De mens achter de preekstoel

DE VOLKSPREDIKER
HOOFDSTUK 6

Een van de doelstellingen van deze biografie is om verder te kijken dan de krantenkoppen die deze volksprediker hebben omgeven, zodat we beter kunnen begrijpen wie Spurgeon werkelijk was. We hebben allemaal gehoord van grote predikanten die in hun privéleven ten val kwamen, of die buiten de publieke schijnwerpers heel anders bleken te zijn. Gold dat ook voor Spurgeon? Of was hij, door Gods genade, in staat om oprecht en integer te leven? Dat zijn leven er een was van dienstbaarheid én lijden, staat buiten twijfel. In dit hoofdstuk richten we onze aandacht op de ‘de mens achter de preekstoel’.

Bediening …
De Metropolitan Tabernacle werd op maandag 8 maart 1861 geopend — toepasselijk genoeg met een gebedsbijeenkomst. Meer dan duizend mensen waren erbij aanwezig. Spurgeons eerste woorden in de Tabernacle zouden later overal bekend worden. Hij verklaarde:

‘Ik stel voor dat het onderwerp van de bediening in dit huis de Persoon van JEZUS CHRISTUS zal zijn. Ik schaam me er nooit voor om te zeggen dat ik calvinist ben; ik aarzel niet om de naam baptist aan te nemen; maar als mij wordt gevraagd wat mijn geloofsbelijdenis is, antwoord ik: “Het is Jezus Christus.”’

Hij vervolgde door te zeggen dat Jezus “de essentie en kern van het evangelie” is, “de belichaming van elke kostbare waarheid”. Het was een voortreffelijk begin. Spurgeons toewijding aan Christus vormde een voortdurende bron van inspiratie voor de mensen om hem heen. De eerste officiële diensten in de Tabernacle vonden plaats op 29 maart en 3 april, respectievelijk Goede Vrijdag en Paaszondag van 1866. Spurgeon begon onmiddellijk zijn belofte na te komen om Christus in het middelpunt te stellen. Op Goede Vrijdag preekte hij twee keer, en in beide boodschappen stond de Heere Jezus en Zijn kruis centraal. Op Paaszondag kwam de gemeente ’s avonds in de Tabernacle samen om de opgestane Christus te loven. Tijdens die dienst sprak Spurgeon de volgende woorden:

‘Laat God het vuur van Zijn Geest naar hier zenden, zodat de predikant zich steeds meer zal verliezen in zijn Meester. Dan zult u minder aandacht hebben voor de spreker en meer voor de waarheid die wordt verkondigd; het individu zal ondergesneeuwd worden, de gesproken woorden zullen boven alles uitstijgen.’

Zich bewust van het gevaar van een persoonlijkheidscultus, wilde Spurgeon dat iedereen begreep dat hij slechts een dienaar van Christus was, en dat het zijn verlangen was om het evangelie van Christus te verkondigen in de kracht van de Heilige Geest. Toen de reguliere bediening in de Tabernacle van start ging, keken velen nieuwsgierig toe hoe de zaken zich zouden ontwikkelen. Er waren mensen die, zelfs nu nog, verwachtten — en misschien zelfs hoopten — dat het publiek Spurgeon en zijn boodschap vroeg of laat beu zou worden. Maar, zoals zo vaak, kwamen zij bedrogen uit. Elke zondag, zowel ’s ochtends als ’s avonds, vulde het grote gebouw zich met mensen die kwamen om God te aanbidden en Zijn Woord te horen prediken. Overal in Noord-Londen reden op zondagen taxichauffeurs met hun paardenkoetsen door de straten, roepend: “Over het water naar Charlie!” — in de hoop klanten te vinden die naar de Tabernacle wilden. Het was een praktijk die was begonnen in Spurgeons New Park Street-tijd en toen, net als nu, deden de slimme taxichauffeurs goede zaken! Uit de hele stad en zelfs van buiten de stad kwamen mensen naar de diensten in de Tabernacle.

