“ik riep Hem, doch Hij antwoordde mij niet.”—Hooglied 5:6
Het gebed blijft soms wachten, als een bedelaar bij de poort, totdat de Koning naar buiten komt om haar boezem te vullen met de zegeningen die zij zoekt. Het is bekend dat de Heere, nadat Hij groot geloof heeft gegeven, dat geloof beproeft met lang uitstel. Hij heeft toegelaten dat de stemmen van Zijn dienaren in hun oren weerklonken als vanuit een koperen hemel. Ze hebben aangeklopt aan de gouden poort, maar die bleef onbeweeglijk, alsof ze op haar scharnieren was vastgeroest. Net als Jeremia hebben ze geroepen: “Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed doorkwam.” Zo hebben ware heiligen lang geduldig moeten wachten zonder antwoord. Niet omdat hun gebeden niet vurig waren, en niet omdat ze niet werden aangenomen, maar omdat het Hem zo behaagde, Die een Soeverein is en geeft naar Zijn eigen welbehagen. Als het Hem behaagt ons geduld te laten oefenen, mag Hij dan niet met het Zijne doen wat Hij wil? Bedelaars hebben niets te kiezen: niet de tijd, niet de plaats, niet de vorm. Maar we moeten oppassen dat we uitstel in het gebed niet voor afwijzing aanzien. Gods wissels met lange looptijd worden stipt ingelost. We mogen ons vertrouwen in de God der waarheid niet door satan laten schokken wanneer hij wijst op onze onbeantwoorde gebeden. Onbeantwoorde verzoeken zijn niet onverhoord. God houdt een dossier bij van onze gebeden. Ze worden niet door de wind weggeblazen, maar bewaard in het archief van de Koning. In het hof van de hemel is een register waarin elk gebed is opgetekend. Beproefde gelovige, jouw Heere heeft een tranenfles waarin de kostbare druppels van heilig verdriet worden bewaard, en een boek waarin jouw heilige zuchten zijn geteld. Binnenkort zal jouw zaak gewonnen worden. Kun je niet tevreden zijn met nog even wachten? Zal de tijd van jouw Heere niet beter zijn dan jouw tijd? Straks verschijnt Hij vertroostend, tot vreugde van je ziel, en laat Hij je het rouwkleed en de as van het lange wachten afleggen en het scharlaken en fijne linnen van de volle vervulling aandoen.

