18 augustus — Avond
“En zij gaven Hem gemirreden wijn te drinken; maar Hij nam dien niet.”—Markus 15:23
Een gouden waarheid ligt verborgen in het feit dat de Zaligmaker de beker met gemirreden wijn van Zijn lippen weerde. Op de hoogten van de hemel stond de Zoon van God van oudsher, en toen Hij neerkeek op onze aarde, mat Hij de lange afdaling naar de diepste diepten van de menselijke ellende. Hij telde de som van alle pijnen op die de verzoening zou vragen, en deed er geen jota van af. Hij besloot plechtig dat Hij, om een voldoende verzoenend offer te brengen, de hele weg moest gaan, van het hoogste naar het laagste, van de troon van de hoogste heerlijkheid naar het kruis van de diepste smart. Deze beker met mirre en zijn verdovende werking zou Hem vlak voor het uiterste van de ellende hebben tegengehouden. Daarom weigerde Hij hem. Hij wilde niet eerder halt houden dan dat Hij alles had geleden wat Hij voor Zijn volk had toegezegd. Ach, hoeveel van ons hebben verlangd naar een verlichting van hun verdriet die ons schade zou hebben gedaan! Beste lezer, heb je nooit gebeden om bevrijding van zwaar werk of lijden, met een ongeduldige en eigenzinnige aandrang? De voorzienigheid heeft je met één slag weggenomen wat je het dierbaarst was. Zeg, christen, als er was gezegd: “Als je het zo wilt, zal die geliefde van je blijven leven, maar God zal onteerd worden”, had je de verleiding dan kunnen weerstaan en kunnen zeggen: “Uw wil geschiede!”? O, wat is het heerlijk als je kunt zeggen: “Mijn Heere, als ik om andere redenen niet hoef te lijden, maar U meer kan eren door mijn lijden, en als het verlies van al mijn aardse bezit U eer brengt, laat het dan zo zijn. Ik wijs de troost af als die Uw eer in de weg staat.” O, dat wij zo meer in de voetstappen van onze Heere liepen! Dat we blij het lijden om Zijn wil droegen en de gedachte aan onszelf en ons gemak snel en gewillig opzijzetten, zodra die ons zou hinderen het werk af te maken dat Hij ons te doen heeft gegeven. Veel genade is nodig, maar veel genade is voorzien.