24 March Nieuws, preken, bijbelse dagboeken en videos

Christus, de enige troost

Christus, de enige troost

“En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?’ lukas 24:38

Deze vragen van onze Heere lijken te zeggen dat ware gelovigen in een toestand van geestelijke verontrusting kunnen komen. De elf discipelen waren echt Christus’ leerlingen, ja zelfs Zijn apostelen. Toch, toen hun geloof hen begaf, en ze hetgetuigenis van Christus’ opstanding uit de doden weigerden te geloven, werden ze in hun geest verontrust en heen en weer geslingerd als op een stormachtige zee. Ongeloof is een grote onruststoker. Onze vrede komt lot ons door het geloof, en als ons geloof verzwakt, is onze vrede geneigd te verminderen en in diezelfde mate worden we verontrust in onze geest. Als de gelovigen, die van de dood in het leven zijn overgegaan, soms verontrust worden, kun je er zeker van zijn dat anderen het ook zijn. Het hoeft niet te verbazen dat zij, die nooit de genade van God in de bekering ervaren hebben, en nooit de vreugde gesmaakt hebben die Jezus geeft aan degenen die Hij verlost, onrust en angst kennen. Als iedere onbekeerde zijn werkelijke toestand zou kunnen zien, zou bij zijn ogen niet durven sluiten om te gaan slapen. Hij zou niet eens durven sluimeren, totdat hij zou zijn gebracht tot het kennen van de HEERE. Als u. die leeft zonder een Zaligmaker, uw verloren staat zou beseffen, zouden uw kussens met dorens in plaats van met veren gevuld zijn. Ik denk haast niet, dat uw brood u nog zou smaken of dathet licht aangenaam zou zijn voor uw ogen, als u uw huidige omstandigheden en het gevaar waarin uw ziel zich bevindt, zou onderkennen Ik beef over u, en ik zal blij zijn als u leert om over uzelf te beven en de toekomende toorn te ontvlieden.

Ik wil deze keer in het bijzonder hen aanspreken, die in een zekere mate ontwaakt en wakker geschud zijn omtrent hun werkelijke positie tegenover God, en die al langere tijd in die gesteldheid zijn. Ze zijn niet vrolijk, ze zullen het ook nooit meer zijn totdat er een grote verandering over hen komt. Toch zie ik niet in waarom ze niet ogenblikkelijk een eind zouden maken aan hun twijfels, angsten en onrustige gedachten, om direct het gebied van rust en vrede binnen te gaan. Ik zeg dat ik niet inzie waarom ze deze grote zegen niet zouden ontvangen; ik zie daarentegen een groot aantal redenen waarom ze dat wel zouden. Ik kan naar waarheid zeggen dat, wanneer ik voor u preek, ik met hart en ziel zwoeg om u naar het kruis van Christus te brengen. En ik heb soms gedacht terwijl ik naar huis liep: “Dat was een armzalige preek als ik het alleen maar beoordeel aan de hand van de regels der retorica, maar toch was het een preek die, als ik hem zelf gehoord zou kunnen hebben als ik wanhopig was en uitzag naar verlossing, me een lief ding waard geweest was, omdat het precies was wat ik nodig had om me de weg naar de hemel te wijzen. Het zou een sleutel geweest zijn om mijn kerker te ontsluiten en mij in vrijheid te brengen.” En ik bid dat het nu zo mag zijn; elk woord dat ik uitspreek is gedompeld in het gebed dat sommigen van mijn waarlijk beangstigde hoorders, die er goed aan zouden doen (als ze ertoe in staat waren), hun omzwervingen te laten eindigen bij het kruis, om vrede in Jezus Christus de Verlosser te vinden. Welnu, met dat doel voor ogen ga ik de vraag uit zijn verband halen, en hoewel Jezus hem aan de elven voorlegde, zal ik het wagen om hem te richten tot u, die er ver vandaan bent om apostelen te zijn, die zelfs nog geen discipelen bent, maar die in ieder geval wensen om zelfs maar tot de minsten van Gods volk gerekend te worden. Tot u zeg ik, met de woorden van de tekst: “Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?”

I. En in de eerste plaats is het de moeite waard om deze vraag te overwegen: “Wat zijt gij ontroerd?”Velen van u zijn bezorgd, sommigen van u zijn heel erg bezorgd, hoewel niet altijd in dezelfde mate. U schudt uw ongerustheid soms van u af, ongelukkige mensen dat u bent, dat u in staat bent om een bezorgdheid af te schudden die u uitdrijft naar de Zaligmaker! U gaat op bezoek, u wordt opgeslokt door zaken, en u vergeet deze grote smart, deze droevige verslagenheid. Echter, na een tijdje keert het naar u terug. Een lichte ziekte of een sterfgeval in de familie, ja zelfs de oostenwind en de mist, vergezeld van de gebruikelijke somberheid, doet die pijnlijke gedachten naar u terugkeren, en u bent weer onrustig. En u heeft veel vragen in uw hart; u kunt er niet vanaf komen. Het is al maanden zo met u gesteld, ik ken er bij wie het jaren zo geweest is. Ze zaten wellicht onder mijn gehoor of onder dat van een andere dienaar des Woords, en na een indringende en persoonlijke preek voelden ze zich dodelijk ongerust. Ze weten niet wat ze met zichzelf aan moeten en soms hebben ze gezegd: “Aan deze toestand moet een eind komen; we kunnen deze onbestemde, geheimzinnige vrees die ons achtervolgt en onze levensvreugde wegneemt, niet langer verdragen.

