem de moed om weer te preken.

Opmerkelijk genoeg besloten predikant en gemeente samen terug te keren naar de plaats van de tragedie — de muziekzaal van Surrey Gardens die Spurgeon zoveel geestelijke pijn had bezorgd. Op 23 november stond hij daar opnieuw voor de mensenmassa en begon te preken. Uit voorzorg vond de dienst dit keer in de ochtend plaats, in de overtuiging dat de invallende duisternis bij de vorige gelegenheid had bijgedragen aan de paniek. Tot ieders grote opluchting verliep de dienst zonder incidenten.

Spurgeon bleef daarna tot eind 1859 in Surrey Gardens voorgaan. Toen de eigenaars besloten het park op zondag te openen, stopte hij uit overtuiging met het huren van de zaal. In de jaren die volgden bekeerde een groot aantal mensen zich — het was een van de vruchtbaarste perioden uit zijn bediening.

In maart 1861 werd het nieuwgebouwde kerkgebouw eindelijk geopend: de Metropolitan Tabernacle in Newington Butts, in het zuiden van Londen. De gemeente had geleerd van de eerdere, rampzalige verhuizing naar New Park Street en had dit keer de locatie zorgvuldig gekozen. De verkeersverbindingen waren goed, en van zware industrie of overstromingsgevaar was geen sprake meer — problemen die hen eerder zoveel hinder hadden bezorgd. Voor de predikant en zijn gemeente brak een nieuw tijdperk aan.

De Metropolitan Tabernacle

Uiteindelijk koos men voor een gebouw met een capaciteit van 5.000 zitplaatsen—niet voor de megatempel van 15.000 plaatsen waarover de pers had gespeculeerd. Bij het ontwerp kreeg de veiligheid veel aandacht; de herinnering aan de tragedie in Surrey Gardens was nog vers. Tot Spurgeons grote opluchting kon het hele gebouw, indien nodig, binnen vijf minuten volledig worden ontruimd.

De Metropolitan Tabernacle verwoest door brand
De Metropolitan Tabernacle verwoest door brand.

De bouwkosten liepen op tot £31.000, een astronomisch bedrag voor die tijd. Donaties kwamen uit alle hoeken van het land: van mensen die Spurgeon hadden horen preken of zijn gedrukte toespraken lazen. Toch waren het vooral de leden en vrienden van zijn eigen gemeente die zich bijzonder opofferden. Soms vreesden Spurgeon, de diakenen en de bouwcommissie dat het geld niet bijeen zou komen, maar die angst bleek ongegrond. Eén weldoener schonk zelfs £5.000, en bij de opening was de gehele “Tab” volledig betaald.

De huidige Metropolitan Tabernacle, in de wijk Elephant and Castle in Londen, is niet het oorspronkelijke gebouw. Dat raakte in 1898 zwaar beschadigd door brand en werd later tijdens de Tweede Wereldoorlog opnieuw getroffen door bombardementen. De indrukwekkende voorgevel is echter origineel gebleven en geeft nog altijd een indruk van de grootsheid van de eerste “Tab”. Het was in elk opzicht een monumentaal bouwwerk.

Het oorspronkelijke ontwerp voor de Metropolitan
Het oorspronkelijke ontwerp voor de Metropolitan.

Sommigen beschuldigden Spurgeon en zijn gemeente van grootheidswaan en zagen het project als een egotrip van de prediker. Spurgeon antwoordde dat hij het eenvoudigweg niet kon verdragen mensen te zien vertrekken omdat er geen plaats meer was om het evangelie te horen. De Tabernacle was, zo zei hij, “alleen met het oog op het winnen van meer zielen voor God” gebouwd. Die toewijding aan het evangelie was kenmerkend voor hem. Met die overtuiging, samen met de ervaring van Gods kracht en de steun van zijn gemeente, kwam hij door een van de zwaarste perioden van zijn leven. 

Als docent aan het Spurgeon’s College in Londen heeft Peter Morden het voorrecht om in de geest van Charles Spurgeon te werken. Tijdens een kerkdienst die hij daar bijwoonde, sprak predikant David Coffey over Mattheüs 14:22–33. In deze passage loopt Jezus over het water, terwijl Zijn discipelen tegen een hevige storm vechten. Wanneer Petrus Hem ziet, stapt hij uit de boot en loopt op Jezus af. Maar zodra hij zijn blik van zijn Heere afwendt en naar de golven kijkt, wordt hij bang, begint te zinken en roept om hulp. Jezus strekt Zijn hand uit, redt hem en brengt vervolgens de wind en de zee tot rust.

De Tabarnakel van Spurgeon.