Men zou gemakkelijk kunnen denken dat de Tabernacle slechts een predikingscentrum was. Tot op zekere hoogte was dat wellicht ook zo, want sommige mensen kwamen enkel om Spurgeon te horen en werden aangetrokken door zijn bekendheid. Zij waren ‘preekproevers’, die zich nooit echt aan de gemeente verbonden. Zelfs onder hen die formeel lid werden, waren er sommigen die weinig betrokken waren, behalve door hun zondagse aanwezigheid. Maar dat was nooit Spurgeons bedoeling. Wanneer iemand verzocht om lid te worden van de ‘Tab’, nam Spurgeon de tijd om elke kandidaat persoonlijk te spreken. Dat deed hij niet alleen om zich ervan te verzekeren dat de aanvrager werkelijk een christen was, maar ook om hen te doordringen van het belang van de gebedsbijeenkomsten en van actieve christelijke dienstbaarheid. Hij wilde niet dat iemand lid werd die niet “van tevoren beloofde, indien mogelijk, nuttig werk te verrichten ten behoeve van anderen”. Tijdens Spurgeons pastoraat in de Tabernacle werden gemiddeld meer dan één persoon per dag lid. Velen van hen waren tot bekering gekomen door zijn prediking. Een groot deel van deze nieuwe leden kwam ook daadwerkelijk hun belofte na om zich in te zetten voor “nuttig werk”. De bredere bediening van de kerk was daardoor uitzonderlijk levend en inspirerend.

…en lijden
Tegelijkertijd bleef er een rode draad van lijden door Spurgeons leven lopen. De depressie die hij had doorgemaakt in de nasleep van de ramp in Surrey Gardens keerde periodiek terug, zij het niet met dezelfde intensiteit. Toch kende Spurgeon nog steeds donkere tijden, en deze periodes van somberheid gingen nu gepaard met een steeds verder verslechterende lichamelijke gezondheid. Naarmate de jaren vorderden, leed hij in toenemende mate aan wat toen bekendstond als de ziekte van Bright — een chronische aandoening van de nieren. Vanaf ongeveer 1867 kreeg hij bovendien te kampen met reumatische jicht. Soms was de pijn zo hevig dat hij het nauwelijks kon verdragen. Wanneer deze pijn ’s nachts toesloeg, kon hij niet slapen. Op zulke momenten vroeg hij Susannah om hem voor te lezen, iets wat hem enige troost schonk. Maar vaak riep hij in stilte tot zijn Heere, op die manier leerde Spurgeon om in het midden van zijn lijden God te vinden. Hij getuigde zelfs dat sommige van zijn meest intieme momenten met zijn Heer juist in deze omstandigheden plaatsvonden. Zijn persoonlijke beproevingen schonken hem een diep mededogen met allen die eveneens door lijden gingen — met hen die ziek waren, treurden om een geliefde, of gebukt gingen onder het harde en vervuilde bestaan van het Victoriaanse Londen. Zulke mensen voelden dat hier een predikant stond die werkelijk begreep wat zij doormaakten.

Velen spraken over Spurgeons medeleven en zijn ‘pastorale hart’. Maar weinigen beseften hoezeer zijn vermogen tot sympathie was gevormd door zijn eigen lijden — dat stille, persoonlijke kruis dat hij dagelijks droeg.

De werkelijke persoon?
Een bladzijde uit: “Morning by Morning”

Tot nu toe hebben we, in onze zoektocht naar de ware Spurgeon, invloeden blootgelegd die hem vormden tot een man van levenslange dienstbaarheid. Uit zijn prediking bleek hoe zijn vruchtbaarheid ontsproot in trouw aan het evangelie en afhankelijkheid van de Heilige Geest. Zijn leven droeg ook het stempel van lijden, zoals we zagen bij de Surrey Gardens-ramp, zijn depressies en ziekten. Maar de echte man ontmaskeren vereist dieper graven: naar zijn gebedsleven en persoonlijke heiligheid. Dat spoor begint bij het gebed en de Bijbel.