Het is een goede zaak om deze vraag te stellen: “Wat zijt gij ontroerd?” Immers, het zou ontzettend jammer zijn om zonderreden ongerust te zijn. Als er voor de bezorgdheid geen oorzaak is, laten we er dan vanaf zien te komen. Ik beschouw het als een van de meest wijze activiteiten om Ie strijden tegen moedeloosheid Ik denk niet dater hier iemand is die qua aanleg meer tot moedeloosheid geneigd is dan ik. Maar als ik deze druk op mijn geest voel, zoek ik het te overwinnen door op God te hopen. Ik zeg tegen mezelf: “Wat buigt gij n neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God”(Ps. 42:12). Als ik die vraag op de man af stel en het blijkt dat er niets is om werkelijk onrustig over te zijn, word ik niet langer verontrust en ik veronderstel dat u grotendeels hetzelfde in elkaar zit als ik en dat u, als u uw probleem recht in het gezicht kijkt en ontdekt dat het niets voorstelt, dat u het dan van zich zult afschudden en opnieuw tot een vrolijke gesteldheid van het hart zult komen.

Maar stel nu eens dat er iets zou zijn dat u werkelijk angstig zou moeten maken; is het dan niet het beste om direct een diepgaand onderzoek daarnaar in te stellen? Het zou kunnen zijn, dat de oplossing van het kwaad ligt in het onderzoeken ervan. Daar is iemand met een vage angst dat hij een ziekte onder de leden heeft. Maar als het waar is, bevindt de kwaal zich op dit moment nog in een vroeg stadium. Nu, als hij een dwaas man is, zal hij zeggen: “Ik zal me er maar geen zorgen over maken. Als het veel erger wordt, zal ik nog eens zien.” Maar als hij een wijs en intelligent iemand is, zal hij zeggen: “Ik moet het naadje van de kous weten. Ik zal naar de beste dokter gaan die ik kan vinden, en hij moet me nauwgezet onderzoeken, zodat ik zal weten wat deze symptomen te betekenen hebben. Want stel dat er sprake is van een ziekte, dan kan het misschien in de kiem gesmoord worden, zodat mijn leven gered kan worden. Als ik nu meteen naar de dokter ga, dan is hij misschien in staat om deze kwaal te bestrijden voordat het me nog meer in zijn greep heeft.” Ik ben van mening dat hij een zeer verstandig man is als hij tegen zichzelf zegt: “Stel dat het met mijn gezondheidstoestand helemaal verkeerd is, mogelijk is er een genezing voor mijn ziekte. Ik zal zien of ik die genezing kan krijgen.” Denk eraan, dat het voornaamste waar u op moet letten, uw ziel is. Broeders, waak met alle middelen voor uw gezondheid; pas goed op de eigendomsbewijzen van uw bezittingen, maak uw testament op, enzovoort. Maar voor alles geldt: waak voor het welzijn van uw onsterfelijke ziel. Want wat moet u beginnen als u zou overgaan naar een andere wereld en daar zou ontdekken dat u voor altijd uitgesloten bent van alle hoop? Wat zou dat afschuwelijk zijn! Let daarom eerst en vooral op datgene, wat voor altijd blijft, en maak uw roeping en verkiezing vast. God helpe u door Zijn genade om deze zaak nog in dit uur in ogenschouw te nemen! Als er hoe dan ook een geneesmiddel nodig zou zijn, zal er geen speciale reden zijn om te vrezen of te beven als we besluiten om uit te gaan en het te verkrijgen. Als het inderdaad binnen ons bereik geplaatst wordt, laten we dan onze hand uitstrekken en het terstond nemen, om zo op de best mogelijke wijze een eind te maken aan onze zorgen en vragen, door het medicijn voor onze smart en de volkomen genezing van onze zielekwaal te verkrijgen.

De discipelen waren, op het moment van onze tekst, onrustig omdat, toen Jezus in hun midden stond, ze dachten dat Hij een geestverschijning was. Toch was het geen geest maar de echte, levende Heere Jezus, Die ze naderhand aanraakten en Die daar was, maar “zij meenden dat zij een geest zagen ” en daarom waren ze “verschrikt en zeer bevreesd. ” Ik vraag me af of uw huidige zorgen misschien voortkomen uit een veronderstelling. Ik heb mensen gekend, die tegen me zeiden: “Ik ben bang, dominee, en het is mijn dagelijkse zorg, dat God mij niet heeft uitverkoren tot de eeuwige zaligheid. Denk u eens in, dat ik uiteindelijk geen uitverkorene zal blijken te zijn.” Luister nu eens: stel dat u één van Gods uitverkorenen zou zijn. Heeft het niet net zoveel zin om dat te veronderstellen dan dat andere? En stel dat u eens zou ophouden met veronderstellen, dat zou een heel verstandige zaak zijn. Er komt niet veel goeds van als iemand dat soort veronderstellingen koestert, net zo goed als ik niet in de hemel kan klimmen om die boekrol te ontvouwen. “De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onzen God” (Deut. 29:29). Laat die verborgen zaak daarom aan Hem over. Ik zal u iets vertellen dat niet alleen maar een veronderstelling is. Onze Heere Jezus Christus zegt: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen” (Joh. 6:37). Er is geen enkele situatie denkbaar, waarin Jezus Christus ooit een zondaar, die tot Hem komt, zal uitwerpen, laat daarom uw veronderstellingen maar rustig varen en wees ervan overtuigd dat wie er ook tot Christus komt, nooit en te nimmer uitgeworpen zal worden.