Coffey benadrukte dat Jezus met ons is in het oog van de storm, en dat wanneer ons geloof wankelt, Hij redt. Spurgeon had zelf in het oog van de storm gestaan, maar had ervaren dat Jezus bij hem was. En toen zijn geloof begon te zakken, had Christus hem de hand gereikt en hem behouden. De boodschap die meer dan 150 jaar na de ramp in Surrey Gardens werd verkondigd in de kapel van Spurgeon’s College, weerspiegelde precies wat de oprichter zelf ooit had meegemaakt. Spurgeon wist dat er nog vele stormen zouden komen, maar ook dat hij ze nooit alleen hoefde te doorstaan.

Overdenking

Aan het einde van de gebeurtenissen die in dit hoofdstuk worden beschreven, was de voormalige ‘jonge predikant van de Fens’ uitgegroeid tot de meest populaire predikant van heel Victoriaans Groot-Brittannië. Wat was het geheim van Spurgeons uitzonderlijke succes? Lag het enkel aan zijn natuurlijke talenten, zoals sommigen beweerden, of speelde er meer mee? Om dat te begrijpen, is het goed stil te staan bij misschien wel de meest bijzondere dienst die Spurgeon ooit hield. Deze vond plaats op woensdag 7 oktober 1857, binnen de periode die in dit hoofdstuk wordt behandeld.

Die dienst was niet georganiseerd door Spurgeon of zijn kerk. De regering had die woensdag uitgeroepen tot nationale vastendag, waarvoor een speciale eredienst werd gehouden. Wie zou er op zo’n belangrijke gelegenheid preken? De keuze viel op Spurgeon. Voor een jonge, non-conformistische predikant was dat een buitengewoon voorrecht en een grote eer. En de locatie was het imposante Crystal Palace, de plek waar Charles en Susannah Spurgeon elkaar hadden ontmoet. Slechts enkele jaren eerder had Charles daar nog anoniem in het publiek gezeten; nu stond hij er zelf op de preekstoel, met alle ogen op hem gericht.

De Exeter Hall was groot, en de Surrey Gardens Music Hall nog groter, maar het Crystal Palace overtrof alles. Het gebouw was meer dan drie keer zo lang als St. Paul’s Cathedral. Dankzij de tourniquets bij de ingang – die elke bezoeker registreerden – weten we dat er 23.654 mensen aanwezig waren, de grootste gemeente waarvoor Spurgeon ooit heeft gepreekt. Sommigen menen zelfs dat dit nog altijd de grootste overdekte samenkomst is geweest voor een preek. Spurgeon was toen pas drieëntwintig jaar oud.

Spurgeon preekt in Christal Palace.

Wat zou hij zeggen tegen zo’n enorme menigte, waarin ook politici en edelen aanwezig waren? Zou hij zijn boodschap verzachten? Nee. Spurgeon bleef trouw aan zijn roeping om het evangelie te verkondigen. Steeds keerde hij in zijn prediking terug naar drie grote thema’s: de majesteit en heiligheid van God, de zondigheid van de mens, en het kruis van Christus dat de kloof tussen beide overbrugt. Want juist door dat kruis werd het mogelijk dat zondige mensen een relatie konden hebben met de heilige God. Zelfs op dat grote moment bleef zijn boodschap onveranderd. Zijn compromisloze trouw aan het evangelie was ongetwijfeld een van de sleutels tot zijn succes.

Spurgeon begon zijn boodschap met het aanwijzen van zonde. Hij sprak openlijk tegen de immoraliteit op de Londense straten, tegen fabriekseigenaren die hun arbeiders uitbuitten, en tegen geldschieters die misbruik maakten van anderen. Hij riep zijn toehoorders op tot berouw en bekering. Daarna sprak hij over God als de Almachtige en Allerhoogste, de Schepper van alles, voor wie ieder mens op een dag zou verschijnen. Wat konden zondaars doen om voor zo’n heilige God te staan? Was er hoop op vergeving?

Spurgeon bracht troost: door de dood van Christus konden mensen behouden worden. De Zoon van God, zei hij, was gestorven “opdat wij niet zouden sterven.” Voor iedere gelovige stond nu de poort van de hemel open. Spurgeon sprak altijd in de taal van het volk en paste zijn toon aan het publiek en de gelegenheid aan, maar zonder ooit iets af te doen aan de kern van zijn boodschap. Toen hij de dienst afsloot en de grote menigte overzag, verklaarde hij dat hij nooit naar populariteit had gestreefd. God wist dat hij geen roem zocht; zijn enige verlangen was God te eren en de waarheid te verkondigen. Spurgeon hield niet van menigten, maar van bekeringen.

