“Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden.”—Johannes 10:9
Jezus, de grote IK BEN, is de ingang tot de ware gemeente en de toegangsweg tot God Zelf. Aan wie door Hem tot God komt, geeft Hij vier kostbare voorrechten.
1. Hij zal behouden worden. De voortvluchtige doodslager die door de poort van de vrijstad ging, was veilig. Noach ging door de deur van de ark naar binnen en was beschut. Niemand die Jezus aanneemt als de deur van het geloof voor zijn ziel, kan verloren gaan. Wie door Jezus de vrede binnengaat, heeft de garantie dat hij door dezelfde deur de hemel binnengaat. Jezus is de enige deur, een open deur, een brede deur, een veilige deur. Gezegend is wie heel zijn hoop op toegang tot de heerlijkheid vestigt op de gekruisigde Verlosser.
2. Hij zal ingaan. Hij mag binnengaan in het goddelijke gezin, het brood van de kinderen delen en delen in al hun eer en genot. Hij zal ingaan in de kamers van de gemeenschap, op de feesten van de liefde, in de schatten van het verbond, in de voorraadkamers van de beloften. Hij zal in de kracht van de Heilige Geest ingaan tot de Koning der koningen, en de verborgenheid van de Heere zal bij hem zijn.
3. Hij zal uitgaan. Deze zegen wordt veel vergeten. Wij gaan de wereld in om te werken en te lijden, maar wat een genade om dat te doen in de Naam en kracht van Jezus! Wij zijn geroepen om van de waarheid te getuigen, de bedroefden te bemoedigen, de onverschilligen te waarschuwen, zielen te winnen en God te verheerlijken. En zoals de engel tot Gideon zei: “Ga heen in deze uw kracht”, zo wil de Heere ook dat wij als Zijn boodschappers verdergaan, in Zijn Naam en kracht.
4. Hij zal weide vinden. Wie Jezus kent, zal nooit gebrek hebben. Zowel ingaan als uitgaan zal hem tot hulp zijn: in de gemeenschap met God zal hij groeien, en door anderen te laven zal hij zelf gelaafd worden. Omdat Jezus zijn alles geworden is, zal hij alles in Jezus vinden. Zijn ziel zal zijn als een bewaterde hof en als een waterbron waarvan het water nooit opdroogt.