Ik hoor iemand anders zeggen: “Maar stel nu eens dat ik de onvergeeflijke zonde heb bedreven.” Tot zo iemand zeg ik “Stel dat u dat niet gedaan hebt.” Er is netzoveel reden om het ene te veronderstellen als het andere, en weer zeg ik: veronderstel nu eens dat u wijs genoeg bent om met al dat veronderstellen op te houden. Als u de onvergeeflijke zonde hebt gedaan, zou ik graag willen weten wat dat voor een zonde is. Want ik meen te mogen zeggen dat ik meer betrouwbare theologische boeken heb gelezen dan wie ook. Ik heb echter nooit kunnen ontdekken wat voor zonde daarmee bedoeld wordt. Ik heb ook nog nooit enige theoloog ontmoet van wie ik de indruk had dat hij ook maar bij benadering kon beschrijven wat de onvergeeflijke zonde is. Zoveel weet ik ervan, dat het een zonde genoemd wordt die ten dode is en zodra iemand deze zonde begaat, komt er een geestelijke dood over hem, waardoor hij nooit naar genade verlangt, zich nooit bewust is van zijn schuld en nooit hoopt om de zaligheid door Jezus Christus te verkrijgen. Hij wordt een dode, zo dood dat niet alleen zijn zonde onvergeeflijk is, maar ook de gesteldheid van zijn hart waarin de zonde hem terecht doet komen, waardoor hij nooit vergeving zoekt of zelfs maar wenst. Daarom, mijn lieve vrienden, u mag weten datu niet in deze verschrikkelijke staat geraakt bent indien u altijd rusteloos bezig bent met de zaligheid van uw ziel en altijd hoopt datu door enig middel gered zou kunnen worden.

Wat voor veronderstelling u ook naar voren brengt, ik geloof dat ik u uw veronderstelling uit handen kan slaan, of dat hetu als vanzelf uit handen valt. Wees daarom niet in twijfel of in angst omwille van een veronderstelling. Als ik wilde, zou ik u mei veronderstellingen kunnen lastigvallen. Stel dat er een aardbeving zou plaatsvinden. Stel dat die galerij daar boven naar beneden zou storten. Nou, zo zou ik verder kunnen gaan met veronderstellen, totdat ik elke aanwezige met zwakke zenuwen de schrik op het lijf gejaagd zou hebben. Maar wat zou ik dwaas zijn, en wat zou u dwazen zijn om zich daardoor te laten verschrikken! Ik smeek u: geloof mij, dat er in de zwarte feiten van uw zaak al genoeg is om u ongerust over te maken, zonder dat u zich overbodig zou kwellen met veronderstellingen. Men heeft het voor een kenmerk van heiligheid gehouden als een man een harig kleed droeg en een ijzeren gordel om zijn middel die vele pijnlijke plekken veroorzaakte. We weten inmiddels beter. Waarom zou u daarom een harig kleed van veronderstellingen maken en een ijzeren gordel van pure bedenksels van uw eigen fantasie? Ik smeek u: zie dat u van dat alles afkomt.

Maar veronderstel dat u een eind gemaakt hebt aan al die veronderstellingen, dan zou het toch mogelijk zijn dat u door allerlei gedachten verontrust wordt. “Waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten” (Luk. 24:38).U bent niet in staat om vrede te vinden omdat u bepaalde gedachten in uw harten hebt. Nu dan, wat zijn uw gedachten?

“Ik heb gedacht”, zegt iemand, “dat de Bijbel misschien niet waar zou zijn.” Welnu, toen deze discipelen dachten dat Jezus niet Zelf werkelijk aanwezig was, maar dat het alleen om een geestverschijning ging, toen zei onze Zaligmaker tot hen: “tast Mij aan en zie”; en de beste manier om te testen of de Bijbel waar is, is niet door te luisteren naar de boze ideeën van sceptici, maar om te luisteren naar zijn eigen uitdaging: “tast mij en zie”. Het geloof in Jezus Christus is op een wonderlijke manier solide en krachtig. Voor mij is het leven, vreugde, troost, kracht, alles. Ik tast ernaar en ik heb het voor mezelf al vele jaren beproefd en getest, maar ik verwacht niet dat mijn ervaring in de plaats kan staan voor uw eigen ondervinding. Ga zelf in het gebed tot Christus, nader zelf tot God met berouw en zie dan of Hij u soms geen vergeving schenkt, u zegent en u verandert, zodat u een nieuw schepsel wordt. En als Hij dat gedaan heeft, geloof mij, dan zult u nooit meer de vraag stellen of de Bijbel wel waar is, want als het u gered zal hebben van angsten en u bevrijd zal hebben van uw zonden en u in het leven, in het licht en in de vrijheid gebracht zal hebben, zult u er absoluut zeker van zijn dat het waar is, omdat u hetzelfbeproefd en getest hebt.

