“… sterk denzelven…”—Deuteronomium 1:38
God gebruikt Zijn volk om elkaar te bemoedigen. Hij zei niet tegen een engel: “Gabriël, Mijn dienaar Jozua gaat Mijn volk Kanaän binnenleiden. Ga, moedig hem aan.” God doet nooit onnodige wonderen. Als Zijn plannen op gewone manier bereikt kunnen worden, gebruikt Hij geen wonderbaarlijke middelen. Gabriël zou voor dit werk niet half zo geschikt zijn geweest als Mozes. Het medeleven van een broeder is kostbaarder dan de boodschap van een engel. De engel, snel van vleugel, kende de opdracht van de Meester beter dan de gemoedsaard van het volk. Een engel had de moeite van de weg nooit meegemaakt, de vurige slangen nooit gezien en de koppige menigte in de woestijn nooit geleid zoals Mozes. We mogen blij zijn dat God meestal voor mensen werkt door mensen. Het vormt een band van broederschap, en doordat we van elkaar afhankelijk zijn, worden we nog meer tot één familie samengesmolten. Broeder, zuster, neem deze tekst aan als Gods boodschap aan jou. Zet je in om anderen te helpen, en probeer vooral hen te bemoedigen. Praat opgewekt met de jonge, bezorgde zoeker. Probeer liefdevol de struikelblokken uit zijn weg te ruimen. Als je een vonkje genade in een hart vindt, ga dan neerknielen en blaas het aan tot een vlam. Laat de jonge gelovige geleidelijk ontdekken hoe ruw de weg is, maar vertel hem over de kracht die in God woont, over de zekerheid van de belofte en over de lieflijkheid van de gemeenschap met Christus. Probeer de bedroefden te troosten en de moedelozen aan te moedigen. Spreek “een woord ter rechter tijd” tot wie moe is, en moedig de angstigen aan om blij hun weg te gaan. God moedigt je aan door Zijn beloften. Christus moedigt je aan als Hij wijst naar de hemel die Hij voor je heeft gewonnen. En de Geest moedigt je aan, omdat Hij in je werkt “beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen”. Volg Gods wijsheid na en moedig anderen aan, volgens het woord van vanavond.

