“…en de zee was niet meer.”—Openbaring 21:1
Het zou ons nauwelijks vreugde geven als we de prachtige oude oceaan kwijtraakten. De nieuwe hemelen en de nieuwe aarde worden voor onze verbeelding niet mooier als er werkelijk geen grote, wijde zee meer zal zijn, met haar glinsterende golven en haar stranden vol schelpen. Moet de tekst niet als beeldspraak worden gelezen, gekleurd door het vooroordeel waarmee de mensen in het Oosten in vroeger tijden altijd naar de zee keken? Een echte, stoffelijke wereld zonder zee is treurig om je voor te stellen. Het zou een ijzeren ring zijn zonder de saffier die hem kostbaar maakte. Er moet hier een geestelijke betekenis zijn. In de nieuwe tijd zal er geen scheiding meer zijn: de zee scheidt volken en rukt mensen van elkaar los. Voor Johannes op Patmos waren de diepe wateren als gevangenismuren. Ze sloten hem buiten, weg van zijn broeders en zijn werk. In de komende wereld zullen zulke grenzen er niet meer zijn. Mijlen vol rollende golven liggen tussen ons en menige verwant aan wie wij vanavond biddend denken. Maar in de stralende wereld waar wij heen gaan, zal de gemeenschap ongebroken zijn voor heel de verloste familie. In die zin zal er geen zee meer zijn. De zee is het beeld van verandering. Met haar eb en vloed, haar spiegelgladde rust en haar bergen van golven, haar zacht gemurmel en haar bulderend geweld blijft ze nooit lang dezelfde. Ze is slaaf van de wispelturige winden en de veranderlijke maan. Haar onbestendigheid is spreekwoordelijk. In dit sterfelijke bestaan hebben wij hier te veel van: de aarde is alleen standvastig in haar wisselvalligheid. Maar in de hemelse staat is alle droevige verandering onbekend. Daarmee is ook alle angst voorbij voor stormen die onze hoop kunnen doen vergaan en onze vreugde laten verdrinken. De glazen zee gloeit van een heerlijkheid die door geen enkele golf wordt verstoord. Geen storm huilt langs de vredige kusten van het paradijs. Spoedig bereiken wij dat gelukkige land waar afscheid, verandering en stormen voorbij zijn! Jezus zal ons daarheen brengen. Zijn wij in Hem of niet? Dat is de grote vraag.