“O, maar daar heb ik heel andere gedachten over!” zegt een andere vriend. “Ik denk dat ik niet gered kan worden omdat ik niet alles voel, wat ik zou moeten voelen. Ik heb nog niet genoeg afschuw over mijn zonde gevoeld. Ik heb mezelf nog niet de grootste van alle zondaren, die ooit geleefd hebben, gevoeld In feite verwacht ik ook niet dat ik mezelf in die staat van wanhoop kan brengen, waarvan ik gelezen heb dat het de ervaring is geweest van velen die gered zijn ” Nu, dat is weer een van die dwaze gedachten die u beteruit uw hoofd kunt zetten. Wie heeft u verteld datu een bepaalde hoeveelheid tranen moet schreien? Wie heeft u verteld dat u een bepaalde mate van zielsangstmoet doorstaan? Dat Boek heeft het u niet verteld, noch Gods verkondiger. We houden u integendeel voortdurend voordat hetlijden omwille van de zonde op de Heere Jezus Christus gelegd is, dat de verzoening voor de menselijke schuld in Zijn dierbaar bloed te vinden is en dat u tot Hem mag komen precies zoals u bent. Hebben we niet vaak geprobeerd een onderscheid te maken tussen berouw (een vrucht van de Geest) en wanhoop (een verzoeking van de duivel)? Velen komen ongetwijfeld in uiterste wanhoop tot Christus. Maar waarom zou u niet tot Hem komen vervuld van hoop, omdat u verwacht dat Hij u zal zegenen? En als u inderdaad zo komt, vertrouw er dan op dat Hij u niet ledig zal wegzenden. Zie dat u afkomt van die dwaze gedachte, zeg ik u, en geloof in Jezus Christus, mijn Heere. Moge de Heilige Geest u daartoe helpen!

Wellicht zegt een derde bezorgde persoon: “Mijn gedachte is, dominee, dat wanneer ik zou beweren dat ik een christen ben, ik er niet naar zou kunnen leven.” Ik hoorde een mooi antwoord op die opmerking van iemand die ik van de week ontmoette. Iemand zei tegen haar: “U weet, als u belijdt gelovig te zijn, moet u er ook naar leven.” “O”, zei ze, “het enige dat ik belijd is dat ik mijn vertrouwen op de Heere Jezus Christus stel en dat ik erop vertrouw dat Hij me helpt om ernaar te leven; zover gaat mijn vertrouwen in Hem.” Zorg ervoor dat u hetzelfde doet en werp de gedachte ver van u dat het aan u staat om te gaan leven overeenkomstig uw belijdenis. De zaligheid komt alleen maar van de Heere. U moet de genade van Christus om niet aannemen en Hij zal het u graag geven. Net zo goed als Hij graag zal doorgaan met u alle genade te geven die u nodig hebt totdat Hij u veilig thuisbrengtin heerlijkheid.

Onze Heere vroeg Zijn discipelen: “Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?”Er zijn sommigen die zeggen: “Het zijn de gevoelens in ons hart die ons angst bezorgen.” Nu dan, wat voor gevoelens zijn dat? In de regel geef ik meer om geloof dan om gevoelens, maar vertel mij voor deze keer eens wat uw gevoelens zijn, u, met uw zorgen en uw angstige gedachten. “Dominee”, zegt iemand, “ik ben bang dat ik nooit zalig zal worden.” Maar waarom dan niet? “O, ik weet niet waarom; maar ik ben gewoon bang dat ik het niet zal worden!” Nou, denkt u niet dat u bijzonder dwaas bent? Als u er ook maar enigszins over nadenkt, zult u dat zeker moeten toegeven. Omdat, als iemand zou zeggen: “ik ben zo bang”, en u vraagt: “waarvoor dan?”, en hij zou antwoorden: “Ik weet het niet, maar ik ben zo bang!”; dan zou u tegen hem zeggen: “Mijn lieve vriend, als u niet weet wat u zo angstig maakt, houd er dan mee op.” Als u niets heeft om bang voor te zijn, wees dan ook niet angstig, want wat voor reden zou u er voor hebben ?