Spurgeon en gebed

Aan het begin van dit hoofdstuk lazen we over een gebedsbijeenkomst in de Tabernacle, en vingen we een glimp op van Spurgeons eigen nachtelijke roepen tot de Heere in nood. Over Spurgeon schrijven zonder het gebed te benoemen is vrijwel ondenkbaar — het vormde de polsslag van zijn bestaan. Samen bidden met medechristenen was voor hem een blijvende vreugde. Hij zag de Tabernacle als een groot oceaanschip, aangedreven door een onstuitbare krachtbron — de wekelijkse gebedsbijeenkomsten beschouwde hij als het hart van het kerkelijk leven. Zonder gebed, zo geloofde hij, zou “het schip” spoedig tot stilstand komen — geen gebed, geen kracht. De samenkomsten waren vooral gewijd aan voorbede voor het werk van de gemeente en voor Gods Koninkrijk wereldwijd, maar boden ook ruimte voor lof en dank. Ze trokken volle zalen, op maandagavonden kwamen vaak duizend mensen bijeen, al zuchtte Spurgeon om hen die wegbleven.

Spurgeon bad niet alleen, hij liet ook anderen voorgaan in gebed. Maar hij had ook stellige opvattingen over hóé te bidden. Lange, warrige gebeden verwierp hij; zijn adagium luidde “kracht boven lengte”. Pronken met bloemrijke taal of geleerdheid wekte bij hem misnoegen. Koude, formele woorden, gedachteloos opgezegd, achtte hij erger dan nutteloos. Haperingen of gestamel vond hij geen bezwaar, zolang het gebed maar doordrongen was van geloof en hartstocht — dáár was hij naar op zoek. En God? Die verhoorde, verzekerde Spurgeon, telkens weer. Hoe hevig de stormen ook mochten razen, de gebedsmotor dreef de Tabernacle onverminderd voort. Even opmerkelijk was Spurgeons persoonlijke gebedsleven. ’s Ochtends en ’s avonds bad hij trouw — zoals zijn dagboek “Morning and Evening” laat zien — zowel met zijn gezin, waaronder zijn tweelingzonen Thomas en Charles (geboren op 20 september 1856), als in stille afzondering. Doch gebed stopte daar niet, hij zocht een ononderbroken omgang met God. Tijdens zijn werk — of hij nu een brief schreef, een boek las of wandelde — steeg menig kort, eenregelig ‘pijlgebed’ naar de hemel. “Sommigen van ons,” zo zei hij, “kunnen getuigen dat er zelden een kwartier voorbijgaat zonder dat wij God aanspreken.” Deze flitsgebeden, midden in de drukte van de dag, waren zijn levensader met de Heere.

Daarnaast trok hij lange uren uit voor gebed en bezinning — ware “quality time” met God. Gesproken gebeden van lof, belijdenis, dank en voorbede wisselden zich af met momenten van stille overdenking. “Soms,” getuigde hij, “wanneer woorden mij ontbreken, zit ik stil en zie omhoog.” In die plechtige stilte voelde hij zich één met Jezus — inniger dan woorden kunnen uitdrukken. Zulke heilige ogenblikken versterkten zijn verbondenheid met Christus en droegen zijn leven en bediening.

Spurgeon en de Bijbel

Voor Spurgeon was de Heilige Schrift van levensbelang. Hij was diep toegewijd aan de Bijbel als het onveranderlijke, betrouwbare Woord van God. Zijn preken waren zo getrouw mogelijk gebaseerd op de Schrift, en zijn liefde voor de Bijbel vloeide voort uit de unieke wijze waarop het hem Jezus openbaarde. Bekend is dat hij weigerde een uitgebreide intellectuele verdediging te voeren toen het gezag van de Bijbel in de negentiende eeuw werd aangevochten door talrijke critici. De Bijbel verdedigen? Voor Spurgeon was dat als het verdedigen van een leeuw — volkomen overbodig. Christenen moesten, zo zei hij, de leeuw eenvoudigweg loslaten, zodat Hij Zelf Zijn werk kon doen: de wereld overtuigen en bekeren. Als de Heilige Geest de Schrift op het hart van mensen toepaste, zouden zij vanzelf de waarheid en de kracht ervan leren kennen. In zijn eigen leven was Spurgeon ervan overtuigd dat de leeuw van de Schrift vrij moest zijn om te handelen naar eigen wil. Hij streefde ernaar een leven te leiden dat werd gevormd naar Gods Woord. Tijdens een preek gaf hij een aangrijpend getuigenis over zijn persoonlijke omgang met de Bijbel, die hij simpelweg “Het Boek” noemde. Hij verklaarde:

