BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Aan De Voeten Van De Meester | 6 augustus
Mijn Verlosser
Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan. En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen. Denwelke ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot. Job 19:25-27
Beste vrienden, kunt u allen zeggen: โIk weet dat mijn Verlosser leeftโ? De vraag is eenvoudig en eenvoudig verwoord; o, welk een ingrijpende zaken hangen aan uw antwoord. Is Hij MIJN Verlosser?โ Ik druk u op het hart: rust niet, wees niet tevreden tot u door het geloof kunt zeggen: โJa, ik werp mijzelf op Hem; ik ben de Zijne en daarom is Hij de mijneโ. Ik weet dat menigeen van u die van wat zij hebben zeggen dat het hun eigendom niet is, toch kan zeggen: โMijn Verlosser is mijn eigendomโ. Hij is het enige bezit dat werkelijk van u is. Al het andere hebben we geleend, het huis, de kinderen, zelfs ons lichaam moeten we teruggeven aan de grote Uitlener. Maar van Jezus kunnen wij nooit afstand doen, zelfs als wij uitwonen uit het lichaam, wonen we in bij de Heere. Ik weet dat zelfs de dood ons niet van Hem kan scheiden, zodat lichaam en ziel bij Jezus zijn, zelfs in de donkere uren van de dood, in de lange nacht van het graf en tijdens de scheiding van ziel en lichaam. Geliefden, hebt u Christus? Misschien houdt u Hem vast met een zwakke hand. U bekruipt de gedachte dat het aanmatiging is om te zeggen: โHij is mijn Verlosserโ. Bedenk toch: al hebt u maar een geloof als een mosterdzaadje, dat kleine geloof geeft u het recht om te zeggen, en dat nu: โIk weet, mijn Verlosser leeftโ.