“O, maar dominee”, zegt een ander, “ik heb het gevoel – laat ik er maar geen doekjes om winden – dat het te mooi is om waar te zijn.” Wat is te mooi om waar te zijn? “Wel, dat mijn zonden vergeven worden eenvoudig en alleen doordat ik geloof, en dat ik dan op slag een kind van God zal zijn!” Dat is te mooi om waar te zijn, zegt u? Het zou inderdaad zo zijn als het van uzelf moest komen. Maar als het van God komt, is niets te mooi om waar te zijn vanwege de goede en genadige God. Hij is gewillig om al uw zonden uit te delgen als u maar zult vertrouwen op de Heere Jezus Christus. Hoeveel u Zijn wetten mag hebben overtreden, Hij is bereid om een besluit van amnestie en vergetelheid uit te vaardigen en om al uw overtredingen uit te wissen. Uw omzwervingen, uw godslasteringen zelfs is Hij bereid te vergeven, en Zijn bereidheid is groter dan uw gewilligheid om vergeving te ontvangen. Hij zegt het eenvoudig zo tot ons: “Geloof in Mijn Zoon. Vertrouw erop dat Hij, Die Ik gezalfd heb om zalig te maken, uzalig zal maken. En wanneer u zo vertrouwt, zijn uw overtredingen vergeven en bent u gered.” Het is een geweldige boodschap die we u te brengen hebben.

Verwachtte u een gering evangelie van een groot God? Verwachtte u een gering evangelie van die grote Zaligmaker. Die Gods Zoon was en niettemin stierf aan het hout? Als de boodschap geringergeweest zou zijn dan zij is, zou u zijn gaan redeneren overhaarkleinheid. Maar nu het zo geweldig is, bid ik u om niet te redetwisten met deze grote genade, maar om het te ontvangen, te geloven, hetdirect te geloven. Laten uw twijfels en angsten voor eensen vooraltijd ophouden door het krachtdadige werk van Gods genadige Geest.Ik heb te lang stilgestaan bij dit eerste punt, maar ik hoop toch datik u ervan overtuigd heb dat de vraag uit onze tekst de moeite van hetoverwegen waard is.

II. De vraag, die we nu moeten behandelen, is heeft onze onrust iets te maken met Jezus.’ Dat is wat onze Heere bedoelde toen Hij Zijn discipelen ondervroeg: “Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?” Hun onrust had te maken met Jezus, maar ze hadden aangaande Hem een grote vergissing gemaakt.

“Ja”, zegt u, “de zaak betreffende Jezus en Zijn verlossing is een heel bovennatuurlijke kwestie.” Boezemen alle bovennatuurlijke zaken u angst in? “Inderdaad, dominee, dat doen ze Ik ben bang voor datgene, dat de grenzen van het waarneembare overstijgt.”U zult daar echter zelf over niet al te lange tijd zijn. Of u bang bent of niet, u zult sterven. Even zeker als u in deze Tabernakel zit, zult u te maken krijgen met wat bovennatuurlijk is. U mag dan misschien nog een aanzienlijke tijd van leven krijgen, als u een jonge man bent; maar het zal een heel kort poosje lijken als u aan het eind ervan staat, en dan zult u zich moeten bezighouden met de dood, de hemel, de hel, de engelen, God, de rechterstoel en de eeuwigheid. O, het zou een grote genade zijn als u nuvertrouwd met deze zaken zou kunnen worden! Denk erover waar u voor altijd zou willen leven; u zou beter de taal van dat land kunnen gaan leren. Het zou goed voor u zijn om iets te gaan begrijpen van de toekomstige wereld, want die komt onvermijdelijk en er is geen sprake van uitstel. De sterkste man onder ons zal moeten sterven, en het is een gedachte die me vaak sterk bezighoudt, dat arme, zwakke, ziekelijke personen blijven leven terwijl je dacht dat ze al jaren geleden gestorven hadden moeten zijn. Echter, die mooie, sterke, gezonde mannen zijn degenen van wie we horen: “die en die is op het treinstation overleden” of “die en die is plotseling weggenomen en hi j is niet meer.”

Letdaarom op deze zaak, en wel ogenblikkelijk. U zult vroeger of later met het bovennatuurlijke te maken krijgen, dus waarom niet vandaag daarmee een begin gemaakt?

“O!”, zegt u, “maar deze Heere Jezus Christus, in Wie ik volgens u moet geloven, schijnt zo onwerkelijk te zijn. Ik kan Hem niet zien, noch Hem aanraken, zoals deze apostelen wel konden.” Inderdaad, maar weet u dat de apostelen ook zo dachten? Ze dachten dat ze een spook zagen. Toch is er niets meer werkelijk in heel de wereld dan onze Heere Jezus Christus. Ik wilde wel dat u Hem vanavond zou zoeken. Ik wilde wel dat u naar die kleine kamer van u zou gaan en bij uw bed neerknielen en schreeuwen: “Zaligmaker, als U werkelijk een Zaligmaker bent, dan is hier een zondaar die ernaar verlangt om gered ie worden. Kom en maak mij zalig.” Als u dat doet, zult u spoedig ondervinden dat, hoewel niet getast met de hand of gezien met het oog, er toch geen helderder, werkelijker en meer levende realiteit is dan Jezus Christus, de Zoon van God.