“Het Boek heeft met mij geworsteld; het Boek heeft mij geslagen; het Boek heeft mij getroost; het Boek heeft naar mij gelachen; het Boek heeft naar mij gefronst; het Boek heeft mijn hand vastgehouden; het Boek heeft mijn hart verwarmd. Het Boek huilt met mij, en zingt met mij, het fluistert tegen mij; en het predikt tot mij; het wijst mij de weg en ondersteunt mij op mijn gaan; het was voor mij de metgezel van mijn jonge jaren, en het is nog steeds mijn geestelijk leidsman, ’s ochtends en ’s avonds. Het is een levend Boek — in alles levend. Van het eerste hoofdstuk tot het laatste woord ademt het een wonderlijke, mystieke kracht, die het boven elk ander geschrift verheft voor ieder levend kind van God.”

Deze woorden getuigen hoe levend en krachtig Spurgeon de Bijbel ervoer — als een fris en vitaal boek, altijd actueel en onmisbaar in zijn dagelijkse omgang met God. Niet verwonderlijk dus dat hij veel tijd wijdden aan het lezen en mediteren over de Schrift. ’s Ochtends en ’s avonds bad hij niet alleen, maar las hij ook Gods Woord. Overdag overpeinsde hij verzen, en bestudeerde hij de Bijbel voor zijn preken en geschriften.

Tot dusver hebben we nog weinig aandacht geschonken aan Spurgeons schrijverschap, maar hij leverde een rijk oeuvre af, met waardevolle boeken. Waarschijnlijk ging het merendeel van zijn tijd naar het meerdelige Treasury of David, een monumentaal commentaar op de Psalmen. Dit werk voltooien was voor hem een daad van liefde. Ondanks de omvang en de schat aan kennis was het allerminst droog, stoffig of saai. Integendeel: het bruiste van warme, inspirerende bijbeluitleg, doorspekt met praktische lessen, zorgvuldig toegepast op het leven van gelovigen. In zijn commentaar bij de langste psalm, Psalm 119, schreef Spurgeon dat deze de ‘volheid, zekerheid, zuiverheid en zoetheid van het Woord van God’ bezong. Wie de psalm doorgrondde, zou de ganse Schrift leren zien als een schitterend eiland, geheel geweven uit parels. Dit was Spurgeons eigen ervaring, welke hij met zijn lezers wilde delen. Voor hem was de gehele Bijbel een ware schatkamer.​

Standbeeld van Spurgeon bij Spurgeon's College, South Norwood
Standbeeld van Spurgeon bij Spurgeon’s College, South Norwood

Het ligt voor de hand dat gebed en de Bijbel het hart vormden van Spurgeons leven. Bepalend was echter dat hij door gebed en Schriftlezing een intieme band met God smeedde. Juist uit die diepe kennis van de ene ware God — Vader, Zoon en Heilige Geest — ontsproten al zijn werkzaamheden in kerk en wereld. Deze levendige wisselwerking tussen intimiteit met God en christelijke dienstbaarheid openbaart zich treffend in een gebed dat Spurgeon uitsprak tijdens een Tabernacle-dienst. In oprechte, hartstochtelijke woorden bad hij:

“Oh, om de Verlosser lief te hebben met een hartstocht die nooit kan bekoelen … Oh, om ons te verheugen in God met een heilige, overvloedige vreugde die nooit kan worden gestopt, zodat we kunnen leven om God te verheerlijken met al onze kracht, levend met enthousiasme, brandend, vlammend, verteerd door de inwonende God die alle dingen in ons werkt naar Zijn wil.”

