Op de laatste dag, die grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken!” Geen ander onderscheid wordt gemaakt dan dat van dorst. Er wordt niet gesproken over wachten of voorbereiding. Het drinken stelt een ontvangst voor waarvoor geen geschiktheid vereist is. Zondige lippen mogen de stroom van goddelijke liefde aanraken, zij kunnen die niet verontreinigen, maar zullen zelf gezuiverd worden. Jezus is de bron van hoop. Geliefde lezer, hoor de liefhebbende stem van de Verlosser als Hij tot ieder van ons roept: “Indien iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken.”