“Maar dominee”, roept u, “dat geloven schijnt zo vaag en onbestemd te zijn. Als u me opdroeg iets te doen, zou ik het proberen. Als ik bijvoorbeeld blootsvoets van hier naar John-o’-Groat’s House zou moeten lopen, zou ik weten wat dat inhield en ik zou morgenochtend van start gaan, of als het nodig is vanavond nog.” Ja, ik ben ervan overtuigd dat u dat nog zou doen ook. Maar uiteindelijk is de opdracht die u krijgt om te geloven in Jezus niet minder duidelijk dan het bevel om op blote voeten naar John-o’Groat’s House te lopen. Geloven in Jezus is een heel eenvoudige zaak, zelfs voor een kind gemakkelijk te begrijpen. Het is alleen maar op Hem vertrouwen, dat is alles. Als u gelooft dat wat over Hem geschreven is, waar is, en vervolgens uzelf helemaal aan Hem toevertrouwt, zal dat u redden. Kijk, ik hang nu met heel mijn gewicht op de omheining van dit spreekgestoelte; als dat naar beneden stort, val ik ook omlaag. Doe precies hetzelfde met de Heere Jezus: werp u met heel uw gewicht op Hem. Als Hij u niet kan redden, ga dan verloren. Ik moet wel verloren gaan, daarvan ben ik zeker, als Hij me niet kan redden. Mijn gehele en enige hoop hangt aan die dierbare hand die aan het kruis genageld was, mijn enige vertrouwen is gesteld op dat kostbare bloed dat vloeide uit Zijn doorstoken zijde. Ik waag met Hem mijn eeuwige bestemming en ik voel dat ik daarmee geen enkel risico loop. Vertel mij eens, is dat vaag? Het lijkt mij buitengewoon helder en duidelijk.

“Welnu”, zegt iemand, “maar op de een ofandere manier lijkt Christus zo onbereikbaar. Ik kan niet tot Hem gaan ” Dat is wel het laatste dat u over Hem mag zeggen, want Hij zal u ontvangen als u alleen maar een stil gebed tot Hem fluistert. In de kerkbank waar u op dit moment zit, of als u in het gangpad staat ofdaarboven op de galerij: spreek slechts tot Hem in uw hart en Hij zal u ogenblikkelijk horen. Onbereikbaar? Maar mijn geliefde vrienden toch, er is niemand zo bereikbaar als Christus! Een wens zal Hem bereiken, een traan heeft Hem reeds gevonden, Hij is overal aanwezig waar maar een hart is dat verlangt om door Hem verlossing te verkrijgen.

Ik stel me voor dat ik iemand van u hoor zeggen: “Ik voel dat Hij zo heilig is, dat ik, zo schuldig als ik ben, niet tot Hemkan komen.” Zou u willen dat Hij ook onheilig zou zijn dan? Als Hijzo zou zijn, hoe kon Hij u dan zalig maken? Maar terwijl Hij heilig is. vraagt Hij u toch om tot Hem te komen; waarom zou u dan niet komen? Waarom maakt u een hindernis van zo’n heerlijk feit als dit, dat Christus goed, rechtvaardig en waarachtig is? Denk erom dat ook dit waar is, “dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken” (I Tim. 1:15). Als Hij zondaren niet zalig zou maken, dan was Hij in deze wereld gekomen om ons te bespotten. Hij zou dan voor niets in deze wereld gekomen zijn. En als u, die een zondaar bent, komt tot Christus en Christus wijst u af, dan heeft Hij Zijn opdracht vergeten en Zijn karakter verloochend. Hij moet afstand doen van Zijn naam, want dan is Hij niet langer ‘Jezus’, als Hij zondaren die tol Hem komen niet redt. Dat geldt ook als Hij zondaren, die niet tot Hem komen, niet redt, want Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken – die beide! – wat verloren was (Luk. 19:10).