Elk facet van Spurgeons omgang met gebed en de Heilige Schrift vormt een krachtige uitdaging voor ons. Een belangrijke les die wij hieruit trekken, is het gewicht van tijd nemen voor gebed en Schriftlezing. Wat Bijbellezen betreft, was Spurgeon overtuigd dat velen in zijn tijd de Schrift te oppervlakkig benaderden en te haastig lazen. Ze grepen nooit de kernboodschap van een vers of passage, en bleven nooit lang genoeg hangen om God werkelijk tot zich te laten spreken. Zulke lezing was niet meer dan een “mechanische oefening”, ontbloot van wat Spurgeon de “ziel van het lezen” noemde.

Daarentegen drong hij aan op langzaam, meditatief lezen, na oprecht gebed om hulp van de Heilige Geest. Hij vermaande zijn toehoorders:

“Lezen velen van u de Bijbel niet haastig — een enkel hoofdstuk, een kort gedeelte, en dan weer verder?  Hoe snel vergeet u niet wat u hebt gelezen, zodat het weinige wat het leek te bewerken, alweer verloren gaat?  Hoe weinigen onder u hebben zich voorgenomen door te dringen tot de ziel, de kern, het leven, de diepe essentie van het Woord — om zijn betekenis werkelijk in zich op te nemen?”​

Betrokkenheid

Als Spurgeon zijn negentiende-eeuwse toehoorders al tot deze bezinning opriep, wat zou hij dan zeggen tegen de mensen van vandaag? Meer nog: wat zou hij tegen u en mij zeggen? Maar wellicht is de belangrijkste les deze: betrokkenheid die ontspringt uit intimiteit. Wij hebben menigmaal mensen ontmoet die zich met hart en ziel inzetten voor de dienst van Christus, maar wier arbeid niet ontspringt aan een innige, levende gemeenschap met God. Dan dreigt het gevaar dat zij uitputting nabij raken, of — zo niet lichamelijk, dan geestelijk — dat hun dienst verstart tot plicht zonder vuur, een arbeid zonder liefde, ontdaan van bewogenheid met zielen en vreugde in de Heere.

Spurgeon zelf waarschuwde:

“Wanneer ons leven zich geheel in het openbare afspeelt, wordt het oppervlakkig en vluchtig, zonder blijvende vrucht. Maar wie in het verborgene een innige omgang met God onderhoudt, zal krachtig zijn tot het goede.”

Moge zijn voorbeeld ons allen aansporen om te groeien in de vertrouwelijke nabijheid van God. Alleen dan zullen wij Hem in ons dagelijks leven werkelijk kunnen verheerlijken.

Translate Website

Zoek In Archief

Selecteer een zoekfilter

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt Het Spurgeon Archief te onderhouden en reclamevrij te houden.
Met uw bijdrage maakt u het mogelijk dat wij ons werk kunnen voortzetten en dit waardevolle archief vrij houden van reclame en commerciële invloeden. U kunt zelf het bedrag bepalen dat u wilt schenken – u kunt kiezen uit vooraf ingevulde bedragen of zelf een bedrag invoeren dat u passend vindt.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Interne Bladwijzers

Maak een gratis account aan of log in op Het Spurgeon Archief om uw favoriete artikelen met bladwijzers op te slaan en ze later gemakkelijk terug te vinden wanneer u opnieuw inlogt. Zo houdt u uw persoonlijke leeslijst bij en kunt u snel verder lezen waar u was gebleven.

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

Het Spurgeon Archief (Webmaster)

Het Spurgeon Archief

Nederlandstalige verzameling van Spurgeon artikelen, waaronder preken, dagelijkse overdenkingen en citaten. [email protected]

Onze Socials:

Copyright & Content