De schatkamer van David

23 juni | Bijbels Dagboek De Schatkamer Van David

1 Voor den opperzangmeester, Al-tascheth; een psalm, een lied, voor Asaf. 2 Wij loven U, o God! wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen. 3 Als ik het bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik gans recht richten. 4 Het land en al zijn inwoners waren versmolten; maar ik heb zijn pilaren vastgemaakt. Sela. 5 Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt den hoorn niet. 6 Verhoogt uw hoorn niet omhoog; spreekt niet met stijven hals.

Laten wij de dankzegging nooit verwaarlozen, anders valt te vrezen dat onze gebeden de volgende keer onverhoord zullen blijven. Zoals de stralende bloemen dankbaar de diverse samenstellende delen van de zonnestraal weerspiegelen in hun liefelijke kleuren, zo moet dankbaarheid opspringen in ons hart na de stralen van Gods voorzienigheid. Wij moeten God telkens opnieuw prijzen. Beperkte dankbaarheid is ondankbaarheid. Voor oneindige goedheid moet er mateloze dank zijn.

Het geloof belooft verdubbelde lof voor dringend gewenste en buitengewone uitredding. God is er om te antwoorden en wonderen te doen – laten we dus de aanwezige God aanbidden. Wij zingen niet van een verborgen God, Die slaapt en de kerk aan haar lot overlaat, maar van een God Die altijd in onze donkerste dagen zeer nabij is, een zeer gerede hulp in benauwdheid. Ere zij God, Wiens eeuwige daden van genade en majesteit er een zeker teken van zijn dat Hij altijd met ons is, zelfs tot aan het einde van de wereld.

God zendt geen ondergeschikte rechter, maar zit Zelf op de troon. Als de anarchie zich breed maakt, en tirannen de macht hebben, wordt alles losgemaakt, ontbinding bedreigt de hele samenleving, de massieve bergen van het bestuur smelten als was; maar zelfs dan draagt en schraagt de Heere het recht. Daarom is er geen echte reden tot vrees. Zolang de pilaren staan, en ze móeten wel staan omdat God ze ondersteunt, zal het huis de storm trotseren. Op de dag van de verschijning van de Heere zal er een algehele versmelting plaatsvinden, maar op die dag zal onze Verbondsgod de vaste steun van ons vertrouwen zijn.

De Heere gebiedt de pochers niet te pochen, en beveelt de waanzinnige onderdrukkers hun dwaasheid te staken. Wat is Hij kalm, wat zijn Zijn woorden rustig, en toch, wat is Zijn terechtwijzing goddelijk. Als de goddelozen niet krankzinnig waren, zouden ze zelfs nu nog in hun geweten het stemmetje horen dat hun gebiedt op te houden met het kwaad, en hun trots te laten varen. De hoorn was het teken van snoevende macht; alleen de dwazen zullen, als wilde en dolle beesten, hem hoog opheffen; maar ze bestormen de hemel zelf ermee, alsof ze de Almachtige wilden doorsteken. In waardige majesteit hekelt Hij de loze roem van de goddelozen, die zichzelf mateloos verheffen op de dag van hun ingebeelde macht.

Een woord van God vernedert al spoedig de hovaardigen. Het zou te wensen zijn dat alle trotse mensen luisterden naar het woord dat hier tot hen gericht wordt; want als zij dat niet doen, zal Hij doeltreffende maatregelen nemen om gehoorzaamheid af te dwingen, en dan zal er zo een leed over hen komen dat hun hoornen breken en hun roem voorgoed in de modder belandt. Schaamteloosheid tegenover God is waanzin. De uitgestoken nek van brutale trots daagt voorzeker Zijn bijl uit. Zij die hun hoofd in de hoogte houden, zullen ontdekken dat zij nóg hoger worden opgeheven, als Haman aan de galg die hij voor de rechtvaardige had klaargezet. Zwijg, dwaze snoever! Zwijg, of God zal u antwoorden.

Overweging:

Is dat geen dwaas, degene die een valstrik voor zichzelf zet?

Welkom Terug!

Log hieronder in op uw account

Maak een nieuw account!

Vul de onderstaande formulieren in om te registreren op Het Spurgeon Archief

Haal uw wachtwoord op

Voer uw gebruikersnaam of e-mailadres in om uw wachtwoord opnieuw in te stellen.