“Maar”, zegt weer een ander, “ik kan niet geloven dat deHeere Jezus Christus ook maar enigszins aandacht voor mij zou hebben. ’’O, kon ik die ongelukkige, ellendige gedachten die u over mijn grote Heere hebt maar aan Zijn kruis nagelen! “O, maar ik ben nietswaardig, dominee!” Christus stierf voor nullen en nieten. “Maar ik ben arm.” “De armen wordt het Evangelie verkondigd” (Mat. 11:5).“Maar ik ben geheel ongeletterd.” Inderdaad, en het is aan zulke mensen dat een duidelijk evangelie wordt gezonden door onze genadige Zaligmaker. “Maar ik ben zo onbekend en onbetekenend.” Helemaal niet! De Heere Jezus weet alles van u! Zelfs de haren van uw hoofd zijn alle geteld (I uk. 12:7). Denk niet dat als u rijk zou zijn, Christus een hogere dunk van u zou hebben dan nu. U weet hoe dat onder mensen gaat: als iemand een mooie jas en een diamanten ring draagt, geven de mensen hem een zitplaats zodra hij het gangpad in komt lopen. Maar dat is niet de geest van Jezus Christus! Hij geeft niets om uw diamanten ringen en uw satijnen gewaden. Mijn Heere Zelf droeg een eenvoudig gewaad, uit dén stuk geweven, zonder naad. Hij ging gekleed zoals de gewoonste en meest nederige plattelander en Hij had er een behagen in om te gaan met de armstevan het volk. Gaat u me daarom niet vertellen dat HijZich niet zal neerbuigen om naar u om te zien. Mijn Heere zou het luisteren naar het zingen van de engelen onderbreken om te horen naar het schreeuwen van een arme zondaar. Al zou er een of andere grote parade dagin de hemel zijn, waarbij gehelmde cherubs en gepantserde serafs voor Zijn verheven oog langs marcheerden; Hij zou het kamp van de engelen verlaten om te komen luisteren naar het gebed van een bedelaar. Want onthoudtgoed, dat Hij evenzeer mens als God is, en alles wat menselijk is, raakt dat waarachtige hart van Hem dat voor mensen doorboord is. Roep daarom tot Hem, vraag Hem om medelijden met u te hebben en Hij zal stilstaan zoals Hij deed toen de blinde Bartimeüs tot Hem riep, en Hij zal opdracht geven om u voor Hem te leiden en dan zal Hij tot u zeggen: “Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?” (Mare. 10:51)en Hij zal u een geestelijk gezichtsvermogen en een geestelijke gezondheid geven als antwoord op uw gebed. Kom tot Hem, hoe arm of zwak of onbetekenend u ook bent en u zult spoedig ontdekken dat het precies is zoals ik u vertel. Als u zich op wat voor wijze dan ook een verkeerd beeld van mijn Heere en Meester had gevormd, hoop ik dat wat ik gezegd heb, zal helpen om dat te corrigeren.

III. Dan tenslotte nog dit; en moge God dit woord aan u zegenen, lieve bezwaarde vriend, om u tot de Zaligmaker te brengen! Als Jezus op de juiste wijze gekend wordt, heeft Hij een antwoord op elke moeite van elke zoekende ziel. Als u Hem maar kende, dan zou u zien dat het direct afgelopen zou zijn met uw onrust. Deze regels zijn helemaal waar:

“Als alle naties wisten van Zijn waarde,
Beminnen zou Hem heel de aarde “

Als de mensen maar wisten wat voor een Zaligmaker Hij is, ze zouden niet rusten voordat ze Hem als hun Zaligmaker hadden leren kennen. Sta mij toe dat ik u een paar dingen noem die u hopelijk helpen een eind te maken aan al uw bezwaren. In de eerste plaats: Jezus Christus leeft. Hij is gestorven, maar Hij is weer opgestaan. Hij is levend en Hij leeft onder de mensen. In geestelijk opzicht is Hijnog op aarde. Zijn lichamelijke aanwezigheid is in de hemel, maai Zijn geestelijke aanwezigheid is overal. “ Waar we Hem ook zoeken, daar wordt Hij gevonden.” Hij leeft, is actief, levend, onder ons, geeft ons Zijn zegeningen, werkt Zijn Goddelijke plannen uit. Hij is een levende aanwezige kracht onder de duizenden inwoners van deze stad, een levende aanwezige Persoon in dit huis van gebed.

Vervolgens: Jezus Christus leeft als EenDie een volkomen verzoening der zonden heeft bewerkt.Weel u wat dat betekent.’ Dit versta ik onder verzoening: wij waren schuldig, wij hadden gezondigd; en Gods wet heeft door ijzeren klemmen straf met zonde verbonden. Ik ben er zeker van dat de enige manier waarop de wereld geregeerd moet worden door middel van deze wet is, zodat het kwaad ander kwaad uitwerkt. Als mensen verkeerde dingen doen, moeten ze gestraft worden. We mogen wel met eerbied zeggen dat God Zelf die wel niet kan veranderen, omdat het een goede en juiste wet is. Nu dan, Jezus Christus kwam en droeg de gevolgen van de menselijke zonde in Zijn eigen lichaam op het hout. En zij, die in Jezus Christus geloven, door de daad des geloofs, aanvaarden Hem als hun Plaatsbekleder, Die hun schuld en straf draagt en voor God een Offer is in hun plaats. Daarom mogen al diegenen, die in Jezus Christus geloofd hebben, zeker weten dat Hij in alle opzichten in hun plaats gestorven is. Ik herinner me een gesprek dat ik een zekere dag had met een arme man, een Ier, die ik het volgende probeerde duidelijk te maken. Ik zei: “Stel nu dat u een moord gepleegd had, en dat u daarom opgehangen zou worden.” “Ja”, zei hij, “dat zou ik dan verdiend hebben.” “Maar stel nu eens dat ik naar de koningin zou gaan en tegen haar zou zeggen: ik ben bereid om in zijn plaats opgehangen te worden. Mijn liefde voor hem is zodanig, dat ik wil toestemmen om in zijn plaats te sterven, om hem vrij te krijgen terwijl de wet toch wordt geëerbiedigd.” De man zei: “Dat zou bijzonder sympathiek van u zijn, meneer.” “Nu, stel dan dat de koningin de mogelijkheid zou hebben daarmee in te stemmen en dat ik geaccepteerd zou kunnen worden als uw plaatsvervanger, zodat ik in uw plaats opgehangen werd, zou de politie u dan vervolgens arresteren voor die moord?” “O nee!”, riep hij uit. Ik zou zeggen: “U mag mij niet aanraken! Die meneer is toch in mijn plaats opgehangen! Ik ben daarom vrij van schuld.” Dat is nu precies de weg der verlossing. Jezus Christus leed in de plaats van allen onder u, die op Hem vertrouwen, en u bent onschuldig voor de rechtbank van de Goddelijke gerechtigheid. Ieder, die gelooft in Jezus Christus, dat wil zeggen, die Hem vertrouwt, mag zonder twijfel weten dat Christus voor Hem een betrouwbare en doeltreffende Plaatsvervanger is geweest, door Wie zijn zonde aan het kruis is weggenomen. “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout… (1 Petr. 2:24). Nu, als u deze geweldige waarheid verstaat, denk ik dat uw twijfels en angsten ogenblikkelijk zouden moeten ophouden.