Hij verzekerde de mensen: “Als één arme zondaar naar Jezus ziet, is dat genoeg, want God wordt daardoor verheerlijkt.” Deze vurige passie om het evangelie te delen met wie het nodig hebben, bleef hem zijn hele leven kenmerken. En als dat al één van de redenen voor zijn succes was, dan was er nog een andere: de kracht van God zelf. Dat blijkt opnieuw uit wat er rond deze dienst gebeurde.

Omdat Spurgeon bezorgd was dat zijn stem in zo’n enorm gebouw niet ver genoeg zou dragen, besloot hij een paar dagen voor de dienst de akoestiek te testen. Staande bij de preekstoel riep hij luid: “Zie, het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt” (Johannes 1:29). De woorden klonken door het hele gebouw. Zonder dat hij het wist, bevond zich een arbeider in een van de galerijen. De man hoorde dat vers, voelde het als een boodschap uit de hemel, legde zijn gereedschap neer, ging naar huis en gaf zijn leven aan de Heere. Hij vond, zoals Spurgeon later zei, “vrede en leven door het Lam van God te aanschouwen.”

Een voorval als dit kon niet enkel worden toegeschreven aan Spurgeons welsprekendheid, hoe bijzonder die ook was. Het was een duidelijk bewijs van wat al eerder in deze biografie werd genoemd: Gods grote kracht.

Hoe kunnen we het geheim van Spurgeons vruchtbaarheid samenvatten? Het antwoord lijkt uit twee delen te bestaan. Allereerst was daar zijn onwrikbare trouw aan de boodschap van het evangelie. Door alle omstandigheden heen bleef hij vastbesloten om dat evangelie te verkondigen – niets meer en niets minder. Het tweede deel van het antwoord heeft te maken met de ‘wonderbaarlijke kracht’ van de Heilige Geest.

Ook wij worden geroepen om trouw te blijven aan diezelfde boodschap, ongeacht welk werk ons is toevertrouwd. Als wij volharden in trouw en gebed, mogen we erop vertrouwen dat de ‘wonderbaarlijke kracht’ van God werkzaam is. Want zoals eerder in dit boek werd genoemd: ‘Jezus Christus is gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid dezelfde’ (Hebreeën 13:8).

Toch mogen we niet vergeten dat een vruchtbare bediening vaak ook door lijden wordt gekenmerkt. Dat hoeft ons niet te verbazen, want wij volgen een Heer die Zijn grootste overwinning behaalde aan het kruis, en die ons oproept ons eigen kruis op te nemen en Hem te volgen (Markus 8:34). De ambitie van de apostel Paulus was om Christus te kennen, ‘de kracht van zijn opstanding en de gemeenschap van het delen in zijn lijden’ (Filippenzen 3:10). Spurgeon kende die kracht – en hij wist ook wat het betekende om te lijden. Maar hoe is dat bij ons? Kunnen wij zeggen dat het kennen van Zijn kracht en het delen in Zijn lijden ook onze ambitie is?

De gebeurtenissen in dit hoofdstuk hebben ons meegenomen op een reis – van triomf, door rampspoed, naar hernieuwde overwinning. Misschien wilt u stilstaan bij de vraag hoe Jezus aanwezig is in het oog van uw storm. Niet alleen Spurgeon, maar talloze andere gelovigen hebben ervaren dat Jezus redt wanneer hun geloof wankelt. Als u tot Hem roept, is het ons gebed dat ook u, net als Spurgeon, Zijn hulp en verlossing zult ervaren.

Translate Website

Zoek In Archief

Selecteer een zoekfilter

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt Het Spurgeon Archief te onderhouden en reclamevrij te houden.
Met uw bijdrage maakt u het mogelijk dat wij ons werk kunnen voortzetten en dit waardevolle archief vrij houden van reclame en commerciële invloeden. U kunt zelf het bedrag bepalen dat u wilt schenken – u kunt kiezen uit vooraf ingevulde bedragen of zelf een bedrag invoeren dat u passend vindt.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Interne Bladwijzers

Maak een gratis account aan of log in op Het Spurgeon Archief om uw favoriete artikelen met bladwijzers op te slaan en ze later gemakkelijk terug te vinden wanneer u opnieuw inlogt. Zo houdt u uw persoonlijke leeslijst bij en kunt u snel verder lezen waar u was gebleven.

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

Het Spurgeon Archief (Webmaster)

Het Spurgeon Archief

Nederlandstalige verzameling van Spurgeon artikelen, waaronder preken, dagelijkse overdenkingen en citaten. [email protected]

Onze Socials:

Copyright & Content