HEERE, maak mij mijn einde bekend en wat de maat van mijn dagen is. Psalm 39:4
Er worden heel wat mensen in de Bijbel genoemd. Een van hen is Methusalem. Weet jij wie hij was en waarom hij zo bijzonder is? Denk eens na: wie is de oudste persoon die jij kent? Misschien een opa of oma van in de negentig? Ik kende ooit een vriendelijke, gelovige man die 105 jaar oud werd. Dat is écht heel oud! Op dit moment leeft er in Amerika een vrouw die wel 116 jaar oud is. Maar Methusalem werd nog véél ouder. Volgens de Bijbel, in Genesis 5:27, werd hij 969 jaar oud! Niemand anders heeft ooit zo lang geleefd.
Toen dominee Charles Spurgeon twee jonge zoontjes had, nam hij hen eens mee naar een begraafplaats met een meetlint. Dat kun je in een ander verhaal lezen. Ik weet niet of hij vaak op begraafplaatsen rondliep, maar bij een andere gelegenheid zag hij deze woorden op een grafsteen staan: “Ter nagedachtenis aan Methusalem Coney…”
In 1823 kregen John en Jane Coney uit Dorset een baby. Ze gaven hem een heel bijzondere naam: Methusalem. Dat is een naam die bijna niemand draagt! Waarom zouden ze hem zo genoemd hebben? Vast omdat ze hoopten dat hun kindje een lang leven zou krijgen, net als de Methusalem uit de Bijbel. Maar toen Spurgeon verder las op de steen, stond er: “… die op zes maanden oud stierf.” Wat verdrietig! De ouders hadden gehoopt dat hun kind heel oud zou worden, maar hij leefde maar een half jaar. Vind je dat niet vreemd? Want er is sprake van een soort tegenstrijdigheid tussen de naam van de kleine baby en wat er met hem gebeurd is.
Wat moeten zijn ouders verdrietig en teleurgesteld zijn geweest! Als je wel eens op een begraafplaats bent geweest, heb je graven gezien van mensen van alle leeftijden: van heel jong tot heel oud. Niemand van ons weet hoe oud we zullen worden als we sterven. Dat weet alleen de Heere. Daarom bad de psalmist David: “HEERE, maak mij mijn einde bekend en wat de maat van mijn dagen is.”