Onthoud ook dat Jezus Christus leeft om bekering en vergeving der zonden te geven. Juist in dit hoofdstuk lezen we, dat Hij Zijn apostelen opdroeg om heen te gaan en bekering en vergeving der zonden in Zijn naam te prediken onder alle volken (Luk. 24:47). Hij zegt tot u: “Keer u af van uw zonde en Ik zal Mij afkeren van Mijn toorn. Verlaat uw zonde en uw zonde is vergeven. Laat het achter u. Verfoei het en ik zal u ogenblikkelijk de vrijspraak verlenen omwille van het grote verzoenende Offer.” Ook van deze waarheid geldt, dat wanneer het ten volle geloofd zou worden, het vrede en vreugde in uw hart en geest zou moeten brengen.

Vergeet ook alstublieft dit niet, dat de Heere Jezus Christus leeft om voor zondaars te bidden.Hij leeft om voorbede te doen voor de overtreders; Hij leeft om zondaren de Heilige Geest te schenken opdat Hij in hen waar geloof en waar berouw werkt. Hij leeft, machtig als Hij is om te verlossen, om datgene voor u te doen, wat u zelf niet kunt: om u op te nemen en te dragen en u uiteindelijk te brengen aan Zijn rechterhand.

Broeders en zusters, zoals ikzelf vertrouw op mijn Heere Jezus Christus met heel mijn hart, voor heel mijn toekomst, mijn verleden, mijn

heden, echt alles inbegrepen, en zoals ik volmaakte vrede gevoel door zo te doen, zo verklaar ik voor Gods aangezicht datik wel wilde dat u hetzelfde zou doen en dat u dezelfde vrede mochtvoelen en kracht in u zou ontvangen om dezorgen van dit tijdelijkleven te dragen. Heeft u ooit gehoord wat de goede John Hyatt, die altijd voorzeelui gepreekt had, op zijn sterfbed zei? Iemand vroeg hem ‘Meneer Hyatt, kunt u met uw ziel ook nu op Jezus vertrouwen?” ‘Metmijn ziel op Jezus vertrouwen!”, riep hij uit. “Al had ik tien duizend zielen, dan kon ik ze allemaal aan Hem toevertrouwen ” Wijzijn weliswaar niet met tienduizend mensen bijeen vanavond, dat aantal halen we niet, maar mochten we toch allen heengaan en onze zielen toevertrouwen aan Jezus! Dan zullen we op die laatste grote dag, temidden van heerlijke uitroepen van lofprijzing en ruisende koren, die lieve Zaligmaker zegenen, Die eens gekruisigd was maar nu verhoogd is en Die niet eén van ons in de steek zal laten maar ons allen daar zal brengen, waar we Zijn gezicht in heerlijkheid mogen aanschouwen. Zult u vanavond niet op Hem vertrouwen? Lieve vriend, beseft u wel dat u deze trappen zou kunnen afdalen met een vaste tred, in de wetenschap: “ik ben een gered mens”. Ja, vanuit deze plaats kan menig verontrust hart op weg gaan, naar huis, begeleid door luidende klokken die zoele halleluja’s verklanken… “Ik heb geloofd; ik heb vergeving ontvangen; ik ben de grootste der zondaren, maar ik heb vergeving ontvangen omdat ik daarop vertrouwd heb, wat God mij gezegd had. En nu, omdat ik vergeving ontvangen heb en een kind van God ben geworden, zal ik een nieuw leven gaan leven en de Heere dienen met heel mijn hart.”

Jullie soldaten, die vanavond in de kerk zijn, ik hoop dat jullie reeds goede soldaten van Jezus Christus zijn. Maar als dat niet zo is, zou ik de wervende sergeant willen zijn, die jullie op de lijst plaatst van hen die strijden onder de Kruisbanier. Vertrouw slechts op mijn Heere en u zult gered worden in de dag van de strijd, gered ook in het stervensuur, o en zelfs gered uit de verleidingen van deze verdorven stad. Hij zal u bedekken, Hijzelf zal u overschaduwen en u zult volkomen veilig zijn onder die Goddelijke beschutting. Wie zal op Christus vertrouwen en zalig worden? Heere, geef ons vele zielen vanavond, om Jezus’ wil!

Amen

Comments
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Send this to a friend