De schatkamer van David

05 juli | Bijbels Dagboek De Schatkamer Van David

67 Doch Hij verwierp de tent van Jozef, en den stam van Efraïm verkoos Hij niet. 68 Maar Hij verkoos den stam van Juda, den berg Sion, dien Hij liefhad. 69 En Hij bouwde Zijn heiligdom als hoogten, als de aarde, die Hij gegrond heeft in eeuwigheid. 70 En Hij verkoos Zijn knecht David, en nam hem van de schaapskooien; 71 Van achter de zogende schapen deed Hij hem komen, om te weiden Jakob, Zijn volk, en Israël, Zijn erfenis. 72 Ook heeft hij hen geweid naar de oprechtheid zijns harten, en heeft hen geleid met een zeer verstandig beleid zijner handen.

God had Efraïm geëerd, want tot die stam behoorden Jozua, de grote veroveraar, en Gideon, de grote richter, en binnen zijn grenzen lag Silo, de plaats van de ark en het heiligdom. Maar nu ging de Heere dit allemaal veranderen en andere heersers aanwijzen. Hij wilde de zaken niet meer overlaten aan het leiderschap van Efraïm, omdat die stam was beproefd en in gebreke was gebleven. Er was zonde, dwaasheid en onvastheid bij hen aangetroffen en daarom werden ze opzij geschoven als ongeschikt om leiding te geven. Om het volk nog eens op de proef te stellen werd Juda tot het leiderschap verkoren. Dat was in overeenstemming met de profetie van de stervende Jakob. Onze Heere kwam voort uit Juda en Hij is Degene die Zijn broeders zullen prijzen. De tabernakel en de ark werden tijdens de regering van David overgebracht naar Sion; er restte geen eer meer voor de grillige Efraïmieten.

‘En Hij verkoos Zijn knecht David.’ Het was een verkiezing uit soevereine genade, en de praktische uitwerking ervan was dat de verkozen man een willige dienaar van de Heere werd. Hij werd niet gekozen ómdat hij een dienaar was, maar opdat hij er een zou zijn. David beschouwde het altijd als een hoge eer dat hij zowel een uitverkorene als een knecht van God was. Hij was oprecht voor God, en week nooit in zijn hart af van de gehoorzame dienst van Jehova. Welke gebreken hij ook had, hij was ongeveinsd oprecht in zijn toewijding aan Israëls Opperkoning; hij was herder voor God met een oprecht hart. Hij was een wijze heerser, en de psalmist prijst de Heere omdat Hij hem heeft aangewezen. Onder David klom het joodse koninkrijk voor het eerst op tot een eervolle plaats onder de volken, en oefende het invloed uit op zijn buren.

Aan het slot van de psalm, die de wisselende situaties van het uitverkoren volk heeft beschreven, kunnen we zo tot onze vreugde vredig eindigen, alle lawaai van tumult of zondige riten is tot zwijgen gebracht. Na een lange reis over een stormachtige zee, rustte de ark van de joodse staat op zijn Ararat, onder een wijs en welwillend bestuur, niet langer heen en weer geschud door stromingen en stormen. De psalmist was van meet af aan van plan dit tot zijn laatste strofe te maken, en ook wij kunnen er genoegen mee nemen al onze liefdesgezangen te laten eindigen met de heerschappij van de Gezalfde van de Heere. Alleen kunnen wij verlangend vragen wanneer deze zal komen. Wanneer zullen wij met deze omzwervingen door de woestijn ophouden, met deze opstanden en kastijdingen, en de rust van een gevestigd koninkrijk binnengaan, als de Heere Jezus regeert als ‘de Vorst uit het huis van David’?

Zo zijn we aan het einde van deze lange parabel gekomen. Mogen wij in onze levensparabel minder zonde kennen, en evenveel genade als in Israel’s geschiedenis betoond wordt, en mogen wij eindigen onder de veilige geleide van ‘die grote Herder van de schapen’. Amen.

Overweging:

Dicht bij Sion offerde de vader aller gelovigen zijn enige zoon, en daar zouden in de toekomst de grote bijeenkomsten van zijn uitverkoren zaad plaatsvinden. Daarom wordt van Sion gezegd dat het liefelijk is in Gods ogen.

Welkom Terug!

Log hieronder in op uw account

Maak een nieuw account!

Vul de onderstaande formulieren in om te registreren op Het Spurgeon Archief

Haal uw wachtwoord op

Voer uw gebruikersnaam of e-mailadres in om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.

error: Excuses: u kunt deze pagina niet kopiëren.