“Lazarus was een van degenen, die met Hem aanzaten.”—Johannes 12:2
Hij is te benijden. Het was goed om Martha te zijn en te dienen, maar beter om Lazarus te zijn en gemeenschap te hebben. Er is een tijd voor elk van beide, en elk is mooi op zijn tijd. Maar geen van de bomen in de tuin geeft zulke trossen als de wijnstok van de gemeenschap. Bij Jezus zitten, naar Zijn woorden luisteren, op Zijn daden letten en Zijn glimlach ontvangen: wat een gunst was dat. Lazarus moet er zo gelukkig door zijn geweest als de engelen. Wanneer wij het geluk hadden om met onze Geliefde te feesten in Zijn feestzaal, dan gaven we geen halve zucht voor alle koninkrijken van de wereld, ook niet als we ze met zo’n zucht hadden kunnen kopen.
Hij is na te volgen. Het zou vreemd zijn geweest als Lazarus niet aan tafel had gezeten waar Jezus was. Want hij was dood geweest, en Jezus had hem opgewekt. Als de opgewekte afwezig was geweest toen de Heere, Die hem het leven gaf, bij hem thuis was, dan was dat echt ondankbaar geweest. Ook wij waren eens dood. Ja, net als Lazarus lagen we te stinken in het graf van de zonde. Jezus heeft ons opgewekt, en door Zijn leven leven wij. Kunnen we er dan tevreden mee zijn om ver van Hem te leven? Laten we het na om Hem te gedenken aan Zijn tafel, waar Hij Zich verwaardigt te feesten met Zijn broeders? O, dat is harteloos! We moeten ons bekeren en doen wat Hij ons heeft gevraagd. Zijn minste wens moet voor ons wet zijn. Leven zonder voortdurend contact met Iemand van wie de Joden zeiden: “Ziet, hoe lief Hij hem had!” zou schandelijk zijn geweest voor Lazarus. Is dat dan te verontschuldigen bij ons, die Jezus heeft liefgehad met een eeuwige liefde? Koel zijn tegenover Hem, Die weende om zijn levenloze lichaam, zou van Lazarus grote ongevoeligheid hebben getoond. Wat zegt het dan over ons, over wie de Zaligmaker niet alleen heeft geweend, maar voor wie Hij ook heeft gebloed? Kom, broeders die dit gedeelte lezen, laten we terugkeren naar onze hemelse Bruidegom. Laten we om Zijn Geest vragen, zodat we nauwer met Hem verbonden zijn en voortaan met Hem aan tafel zitten.

